|
DE HELFT VAN DE TURKEN IS ALEVIET, EN BIJ HEN ZIJN MAN EN VROUW GELIJKWAARDIG
ROTTERDAM - Nee, 'echt religieus' noemt Gülay Ercan zich niet. Ze vast wel eens, maar het is maar net of het uitkomt. Aan bidden doet ze ook nauwelijks. Toch verkondigt Gülay Ercan
met verve haar alevitische geloof. Die schijnbare tegenstelling symboliseert het alevitisrne: de mens staat centraal en ieder is vrij hoe hij zijn of haar geloof belijdt. Gülay Ercan (30) lijkt in niets op het traditionele beeld
dat in Nederland bestaat van Turkse vrouwen: de meesten dragen een hoofddoekje, ze zitten het liefst thuis met een hele sliert kinderen, ze mogen niet naar buiten en hebben verder ook niets te vertellen. Gülay:" Ze vragen
mij wel eens: ' Waarom draag jij geen hoofddoekje'? De fout is dat mensen de verschillen tussen culturen niet kennen. Een hoofddoekje is zichtbaar, dat valt op. Maar met onze kleding vallen wij niet op." Gülay Ercan draagt
een korte rok, is vrolijk, rookt als een ketter, praat honderduit en leidt een druk bestaan. Ze is (parttime) verpleegkundige van beroep, volgt de HBO-V-opleiding, runt een huishouden, voedt samen met haar man hun zesjarige
dochter op en vindt daarnaast nog tijd om bijna dagelijks actief te zijn voor de Alevitische culturele vereniging in Rotterdam. Gülay is een zogeheten tweede-generatiekind. Kinderen wier ouders in de jaren zestig, zeventig naar
Nederland kwamen. Gülay's vader werkte bij Wilton-Fijenoord en liet in 1970 zijn gezin overkomen naar Schiedam. Gülay was toen vijf jaar oud. Haar vader werd drie jaar geleden ontslagen en komt, zoals zoveel van zijn Turkse
leeftijdgenoten niet meer aan de bak. Güläy: " Hij heeft altijd hard gewerkt, maar de taal nooit goed geleerd, zoals zoveel mensen van zijn generatie. Dan krijg je tegenwoordig geen werk, als je 53 jaar oud bent. Mijn vader
staat onderaan op de maatschappelijke ladder. Hij heeft altijd gezegd: 'Dat moet onze kinderen niet overkomen'." Dus ging Gülay naar de middelbare school en volgde ze daarna de opleiding tot verpleegkundige. "Mijn
vader heeft liever dat meisjes studeren, dan jongens. Hij vindt dat ze op eigen benen moeten staan, zelfstandig kunnen zijn." In 1987 trouwde Gülay met een man die in Turkije geboren en getogen is.
"Uitgehuwelijkt", grapt haar jongere broer, die elders in de ruimte van het verenigingsgebouw aan de Beukelsdijk enveloppen zit dicht te vouwen. "Nee hoor", lacht Gülay, "ik was al 23 toen ik trouwde,
dus dat is veel te oud om uitgehuwelijkt te worden." Ze raakte tijdens haar jaarlijkse vakantie in Turkije gewoon verliefd. Alevieten doen niet aan 'uithuwelijken'. Man en vrouw zijn volgens het alevitische geloof
gelijkwaardig, legt Gülay uit. Vrouwen zijn vrij in hun kleding en hoeven ook geen verantwoording aan de man af te leggen, in tegenstelling tot de soennitische Turken. Liefdesrelaties tussen alevitische en soennitische jongeren
komen in Nederland nauwelijks voor. Gülay: " Soms trouwen soennitische meisjes wel met een alevitische man." Maar dat zijn dochters van democratische soennieten, die ook niets moeten hebben van het fundamentalisme.
Omgekeerd zullen alevitische meisjes nooit voor een soenniet kiezen, weet Gülay. "Dan trouwen ze liever -met een Nederlandse jongen." En hoewel ze haar dochter vrij zal la. ten, hoopt Gülay niet dat ze ooit met een
soennitische man thuiskomt. "Dan moet ze naar de moskee en verder ook helemaal veranderen." Tot voor kort wist in Nederland nauwelijks iemand van het bestaan van alevieten. Toch is naar schatting 40 procent van de 200
000 Turken in Nederland aleviet. De afgelopen weken roerde de alevitische gemeenschap in Nederland zich hevig. Aanleiding waren de aanslagen op alevieten in Istanbul. Gülay deed ook mee aan de hongerstaking die de alevieten op
verschillende plaatsen in Nederland hielden. Gülay behoort tot de groep jongeren die in 1990 in Rotterdam de eerste alevitische culturele vereniging in Nederland oprichtten. Het initiatief sloeg zo aan dat er in het hele land
inmiddels 17 verenigingen zijn, die vallen onder het overkoepelend orgaan Hak/Der. De aanhang onder de tweede generatie jongeren is groot. Hoe komt dat? Gülay: " Wij kwamen als jongeren regelmatig bij elkaar over de
vloer en praatten over de gebeurtenissen in Turkije. Er werd gezegd: ' De alevieten zijn geen moslims'. Jeetje, dachten de jongeren, nu is het onze beurt. Wij willen laten zien dat wij er ook zijn. Dat we ons eigen geloof hebben.
Zij hebben een moskee, maar waarom hebben wij niets?" De Rotterdamse vereniging vergaderde de eerste drie jaar bij de leden thuis. Totdat het huidige pand aan de Breukelsdijk werd betrokken. Gehuurd en opgeknapt door de
leden zelf. Zonder een cent subsidie. Gülay: " De gemeente zei: 'Geld? Maar jullie zijn toch moslim? Ga maar naar de moskee.' Maar dat is nou juist het verschil, wil Gülay nog wel eens uitleggen: "Wij gaan niet naar de
moskee." De alevieten hebben een cem, een religieuze ruimte waar ze regelmatig bijeenkomen. "Op zaterdag of zondag, want iedereen werkt", vertelt Gülay. In de cem wordt muziek gemaakt op de saz-gitaar en de semah
(een religieuze dans, waarbij de vrouwen een rode haarband dragen) gedanst. Er kan in de cem worden gebeden, maar toekijken of zachtjes met iemand praten mag ook. De dede, de leider, vertelt over Ali, de schoonzoon van de profeet
Mohammed, die volgens de alevieten ten onrechte werd gepasseerd voor de opvolging van Mohammed. Gülay: "Een soort preek, zoals in jullie kerken." Mannen en vrouwen bidden volgens het alevitische geloof samen, in
tegenstelling tot de moskeegangers, die de seksen strikt gescheiden houden. Het alevitische ritueel is de soennieten een doorn in het oog. Gülay:" Ze verspreiden roddels dat wij incest plegen. Ze vinden het zó raar dat
mannen en vrouwen met elkaar zijn, dat ze denken dat er wel iets móét gebeuren." "Ze hebben zelf gekke ideeën in hun hoofd, omdat ze elkaar niet mogen zien. Kennelijk denken ze dat iedereen zo zal zijn." Het
ergste vindt ze nog dat Turkse kinderen in Nederland tijdens de Koranles op de islamitische scholen ook verkeerd worden geïnformeerd. Dezelfde kinderen, blaast Gülay verontwaardigd, die van hun ouders hoofddoekjes moeten dragen,
niet mogen zwemmen of meedoen aan gymnastiek. Haar dochter zit op de openbare basisschool. "Die is goed en dicht bij huis. Maar een christelijke school had ook gekund."
Persoonlijk vindt Gülay dat er in Nederland te veel moskeeën en islamitische scholen komen. "Ik respecteer de soennieten in hun geloof. Maar je hebt nu op zowat elke hoek een moskee. Dat is toch niet normaal. Eén moskee per
wijk is genoeg. Ze kunnen toch wel een eindje lopen?" Het heeft alles te maken met opkomend fundamentalisme, denkt Gülay: " Ze willen gewoon de macht hebben. Ouders willen kiezen voor hun kinderen en sturen ze daarom naar
de moskee." Gülay wist door haar opvoeding wel iets van het alevitische geloof. Maar de verdieping is van recente datum. Sinds januari volgt ze elke woensdagavond, samen met 150 anderen, voornamelijk studenten, een
twaalfdelige cursus bij de Utrechtse islamoloog prof. De Jong." Ik wilde weten waar de wortels liggen." Daar ook hoorde ze over de 72 wereldse geloofsovertuigingen. En leerde ze 'kijken met één oog'. Gülay:
"Daarmee bedoelen ze: "Er is maar één God, en daar streven we allemaal naar." |