Interview met Judith Meulendijks

Judith Meulendijks naar Olympische Spelen

Huilend van vreugde stapte zij van de baan. Zojuist had zij met 11-6, 11-0 de Engelse kampioene Julian Mann verslagen. Dat had Judith Meulendijks wel vaker gedaan, daar ging het niet om. Maar zojuist had zij eveneens voor de tweede keer de kwartfinale van een kwalificatietoernooi gehaald, waarmee de weg naar Syndey 2000 open lag. Vier jaar lang had ze daar naar toe gewerkt, en nu was haar olympische deelname verzekerd!

Judith MeulendijksOp een vrijdagochtend bezoekt dit.is/badminton de training van de nationale badmintonselectie. Ruim tweeëneenhalf uur traint Judith Meulendijks (21), en daarna heeft ze tijd voor een gesprek. Al eerder, tijdens de Nationale Kampioenschappen van 1999, had ze ons toegezegd om via email haar bevindingen van buitenlandse toernooien te sturen, maar daar was het nooit van gekomen. Daar zou nu verandering in komen, beloofde ze, en vervolgens hadden we het over haar recente Azië-trip.
Kan het Nederlandse badminton wel de aansluiting bij de wereldtop krijgen? Judith denkt van wel. ‘Als je bekijkt hoe we in Azië gespeeld hebben. We haalden zeven kwartfinales en twee halve finales. Die aansluiting komt er wel. Om bij de top-tien te komen, heb je tijd nodig, dat wordt nog wel eens vergeten.'

Krachttraining
Judith MeulendijksJudith zelf heeft al veel veranderd in haar trainingswijze, en merkt ook dat ze daardoor het afgelopen jaar behoorlijk is vooruitgegaan. Ze doet een krachttraining die speciaal op haar is afgestemd, en speciale looptraining. De combinatie van alles is ook beter.
Inderdaad merk je aan haar bouw en speelwijze dat ze veel krachtiger is geworden. Ze houdt het daarom ook langer vol, zegt ze. Ook heeft ze meer aandacht voor specifieke details, waarop getraind wordt.
Toch kan je badminton in Azië niet vergelijken met hier. Daar is het een nationale sport en een manier om de massa te ontstijgen. In Nederland moet je veel dicipline opbrengen om de wereldtop te halen, er zijn zoveel alternatieven.
Judith traint twee keer per dag. ‘Maar je moet ook je rust hebben, dat is ook trainen. Je kunt niet de hele dag op de baan staan. En meer trainen dan nu kan ik niet.'
Op zo'n trip in Azië ziet zij, maar zien vooral de trainers, wel eens trainingsvormen waarbij je denkt: hé, dat is een goede oefening, daar zit wel wat in. Dat kunnen we wel overnemen.
Zij is nu vier jaar lang full prof, en heeft alles in het teken staan van een goed resultaat in Sydney. Ook daarna hoopt ze nog vier jaar op topniveau te kunnen doorgaan voor de volgende Olympische Spelen.

Zenuwachtig begin
Toen ze de achtste finale van de Korea Open moest spelen, wist ze: je gaat voor de kwartfinale. Ze begon heel zenuwachtig tegen Juilian Mann, de Engelse kampioene. Maar nadat ze die zenuwen was kwijtgeraakt, speelde ze haar eigen spel, en won vrij gemakkelijk. Huilend kwam ze van de baan: ze realiseerde zich dat zij zich had gekwalificeerd voor Sydney.
In de kwartfinale van de Korea Open moest ze spelen tegen de Deense wereldkampioene Camilla Martin, van wie ze verloor. ‘Ik kon op mijn eigen service geen punten maken. Maar het is geen schande te verliezen van de wereldkampioen.'
Na Korea ging ze door met trainen, ook in Taiwan, waar ze moest aantreden in de China Open. Ook daar trof ze Camilla Martin op haar weg, maar ook Camilla was vanzelfsprekend gewaarschuwd. Judith: ‘Ik kon het tempo wel aan, maar zij was natuurlijk ook scherper na de vorige wedstrijd. Daarin verloor ik nogal veel op mijn forehand, dat kon ik nu voorkomen. Maar ja, zij had natuurlijk ook weer andere dingen ontdekt.'
Judith is erg tevreden over de resultaten van haar training in het krachthonk, met gewichten.Zij is daar langzaam mee begonnen, en heeft dat gestructureerd uitgebouwd. Zij merkt het nu aan haar slagen, zij kan het ook langer vasthouden.
Dat zij toch verloor van Brenda Beenhakker in de finale van het NK, kwam omdat ze zich te veel op die partij had gefocussed. 'Natuurlijk was het teleurstellend om van haar te verliezen. Brenda speelde goed, maar ik kon niet laten zien wat ik in Azië had laten zien.'
Ze praat over dit soort zaken met haar mentale trainer, waarom zij zich in zo'n finale psychologisch achter Brenda opstelt.

Sponsors
Judith wordt gesponsord door Edah, Maxim (sportvoeding), Nike (kleding) en Yonex (materiaal). Dat vindt ze wel voldoende want ‘ik wil ook geen lopend reclamebord worden'. Ze wordt ook gesteund door het NOC. Al met al is het geen vetpot, maar ze kan ervan leven en full time top sport bedrijven.
Ze speelt al jaren met een Yonex Isomatric 300, dat vindt ze het fijnste. Ze gebruikt een Aswins-flex Microlegend XL bespanning, meestal zo'n 9,5 à 10 kg. ‘s Zomers gebruikt ze een badstof grip, want dan wil ze nogal flink transpireren. Anders gewoon een powergrip van Yonex. ‘Tijdens toernooien in Indonesië kan het enorm warm zijn in de hallen, dan vlucht ik na de training naar buiten en trek mijn schoenen uit, dan branden mijn voeten.' Maar voor de rest kan ze goed tegen de hitte.
De speelomstandigheden in een sporthal in Indonesië zijn nogal bijzonder: er wordt door het publiek volop gerookt, dat er bovendien nog saté bereidt!

Voeding
Met het eten is het een voordeel dat ze van gezond eten houdt, van pasta's en rijst. ‘Maar ik eet gewoon waar ik zin in heb. Als ik chocola zie liggen, en ik heb er zin in, dan pak ik het.'
Als ontbijt heeft ze vaak cruesli met magere yoghurt, en ze eet 20+ kaas. ‘Nu veel meer mensen dat eten, heb je ook meer smaken.' Door de zware trainingen moet ze vitaminen en ijzer wel extra aanvullen, maar voor de rest gebruikt ze geen spceciale supplementen.
Toen ze nog op de middelbare school zat, ging ze wel uit, maar dat is nu een zeldzaamheid. Ze mist het niet, concentreert zich volledig op de sport. ‘En als je dan wel eens uitgaat, is het ook meer bijzonder.'
Ze heeft nu geen vaste relatie, maar sluit dat ook weer niet uit. ‘Als je verliefd wordt, word je verliefd. Maar dat is nog niet gebeurd. Wat je wel vaak ziet, is dat mensen elkaar in de spelersgroep tegenkomen.'
Ze zit veel in het buitenland, en dat is soms best zwaar. ‘Je komt daar toch wel veel dezelfde mensen tegen, en dan leer je elkaar beter kennen. Met uitzondering dan van de Chinese meisjes, die geen Engels spreken en zich nogal afzijdig houden. Maar met de Deense meisjes is het onwijs leuk.'
Twee jaar geleden is ze ook wel eens gevraagd in Denemarken te komen spelen, maar ze vindt dat ze in Nederland nog steeds vooruit gaat, dus er is een geen reden te verkassen. Ze denkt de laatste stap naar de wereldtop te kunnen maken onder Nederlandse trainers. ‘Spelers die een aantal weken in Azië hebben getraind, zijn wel even goed als ze net terug zijn. Maar na verloop van tijd vallen ze toch terug, zelfs tot onder het niveau dat ze hadden.'

Op het programma staan voor haar nu het landentoernooi in Sofia, en in maart de All England. Hoe ze het daar gaat doen? ‘Ik weet niet of ik daar een plaatsing krijg. Daar hangt veel van af, het is net een loterij. De laatste keer was ik bij de laatste zestien, en dat probeer ik te evenaren.'

Richard van den Brink



foto's: Paul Bergervoet van DVS

 dit.is/badminton. Te gebruiken, mits met bronvermelding.