Kenji Tomiki was al op jonge leeftijd geïnterneerd in Judo.
Tijdens zijn studies op de WASEDA universiteit te Tokio,
trainde hij judo bij meester JIGORO
KANO.
Tomiki stond bekend als een uitstekend judoka. Rond 1926 begon hij met aikido bij
meester MORIHEI UESHIBA.
Door zijn training en toewijding werd hij al heel vlug één van
zijn beste leerlingen. Kenji Tomiki was de eerste aikidoka
die de 8e Dan van de grootmeester
ontving.
Na zijn studies aan de universiteit, werkte Tomiki in een middelbare school in Kakunodate.
Tijdens deze periode leerde hij
HIDEO OBHA kennen, zijn latere opvolger. Dit was de start
van een levenslange vriend schap. Enkele jaren later ging
hij naar China waar hij medewerker
werd aan de Kenkoku universiteit. Daar werd het aikido een verplicht onderdeel van
de judo-
en kendo studenten. Deze trainingen gebeurden onder leiding van meester Tomiki.
Omdat er
gebrek was aan goede judo- en aikido leraren vroeg Tomiki aan Obha hem te helpen in China.
Regelmatig ging Tomiki terug naar Japan om speciale trainingscursussen te geven aan
judoleraars.
Na de tweede
wereldoorlog verbleef hij drie jaar in een gevangenenkamp in de Sovjet-Unie.
Zelfs hier kwam zijn rijke vitaliteit- en
ondernemingsgeest tot uiting. In een omgeving
zonder plaats om te trainen en zonder de nodige trainingskledij, bedacht
Tomiki oefeningen
uit de krijgskunst die de mannen konden beoefenen tijdens de rustpauzes van hun harde
arbeid.
Na zijn terugkeer uit de Sovjet-Unie werd hij medewerker aan de afdeling lichamelijke
opvoeding van de Waseda universiteit.
Tomiki was voortdurend opzoek naar de relatie tussen
lichamelijke opvoeding en krijgskunsten.
Hij was de stichter van het TOMIKI AIKIDO en de
JAPAN AIKIDO ASSOCIATION (JAA).
Het idee van Tomiki was het streven naar een efficiente
techniek met behoud van het basisidee.
Rond 1960 had Tomiki ook het aiki - randori - ho ontworpen waarbij in wedstrijden de
technieken centraal stonden.
In 1966 introduceerde hij echter een nieuwe vorm waarbij
een ongewapende aikidoka tegenover een met mes gewapende tegenstander staat.