Een pagina
vol veranderingen…
Wat ik niet kwijt kan op mijn weblog vind je hier. Zoals vakantieverslagen en zo. Dit
keer vind je er mijn bevallingsverhaal.
DE GEBOORTE VAN
ISABEL
17 februari
2005… een beetje zenuwachtig ga ik naar bed. De volgende ochtend
moeten we al vroeg in het Leyenburg Ziekenhuis
zijn: de bevalling zal worden ingeleid, want ik ben dan precies 42 weken in
verwachting. Het is een raar idee. Elke eerdere nacht gingen we slapen met
een soort van onzekerheid: het zóu vannacht kunnen gebeuren, maar het zou
ook niet kunnen… Deze nacht echter wisten we zeker dat het de
volgende dag ging gebeuren. Het begin althans, want met inleiden zou het
nog een paar dagen kunnen duren voor ons kindje daadwerkelijk geboren zou
worden.
’s Nachts
word ik wakker rond een uurtje of twee. Ik voel wat steekjes in mijn buik,
maar ik herken er geen weeën in. Ik heb ook geen idee wat ik moet voelen
natuurlijk. Een uur later word ik opnieuw wakker en dit keer voelen de
krampen wat krachtiger aan. Als ik de wekkerradio in de gaten hou, merk ik dat de krampjes
om de vijf minuten terugkomen. Weeën!! Dat moet
haast wel!! Ik maak Jeroen
wakker en zeg dat ik even gauw onder de douche stap. Een half uurtje later
spoor ik Jeroen aan om toch ook maar uit bed te
komen en zijn kleren aan te trekken. Op de bank wachten we verder, tot de
weeën om de drie á vier minuten komen. In alle vroegte zitten we met ons
drietjes (Jeroen, de baby in mijn buik en ik) te
wachten op wat komen gaat. Een heel speciaal idee, wij daar midden in een
stad die nog niet wakker is, aan het wachten op ons kleintje. Tijdens
iedere wee ben ik even niet aanspreekbaar, praten doet té zeer.
“Gewoon blijven ademen, dan komt het wel goed” schiet er door
mijn hoofd. Had ik niet beter toch op een pufcursus kunnen gaan? Ach,
welnee…
Jeroen belt met het ziekenhuis. We mogen rond
half acht komen, eigenlijk gewoon zoals afgesproken was. De rest van de
tijd vullen we met een videoband van Harrie Jekkers.
“De man in de wolken” klinkt door de kamer.
Dan is het tijd om te gaan. Tussen twee weeën door haast ik me
naar de auto. Als we na een piepklein eindje rijden de auto geparkeerd
hebben, moeten we nog een stukje lopen. Gelukkig is het heel vroeg en zien
dus weinig mensen hoe ik daar om de paar minuten
even stil moet staan om een wee op te vangen.
Als we de deur bij
de Eerste Hulp zijn ingegaan, worden we aangesproken door een man van de
beveiliging. “Naar de achtste etage zeker?” vraagt hij, terwijl
hij veelbetekenend knikt naar mijn buik. Als we bevestigend antwoorden
wijst hij ons naar de juiste lift. Boven melden we
ons bij de balie. We mogen meteen doorlopen, een verpleegster wijst ons de
weg. Alle weeënkamers zijn vol, dus we krijgen meteen een verloskamer
toegewezen. Ik verruil mijn kleren voor een nachthemd en neem plaats op het
bed. Spannend allemaal! Gelukkig is Jeroen bij
me, dat maakt het wachten veel minder erg.
Even later komt er
een arts controleren of ik al ontsluiting heb. Tot ieders verbazing heb ik
die, en hoe: zes (van de tien) centimeter al!
Hoewel ik daar uren heb gelegen, ging het al met al best
snel voorbij. Mijn vliezen werden gebroken en nog wat “gewone”
weeën later begonnen de persweeën. Toen ik eenmaal mee mocht persen (en de
ontsluiting dus op tien centimeter zat) bleek dat nog een lastig gebeuren
te zijn. Ik deed het niet helemaal goed (moest op mijn buikspieren persen,
maar perste naar mijn hoofd) en daardoor duurde het allemaal langer dan
normaal. Op een gegeven moment mocht ik het nog een kwartiertje zelf
proberen. Daarna zouden ze de tang of pomp erbij halen. Ik had allerlei
horrorverhalen gehoord over kindjes die rare punthoofdjes hadden gekregen
door zo’n pomp, dus ik zette alles op alles:
die kleine móest en zou eruit!
En daar was ze opeens: Isabelle
Louise! Onze eigen, kleine meid. Wat ontzettend
bijzonder! De verpleegster stopte haar in bad en deed de kleertjes aan die
we voor haar hadden meegebracht. Wat een kennismaking: ineens een dochter
op mijn buik! Jeroen mocht haar een flesje geven.
We werden met ons drietjes even alleen gelaten, nadat we voorzien waren van
beschuit met roze muisjes en een glaasje champagne. Proosten op ons meisje:
het was de mooiste toost die we ooit hadden uitgebracht.
Omdat we nog diezelfde middag een kraamhulp konden
regelen, mochten we al meteen naar huis. Fris gedoucht zat ik daarom een
paar uurtjes na de bevalling in een rolstoel, op weg naar de uitgang
– de wijde wereld in, die nu voor ons helemaal veranderd was. Apetrots met Isabel in mijn
armen, voortgeduwd door een even trotste papa!