|
Tchaikovsky: De Notenkraker (The Nutcracker) Orkestsuites 3 en 4 Concertgebouw Orkest New Philharmonia Orchestra (suites) o.l.v. Antal Dorati Philips 464 747-2 (2 CD's) |
|
|
Dezelfde opname van De Notenkraker verscheen ook op Philips (Duo serie) |
|
De mooiste muziek van de wereld.
Dat is natuurlijk een beetje een tikkeltje overdreven. Maar je kunt wel met recht beweren dat De Notenkraker van Tchaikovsky tot de mooiste muziek van de wereld behoort, in ieder geval tot de mooiste muziek voor orkest.
Niet alle muziek van Tchaikovsky is even mooi. Maar een verrukkelijker werk dan De Notenkraker is er eenvoudigweg niet, dus ook niet onder de andere werken van Tchaikovsky. Soms hoop ik dat er van een verwaarloosde en geheel vergeten componist een even subliem werk wordt ontdekt. Maar dat gaat vast nooit gebeuren. Zoals De Notenkraker worden ze tegenwoordig niet meer gemaakt.
Het is uiteraard een persoonlijke opvatting, maar volgens mij was Tchaikovsky op z'n best als hij een verhaal kon vertellen, als zijn muziek 'ergens over ging', en vooral als dat verhaal een sprookje was. In deze categorie vallen al zijn drie balletten. Met De Notenkraker als kroon op zijn werk.
Ik heb het verhaal van De Notenkraker wel eens gelezen, en ik geloof ook best dat het in een balletuitvoering schitterend is, maar De Notenkraker is toch vooral zo geweldig vanwege de prachtige muziek van Tchaikovsky.
Het voordeel van het vertellen van een verhaal, en dan nog wel wel een verhaal voor kinderen, is dat Tchaikovsky hier zijn gekweldheid vanwege zijn persoonlijke leven totaal niet in kwijt kon. En hij kon zich kennelijk wel volledig concentreren op de sublieme verfijning en betovering die hij hier gerealiseerd heeft. Ik denk dat 'subliem', 'betovering' en 'verrukking' in dit werk de kernwoorden zijn. Het werk is één aaneenschakeling van schitterende muziek, zonder stoplappen en overbodige fragmenten van mindere kwaliteit. Er zit ook een geweldige drive in, omdat het voor het grootste deel bestaat uit een doorlopende vertelling die als doorlopende muziek is geschreven (en niet - zoals de andere balletten - uit een verzameling van fragmenten en losse dansen).
Natuurlijk schreef Tchaikovsky deze muziek in een tijd waarin kunstenaars er alles aan gelegen was om het publiek te behagen. Maar Tchaikovsky was hierin dan ook een absolute meester; hij behaagt, verrukt, verrast en betovert. En na meer dan honderd jaar is het niet minder genietbaar. Misschien is dit werk geschreven op het moment dat de "behaagkunst" haar hoogtij beleefde. Mooiere muziek was en is er niet, en zal er waarschijnlijk ook nooit komen.
Rond De Notenkraker gaat een verhaal dat zeer illustratief is voor hoe Tchaikovsky zijn publiek wilde verrassen en verrukken. Dat betreft het gebruik van de celesta. Tchaikovsky zou het instrument in Parijs bij een instrumentenbouwer (Mustel) hebben "ontdekt" en min of meer stiekem naar Moskou hebben opgestuurd. Om te voorkomen dat iemand anders de eerste zou zijn, zou Tchaikovsky De Notenkraker snel hebben willen voltooien en er zelfs echt zin in gekregen hebben, terwijl hij het werken hieraan eerder eigenlijk niet zo zag zitten. En zo zou Tchaikovsky de eerste zijn die de celesta gebruikte in een orkestwerk.
Het verhaal klopt niet helemaal, want Tchaikovsky gebruikte de celesta al in een iets eerder geschreven werk (Voyevoda, opus 78); en Chausson gebruikte het zelfs nog ietsje eerder. In beide gevallen echter in werken die nauwelijks iemand kent.
In de Notenkraker stelde Tchaikovsky stelde de verrassing ervan uit tot vlak vóór het einde van De Notenkraker, in de Dans van de suikerfee (cd 2, track 3), op sublieme wijze, en zonder enige overdrijving (dus niet in de trant van "hoor mij nou eens een geweldig mooi instrument gevonden hebben!").
Dorati heeft dit werk drie maal opgenomen. Deze opname met het Concertgebouw Orkest is zijn laatste. Deze opname is wereldberoemd, zelfs tot ver buiten Nederland. Dat houdt overigens niet in dat het de 'beste' opname van De Notenkraker zou zijn. Maar in mijn ogen is dit wel de meest aanbevelenswaardige "all round" opname, en ik sta niet alleen in deze mening.
De heldere fijnzinnigheid van Dorati kan bij eerste beluistering(en) volledig onopgemerkt blijven, of worden aangezien voor vlotte oppervlakkigheid. Maar dat is puur schijn. Bij herhaalde beluistering wordt duidelijk met welk meesterschap en raffinement Dorati deze muziek zodanig neerzet dat zijn aanpak steeds weer levendig en meeslepend klinkt, en op vele momenten zonder meer magisch. Het spel van het Concertgebouw Orkest kan alleen maar geprezen worden; de opname is zeer goed.
Dorati is in deze opname overigens iets minder "vlot" dan in zijn vorige opnamen. Hij vindt hier een goede balans tussen het minutieus tot klinken brengen van de schoonheid van de muziek, en er flink de vaart in zetten, de muziek voortdurend verder laten gaan, zonder over details heen te fietsen en zonder overal stil te blijven staan voor een "moet u nu eens horen hoe mooi dit wel niet is". Toch is het niet gehaast en rusteloos. Mede dankzij de vederlichte klank krijg je niet het idee dat wie op deze muziek zou dansen voortdurend volledig buiten adem zou zijn. Dit is zo'n opname die bij iedere beluistering weer beter is dan de vorige keer.
Al is er wel een minpuntje: een nogal stijve, houterige Bloemenwals. Merkwaardig dat dit ertussenin is 'blijven staan'.
De vier orkestsuites van Tchaikovsky worden nauwelijks gespeeld (of opgenomen), en als ze dan gespeeld worden, is het met name de derde suite, en heel soms de vierde. Het is absolute muziek ("muziek die nergens over gaat"), en die dus - net als de balletten - ook niet gaat over Tchaikovsky's persoonlijke leven. Het zijn werken die enigszins doen denken aan de serenades van Brahms. Of aan de Serenade voor strijkers van Tchaikovsky.
Het is aangename, bekoorlijke muziek, die erin slaagt te charmeren. Meer zit er niet achter; maar ook dat kan z'n charme hebben.
Beluisterd direct na De Notenkraker wordt ook hoorbaar dat er tussen De Notenkraker en de derde suite een veel kleiner "gat" zit dan tussen bij voorbeeld De Notenkraker en de simfonieën 4, 5 en 6 van Tchaikovsky.
Jan Depondt
mei 2009
Zie ook de recensie op ClassicsToday van Dan Davis
En recensie 1 en recensie 2 op Classical CD Review.
Zie ook het verhaal over de opname van voormalig soloslagwerker bij het Concertgebouworkest
Niels Le Large
Andere zeer aanbevelenswaardige opnamen:
Ashkenazy [Decca]
Dorati [Mercury]
Dutoit [Decca]
Gergiev [Philips] (Dit is echter geen "standaard-uitvoering": heel opwindend, maar ook gehaast en rusteloos; het neigt naar overspanning.)
Lanchberry [EMI]
Mackerras [Telarc]
Rozhdestvensky [Melodiya]