|
Tchaikovsky: Hamlet, toneelmuziek; Romeo en Julia (oorspronkelijke versie); Festival Oeverture; Mazeppa: Cossack Dance (Gopak); Mazeppa: Battle of Poltava; Serenade for Nikolai Rubinstein’s Saint’s Day London Symphony Orchestra o.l.v. Geoffrey Simon Chandos (2 LP's) (opname 1981) |
|
|
Tchaikovsky: Hamlet, toneelmuziek Eerdere CD-uitgave op Chandos, aangevuld met: Romeo en Julia (oorspronkelijke versie) Chandos CHAN 9191 |
|
|
Tchaikovsky: Hamlet, toneelmuziek Latere CD-uitgave op Chandos, aangevuld met: Festival Oeverture Chandos CHAN 10108 |
|
|
Tchaikovsky: Hamlet, toneelmuziek Romeo en Julia (oorspronkelijke versie) Russian National Orchestra o.l.v. Vladimir Jurowski PentaTone PTC 5186 330 (SACD) |
|
Een heuse geheimtip.
Deze toneelmuziek van Tchaikovsky is nagenoeg geheel onbekend en het is aan onder meer Chandos en Geoffrey Simon te danken dat er een opname van bestaat. Een prachtige opname ook nog; van een prachtige uitvoering.
Inmiddels is het aan Vladimir Jurowski te danken dat er nòg een opname van bestaat (die "normaal verkrijgbaar" is), en er is een site waarop het gerucht is vermeld dat er ver weg in Rusland nog een en ander aan opnamen van dit werk bestaat, maar dat wordt verder met succes echt geheim gehouden.
Slechts een paar deeltjes van deze muziek behoren tot het wat minder onbekende repertoire: de oeverture (gedeeltelijk), een deel uit de derde simfonie (Alla tedesca) dat Tchaikovsky in verkorte vorm in de toneelmuziek een plaatsje gaf als entr'acte, en een deel dat wel eens, doch slechts zelden, afzonderlijk wordt uitgevoerd als Elegie voor strijkers (waarvan wordt gesuggereerd dat het een afzonderlijk werkje was dat in de toneelmuziek werd opgenomen). Er is ook nog een kort stukje dat is ontleend aan de toneelmuziek bij Het Sneeuwmeisje. De Marche funèbre schijnt destijds nog wel als "los nummer" populair geweest te zijn, maar die tijden gingen voorbij.
De uitvoering door het London Symphony Orchestra o.l.v. Geoffrey Simon is voorbeeldig. Het orkest speelt prachtig en zet volgens mij precies de klank en sfeer neer die Simon beoogt. Simon geeft aandacht aan alle aspecten van deze muziek. De dreiging, de onontkoombaarheid van het gebeuren, de lichte ondertoon in de tussenspelen, de juiste statigheid en ironie in de begrafenismars, de mistige, soms bijna griezelige en tegelijk feeërieke sfeer waarin bepaalde taferelen van het (toneel)stuk zich afspelen.
De belangrijkste delen.
Oeverture.
Het werk begint heel conventioneel met een oeverture, die vol dreiging en geheimzinnigheid het drama inleidt. De muziek van deze oeverture is door Tchaikovsky direct ontleend aan zijn Fantasie-oeverture Hamlet. Maar de kernachtigheid van deze oeverture geeft deze muziek niet alleen betere proporties; het versterkt ook de zeggingskracht van dit deel, en het vormt een prima inleiding op wat komen gaat. In het vervolg van het werk wordt nauwelijks teruggegrepen op de muziek in deze oeverture. Het muzikale "niveau" van deze oeverture is beslist hoog te noemen, zeker vergelijkbaar met Tchaikovsky's Manfred.
Mélodrame (bij scène 5)
Met als ondertitel "Allegro giusto ed agitato".
Eigenlijk een prachtig andante; ik moet bij dit deel wel eens denken aan wat de Belgen bij voorbeeld noemen "de tweede beweging". Mede omdat dit deel in verkorte vorm nog eens herhaald wordt.
Entr'acte (voor de 2e acte)
Melancholie van de beste soort.
Deze muziek is afkomstig uit de derde simfonie van Tchaikovsky.
Entr'acte (voor de 3e acte)
Smeltend mooi, en toch simpel.
Entr'acte (voor de 4e acte)
De Elegie voor strijkers.
Afgezien van de Oeverture is dit het langste deel.
Prachtig, prachtig.
Heel gevoelig ook.
2 liederen van Ophelia (in de 4e acte)
Entr'acte (voor de 5e acte)
Marcia / Marche funèbre.
Een diep maar niet serieus treurig mars-deel, dat wordt onderbroken door een joyeuze en zwierige quasi-treurwals (door sommigen hardnekkig treur-quasiwals genoemd), een helaas weinig meer beoefend genre. De leukste treurmars ooit bedacht, die op een koninklijke begrafenis de genodigde gasten in ernstige maar vrolijke verwarring zou brengen, en die heel handig door Tchaikovsky twee maal in deze muziek is opgenomen, waarmee hij voorkomen heeft dat je je gedwongen voelt om via een afstandsbediening te regelen dat je er nog een keer van genieten kunt. Een echt hoogtepunt (niet alleen in Tchaikovsky's oeuvre, maar ook in de verzamelde treurmarsmuziek).
(Ik heb deze treurmars eens horen beschrijven als "a funeral march to die for" - en dat is het inderdaad.)
lied van de grafdelver (in de 5e acte)
Naast deze belangrijkste delen zijn er diverse korte stukjes met titels als 'Mélodrame' en 'Fanfare' (5 stuks, bij Simon); de kortste daarvan duurt slechts 10 seconden.
Is deze muziek "grote Tchaikovsky"?
Ja, voor zover muziek in miniatuurvorm tot de grote muziek gerekend mag worden. Hoewel Tchaikovsky zich graag met "grote vormen" (zoals simfonieën) bezig hield, lag zijn sterke kant bij miniaturen, met name orkestrale miniaturen - ik reken zijn balletten hier ook toe. Ja, omdat er diverse hoogtepunten zijn die m.i. behoren tot de mooiste muziek die Tchaikovsky geschreven heeft. Het is mij een raadsel waarom deze muziek in geen enkel opzicht in het orkestrepertoire de status en bekendheid heeft van vergelijkbare werken van bij voorbeeld Grieg en Mendelssohn.
Hoewel, als totaal zit de Peer Gynt muziek van Grieg vast beter in elkaar; maar het grote voordeel van deze muziek qua "populariteitswinst" zit 'm in de concertsuites die ervan gemaakt zijn. De Hamlet muziek van Tchaikovsky kent geen dergelijke tegenhanger (de Fantasie Oeverture Hamlet is voornamelijk een uitgebreide versie van de oeverture tot de toneelmuziek), en het werk als totaal is geen doorlopend muzikaal betoog; er zitten nogal wat korte fragmentjes in, die in een toneeluitvoering zonder de handeling te storen wel goed op hun plaats lijken, maar in een concert - of in een opname - er wat los tussenhangen.
In enkele opzichten word je door de muziek herinnerd aan de toneelmuziek die Mendelssohn schreef voor Midzomernachtsdroom. Met name is dat de rake typering van de sfeer van het werk, de omgeving waarin de handeling zich afspeelt. Qua opbouw verschilt de toneelmuziek van Mendelssohn eigenlijk niet zoveel van deze Hamlet. Misschien is ook hier het verschil in populariteit te verklaren vanuit het meer gangbare gebruik van een soort 'suite' (hoogtepunten) die door meerdere dirigenten is opgenomen.
Maar zelfs wanneer deze muziek niet als "echt heel erg belangrijke Tchaikovsky" gekenschetst zou mogen worden, dan nòg is deze muziek geheel ten onrechte in de vergetelheid geraakt.
Wie van de muziek van Tchaikovsky houdt en bij voorbeeld De Notenkraker rekent tot de mooiste muziek die er bestaat, kan hier nu niet meer onderuit.
De opname is erg goed en geeft een prachtig beeld van de orkestklank (met name de strijkers klinken bijzonder fraai - het orkest klinkt als het ware als "zilveren blazers op een bedje van zijden strijkers"), al is het totaal naar mijn idee een tikje te galmrijk, te diffuus, te wazig. Zoals wel vaker bij Chandos.
De diffuusheid draagt echter wel bij aan de sfeer van de muziek zelf, en dat kan dan toch als een pluspunt worden gezien, al had ik zelf de klank graag iets gedetailleerder, droger, directer gehad. Maar misschien is de gekozen methode toch de ideale middenweg bij deze muziek, die je op een of andere manier niet als een orkestwerk maar als muzikale aankleding van een dramatisch toneelstuk moet ondergaan en die daarom de sfeer van dat toneelmuziek moet oproepen, zonder dat men wordt afgeleid door te veel nadruk op het spel van het orkest. Anders gezegd: deze muziek kan het hebben, dat er een waas van geheimzinnigheid rond opgetrokken wordt; maar dat geldt veel minder voor het aanvullende werk: Romeo en Julia.
Chandos bracht de opname oorspronkelijk uit in een album met 2 LP's, waarop ook andere onbekende en nooit of bijna nooit uitgevoerde werken van Tchaikovsky. Op de cd-uitgave die ik heb is de toneelmuziek gecombineerd met de volgens mij totdantoe enige opname van de oorspronkelijke versie van de fantasie-oevertue Romeo en Julia. Later heeft Chandos de toneelmuziek in een andere koppeling uitgebracht, en dat is wel jammer maar niet werkelijk belangrijk.
De opname van Jurowski (op PentaTone, uit 2007) valt vanwege de prijs buiten het 'bestek' van deze site (de Chandos opname van Simon is met wat zoeken wel ergens te vinden voor iets meer dan een tientje), maar verdient de volle vermelding omdat zijn opname het enige volwaardige alternatief vormt, al zal mijn voorkeur naar Simon blijven uitgaan, omdat Jurowski eigenlijk zo "gewoontjes" klinkt, terwijl Simon zo gloedvol overkomt en een ware meester is in het tekenen van de sfeer; het is allemaal 'raak', hij sleept je mee en geeft je alle finesses die Tchaikovsky heeft aangebracht en waar Jurowski wat gladjes mee omgaat. Simon legt bloot hoe prachtig deze muziek is en wat een geweldige ontdekking dit is, terwijl het voor Jurowski de gewoonste zaak van de wereld lijkt ... dus waarom zou hij echt zijn best doen? Daarnaast is Simon wat guller (vollediger, 49 minuten Hamlet, tegenover 43 minuten bij Jurowski) en is de Chandos opname (ondanks het iets teveel aan galm) van een unieke schoonheid.
Jan Depondt
2004 / juli 2010
Een recensie van de opname van Simon op
Gramophone
Een recensie van de opname van Jurowski op
ClassicsToday
Fragmenten van de opname van Simon kunnen worden beluisterd op
TheClassicalShop en
ClassicsOnline
Fragmenten van de opname van Jurowski kunnen worden beluisterd op
emusic en
ClassicsOnline