Szell, geboren in Hongarije, Tsjechische ouders, wordt nog altijd als ergens het
Cleveland Orchestra ter sprake komt in diezelfde adem genoemd. Dit orkest speelde onder
zijn leiding life perfecter dan de Berliner Philharmoniker onder Herbert von
Karajan in de studio. Hij was dirigent in Cleveland van 1946 tot zijn overlijden in 1970,
en had dit orkest binnen enkele jaren omgevormd tot het precisie-instrument dat hem voor
ogen stond. Zijn uitspraak "Waar anderen stoppen met repeteren, daar begínnen wij
pas" kan aan geen enkel verhaal over Szell ontbreken. En in een verhaal in het
Nederlands moet natuurlijk ook vermeld worden dat men bij het Concertgebouw Orkest
repetities met Szell onderging als "Szell-straf". Er wordt van Szell ook gezegd
dat hij op z'n best was wanneer hij in Europa met top-orkesten kon spelen (en dan met name
tijdens de repetities).
Nog twee uitspraken die hem karakteriseren: "He (the musical director) exercises
absolutely dictatorial powers. It has to be like that. Outstanding performances would
otherwise be quite impossible", en "One must think with one's heart and feel
with one's head". Met name deze laatste uitspraak geeft aan dat aan Szell's
perfectionisme veel gevoel en hart voor de muziek ten grondslag lag, en dat hem geen
etiket als "drilmeester" kan worden opgeplakt.
Eigenlijk was Szell de ideale "platen-dirigent", en wat hij opnam deed hij
meestal niet later nog eens "over" - enkele uitzonderingen daargelaten: het
eerste pianoconcert van Brahms begeleidde hij drie maal (met Fleisher, Serkin en Curzon op
de piano), en wel perfect. Geen mooidoenerij of -makerij, geen opgelegde eigen
interpretaties, zich volledig ten dienste stellend van de componist en het betreffende
werk, niet zichzelf etaleren of zichzelf opdringen tussen het muziekwerk en de verklanking
daarvan, to the point. De nacontrole van studio-opnamen liet hij ook niet aan anderen
over; en als hij niet tevreden was, moest het opnieuw worden opgenomen of het hele project
ging niet door.
In de ruim 10 jaar waarin hij stereo-opnamen kon maken, is veel moois ontstaan. Helaas
heeft de platenmaatschappij CBS (door Sony overgenomen) dat niet altijd even mooi
opgenomen (en geperst), maar uit sommige remasteringen blijkt nu dat er een veel betere
klank is vastgelegd dan de LP's deden vermoeden.
Het merendeel van zijn opnamen komt uit Cleveland. Een greep: alle simfonieën van
Beethoven, Brahms, en Schumann; simfonieën 7, 8 en 9 van Dvoràk en diens Slavische
dansen, simfonieën 4 en 6 van Mahler, 3 en 8 van Bruckner, 8 en 9 van Schubert; ongeveer
8 simfonieën van Haydn, enkele van Mozart; twee maal de pianoconcerten van Beethoven (met
Fleisher en Gilels), pianoconcerten van Brahms (met Fleisher en Serkin, het eerste ook met
Curzon) en van Mozart (met Casadesus), viool- en dubbelconcert van Brahms (met Oistrach en
Rostropovitch); orkestwerken van Mendelssohn, Schubert, Wagner, Moussorgsky, Debussy,
Ravel, Bartók, Kodály, Prokofiev, Hindemith, Janácek, Strawinsky, Walton, Richard
Strauss en Johann Strausz; oevertures van Beethoven en Rossini (nog nooit op cd gezien).
Veel van deze opnamen zijn door Sony opgenomen in de Essential Classics serie, en kosten
doorgaans fl 14,95.
Uit Europa komen onder andere: [a] simfonieën 5 van Beethoven, 34 van Mozart en 2 van
Sibelius (met het Concertgebouw Orkest), [b] dat Brahms-concert met Curzon, simfonie 4 van
Tchaikovsky, Egmont-muziek van Beethoven, [c] liederen van Strauss (met Schwarzkopff) en
Mahler (dè opname van Lieder aus "Des Knaben Wunderhorn"). Deze opnamen zijn
gemaakt door Philips [a], Decca [b] en EMI [c].