de dirigent George Szell
(1897 - 1970)


Szell, geboren in Hongarije, Tsjechische ouders, wordt nog altijd als ergens het Cleveland Orchestra ter sprake komt in diezelfde adem genoemd. Dit orkest speelde onder zijn leiding life perfecter dan de Berliner Philharmoniker onder Herbert von Karajan in de studio. Hij was dirigent in Cleveland van 1946 tot zijn overlijden in 1970, en had dit orkest binnen enkele jaren omgevormd tot het precisie-instrument dat hem voor ogen stond. Zijn uitspraak "Waar anderen stoppen met repeteren, daar begínnen wij pas" kan aan geen enkel verhaal over Szell ontbreken. En in een verhaal in het Nederlands moet natuurlijk ook vermeld worden dat men bij het Concert­gebouw Orkest repetities met Szell onderging als "Szell-straf". Er wordt van Szell ook gezegd dat hij op z'n best was wanneer hij in Europa met top-orkesten kon spelen (en dan met name tijdens de repetities).

Nog twee uitspraken die hem karakteriseren: "He (the musical director) exercises absolutely dictatorial powers. It has to be like that. Outstanding performances would otherwise be quite impossible", en "One must think with one's heart and feel with one's head". Met name deze laatste uitspraak geeft aan dat aan Szell's perfectionisme veel gevoel en hart voor de muziek ten grondslag lag, en dat hem geen etiket als "drilmeester" kan worden opgeplakt.

Eigenlijk was Szell de ideale "platen-dirigent", en wat hij opnam deed hij meestal niet later nog eens "over" - enkele uitzonde­ringen daargelaten: het eerste piano­concert van Brahms begeleidde hij drie maal (met Fleisher, Serkin en Curzon op de piano), en wel perfect. Geen mooi­doenerij of -makerij, geen opgelegde eigen inter­pretaties, zich volledig ten dienste stellend van de componist en het betreffende werk, niet zichzelf etaleren of zichzelf opdringen tussen het muziek­werk en de verklanking daarvan, to the point. De nacontrole van studio-opnamen liet hij ook niet aan anderen over; en als hij niet tevreden was, moest het opnieuw worden opgenomen of het hele project ging niet door.

In de ruim 10 jaar waarin hij stereo-opnamen kon maken, is veel moois ontstaan. Helaas heeft de platen­maatschappij CBS (door Sony overgenomen) dat niet altijd even mooi opgenomen (en geperst), maar uit sommige remasteringen blijkt nu dat er een veel betere klank is vastgelegd dan de LP's deden vermoeden.

Het merendeel van zijn opnamen komt uit Cleveland. Een greep: alle simfonieën van Beethoven, Brahms, en Schumann; simfonieën 7, 8 en 9 van Dvoràk en diens Slavische dansen, simfonieën 4 en 6 van Mahler, 3 en 8 van Bruckner, 8 en 9 van Schubert; ongeveer 8 simfonieën van Haydn, enkele van Mozart; twee maal de piano­concerten van Beethoven (met Fleisher en Gilels), piano­concerten van Brahms (met Fleisher en Serkin, het eerste ook met Curzon) en van Mozart (met Casadesus), viool- en dubbel­concert van Brahms (met Oistrach en Rostropovitch); orkest­werken van Mendelssohn, Schubert, Wagner, Moussorgsky, Debussy, Ravel, Bartók, Kodály, Prokofiev, Hindemith, Janácek, Strawinsky, Walton, Richard Strauss en Johann Strausz; oevertures van Beethoven en Rossini (nog nooit op cd gezien). Veel van deze opnamen zijn door Sony opgenomen in de Essential Classics serie, en kosten doorgaans fl 14,95.

Uit Europa komen onder andere: [a] simfonieën 5 van Beethoven, 34 van Mozart en 2 van Sibelius (met het Concert­gebouw Orkest), [b] dat Brahms-concert met Curzon, simfonie 4 van Tchaikovsky, Egmont-muziek van Beethoven, [c] liederen van Strauss (met Schwarzkopff) en Mahler (dè opname van Lieder aus "Des Knaben Wunderhorn"). Deze opnamen zijn gemaakt door Philips [a], Decca [b] en EMI [c].