homepage
portfolio
rood natuurkrijt/ red chalk
curriculum
kalligrafie/ calligraphy
galerie/ gallery
bibliotheek/ library
schilderskisten/ artists paint boxes
sitemap
Translation of this page into English by Google
(Go back and klick again on the translation link if not all Dutch text is translated the first time.)

Zoeken binnen website

HOMEPAGE
portfolio
rood krijt/ red chalk
    Inleiding
    Papierpreparatie
    Krijtstiften
    Grondstoffen
    Krijtstiften maken
    Krijtstiften slijpen
    Krijtkleuren
    Hanteringswijzen
    Corrigeren krijtlijnen
    Krijthouders
  ° Krijttekeningen fixeren
    Krijtstiften opbergen
    Literatuur
curriculum
kalligrafie/ calligraphy
Gallerie/ Gallery
Bibliotheek/ Library
SITEMAP

Dit artikel incl. de afbeeldingen is auteursrechtelijk en copyright -technisch eigendom van Jaap den Hollander (Copyright© 2019).   Overname of verwijzing is alleen toegestaan na toestemming van de auteur.
e-mail: jcdh
De eerste versie van dit artikel verscheen in augustus 2004.
De verschillende pagina-onderdelen worden visueel onderbroken door fleurons.

logo
Tekenen met Rood Natuurkrijt
(red chalk, pierre sanguine)

Laatst bijgewerkt: 14 mei 2018

Krijttekeningen Fixeren

handleiding vaporisateur-fixateur no1200
Het fixatiefspuitje dient op ongeveer 40 cm. van de te fixeren tekening worden gebruikt.







Tegendruk of contre-épreuve als droge fixatie
De eenvoudigste manier om een rood krijt tekening te "fixeren" is het maken van een tegendruk of contre-épreuve op een vel papier met een ruw oppervlak dat op de krijttekening wordt gelegd en waarop lokaal druk wordt uitgeoefend. Het losse krijtpoeder wordt dan door het bovenliggende vel opgenomen. Vaak wordt de flauwe spiegelbeeldige krijttekening daarna alsnog opgewerkt en kan tevens worden gebruikt als voorbeeld door een graveur of etser. Zo levert één tekening er zelfs twee op.



Philippe de la Hire (1640-1718),
"Traité de la pratique de la peinture"

Académie des sciences (France). Histoire de l'Académie royale des sciences ... avec les mémoires de mathématique, de physique... tirez des registres de cette Académie. 1702-1797.
"Traité de la pratique de la peinture" maakt deel uit van een grotere publicatie over diverse onderwerpen geschreven door  Philippe de la Hire.
Paris, Imprimerie de Jean-Baptiste Coignard fils, 1730, tome IX, pp.635-730.
De
tekst van deze publicatie is mogelijk in onderdelen reeds in Parijs in druk verschenen in de periode 1666-1669 (zie: Sull'Educazione del Pittore storico odierno italiano. Pensieri di P. Selvatico, 1842). 

Onderstaand tekstdeel gaat over het maken van een tegendruk als middel om vlekken van roodkrijttekeningen te voorkomen.
p. 659
"Les desseins hachés à la sanguine sur le papier blanc ont une grande incommodité, car on n'oseroit les frotter tant soit peu sans qu'il y paroisse une tache jaunatre, & même ils se gâtent assés souvent dans un porte-feuille pour peu qu'on les manie & en touchant contre un autre papier, à moins qu’il ne soit bien lissé. On peut remedier en quelque façon à cet inconvenient, fi aussi-tôt que le dessein es fini on mouille le derriere du papier avec de l’eau claire, & lorsque le papier es médiocrement humecté, on en met un autre aussi bien humecté sur le dessein, & qu'on les fasse passer ensemble sous la presse des imprimeurs en taille douce: car par ce moien on cole la sanguine contre le papier, & l'on ôte voutes les petites parties de la pierre qui étoient sur les grains du papier, ensorte que le dessein n'est presque plus sujet à s’effacer.  De plus on a une contre-épreuve du dessein sur l'autre papier,  laquelle a encore assés de force & es fort tendre, car les hachures délicates des demi-teintes sont bien moins dures que dans le dessein. On ne peut pas faire la même chose d’un dessein hasché à la pierre noire, car elle n'es pas grasse comme la sanguine, qui est une espece de bole."


TEGENDRUK VAN SANGUINETEKENING
Met sanguinekrijt uitgevoerde tekeningen op wit papier hebben één groot nadeel, want men kan er niet even luchtig overheen wrijven zonder dat er een geelachtige vlek ontstaat, en zelfs in een [teken]map worden ze dikwijls smoezelig omdat  men ze immers vastpakt en [ze] daarbij een ander [vel] papier raken, tenzij dat goed gladgestreken is. Er is een manier om dit ongemak te verhelpen, indien men, zodra de tekening af is, de achterkant van het papier bevochtigt met schoon water en als het papier niet al te veel vocht heeft opgenomen, men er een ander goed bevochtigd [vel] op legt en men ze gezamenlijk onder de pers doorhaalt van etsplaatdrukkers: want op deze manier drukt men het sanguine[krijt] tegen het papier, en kan men de kleine krijtdeeltjes die aanwezig zijn op de hoogste delen van het papier verwijderen, er voor zorgend dat de tekening nauwelijks vervaagt. Bovendien heeft men een tegen-druk over van de tekening op ander papier, die nog steeds krachtig genoeg en goed doortekend is, hoewel de delicate arceringen van de tussentonen wat minder sterk zijn dan in de tekening. Men kan niet hetzelfde doen met een tekening uitgevoerd in zwart krijt, want dat is niet vettig zoals sanguine[krijt], dat een soort "bolus" is.

JdH.: Uit bovenstaandse tekst blijkt dat in de 17e en aan het begin van de 18e eeuw roodkrijt-tekeningen waarschijnlijk nog niet werden gefixeerd.


1678 Samuel van Hoogstraten (1627-1678), leerling van Rembrandt (1640-1648)
In zijn boek "Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst: anders de zichtbaere werelt" schrijft Samuel van Hoogstraten in het hoofdstuk "Van verscheyde wijzen van teykenen, en stoffen daer toe noodich." op blz 32 het volgende over fixeren van krijtekeningen:
"Maer vreest gy dat uwe teykeningen, met zwart en wit, of ander Kryon gemaekt, mochten afslijten, zoo berey een vierkanten bak met water, doet daer in half Arabysche Gom, en Gom Dragant, zoo veel tot'er vette starretjes op't water drijven, hier zult gy uwe teykeningen deurhalen, doch zoo, dat het Kryon door't insteeken niet afspoele."
JdH: Dit dient in de praktijk nog te worden uitgeprobeerd. Tragant gom drijft in opgeloste toestand als een soort schuimlaag op water waarin ook arabische gom is opgelost. Zie hiertoe de samenstelling van de aquarelverfvloeistof die elders op deze website worden beschreven. Persoonlijk denk ik dat fixeren met een gomoplossing, hoe zwak ook, bij toetredend vocht later de mogelijkheid open glaat dat tekeningen tegen elkaar aan kunnen kleven, aan het glas van een lijst kunnen kleven of aan het passepartout hechten. Dat is voor een verantwoorde conservering van tekeningen zeker af te raden.


Fixeren van roodkrijttekening met verdund of schraal bier (1742)
In  "Grosses vollständiges Universal Lexicon aller Wissenschafften und Künste,
Welche bishero durch menschlichen Verstand und Zig erfunden worden. Zwey und Dreyßigster Band Ro-Rz  (Carl Günther Ludovici (1707–1778) (Bände 19–64), Leipzig und Halle, Verlegts Johann Heinrich Zedler.1742. staat op blz. 476 en 477 de volgende tekst:


1742

1742_rotheltekst
______________________________
Röthel, Röthelstein, Rötel, Rötel- 
stein, Rothstein, Berg Röthel, Röthe,
Rothe Kreide, Lateinisch Rubrico, Rubrica
fabrilis, Rubrica montana, Terra finopica,
Französisch  Craion, Craion rouge, Craie rouge, Griechisch Miatec, ist eine Art Kreide oder rothe Er- de, die sich vornemlich in Cappadokien in den Stein-

 brüchen findet. Es giebet ihrer allerhand  Sorten deren einige nur einfärbig andere aber gefleckt sind. Einige sehen aschfarbig und sind fet-
 tig andere hart und trocken. Die Handwercks-Leu- te brauchen sie zum Reiffen und Linien zühen und die Mahler zu ihren Zeichnungen. Will man ein recht schönes Röthelstücke zeichnen, so muß man Acht ge- ben daß der Röthel wohl schreibe, nachmahls schnei- de man ihn fein zart und mahle seine Kupffer damit, je schwärzere Drucke nun auf dem Kupffer, je mehr mache man Striche auf seine Zeichnung mit Röthel, und treibe diese fein gemach mit ein wenig ftarck zu- fämen gerollter Baumwolle oder einem abgeschnit- tenen Pinsel unter einander. Man muß aber die höchsten Höhungen schonen daß sie der Grund des Papiers bleiben hernachmahls daß der Röthel bleibe zühe man das Stücke durch Haus-Bier oder Kofend.  Der Röthel muß eingefaffet werden, sonst wird er vom Schweife der Hand fettig und verdirbet. Sonst kan man den Röthel auch brauchen, allerhand Kupfferstiche damit auf das genaueste abzu  zeichnen: man nehme z B. ein Blatt Papier, schabe Röthel darauf und streiche ihn mit ein wenig Papier herum so wird das Blatt roth gefärbet werden,  dieses lege man auf ein weiß Papier so daß der Röthel auf das weiße Papier zu liegen komme, lege den auf die weiße Seite des Blattes das Kupfferstücke,  zeichne mit einem stumpffen Griffel die Hauptriffe des Kupffers hernach hebe man das Kupffer und  Röthel Blatt ab so werden auf dem weißen Papier alle Riffe des Kupffers auf das genaueste abgezeichnet stehen.


Vertaling in het Nederlands:
"Röthel, Röthelsteen, Rötel, Rötel-steen, roodsteen, Bergrood, Roodsel,  Rood krijt, Latijns Rubrica, Rubrica  fabrilis, Rubrica montana, Terra Sinopica,  Frans Craion, Craion rouge, Craie rouge, Grieks Miatec, is een soort krijt of rode aarde die zich hoofdzakelijk in Cappadocië in de steen- groeven bevindt. Er komen allerlei soorten [röthel] voor waarvan sommige slechts één kleur bezitten, andere echter gevlekt zijn. Sommige zien er askleurig uit en zijn vettig andere zijn hard en droog. De handwerkslieden gebruiken het om te schetsen /contouren aan te brengen en lijnen te trekken en schilders [gebruiken het] bij het tekenen. Wil men een echt mooi röthelwerkstuk maken, dan dient men er op te letten dat de röthel goed schrijft, daarna slijpt men het voorzichtig en tekent zijn kopergravure na, hoe donkerder de afdruk is des te meer streken brengt men met röthel aan op zijn tekening en verbindt die als dat is gedaan met elkaar (doezelt die) met [behulp van] een enigzins stevig opgerolde dot katoen, of een afgesneden penseel (zachte borstel). Maar men moet de hoogste “lichten” ontzien, zodat die  uitgespaard blijven; vervolgens doordrenkt men, om de röthel te laten hechten, het [werk]stuk met verdund of schraal bier. De röthel[stift] moet omwikkeld worden, anders wordt hij door zweet van de hand vettig en onbruikbaar.  Anderzins kan men de röthel[stift] ook gebruiken om allerlei soorten gravures nauwkeurig te kopiëren: neem bijvoorbeeld een vel papier, doe er wat röthelpoeder op en verdeel dat zodanig over het papier dat het blad rood gekleurd wordt, leg dat vel op een vel wit papier, zo dat de röthel op het witte papier komt te liggen, leg dan op de witte kant van het blad de kopergravure[afdruk], teken met een stompe griffel[leisteen] de hoofdomtrekken van de gravure, tilt men daarna de kopergravure en het Röthelblad op, dan  zullen op het witte papier alle omtrekken van de kopergravure[afdruk] uiterst nauwkeurig afgetekend staan."


Opm. JCdH:
Wat opvalt aan bovenstaande tekst uit 1742 is het gedeelte waarin over het "fixeren" van
een roodkrijttekening wordt geschreven: "doordrenk de tekening met  Huis-bier of dun/schraal of tafelbier (Duits: kofend; Frans: couvent, Ned: klooster)". 
Het water in "Huis-bier" is vaak afkomstig van een eigen bron of een natuurlijke waterput en bevat dus geen verontreinigingen. Bij het mouten worden gerstkorrels, na ontkieming, enzymvorming en droging omgezet in mout. Bij het brouwen wordt mout vervolgens omgezet in wort. Daarbij wordt zetmeel omgezet in suikers en de eiwitten gedeeltelijk in o.a. aminozuren.   Door het koken van wort in water worden schadelijke bacterieën gedood. Het wortvocht wordt tijdens het kookproces gesteriliseerd en enzymen worden vernietigd. De bacteriedodende hop in bier zorgt zowel voor de smaak als de houdbaarheid ervan. Tenslotte zorgt de gisting ervoor dat suikers worden omgezet in alcohol en koolzuur.  Het (dunne, schrale of scharrebier) voldoet ook niet altijd aan de accijns-eisen, die aan bier uit professionele brouwerijen werden gesteld, omdat het vaak niet is "uitgegist".  Dun of schraal bier werd vroeger ook wel gebrouwen van het laatste restje wort en spoelwater (tafelbier). Er zit minder smaak aan en minder alcohol (zoals bij tafelbier voor bij een maaltijd) in. Verschraald bier is bier dat een tijdje in een glas of bierpul heeft gestaan, waardoor er weinig tot geen koolzuurgas en alcohol meer in zit. 

De suikers en resterende eiwitten, die opgelost in het bier zitten, dienen na droging voor hechting van het krijtpoeder aan het papier. Een manier om dit te bereiken is het blad papier "op te spannen" door het met de betekende kant bijv. op een plaat multiplex te leggen, de witte kant met een in schraal bier gedrenkte spons te bevochtigen
waardoor het papier uitzet in de lengte- en de breedterichting, het dan rondom vast te plakken met tweezijdig bevochtigde stroken gegomd plakband en het tekenblad dan laten drogen.  Het vel papier droogt dan vlakgespannen op en dient daarna losgesneden te worden.  Of eventuele overgebleven gistcellen naderhand tot schimmelvorming in het papier leiden is onbekend.  Een kenmerk van verschraald of verdund bier is dat het koolzuurgasgehalte van dat bier zeer gering is.  De ongewenste oplossende reactie van koolzuurgas met krijt kan daardoor worden vooorkomen. 


Of er in 1742 ook al een fixeerspuitje ter verstuiving van bijv. een opgeloste vernis op de betekende zijde van een vel papier werd gebruikt is onduidelijk. Waarschijnlijk bestond een dergelijk instrument in 1742 al. Het verstuiven van parfum was in de 18e eeuw en lang daarvoor al aan de orde. (zoek op internet onder de trefwoorden Mouth Atomizer/Fixative Atomizer  - Mund Zerstäuber/Fixativspritze/Fixateur - atomiseur à bouche/ pulvérisateur de bouche). Er is wel verschil tussen vernevelaars (pulvérisateurs) die vloeistof naar alle kanten verspreiden en een fixatiefspuitje dat vloeistof gebundeld in een bepaalde richting verstuift.
Omdat er geen instrument wordt genoemd voor het aanbrengen van het verschraalde bier is het aan te nemen dat het vocht via een kwast of spons op de achterzijde van de krijttekening werd aangebracht.
Men kan natuurlijk ook het verschraalde bier uitgieten op een glasplaat en daarop voorzichtig het vel papier met de tekening leggen en het bier laten intrekken zonder dat het bier over de tekening loopt. 
Mogelijk is ook het aanbrengen van bierschuim op de achterzijde van een krijttekening een fixatie-werkwijze geweest.

De opgesomde kenmerken in het begin van de tekst passen bij rötelkrijt zoals dat in o.a. 1742 in het Saarland werd gewonnen. De tekst over het tekenen naar "het koper" past bij de (atelier-) traditie om prenten als tekenvoorbeelden te kopiëren.
Ook opvallend is de opmerking over het omwikkelen (bekleden) van de krijtstift, om het vet worden van de krijtstift door zweet uit de hand tegen te gaan. Dat het omwikkelen ook helpt tegen het afgeven van het krijt aan de hand wordt niet vermeld. Het woord "Röthelstift" staat omschreven op blz. 480: „Röthelstift, ist ein von rother Kreide mit Holz überkleideter, langer u. geschlancker Griffel deffe man sich bei dem Reiffen u. Mustern zu bedienen pfleget."  In 1742 waren er dus al een soort krijt-"potloden".
alinea


alinea

1824 (eerste druk) en later
Volgens H.A. Pierer in de 'Universal-Lexikon der Gegenwart und Vergangenheit enz.', Altenburg, 1844, 
p. 422,423 en 424fixeert men houtskool-tekeningen en waarschijnlijk ook roodkrijt-tekeningen als volgt: (eerst een beschrijving van een tekenplank en een houten raam met inzetraam, daarna een beschrijving van de wijze van opspannen en fixeren):

"Réissbret, glatte hölzerne Tafel, auf welche ein Bogen Papier geklebt wird, um auf denſelben zu zeichnen od. zu malen. Ehe der Bogen Papier aufgeklebt wird, feuchtet man ihm etwas an, damit er ſich ausdehnt u. trocken geworden deſto glätter auf dem Reißbreite liegt. Das Aufkleben geſchieht mittelſt Kleiſters od. Leims, welcher aber nur da aufgeſtrichen wird, wo der Rand des Papiers zu liegen kommt.
Ein andres R. beſteht aus einen hölzernen Rahmen, welcher auf der innern Seite einen Falz hat, in dieſen Rahmen paßt eine hölzerne Tafel, welche ebenfalls am Rande einen Falz hat. Auf dieſe Tafel wird der angefeuchtete Bogen Papier ſo glatt als möglich gelegt u: mit derſelben in den Rahmen geſetzt; 2 auf der Rückſeite einzuſchiebende Riegel drücken die Tafel ſo feſt an den Rahmen, daß das Papier beim Trocknen nicht nachgeben kann u. nun glatt ausgeſpannt bleibt. (Fch.)"

"Rèisskohle, Stifte von Holzkohlen, mit welchem kleinere u. grö
ßere Zeichnungen ausgeführt, auch wohl die Umriſſe eines Gemäldes vorgezeichnet werden; ſie kann leicht weggewiſcht od, weggeblaſen werden, wodurch ſie ſich vorzüglich zu Entwürfen eignet, weshalb aber auch eine damit (auf geleimtes Papier) gefertigte Zeichnung nur vermittelst Fixirung (durch Waſſerdämpfe) geschutzt werden muß. Man nimmt zu der ÜR vorzüglich Linden-, Weiden-, Haſel-, Rosmarin-, Pfaffenhütchenholz, die zu einem kleinen Bündel gebundnen Stäbchen werden in Thon geſchlagen, auch in einen alten Piſtolenlauf geſteckt u. ſo im Feuer verkohlt. (Fch.)"

N.B. JdH.: De eerste wijze van opspannen van een vel tekenpapier is mij goed bekend van mijn opleidingstijd als tekenleraar. Alleen was dat meer om de spanning uit een gewoon vel tekenpapier te halen waarop vervolgens aan aquarel werd gemaakt. Je hebt dan geen duur aquarelpapier nodig. Let er wel op dat de gegreinde zijde boven ligt. Voor fixatie van een krijt- of houtskooltekening wordt een blad papier, voorafgaand aan het tekenen, aan de bovenkant met lijmwater bestreken,
alvorens het vel aan de randen vast te zetten. Dat biedt mogelijkheden tot fixatie van een krijttekening zonder fixatief op basis van alcohol of drijfgas. Na het tekenen op het gedroogde en strakgetrokken vel papier dient de plank met het vel dan wel even boven de stoom van een fluitketel of Cooker te worden gehouden om de lijm een verbinding aan te laten gaan met het krijtpoeder. Tegelijkertijd laat de rand los door  de inwerking van de stoom aan de randen.
De manier van werken met een plank in een lijst lijkt op een schildersdoek in een schilderijlijst.
De latjes dienen om het gelijmde papier niet aan de randen van de lijst vast te laten plakken. Ook in dit geval vooraf goed kijken of de gegreinde kant boven ligt. Veeg het hele vel papier in met lijmwater. Sla dan het vochtige papier na het uitzetten voorzichtig om de plank heen en plaats de plank met het vochtige, aan de bovenzijde van lijm voorziene papier, tussen de latjes in het raam. Laat het papier goed drogen alvorens te gaan tekenen.
Zelf  'Kleister' of lijm maken (voor papier maché bijv.): Neem een kopje bloem en doe daar wat water bij. Roer het mengsel goed door elkaar. Veeg de lijm uit met een schone spons gedrenkt in het lijmwater. Een andere manier om tekenpapier te lijmen: neem een schone aardappel, snij die door, bevochtig het snijvlak en veeg met de doorgesneden platte kant van de aardappel het vel papier. De lijm om het krijt- of houtskoolpoeder te binden is onzichtbaar maar wel effectief.

hechting krijt op papier: links zonder te bestrijken met aardappel, rechts met
Een door mij uitgevoerde proef (3 sept. 2017) met dezelfde rötelkrijtstift op twee gelijksoortige velletjes handgeschept gevergeerd papier uit 1844 leverde mij het bewijs op dat er bij een veegproef, na blootstelling aan waterdamp van het rechter blad, duidelijk verschil is in hechting van de krijtlijnen. De lijnen op het linkervel zijn smoezelig geworden, op het rechtervel niet. Het velletje papier rechts is bestreken met een doorgesneden aardappel. Het velletje links is dat niet.  Om eventueel meer lijm uit aardappelvocht te laten ontstaan is het ook mogelijk twee vochtige opengesneden aardappelhelften tegen elkaar aan te wrijven alvorens het geconcentreerder aardappelvocht op het papier aan te brengen.  Het is goed denkbaar dat deze wijze van impregneren en fixeren van rood krijttekeningen en houtskooltekeningen al in de 16e eeuw werd toegepast.

Een
niet te zacht gekookte aardappel is ook bruikbaar.

Doe om een potje 'aardappellijm' te maken het volgende:  rasp dan 150 gram geschilde rauwe aardappel en giet bij het raspsel 2 dl. koud water. Roer dit mengsel en zeef het daarna boven een pannetje. Tijdens het zeven worden de stukjes aardappel fijngedrukt zodat er zetmeel vrijkomt. Het zetmeel is de grondstof voor de lijmpasta. Kook daarna de inhoud van de pan gedurende 10 minuten al roerend tot de lijm in de pan de gewenste dikte heeft. Laat de lijm afkoelen en giet de inhoud in een potje. De lijm is nu klaar voor gebruik. Voeg, om de lijm langer te kunnen bewaren, een paar druppels citroenzuur toe.  Zet het potje lijm weg in de koelkast.
  alinea

Wilhelm Ostwald (1853-1932) scheikundige en kleurenleer expert raadt gebruik van bier en (verdunde) koffiemelk echter dringend af, vanwege mogelijke vergeling en kleverigheid. In het algemeen zijn waterbevattende fixeermiddelen niet geschikt voor het vastleggen van krijttekeningen omdat het papier (de drager) bij droging vervormt. De voorstelling wordt daarbij verstoord. Ook het beschermen van een dergelijk tekenvel in een passepartout is een probleem.


alinea

George Harley (John Laporte), Fixeren van krijttekeningen in  het begin van de 19e eeuw
George Harley, GUIDE TO LANDSCAPE DRAWING IN PENCIL AND CHALK. BY GEORGE HARLEY, [....] DRAWING MASTER. London: GEORGE ROWNEY & CO., 51. RATHBONE PLACE. 1848., p 42

"I believe the best way is to wet the back of these drawings thoroughly with gum-mastic dissolved in spirits of wine.*  * The following preparation for this purpose I subjoin from a receipt of Laporte's : — 8oz. rectified spirits of wine, 1 drachm camphorated do., 2 drachms volatile oil of rosemary, 3 drachms fine white resin in powder. To be applied at the back of the drawing."

"Ik denk dat de beste manier [van fixeren] is om de achterkant van deze tekeningen grondig nat te maken [deppen of invegen] met alcohol waarin mastiekhars is opgelost.*  *De hiertoe volgende samenstelling ontleen ik aan een recept van Laporte: - 8oz. gerectificeerde spiritus, 1 drachm kamfer[spiritus] , 2 drachmen vluchtige rozemarijn-olie, 3 drachms fijne witte hars in poedervorm. Aan te brengen op de achterzijde van de tekening."

JdH:
8oz = 225 gr., 1 drachm = 4.37 gram.  De gewichtseenheid drachm is gebaseerd op deze griekse munt, waarschijnlijk omdat mastiek een blanke harssoort in de vorm van tranen is, afkomstig van het Griekse eiland Chios.)
John Laporte (1761-1839), Drawing Master.  Mogelijk is het recept ontleend aan 
John Laporte's:  ‘The Progress of a Water-Coloured Drawing’, 1801 en/of 1812".  (Laporte publiceerde ook: 'Characters of Trees, (1798-1801), 'Progressive Lessons sketched from Nature (1799 - 1805))
George Harley (
(1791-1871), eveeens Drawing Master,  heeft dus één of meer instructieve publicatie van Laporte gekend.
Uit het recept van John Laporte, die als Drawing Master zeker een praktijkdeskundige is, kan men concluderen dat krijtekeningen voor 1839 werden gefixeerd via het aanbrengen van fixatief/ verdunde vernis aan de achterzijde van tekeningen.
In dat licht is het fixeren in 1742 met verschraald bier via het doordrenken van krijttekeningen via de achterzijde ook beter te begrijpen.  De suikers in het bier dienden op dat moment samen met de alcoholresten in het papier te dringen om de krijtlaag aan het papier te hechten.


alinea

Fixeerspuitje als vacuüm- en hogedrukpomp 

Een fixatief spuitje bestaat uit twee haaks op elkaar gemonteerde holle cilinders van verschillende diameter. Het langste en dunste buisje bevindt zich vertikaal voor een deel in de vloeistof.  Het brede en kortere horizontale buisje wordt aangeblazen via de mond.
Via de luchtstroom in het horizontale buisje ontstaat in het verticale buisje een vacuüm.  Daardoor wordt de vloeistof in dat buisje aangezogen en bovenaan via diezelfde luchtstroom verneveld.  De beste afstand tussen vernevelingspunt en tekenvel is 40 cm.
Een op het mondstuk aangesloten plastic slangetje van ongeveer 30 cm. maakt het mogelijk om op iets grotere afstand een tekening te fixeren en voorkomt dat de vernevelde damp op de ogen slaat en eventueel wordt ingeademd.
In teken- en schildermaterialen catalogi aan het einde van de 19e eeuw komen we, waarschijnlijk om dezelfde reden, op parfumverstuivers gelijkend fixeergerei tegen.

krijthouders en fixeerspuitje voor rood krijt (stick holder for red chalk)  doosje bajonet-fixeerspuitje
Een viertal oude krijthouders voor het tekenen met rood (sanguine) krijt en een oud fixeerspuitje met glazen buisjes.  Ernaast doosje van een bajonet-fixeerspuitje. 



Fixeren van (kleine) krijttekeningen met zelfgemaakte schellakfixatief en een fixeerspuitje.

Naslag bij Joseph Meder (Die Handzeichnung Ihre Technik und Entwicklung, Kunstverlag Anton Schroll & Co, Wien, 2e druk, 1923) leverde op blz. 191 e.v. geen antwoord op over fixeren van tekeningen ten tijde van Raphael en Michelangelo. Cennini zegt er ook niets over. Pas in 1753 ontdekt Loriot een fixeermiddel voor pasteltekeningen (het recept hield hij lange tijd geheim). Ontwerptekeningen en voorstudies werden vroeger waarschijnlijk dus niet gefixeerd.

Zelf ben ik  in de zestiger jaren van de 20e eeuw voor het eerst met het fixeren van houtskool- en siberisch krijttekeningen op het formaat van 50x65 cm. geconfronteerd in mijn opleidingstijd op de Koninklijke Akademie voor Beeldende Kunsten in den Haag. Het lokaal waar we tekenden rook na afloop van een dag werken flink naar spiritus/ alcohol en vernis. Het ademhalen werd zo bemoeilijkt dat de ramen open gezet moesten worden. Het drijfgas (CFK's) in bussen met haarlak droeg daar in die tijd zeker toe bij. CFK's zijn zeer slecht voor het milieu en de ozonlaag. CFK's mogen vanaf 1989 dan ook niet meer worden gebruikt.


Krijttekeningen kunnen prima met houtskoolfixatief dwz. blanke schellak in schilfers (schellak waaraan de bruine was is onttrokken) of een kleurloze synthetische harssoort opgelost in alcohol, methanol of ethanol worden gefixeerd.
Ter vervanging van alcohol in zelfgemaakte fixatief werd in de jaren zestig van de vorige eeuw en daarvoor ook wel (blanke) spiritus gebruikt.  Grondstoffen om zelf fixatief te maken voor krijt- en houtskooltekeningen worden vaak in één adem genoemd met laksoorten om meubelpolitoer te maken.  Klik hier voor een bron op internet die bruikbare achtergrondinformatie over fixatief biedt. 

Meder vermeldt ook opgeloste schellak als fixeermiddel.  Het dient in geringe mate, om het papier niet te geel te kleuren, in "Weingeist" (alcohol, ethanol of ethylacohol)  te worden opgelost.  Op internet staat ook ergens dat voor het maken van politoer op schellakbasis 50 gram gebleekte schellak op één liter ethanol een goede dosering is. Om zelf fixatief te maken om krijttekeningen vast te leggen zal dat dus nog minder moeten zijn. Begin met 15 gram schellak op 1/2  liter ethanol en voer zonodig de blanke schellak concentratie geleidelijk op of voeg, ter verdunning, meer ethanol toe.  Probeer op een aantal proefbladen uit hoe wisbaar de krijtlijnen na fixatie zijn.  Giet voor gebruik de heldere fixatief-oplossing over in een andere fles met achterlating van de troebele resten (wasresten en vervuiling).
Men kan als synthetische hars  kleurloze "ketonic resin" of een polyfinylhars op alcoholbasis gebruiken. Synthetische hars is opgelost in methanol <5%.  (=ethanol gedenatureerd met 5% methanol).

De ideale fixatief die ik de afgelopen jaren heb gebruikt en die nauwelijks geparfumeerd was (in tegenstelling tot de huidige fixatief van Talens), was de fixatief op methanolbasis van Winsor & Newton. Men kon daarvan flesjes van 75 cc. t/m 1 literflessen aanschaffen.  Jammer dat die uitstekende fixatief uit de handel is genomen in Europa.  Bij Green & Stone in Londen is het nog wel verkrijgbaar.  Gelukkig biedt Lefranc & Bourgeois nog steeds een soortgelijke volledig kleurloze vloeibare fixatief aan in glazen verpakkingen van 250 en 75 ml.  ("Fixatief synthétique pour fusains et pastels").  Een andere goede vloeibare fixatief is "Fixatif Latour pour pastel tendre" van Sennelier, verkrijgbaar in flesjes van 60 ml.  Ook is er vloeibare fixatief van Daler-Rowney te koop
onder de naam: "Perfix Colourless Fixative" in flesjes van 75 en 175 ml.  Ook de firma Schmincke levert vloeibare kristalheldere "Pastell Fixativ" in een fles met 200 ml.  (in Nederland: Artifac, den Haag voor vloeibare fixatief van Schmincke en Lefranc & Bourgeois)
Zie de website van de  firma Schleiper in België voor een overzicht van deze vloeibare fixatieven


Fixeren en withogingen
voorbeeld van withoging
Withogingen in krijttekeningen verliezen op (licht) getint papier helaas na fixeren de nodige helderheid. Men kan de withogingen na fixatie het beste nogmaals met wat extra druk aanbrengen en de tweede keer ongefixeerd laten.
Hierboven een voorbeeld van een krijttekening van Jan van der Kooi
  met withogingen op grijs papier (afbeelding gebruikt met toestemming van de kunstenaar)


kop, vrij naar Bloemaert  
Ook Abraham Bloemaert maakte regelmatig gebruik van withogingen. Hierbij een tekening van een mannenhoofd geinspireerd door een fragment op één van zijn  krijttekeningen. Het vel papier is zonder gom geprepareerd door het vel éénzijdig met een zeer verdunde waterige oplossing van gele oker met een spoortje rode oker in te vegen met een kwast en het blad daarna te laten drogen. De gebruikte krijtkleuren bij het tekenen zijn: sanguine naturel (Rötel), sanguine 18e eeuw,  gele oker en wit krijt (zie kleurproefjes linksboven).  De gele oker is in enkele gevallen bij correcties als onderstreek gebruikt voor withogingen.  De laatste hogingen zijn niet gefixeerd.

Rembrandt en withoging
Studie van een vrouwenbeen met draperie - Study of the legs of a seated woman, ca. 1628.
(Benesch  0009). Amsterdam, Rijksmuseum. Related to painting of the capture of Samson, dated 1628, in Berlin (Bredius 489). 

twee kleuren rood krijt     detail van krijttekening gemaakt door Rembrandt met withoging
Roodkrijttekening van een vrouwenbeen op wit papier. Op het been zijn boven de knie, op het bovenbeen, aan weerszijden withogingen met wit krijt te zien. Ook op en onder de knie is wit krijt toegepast om de plasticiteit te vergroten. De opnames zijn bij daglicht gemaakt in het Rijksprentenkabinet van de originele tekening zonder een glasplaat ervoor. De strook onderaan de linkerfoto is de afstand van het betekende blad tot het passepartout.  Er is dus geen contact tussen tekening en passepartout. De grein of korrel van het papier is ook duidelijk te zien. 
Rechts is strijklicht benut. Klik op de afbeeldingen voor een grotere afbeelding.  Het blad papier zal bij het ontstaan van de tekening niet spierwit zijn geweest of er is bij weinig licht gewerkt, gezien de toepassing van de withoging.  De hardheid van het witte krijt is optimaal gezien de dunne gearceerde witte lijnen op en onder de knie. Of er Champagnekrijt is gebruikt of een andere witte krijtsoort is onbekend. Op de frontale linkerfoto is er een verschil tussen de krijtkleuren aan weerszijden van het been te zien. De kleur links lijkt meer kastanjebruin en rechts lijkt donker bruin-rood krijt toegepast. Mogelijk is de schaduw vande camera op het beeldvlak daar debet aan.  Op de rechterfoto, die onder een andere hoek is gemaakt, is dat niet zichtbaar. Het verschijnsel laat zien dat verschil in lichtval/ lichtintensiteit bij natuurkrijt de kleurwaarneming beinvloedt.  In veel gevallen wordt de withoging niet gefixeerd of na fixatie nogmaals herhaald om een helderder reflectie te geven.

Inlijsten van krijttekeningen

Het is in ieder geval van belang krijttekeningen zodanig in te lijsten dat het papier waarop is getekend niet in aanraking kan komen met het glas van de lijst.  Het passepartout mag dus niet te dun zijn en al het papier/ karton dat daarvoor gebruikt wordt dient zuurvrij te zijn..  Vroeger werden krijttekeningen net als prenten ingeplakt in boeken om te bewaren.  Door de pagina's bij de binding te voorzien van een verticale kartonnen strook (vgl. klassieke foto-albums) werden in ieder geval de tekeningen niet onder te hoge druk bewaard.  Toch zijn er wel afdrukken op de achterzijde van tegenoverliggende albumbladen te zien. Waarschijnlijk werden roodkrijttekeningen tot en met de 18e eeuw gemaakt met harde compacte natuurkrijtsoorten in kleuren als Sanguine Brun-portrait, Sanguine Naturel, Sanguine 18e eeuw en Sanguine Watteau, niet gefixeerd. Deze kleuren geven ook weinig af bij  het invegen. Kleuren als Sanguine Medicis en Sanguine Sepia, de donkerste krijtsoorten, geven daarentegen meer af en dienen door fixeren te worden beschermd. Vooral zacht, poederachtig, tekenkrijt dient vastgelegd te worden met fixatief.  Doordat in rötel (natuurkrijt uit o.a. Theley) een teer-/olieachtige substantie (bitumen) zit hecht het zich vanzelf beter aan papier dan pastelkrijt dat veel meer op het papier ligt.


Fixeerspuitje gebruiksklaar houden
In oude catalogi van o.a. Bourgois Ainé kom je fixeerspuitjes (vaporisateurs)  in diverse soorten tegen.  Om het opdrogen van fixatief in het lange buisje van een spuitje te voorkomen, kan een iets langer glad stuk koperdraad goede diensten bewijzen.  Schuif, na het fixeren en uitslaan van het langste buisje, een deel van het stuk stroomdraad daarin tot het onderaan het buisje er weer uitkomt.  Buig de rest van het draad bovenaan om.  Zo zit er, na verwijdering van het stuk draad, de volgende keer geen aangekoekte fixatief in het buisje en kan de fixeervloeistof zich probleemloos door het lange buisje verplaatsen.  In één van de doosjes, dat op een brocantemarkt te koop was, had men een paar spelden in de kartonnen wand geprikt om dit effect ook te bereiken.

oude doosjes  voor fixeerspuitjes  handleiding vaporisateur-fixateur no1200  vier oude fixeerspuitjes  vier gedemonteerde oude fixeerspuitjes      

Fixeren van krijttekeningen op gegomd papier
Papier vooraf met arabische gom geimpregneerd
Een oude manier van fixeren is het aanbrengen van een dunne laag (verdunde) arabische gom op tekenpapier voordat men daar met krijt op tekent (vgl. het nat maken, laten inweken, opspannen en laten drogen van gewoon tekenpapier op een plaat multiplex alvorens het te gebruiken als aquarelpapier). Als de krijttekening klaar is wordt het blad met de voor- en achterkant boven de hete stoom gehouden waardoor de gom kleverig wordt en er, na droging, een extra verbinding tussen krijt en papier ontstaat.

Het papier van de linkerbovenhoek van onderstaande tekening  is van tevoren aan de voorzijde geprepareerd met meerdere lagen arabische gom uit een oud Gimbornflesje. Deze gom is iets met water verdund. De rechterbovenhoek is geprepareerd met een enkele laag gomwater uit hetzelfde flesje en de onderste helft is niet geprepareerd.  Het oppervlak van het blad papier is na droging van de gomlagen niet glimmend maar normaal mat. Door de gomlagen is de linkerbovenhoek wel iets donkerder van toon geworden. Na tekenen  met rood krijt op het droge papier is voor- en achterzijde van het blad in een stoombad gehouden. Na droging van het vel is met de hand geveegd over een drietal delen van de tekening. 

Zoals rechts onder te zien is, is het krijt op de onderste helft gemakkelijk uit te vegen als de tekening niet is gefixeerd.  In de rechterbovenhoek gaat het wegvegen boven het oog minder gemakkelijk en linksboven bij het oor en erboven blijven de krijtlijnen (dunne en dikkere) goed zitten ook als er flink wordt geveegd. Gom kan dus ook als fixatiemiddel van roodkrijttekeningen worden gebruikt.

In hoeverre het tekenen met rood krijt op met verdunde arabische gom geprepareerd grijs bedrukt wit enveloppepapier (werkelijke maat 18,5 x 22 cm) een dunnere lijnvoering mogelijk maakt bij het tekenen met een krijtstift is op onderstaande roodkrijttekening niet goed afleesbaar.

alinea


Houtlijmoplossing als milieuvriendelijke fixatief
rood krijt gefixeerd met karnemelk
Begin december 2009 werd ik door een lezeres van deze pagina geattendeerd op een mij onbekende manier om tekeningen te fixeren. Zij fixeert al twee jaar haar tekeningen met karnemelk omdat de academie waar zij studeert  (Kunstacademie in Antwerpen afd. restauratie en conservatie ( dhr.  Verhaeven)) het gebruik van vluchtige stoffen in de werkruimten niet toestaat. Op bijgaande afbeelding is het resultaat van een door mij uitgevoerde proef  met karnemelk als fixatief te zien.

Dat een academie anno 2007 vanwege gezondheid en milieu de vluchtige stoffen weert uit de werkruimtes lijkt me niet meer dan logisch. In mijn academietijd stonden we echt naar lucht te happen als iedereen zijn werkstukken  (stilleven/ kop-/modeltekenen) fixeerde met spiritusfixatief of haarlak. Er moesten altijd ramen open.

Karnemelk als fixatief werkt echt goed. Ik heb het gewoon uit een glas verneveld met een traditioneel fixeerspuitje. De karnemelkfilm (emulsie) droogt wel traag op. Na een half uur was mijn A4 velletje krantenpapier nog steeds niet helemaal droog (kamertemperatuur ongeveer 19 graden) maar toen dat wel het geval was bond de karnemelk de roodkrijtdeeltjes prima op het papier.

De pittigheid van de rode krijtlijnen loopt helaas wel terug. Dat zie je vooral als je langs je tekenvel kijkt. Ter vergelijking heb ik twee doezelpakketjes rechtsonder aangebracht nadat er gefixeerd was en het papier goed droog was. Over de krijtlijnen en het papier ligt een dunne, iets glanzende film. De twee partijen rechtsonder springen er bij zijdelings bekijken direkt uit.  Het dunne papier is wel wat bobbelig na het drogen (is te zien op bijgaande scan). Bij dikker papier zal dat vast minder het geval zijn.

In maart 2011 kreeg ik opnieuw een berichtje van dezelfde lezeres.  Het bleek dat karnemelk als fixatief, bij tekeningen in een vochtige omgeving, tot schimmelvorming kon leiden. Een vervangend middel is daarom een oplossing van houtlijm.
De samenstellingvan de oplossing bestaat uit 40 ml. houtlijm op 100 ml. water onder toevoeging van 1 ml. Dettol (tegen schimmelvorming).  Als men over gedestileerd water beschikt kan Dettol achterwege blijven.  De zo vervaardigde fixatief kan het best met een airbrush worden verneveld.  Voor klein formaat tekeningen is m.i. het gewone fixatiefspuitje ook bruikbaar.

In de brieven van Vincent van Gogh is sprake van melk die hij op glimmende grafietstiftvlakken aanbrengt om ze minder te laten reflecteren. "Ik heb het graphiet liever in zijn natuurlijken vorm dan zoo bijster fijn gezaagd in de dure fabers. En het blinken gaat weg door ’t fixeeren met melk. Als men buiten zit & werkt met conté weet men door ’t schelle licht niet regt wat men doet & merkt dat ’t te zwart is geworden maar graphiet is eer grijs dan zwart en men kan altijd nog een paar octaven er bij krijgen door er op nieuw in te werken met de pen zoodat de sterkste krachten graphiet toch weer licht worden door ’t repoussoir van de pen."
Vincent van Gogh aan Theo van Gogh.    Den Haag, maandag, 1 mei 1882.

alinea



Stiften waarbij fixeren onnodig is:

Waskrijt stiften

Harde blanke bijenwas (zonder terpentijn) waaraan, in gesmolten toestand, de lichte gradatie dodekop pigment is toegevoegd levert een sanguinekleurige tekenstift op die bij geringe drukverschillen een zeer gevarieerd  lijnenscala laat zien. De stift is uitstekend met een mesje te slijpen en van een scherpe punt te voorzien en slijt tijdens het tekenen niet al te snel. Heel misschien heeft Michelangelo dit soort stiften soms ook gebruikt. Zie voor een proefje van mijn hand bijgaande afbeelding. De tekening is op ware grootte (7,4 x 8 cm.) afgebeeld.  De afbeelding van de stift met houder (rechts) is dubbel zo groot als in werkelijkheid.

tekening met sanguine tekenstift op bijenwasbasis   detail van stift in houder   
De getekende lijnen tonen bij beschouwing onder een zijdelingse hoek dezelfde matheid als lijnen getrokken met een 'droge' krijtstift (natuur- en/of kunstkrijt). Dat in tegenstelling met kleurpotloodlijnen. Nadeel voor beginnende tekenaars is dat de waskrijtlijnen niet met kneedgum zijn te corrigeren. Voordeel is echter het ontbreken van de noodzaak om de tekening te fixeren. Toch bezit dit krijt helaas niet de voordelen van kleihoudend tekenkrijt. Het is niet 'wasbaar' met water (wel in geringe mate met een alcoholoplossing van 96%), het is niet te doezelen met een doezelaar en te bewerken met een tortillon (ook wel gespeld als tortillion), het blijft in de lijnvoering te dicht bij kleurpotlood (niet levendig genoeg). Bovenstaand testje heb ik uitgevoerd op 18 juli 2009. 
De dag ervoor kwam ik op internet een artikel tegen van
M. Stephen Doherty getiteld: "Materials and Techniques of Renaissance Drawing". Dit artikel is te vinden in het Amerikaanse blad "Drawing" van 10 augustus 2004. Wat mij opviel was het feit dat onafhankelijk van elkaar Matthew J. Collins en ik het in 2004 al hadden over de problematiek om het krijt van de oude meesters op te sporen. Helaas is rode bolus of terra di Pozzuoli (zonder vermelding van variaties in hardheidsgraad) niet het klassieke roodbruine krijt waar ik naar zoek. De link naar een firma voor tekenmaterialen in Florence, aan het eind van het artikel van Stephen Doherty, wekt echter wel enige hoop. Navraag bij deze Florentijnse firma leverde echter geen nieuwe gezichtspunten op. Een pigmentfirma waar ik al eerder contact mee heb gehad is ook daar de leverancier van het rode krijt.

alinea

conté no 512 mines rouge
Parijs, begin maart 2007
Tijdens mijn bezoek op een zaterdag aan de Marché VERNAISON in Parijs kon ik mijn verzameling
oude krijtstifthouders (portes-crayon) met enkele mooie exemplaren uitbreiden. Ik kreeg zelfs bij deze aankoop een oud doosje rode kleurstiftjes cadeau.
Het opschrift op het doosje luidt:  'CONTÉ No 512 ROUGE 6 MINES Petit Format Long 5c pour Portemine de BUREAU No 507 Made In France'. Aan de buitenzijde van de stiftjes, die een diameter van 3 mm. bezitten,  zit een droge, poeder-/wasachtige substantie. Even dacht ik een bijzonder soort rood krijt van Conté op het spoor te zijn maar dat bleek, na vergelijkbaar warenonderzoek thuis, toch niet het geval. Het waren 'niet droge' kleurkrijtjes.

Tekenen met vet rood krijt in de 18e eeuw
Van de Belgische kunstenaar Suvée, Joseph Benoît (Brugge 1743 – 1807 Rome) is in het Brugse Prentenkabinet een tekening in sanguinekrijt van de tempel van Vesta bekend met een bijbehorende afdruk in spiegelbeeld: een contre-épreuve. Opvallend zijn de fijne détails op beide voorstellingen.
Suvée verbleef voor het eerst van 1772-1778 in Rome. Hij maakte bij het tekenen op papier een aantal keren gebruik van scherp gepunt, vettig krijt
De Tempel van Vesta heeft hij vanuit zeer laag perspectief naar de werkelijkheid getekend. Door het gebruik van vettig sanguinekrijt (een soort vetkrijt) kon Suvée van dit blad een ‘contre-épreuve’ of tegendruk (gespiegelde afdruk) maken. Onder druk (bijv. met een koude strijkbout) kan men op deze wijze van een 'vetkrijttekening' een afbeelding in spiegelbeeld maken. Deze meestal unieke tegendrukken van tekeningen werden door de kunstenaars zelf bewaard of tussen kunstbroeders onderling uitgewisseld. Kopieer de naam: "Joseph Benoît Suvée" en zoek via bijgaande URL.

alinea

Tekenen met een rood krijt stift waaraan wat zeep is toegevoegd

In oktober 2010 kwam ik een beschrijving tegen van rood krijt in 'Nieuwenhuis' woordenboek van kunsten en wetenschappen, Volume 8, uit 1863. Zie menu-onderdeel "Rood Natuurkrijt/ literatuur" elders op deze website.
"ROOD KRIJT is eene delfstof, welke bestaat uit eene innige vermenging van klei met rood ijzer-oker, rood ijzer-oxyde, of eene verscheidenheid van rood thon-ijzersteen, hetwelk in thonschiefer voorkomt, onder anderen bij Saalfeld, Neurenberg, voorts in Hessen, in Tyrol en andere plaatsen. Het gesteente is bruinachtig rood van kleur en heeft de eigenschap van af te verwen , en kan als zoodanig tot teekenen en schrijven gebruikt worden, tot welke doeleinden het in stiften wordt gezaagd, die hetzij op zich zelven gebruikt, of even als potlood in houten kokers gestoken worden. Nog beter beantwoorden ze aan haar oogmerk, wanneer het R. K. tot poeder gebragt, geslempt en met eene oplossing van gom aangeroerd wordt; op welke wijze de kunstmatig gevormde Engelsche en Parijsche roodkryt-stiften bereid worden. Is er tevens een weinig zeep bijgevoegd, dan strijken zij nog ligter aan, en de streep wordt daardoor donkerder en glansrijker. De aldus bereide stiften moeten op vochtige plaatsen bewaard worden, opdat zij niet uitdroogen." (einde beschrijving)

Hieronder is een door mij uitgevoerd proefvelletje te zien.
Links is gekrabbeld met een droog, zeep bevattend, rood krijtstiftje gemaakt van rode bolus, evenveel zeepschraapsel en wat gedestilleerd water. De pasta is na indroging maar voor het uitharden gerold in stiftjes tussen twee handen. Rechtsboven is gekrabbeld met rode bolus in natuurlijke vorm en rechtsonder is gekrabbeld met een vochtig, zeep bevattend, rood krijtstiftje.  Het effect van zeep, toegevoegd aan rood krijtstiften, biedt als voordelen dat:
- het krijtstiftje gemakkelijker over het papier glijdt en
- er na nat maken (aan vochtig sponsje in krijtbakje of met spuug) van het stiftuiteinde lokaal extra donkere accenten zijn te zetten (bijv. handig bij portrettekenen) en
- de krijttekening beter veegvast is. Eigenlijk levert de toevoeging van zeep een krijtsoort op die tussen droog en vet krijt in zit.

De functie en indeling van het afsluitbare zinken bakje in oude aquarelkistjes is mij door dit proefje ook beter duidelijk geworden.
Wellicht dient in het kleinste compartiment een vochtig sponsje te zitten om de conditie van het krijt optimaal te houden.
De conclusie kan ook worden getrokken dat er al lang voor 1863 (in ieder geval vanaf ca. 1830) sprake was van het vochtig houden van krijtstiften (vanwege toegevoegde zeep?).
Zeep die uitdroogt gaat barsten vertonen en valt in stukken uit elkaar. Datzelfde verschijnsel kan zich voordoen bij droge krijtstiften, waaraan zeep is toegevoegd.  

Afbeelding van Schaliekrijt
SCHALIEKRIJT (black shale) Zie ook: Discussie op Wetcanvas over zwart natuurkrijt
Toch is het de vraag of de zinken krijtbakjes niet vooral bedoeld waren om sommige soorten hard zwart krijt (bijv. schaliekrijt uit Ierland) vochtig te houden. Schalie is ‘versteende’ klei die bij verwerking tot een stift snel breekt in vrij dunne plakjes. Sommige soorten zijn vrij zacht en eroderen snel, andere zijn wat harder. Het blijkt dat schaliekrijt bij bevochtiging met water juist beter is te gebruiken voor tekeningen op klein formaat. De lijnen die worden getrokken met vochtig zwart schaliekrijt zijn zwarter dan bij droog gebruik. Het schaliekrijt dat in mijn bezit is, kan het beste worden gebruikt op stevig dun papier dat is bevestigd op een harde ondergrond. Bij het tekenen met schaliekrijt dient iets meer druk te worden uitgeoefend dan bij tekenen met rood krijt.
zeep bevattende rood krijt stift   waterverfkistje met zinken krijtbakje
Proefvelletje (klik op afbeelding voor groter formaat)  en aquarelkistje (naar Engels model uit ca. 1830) met geopend zinken krijtbakje.

alinea

Een interessant artikel over fixatief is "THE SHIFTING FUNCTION OF ARTISTS' FIXATIVES" door  MARGARET HOLBEN ELLIS.  Haar tekst verscheen in JAIC 1996, Volume 35, Number 3, Article 5 (pp. 239 to 254). 
In één van de noten verwijst zij naar een artikel van Marjorie Shelley, A Disputed Pastel Reclaimed for Degas: Two Dancers, Half-Length. Bij dat artkel staan twee noten die over fixeren van pasteltekeningen gaan: nr. 27 en 31.
Ook Henley's 20th century home and workshop formulas, recipes and processes. New York: Norman W. Henley Publishing Co. is een opvallende bron. Deze bron uit 1914 is gebaseerd op een eerdere uitgave van de Amerikaan Gardner Dexter Hiscox (1822?-1908),  als auteur van een tekst over het fixeren van geschreven tekst en tekeningen door onderdompeling in "skim milk" (afgeroomde (= magere) melk).

"FIXATIVES FOR CRAYON DRAWINGS, ETC.
I.—Parts by Weight: - Shellac: 40, - Sandarac: 20, - Spirit of wine: 940
II.—During the CivilWar, when both alcohol and shellac often were not purchasable, and where, in the field especially, ink was almost unknown, and sized paper, of any description, a rarity, men in the field were compelled to use the pencil for correspondence of all sorts. Where the communication was of a nature to make its permanency desirable, the paper was simply dipped in skim milk, which effected the purpose admirably. Such documents written with a pencil on unsized paper have stood the wear and rubbing of upward of 40 years.
To Fix Pounced Designs-- Take beer or milk or alcohol, in which a little bleached shellac has been dissolved, and blow one of these liquids upon the freshly pounced design by means of an atomizer. After drying, the drawing will have the desired fixedness. (Hiscox 1914, 344)."

De Civil War was in Amerika van 1861 tot 1865. "Skim milk" kan dus al geruime tijd daarvoor (17e en 18e eeuw) zijn gebruikt.  
Dat zou m.i. (JdH) dan wel bij oude tekeningen te zien moeten zijn aan een bepaalde "film" die over het tekenblad ligt.
Vraagt nog om nader praktisch onderzoek (JdH, mei 2017).






alinea

Reacties en aanvullingen op bovenstaande onderzoeksresultaten of tips voor verder onderzoek zijn van harte welkom. Stuur een e-mailberichtje naar: jcdh
alinea


Contains / containing: red chalk, rood krijttekening, krijttekening, Sanguina, Sanguinas, Sketches, Sketched, Schémas, Croquis, Zeichnungen, Skizzen, dessin, dessiner, Tekening, Schets, Sanguina sobre papel, rood krijt, sanguine chalk, Bergrot, Eisenrot, Rotocker, Rotstein, Rubrica, red chalk drawing, red drawing chalk, crayonnées avec de la sanguine, le crayon rouge, terre rouge, de la pierre d'Italie, sanguine d'Angleterre, la pierre de sanguine, craie rouge, lapis rosso, rode bolus, red bole, terra di Pozzuoli, disegnare, disegni , sanguigna, disegno a sanguigna, sanguine brûlée (reddish-brown chalk), tiza roja, red chalk, gis rojo, sanguine pencil, pierre sanguine, sanguinekrijt, sanguine chalk, sanguine crayon, crayon sanguine, chalk crayon, red crayon, red clay, red chalk sticks, red chalk drawings, sanguine drawings, Red Bole, Bolo Rosso, Terre Bolari, Bolo Color Brunus, Terra Sigillata, Bolo di Boemia, Terra di Lemnos, Bolo Orientale, Argilla Ocrosa, Bolo Armeno, Bolo Armeniacos, Gilders Clay (red bole), lápiz rojo, roodkrijttekening ;