homepage
portfolio
rood natuurkrijt/ red chalk
curriculum
kalligrafie/ calligraphy
galerie/ gallery
bibliotheek/ library
schilderskisten/ artists paint boxes
sitemap
Translation into English of this page by Google
(If the translation into English of this page is not completed
 then go back to the Dutch page and click the translation link again.)

Zoeken binnen website

HOMEPAGE
portfolio
rood krijt/ red chalk
 ° Inleiding
    Papierpreparatie
    Krijtstiften
    Grondstoffen
    Krijtstiften maken
    Krijtstiften slijpen
    Krijtkleuren
    Hanteringswijzen
    Corrigeren krijtlijnen
    Krijthouders
    Krijttekeningen fixeren
    Krijtstiften opbergen
    Literatuur
curriculum
kalligrafie/ calligraphy
Gallerie/ Gallery
Bibliotheek/ Library
SITEMAP

Dit artikel incl. de afbeeldingen is auteursrechtelijk en copyright -technisch eigendom van Jaap den Hollander (Copyright© 2019).   Overname of verwijzing is alleen toegestaan na toestemming van de auteur.
e-mail: jcdh
De eerste versie van dit artikel verscheen in augustus 2004.
De verschillende pagina-onderdelen worden visueel onderbroken door fleurons.


Laatst bijgewerkt: 6 oktober 2019

logo
Tekenen met Metaalstift en gebonden pigment in stiftvorm omstreeks 1500

Kopie naar tekening Raphael (rood krijt, red chalk)
Kopie naar tekening van Rafaël in rood krijt (sanguine van Conté) (red chalk) op chamois Ingres papier van Harris. Klik op afbeelding voor groter formaat .

Rood natuurkrijt is verkrijgbaar via
:
 https://www.kremer-pigmente.com/de/roetel-in-stuecken-geschnitten-12480.html




Inhoud: Kern van 'Kidney Ore Hematite',
stift van 'Pencil Ore Hematite', stiften van met gom gebonden Hematietpoeder, Schisteus Hematiet, Rötelstein


alinea
Als inleiding op de hierna volgende hoofdstukken op deze pagina treft u in bijgaande studie informatie aan over 'Het tekenen met roodkrijtstiften omstreeks 1500 in Italië'.
U kunt dit PDF-bestand (met enkele aanpassingen d.d. 17 maart 2018) hier downloaden.

Ook het volgende bestand over 'Proeven met hematiet houdende mineralen met een rode streepkleur' (PDF-bestand (d.d. 6 februari 2018, grootte 3,2 MB) kunt u hier downloaden.



fleuron8

________________________________________________________________________



Bijlagen



Overzicht van metaalstiften als tekenmaterialen en tekeninstrumenten

krijtstiften en metaalstiften    

De illustraties tonen enkele uitgewerkte zilverstifttekeningen op geprepareerd papier.

zilverstift1, tekening op geprepareerd papier (chinees wit met spoortje gele oker)  zilverstift2  
Niet te koop

attributen voor het tekenen met zilverstift en terra die pozzuoli
In mei 2013 heb ik een proefje uitgevoerd met zilverstift als ondertekening en zog. Terra di Pozzuoli-krijt (mogelijk een harde kwaliteit rode bolus) als uitgewerkte rood krijttekening op een geprepareerd vel papier. Het papier was door mij voorzien van een dunne laag witte plakkaatverf.  Ook preparatie met Chinees wit (zinkoxydepoeder met wat arabische gom) levert goede resultaten op. Bijgaand resultaat laat zien dat de krijtlijnen dan zeer dun kunnen worden aangebracht. Ze zijn bijna net zo dun als zilverstiftlijnen. In het kistje zijn een aantal objecten uitgestald ten behoeve van het tekenen op geprepareerd papier.

In maart 2014 is getest of droog papier dat met speksteenpoeder of talkpoeder (heel fijn krijtpoeder) is ingewreven dunne roodkrijtlijnen oplevert met het zog. Terra di Pozzuolikrijt of een harde vorm van rode bolus. Deze test leverde een zeer onbevredigend resultaat op. De papierporiën raken  verstopt door het talk- of speksteenpoeder en de krijtstift glijdt, zonder een spoor achter te laten, over het papier heen.

Hardheden van tekenstiften
Speksteen of Talk in minerale vorm heeft een hardheid van 1 op de zogenaamde schaal van Mohs. "Hard" of gehard (gegloeid) rood krijt heeft daarmee vergeleken een hardheid van ongeveer 1,25. De hardheid van grafiet, lood en tin is 1½ bij Mohs. De hardheid van deze laatste drie mineralen verschilt echter onderling op papier bij gebruik als tekenmateriaal. Een grafietstift vraagt minder druk dan een loodstift om mee te tekenen op papier. Een loodstift vraagt weer minder druk dan een stift van tin om mee te tekenen op papier.
Zulke metaalstiften kan men zelf maken van soldeertin (een platte staaf soldeertin zonder harskern van meer dan 30 cm. lang,11 mm. breed en 2 mm. dik, bestaande uit 33% tin en 67% lood,, die loodgieters gebruiken). Knip een deel van zo'n staaf overlangs middendoor en modelleer het stuk soldeertin tot een stift van ongeveer 3 mm. diameter. Slijp er met fijnkorrelig schuurpapier een punt aan.
Gips heeft een hardheid van 2 op de schaal van Mohs. De hardheid van fijnzilver = 2½. Fijn zilver (99,9% zuiver zilvergehalte) is bij edelsmeden los te koop in druppelvorm en soms in staafjesvorm als gietkanaaltje. In een bepaald soort stifthouder kun je met een stukje van één cm. lang en 1½-2 mm. diameter al een leven lang toe. In de 16e eeuw hebben diverse tekenaars zilverstift gebruikt. Ook Rafaël gebruikte een metaalstift in zijn roodkrijttekeningen voor de ondertekening of ruwe schets. Maar mogelijk ook bij de uiteindelijke uitwerking. Bij zilverstifttekenen is een droge preparatie van de ondergrond om deze wat ruwer te maken (bijv. met wat wit krijtpoeder, roodkrijtpoeder of puimsteenpoeder) aan te raden.  Ook is het mogelijk een dunne laag aquarelverf (bijv. chinees wit = mengsel van zinkwit pigment en wit krijt) of heel lichtgetinte gouacheverf (zit ook krijt in) als impregnering te gebruiken. Zelf heb ik een geslaagde test uitgevoerd met een dunne laag witte plakkaatverf als impregnering bij het tekenen met een zilverstift.  Bij tekenen met een hermatiet-stift kan een droge preparatie met fijn aluinpoeder ook goede resultaten laten zien.

Kleuren van metaalstiften (willekeurige volgorde) op geprepareerd papier/ perkament na verloop van tijd onder invloed van oxidatie/ corrosie/ preparatiemiddel enz.
Preparatie met droog fijnkorrelig poeder van puimsteen/ kippenbotjes-as/ wit krijt e.d.) (onder constructie 6 juni 2017):
Aluminium-stift (zilverkleur) -> lichtgrijs, oxyderend naar ????
Brons-stift (90%-70% koper en 10%-30% tin) goudkleur ->  grijsbruin
Geelkoper (messing: koper 55-70% en zink 45-30%)-stift (geelgoudkleur) -> grijsbruin, oxyderend naar groen  (te hard volgens Meder)
Glaskop Hematiet-stift (roodbruin, bepaald gedeelte van glaskop mits op geprepareerde papieren ondergrond, vgl. zilverstift) -> roodbruin
Pencil Ore of Needle Ore Hematiet-stift (mits papieren ondergrond geprepareerd) -> roodbruin
Goud-stift (goudkleur) -> grijze kleur, stabiel  (te hard volgens Meder)
Lood-stift (zilverkleur) -> zacht lichtgrijs/ zwart (Bleistiftgriffel, te zacht volgens Meder) echter wel geschikt om te oefenen alvorens met een zilverstift te tekenen
Roodkoper-stift (goudkleur) -> grijs, oxyderend (oxydatiekleuren, naar bruinrood/ zwart  - te hard volgens Meder)
Soldeertin-stift (70% lood en 30% tin/ zilverkleur) -> grijs, geschikt om te tekenen op papier echter beperkte contrastwaarden
Tinstift van giettin (zilverkleur) -> grijs oxyderend naar donkergrijs  (94% tin, 4,5 % antimoon en 1,5% koper. Harder dan lood, minder zwart dan lood, te zacht volgens Meder)
IJzer-stift (grijskleur) -> grijskleurig oxyderend naar roestbruin (in vochtige omgeving?)  Bestaat er hematiet in een naaldvorm verwant aan zwart hematiet die naar roodbruin oxydeert?  Zou 'pencil ore' of 'needle ore' zijn.......Schijnt uit Engeland of Duisland te komen.....
Zilver-stift van fijn zilver (99,9%) (zilverkleur) -> zeer lichtgrijs oxyderend naar (licht)bruin/ purper, groen, oranje-bruin, donkergrijs (zwart). Div. kleuren mogelijk o.i.v. omgevingsklimaat. Zie bijgaande link.
Zink-stift (grijskleur) -> oxyderend naar groengrijs

Op basis van eigen experimenten met een aantal van bovenstaande metaalstiften heb ik voorzichtig de conclusie getrokken dat een bepaald deel van glaskophematiet (= 'kidney ore hematite')  of 'pencil ore hematite' en eventueel ook 'needle ore hematite'  in natuurlijke vorm, mogelijk de kleur en lijnvoering verklaren van een aantal roodkrijt tekeningen van Rafaél in de periode 1510 tot  1520.
Graag verneem ik nog andere vindplaatsen in de vakliteratuur over tekenen met metaalstiften op geprepareerde gronden.  Geraadpleegd zijn al Baldinucci, Cennino Cennini, Bienvenuto Cellini, Vasari en Borghini en Joseph Meder.  Daarnaast hedendaagse bronnen op internet.

Bepalen van steepkleuren van mineralen
Zoeken op internet leverde een samenvatting met een uitgebreid overzicht op. Zie daartoe de Mineralen Determinatie Gids van Paul Tambuiser 
In deze gids wordt de streepkleur bepaald op een porseleinen plaatje. Helaas dus niet op papier of op met puimsteen geprepareerd papier. Desondanks biedt de gids toch een referentiekader.


Het bepalen van streepkleuren van rood-tekenende mineralen


Van de rood tekenende mineralen/ ertsen heb ik de volgende uitgefilterd:
- Manganiet  (donkerbruin tot roodbruin)
- Cupriet  (bruinrood)     Nog een link
- Hematiet  (dieprood tot bruinrood, roodbruin)   Zie verder onderzoek hierna over harde rode mineralen
- Koper (koperrood -> bruin)  goudkleurig plat radiaal stukje kopererts of gietselrest leverde geen streepkleur op.
- Chalcocite (Cu2S) ????
- Bauxiet (rood, roodbruin
- Cinnaber  (rood)  - een splinter van een cinnabersteen, die op zich zeer hard was, leverde nauwelijks resultaat op op geprepareerd papier in de vorm van een scherpe rode lijn. Kan aan het specimen liggen. Toch is aan één zijde uittredende kleurstof te zien die op geprepareerd papier een, nog niet overtuigend, kleurspoor achterlaat  Omdat de cinnabersteen, die in mijn bezit is, zeer hard is en erg weinig rode tot rozerode delen bevat denk ik dat dit spoor verder moet worden  uitgezocht. Een kleine steen met meer rode gekleurde delen kan een beter resultaat opleveren.  Misschien is een eerdere portie gewreven poeder van deze steen, waar duidelijk helder rood pigment in zit, geschikt om met gom te binden en dan opnieuw als stift te testen.. Een blokje met gom gebonden uiterst fijn gemalen echt chinees vermiljoen levert, op een met puimsteenpoeder geprepareerd blad papier, wel zeer dunne tekenbare lijnen op maar de contrastwerking is te gering op het witte papier. De kleur is teveel oranjerood. Deze mogelijkheid valt voorlopig af als optie wat betreft tekenmateriaal gebruikt door Leonardo da Vinci of Rafaël. Mogelijk kan een test met impregnering met aluinwater nog aanvullende gegevens opleveren.

- Donkerrode Jaspis (wordt niet vermeld in de gids)  Dit materiaal levert op gïmpregneerd papier geen enkele streepkleur op. Het mineraal is veel te hard en te glazig. Maar het mineraal bezit wel een mooie rode kleur als ruwe steen..

Mogelijk is het soort stift waarmee Leonardo da  Vinci en Rafaël hebben getekend, afkomstig uit bovenstaande reeks rood-afgevende mineralen. Door het papieroppervlak te prepareren met een dunne laag puimsteenpoeder is de afgevende werking van 'harde'  rode mineralen naar verwachting vergelijkbaar met die van een metaalstift. Ook pigmentpoeder van het slijpsel van dergelijke kleurstiften levert , mits gebonden met een bepaalde hoeveelheid gom, in droge toestand dezelfde mogelijkheden als de natuurlijke stiften.  Op een geprepareerde drager is de lijn wel zichtbaar en vloeiend aan te brengen. Op een ongeprepareerde drager is dat meestal niet mogelijk.

alinea




Bijlage over Hematiet in de Klassieke Oudheid

Histoire des sciences. Les Lapidaires de l'antiquité et du moyen-âge... par Fernand de Mély (1851-1935), Tome III, Paris 1902, p. 7.
THÉOPHRASTE (Le Livre des Pierres)  (Περὶ λίθων)
Theophrastus van Erenius op Lesbos. Théofraste leefde van 371 (Lesbos) - 288 (Athene) v. Chr.
Vindplaats van het begrip "hématite" in bovenvermelde Franstalige uitgave.
"L'hématite (αἱματΐτις) est aussi une pierre dense. Elle semble sèche, et comme son nom l'indique, paraît produite par une concrétion de sang desséché. Il en existe une autre appelée xanthus (ξανθή), qui n'a pas la même couleur, mais est d'un blanc jaunâtre, couleur que les Doriens appellent ξανθόν."  Vertaling JdH: "Hematiet (αἱματΐτις) is ook een compacte steen. Hij lijkt droog, en lijkt, zoals zijn naam aangeeft, gevormd door een samenklontering van gedroogd bloed. Er bestaat een andere [steen] die xantus (ξανθή) heet, die niet dezelfde kleur bezit, maar bleekachtig geel is, een kleur die de Doriërs  ξανθόν noemen."
N.B. JdH: 
-
Er kan een verband worden gelegd tussen gebrande en ongebrande gele oker. Hematiet is echter een veel puurder ijzeroxyde dan rode oker, waar ook kleideeltjes e.d. in zitten.
- Een andere koppeling kan zijn die tussen hematiet (Fe2O3) en goethiet (HFeO2). Goethiet is echter geel van kleur.  Xanthus zou dan zijn, wat nu Goethiet is.
Soms komen beide soorten in één steen voor, met eventueel limoniet.
Zie ook: A. Lucas en J. Harris, Ancient Egyptian materials and Industries (London 1962) en  " J.P. de Keersemaker: Hematiet in de volksgeneeskunde
".
- Een andere, meer literaire, verklaring geeft 
Cassandra J. Borges in haar dissertatie "The Geography of the Iliad in Ancient Scholarship", noot 108: "It is called the Xanthus, since it makes yellow the bodies of those who wash in it—or fruits. Some say that before the judgment [of Paris], Aphrodite washed in it and became blonde".



Sotacus
(ca. 3e eeuw voor Chr.) 
'Over stenen' (indeling in vijf soorten hematiet)
Sotacus, geciteerd door Plinius de Oudere en één van de oude schrijvers over mineralen, onderscheidt vijf soorten hematiet, waarvan elk medicinale kwaliteiten bezat.:
- Het beste was het [hematiet] uit Ethiopië, dat een waardevol actief ingrediënt bezat voor lotions voor de ogen en voor brandwonden.
- De tweede soort werd 'androdamus' genoemd en kwam uit Afrika; deze [soort] was zeer zwart, en was buitengewoon hard en zwaar, vandaar de [bij]naam ''Mannen overwinnaar ''; het stond erom bekend zilver, koper en ijzer aan te trekken. Gewreven op een vochtige slijpsteen gaf het rood sap en werd beschouwd als een [soort] die specifiek was voor gal-aandoeningen.
- De derde soort werd geleverd door de Arabieren; Deze gaf nauwelijks enig sap, gewreven met de [vochtige] slijpsteen, maar af en toe wat poeder van een geelachtige tint, en was nuttig voor brandwonden en voor alle [ssoorten] gal aandoeningen.
- De vierde soort werd 'elatite' genoemd in zijn natuurlijke staat en 'melitite' bij verhitting; en
- de vijfde blijkt een bijmengsel van leisteen te hebben bevat. Deze [soort] verenigde de algemene voordelen van hematiet in zich, drie korrels [tabletten?] van dit poeder, zouden opgelost in olie, alle bloedziekten genezen.
Sotacus leefde in de 3e eeuw voor Chr. en is waarschijnlijk een natuurkundige aan het Perzische hof. Hij is een aantal keren door Plinius de Oudere geciteerd.  In dat verband worden ook Sudines (Babylonische wiskundige/ astroloog uit Chaldea) en Zenophemis door Plinius genoemd.
Polynaeus vermeldt Sudines of Soudines (rond 240 voor Chr.) als een astronoom aan het hof van Koning Attalos I van Pergamon. Dit is echter niet verifieerbaar.


p. 22:  DIOSCORIDE  (Les Lapidaires Grecs: Extraits de "La Matière Médicale").  Pedànios Dioskourìdes van Samos (Anazarbe, 40 circa – 90 circa) na Chr.   Zoekterm: 'hematite'
"CXLIV. ---.......---  La meilleure pierre d'hématite est friable et de couleur foncée, ou noire; de sa nature elle est dure et très unie, exempte de toute impureté, sans aucune veine. Elle est astringente, légèrement brûlante, et, mêlée au miel, elle amincit et fait disparaître les cicatrices des yeux et les aspérités internes de la paupière. Avec du lait de femme, elle convient pour les ophtalmies, les ruptures de veines et les épanchements de sang dans les yeux. Bue avec du vin, elle est bonne pour la dysurie et la leucorrhée: avec une décoction de grenadier, pour les crachements de sang. Avec cette pierre on prépare des collyres et des remèdes excellents pour les affections des yeux. On la calcine comme la pierre phrygienne, moins le vin. Voici le point de calcination: devenir modérément légère et se couvrir de bulles légères. Voici comment on la falsifie: prenant une bande de pierre de schiste compacte et ronde (telles sont ce qu'on appelle les racines du schiste), on la tient au feu dans le fond d'une marmite d'argile contenant de la cendre chaude; puis, au bout d'un instant, on la retire et on la frotte sur la pierre à aiguiser, pour voir si elle a pris la couleur de l'hématite. S'il en est ainsi, on la met de côté, sinon, on la replace dans la cendre et sans interruption, on la retire, on l'essaye, car laissée trop longtemps dans la cendre, elle change de couleur, puis se désagrège. Celle qui est falsifiée se reconnaît, d'abord à ses veines, car elle se fend directementsuivant ses veines, ce qui n'a pas lieu pour l'hématite, puis par la couleur: le schiste donne une couleur éclatante, l'hématite au contraire est sombre et semblable au cinabre. L'hématite se trouve dans l'ocre rouge de Sinope et se prépare avec la pierre d'aimant (fiayviiTtSoç) fortement calcinée. Celle qui est naturelle se trouve en Egypte, dans des mines."

Vertaling JdH: "CXLIV. De beste hematietsteen is bros[breekbaar], en donker[rood] van kleur of zwart; van binnen is deze hard en zeer homogeen, vrij van elke onzuiverheid, zonder enige ader. Zij [het poeder ervan] is samentrekkend, licht branderig, en, vermengd met honing, wordt het dun en doet de rimpels rond de ogen en de binnenste oneffenheden [plooien] van het ooglid verdwijnen. Met moedermelk is het geschikt voor behandeling van oogontsteking, aderbreuk [ontsteking?] en bloeduitstortingen in de ogen. Opgelost in wijn, is het goed tegen dysurie en leucorrhea [*]: met een afkooksel van granaatappel, tegen bloedspuwingen. Met deze steen bereidt men oogdruppels en uitstekende remedies tegen de aandoeningen van de ogen. Men calcineert [**] het zoals de Phrygische steen [***], met een weinig wijn. Het calcinatiepunt is bereikt als: [de hematietsteen] matig licht [van kleur] is en bedekt met kleine luchtbelletjes. Ziehier als men het vervalst: neem een compact bolvormig stuk schaliesteen (de zogenaamde wortels van de schalie), houd het in het vuur in een aardewerken pot die hete as bevat; haal het na korte tijd er uit en wrijf het op een slijpsteen om te zien of het de kleur van hematiet heeft aangenomen. Zo ja, leg het dan terzijde, zo nee, plaats het dan opnieuw in de as en zonder onderbreking, verwijder het, probeer het, want lang in de as verandert het van kleur, daarna verdwijnt deze. De vervalste is te herkennen, allereerst aan zijn aderen, omdat het direkt splijt bij de aderen, wat niet plaats vindt bij hematiet, vervolgens aan de kleur: de schalie geeft een felle kleur, hematiet daarentegen is donker en cinnaberachtig. Hematiet wordt gevonden in de rode oker van Sinope en wordt bereid uit sterk gecalcineerde magnetische steen. Degene die natuurlijk is, wordt in de mijnen in Egypte gevonden."
* = vaginale afscheiding(?) en geslachtsziekte
** = verhit onder toetreding van zuurstof
*** Levinus Vincent: Wondertoneel der Natuur: steen die bleekverwige, maatig zwaare, niet vaft gefloote van lijf, en daar witte Rukjes tuffchen in loopen]



Plinius de Oudere:  C. PLINII HIST. NAT. LIB. XXXVI.
Mogelijk is Plinius (1e eeuw na Chr.) ook een bron voor nader onderzoek naar rood tekenende metaalstiften:
(HISTOIRE NATURELLE DE PLINE, TRADUCTION NOUVELLE PAR M. AJASSON DE GRANDSAGNE, Parijs 1833)

Zie ook een andere versie uit 1831, (bewerkt door David Americo (1755-1839), bewonderaar van Rafaël) van CAII PLINII SECUNDI , HISTORIC NATURALIS,  LIBRI XXXVII  (Pars Sexta, Volumen Nonum met een notenapparaat, gebaseerd op eerdere uitgaven) (zoekterm: matit levert 34-3 instanties op).  Eerdere uitgaven zijn van commentaren voorzien door o.a.: PINTIANI (1593) , DALECAMPII (1587), SALMASII (1629) , HARDUINI (1685), BROTERII (1779) ,

Onderstaande latijnse teksten hebben betrekking op het gebruik van Hematiet in poedervorm in de Oudheid. (blz. 198)
Plinius: "Invenitur hic in Æthiopiæ Zimiri : ita vocatur regio arenosa. Ibi et haematites magnes sanguinei coloris, sanguinemque reddens, si teratur, sed et crocum. In adtrahendo ferro non eadem hæmatitæ natura, quæ magneti. Æthiopici argumentum est, quod magnetem quoque alium ad se trahit. Omnes autem ii oculorum medicamentis prosunt, ad suam quisque portionem : maximeque epiphoras sistunt. Sanant et adusta cremati tritique. Alius rursus in eadem Æthiopia non procul mons gignit lapidem theameden, qui ferrum omne abigit, respuitque. De utraque natura sæpius diximus."
Franse vertaling Grandsagne: "Le pays d'où on les tire se nomme Zimiri : c'est une région pleine de sables. Elle présente aussi l'hématite, espèce d'aimant de couleur sanguine, qui, lorsqu'on le broie, donne la double teinte du sang et du safran. L'hématite ne partage point la vertu attractive de l'aimant. Ce qui caractérise l'aimant d'Ethiopie, c'est qu'il attire aussi les autres aimans. Toutes ces variétés servent chacune, dans certaines proportions, pour les remèdes anti - ophthalmiques ; elles arrêtent surtout les fluxions des yeux. Calcinées et pilées, elles guérissent les brûlures. Une autre montagne de l'Ethiopie, non loin du lieu où gît l'aimant, produit la pierre théamède, qui, au contraire, repousse et écarte toute espèce de fer. Nous avons souvent parlé de ces deux effets opposés."
Nederlandse vertaling JdH:  "In het land Ethiopië vindt men het [hematiet] in Zimiri: wat een woestijngebied is. Daar is een magnetische vorm van hematiet met een soort bloedkleur, waarin, fijngestampt, de dubbele tint van bloed en van saffraan voorkomt. Hematiet trekt van nature geen ijzer aan, zoals een magneet. Kenmerkend voor de magnetische soort uit Ethiopië is, dat het ook zichzelf en andere [magneetstenen] aantrekt. Al deze soorten dienen, ieder met zijn eigen dosering, als middelen tegen oogziekten. Gecalcineerd en fijngestampt, genezen zij brandwonden. Ook in Ethiopië, en op geringe afstand, levert een andere berg de steen 'theamedes' die, daarentegen, elke vorm van ijzer aantrekt en afstoot. We hebben vaak
gesproken over deze twee tegengestelde effecten."
N.B. JdH:  Zimiri is een aanduiding die niet traceerbaar is als gebied in Ethiopië. Er wordt taalkundig wel een verband gelegd met Samiri maar in relatie met het begrip hematiet heeft het weinig betekenis.

Nog een tekst over hematiet bij Plinius: Pagina 208.
Plinius: XXXVII, regel 10. Haematites invenitur etc.  Haematites : medicinae ex eo, v. Schistos : medicinae ex eo, v11.  XXXVII. 2o. Schistos et haematites cognationem habent. Haematites invenitur in metallis : ustus minii colorem imitatur : uritur, ut phrygius, sed non restinguitur vino. Adulteratum schisto haematiten discernunt venae rubentes, et friabilis natura. Oculis cruore suffusis mire convenit. Sistit profluvium mulierum potus. Bibunt eum et qui sanguinem rejecerunt, cum succo punici mali. Et in vesicae vitiis efficax. Bibitur et in vino contra serpentium ictus. Infirmior ad omnia haec eadem est, quem schiston appellant. Sed in iis commodior croco similis, peculiarius splendet. Proficit oculorum lacrymis in lacte muliebri : procidentesque oculos praeclare cohibet. Haec est sententia eorum, qui nuper rime scripsere."
Franse vertaling Grandsagne: "Hématite ; 5. Schiste; 7. XXXVII. 2o. Le schiste et l'hématite sont voisins. L'hématite vient des mines métalliques; la combustion qu'on détermine chez elle comme chez la pierre phrygienne, mais qu'on n'arrête pas de même, développe une couleur de minium. L'hématite falsifiée à l'aide du schiste, se reconnaît à ses veines rouges et à sa friabilité. Elle est excellente contre les suffusions sanguines des yeux; prise à l'intérieur, elle arrête le flux menstruel ; on la donne avec du jus de grenade à ceux qui vomissent le sang. Elle sert aussi dans les maladies de la vessie. Bue avec du vin, elle guérit la morsure des serpens. Dans tous ces cas, la vertu du schiste est bien moindre. Le meilleur cependant est celui qui joint à un vif éclat la couleur du safran. Mêlé à du lait de femme, il guérit les yeux pleureurs, et retient ceux qui veulent sortir de leur orbite : telle est, du moins, l'opinion des écrivains les plus récens."
Nederlandse vertaling JdH:  "Hematiet; 5. Schist; 7. XXXVII. 2o. Schiste [leisteen] en hematiet zijn familie van elkaar.  De hematiet komt uit metaalmijnen: bij verhitting ervan lijkt het op de Phrygische steen [zwart, steenkool? : maar wordt niet geblust met wijn. De vervalste hematiet met behulp van Schiste, is herkenbaar aan zijn rode aderen en zijn natuurlijke breekbaarheid. Het is uitstekend tegen oogbloedingen. Inwendig wordt de menstruatie gestopt. Het wordt gegeven met granaatappelsap aan degenen die braken.  Het voelt aan als bloed. Het is effectief tegen blaasziekten. Gedronken met wijn, geneest het de beet van slangen. In al deze gevallen is de werkzaamheid hetzelfde als van een zwakkere [soort] die men schiste noemt. De beste is echter die de kleur van saffraan bezit. Gemengd met moedermelk, geneest het tranende ogen, en houdt die tegen die uit hun [traan]buisjes willen komen. Dat is in ieder geval de mening van de schrijver, die recent hierover heeft geschreven ".

* = JdH:  Een zalf van heamatietpoeder met moedermelk zou helpen tegen tranende ogen. Bijv. bij het snijden van uien? Wat opvalt is dat er diverse vloeistoffen zijn waar hematiepoeder mee wordt vermengd: wijn, granaatappelsap en moedermelk. Die melk vertoont na enige dagen  weinig ontwikkeling van  melkzuur en laat geen stremming zien. Dat is van belang voor de conservering van de zalf. Ook de kleurgradaties van hematiet worden aangegeven. Een helderrode, wat lichte kleur dienst men, medisch gezien, te verkiezen boven een donkere.
De drie bindmiddelen (druivensap ipv. wijn? voor suiker, afkooksel van granaatappelpitten vanwege pectine en vrouwenmeld ook ivm. suikergehalte en vetgehalte) leveren misschien testmogelijkheden op om met hematietpoeder krijtstiften er van te maken.

De Grandsagne:  "Er was hiervoor sprake van de twee belangrijkste soorten van hematiet. Dat is de rode ijzer peroxide die bij Plinius in de eerste plaats komt; maar hij bezigt ook een begrip voor geel of bruin. Men gaf de naam hematiet ook nog aan de tinoxide. "
JdH: De term ijzer-peroxide levert misschien een ingang op naar andere metaalstiften of mineralen die scherp rood tekenend zijn. We kijken dan naar de rode streepkleur op porselein van bepaalde mineralen en daarbij ook naar de scherpte van de lijn .

Andere oude auteurs over mineralen zijn Solinus (3e eeuw na Chr.), een juwelier die zijn boek grotendeels baseert op Plinius, Theophilus (11e eeuw na Chr.) en Marbodus, bisschop van Rennes  in de 11e eeuw.  Van deze laatste is het 'Lapidarium van Marbodus'bekend.

alinea


Hematiet houdende rode steen van onbekende herkomst
Hematiethoudend gesteente van onbekende herkomst - aanzicht 1  Hematiethoudend gesteente van onbekende herkomst - aanzicht 2   hematiethoudend gesteente onderzijde
Bovenstaand rood mineraal gesteente (drie aanzichten van dezelfde steen)
bezit een grotendeels homogene structuur en bevat waarschijnlijk hematiet dat vrij aan het oppervlak boven en onder aanwezig is. Met een ijzerzaag is een carrévormig stukje afgezaagd. Deze massief donkerrode stift geeft op een met puimsteenpoeder en gomwater geimpregneerde ondergrond op papier een dunne rood-oranje streeplijn af. Het is onvoldoende om mee te tekenen. Het lichte, kristallijne deel op de voorgrond van de foto's links, is waarschijnlijk bergkristal met een fijne structuur. De poederkleur is warm-rood. De steen is fijn dooraderd met sporen van geklonterd okerkleurig zand. Aan één kant bezit de steen een rood kristallijn oneffen oppervlak. (meest rechtse foto). De kleur aan de buitenkant is, op niet-poederige plaatsen, vrij donkerrood. Het gewicht is 150 gram en de lengte 6,5 cm. Deze donkerrode steen is niet magnetisch en gezien de omvang qua gewicht nogal zwaar. Vanwege het gewicht werd even aan cinnaber gedacht hoewel de structuur eerder aan hematiet doet denken. Het donkerrode opervlaktepoeder is aan het uiteinde van de zaagsnede enkele milimeters weggeschraapt tot aan de harde kern van de steen.
Wellicht is uit een op waterbasis aangemaakt pasteus mengsel, van het diep donkerrode poeder dat bij het zagen vrij is gekomen en het schraapsel, een stift te rollen die wel geschikt is om mee te tekenen. Na onderzoek bleek dat het poeder bij wrijven met water op een marmerplaat z'n sterke donkere roodbruine kleur behoudt, maar in opgedroogde pastavorm onvoldoende cohesie bezit als tekenstift. Pigmentpoeder is zeker geschikt voor aquarelverf.
Zou deze steen tot de vijfde soort van Sotacus behoren, gezien een oppervlaktedeel van afschraapbare, poederachtige leisteen?.
alinea



Bijlage: Kenmerken van Hematietsteen, gebaseerd op een Latijnse tekst uit de 13e eeuw
rood dooraderde hematietsteen, mogelijk zoals bedoeld in bijgaande tekst
Afbeelding (foto: Jaap den Hollander) van een rood dooraderde, gespleten, hematietsteen zoals mogelijk in het volgende tekstfragment wordt beschreven. Deze steen komt uit de Lot-et-Garonne  (aan de autoweg tussen Salles en Gavaudun) in Frankrijk en is ongeveer 10 cm. lang. Opvallend is de roestkleur aan de buitenzijde en de donkerrode adering binnenin.  De steen is goed slijpbaar (met of zonder water) op een ruwe baksteen. Of er zwavel in zit, is moeilijk op het oog te constateren. Het slijppoeder levert met water een klei-achtige massa op die niet kleeft aan de handen en geen bitumen bevat zoals bij rötelstenen.. Het poeder kan zeer fijn worden gemalen in een vijzel of met een glazen loper met wat water op een glasplaat.  Als tekenmateriaal in natuurlijke steenvorm ongeschikt.

vermelding hematiet, copy 15e eeuw naar handschrift uit 13e eeuwIn de openbare bibliotheek in Brugge (België) bevindt zich een oud manuscript  (MS411) uit het eind van de 15e eeuw. Het manuscript is gebaseerd op
"DE NATURE RERUM" van de Vlaamse geestelijke Thomas de Cantimpré (1201-1270 /1272) en is afkomstig uit de Abdij van Ten Duinen. Het bevat o.a. een korte beschrijving over Hematiet. Klik op de afbeelding voor een vergroting. De 15e eeuwse handgeschreven kopie is hier digitaal benaderbaar. Plaats de schuifbalk links op ongeveer driekwart van de top en kies blz. 243v. De tekst begint onderaan bij de alinea in de linkerkolom. Omgezet in drukletters (nog onder constructie op 7 april 2018) staat er (bij benadering wegens slechte leesbaarheid):

"Mathytes Lapis est ab ethyopia uel arabia coloris ferruginet mixta venis sanguineis. Hic est fractus et resolutus in aqua sanat cos qui sanguineas satinas emittunt. Hunc tue aqua super cotem teras et illud da bibere illi que in fluviim habet sanguineis per nares vel que vulnus habet quod fluet sanguine et statim sistit. Sum bini na sana unt.ecta at dem pulveri in aqua resoluto et natibus vel vulneri imposita sanguinem sistit sanat at fluvium menstruorum et fluvu ventris.
Vino etiam per mixta vulnis et us ulcera sanat et valet contra veneriosum plus sum. Orulos etiam moie tolliris mudi firat. Bibitus etiam lapidem vesire franciset. Carnes etiam mortuas et vulnere aexcentes pulius aus frangit rosrodit et tollit" 

Vertaald in hedendaags Nederlands (JdH): 
"Hematietsteen uit Arabië of Ethiopië bezit een roestkleur en is bloedrood dooraderd. Deze [steen] vermalen en gemengd met water, geneest hen die bloed spuwen. Deze harde steen dient men te slijpen op een ruwe wetsteen, en [het slijpsel] met water te drinken [te]geven aan diegene die bloed watert of van wie de neus of een wond bloedt enz. "

Opm.  JdH: De informatie over vindplaatsen van hematiet is door Thomas de Cantimpre waarschijnlijk ontleend aan teksten van Sotacus (3e eeuw voor Chr.) en/of Plinius de Oudere (1e eeuw na Chr.). Ethiopië komt bij beide auteurs voor, Arabië komt alleen bij Sotacus voor. Eén kenmerk van de steen zoals 'rood dooraderd' komt voor bij Plinius.
Zie ook bijgaande ingekorte (6 okt 2019_- Tijdelijk???? onbereikbaar) gedrukte Duitse tekst uit het 'Buch der Natur', 1481, (van Konrad, von Megenberg, 1309-1374) over hetzelfde onderdeel.

De 13e eeuwse Jacob van Maerlant, tijdgenoot van de Cantimpre, heeft een berijmde vertaling van de tekst van Cantimpré opgesteld:
15510 dat hi dooghe vreese groot naturlike ieghen de doot Emachites dien machmen coepen jn arabien in ethyopen ende es ghelijc den roost male
15515 met rooden aderen gheminget wale desen steen gemalen te sticken met watre geminget hem heuet hi dicken hem ghewesen arde goet die van heuele spuwen bloet
15520 [men sal up enen grouen wetstene malen desen harde clene ende gheuen drinken dient so staet dat hi bloet ter cameren gaet oft dien nose ofte wonde bloet]
15525 hi stoppet thant de roode uloet want si nutten dat ghestof datmen slipen mach dar of ofte gheleit vp die nese gate ende verschen wonden geuet hi bate
15530 oec stoppet hi der urouwen bloet alsemen sijn puluer in wine doet hi doet ghenesen scorf ende seere ende gheuenijnde beten dats meere eist datmen sijn stof oec sum
15535 doet in .i. colerium dat maket doghen claer dat stof ghedronken oec dats waer mach den steen inde blase breken ende doot ulesch datmen siet in wonden steken
15540 dat bitet de steen te gader vt dus ghendaen es sine virtuut



fleuron8




Bijlage over Hematiet aan het begin van de 16e eeuw

Cennino d'Andrea Cennini (Colle di Val d'Elsa, ca. 1360 - Florence, vóór 1427)

GIUSEPPE TAMBRONI, DI CENNINO CENNINI, TRATTATO DELLA PITTURA etc., Roma, 1821
Cennino Cennini en amatito rosso:, CAP. XLII. Della natura di un rosso ch'è chiamato amatisto, o per amatito (I).
".....Rosso è un colore, che si chiama amatito. Questo colore è naturale, ed è pietra fortissima e soda. Ed è tanto soda e perfetta, che se ne sa pietre e dentelli da brunire oro in tavola; le quali vengono di colore nero e perfetto, buono come un diamante. La pietra pura è di color di pagonazzo, o ver morello, ed ha un tiglio come cinabro. Pesta prima questa tal pietra in mortaro di bronzo, perchè, rompendola in su la tua proferitica pietra, si potrebbe spezzare, e, quando l'hai pesta, mettinequella quantità che vuoi triare in su la pietra, e macina con acqua chiara : e quanto più la trii, più vien megliore e più per etto colore. Questo colore è buono in muro a lavorare in fresco: e fatti un color cardinalesco (2), o ver pagonazzo, o ver un color di lacca. A volerlo adoperare in altre cose, o con tempere, non è buono.
(1) Il Baldinucci nella vita di Cennino osserva, che questo nome di amatisto, o amatito, è voce migliore di quella che per noi si usa di matita, essendo che hapmatios, da cui deriva, significa sanguigno. Presso i latini si diceva ha matites, o amethystin ; del quale colore parla ancora Ant. Tilesio nel suo lib. de colorib. a face. 432e Amethystinus praeterea ea quo tyriamethystus in usu fuit olim.
(2) I cardinali ebbero il cappello rosso per decreto del concilio di Lione tenuto nel 1245. da Innocenzo IV. che lo diede loro a Clugny nel 1247 La cappa rossa poi non l'ebbero che dopo il 1464. cioè sotto il pontificato di Paolo II. Ond'è che a tempi di Cennino vestivano ancora di colore paonazzo."

Vertaling: "Hoofdstuk XLII.  Over de kenmerken van een rood dat Hematiet heet (I)
Er is een rode kleur die hematiet heet. Deze natuurlijke kleur is afkomstig van een zeer harde en compacte steen. En deze [steen] is zo vast en volmaakt dat er [sier]stenen en kromme vormen van worden gemaakt om [blad]goud op paneel aan te brengen; en die [stenen] verkrijgen een zwarte en perfecte kleur, zo donker als een diamant. De zuivere steen bezit de kleur van blauw-violet en heeft een structuur zoals vermiljoen. Verbrijzel deze steen vooraf in een bronzen vijzel omdat, het in stukken breken op je porfieren [wrijf]steen], deze [plaat] kan doen breken en, wanneer je er op slaat, neem een zodanige hoeveelheid als je wilt verwerken van de steen, en maal het [gruis] met helder water en hoe meer draaiende bewegingen [je maakt], des te beter komt de kleur naar boven. Deze kleur is geschikt om op de muur en in fresco toe te passen: en geeft je een kardinaal rode kleur (2), of een purperen, of lak kleur..Probeer niet om het te gebruiken voor andere dingen, of met tempera, daar is het niet geschikt voor.

Zie voor afbeeldingen glaskophematiet hierboven.

(1) Baldinucci merkt op 'in het leven van Cennino', dat de naam amatisto of amatito, een betere vertaling is dan die wij gebruiken voor 'matita', omdat hapmatios, waar het van is afgeleid, bloed. betekent.  In het Latijn werd uitgegaan van matites of amethystin; van welke kleur Antonio Tilesio nog spreekt in zijn libellus de coloribus. a face 432e "Amethystinus praeterea en tyri amethystus ex quo in usu fuit olim."
(2) De kardinalen kregen de rode [kardinaals]hoed bij het besluit van het Concilie van Lyon, gehouden in 1245 door Innocentius IV. die hem gaf in Cluny in 1247.  De rode hoed was er niet [eerder] dan na 1464, dat wil zeggen onder het pontificaat van [Paus] Paulus II.  In die tijd, in Cennini's tijd, waren ze nog gekleed in paarse [pauselijke] kleuren."

Bij Baldinucci: pag. 92. Matita f.   Sorta di pietra tenera per uso al nostri Artisti di disegnare. Vien dalla Voce Greca Hoematites, dall' aver color del sangue che dicono 'Hoema'. V. Lapis Amatita.  (1681, Filippo Baldinucci, "Vocabolario toscano dell'arte del disegno: nel quale si esplicano i propri ...", Firenze, MDCLXXXI.)
Vertaling JdH: Bloedsteen. Zachte steensoort  in gebruik bij onze kunstenaars om te tekenen. Het komt van het Griekse woord Hoematites, van 'het hebben van de kleur die men bloed noemt'. V. Lapis Amatita of Bloedsteen.



fleuron8

Hematiet-erts in stift- of naaldvorm (pencil or needle ore hematite)
Naar verwachting is de Italiaanse term 'matita' (potlood) daarvan afgeleid.

JdH: Onlangs (27 mei 2017) kwam ik een voorbeeld van Kidney-ore tegen dat qua kleur voldoet aan de violette tint die met amatisto of amatito in verband wordt gebracht. Er kunnen dus afhankelijk van de kleurvarianten van de glaskopkernen meerdere kleuren metaalstiften mogelijk zijn.

Noot van Thompson bij de Engelse vertaling van  voorgaande tekst van Cennini Cenninio:
"Bloodstone, properly called hematite, consists principally of ferric oxide, Fe2O3, substantially pure. It occurs in several well-marked forms in nature: (1) amorphous, as a sort of reddle or sinoper; (2) "kidney ore", which, as te name implies, is reniform in structure; (3) "pencil ore", which has a straight grain; (4) "specular iron -ore," a tabular, crystalline form which corresponds exactly with Cennino's description Chapter CXXXVI, p. 82, below.

JCdH: De nrs. hebben resp. betrekking op: 1) amorf, 2) glaskop, 3) naald- of stiftvormig en 4) spiegelend of kristalvormig met spiegeling. Mijn beschrijving van het in een puntvorm geslepen kern-stukje Blutstein of Glaskop Hematiet, dat in een borrelende toestand heeft verkeerd, betreft (2). Thompson heeft echter niet het verband gelegd om dat metaal als een mogelijke tekenstift te gebruiken in combinatie met een preparatielaag op de drager.  Wat betreft de noot (1) van 
GIUSEPPE TAMBRONI  waarin Antonio Tilesio wordt aangehaald:  "Amethystinus bovendien, uit de tijd dat Tyri amethystus ooit in gebruik was. De kleur rood van hematietpoeder wordt verbonden met purperrood.

Cennino d'Andrea Cennini (Colle di Val d'Elsa, ca. 1360 - Florence, vóór 1427) verwijst wel naar zwart krijt maar niet naar rood krijt:  "About a Stone Which has the Character of Charcoal for Drawing. Chapter XXXIIII  Ends the First Section of This Book.  Also for drawing. I have come across a certain black stone, which comes from Piedmont; this is a soft stone; and it can be sharpened with a penkinife, for it is soft. It is very black. And you can bring it to the same perfection as charcoal. And draw as you want to. [p. 20] "
Mijn ervaring met zwart krijt  (Pietra Nera)
uit Piémonte is, dat de consistentie van dat krijt prima is, maar de kleur is meer grijsbruin dat zwart.  Mogelijk heb ik een mindere kwaliteit in mijn bezit.
De reden waarom Cennini rood krijt, als tekenmateriaal, niet noemt is niet duidelijk. Zou Terra Siggilata e.d. (heel fijn kleislib/ engobe) dat gebruikt wordt voor roodbruin bakkend glazuur (zie de  kleur van antiek Romeins aardewerk) een monopolie van pottenbakkers, apothekers en speciale kleurstoffenhandelaren (Venetië) zijn geweest?.

Hoewel meer vanuit een natuurkundige invalshoek kwam ik ook de volgende informatie tegen in relatie tot kenmerken van Hematiet:
G.J. Finck (1938)
- Raphael Eduard Liesegang, Kolloide in der Technik, T. Steinkopf, 1943 -123 pag.
..........auf Quartzkristallen.
Das gibt Anlaß, hier eine Angabe über den Beilby- Effekt bei Kristallen zu erwähnen : Nach G. J. Finck (1938) zeigen nach der Elektronenbeugung polierte Kristalle von Beryll, Zirkon, Turmalin, Hämatit, Kassiterit eine amorphe Oberfläche. Diejenigen vom Diamant, Quarz, Saphir, Granat und ChIysoberyll sind dagegen kristallin. Das ist wegen der verschiedenen Schmierfähigkeit für die Technik von groszer bedeutung.

(JdH: schmierfähigkeit = viscositeit) 

Bovenstaande onderzoeksinformatie lijkt het kleurafgevende vermogen van het amorfe oppervlak van Hematietkristallen of hematietsplinters op een geprepareerde ondergrond te bevestigen. Natuurkundig, niet-destructief, materiaal onderzoek zou moeten aantonen  dat in de "krijt"lijnen in bijv. bepaalde hematiet- tekeningen van Raphael (Rafael) Sanzio alleen Fe2O3 en sporen van bijv. puimsteen zijn te vinden en geen klei-, bitumen- en zwavelresiduën.  O.a. bij Raphael treffen we in een aantal roodkrijttekeningen sporen van inkervingen van metaalstiften in het papier aan. Mogelijk zijn dat geen inkervingen van een zilverstift maar van een hematietstift die  niet overal even 'zacht' van samenstelling is of waar de ondergrond niet is geprepareerd.

Indien er is gewerkt met een stift of splinter/ naald van Hematiet (zogenaamd Pencil Ore (Hematite) of Needle Ore (Hematite)) verklaart dat mogelijk de fijne rode lijnen. Preparatie van het papier of perkament met puimsteenpoeder is daarbij waarschijnlijk wel een voorwaarde.  Zo niet, dan verklaart dat ook dat in oude teksten over tekenen met rood 'krijt' niet wordt gesproken over het fixeren van 'krijt'tekeningen.

Volgens een beschrijving die ik onlangs aantrof over:
'Pencil ore (hematite) Florence Mine, Egremont, Cumbria (England)'.,gaat het dan om kenmerken als bijv.: 'A nice old-time specimen of pencil ore, so called because it can be split into thin splinters which can be drawn across a surface to leave a red line. It forms in large areas of kidney ore and shows the convex/ concave surfaces found in such ore.'  Specimen size approx. 7x6x4 cm. Weight 503 g.
Met dit stuk erts uit Engeland en nog een ander uit Marokko werden  medio april 2018 door mij enkele proeven uitgevoerd om stiften/ naalden/ splinters te laten ontstaan. De proeven hadden allereerst tot doel te kijken of pencil ore splijtbaar is en hoe 'vezelig' het is. De stiften worden op verschillende dragers getest op afgifte van rode lijnen. De grote vraag is of het materiaal geschikt is om mee te tekenen op papier. Over streepkleurafgifte op de ongeglazuurde achterzijde van tegels is in de literatuur informatie te vinden. Mogelijk levert verhitting alvorens de stiften op papier te gebruiken een vermindering op van de hardheid (Hematiet 5-6,5 op schaal van Mohs, 1822, ijzer 4-5 op schaal van Mohs). Ook de afronding van de vorm van de stiftpunt in een conusvorm speelt mogelijk een rol. Ter vergelijking: een zilverstift op geprepareerd papier/ perkament levert betere resultaten op als deze stift niet te scherp is. Uiteindelijk heeft polijsten zelfs een negatief effect bij het tekenen met een stukje pencil ore hematiet..

pencil ore hematiet zijaanzicht    pencil ore hematiet onderaanzicht    pencil ore hematiet bovenaanzicht
Een stuk hematiet (
7x6x4 cm. gewicht 503 gr.) uit Cumbrië (Engeland). Op papier zijn  met de rand van het bolle en breedste deel op gewoon printerpapier (ongeprepareerd) met dit stuk enkele lijnen getrokken.

schets april 2018 met pencil ore hematiet
Bijgaande schets (17,5 x 11,1 cm.) is gemaakt met bovenstaand, ongekliefd, stuk pencil ore hematite uit Cumberland (Engeland). 
Als drager heeft een stuk wit karton gediend dat met een dunne laag puimsteenpoeder is bestreken.
De voorlopige conclusie: het is  mogelijk dat een enkele (Italiaanse) tekenaar in het begin van de 16e eeuw met dit materiaal een  'rood krijt' tekening heeft gemaakt.
Het Italiaanse begrip Matita (tegenwoordig gebruikt voor het begrip 'potlood') is mogelijk te verbinden met stiften afkomstig van dit soort rood afgevend en gekliefd  'potlood hematiet erts' of Pencil Ore Hematite.

pencil ore hematite, raw surface   pencil ore hematite, gladde zijde   same piece of pencil ore hematite, after cleaving
Een stuk Botryoidal Pencil Ore Hematiet uit Marokko (
Botryoidal Pencil Ore Hermatite, Morocco) bezit aan één zijde een ruw breukvlak, waar duidelijk resten van  rood hematietpoeder-/ pigment zichtbaar zijn, en aan het andere uiteinde een glad glanzend/ spiegelend oppervlak.
Met het ruwe uiteinde is een aantal rode lijnen op ongeprepareerd papier getrokken. Ook dit stuk Pencil Ore Hematiet bevestigt de mogelijkheid om gedurende enig tijd, op krijtlijnen gelijkende, rode lijnen op papier te trekken. Preparatie met fijn puimsteenpoeder verhoogt de schurende en dus afgevende werking. De rode lijnen werden niet direkt lichter na enige keren het mineraal over het papier te bewegen. Dat zou wel het geval zijn geweest als er slechts een dunne laag rood hematiet pigmentpoeder aan het mineraaloppervlak zou zijn geweest.  Toch levert dit soort hematiet geen lijnen op zoals die bij rood natuurkrijt te zien zijn. Met de gladde kant zijn geen lijnen te trekken. Mogelijk hebben oude meesters met materiaal gewerkt dat tegen dit soort hematiet aan is onstaan, wel hard als krijt, maar niet zo hard als metaal. Wellicht is schisteus hematiet in de nabijheid van dit soort ertsen te vinden.
'Pencil ore hematiet' komt in Marokko o.a. uit de Irhoud Mine, Safi Province, Marrakech-Safi Region, Morocco. Of dit stuk pencil ore hematiet ook uit deze mijn komt is mij onbekend.
Hieronder een voorbeeld van een eerste schetsje met dit soort hematiet.

test tekening met pencil ore hematiet uit Marokko
Schets met de ruwe kant van een staafje Marokkaans Pencil Ore Hematiet gemaakt op met fijn puimsteenpoeder droog geprepareerd papier.
Mogelijk dient bij gebruik van pencil ore hematiet op papier dat papier een oppervlakte hardheid te bezitten die overeenkomt met die van ongeglazuurd aardewerk.
Het hematieterts kan druiventrosachtige op nieren gelijkende ertsen vormen met een naar het middelpunt gerichte vezelachtige structuur ('stiftvormig erts') in het binnenste van het [ijzer]kristal. 
(It may form botryoidal kidney ores which have a radial fibrous structure (pencil ore) in the interior of the crystal.)

Droge preparatie is daarbij onvoldoende.  Er dienen dus nog andere proeven te worden uitgevoerd.
De vraag is ook waar de term 'pencil' ore hematiet vandaan komt. Is deze term gebaseerd op de splijtbaarheid van het erts of ook op de mogelijkheid om het materiaal als schrijf- of tekeninstrument te gebruiken? 
Een Engelse omschrijving is:
"Hard, fibrous masses of hematite that can be split up into thin rods.(C.M.D.)".
In 1916 vermeldt Macfarlane dat stiften/ staven van 'pencil ore hematiet' soms worden gebruikt om zandsteen van een merkteken te voorzien ("
These pencils are sometimes used to mark sandstone. Macfarlane. 1916.")
Mogelijk is het begrip 'pencil' alleen maar van toepassing op de uiteinden van een afgeslagen stift als merkstift op een harde ondergrond.

Bij het klieven van het stuk pencil ore hematiet uit Marokko kwam geen  rood poeder vrij aan de zijkanten. Die zijkanten waren splinterig en donkergrijs en bezaten een flauwe roodzweem.
Een proef op handgeschept papier uit 1824 - bestreken met een mengsel van water, arabische gom en fijn puimsteenpoeder - leverde met een andere stift, gezaagd uit een onbekend steenachtig soort hematiet of cinnaber, dunne lichte warmrode lijnen op.
Dezelfde test met 'pencil ore hematiet' leverde daarna ook zeer dunne donkerrode lijnen op, zowel met het ruwe als het gladde uiteinde. Een spoor om op door te gaan. Vooral verse breukranden en hoeken lijken bruikbaar.
Een stuk 'pencil ore hematiet' waarvan de punt gepolijst was leverde geen resultaat op.  E.e.a. lijkt ook nog afhankelijk van een bepaald deel van het erts en mogelijk toch de (lokale) samenstelling van het erts.
Het lijkt erop dat de uiteinden waar hematiet poederresten te zien zien enige tijd bruikbaar zijn als tekenstift. 

De lijnen op beide velletjes hierna zijn met dezelfde stift getrokken. Op het velletje rechts is een dunne laag zeekat skelet poeder aangebracht. Ook dit poeder is gehecht middels een waterige oplossing van arabische gom.
Het linker vel is met puimsteenpoeder en gomwater geïmpregneerd.
De papierpreparatie kan dus zowel bestaan uit een dunne laag gomwater vermengd met fijn puimsteenpoeder als gomwater met meerschuim- of zeekat skelet poeder (afkomstig van het rugschild van de zeekat (sepia elegans), een bepaald soort inktvis).
Andere benamingen voor zeekat skelet zijn:  polvere di scheletro di calamaro, schiuma di mare in polvere, poudre de squelette de calmar en voor
zeeschuimpoeder: meerschaum en sepiolite.
Alvorens te tekenen zijn de overtollige losse poederdeeltjes van het papier geveegd.

portretten in pencil ore hematiet
Dubbelportret. Pencil ore hematietstift op nieuw handgeschept, wat gelig, nieuw papier met puimsteen poeder preparatie (links) en zeekat skeletpoeder preparatie (rechts).
Beide preparaties zijn uitgevoerd met een verdunde gomoplossing op waterbasis waaraan poeder is toegevoegd. De emilsie is met een lyonse kwast verspreid.
De grein van het papier is nogal ruw. Formaat per afzonderlijk blad: 12 x 15,5 cm.  Klik op afbeeldingen voor een vergroting.

Papierpreparatie voor hechting van ijzeroxyde deeltjes aan het papier is een factor die een belangrijke rol speelt bij het tekenen met een hematiet-stift op papier.
Door de combinatie van vastgeplakte schurende delen op het papier en de aanraking door een bepaald uiteinde van een stiftje hematiet-erts onstaat het effect van krijtlijnen.
Hoe scherper de stiftpunt of metaalrand, mits afkomstig van een breukvlak, des te scherper ook de lijnen.
Op ongeprepareerd papier en op papier, dat droog is ingeveegd/ bestrooid met los puimsteenpoeder, levert dit stift vooral inkervingen en nauwelijks streepkleuren op.
Mogelijk zijn er variëteiten pencil ore hematiet die net iets minder metaal-achtig zijn en soepeler tekenen.  Wie weet loop ik daar nog eens tegenaan.  Ook ander papier met minder grein is nog een optie om uit te proberen.
De lijnen getrokken met verschillende soorten 'pencil ore hematite' laten zekere kleurverschillen zien. De streepkleur van pencil ore hematiet uit Cumbria is warmer en lichter door dan die uit Marokko.
Een proef met papier bestreken met een aluinhoudend water leverde geen enkel effect op.

Hieronder een proef met oud handgeschept papier waar over met de vlakke kant van een stuk puimsteen  is gewreven.  Droge puimsteen(poeder) preparatie vindt plaats door de puimsteen onder enige druk over het vel papier te 'schuiven' .
Na afkloppen van het losse poeder is er met het kleur afgevende uiteinde van een staafje 'pencil ore hematiet' op het bewerkte oppervlak getekend.

puimsteenpreparatie voor tekenen met hematietstift    een stuk 'pencil ore hematiet' en enkele gekliefde stiften ervan   
Antiek handgeschept papier, waar met de vlakke zijde van bijgaand stuk puimsteen, overheen is geveegd. Het blad papier lag op een harde vlakke ondergrond.
Daar het vegen met het platte vlak van de steen wordt de druk verdeeld en worden de puimsteenkorrels gelijkmatig over het blad papier verspreid en in de papiervezels gedrukt.
Daarna is het overtollige puimsteenpoeder afgeveegd en is met een stift, gekliefd van een stuk 'pencil ore hematite', een schets gemaakt. 
De gebruikte stift is 32 mm lang. De hoekpunten van de 'brede' kant van het verder 1 mm. dikke stiftuiteinde zijn gebruikt.  Één stift-uiteinde per stift is slechts bruikbaar.
Aan het ongekliefde stuk en de stiften die daaruit gekliefd zijn is te zien dat er steeds een rood-'gepoederd' uiteinde is waarmee kan worden getekend.  De gebruikte stift ligt uiterst rechts.
De uiteinden liggen in dezelfde  richting als ruwe zijde van de ongekliefde steen 'pencil ore hematite' of  'stift van hematiet erts'.
Meer druk op de stift levert in principe een iets donkerder lijn op.

mogelijke krijtpoederkern in stuk pencill ore hematietstift

Helaas is de top van de afgebeelde stift op de foto niet scherp. Een nadere bestudering van het uiteinde van de Pencil Ore Hematiet stift levert met het blote oog de volgende indruk op: er schijnen twee rood krijt kernen aan/ op het uiteinde van de stift te zitten. De rode kleurstof aan het uiteinde is verantwoordelijk voor de kleurafgifte op vooraf geprepareerd papier. Zo'n  kleurstofklontje komt helaas incidenteel voor.  Aan het andere uiteinde van dezelfde stift is zo'n klontje niet zichtbaar. In eerste instantie lijkt het erop dat er sleuven in de pencil ore stiften zitten die bij de aanleg van de pencil ore hematiet kegel zijn ontstaan. Door oxydatie in zulke haarscheuren zou er mogelijk rood poeder in sommige delen van pencil ore hematiet stiften aanwezig kunen zijn. Dat is echter, zo bleek, niet het geval De rode kleurstof slijt gewoon weg.  De haarscheuren leveren wel de mogelijkheid om het harde materiaal te kunnen klieven. De haarscheuren verklaren eveneens in de lengterichting de rode aanslag, die aan de buitenzijde van gekliefde stiften zichtbaar is (zie voorlaatste foto).
Na een aantal tekeningen met het rode pigment slijt dit pigment echter
aan de uiteinden weg en blijft een harde hematietondergrond  over die op puimsteenpapier geen sporen meer nalaat. Mogelijk is een hardere preparatielaag van puimsteenpoeder of zeekatskeletpoeder  met arabische gom nog een mogelijkheid om met een afgesleten staafje pencil ore hematiet toch lijnen op papier aan te brengen. Dit dient nog te worden uitgeprobeerd.. Ook zou het nog mogelijk kunnen zijn dat minder hard hematieterts wel op een geprepareerde ondergrond lijnen achterlaat.  Er is dus nog het nodige aan tests uit te voeren.


Tekening op oud papier met pencil ore uit Marokko
Vlakbedscan-opname (16 mei 2018) van test-tekening gemaakt op vel antiek handgeschept papier behandeld met de vlakke zijde van een stuk zacht puimsteen
met 'pencil ore' hematiet uit Marokko (zie stift hierboven).
Op de achterkant van het blad was een aquarel aangebracht waarvan een aantal blauwe partijen nog licht door het papier heen te zien zijn na het scannen.
De gescande digitale afbeelding is niet aangepast aan de werkelijke krijtkleuren om de scherpte van de krijtlijnen niet te  beïnvloeden.

testopname met kleurvergelijking
Foto van hetzelfde folioblad met iPhone camera bij daglicht om 15:00 uur en kleurvergelijking (inzet C-M-Y-B)

Rode Aarde en rood slib
Onlangs, 5-9 september 2018 is door mij een proef uitgevoerd met rode aarde uit de omgeving van het meer van Cabasse (VAR). Aan het rode zand in een grote glazen pot is kraanwater toegevoegd. De inhoud is omgeroerd en daarna is het bovendrijvende, pigment en klei bevattende, gekleurde water door een nylonkousfilter in een papieren filter afgegoten. Uiterst fijn pigment met kleideeltjes werd door het filter opgevangen.
Het papieren filter raakte door het slib zelfs verstopt.. De opgevangen colloïdale oplossing die door het filter liep bleef meerdere dagen troebel. Dat kan wijzen op aluminiumhoudende deeltjes (in plaats van/ naast ijzerdeeltjes). De aanslag aan de binnenzijde van het papieren filter was erg slib- of slikachtig en droogde nauwelijks op in het filter. Na openscheuren en afschrapen van het aangezette slib met een paletmes, leverde dit slib uitstekend rood-bruin tekenende krijtjes op die zeer geschikt zijn voor fijn tekenwerk en die goed slijpbaar zijn.  Het volume van de krijtjes is sinds het modelleren en trage drogen (enkele dagen) met ongeveer de helft gekrompen. Een bindmiddel als arabische gom is totaal overbodig. Het bezinksel  onder in de pot is ook verwerkt. Krijtjes hiermee gerold bezitten echter minder cohesie  dan die van slib in het filter.
Tot nu toe is de proef, vergeleken met die met Terre Rouge uit de LOT in 2006 (zie grondstoffen pagina), zeer bevredigend verlopen. De contrastwaarde van de krijtkleur is hoger dan die van Terre Rouge van 12 jaar geleden. Dat was toen al aan de kleur vande aarde (warmer rood) te zien. Er is toen geen papieren filter gebruikt., wel een oude nylonkous om kleine stofdeeltjes en vuil uit te zeven,  wat achteraf gezien een goede keuze is geweest.

Een eerdere proef met een soort 'schuimachtige' kern van kidney ore hematiet leverde bij droge preparatie van papier met puimsteenpoeder in een voorafgaand onderzoeksstadium eveneens goede resultaten op.
(Klik hier voor het betreffende 'kidney ore' onderzoeksverslag).



1665 Johannes Laurentius Bausch, Schediasmata bina curiosa de lapide hæmatite et ..., Lypsiae (Leipzig) , p. 145-164.

afb. van glaskop hematiet, Bausch 1665     Pencil ore (Bausch)
Illustraties uit bovenstaand boek, uitgebracht in het latijn en met uitgebreide informatie over Hematiet. 
Afgebeeld zijn in dit boek uit 1665 o.a. de hematietsoorten:  Haematites botryites,  Haematites ferri politi instar splendens cum macula cinnabrinâ,  Haematites ???? (pencil ore) , Schisti nodus = Glasz Kopff (???)

Bausch verwijst op zijn beurt naar Matthioli 
(Pietro Andrea Mattioli, 1501-1577) over de verschillen tussen hematiet voor medisch en artistiek/ ambachtelijk gebruik.
"CAP. VII.
Over de keuze & bereiding van hematiet voor medisch gebruik
Er zijn zeker een aantal mensen (waaronder is Cj. DN. j.Schröder in pharmacopaeâ medicochym. l. c.) die ontkennen, dat de hematietsoorten die tegenwoordig in onze apotheken ["medicæ officinae"] worden gebruikt, vergelijkbaar zijn met hematiet bij Dioscoridis.
Wat geen aanleiding geeft tot twijfel is Matthiolus , wanneer hij schrijft:  "Hæmatietsteen, waarover alle apotheken in onze omgeving in overvloed beschikken, waarmee schilders en en timmerlieden zich omringen, in de volksmond lapis genoemd, wat niet juist [legitiem?] is, [en] waarnaar Dioscoridis en Galen verwijzen. Aangezien dit een zachte steen is die hoofdzakelijk voorkomt in bergen, op open plekken. Maar er is [een] gewoon fossiel [gesteente], en één die spontaan op een natuurlijke wijze ontstaat in metaalmijnen: die als het tot poeder is vermalen, qua kleur lijkt op de kleur van bloed en gewoonlijk [bloedsteen] wordt genoemd bij Dioscorides. I. 5. c. 101.
Niettemin, in tegenstelling tot de hæmatietsoorten in onze apotheken, weten schilders en timmerlieden niet welk soort gesteente in de werkplaatsen onder de naam van hematiet van Matthiolus in gebruik is, wat eigenlijk onvoorspel[stel]baar [ondenkbaar] is. Echter, denk ik; is aangetoond dat het harde rode oker [JdH:
rubris fabrilis = rötel] is die schilders en timmerlieden gebruiken: Toch heeft men niet geprobeerd het ons te verkopen als hematiet, want die van ons komt uit aderen, wordt gedolven in metaalmijnen (zoals hierboven hoofdstuk 3,  geheel gewijd aan deze zaken), voor Dioscoridis hebben we het over de oude hematiet........"

N.B. Uit bovenstaande tekst krijgt men de indruk dat kunstenaars, timmerlieden  schrijnwerkers e.d. hun krijt in de 16e en 17e eeuw in apotheken aanschaften. Die bedrijfstak bezat toen de specialistische kennis en de relaties om kleurstoffen, pigmentsoorten, rood natuurkrijt, hematiet, gommen en andere bindmiddelen te verkopen.. Uit de tekst kan de conclusie worden getrokken dat de apothekers twee soorten rood natuurkrijt kenden: rötelkrijt en schisteus rood krijt uit metaalmijnen. Beide zijn bruikbaar voor schilders en tekenaars. Over grondstoffen voor rood kunstkrijt wordt niet gerept. De zinsnede over Lapis laat zien dat er verschil van mening is over de terminologie die schilders/ timmerlieden gebruiken. Apothekers zijn van mening dat krijt uit 'open plekken in de bergen' geen  steen mag heten. Dat begrip is vooral voorbehouden aan hematiet in ertsvorm en hematiet in schisteuze of schaliekrijt vorm.



fleuron8



Bijlage over de aantekeningen van Leonardo da Vinci over krijtstiften
 
Zelfportret Leonardo da Vinci in rood krijt 1510-1515
Verondersteld zelfportret van Leonardo da Vinci. Rood krijt (tussen 1510-1515)

Leonardo da Vinci (1452-1519)
The Notebooks of Leonardo Da Vinci, Volume 1, geredigeerd door Jean Paul Richter en Mevr. R.C. Bell

Per fare punte...

Fragment van tekst geschreven in spiegelbeeld door Leonardo da Vinci en hier (terug)gespiegeld en geschikt voor transcriptie, op laatste beschreven pagina in Codex Forster II
Codex Forster I (National Art Library, Museum no. MSL/1876/Forster/141/II) , laatste blad van Codex Forster II.
"Per fare punte da colorire a secco ;
la  têpera cõ vn po' di ciera e nõ la secca,
la qual ciera disoluerai, cõ acqua,
che, tenperata la biacca, essa acqua stilla-
ta se ne vada in fumo e rimãga la
ciera sola, e farai bone pute; Ma sap-
pi che bisogna macinare i
colori colla pietra calda. "
(transcriptie J.P. Richter)


(1552 - Matthioli: gedeelte met als titel "Cera Vires ex Galeno", p. 272 - Latinum, cera:  Arabicum, Hamaha:  Italicum, cera:  Germanicum, Vuachs:   Hispanicum, Ciera:  Gallicum, Cire.
Waarom Leonardo de spaanse term "ciera" heeft gebruikt is m.i. onduidelijk in een verder Italiaanse tekst.  Tegenwoordig  is de betekenis van het spaanse 'ciera' of 'cierra' : "sluiten / dicht doen".
Ciera kan ook gelezen worden als 'c'era' en betekent dan 'er was' (verleden tijd van zijn)  in plaats van 'was'
Wellicht bedoelde Leonardo direkt uit de natuur afkomstige was van honingraten die op een warme (marmer)plaat vloeibaar wordt en een verbinding aangaat met pigment.
Door de was te laten verdampen kunnen, uit de overblijvende pasta, voordat deze uiteenvalt, stiften worden gemodelleerd. Het moment waarop de was verzadigd is met kleurpoeder, is zeer kritisch.
Ter herkenning of er een kunstmatig bindmiddel is gebruikt: krijtstiften zonder was laten geen glanzende lijnen achter op papier en de krijtkristallen/ metaaldeeltjes reflcteren naar alle kanten even helder.


F. 96 a)  
613  Il lapis si disfa in vino e in aceto o in acqua vite, e poi si può ricongiungere cõ colla dolce.
Tekst van Leonardo da Vinci over krijt

VI.  THE ARTIST'S MATERIALS.  Of chalk and paper (612-617).
612.p; To make points [crayons] for colouring dry. Temper with a little wax and do not dry it; which wax you must dissolve with water: so that when the white lead is thus tempered, the water being distilled, may go off in vapour and the wax may remain; you will thus make good crayons; but you must know that the colours must be ground with a hot stone.
613. Chalk dissolves in wine and in vinegar or in aqua fortis and can be recombined with gum.'

Tragantgom is een zwakke gom die minder uithardt dan arabische gom. 
Tragacanth is een natuurlijke gom, verkregen uit het gedroogde sap uit verschillende gomsoorten in het midden Oosten en wordt ook nog in onze tijd veel gebruikt in (pastel)krijtstiften als bindmiddel.
Tragantgom wordt ook gebruikt voor de Draganttechniek die suikerbakkers toepassen.  (Dragant: 6 gr. gelatine - 60 gr. water - 600 gr. gezeefde poedersuiker (modelleersuiker voor showstukken van suikergoed uit plakjes -- Zou Leonardo da Vinci daarmee zijn rood krijtstiften hebben gemaakt?)  Dragant kan gekleurd worden met een paar druppels kleurstof.  Dragant is een oude suikerbakkers techniek waarmee stevige suikerwerkstukken gemaakt kunnen worden. .



Zie ook de tekst in bijgaande Engelse vertaling, oorspronkelijk uit 1883.   Zie ook: Barbara Tramelli: Giovanni Paolo Lomazzo’s Trattato dell’Arte della Pittura: Color ...
Een actuele Italiaanse webversie van Leonardo's tractaat en een vroeg 18e eeuwse Nederlandse versie van Leonardo's tractaat (gedrukt in 1827 maar gebaseerd op een Franse uitgave uit 1716).. 
Beide laatste documenten bevatten echter geen teksten over krijtstiften.

N.B. Een voortbeeld van een krijttekening met zeer dunne lijnen van Leonardo da Vinci van 'Sparganium erectum'  is getekend op een blad van 201 x 143 mm.  De lijnen zijn extreem dun en vergelijkbaar met die van een zeer scherpe metaalstift. Als we op vergrotingsniveau inzoomen is te zien dat de lijnstukken uit korte delen zijn opgebouwd en vertoont de lijnvoering duidelijk dikteverschillen die zouden kunnen wijzen op het draaien van de krijtstift om de rand van een nieuw facetvlak te benutten. Ook drukverschillen zijn door Leonardo da Vinci in dit werk toegepast (zie bloemen). Op de andere zijde van het blad is dezelfde tekenwijze te zien.  Op bladen waarop het handschrift van Leonardo is te zien, neem ik aan dat hij de tekst met een scherp gesneden ganzenveer of een metalen pen heeft geschreven. De vormgeving van de letters vertoont een dik-dun verloop dat niet van krijt afkomstig kan zijn/ is. Hij kan wel gebruik hebben gemaakt van rood krijtwater, water waarin heel fijne zwevende rode krijtdeeltjes hebben gezeten, als inkt.  Daardoor lijkt het alsof de geschreven tekst naast krijttekeningen ook met een krijtstift is aangebracht.  Helaas is het verschil, op reprodukties die op internet beschikbaar zijn , niet duidelijk te zien. Dat hij in spiegelschrift schreef speelt materiaal-technisch m.i. geen rol van betekenis.

Tijdens de Leonardo da Vinci tentoonstelling in 2018- 6 jan 2019 in Teylers Museum  zijn/waren een aantal roodkrijt tekeningen te zien van studies voor mannenhoofden.  De studie voor het hoofd van Judas was uitgevoerd op rood geprepareerd papier. Het blad (formaat 180 x 150 mm.) is met warmrood krijtpoeder met water (mogelijk met wat gom) flauw ingeveegd in horizontaal verlopende banen. De reden om de studie op gekleurd papier uit te voeren kan wijzen op een bepaalde presentatievorm voor een opdrachtgever.  De lijnvoering (dunne haarlijnen) is zeer verfijnd en is met een scherp geslepen donkerrode natuurkrijtstift  (uit o.a. Theley) mogelijk. Het krijtpoeder waarmee het blad is ingeveegd is van een lichtere kleur rötelkrijt afkomstig, waarschijnlijk lichtbruin of portretbruin. Later zien we bij Rubens in zijn olieverfschetsen ook een in horizonale vegen opgezette ondergrondtoon waarop een schets/ studie is neergezet. Mogelijk is de ingeveegde tint van het papier ook zo'n verwijzing naar een schets of studie. Toch is bij Leonardo da Vinci de studie zeer fijn uitgevoerd en zeker niet vluchtig schetsmatig.
 
Er zijn 46 vindplaatsen van het woord "chalk" in deel I van Leonardo's dagboeken (Engelstalige versie van Jean Paul Richter). De meeste vindplaatsen hebben betrekking op met krijt (rood of zwart) gemaakte tekeningen of geschreven teksten. Van "matita of matite" is er één vindplaats. (nr. 1434) .
Elders bij nr. 523 wordt "red chalk/ amatita" genoemd bij het tekenen op een glasplaat van bijv. een landschap daarachter vanuit een vast oogpunt, ter illustratie van centraalperspectief.  (Paris Manuscript A, fol. 104, r.)  In het Italiaans staat er:   "pi/nillo [crossed out] o lapis amatita macinata."  De tekst is ontleend aan "The Notebooks of Leonardo Da Vinci: Arranged, Volume 1, translated in English in 1888 by Jean Paul Richter". (URL)  
Een andere bron in de Franse taal: André Chastel avec la collaboration de Robert Klein, "Léonard de Vinci , La peinture", Textes traduits, rëunis et annotés, Hermann, Paris, 1964.  p. 168-169
 


JdH:  "Colla dolce" dient m.i. niet te worden vertaald met "gum" maar met "een zwakke gomsoort".. Een bestaande rötelkrijtstift valt NIET uiteen in een schaaltje met  schoonmaakijzijn. Het mogelijk aanwezige bitumen of de fijnheid of dichtheid van de kalkdeeltjes verhindert dit. Wel treedt na één nacht het bitumen of een donker materiaal in het krijt uit naar de buitenzijde van de krijtstift. Dat is zichtbaar aan een kleurverandering van de stift naar grijsviolet. Rood krijtpoeder (slijpsel) lost licht op in wijn (zwakker zuur/ alcohol) of azijn (sterker zuur), net zoals in water. Het is niet zo dat al het krijtpoeder in oplossing gaat, wat de tekst bij Leonardo wel suggereert.  Dat zou in kunnen houden dat Leonardo meer gebruik heeft gemaakt van rode oker in niet van poeder van krijtstiften die vergelijkbaar zijn met rötelstiften. De zwevende deeltjes worden door decantatie afgezonderd in aparte glazen schaaltjes. Het azijnzuur wordt ook verdund door water toe te voegen. De rode suspensie (azijn ontkleurt niet) hecht bij indroging, sterker dan bij oplossen in water, aan de wanden van de glazen schaaltjes waarin de suspensie wordt bewaard. Met een houten spatel (ijslolly-stokje) is de ingedroogde neerslag losgemaakt van de glazen wand. Omdat er te weinig materaal was voor het maken van twee soorten pasta's, om stiftjes van te rollen, is alleen gekozen voor pasta met aquarelmedium. Dit rode krijt (er wordt niet gesproken over hematiet bij Leonardo) levert,
opgelost in azijn een speciaal poeder op. Poeder dat heel kleine deeltjes bevat door de inwerking van het azijnzuur. Een rood poeder, dat na spoelen met water en drogen en daarna binden met tragantgom, tot een scherp tekenende roodkrijtstift leidt, mits er op papier wordt getekend dat (droog) met puimsteenpoeder is geprepareerd.

JdH: Mogelijk werd in de tijd van Leonardo da Vinci ammoniak-gom gecombineerd met Arabische gom als bindmiddel gebruikt voor kunstmatige krijtstiften. Een eigen proef van mineraal krijtpoeder-pigment met water, fijngewreven met een glazen loper op een glasplaat, leverde na droging en toevoeging van enkele druppels in water opgeloste ammoniakgom (ammoniak-melk) met aquarelmedium goede resultaten op. Ook een herhaalde proef met ander mineraal krijtpoeder leverde dezelfde uitkomst op. (begin sept. 2017) De ammoniakgom bezit een andere structuur dan Arabische gom die veel harder is en moeilijk doseerbaar. Ammoniakgom geeft een krijtstift binding en een gunstige wrijfweerstand mee. Dat komt doordat in ammoniak-gom voor 50% hars zit (Theodorus van Brussel, De Nieuwe Britsche Apotheek, Amsterdam, 1772, blz. 84). Bij het wrijven tot poeder van ammoniakgom is die stugheid goed merkbaar maar ook aan de bindkracht van de melkachtige oplossing bij het krijtpoeder. Zonder aquarelmedium is de binding echter te gering. Per hoeveelheid poeder voor een klein krijtstiftje zijn enkele druppels ammoniak-melk met aquarelmedium al voldoende.
Zie ook voor een uitgebreide beschrijving van
GOM-AMMONIAK
: Jacob Vosmaer's APOTHEKERS WOORDENBOEK, Zutphen, 1828. blz. 394-404 In deze bron wordt het hars-aandeel nogmaals bevestigd met onderzoeksgegevens.

Gum en gom
Gerardus Lasonder, KORTE VERHANDELING DER ARTSENIJMENGKUNDIGE SCHEIKUNDE, Dordrecht,1826, blz. 183, 184 en 185
$ 296 "....een genoegzaam onderscheid doet bemerken; namelijk - is eene waterige oplossing van Arabische gom tot eene zekere dikte uitgedampt, dan kan men haar tot draden uitrekken, en is dus van een sterk klevenden aard: terwijl, daarentegen, de oplossing van de zoogenaamde gum. tragacanthae (*) deze eigenschap niet heeft, maar daarentegen eene zekere soort van glibberigheid tusschen de vingers doet bemerken, zonder echter klevend te zijn.
(*) Deze stof vloeit, evenals de ware gon, uit den stam van een heester, Tragacantha genaamd, welke in den omtrek van Syrië en Aleppo zeer overvloedig gevonden wordt; welk sap in den handel ook als een verdikt plantensap zich voordoet......."
JdH: Anno 2017 als poeder te koop, dat, op de hand, op maizena lijkt.
$ 300. ".....De gom-hars (gum. resinae) vloeit, evenals de zuivere gom en hars, uit eenige plantgewassen als een melk-wit sap ; welk sap, aan de lucht blootgesteld zijnde, verhardt. Tot deze soort behooren de Duivelsdrek (assa foetida)., Moeder-hars (galbanum), Sagapen-gom (sagapenum)., Ammoniak-gom (ammoniacum) en Myrrhae (myrrhae), enz.  De gom-harsen zijn gedeeltelijk in alcohol en gedeeltelijk in water oplosbaar , doch, met water vermengd zijnde, stellen zij een melkachtig vocht (emulsio genaamd) daar. Haar beste oplossings-middel is zeer zwakke wijngeest, in den handel brandewijn genaamd. Sommige, zoo als de euphorbia soorten, gum. gutta, assa foetida , enz. laten zich in azijnzuur (acetum vini) oplossen. ,,De gom-harsen zijn, bij een matige warmte zelfs, zeer week, zoodat men altijd verpligt is, om haar in den winter, bij felle koude, tot poeder te brengen, als wanneer men haar zeer gemakkelijk kan stampen......."




champagnekrijt in reactie met azijnzuur   schisteus hematiet voor overgieten met azijnzuur   schisteus hematiet uit Lesbos in reactie met azijnzuu  hematietneerslag vrijgemaakt met azijnzuur en tot stift gevormd 


Donkere roodbruine hematietfilm vrijmaken met behulp van azijnzuur

Wanneer we azijnzuur op wit champagnekrijtpoeder gieten dan lost het krijtpoeder bruisend op en gaat over in een troebele grauwe vloeistof.  Het witte krijtpoeder blijft in oplossing en is pas weer bij verdamping van het water te zien als een miniem restje grauw poeder met azijnzuur/ kalkkristallen..  Als we hetzelfde doen met een hematietfilm op een schisteuze kalk kern (zie hematiet in bron op Lesbos) dan lost het krijt (vergelijkbaar met ketelsteen) in de kern ook bruisend op. Het fijne hematietpoeder is als suspensie aanwezig in het troebele azijnvocht en zakt naar de bodem van een glazen bakje. Het proces van bruisend oplossen stopt als de azijnoplossing verzadigd is met kalk.
In een latere fase heb ik de keiharde kalkdeeltjes uit Lesbos met hun hematietaanslag aan een harde baksteen geslepen om poeder op te vangen waarin zowel hematiet als kalk aanwezig was. Dit poeder is blootgesteld aan huishoudazijn. De kalksresten losten bruisend op en het hematietpoeder bleef als een dieprood poeder achter.  Voeg voldoende
schoon water toe om de kalk- en azijnresten te scheiden van de hematietsuspensie. Giet na bezinking het overtollige vocht af en herhaal de spoelactie. Zolang het vocht naar azijnzuur ruikt is het hematietpoeder nog niet geschikt om in te laten drogen. Om de laatste resten azijnzuur te verwijderen is verhitting van het poeder aan te bevelen.  Het hematietpoeder behoudt, na wrijven onder toevoeging van een zwakke gomsoort (ammoniak-gom samen met tragantgom) met een glazen loper op een glazen plaat, de intens donkerrode kleur en kan tot één of meer krijtstiften worden gemodelleerd.  Teveel gom of te harde gom maakt het krijt te hard. Laat de fijngestampte stift dan opnieuw oplossen in een 'ruime' hoeveelheid schoon (warm) water en roer goed om de overdosis gom kwijt te raken. Laat het hematiet bezinken. Giet het water af en laat het poeder indrogen. Voer met het ingedroogde poeder het modelleerproces opnieuw uit. Het welslagen van het recept van Leonardo met azijn is erg afhankelijk van de azijnresten. De rode kleur van het poeder is echter wel optimaal. Op één van de drie krijtstukjes is nog iets zichtbaar van de azijnkrijstallen. Om in het laatste spoelstadium de azijnresten te scheiden van de pigmentresten in een waterige oplossing is het centrifugeren van de suspensie op een plat bord een extra mogelijkheid. Dep het nog resterende vocht aan de rand weg met een papieren zakdoekje. Na indroging van de suspensie droogt het poeder in het midden van het bord zonder azijnzuurkristallen op . Enkele kristallen zijn sporadisch aan de randen van de gedroogde neerslag waarneembaar. Bij de laatste proef is geen gom toegevoegd en is het papier niet met puimsteenpoeder geprepareerd.

Mary Philadelphia Merrifield verwijst in "The Art of Fresco Painting, as Practised by the Old Italian and Spanish ..." in haar hoofdstuk "of the colours used in fresco painting" bij SINOPIA op blz. xxix  naar Amatito als hard materiaal. 21)


alinea
2009
Roodkrijt stiften met harde blanke bijenwas als bindmiddel
pigment en blanke was  smelten van pigmenthoudende was

tekening met sanguine tekenstift op bijenwasbasis  detail van stift in houder    
De tekening is op ware grootte (7,4 x 8 cm.) afgebeeld.  De afbeelding van de stift met houder (rechts) is dubbel zo groot als in werkelijkheid.

De stift hierboven is op een andere wijze vervaardigd dan door Leonardo da Vinci in zijn dagboeken is vermeld. Hij heeft het over kleur[stof], gewreven met een warme steen [loper] met was en water, vergelijkbaar met het maken van olieverf.  Dit moet ik nog testen op een hete, zonnige dag. Opvallend is wel dat over met krijt geschreven en getekende de pagina's in de dagboeken van Leonardo da Vinci herhaaldelijk wordt gezegd dat grote delen onleesbaar waren of waren afgesleten. Normaal zou bij schrijven en tekenen met droog (natuur)krijt in een dagboek het krijt gefixeerd moeten worden. Dat is bij waskrijt echter niet nodig.

Harde blanke bijenwas waaraan, in gesmolten toestand, de lichte gradatie dodekop pigment is toegevoegd, tot het poeder niet meer wordt opgenomen in de vloeibare was, levert bij samensmelten, na stollen en lossen een sanguinekleurige tekenstift op die bij geringe drukverschillen een zeer gevarieerd  lijnenscala laat zien. De gemaakte stift is uitstekend met een mesje te slijpen en van een scherpe punt te voorzien en slijt tijdens het tekenen niet al te snel. Helaas is de lijnvoering van deze waskrijtstift te dicht bij kleurpotlood (niet levendig genoeg!). De getekende lijnen tonen bij beschouwing onder een zijdelingse hoek wel dezelfde matheid als lijnen getrokken met een 'droge' krijtstift (natuur- en/of kunstkrijt). Dat in tegenstelling met kleurpotloodlijnen die veel meer glanzen.
Gebruik van gele bijenwas, zoals die bij gerolde waskaarsen, is af te raden omdat deze was te zacht is en tijdens het tekenen te veel aan het papier "plakt". 

Nadeel voor beginnende tekenaars is dat de waskrijtlijnen niet met kneedgum zijn te corrigeren. Voordeel is echter het ontbreken van de noodzaak om de tekening te fixeren. Toch bezit dit krijt helaas niet de voordelen van kleihoudend tekenkrijt. Het is niet 'wasbaar' met water (wel in geringe mate met een alcoholoplossing van 96%), het is niet te doezelen met een doezelaar en te bewerken met een tortillon (ook wel gespeld als 'tortillion'), het blijft in de lijnvoering te dicht bij kleurpotlood (ook de papiergrein of perkamentstructuur speelt daarbij een rol).  Soortgelijke stiften van zowel Conté als van Koh-I-Noor zijn al jaren in de handel. Zelfs op Sicilië kwam ik ze jaren geleden als dikke vulpotloodstift tegen. Er waren daar geen kleurvariaties  te koop.

Bovenstaand testje is uitgevoerd op 18 juli 2009.   De dag ervoor kwam ik op internet een artikel tegen van M. Stephen Doherty getiteld: "Materials and Techniques of Renaissance Drawing". Dit artikel is te vinden in het Amerikaanse blad "Drawing" van 10 augustus 2004. Wat mij opviel was het feit dat onafhankelijk van elkaar Matthew J. Collins en ik het in 2004 al hadden over de problematiek om het krijt van de oude meesters op te sporen. De link naar een firma voor tekenmaterialen in Florence, aan het eind van het artikel van Stephen Doherty, wekte in 2009 echter wel enige hoop. Navraag bij deze Florentijnse firma leverde echter geen nieuwe gezichtspunten op. Een pigmentfirma (Kremer) waar ik al eerder contact mee heb gehad is ook daar de leverancier van het rode krijt.
alinea




Bijlage over oude medische literatuur waarin hematiet wordt genoemd

1512
Hieronymus Brunschwig, Liber de arte distillandi de compositis,  Johann Grüninger, 1512.
Das.XVI.Capitel,  pag. CXXXVii

(N.B. Voorlopige Nederlandse vertaling per 24 maart 2018, van Oud-Duitse tekst in Frakturletters)
Het 16e hoofdstuk (digitaal blz. 506)
"Lapis Ematitis is in de volkstaal een bloedsteen. Van het Griekse Hema, Latijns sanguis, op z'n Duits bloed/ Dient als Antidotum emeagogum/ een middel bij menstruatie/ emoptoicus bloed spugen/ emosregia bloed vloeien van de aambeien aan de kringspier/ bloeding van de gouden aderen/ Daarom is het ook niet te openbaren welke steen u het beste daarvoor nemen kunt/ die omdat lapis Hematitis bloedsteen wordt genoemd/ één die met de bloedsteen gelijkenis vertoont/ zoals Jaspis een bruine of roodgekleurde vergelijkbare steen/ indien men die die bij de hand heeft/ die bloed vaak daarmee stelpt/ Of de steen die men meebrengt [van] naast de weg bij St. Jacob/ en welke te vinden is in het koninkrijk Castilië/ over de berg Runcenal[?] bij Salamanca/ is het enkele mijlen gaande richting Alben [Alba de Tormes?]/ aan de linkerkant ligt een hoge berg/ met een rode rots/ daar bij een kleine stroom tussen Salamanca en de heilige rots van Alben [Polomares de Alba?]/ rakend aan het Koninkrijk van Granada/ welke steen van begin af aan bloed stelpt/ als die er op gelegd wordt/ zoals in het boek van de chirurgie staat voor bloedende wonden. Maar van deze steen doe ik u hier geen [ver]melding/ uitgezonderd alleen van de steen genaamd lapis Ematitis welke uiterlijk dichtbij cinnaber of rötelsteen staat/ die de  timmerlieden gebruiken/ doch bruiner en harder [is] dan de rötelsteen. Serapio [Johannes Serapio, 12e eeuw, arabische arts] in het boek 'agregatoris' [verzamelaar] / in het hoofdstuk [over] Sedeneg [= arabisch voor hematiet]/ Lapis Hematitis/ deze steen die qua kleur lijkt op bloed/ is een natuurlijke stof waarover Platearius spreekt vanwege zijn verkoelende en drogende werking. Deze steen kan gevonden worden in die landen waar de zon opkomt [Oriënt]. Maar ik heb er heel wat gezien die men vond  op zes mijlen afstand van Straatsburg in een gebergte. Deze ter hand genomen stelpt het bloeden uit de neus zo goed als ik het nog nooit heb gezien. Maar ik heb hetzelfde gezien van de Jaspis steen, of Corneolus, welke steen roodachtig is/ maar met een donker rode kleur/ als rood vlees. Deze steen stelpt ook het bloeden van de neus, of een ander lichaamsdeel/ en het meest de bloeding van de vrouw, menstruatie genoemd. Maar de steen Lapis Ematitus, verpulverd en vermengd met het sap van de Bursa pastoris (Herderstasje), of sanguinaria, tasjeskruid genoemd/ in de neus gestoken, een katoenen [watten]prop, daarin gedrenkt, stelpt het.
Wie bloed spuugt/ die vermengt deze steen [in] verpulverd[e vorm] met rozenwater en arabische gom/ maakt daaruit pillen/ en daarvan een kwintiel [vijfde deel] genomen/ stopt het bloedspugen. Wie last van rood[heid] heeft/ zal eiwit nemen/ azijn ieder één deel/ rozenolie vier delen/ van lapidis Ematitis in poedervorm één deel/ En met een 'cristier' [klisma?] onderin gedaan [aangebracht]/ helpt [het]ook bij de vloeiing [het bloedverlies] van [bij] menstruatie/ want verpulverd [en] vermengd met weegbree sap/ lost het hetzij wit of rood op/ en voor alle vloeïngen die daar [hun] een oorsprong hebben van hitte. Ieder die [last van] overvloedige warme vochtigheid heeft [is] de hulp van deze steen bekend."

JdH: Het wrijven van een bloetsteen of bloedsteen (hematietsteen) op een wetsteen om hematietpoeder te bereiden komt op meerdere plaatsen voor in bovenstaand boek. Zie digitale versie blz. 415,505,683. Een apotheker zal dus een hematiesteen incl. een wetsteen  of kant en klaar hematietpoeder
in zijn apotheek
beschikbaar hebben gehad.

1512

Nicolaus Praepositus: Dispensarium Magistri Nicolai Praepositi ad Aromatarios
Dit boek is gebaseerd op een werk van Nicolaus Praepositus (eig. : Praepositi) die leefde in de 2de helft van de 15de eeuw en omstreeks 1490 een praktisch leerboek schreef voor apothekers (Dispensarium Magistri Nicolai Praepositi ad Aromatarios).
Het werk van Nicolaus Praepositius is weer gebaseerd op een handschrift van Matthaeus Plataerius: De simplici Medicina
. Matthaeus Platearius (overl. 1161) was een arts uit de medische school in Salerno, en men neemt aan dat hij in de twaalfde eeuw een Latijns manuscript over medicinale kruiden heeft geschreven. Er zijn diverse trefwoorden waarop tekst is te vinden zoals: lapis, ematites, terra, gumi, bolus, bolum, boli, figil (sigillata) etc. In het begin van het boek is een alfabetisch register (Tabula) te vinden. Daarna volgt een artikel over  'De conditinibus boni apothecarij' met een eigen onderverdeling waarin  o.a. De berbis, De floribus, De aquis, De gummis, De mineralibus enz.  Het boek is zeer uitgebreid. De eenvoud zit in de ordeningscategoriën die meerdere zoekwegen bieden. We gaan hier kort  in op het mineraal Hematiet:
"Ematites frigi. est & sic. lapis est qui occidentali 'plaga & oriëntali repit. diu tissime servat. Virtuté habet cónstringendi sanguiné. Usi of ematites ab ema quo est sanguis: etites quo' est sistens.  Contra fluxú sanguis de narib'  fricet ematites cum 'succo sanguiaries sub cote: uli marmor. & bombyx  intinct' narib' imponat'." 
Vertaald: "Hematiet is koud en droog. [sic = sicco] De steen deed er lang over om zich in het westen te verspreiden, komende uit het oosten. Als verdienste bezit deze [steen] bloedingen te [kunnen] stelpen. Hematiet wordt bij de uitstroming van bloed benut; En ongeacht waar dat nodig is. Tegen een bloedende neus helpt het een papje van hematietpoeder in te wrijven onder de neusvleugels [in de neusgaten], breng daartoe verbandgaas ingedoopt in het papje in de neus aan'.

 

1513
Tbouck van wondre
Overzicht van allerlei oude recepten om stoffen te verven.  Er zijn teksten in oud-nederlands en italiaans opgenomen. O.a. aluin en puimsteen (blz. 80) worden genoemd om kleurstoffen aan weefsels te binden.
 
1513
Johannes de Ketham,  Fasciculus medicine - Venetiis, Gregorius de Gregoriis 1513
Medisch handboek in het latijn met bladvullende illustraties in lijn van menselijk lichaam en recepten voor behandelingen. Trefwoorden o.a. :  bolo, terra,  terra sigillata, color, lapidis ematitie enz.  De OCR-omzetting is bruikbaar.
ill. in Fasiculus medicine 1513
 "Aliud Emplastrum. Et si tale vulnus fixum aut profundum multum cruè taverit. Accipe thus album sanguinem draconis vinum nigrum sel und blutsteín, id est lapidís ematítie: bec omnia contunde ínfimul:a fac emplastrum cum claro oui; a illud consecium super stupas ponatur a vulneri applicetur. "
Vertaald: "Een andere pleister. En bij een dergelijke [schaaf-] wond of diepe snijwond. Neem dan eiwit [,] cinnaberpoeder [,]  zwarte wijn [,]zout en bloedsteen, dat is namelijk hematíetsteen: Doe al deze dingen bij elkaar in een mortier (vijzel), stamp/ roer alles te samen en maak een pleister met een geklaard ei ter grootte van de snee en breng deze aan op de wond."
JdH: 'und blutstein'  lijkt een direkte overname uit een duitse tekst.  Cinnaberpoeder is zeer giftig (kwik en zwavel).  'Sanguinem draconis' is ook een plant met witte bloemen.

 
1517
Meister Hans von Gersdorff: Feldbuch der Wundarzeney, Joannem Schott ju Strasburg im Teyergarten, Anno Christi MCCCCCXII  en latere uitgave:MDXXVIII
Er kunnen diverse zoektermen worden ingevoerd zoals: terra, bol(us), fig(illata), rot, puluer (pulver) enz.
Voorbeeld van een recept (blz. digitaal 88 onderaan):: "Von den Blütstellungen. Ein anders. Nim den gelben somen in den edelen roten roszen/ das man in der apoteken nennet antera. j. lot. trachen blüt /terra sigillata/ bolum armenü yedes.j.quinsit, mach sye zü pulver.  Nim dan das weissz von eim ey/ und schlag das undereinander/ nü mach darusz sapffen mit boumwollen/ und stossz die in die naszen.."
Vertaling: Van de bloedstelpingen.  Een andere. Neem de gele stampers van de edele rode rozen / die men bij de apotheek 'antera' noemt / een loot drakenbloed / terra sigillata / armeense bolus van elk een vijfde,  [en] maak er poeder van. Neem dan het wit van een ei/ en roer het door elkaar/  maak daaruit een papje met katoenpluk  [dep daar een dot watten in] / en duw die in de neus.
Vgl. recept tegen een bloedneus hierboven met dat uit 1512.  Dit soort receptenboeken laten zien welke artikelen allemaal bij apothekers in het begin van de 16e eeuw te koop waren. Daar waren ook grondstoffen voor schilders bij.
Bovenvermeld mengsel, om een bloedneus te stoppen, bevat 'toevalligerwijs' een aantal stoffen die een rode kleur bezitten en als grondstof voor roodkrijtstiften in aanmerking komen. Misschien heeft een tekenaar met zo'n opgedroogd papje wel eens een lijn proberen te zetten in de 16e eeuw.

1520
Martin Stainpeis: Liber de modo stude(n)di seu legendi in medicina  Taal: Latijn.  Trefwoorden: Ematites, Gumi Arabic, Lapis Armenus, Bolus Armenus (blz. 290-digitaal,achterin het boek), Terra Sigillata,o etc.
De omschrijving van Hematiet (Lapis ematites) op (blz. 137 digitaal): " Lapis ematites. plu et stain, & est satis gravis in pondere & rubedinis obscure, & ei' color é similis colori sanguis."  
(vertaald: Hematiet steen. verweert [etst] in de regen, is heel zwaar in gewicht en bezit een donkerrode kleur, en de kleur is vergelijkbaar met de kleur van bloed.)
  "Lapis armenus. est lapis cari precií. quía una uncia pro uno ducato. & dicitur a regiöe, & est lucidus & subalbidus. & administrari debet lotus, & habet macularú distinctiones virides & nigras, & qui non est in lapidis termino eligitur, immo est dissolubilis & pulverrisabilis. & qui est in ractu lenis. carens asperitate, Me sue. Et corrigitur per eius ablutioné, ut in ant.Nic.Prae.ad aro.  &c."
(vertaald: "Armeense steen. [De steen] is zeer kostbaar. dat is één ons voor één ducaat, afhankelijk van de streek en is helder en wit. En moet worden toegediend [opgelost]in een bad , en heeft groen en zwart gekleurde te onderscheiden delen, die niet in de uitgekozen stenen mogen voorkomen, het is inderdaad onstabiel en poederig [pulverend]. En hij is zacht van karakter. in afwachting van zijn vergruizeling, [en] plakt niet. En het verandert door te wassen volgens Nic.Prae.ad.aro. E.a.. ")

N.B. Nic.Prae.ad.aro. =  'Magistri Nicolai Praepositi ad Aromatarios execellentissimi medicinae'  is een arts waarnaar hiervoor wordt verwezen. (zie dig. pagina 12)
Er worden allerlei mineralen en gesteenten behandeld evenals allerlei gum- en gomsoorten.  De OCR-omzetting is zeer matig, wat de doorzoekbaarheid niet ten goede komt.
 
 

1520-21

Albrecht Dürers Schriftlicher Nachlass enz. Uitgave met inleiding van Heinrich Wölfflin, Berlijn, 1910 (2e druk)
Dagboek over o.a. zijn reis naar de Nederlanden.  Er zijn op enkele plaatsen teksten over Dürer en Rafaël .

Citaten uit de periode 1520-1521 o.a. ingedeeld naar tekenmaterialen:
Krijt (zwart, rood, wit):
'...Ich hab Meister Adrian für jj fl. Kunst geschenkt. 1 Stüber für ein Rötelstein geben."  Adrien Herebouts is Raadspensionaris van Antdorff (=Antwerpen). Dürer heeft in 1520 in Antwerpen een rötelstein gekocht. Herkomst? Naast één tekst-vindplaats van het woord 'Rötelstein'',  zijn er nog drie vindplaatsen met de term 'schwarze Kreide' en één met de term 'Steinkreide'.  Dürer kocht dus regelmatig zwarte krijtstenen en zaagde daar waarschijnlijk zelf stiften uit. Meder meent dat de aankoop van rötelsteen meer bedoeld was voor de grondering van zijn panelen. Dus helemaal niet om er mee te tekenen. Er zijn ook nauwelijks tekeningen met rood krijt van hem bekend. Ook komt de zin "Steinkohln und schwarze Kreuden." voor. Zou met 'Steinkohln'  echt steenkool worden bedoeld, als tekenmateriaal of is het ampeliet in steenvorm?  De periode waarin de vermelding over steenkool voorkomt is rond 1 september.  Dürer vermeldt ook dat hij drie uitzichten en twee kleding (kostuum?)tekeningen op grauw papier met zwart en wit krijt heeft gemaakt. (blz. 103).
- Steinkreiden:  "Ich hab den Cornelius (Grapheus), der von Antorff Secretari, gar gut mit der Steinkreiden conterfet." (blz. 85)    Steinkreiden zijn krijtsoorten die gemaakt zijn van verpulverde mineralen, vaak wit of grijsbruin (Vicenza kreide) van kleur. Aan het poeder zal een bindmiddel zijn toegevoegd.  Of het een soort pastelkrijt is, is niet duidelijk. Over Steinkreiden wordt de volgende tekst vermeld In  P. Albinus Meißnische Land-und BergChronik. Dresden 1589,  Meisnissche BergCronica. fol.176. seq. XII "Kreiden allerley Farben. Zu Waldenburg findet man gelbe Kreiden die weich und leichtlich schreibet. Item daselbste ein Violbraune Kreiden/ wie auch ein fette weisse Erden/ damit man ferben kan/ gleich wie man in Turingen bey Rögeln ene blawe Kreide findet/ damit man die Heuser malet. Sonsten findet man auch braune schwarze und dunkelgrawe Steinkreiden. Item schwarze schreib Kreide/ schwarze mit Silber weissen Sperncklein/ gleich auch eine weisse Silberkreiden." 
Opvallend is dat er geen rood (steen)krijt wordt vermeld.
- Kohle:
Dürer tekende veel portretten met  'Kohln' of 'Kohle'  (bijna 40  instanties) . Dürer is in 1520 en 1521 na z'n Italiaanse reizen (o.a. 1494, 1498, 1506 Venetië)  in Mechelen en Antwerpen.  Mogelijk wordt met 'Kohle' het begrip  'Reißkohle'  bedoeld. Dr. Wilhelm Buchner gebruikt in 'Deutsche Ehrenhalle', Darmstadt, 1862, p. 247, de term 'Reißkohle' in relatie met Dürer en Keizer Maximiliaan. Reißkohle vraagt niet om zware fixatie in tegenstelling tot gewone houtskool.  In de dagboeken van Dürer is nergens sprake van fixatie van Kohl- tekeningen, terwijl hij wel verwijst naar het vernissen van zijn schilderwerken. Venetiaanse houtskool of  'fusain venétien' komt in de 16e eeuw in de mode. Reißkohle bestaat uit in lijnolie gedrenkte en (eventueel taps toelopende) geperste houtskool die vaak ook nog omwikkeld is met een dunne folie. Reißkohle is ook in verschillende hardheidsgraden verkrijgbaar door verschillen in persing en olie. In een duits woordenboek uit 1824/1844 komen we wel de vermelding tegen dat tekeningen met (houts)kool op gelijmd papier moesten worden gemaakt. Die houtskooltekeningen dienden ter fixatie aan waterdamp te worden blootgesteld.  Er werd meestal gewerkt op een 'Reißbrett', een gladde houten tekenplank, die als ondergrond diende voor een voorgelijmd vel papier.  Belangrijk was dat het vel papier, dat door bevochtiging eerst uitdijde, aan de randen zorgvuldig werd vastgekleefd met bijv. stijfsel of andere lijm en dan strak opdroogde. Als de tekening af was, dan werd de tekening, nog op de plank, boven waterdamp gehouden. De tekening (het houtskoolpoeder) wordt door de warme waterdamp aan het gelijmde papier gehecht.  Pas na droging werd de tekening losgesneden vanuit de strakgetrokken positie.  'Reißen' heeft zowel bij Reißkohl, Reißbrett als Reißblei betrekking op het begrip 'tekenen'.
Zilverstift:
  Herhaaldelijk komt de term "Steft" voor. (13 x) . Daarmee bedoelt hij, meestal in combinatie met het woord "conterfet", een zilverstift.  Omstreeks 1 okt 1520 (blz. 58): "..... Ich hab Herr Wolff von Rogendorff mit den Steft conterfeit. hat 3 Stüber verschenket. Ich hah ein Edelfrau in Tomasins Haus geconterfet. Ich hab den Nicolao geschenkt ein Hieronymum im Gehaus und die zween neuen Marienbild..."
Inkt:
Een aantal keren koopt Dürer ook 'Federn' en maakt onderweg 'Federzeichnungen'. Een keer koopt hij "Tinten" in Antwerpen.
Papier: wit en grauw (getint papier)
Magnetiet?   Dürer heeft in Antwerpen een 'Magnetstein' gekocht. (blz. 84)  Zou dat een stuk magnetiet zijn geweest om naalden, spijkers of ijzervijlsel te verzamelen, bestemd voor navigatie of
een rariteit?
- Rafaël:  Ook heeft Dürer het over Raphaël en het sturen van een gravure om iets van Raphael teruggestuurd te krijgen. 
"...Ich hab dem Thomas Polonius ein ganzen Druck geben, der mir durch ihn ein ander Maler gen Rohm geschickt wurde, der mir des Raphaels Ding dargegen schicken soll, am Montag nach Michaelis 1520 (1. Okt.)....".  Wat betreft de schilder Rafaël op blz. 56 :  "Item des Raphaels von Urbins Ding ist nach sein Tod alls verzogen (zerstreut worden). Aber seiner Discipuln einer mit Namen Thomas Polonier (Tommaso Vincidor aus Bologna), ein guter Maler, der hat mich begehrt zu sehn. So ist er zu mir kommen und hat mir ein gülden Ring geschenkt, antica, gar mit ein gutengeschnitten Stein, ist 5 fl. wert. Aber mir hat man zwiefach Geld dafür wollen gehen. Dargegen hah ich ihn geschenkt meines besten gedruckten Dings, das ist wert 6 fl."
Er bestaat ook een digitale uitgave van : Frederic Verachter, Albrecht Durer in de Nederlanden, Antwerpen, 1840.

Dürer en Rafaël  (Toelichting bij tekening "naakt studies", ca 1515)
Dürer is in 1494-1495 en in 1506 in Italië geweest. De laatste keer was Venetië zijn reisdoel. Hij kende toen het werk van Rafaël (1483-1520) in prentvorm. Rafaël kende Dürer's werk al in 1498. Rafaël's ster begon te rijzen na 1500. Zij bewonderden elkaars werk en in 1514/1515 stuurt Dürer zelfs een zelfportret aan Rafaël. Rafaël was vanaf 1514 hoofdbouwmeester van de Sint Pieter te Rome. De boodschap van Dürer aan Rafaël daarbij schijnt als volgt te hebben geluid: "U kent mijn kenmerkende grafische stijl en techniek (ze zijn één en dezelfde) en het al even opvallende monogram of de handtekening met hen verbonden. Een aantal van mijn prenten bezit u waarschijnlijk al. Ik wil u een voorbeeld van mijn werk aanbieden dat niet zo gemakkelijk te verwerven is, en zeker niet repliceerbaar is door een mechanisch proces."  Het zelfportret van Dürer toonde een hoofd uitgevoerd in gouache op transparante batist, dus het ontwerp zag er aan beide zijden hetzelfde uit. Hij gebruikte aquarelverf voor de grond en kleuren, en het wit was van het doek zelf. Raphael vond het geschenk een prachtig werk, en in ruil daarvoor stuurde hij enkele van zijn eigen roodkrijt tekeningen, die Dürer bewaard en gekoesterd heeft.  (Bron: "Eine Nachricht von Raffael" in: Friedrich Teja Bach and Wolfram Pichler, eds., Öffnungen:  Zur Theorie und Geschichte der Zeichnung (Munich: Fink, 2009), 109-37   (English text:  "A Message from Raphael")
Tekst hierover bij Vasari: "Dit en zijn andere werk verspreidde zijn faam tot in Frankrijk en Vlaanderen, en hij [Rafaël] beïnvloedde het ​​werk van Albrecht Dürer, de geweldige Duitse schilder en meester van de fijne kopergravures, die [hem] zijn eigen zelfportret toestuurde.  Dit was een hoofd, als zelfportret uitgevoerd, door hem, in gouache op fijn linnen doek (transparante batist), dus het ontwerp zag er hetzelfde uit aan beide kanten, en zonder loodwit, met transparant licht, hij gebruikte aquarelverf voor de grond en kleuren, en het wit van het doek was lichtdoorlatend. Rafaël beschouwde dit als een prachtig werk, en in ruil daarvoor stuurde hij enkele van zijn eigen tekeningen, die Dürer dierbaar waren."
(JCdH: De portretschildering is uitgevoerd zonder wit-hogingen met loodwit. Het wit in de ondergrond vervulde, zoals bij aquarel, de rol van de hoogste lichten.)  
Of Dürer of Raphael de eerste stap zette in het contact tussen beide en de uitwisseling van hun werk is onduidelijk. Sommige deskundigen gaan er van uit dat Rafaël als jongste de eerste stap diende te zetten. Rafaël heeft het portret nagelaten aan zijn leerling Giulio Romano. Helaas is het portret van Dürer, gestuurd aan Rafaël, tegenwoordig verdwenen.
Het zou interessant zijn om te weten welk rood krijt Rafaël heeft gebruikt in zijn met ragfijne lijnen gemaakte krijttekeningen voor Dürer. Of er in de tijd van Raphael rood krijt in Italië bestond, dat krijtlijnen vergelijkbaar met zilverstiftlijnen, mogelijk maakte weten we niet. Misschien heeft Rafaël met zijn krijttekeningen niet alleen aan Dürer laten zien welke tekenkwaliteiten hij bezat ["om zijn hand te tonen"], maar heeft hij hem mogelijk ook werk geschonken, gemaakt met krijt uit diens eigen land. De Italianen tekenden al in de 16e eeuw, volgens Vasari, met natuurlijk rood krijt uit Duitsland.  De kleur die door Rafaël is gebruikt in veel van zijn tekeningen zouden we tegenwoordig Sanguine Portret-Bruin noemen.


1524
Probierbüchlein auff Gold Silber Kupfer und Bley, auch allerley Ertze (Magdeburg, 1524)
In dit boekje staan allerlei recepten die vooral met bovenstaande metalen te maken hebben. Ook staat er enige informatie in over kleurpoeders, lijmsoorten, klei e.d.
Probeerboekje  over Wegen en gewichten (Wage und Gewicht)   Probierbüchlin (von Wage und Gewicht)  Door Ciriacus Schreittmann   (Probierbüchlin. Frembde vnd subtile Kunst, vormals im Truck nie gesehen, von ...)
Naast het type Werck- und Probierbüchlin  zijn er ook Secreetboeken. Een interessant artikel van Philip Ball uit 2015 over Secreetboeken is: "Alchemy on the page   Here’s an extended version of my article in Chemistry World on the "Books of Secrets" exhibition currently at the Chemical Heritage Foundation in Philadelphia."
 
1546
Georgii Agricolae, "De natura" etc. Liber V, IIII, X, II , Basileae, MDXLVI (1546)
 Agricolae gaat uitgebreid in op Hematiet e.d.
 Zoekwoorden: schist, terra, haemat, lapis, rubri(ca), pictor  enz.
Hier een voorbeeld van de woorden krijt en puimsteen in één tekstfragement:
":tamen nonnulla sunt rara, exempli causa, creta, qua pictores utuntur, pumices, tofi.horum.enim partes ut illorum nö sunt omnibus locis coniunctae continua..."
Vert. JdH: ".....echter, sommige zijn zeldzaam; neem bijvoorbeeld krijtsoorten, waar schilders gebruik van maken, puimstenen, net als tufstenen zijn die niet overal gezamenlijk beschikbaar ......"
Agricolae's De Natura , vooral het onderdeel 'Bermannus", vereist een nadere studie omdat in zijn werk daar de relatie met schilders (trefwoord = pictor) op div. plaatsen wordt gelegd.!
 
1549
Antonio Francesco Doni (Florence, 1513 - Monselice, 1574)
"Disegno del Doni, partito in piu ragionamenti, ne quali si tratta della scoltura et pittura de colori, de getti, de modegli, con molte case appertenenti à quest' Arti: etc.,Venetia: Gabriel Giolito di Ferrarie, 1549"
Trefwoorden zoals disegno (36 instanties), petri, pietra, linea, chiamata, carbonaio nero, materia en intagli leveren helaas geen duidelijke  ingangen tot materiaalvermeldingen. Termen als Creta, Rubrica e.d zijn geheel afwezig.
Hoewel het begrip disegno in de titel de verwachting wekt dat het over tekenen gaat is het begrip ontwerp of schets hier meer aan de orde.
Doni is in bovenstaand werk een auteur die vooral literair over kunst schrijft. Zijn zinswendingen getuigen van een levendige en flamboyante expressiviteit.  Behalve schrijver was hij ook kalligraaf en tekende hij titelpagina's van boeken. Hij was in zijn tijd een populair auteur en satiricus. Hij was de zoon van een scharen-maker, trad toe tot de Orde der Serviten en reisde vele jaren rond in Noord-Italië.


1550
Giorgio Vasari,

Le vite de' più eccellenti architetti, pittori et scultori italiani, da Cimabue insino a'tempi nostri (1550)/ Capitolo 16   (Nell'edizione per i tipi di Lorenzo Torrentino - Firenze 1550)
XLIV  DELLA  PITTURA .  CAPITOLO  XVI.  Degli schizzi: disegni ; cartoni, ed ordine di prospettive : e per quel che si sanno, ed a quello, che i pittori se ne servono.
".....Questi si fanno con varie cose, ciò è o di lapis rosso, che è una pietra la qual viene da’ monti di Alamagna, che per esser tenera agevolmente si sega e riduce in punte sottili da segnare con esse in su i fogli come tu vuoi, o con la pietra nera che viene de’ monti di Francia, la qual è similmente come la rossa. Altri di chiaro e scuro si conducono su fogli tinti, che fa un mezzo, e la penna fa il lineamento ciò è il d’intorno o profilo, e l’inchiostro con un poco d’acqua fa una tinta dolce che vela et ombra quello, da poi con un pennello sottile con della biacca stemperata con la gomma si lumeggia il disegno, e questo modo è molto alla pittoresca e mostra piú l’ordine del colorito......"
Vert. JdH: "..... Dit gebeurt met verschillende dingen, of met de "lapis rosso" [rode steen], dat is een steen die afkomstig is uit de bergen van Duitsland, die gemakkelijk te zagen is [in plakken] en te reduceren tot dunne stiften waarmee op bladen [papier] lijnen kunnen worden aangebracht zoals u het wenst, of met de "pietra nera" [zwarte steen] die uit de bergen van Frankrijk komt, welke vergelijkbaar is met de rode. Om op een andere manier licht en donker weer te geven werkt men op gekleurde bladen, die een halftoon bezitten, en de pen levert de lijn die de rand of de contour is, en de inkt met een beetje water levert een zachte tint voor vlakken en schaduwen, om vervolgens met een smalle  penseel met wat verdund loodwit accenten in de tekening aan te brengen, en deze [werk]wijze is heel picturaal en laat meer levendigheid zien ... "
N.B. Opvallend is de vermelding dat het rode tekenkrijt uit Duitsland en het zwarte tekenkrijt uit Frankrijk komt. In Italië komen deze krijtsoorten in de natuur blijkbaar niet voor. De ontwikkeling om op getint papier te tekenen lijkt nog niet aan rood en zwart krijt gekoppeld te worden.

"8. ll signor Filippo Cicciaporci gentiluomo Fiorentino ha una copiosissima e singolar raccolta di disegni di varj, e tutti d’insigni professori tanto antichi, che moderni. Ella in gran parte proviene da una collezione , che avea santa gia il cavalier Giuseppe Cesari d’ Arpino, che egli poi è andato sempre aumentando . Tra essi ve ne sono circa 80. attribuiti a Michelangelo, e molti professori, chegli hanno veduti, gli credono originali terminati parte di lapis roſſo, o nero, e parte in penna, fatti con quella intelligenza , e bravura, ch’era propria di queſto divino artefice, ma inſieme finiti con molta diligenza. Il detto gentiluomo di preſente abita in Roma....."
Vert. JdH: "8. De heer Filippo Cicciaporci, [een] Florentijnse heer heeft een overvloedige en unieke collectie tekeningen van diverse, en veel vooraanstaande meesters, zo[wel] oude als moderne. Ze komt grotendeels [voort] uit een collectie, die ridder Giuseppe Cesari d'Arpino bezat, die voortdurend [aan]groeide. Er zijn ongeveer 80 van hen, toegeschreven aan Michelangelo, en veel deskundigen, die ze hebben gezien, geloven dat de originele stukken gemaakt waren met rode of zwarte lapis en [een] deel in pen, gemaakt met die intelligentie en vaardigheid, die eigen was aan deze goddelijke schepper, maar als geheel met veel zorgvuldigheid zijn uitgevoerd. Genoemde heer leeft tegenwoordig bij voorkeur in Rome."
N.B.  Bij het woord "lapis" treffen we "rosso" en "nero" als kleuraanduidingen aan. (1760 Vasari, Noot 8 op blz. 350, Quarto Parte, IN ROMA MDCCLX). Als Vasari het verder in zijn boek over "matita" heeft bedoelt hij daarmee meestal een rode of zwarte "tekenstift'.


1550
In een Italiaans medisch receptenboek uit Florence uit 1550 is het volgende te vinden over Sinopia:
  EL RICETTARIO DELL 'ARTE, ET VNIVERSITA DE MEDICI, ET SPETIALI DELL A  CITTA DI  F I R E N Z E. Firenze, MDL  (1550), Parte prima, blz.43
".....La Sinopia, chiamata da Dioscoride Rubrica Sinopide, perche si vendeva in Sinope Città, è una terra rossa, hoggi ne abbiamo di molti altri luoghi, & chiama si Bolo Armeno, del quale si è detto di sopra del Bolo. E leggesi secondo Dioscoride quella che è grave, densa, del colore del Fegato, senza pietre, & colorita tutta egualmente, et che messa nell'acqua agevolmente si disfà.  Qui per el Bolo intendiamo el nostra le. Quella Sinopia che ad operano é legnaiuoli è un'altra sorte di Rubrica, & si suol fare di Ocra cotta......"
 
Sinopia, dat door Dioscorides 'Rubrica Sinopide' werd genoemd, omdat het in de stad Sinope [Sinopia] werd verkocht, is een rode aarde [klei], zoals die op veel andere plaatsen wordt aantroffen, en we noemen het Armeense Bolus, wat ook van deze Bolus wordt gezegd.
En bij Dioscorides lezen we dat deze [bolus] zwaar en compact is, de kleur van lever bezit, vrij van stenen is, en overal gelijk van kleur, en dat het in water geplaatst gemakkelijk uiteenvalt [oplost]. Wij geven hier de voorkeur aan die Bolus en de onze.  Hier bedoelen we met Bolus die uit ons eigen land. De Sinopia die gebruikt wordt door de timmerlieden is een ander soort rode aarde [Rubrica], en is doorgaans gemaakt van gebrande [gele] oker.
 

1555
Pietro Andrea Matthioli (1501-1578)
I Difcorfi Di M. Pietro Andrea Matthioli Medico Sanefe, Ne I Sei Libri Della Materia Medicinale Di Pedacio Dioscoride Anazarbeo etc., In Vinegia, nella bottega d' Erafmo. Vincenzo Valgrifi, Venetië, 1555, p. 661
"La PIETRA chiamata Hematite, cio è fanguigna, la quale fi chiama communemente Lapis, è notißima à tutti, & haffene in Italia affai copia nelle fpetiarie per l’uso non solamente della medicina, ma dei pittori, de i lègnaiuoli , & de farti, per effer atta molto per difegnare, &  tirar diverfe linee. Ma non però è questa quella, di cui hanno intefo Dioscoride, & Galeno, percioche quella del commune ufo è contra fatta di bolo Armeno commune, & d’altre misturaggini. Avenga che la vera fi ritroui minerale, la quale rompendoft fi vede di color uiuo di fangue, da cui ha prefo il nome:  percioche i Greci chiamano il fangue haema. Simile à questa è non folamente nel colore, ma parimente nelle faculta anchora la scistile: & però ne scriffe Dioscoride fubito dopo l’Hematite. Nafce l'una & l'altra non folamente in Egitto, ma in piu luoghi d'Alamagna, & di Boemia, onde si ci portano in Italia."
Vertaling JdH:  "De steen die Hematiet heet, die bloedrood van kleur is, en die in het algemeen Lapis (It.=Lapis) wordt genoemd, en die iedereen kent, en waarvan in Italië verschillende versies in apotheken verkrijgbaar zijn, wordt niet alleen in de geneeskunst, maar ook door schilders, ambachtslieden en kleermakers gebruikt, die er meestal mee tekenen en er verschillende [soorten] lijnen mee trekken. Maar dat is niet, wat Dioscorides en Galenus bedoelen, want wat in het algemeen wordt gebruikt is afgeleid van de bekende Armeense Bolus en andere mengsels. Het komt voor, dat wat in werkelijkheid voor mineraal wordt aangezien, opengebroken, een op bloed gelijkende kleur toont, waaraan het zijn naam dankt: omdat de Grieken bloed haema noemden. Vergelijkbaar hiermee, niet alleen in kleur, maar blijkbaar in dezelfde groep ingedeeld, is de schisteuze (hematiet): en door Dioscorides direkt na hematiet vermeld. Zowel de ene als de andere [soort] komt niet alleen voor in Egypte, maar op meerdere plaatsen in Duitsland en Bohemen, en [...]ook in Italië (in Franse vertaling uit 1572 : aussi en Italie......)"

Commentaar JdH:
Zowel medicinale Terrae Sigillatae in pil-vorm en Rood tekenkrijt (Lapis) in steenvorm werden volgens Mattioli, behalve vanuit Egypte, ook vanuit Europese zeehavens, naar Italië vervoerd. Natuurlijk rötelkrijt werd al sinds de Romeinse tijd via rivieren door heel Europa vervoerd, tot aan Marseille toe. Mogelijk is er vandaaruit vervoer over zee naar Italië geweest. Naast natuurlijk rood krijt in stiftvorm (rötelstiften) waren er misschien ook rode leisteen-soorten (schisteus krijt) en rötel in brokken bij apothekers verkrijgbaar, steensoorten die geschikt waren voor gebruik als tekenkrijt. Eigenlijk zijn kunstmatig vervaardigde rode krijtachtige brokken geen natuurlijke stenen.  De apothekers waren in de 16e eeuw de leveranciers van natuurlijk tekenkrijt maar blijkbaar ook van kunstmatig vervaardigde krijtklonten. Als de pillen van bijv. terra-siggillata  poeder of engobe klei  te weinig cohesie bezaten om als tekenstift te worden gebruikt kon er, na verpulvering, extra gom aan worden toegevoegd, die de bolus, na droging, wel geschikt maakte als tekenstift.

• Pedanius Dioscoride, né vers 40 après J.-C. à Anazarba en Turquie et mort vers 90 après J.-C., est un médecin grec dont De materia Medica a été la source principale de connaissance en matière de plantes médicinales durant l'Antiquité. Elle fut utilisée jusqu'au XVIe siècle. Pierre André Matthioli (1501-1577) médecin et botaniste, fut un des traducteurs de De Materia medica, une somme à laquelle il a ajouté d'importants commentaires.
JdH: Mattioli heeft als kind het gebruik van rood tekenkrijt meegemaakt in Venetië en het vast ook zelf wel gemaakt of gekocht bij apothekers. 

1559: Italiaanse tekst over hematiet en schisteus hematiet in "Il Discorsi" van Matthioli (
MDLIX 1559 - p. 648 )
"Onde interviene, che dalle ras[s]ure de fassi, di cui si sa la calcina, si sa il gesso, la pietra melitite, & parimente la galattite, quando mescolate con l'acqua si dis[s]eccano. Et nel medesime modo si sa la hematite, & la pietra chiamata schistos, delle rasure delle pietre rosse. Et ritrovansi spesso per le medesime ragioni nelle commessure de marmi macchiati, & di quelli anchora, che tirano al bigio, idattoli chiamati Idei, le pietre Giudaiche, le trochìte, & altre simili."
----------------------------------------
Vertaling in het Frans van "Commentaires de M. Pierre André Matthiole Medecin Senois, sur les six livres de Ped. di Scor. Anazarbeen de la matière Medecinale", bezorgd door M. Iean des Moulins Docteur en Medicine, À Lyon, PAR GVILL. ROVILLE, MDLXXIX (1579) , p. 708.
"......Là de l'eau coulante entre les fentes des pierres s'amasse une matiere pierreuse pendant des voutes desdites cavernes, ne plus ne moins que les glassons, au grand gel de l'hiver, pendent des toits des maisons. Des mesmes pierres à chaux croist le plastre, la pierre melitite, galactite, & certaines autres pierres & de l'humeur composee du meslange de la mesme pierre à chaux, & d'eau croist la pierre nommee specularis, & le plastre, duquel on en trouve bien peu de transparent. Semblablement des raclures de pierre rouge se fait la pierre hæmatites, & celle qu'on nomme Schistos. Item es fentes du marbre goutté on trouve des pierres nommees Dactylus Idaeus, Iudaicus, Trochites, & autres semblables. ......"
(Nederlandse vertaling JdH)
"Daar, vanwege het stromende water tussen de spleten van stenen, 'groeit' een steenachtie materie gedurende de vorming van de gewelven van genoemde grotten, niet veel anders dan de ijspegels tijdens de grote winterse vorst [periode], hangend aan de daken van de huizen. Dezelfde gesteenten van kalk zijn te vinden in het gips, de melitietsteen, galactiet en bepaalde andere stenen en in het  druipsteenmengsel van dezelfde kalksteen, en in water de steen genaamd specularis, en de pleister, waarvan er slechts weinig transparant is. Vergelijkbaar met de rode steenafkrabsels is de hematietsteen, en de steen genaamd Schistos. De spleten van het geaderde [gemarmerde] marmer worden gevonden in stenen genaamd Dactylus Idaeus, Iudaicus, Trochites en anderen."

Op een andere plaats in de tekst...
La pierre Scissille croist en Espagne. On estime le plus celle qui est de couleur de saffran, aisee à rompre, qui de sa nature facilement se fend, de composition de corps & de veines & separations quell'a en mode de peignes, semblable au sel ammoniac. Ell'est de mesmes vertus que l'hematite, mais plus debiles en toutes choses. Abbreuvee de laict de femme remplit les cauités des ulceres. Ell'est fort bone aux ruptures, aux proc[r]idences des yeux, à la grosseur des paupieres, au raisin des yeux. La pierre scissile que Dioscoride dit croistre en Espagne, selon Agricola, non seulement se trouve en plusieurs lieux de la forest Hercynie, ains aussi en Boheme, où nous en avons trouvé. Au reste estant de mesme vertu que l'hematite, on peut user de l'hematite au lieu d'icelle. Gal. au liu.9. des simpl. en parle le ainsi: La pierre scissile a mesmes vertus que l'hematite, mais plus debiles, apres icelle la galactite. La melitite a, comme dit est, quelque chaleur.  Comme donc chacune d'icelles s'eslongne peu à peu des vertus de l'hematite, ainsi semblablement les faut il emploier aux medecines des yeux: toutes fois ell' est plus graciense. Or les plus doux medicamens sont toujours plus agreables & plus plaisans aux parties enflammees quand elles sont deliurees d'inflammation, ils sont plus debiles qu'il n'est besoin pour les guerir. πέτρα σχιστόλιθοι en Grec, en Latin lapis Schistus, en Italien pietra Scissile. (versie uit MDCCXII  1712 - p.713  en MDCCXLIV 1744 - p. 713)
(Nederlandse vertaling JdH)
De Schiste-steen (Lapis Schistus) 'groeit' in Spanje. Men waardeert het meest [die soort] die de kleur van saffraan heeft, gemakkelijk [is] te breken, die van nature gemakkelijk splijt, en qua samenstelling van lichaamsaders en scheidingen een kamvorm bezit, vergelijkbaar met ammoniakzout. Zij [de steen] bezit dezelfde voordelen als hematiet, maar op alle gebieden iets minder. Vermengd met moedermelk dekt het de wonden van zweren af. Dit [mengsel] is ook goed bij breuken, bij oogafwijkingen, bij dikke oogleden, [en] bij tranende ogen. De schiste steen, die volgens Dioscorides 'groeit' in Spanje, is volgens Agricola niet alleen te vinden op verschillende plaatsen in het Woud van Hercynia [Harz, Gebergte in Midden Duitsland] maar ook in Bohemen, waar we er enkele hebben gevonden. Trouwens, van dezelfde kwaliteit als hematiet, is het mogelijk om in plaats daarvan hematiet [poeder] te gebruiken. Gal. zegt daarover in liv. 9. Des Simpl.: De schiste steen bezit dezelfde kwaliteiten als hematiet, maar zwakker, vergelijkbaar met galactiet [melksteen]. Meliliet [honingsteen] geeft, zoals wordt gezegd, enige warmte. Omdat men daarom geleidelijk aan afstapt van de voordelen van hematiet, is het dus noodzakelijk om de ogen te gebruiken [de kost te geven] bij medicijnen: elke keer is het weer beter [JdH: beter dan een voorgaande soort?]. Hoewel de zachtste medicamenten altijd aangenamer en plezieriger zijn voor de ontstoken delen, wanneer ze worden gebruikt bij een ontstekingsziekte zijn ze zwakker dan nodig om deze te genezen. πέτρα σχιστόλιθοι in het Grieks, in het Latijn Lapis Schistus, in het Italiaans pietra Scissile.

Conclusie: In bovenstaande teksten wordt een directe verbinding gelegd tussen hematiet en schisteus hematiet (aangroeisel rondom hematiet) en de mogelijke ontstaanswijze van schisteus hematiet. Schisteus Hematiet 'groeit' in de bodem op locaties waar door erosie water vermengd met kalk en ijzerhoudende materie zich in spleten kan ophopen. De term 'rode steenafkrabsels' duidt op de vorm en kleur waarin rood krijt wordt gewonnen. Enerzijds zullen stukken die aan hematietkernen vastzitten worden afgebroken in brokken (krijt), anderzijds duidt schraapsel meer op brokkelig en verpulverd materiaal dat geschikt is voor verdere verwerking. Of de lapis schistus altijd in de buurt van Hematietkernen wordt gevonden is niet duidelijk.


1565
CONRADI GESNERI, DE RERVM FOSSILIVM LAPIDVM ET GEMMARVM, Tiguri (Zurich)  MDLXV  (1565)
De figuris lapidum etc. Conradus Gesnerus,  blz. 104 (rechtsonder) en blz. 105 (linksboven)
"I. Imagines. Vide Facies superius. Incudes fabrorum è ferro siunt, apud Misenos etiam è Basalte ferri coloris & duritiae lapide. Instrumenta varia diversorum artificum, è diversis metallis siunt. Stylus inserius depictus, ad sceribédum factus est, plumbi cuiusdam (fastitij put, quod aliquos Stimmi Anglicum vocare audio) genere, in mucronem derasi, in manubrium ligneum inserto."
"I. Bij de afbeeldingen. Zie hiernavolgende aanzichten. Bijgaand ontwerp/ fabrikaat is gemaakt van metaal, met een ijzerkleur en hardheid die op basalt lijkt. Verscheidene instrumenten van verschillende kunstenaars, zijn van verschillende metalen. De stylus die hieronder is afgebeeld, die bedoeld is om te schrijven, bevat een bepaald soort lood [???? of stift?]  ('fastitij'  [fast=snel?] misschien, en sommigen waarderen misschien mijn Engelse term), met een scherp geslepen punt, [en is] gevat in een houten handvat.
 
  stylus met losse stift
Zou Leonardo da Vinci met zo'n stift(houder) hebben geschreven en getekend?
  JdH: 
- Misenos is een term die bij Agricola voorkomt en verwijst naar  "schistos misenos", een soort harde, als ijzer glimmende, hematiet (?)    (Imperato de Fossilibus Quaderno Pontaniana 61)
- "Plumbi cuiusdam" = "een bepaald soort (pot)lood" verwijst, lijkt mij, naar een ander materiaal dan lood, mogelijk grafiet of pencil ore hematiet.  In dezelfde streek (Borrowdale in Cumbrië) in Engeland waar grafiet werd gevonden wordt ook 'pencil ore hematite' gevonden.
- "Plumbi cuiusdam"kan mogelijk ook 'pencil ore hematiet' zijn geweest uit Cumbrië (Engeland). Een stift die op een ongeglazuurde tegel of een met puimsteenpoeder geprepareerd papier een rode lijn nalaat. Vandaar misschien de relatie met Stimmi Anglicum' ?
 

1580
Bernard Palissy: Discours admirables, de la nature des eaux et fontaines, tant naturelles qu' artificielles, des métaux, des sels & salines, des pierres, des terres, du feu & des emaux etc. , Paris, 1580
Bernard Palissy (Agen, 1510 - Parijs, 1590), was een Frans pottenbakker en pionier van keramiek- en glazuurtechnieken. Palissy was tevens wetenschapper, glazenier, schrijver en kunstschilder.
Citaten uit "Discourses admirable de l'art de terre etc., blz. 332, 334, 337 en 338", teksten over pierre noire, bolus, sanguinekrijt en mergel:

".....Praktijk....Niet alleen tripoli [zachte steen, geel-roodachtig van kleur en met een zeer fijne korrel, die men gebruikt om glas en metaal te polijsten], maar ook oker, boliarmeni, en al deze mineralen, die zijn versteend zoals de sanguine, l'orcane [arcane is een geheime alchemistische stof/ Gérard Boutet, Artisans de nos villages: Petit dictionnaire des métiers des campagnes 1850-1970], en de zwarte steen, alle zijn slechts versteende [verharde] aardsoorten, bijtend en samentrekkend, als een soort gezegelde aarde." en
"... Theorie.... Ik bid je mij vertellen of het mogelijk zou zijn om enige aarde in Frankrijk te vinden die dezelfde werking oplevert als die welke je zegt: want in al je toespraken maak je geen onderscheid tussen stoffen die het verharden van steen, mergel en kleigronden veroorzaken, en in zoverre jij het toeschrijft aan gezegelde aarde komt haar verdienste voort uit dezelfde oorzaak die de aard-, steen-, en mergelsoorten van dit land hebben verhard, waarom is het dan niet mogelijk dat in Frankrijk aardsoorten gevonden kunnen worden met dezelfde werking, gezien dat ze veroorzaakt worden door een zelfde kracht? zoals gezegd....." en
  "...Praktijk.....Ik heb geconcludeerd dat op menige plek ook Lemnische aarde kan worden gevonden, die dezelfde werking heeft als die welke men gebruikt in Turkije, waarover we gesproken hebben. Ik zal je nog een voorbeeld geven, je weet dat onze voorouders grote waardering hadden voor de Armeense bolus, vanwege de samentrekkende werking, die echter, gezien het  gebruik ervan in Frankrijk, dezelfde is als die gebruikt wordt in het [dat] land; & die vaak wordt gevonden in vele delen van Frankrijk, dat wat men hen verstrekt niet die van Armenië is, die, zoals je weet, de Romeinen 'bollus armenus' noemen en [die] in Frankrijk "bolearmeny" heet. Er is ook nog een andere soort [bolus] die droger [poederachtiger] is dan laatstgenoemde, waarmee de schilders portrettekeningen maken, die ze sanguinestenen noemen, deze is zeer geschikt voor het weergeven naar de natuur: ze bezit een heel fijne korrel. ...."  en
"...Praktijk.....de andere, die zacht is gebleven, waarvan men rode krijtstiften maakt, is in een bepaalde toestand gebleven want het water loogde het uit tot zijn volmaakte aftreksel, en om een donkere partij weer te geven is er alleen sprake van mergel, ik zeg je nu dat op veel plaatsen de mergel kan worden gebruikt om witte krijtstiften te maken voor het weergeven van de witte partijen, zoals het sanguine dient voor het trekken van rode lijnen".
 
JdH:  Lemische aarde en Armeense bolus zijn beide volgens Palissy niet plaats-gebonden maar meer een type aanduiding. Deze soort klei of bolus is op meerdere plekken in Frankrijk te vinden. De locaties worden door Palissy helaas niet genoemd. Misschien zijn het er teveel. Wat betreft de aangesproken jij-figuur; De teksten laten een dialoog zien tussen Theorie en Praktijk. De theorie en de praktijk spreken met elkaar en ondervragen elkaar.
  N.B. 'Pétrifié' is Frans voor 'versteend'.
 
  Terrae Sigillatae uit Leyden     Terra Sigillata

Links: Terrae Sigillatae ("gezegelde aarde")-pillen uit Leijden, (Ontslote kabinet der simplicia of enkele drogeryen etc., Johannes Schroder, Leijden 1741, p. 167).  Herkomst ill. onbekend.
Rechts: Van een stempel voorziene Terrae Sigillatae-pillen (1501-1700), Duitsland. Deze pillen zien er uit als pillen uit de oudheid. (collectie Wetenschapsmuseum in Londen)
In een scheepswrak (Relitto del Pozzino) uit de antieke oudheid, dat in het jaar 120 voor Chr. is gezonken voor de kust van Toscane, is tegen het eind van de 20e eeuw de inhoud een medicijnkist gevonden. Daarin zat ook een met bijenwas afgesloten cilindrisch tinnen doosje (pixides) met vijf pillen. De diameter van de pillen was 4 cm. en de dikte  per pil 1 cm. De pillen (terrae sigillatae) bevatten zink, ijzeroxide, zetmeel, bijenwas en hars. Ingrediënten die op gebruik voor het uitwassen van ogen wijzen. Er was ook  vaag een stempelafdruk te zien op één pil. 
Zie ook over Terra Sigillata:  Dr. M. A. van Andel, "Klassieke Wondermiddelen", artikel uit 1928.


Terra Sigillata_pillen:
In het Vigani Cabinet in Queens College in Cambridge (1704) bevindt zich in la M. 'Stones and Minerals' een drietal voorbeelden van Terra Sigillata pillen: v.l.n.r. Lemnische aarde (warm licht roze), Bolus Alba (wit) en Bolus Rubricum (roze rood).
Uit deze gezegelde pillen (verzameld in het begin 18e eeuw of eerder) blijkt dat de kleuren eigenlijk te licht zijn om van de pillen tekenkrijt te maken. Mogelijk bestonden er echter wel pillen met een donkerder tint. In dezelfde lade komt ook een klontje Armeense Bolus voor dat een lichte warme roodbruine kleur bezit. De krijtkleur is eigenlijk als tekenkrijt te bleek van tint.
  
Terra Sigillata uit de Klassieke Oudheid. Dit vaatwerk bezit alleen aan de buitenkant de donkerrode kleur, veroorzaakt door een dunne laag engobe. Inwendig is het vaatwerk meestal gemaakt van lichtbakkende klei.
fragment gedecoreerde  kom, 2e eeuw na chr. , arena Senlis
 
Hematiet wordt genoemd bij heruitgaven over Johannes Dioscoridis (1552) en Ferrante Imperato (1559) omdat het harder is dan alle drie andere krijtsoorten (wit, zwart en rood) die, zie hiervoor, uiteenvallen (dus niet oplossen) in water.  In hun publicaties komt Hematiet in schiste- of leisteen-vorm voor. Een vindplaats van Schisteus Hematiet is in Spanje. Misschien is schisteus hematiet het materiaal waarmee Rafaël tekende, in een aantal van zijn werken in de periode tussen 1510 en 1518.  Wellicht was een bepaald soort Schisteus Hematiet harder dan natuurkrijt uit ijzermijnen of rötel uit het Saarland. Terra Sigillata is in het algemeen de minstwegende colloïdale neerslag of dispersie na decanteren in een waterige oplossing, van de allerkleinste gekleurde kleideeltjes met een rode tot oranje, zelfs witte tint. Daardoor kan Terra Sigillata bij aanraking met de tong snel afgeven en oplossen. Zo'n stukje bolus, waarvan de vindplaats minder relevant is, wordt dan bij voldoende zuiverheid gewaarmerkt voor medicinaal gebruik door een zegelafdruk. In het algemeen is Terra Sigillata te zwak van kleur om als tekenkrijt voor fijn werk te gebruiken.
 
Interessant is het volgende onderdeel in een studie uit 2005 van Eike Dehn "Über Armenischen Bolus" (blz. 49-50) : "Eine Abbildung bei LONITZER zeigt 1564 Armenischen Bolus als längliche, vieleckige Rötelstifte, die das Ergebnis einer Zubereitung sein müssen.197".  De conclusie van Eike Dehn dat de illustratie op Armeense Bolus betrekking heeft is m.i. ongegrond. In de uitgave uit 1737 maar ook in die uit 1578 wordt er onderscheid gemaakt tussen Armeense Bolus (scan 729) en Röthelstein of Rubrica fabrilis (scan 730).  Het is m.i. juister om aan te nemen dat de afgebeelde stiften op het onderdeel over Röthelstein betrekking hebben. De stiften zijn direkt uit een stuk rötelkrijt gezaagd en in een obeliskvorm geraspt (de ribbels zijn rasp-sporen). Ze zijn niet via een spoelproces uit Armeense bolus gevormd. Oudere vondsten uit de Romeinse tijd in de omgeving van Theley ondersteunen de Röthelstein opvatting.
 
Van belang is tevens de constatering van Eike Dehn dat er aan het eind van de middeleeuwen en ook daarna, er allang geen import meer was in Europa uit Klein-Azië van allerlei soorten terra sigillata (gezegelde, geneeskrachtige aarde). De 'Siegelerden' kwamen al in 1508 uit Silezië (Terra Siletia Strigensis), Malta en Turkije. Zie Eike Dehn, 'Über Armenische Bolus', blz. 45, 51 en 81 en Joh. Montanus [MONTANUS (Joh.) De terra Sigillata. 4° Wratislaviae. 1597. ]: Ein kurtzer Bericht wie Terra sigillata nützlich kan gebrauchet werden. - o.O. 1586.  Zie ook het artikel van Karl Dannenfeldt (PDF) over dit onderwerp.
 

 
1584 Giovanni Paolo Lomazzo, "Trattato Dell'Arte De La Pittura", Milano, 1584. Libro Terzo, blz. 192.
Opsomming van enkele materialen voor werken op papier.
"Per acquerella,& per disegnare in carta, per il nero u'è l'inchiostro, la pietra todescha, la terra nera , & il carbone del salce, ò del roncagino ; per il rosso la pietra rossa detta apisso , la quale era usitatissima da Leonardo Vinci ; & per il bianco, il bianchetto over biaca. Ora come si con facciano i sopradetti colori à tutte le spetie di dipingere sottogi ungerò nel seguente capitolo."
Vert.: Voor de aquarel, en om te tekenen op papier, voor zwarte inkt, de "Teutsche[?]" [Tedesca=Duitse (zwarte)] steen, de zwarte aarde, en de kool[stof] van beenderen of roet; voor rood, de rode steen genaamd "apisso" [Merrifield: Carbone Apissa = matita], die gemeengoed werd door Leonardo Vinci; en voor wit, witte vloeibare verf [correctievloeistof = loodwit?] op wit. Nu, hoe je omgaat met  het schilderen van voornoemde kleuren in alle soorten schilderingen, dat komt aan de orde in het volgende hoofdstuk.

JdH: Lomazzo (1538-1592) verwijst in zijn boek regelmatig naar Leonardo da Vinci (1452-1519) en was een groot bewonderaar van hem. Zij kunnen elkaar echter niet hebben gekend. Lomazzo's opsomming van de tekenmaterialen/ grondstoffen voor de kleuren zwart, rood en wit is ontleend aan Leonardo.


1599 Ferrante Imperato,  (Del l'Historia Naturale die Ferrante Imperato Napolitane, Libri XXVIII, In Napeli, 1599. p. 121-122)
"Il grafio bianco, cosi taglia in pastelli per disegnare, come della terra nera si è detto: è materia che si scioglie velocemete nell'acqua, e non s'indura al fuoco: ma piglia sapore acre, a modo di calce. Adoprasi nel disegnare su l'imprimature, nel modo de pastelli fatti di gesso: e perciò non è molto in o uso appo noi. Il grafio rosso, appo alcuni ematite: quatunque nella suprema superficie si bagni, e bagnato meglio segni: no si scioglie perciò nell'acqua, ma si ritiene.  Tra tutte le spetie de grafii per disegni da conservarsi, è lo più stimato, cosi per giustezza de lineamenti, come per gratia & union di adombratura: consassi nel colore sanguigno con l'ematite: e nella substanza anco alquanto se li confa, ma ce degli nella durezza, che nello ematite è molto maggiore."
Vert. JdH: Het witte tekenkrijt,  gesneden in stiften om te tekenen, net zoals de zwarte aarde, is materiaal dat snel oplost [uiteenvalt] in water, en dat niet brandt in vuur, maar het heeft wel een zure smaak, zoals kalk. Geschikt om een onder-tekening aan te brengen op de [gekleurde] ondergrond, op de manier zoals met pastelkrijt: en dus wordt het niet veel gebruikt of toegepast door ons. Het rode tekenkrijt lijkt op hematiet, vooral als de bovenlaag nat is, want bevochtigd tekent het beter, is geliefd, ook al lost het op in water.  Onder alle krijtsoorten die voor tekeningen geschikt zijn, is dat het waardevolste, gezien de scherpte van de lijnen, zowel de gevalligheid en totaliteit van de schets: als de overeenkomst in de bloedkleur met hematiet: en in  substantie [samenstelling] enigzins anders, omdat de hardheid bij hematiet veel groter is.
Opmerking JdH:  Opvallend is dat alle drie de krijtsoorten oplossen in water. Wit en zwart natuurkrijt doen dat normaal niet. Wit Champagnekrijt kan geruime tijd aan de buitenlucht en regen worden blootgesteld zonder dat het oplost. Hetzelfde geldt voor zwart schaliekrijt. Rötelsteen (rood natuurkrijt) lost niet op in water, maar verpulvert door inwerking van temperatuurverschillen onder invloed van vocht. Door inbedding in een kleilaag blijft rötelkrijt onveranderd. Zwart natuurkrijt lost ook niet in water op.Mogelijk heeft Ferrante Imperato het over pastelkrijt, dat uit pigment en pijpaarde of kaolien bestaat. Of hij beschrift op krijt gelijkende stiften waarbij een pigment vermengd met  Arabische gom is gebruikt in uitgeharde vorm (vgl. aquarelverfblokjes).  Het is ook opmerkelijk dat in oude geschriften uit de tijd van Rafaël nauwelijks iets wordt geschreven over het door hem gebruikte materiaal maar wel over de kleur: hematiet. Wellicht werden pillen van gezegelde aarde gebruikt om te verzagen tot stiften. In de klassieke oudheid waren die pillen 4 cm. in doorsnede en 1 cm. dik, voldoende om daar een krijtstift uit te zagen of te snijden om mee te tekenen als terra siggilata voldoende overeenkomt bezit met rood tekenkrijt. Van terra siggilata is bekend dat het oplost/ uiteenvalt in water.Zeer interessant in dit kader zijn ook de onderzoeken die Lucy Vivante heeft gedaan naar de samenstelling van rood krijt in Italië ten tijde van o.a. Cennino Cennini en naar sepia inkt.

1610 Francesco Imperato, DE FOSSILIBUS OPUSCULUM (1610)  p. 16
  "....Rubricae nunc usui non sunt; adsunt enim alia terrarum genera rubra, quae proprijs nominibus carent, in quorum numero est illa, quae valde Aematitem aemulatur, & ad signandum utilis, de qua in lapidum descriptione attriti succum emittentium, agam....."
"The red earths are not used anymore; there are other types of red earth not named on their own. One of them is that one emulating hematite, useful to write, about it I will deal with in the description of stone emitting juice from rubbing."
JdH:  In 1610 wordt door Francesco Imperato in zijn boek vermeld dat de rode aarden voor medicinale toepassingen (gezegelde aarden) niet meer bij name worden genoemd. De soort aarde die hematiet 'vervangt' als schrijfmiddel is waarschijnlijk grafiet. Welke stenen een kleurstof opleveren door ze over elkaar te wrijven onder toevoeging van een vloeistof wordt elders vermeld. Mogelijk is dat de tekst waarin vitriool als oplosmiddel wordt vermeld op blz. 88.

 
Francesco Imperato (zoon van Ferrante, zie hiervoor), DE FOSSILIBUS OPUSCULUM (1610)  p. 73/ 74
......Haematites lapis sic dictus, tum quia colorem sanguineum exprimit, tum etiam quia ad cotem contritus contra sanguinis reiectionem confert; at in ferrarijs oritur venis, quapropter ferreus est eis color, ad nigrum tendens; unde Plinius quinque eius connumerat genera, at de sequentibus tantum agam; primum enim genus est durius, & informe, quo ad auri, argentique laminas perpoliendas utuntur artifices, secundum glebosam continet formam, ad cerebri animalium imitationem, tertium schistos appellatur, quod squamis constat, sed in squamas minimè scinditur; praeterea Agricola de alio meminit, ab eo schistos misenus nuncupato, maximè equidem duro, qui ferri perpoliti instar splendet, sed inter haematitis genera posse connumerari nego; potius enim est purissima ferri vena, lapidis minimè particeps, nam gravis est, ferri pondere, ac consistentia; & licet in aliquibus illius extrinsecis foraminibus rubrica terra cernatur, non mirum, quoniam plerumq; ubi haematitis genera, ferriq; venae inveniuntur, ibidem saxa sunt rubra, & terrae eiusdem coloris, quibus saepè convoluta inspiciuntur...... (
Latijnse tekst : ACCADEMIA PONTANIANA 2015)
Engelse vertaling: Francesca Coletta  (ACCADEMIA PONTANIANA 2015)
"Hematite is a stone so called both because of a blood colour and, if rubbed against a hard stone, the resulting powder owns a haemostatic virtue. It originates into iron veins, so its colour is irony, towards black. Pliny counted five different types of it, but will speak only about the followings: the first is the hardest, and shapeless, the craftsmen use it to refinish the golden and silver leaves; the second one presents a compact shape, like an animal brain; the third one is called schistos (= that splits up), because it is made up of scales even if it does not exfoliate. Besides, Agricola remembers another one, that he calls schistos misenos, surely very hard, shining like clean iron, [74], but I deny that it can be numbered among types of hematite. Rather it is the purest vein of iron, not part of stone, because it is heavy, and of the same weight and consistency of iron. And it can also be found a reddish earth in some of its superficial holes: there is no surprise about it, because where there are types of hematite and veins of iron, rocks are red and earths wrapping them are red too."
Nederlandse vertaling JdH
"Hematietsteen wordt zo genoemd, vanwege de kleur van bloed die eraan kan worden onttrokken en ook omdat het, verpulverd op de slijpsteen, een bijdrage levert tegen het bloeden; het is afkomstig uit ijzer[mijn]aders, daarom bezit het een ijzerkleur die neigt naar het zwart; [hematietsteen] waarvan Plinius de Oudere vijf soorten opsomt, waarvan de volgende ertoe doen; en de eerste is het hardst, en vormloos [amorf], de ambachtslieden gebruiken het om gouden en verzilverde oppervlakken te polijsten, en de tweede soort bezit een klonterige vorm die lijkt op dierenhersenen, de derde soort wordt 'schiste' genoemd, opgebouwd uit lagen, die echter in geen geval splijtbaar zijn; en daarnaast is het 'Agricola' die een andere soort vermeldt, die hij schistos misenus noemt, zelfs de meest harde, die inderdaad glimt als opgepoetst ijzer, maar het valt te ontkennen  dat deze tot de hematietsoorten kan worden gerekend; want het is een zeer zuivere ader van ijzer en behoort in ieder geval niet tot de gesteenten, want het is te zwaar, qua gewicht en qua consistentie van ijzer, hoewel het niet verwonderlijk is vanwege het bestaan van sommige van die rode en externe openingen in een ader, want er zijn ook soorten hematiet en ijzeraders te vinden, die de rode rotsen en de aarde omgeven met dezelfde kleur.
JdH.: In bovenstaand tekstfragment krijgt het ambachtelijke aspect van hematiet slechts beperkt aandacht;
hematietsteenpoeder is als slijpsel beschikbaar voor medicinale doeleinden, de harde hematietsteen wordt als polijstinstrument genoemd en schisteus hematiet wordt benoemd maar niet nader uitgewerkt. Die soort is mogelijk juist als tekenkrijt interessant. 
Wat is 'schistos Misenus' (blz. 253, Agricolae)  nu precies?.  Meissen (Saksen) wordt in het latijn ook wel als Misena geschreven. Wellicht is Misenos dar een verbuiging van. Dan gaat het om een vindplaats in Duitsland (Meissen?) van Schisteus rood krijt of hematiet. In Rerum Metallica van Agricolae staat 
op blz. 484: "Schistos = Blütstein,  nam Germani non distinguunt eum ab haematite. " .  "Vert. JdH: De Duitsers maken geen onderscheid met haematiet.". Is er taalkundig geen onderscheid maar wel natuurkundig?  In een adem worden Micena en Hercinya, beide met hoofdletters, genoemd (De Fossilium, Liber V. blz. 253).  Het Hercynische Woud was een oerbos dat in geschriften uit de klassieke oudheid voorkomt en te situeren valt ten oosten van de Rijn en ten noorden van de Donau. (Wikipedia). Dat is precies de streek waar Rötelkrijt vandaan komt!

1620
Theodore Turquet de Mayerne:  Pictoria, Sculptoria et quae subalternarum artium, British Museum, Sloane 2052
(Ned. bewerking  J.A. van de Graaf, Het De Mayerne Manuscript als bron voor de schildertechniek van de Barok, Mijdrecht 1958)
Zie Armeense Bolus. (
van de Graaf: blz. 151.)  JdH: Als bron in het kader van onderzoek naar hematiet is deze bron helaas niet van belang.
 

1625
Georg Draud, Bibliotheca Librorum Germanicorum classica ... Darinnen ... jedere Facultet ...
In dit boek uit 1625 worden oudere Duitstalige boeken opgesomt over: Mahlerkunst, Illuminierbuch, Bilder, Farben, Terra, Terra Sigillata enz.


fleuron8

Bijlage over Schisteus Hematiet

Schisteus Hematiet

1552 (eerdere uitgave al in1543, Franc? )
PEDANII DIOSCORIDIS  ANAzarbei, de Medicinali materia Libri sex, Ioanne Ruellio Svessionensi interprete, Lugduni , MDLII   (Lyon, 1552)
  Rubrica fabrilis, CAP. LXI I.
Gra.................  Lat. Rubrica fabrilis. Ita. Rubrica fabrile.
  Rubrica fabrilis, ad omnia Sinopide inferior est. Optima Egyptia & Carthaginensis, lapidum expers, friabilis. Gignitur etiam in Iberia, quæ ad occiditem spectat, ochra ex usta, & degenerante in Rubricam,
  ("Rubrica fabrilis is in alles inferieur aan Sinopia. De beste steen komt uit Egypte en Carthago en is gemakkelijk te verbrokkelen. Deze komt [ook] voor op het Iberisch schiereiland, waar het gezien wordt bij de doden, als gebrande oker en overgaand in rode aarde".)
In de uitgave uit 1552 staat als toevoeging:
  Rubrica Sinopica, ut ex Discoride apparet, olim è Cappadocia asserebatur, Nunc verò, eius usus perijt. Rubrica fabrilu  rufa est gleba, quam Bolum nostro avo nuncupant.
  (Rubrica Sinopica, dat volgens Dioscorides er op lijkt, kwam vroeger uit Cappadocië, Maar nu, inderdaad, voor dat gebruik, is het verdwenen. Rubrica fabrilis is rode klei, die onze voorouders Bolus noemden.)
In de uitgave uit 1543 staat als toevoeging: Hodie Germanis dicitur Rötelstein.
  ("Wat de de Duitsers tegenwoordig Rötelstein noemen").
Opm. JdH: Inferieur zal hier vooral betrekking hebben op de kleur. Rubrica fabrilis is in natuurlijke vorm rood schaliekrijt. Gemalen tot poeder en vermengd met water kan het als rode klei en rode bolus worden gebruikt.  Opvallend is dat in twee versies door de bewerker (Ioanne Ruellio Svessionensi) verschillende eigen toevoegingen zijn aangegeven. Er wordt in 1543 al naar Rötelstein verwezen bij de term 'Rubrica fabrilis'.
Waar 'ex Discoride' of  'volgens Dioscoridis" in de tekst staat, is dat door de bewerker toegevoegd. Het is bijv. onzeker of  'Rubrica Sinopica' halverwege de 16e eeuw nog wel in Cappadocia te vinden is.
Pedanius Dioscorides was een Griekse arts, apotheker, botanist en auteur van 'De Materia Medica' en leefde van 40-90 na Chr.
 
1599  Ferrante Imperato, 
DELL'HIST. NATURAL, Libri XXVIII, LIBRO VIGESIMOSESTO, NAPOLI, MDIC, p. 709
Pietra Hematite, e Schisto.
La pietra Hematite, la eccellente si rompe facilmente, & è di color satio, ò nero. & in se testa dura, e simile, senza mescolanza di brutture, ò discorso di linée. si ritrova nella rubrica sinopica. e si fà ancora dalla Calamita lungamente cotta. Quella che è naturale, si ritrova nelle minere di Egitto, ma lo Schisto si ritroua in Iberia di Spagna, si stima eccellente, quel cha color di zaffrano,che si rompe facilmente, e si fende in file lunghe, che egli ha in guisa di pettine, o di sale ammoniaca. alcuni contrafanno l'Hematite con la radice dello Schisto, sotterrato nelle ceneri calde, sinche pigli il colore. di Hematite, ma si conosce il falsificato perche si fende in fila dritte, come pettine, il che non fà il vero Hematite. si conosce anco nel colore, percioche il falsificato haue, il color florido, & l'Hematite vero l'ha carrico, e simile al Cinnabari.
(Hematite dura, e simile. Schisto si fende in fila & è di color croceo. Hematite contrafatte con la radice delle Schisto)

V
ert. JdH:  Hematiet steen en [hematiet] Schiste [of schalie hematiet]. Hematietsteen, de beste [soort] breekt gemakkelijk, en is glanzend van kleur, of zwart & binnenin hard, en gelijkmatig van samenstelling [homogeen?] , zonder vervuiling of onderbroken lijnen [lagen], het behoort tot de "rubrica sinopica", en het wordt zelfs magnetisch na lang wrijven. In natuurlijke staat is het te vinden in mijnen van Egypte, maar de [hematiet] Schiste [die] wordt gevonden op het Iberisch Schiereiland (Spanje), is uitstekend van kwaliteit, bezit de kleur van saffraan, laat zich gemakkelijk afbreken, en eenvoudig zagen in lange stroken, op de manier van een kam, zoals bij ammoniumzout stenen. Sommigen vervalsen de Hematiet door Schalie-aarde in hete as te begraven, om de kleur van het hematiet aan te nemen. Maar je weet dat het vervalst is, omdat, als er scheuren naast elkaar liggen, als bij een kam, dat het geen echte hematiet is. Je weet het zelfs qua kleur, welke [soort] is vervalst, & de ware Hematiet bezit een gloeiende kleur, vergelijkbaar met cinnaber.  (In de marge:  Hematiet hard, en dergelijke.  [Hematiet]Schiste breekt in een rij en is [rood]gloeiend van kleur. Hematiet nagemaakt met Schalie-aarde).
Opm. JdH:
- Dat hematietsteen gemakkelijk breekt is, naar mijn ervaring, niet het geval bij hematietsoorten als
Haematites botryites,  Haematites ferri politi instar splendens cum macula cinnabrinâ,  Haematites ???? (pencil ore) , Schisti nodus = Glasz Kopff (???). Wellicht wordt met  gemakkelijk breken bedoeld dat het is af te breken van een drager (bijv. een ijzerertsader) waarop/ waaraan het wordt aangetroffen.  Er dient onderzocht te worden waar in Spanje het bedoelde schisteuze hematiet te vinden is en of er eigenlijk een krijtsoort wordt bedoeld, vergelijkbaar met pierre sanguine of Rötelkrijt.
- Magnetisch worden na langs wrijven: magnetisch of electrostatisch? . Wat betreft het zagen: bij een kam zit er ruimte tussen de tanden, bij schisteus Hematietkrijt zit tussen de lagen geen ruimte..
- Ferrante Imperato (1525? – 1615?), was apotheker in Napels, publiceerde  Dell'Historia Naturale (Napels, 1599).  Het werk werd voortgezet door zijn zoon Francesco, die hem assisteerde bij het opschrijven van zijn observaties, wat ook te zien is op een gedetailleerde gravure met  objecten die aan twee bezoekers worden getoond.
Ferrante Imperato is van belang omdat hij veel informatie zowel uit eigen ervaringen als uit vakliteratuur gebruikt en omdat hij vijf jaar na de dood van de schilder Rafael is geboren. Door dat laatste is er mogelijk een aansluiting, misschien al in zijn eigen jeugdjaren, met de werkwijze en materialen van Italiaanse kunstenaars uit de periode vlak voor hem.

  1599_ill. Hematiet in Schalie(krijt)vorm
Illustratie van Schisteus Hematiet in Dell. Hist. Naturale: Schisto Pietra Spezie Di Hematite (1599)

1599
LIBRO VIGESIMOSESTO DELL'HIST. NATVRALE pag.  698

Van de stoffen die uit de metalen in de vorm van stenen naar buiten treden.
CAP. VII. blz. 698

Laatste fragment: ".....& si ritrova alle volte l'Hematite di color dilavato à par agon degli altri, che è  il color croceo : & alle volte di due colori, che è il colore rosso oscuro cargo, nelle radici, e giallo nelle parti  più  in fuori. Si  suole anco tra gli Hematiti ritrovar crusta di color, & effigie simile all'Ostracus corteccia di animal marino, di condizion di pietra.
JdH: Vrij vertaald:..... & soms vind je de uitgespoelde kleur van Hematiet ter vergelijking met andere, als de kleur van saffraan: & soms in twee kleuren, de donkerrode kleur bevindt zich in de wortels, en geel in de buitenste delen. Ook aan de onderzijde van Hematietstenen treffen we gekleurde korsten aan, een aanblik vergelijkbaar met de, als op steen gelijkende, aangroeisels [op schelpen] van zeedieren" .

 
JdH: Uit bovenstaand fragment blijkt dat er verschillende kleuren schisteus krijt in aderen kunnen zitten die vrij ruw van oppervlak kunnen zijn en vastzitten aan stukken hematiet-erts. Bij hematiet-erts spreken we over wortels en de buitenste [bolle] delen. Of er overgangsvormen tussen hematiet erts en rood schisteus of schaliekrijt zijn wordt bij Ferrante Imperato niet nader omschreven. Bij deze overgangsvormen zou de verklaring voor het gebruik van bepaalde tekenstiften kunnen liggen, die in de fase [omstreeks 1500] van het tekenen met zilverstiften, via het tekenen met roodkleurige metaalstiften naar rode schaliekrijtstiften en rötelkrijt werden gebruikt. In de hedendaagse tekenpraktijk is het bestaan van wel drie kleurtinten schisteus krijt onlangs nog aan mij bevestigd. De kleurnuances sluiten aan bij de tekst van Ferrante Imperato.

verschillende schalie krijt kleuren
Verschillende kleuren Schaliekrijt of Schisteus krijt
(shale chalk colors).
 
fleuron8


Recept aquarelvloeistof (o.a. voor het maken van verfblokjes in kuipjes)
Maak in een glazen jampot (450 gr.) een mengsel (aquarelverfvloeistof  of waterverfmedium) aan dat de volgende ingrediënten bevat:
- 200 ml. gedestileerd water (beschikbaar via condensdroger anno 2017)
- 25 gr. arabische gom in poedervorm (bindmiddel)
- 1/4 eetlepel vloeibare accaciahoning (voor conservering en pasteusiteit)
- 1/4 theelepel vloeibare ossengal (om oppervlaktespanning te verbeteren)
- 1/4 theelepel natriumbenzoaat (conserveringsmiddel)
- 1/4 theelepel glycerine (gelijkmatige vochtverdeler)
- 1 druppel kruidnagelolie (geurcompensatie voor ossengal)
- 2 gr. tragantgom in poedervorm (verdikkingsmiddel)
Vul de jampot met gedestileerd water en voeg al roerend het gompoeder in kleine hoeveelheden toe. Laat dit mengsel een nacht staan. Voeg daarna de overige ingrediënten toe en roer alles goed door elkaar. Wacht daarna weer een nacht en de opgeloste tragantgom is als een laag van ongeveer twee centimeter zichtbaar bovenin het mengsel. Bewaar het mensel voor alle zekerheid in de pot met een gesloten deksel in de koelkast.



Reacties en aanvullingen op bovenstaande onderzoeksresultaten of tips voor verder onderzoek zijn van harte welkom. Stuur een e-mailberichtje naar: jcdh
fleuron48



Contains / containing: red chalk, rood krijttekening, krijttekening, Sanguina, Sanguinas, Sketches, Sketched, Schémas, Croquis, Zeichnungen, Skizzen, dessin, dessiner, Tekening, Schets, Sanguina sobre papel, rood krijt, sanguine chalk, Bergrot, Eisenrot, Rotocker, Rotstein, Rubrica, red chalk drawing, red drawing chalk, crayonnées avec de la sanguine, le crayon rouge, terre rouge, de la pierre d'Italie, sanguine d'Angleterre, la pierre de sanguine, craie rouge, lapis rosso, rode bolus, red bole, terra di Pozzuoli, disegnare, disegni , sanguigna, disegno a sanguigna, sanguine brûlée (reddish-brown chalk), tiza roja, red chalk, gis rojo, sanguine pencil, pierre sanguine, sanguinekrijt, sanguine chalk, sanguine crayon, crayon sanguine, chalk crayon, red crayon, red clay, red chalk sticks, red chalk drawings, sanguine drawings, Red Bole, Bolo Rosso, Terre Bolari, Bolo Color Brunus, Terra Sigillata, Bolo di Boemia, Terra di Lemnos, Bolo Orientale, Argilla Ocrosa, Bolo Armeno, Bolo Armeniacos, Gilders Clay (red bole), lápiz rojo, roodkrijttekening ;