homepage
portfolio
rood natuurkrijt/ red chalk
curriculum
kalligrafie/ calligraphy
galerie/ gallery
bibliotheek/ library
schilderskisten/ artists paint boxes
sitemap
Zoeken binnen website

HOMEPAGE
portfolio
rood krijt/ red chalk
    Inleiding
    Papierpreparatie
    Krijtstiften
    Grondstoffen
    Krijtstiften maken
    Krijtstiften slijpen
    Krijtkleuren
  ° Hanteringswijzen
    Corrigeren krijtlijnen
    Krijthouders
    Krijttekeningen fixeren
    Krijtstiften opbergen
    Literatuur
curriculum
kalligrafie/ calligraphy
Gallerie/ Gallery
Bibliotheek/ Library
SITEMAP

Dit artikel incl. de afbeeldingen is auteursrechtelijk en copyright -technisch eigendom van Jaap den Hollander (Copyright© 2019).   Overname of verwijzing is alleen toegestaan na toestemming van de auteur.
e-mail: jcdh
De eerste versie van dit artikel verscheen in augustus 2004.
De verschillende pagina-onderdelen worden visueel onderbroken door fleurons.

logo
Tekenen met Rood Natuurkrijt
(red chalk, pierre sanguine)

Hanteringswijzen van krijtstiften

Laatst bijgewerkt:  18 augustus 2019
Translation of this page into English by Google
(Go back and klick again on the translation link if not all Dutch text is translated the first time.)

stand en afstand tot papier van krijthouder
Op de afbeelding is zichtbaar  hoe een rechtshandige tekenaar de stifthouder (porte-crayon) met daarin een stukje rood krijt vast houdt bij het tekenen. De hand heeft in ieder geval geen contact met het papier. Op de foto hierboven worden wat accenten in het gezicht met een donkerder kleur krijt aangebracht.  Op het blad liggen ook enkele tekenbenodigdheden zoals kneedgum, een pennemes en twee stiften van natuurkrijt.

Handling Methods / Méthodes de Manutention

Wijze van vasthouden van de krijthouder

wijze van vasthouden stifthouder voor rood krijt stift (red chalk)
De tekenbewegingen worden vanuit de schouder aangestuurd en kunnen voor een deel (bijv. voor arceringen) ook via de duim en vingers worden aangestuurd. Lijndikteverschillen ontstaan vooral door drukverschillen vanuit het ellebooggewricht en/of de vingers. De houder op de foto is van heel klein formaat en geschikt voor minitieus werk.

N.B.
Naarmate het formaat van een roodkrijt tekening groter is neemt ook de afstand van het vasthoudtpunt van de vingers tot de punt van de krijtstift toe. Bij minitieus werk (bijv. op pasfoto formaat) vertoont de manier van vasthouden overeenkomst met de wijze waarop een pen wordt vastgehouden. Leg dan wel op het tekenvel onder de hand een extra laag papier of een plastic sheet om intrekken van vocht, en dus (blijvende) golving van het tekenblad, te voorkomen.  Begin eerst  met het opzetten van de grote vorm. Zorg dat de hele (omgeschreven) vorm op je tekenblad past alvorens de vorm verder uit te werken.
Bij tekeningen op pasfoto- of miniatuur-formaat is het ook van groot belang dat de krijtstift een haarscherpe punt bezit en dat de gewenste lijnen in één keer trefzeker op papier worden gezet en dat niet-betekende, blanke, delen ook daadwerkelijk onaangeroerd blijven.  Bij tekenen met rood krijt is papier nooit helemaal schoon te krijgen bij het zetten van een onbedoelde lijn.  Zie voor het slijpen van een punt aan een krijtstift het betreffende hoofdstuk.

fleuron1


Hanteringswijzen:
Lineair tekenen: droog
Bij het tekenen met rood krijt kan er op verschillende manieren met de stiftpunt lineair worden getekend.

Geleidelijk lijndikteverloop
trois couleurs a.    trois couleurs proefjes a   
1. Scherpgepunte, niet vette,  Contékrijtjes sanguine, zwart en wit (nrs. resp. 2452, 3 en 1). Klik op afbeelding voor groter beeld.
2. Proefjes met Contékrijtjes, tekenrichting van links naar rechts,  positionering krijtjes horizontaal,, slepend over papier, zoals afbeelding links (klik op afbeelding voor groter beeld). De lijnen worden dikker naarmate er langer, zonder tussentijds slijpen, met stiften wordt getekend.  Bij het rode krijt neemt de lijndikte meer toe dan bij het zwarte en witte krijt.


Snel lijndikteverloop
trois couleurs   trois couleurs proefjes 2
3.
Scherpgepunte, niet vette, Contékrijtjes (sanguine, zwart en wit  met nrs. resp. 2452, 3 en 1). Klik op afbeelding voor groter beeld.
4. Reeks proefjes gemaakt met, niet vette, Contékrijtjes. De krijtjes zijn gebruikt in bijgaande positie. De rode, zwarte en witte lijn, getrokken van links naar rechts, verlopen in dikte vrij snel bij gelijkblijvende druk. Dezelde toename van de lijndikte is ook bij de drie arceerpakketjes te zien. Klik op afbeelding voor groter beeld.

alinea

Facetvlakken benutten voor het aanbrengen van dunne lijnen:

trekken van facetlijn met krijtstiftje (2 gelijktijdige bewegingen)facetten
Minitieuze resultaten kunnen worden bereikt door toepassing van twee werkwijzen. De eerste manier is met een scherpgepunt stiftje tekenen. De tweede manier is tekenen via verse facetvlakken. Door regelmatig haaks op de stiftrichting het uiteinde vlak te schuren ontstaat steeds weer een nieuwe scherpe snijvlakrand. Bij de laatste manier ontstaat tijdens het voorbereiden ook veel minder slijpselafval. De dynamiek van de lijnvoering kan daardoor wel worden teniet gedaan.
Bij zelfgemaakte krijtstiften, die op de hand zijn gerold alvorens ze te drogen zijn gelegd, zitten er aan de uiteinden in het begin meestal zeer scherpe punten zodat slijpen op dat moment even overbodig is.

krijthouder
Krijthouder met cilindrische krijtstaafjes. Rechts een, met een standaardpuntenslijper spits geslepen, stukje zelfgemaakt rood krijt voor het trekken van dunne lijnen en links een met schuurpapier afgeplat stukje zelfgemaakt rood krijt voor het aanbrengen van arceringen (zie instructie verderop bij 'Hanteringswijze').



In het verlengde van facetvlakken kan ook het tekenen met de rand van een krijtscherf worden beschouwd.
tekening met roodtekenende hematietkleurige scherf
Klik op de afbeelding voor een groter beeld.

3 februari 2008
Bijgaande roodkrijttekening (werkelijk formaat 11 x 16 cm.)  is uit de losse hand gemaakt met de messcherpe randen van een scherfje hematietkleurig gesteente dat, bij gebruik als tekenmateriaal, roodbruin afgeeft. Als inspiratiebron voor deze materiaaltest heeft een reproduktie  van een zilverstifttekening uit ongeveer 1520 van Hans Baldung Grien gediend.

Bijgaand stukje natuurkrijt is als materiaal is bij het tekenen harder dan krijtstiften van Conté of andere merken. Hoewel de slijtvastheid prima is, is de breukvastheid beperkt door de geringe dikte van de scherf (zie voorgaande foto). De krachten bij het tekenen moeten dus met beleid worden uitgeoefend. Er kunnen met de scherf letterlijk flinterdunne lijnen getrokken worden. Het scherfje is slechts 2,5 cm hoog en op de dunste randen nog geen mm. dik. Het scherfje heeft deel uitgemaakt van een groot, hematietkleurig, hard brok steen dat aan één zijde uit iets zachter materiaal bestond. Van dit stuk steen heb ik met een beitel de relatief zachte stukken afgeslagen. De steen is gevonden aan de kant van de weg weg bij La Bâtisse 89520 Moutiers en Puisaye (Yonne, Fr.).
De firma Solargil (http://www.solargil.com/) heeft daar een winplaats voor natuurlijke gele oker, hematiet e.d.  en brandt deze pigmenten, na vermaling, in diverse gradaties okers en (rood)bruine tinten.



Lijndikteverschillen en schaduwsuggestie/ plasticiteit bij het tekenen met sanguine krijt uit Theley
De door mij gebruikte natuurkrijtstiften zijn door mij tevoren geselecteerd op hardheid, zijn puntig geslepen en slijten (pulveren) bij het tekenen nauwelijks. Bij het tekenen met gezaagde en geslepen roodbruine natuurkrijtstiften kunnen binnen één tekening, door meer of minder druk uit te oefenen, gemakkelijk lijndikteverschillen worden toegepast om schaduw en plasticiteit op te roepen. Het grote voordeel van natuurkrijtstiften is de variabele druk die kan worden uitgeoefend tijdens het tekenen. Door de taps toelopende obeliskvormige stiftvorm kan veel meer druk uitgeoefend worden op het uiteinde waarmee wordt getekend dan bij de fabrieksmatige carrévormige krijtstiften. Carrévormige stiften breken sneller dan de taps toelopende en scherp gepunte natuurkrijtstiften omdat de grotere druk bij fabrieksmatige krijtstiften niet kan worden opgevangen in de krijtmassa. Dat is vooral merkbaar als met een natuurkrijtstift zonder houder wordt getekend. De lijnen daarmee zijn om die reden meestal  levendiger. Ook kan het voorkomen dat één krijtstift bij het tekenen met geringe druk een andere kleur laat zien dan de de kleur die onder grotere druk verschijnt. Sommige natuurkrijtstiften met bijv. de kleur "portret bruin" laten onder geringe druk een warme lichtbruin-oranje tint zien die bij grotere druk overgaat in rood-bruin. Ook een bijzonder aspect van natuurkrijtstiften zijn kleurvariaties binnen één stift die voor verrassende effecten kunnen zorgen. Fabrieksmatige krijtstiften en gerolde krijtstiften van rötelpoeder laten een gelijkmatige tint zien over de hele tekening. Op bijgaande afbeelding is bij het weergeven van plastische vormen gebruik gemaakt van scherpe, dikker getrokken contourlijnen om de schaduwzijde te accentueren. Deze tekenwijze is kenmerkend voor de school van Bologna

studieblad
Studieblad (januari 2015) met diverse handenstudies, uitgevoerd met warm-getint rood natuurkrijt uit Theley op gevergeerd chamoiskleurig (lompen)papier. 
Er is gekozen voor een harde natuurkrijtsoort om gedétailleerd te kunnen tekenen. Als ondergrond bij het tekenen is bewust een gladde hardplastic plaat gebruikt. 
Diverse deelstudies naar Ercole Procaccini de Jongere (1605-1675 of 1680) en een studie van een hoofd naar Salvator Rosa (1615-1673) hebben als inspiratie gediend.
Deze deelstudies zijn onderaan aangevuld met andere motieven.  Werkelijk formaat blad:  30 x 32 cm.


Aanwijzingen van Gerard de Lairesse over tekenen met rood krijt
"Daar is geen beeter Manierom op wit Papier te teekenen,  ('t zy Beelden of Landfchap, en die zulke goede Inleidinge geeft, tot de Graveer of Etskunde)  als met Rood-aard; 't geen lieffelyk in't aanfchouwen, maar fmettelyk in 't handelen is, doch niet met fyne ftreepen, gelyk de jonge Graveerders gemeenlyk doen , of het zo genaamde Dommelen; maar met Kloeke Artzeeringe, en nooit meer dan twee of driemaal over elkanderen geflaagen, door de welke men verkrygt een vafte hand , en kenniffe van 't beloop der dingen die men voorheeft, naar haar hoedaanigheid, rond, of kantig; als Naakt, Kleedinge, Gronden en Steenen, met de verkortinge of Perfpektief; alzo doende, zullen wy het regte fpoor koomen te volgen, en ongevoelig geraaken, tot de fraaje handeling van 't wit Kreon.
Het Teikenen op Blaau of Gegrond Papier, en met Wit gehoogt dewelke ik hier voor gezegt hebbe , de gemakkelykfte en vaardigfte van de voorgeftelde manieren te zyn, is durf ik zeggen, in alle deelen zo volmaakt, dat 'er niets aan ontbreekt, en van weinig omflag." (
Gerard de Lairesse: Grondlegginge ter Teekenkonst, 2e druk, Amsterdam, 1713, blz. 70.)
JdH: Lairesse vindt wit papier voor rood krijt een geschikte ondergrond (voor beginners). Hij wijst de mechanische wijze van minitieus arceren of dommelen duidelijk af. Ook waarschuwt hij voor teveel 'slagen' (bijv. kruis-arcereingen gecombineerd met diagonaal-arceringen) over elkaar heen. Graveurs kunnen die wel toepassen en in hun werk levert dat gelijkmatige ingesloten vormen op. Tekenaars hebben daar problemen mee door de variatie in lijndiktes. Hogen met wit krijt op wit papier dient men te vermijden. 'Hogen' met wit op getint papier kost geoefende krijttekenaars weinig 'omslag' (=moeite). De hoogste lichten behoeven alleen aangezet te worden en niet zover uitgewerkt te worden als de donkere partijen. 

Lineair tekenen: nat
Deze werkwijze bij het tekenen met krijtstiften wordt in de 17e eeuw en later vermeld in een aantal handboeken over tekenen. Behalve door de druk op de stiftpunt te variëren kunnen dun-dik of licht-donker verschillen ook worden bereikt door gebruik te maken van bevochtiging van de stiftpunt. Vooral voor het aangeven van enkele plaatselijke accenten laat vochtig krijt een pittiger, iets donkerder, lijn achter.  Dit is een geschikte hanteringswijze voor een snelle schets of krabbel.  Bevochtig de krijtpunt bij likken aan de tong of deppen op een vochtig papieren zakdoekje niet te intens. Het vocht dringt  bij een scherp geslepen stift sneller door tot de kern van de punt van de krijtstift waardoor deze te zacht wordt, open barst en afbreekt.  Ook kan de krijtkleur veranderen doordat bij rötelkrijt het bitumen uitreedt of de allerfijnste deeltjes naar het krijtoppervlak uittreden (buitenzijde krijt wordt grijzig).
vochtige krijtstiftpunt voor accenten


"Volgelopen" partijen redden
Soms is het onmogelijk om een getekende partij verder op te werken. De poriën van het papier zijn dichtgelopen en het papier neemt geen poeder meer op. Een in de praktijk uitgeteste oplossing is het strooien van fijn puimsteenpoeder op de betreffende plek op het vel papier. Laat de te groffe korreltjes puimsteenpoeder er afrollen door het blad schuin te houden. Teken daarna met het krijt opnieuw op de dichtgelopen partij. Het papieroppervlak wordt tijdens het tekenen door het poeder dat onder de krijtstiftpunt zit "opengemaakt" en het krijt pakt weer.

"Te hard krijt" toch gebruiken met behulp van droge papierpreparatie
Bestrooi het papier met fijngemalen puimsteenpoeder of bestrijk het papier met de platte kant van een stuk glad geslepen puimsteen of zeekat-skeletpoeder (in beide gevallen stkken tegen elkaar wrijven). Ook fijn aluinpoeder biedt mogelijkheden, werkt wel iets gladder. Altijd alle poeder afkloppen alvorens te gaan tekenen. Deze oplossing kwam in mei 2017 bij mij op na het gebruik van een speciaal stuk glaskop-hematiet. Antoine Wattteau klaagde ooit over zijn te harde sanguinekrijt. Deze oplossing kende hij misschien niet of hij had geen puimsteenpoeder bij de hand.

Krijtinkt lijnen 
Zeer fijne, dunne krijtlijnen met een pen aangebracht?
In het voorjaar van 2006 kreeg ik een zeer goede reproductie
(formaat 102 x 97mm) van een krijttekening van Francesco Salviati onder ogen, waarop het portret van een jonge man te zien is. Deze reproductie heb ik op twee manieren op ware grootte gereproduceerd om na te gaan of bij het tekenen door Salviati een krijtstift was gebruikt of dat hij de krijttekening met een pen had getekend.
Ik heb een tekening gemaakt met een scherp geslepen roodkrijt stift en op hetzelfde formaat een pentekening met een omsteekpennetje. De roodkrijtinkt voor de pentekening bestond uit (klei)poeder, vrijgekomen bij het slijpen een roodkrijtstift, vermengd met gedestileerd water. Aan het mengsel heb ik geen arabische gom toegevoegd. De pen is bij het tekenen regelmatig aangeveegd met een penseel met de krijtinkt
(vgl. bevochtigingswijze van de pen bij kalligrafie) omdat bij indopen van de pen er onverwachte lijndikteverschillen kunnen optreden bij het aanzetten van de pen op het papier. Om bij de pentekening het effect van een krijttekening op te roepen heb ik de lijnen na droging 'gedoezeld' met een papieren zakdoekje.

Proefjes naar Salviati

Omdat het verschil tussen de krijt- en inktlijnen nog steeds duidelijk zichtbaar is ben ik niet overtuigd van het gebruik van een pen voor een aantal zeer fijn getekende krijttekeningen van o.a. Michelangelo. De grein van het papier of perkament, waarop oude meesters werkten, is bij zeer fijn getekende krijtstifttekeningen nog steeds goed te zien, iets wat bij penlijnen ontbreekt. Opvallend is ook, bij lijnen getrokken met een pen, dat ze over een korte afstand snel van dik naar dun verlopen. Bij lijnen, getrokken met een krijtstift, is dat verschil geringer. Inktlijnen (getrokken met een pen) laten
op papier of perkament een andere dynamiek zien dan roodkrijt stiftlijnen. Op sommige tekeningen die van of toegeschreven zijn aan Michelangelo, of oude kopieën zijn naar werk, zie je duidelijk de twee verschillende tekenwijzen (met stift en pen) op één blad.

Tekenen met een rood krijt stift waaraan wat zeep is toegevoegd
Onlangs (oktober 2010) kwam ik een beschrijving tegen van rood krijt in "Nieuwenhuis' woordenboek van kunsten en wetenschappen, Volume 8, uit 1863. Zie literatuurliijst verderop op deze pagina.
"ROOD KRIJT is eene delfstof, welke bestaat uit eene innige vermenging van klei met rood ijzer-oker, rood ijzer-oxyde, of eene verscheidenheid van rood thon-ijzersteen, hetwelk in thonschiefer voorkomt, onder anderen bij Saalfeld, Neurenberg, voorts in Hessen, in Tyrol en andere plaatsen. Het gesteente is bruinachtig rood van kleur en heeft de eigenschap van af te verwen , en kan als zoodanig tot teekenen en schrijven gebruikt worden, tot welke doeleinden het in stiften wordt gezaagd, die hetzij op zich zelven gebruikt, of even als potlood in houten kokers gestoken worden. Nog beter beantwoorden ze aan haar oogmerk, wanneer het R. K. tot poeder gebragt, geslempt en met eene oplossing van gom aangeroerd wordt; op welke wijze de kunstmatig gevormde Engelsche en Parijsche roodkryt-stiften bereid worden. Is er tevens een weinig zeep bijgevoegd, dan strijken zij nog ligter aan, en de streep wordt daardoor donkerder en glansrijker. De aldus bereide stiften moeten op vochtige plaatsen bewaard worden, opdat zij niet uitdroogen." (einde beschrijving)

N.B. JdH. Dit voorjaar (2017) stuitte ik op een tekst waarbij het soort zeep werd vermeld. Dat bleek in de 19e eeuw groene zeep te zijn. Mogelijk is dat al lang daarvoor ook in gebruik geweest. De vloeistofdosering was één deel groene zeep en één deel water. Doe een weinig van deze oplossing bij het krijtpoeder zodat er een vervormbare pasta ontstaat. Rol of snijdt daar stiften uit. Gebruik een gladde ondergrond (glazen ruit of aluminiumfolie over een plankje ). Laat de stiften drogen op een rustige plek, uit de zon, om krom trekken te voorkomen. Onderzoek van krijtlijnen zou moeten kunnen uitwijzen of er aan het rode krijt zeep is toegevoegd.

Hieronder is een door mij uitgevoerd proefvelletje te zien.
Links is gekrabbeld met een droog, zeep bevattend, rood krijtstiftje gemaakt van rode bolus, evenveel zeepschraapsel en wat gedestilleerd water. De pasta is na indroging maar voor het uitharden gerold in stiftjes tussen twee handen. Rechtsboven is gekrabbeld met rode bolus in natuurlijke vorm en rechtsonder is gekrabbeld met een vochtig, zeep bevattend, rood krijtstiftje.  Het effect van zeep, toegevoegd aan rood krijtstiften, biedt als voordelen dat:
- het krijtstiftje gemakkelijker over het papier glijdt en
- er na nat maken (aan vochtig sponsje of met spuug) van het stiftuiteinde lokaal op papier extra donkere accenten zijn te zetten (bijv. handig bij portrettekenen) en
- de krijttekening beter veegvast is. Eigenlijk levert de toevoeging van zeep een krijtsoort op die tussen droog en vet krijt in zit.

zeep bevattende rood krijt stift   waterverfkistje met zinken krijtbakje
Proefvelletje (klik op afbeelding voor groter formaat)  en aquarelkistje (naar Engels model uit ca. 1830) met geopend zinken krijtbakje.


fleuron16


Tonaal tekenen
Toonvlakken kunnen bij een krijttekening worden aangebracht op diverse manieren.

doezelaars, tortillons en kneedgum
Twee doezelaars,  estompes of stomps  (bestaande uit een dunne lap opgerold nappa- of chamoisleer, omwikkeld met garen resp. van grijs viltpapier), twee tortillons, small paper stomps of paperettes (van grijs zijde/viltpapier) en een stuk kneedgum.  In "A Complete and Comprehensive Treatise on the Art of Crayon Portraiture" van J. B. Crocker - teacher of drawing - uit 1884 wordt op blz. 10 (Crayon portraiture) afgeraden om harde papieren "stomps" gemaakt van "pulp" (papier maché zonder lijm?) te gebruiken.  Een doezelaar is bij krijttekenen wat bij schilderen met waterverf een penseel is. Vooral veel pasteltekenaars maken graag gebruik van de doezelaar en de paperette omdat ze daarmee verlopen toon-/kleurvlakken kunnen maken. Een doezelaar of estompe kan worden gerold uit een trapeziumvormig stuk nappa- of chamoisleer of dun leer (uit een velletje A6) (waarbij het cilindrische deel beter omwikkeld kan zijn met een velletje papier dan met garen voor de benodigde stijfheid) of viltpapier (A5). Een doezelaar  wordt gebruikt om krijtpoeder op grote vlakken in te vegen en lijnen te verzachten (doezelen).  Een tortillon wordt gebruikt om kleine vlakken en lijnen te doezelen en is meestal van viltpapier, soms echter ook van gewoon papier. Zie ook: Krijtdoosje.
In de 2e helft van de 19e eeuw, mogelijk zelfs eerder en nog ver in de 20e eeuw werd er ook gebruik gemaakt van Amadou (opgerolde velletjes of stukjes tonderzwam) om vlakken tonaal in te vegen met fijn krijtpoeder, ook vaak houtskoolpoeder, (sauce) dat in buisjes werd bewaard. Ook werden velletjes zeemleer gebruikt voor dat doel. Zeemleer kwam ook voor op de binnenkant van de deksel van tekendoosjes om tortillons e.d. schoon te vegen. Zie voor meer informatie de pagina over tekenkistjes via de vorige link. Mogelijk heeft Leonardo da Vinci fijn rood krijtpoeder met een stukje Amadou gelijkmatig uitgeveegd op papier om daarna met rood krijtstift erop te tekenen. 

Ook Antoine Watteau heeft mogelijk van een doezelaar of estompe gebruik gemaakt. Op sommige van zijn tekeningen zijn gezichten door vegen van een tint voorzien.  Maar misschien heeft hij gewoon met zijn vinger het krijtpoeder wat uitgeveegd.


Bij Roger de Piles (1635-1709) komen we  in zijn publicatie: "Élémens de peinture pratique . Par M. de Piles... Nouvelle édition entierement refondue, & augmentée considérablement. Par Charles-Antoine Jombert  A Amsterdam et a Léipsick, chez Arkstée & Merkus, libraires. Et se vend a Paris [ie. à Paris], chez Charles-Antoine Jombert, libraire du roi pour l'Artillerie & le Génie, à l'Image Notre-Dame. M.DCC.LXVI  Date d'édition : 1766" op blz. 302 de volgende vermelding tegen:  "Pour les appliquer, on se fert de la pointe d'un petit morceau de papier roulé, que l'on nomme estompe, & qui tient lieu de pinceau dans cette maniere de peindre".  Bron Gallica Recherche (http://gallica.bnf.fr/ebooks).
Dit is een vroege vermelding van een doezelaar. 
In de meeste gevallen is een doezelaar gemaakt van een opgerold trapeziumvormig stuk dik viltpapier of nappaleer (zachter) en is aan twee kanten wat stomp, conisch van vorm . Voor een zekere stijfheid wordt meestal een nauw aansluitend papieren kokertje over het cilindrische deel van de doezelaar geschoven.  Van een tortillon (een aan één kant spits toelopend gerold stukje dun (vilt-)papier dat hol is van binnen en aan de andere kant iets naar binnen gevouwen voor een zekere stijfheid)  is in die uitgave geen sprake.



arcering
- Arceren is het oproepen van de de suggestie van een getint vlak (toonwaarde) in een krijttekening door lijnen (recht of gebogen) evenwijdig naast elkaar of  op gelijke afstand van elkaar te trekken. Door met de bolling mee te arceren wordt de plasticiteit geaccentueerd.  De krijtstift wordt bij elke lijn/ haal even opgetild van het papier.  Een contourlijn vormt meestal de begrenzing van zo'n vlak. Gearceerde lijnen sluiten op contourlijnen veelal onder een schuine hoek of haakse hoek aan.

Tekenvoorbeelden bij het tekenen met sanguinekrijt in de 18e eeuw
ill. uit IXe Cahier de dessin

Rond 1758 ontstaan er in Frankrijk, op basis van een nieuwe grafische techniek (Abraham Bosse: la gravure en manière de crayon), tekenvoorbeeldenboeken met perfecte reprodukties van o.a. krijttekeningen die als kopieervoorbeelden kunnen dienen voor kunstenaars in opleiding. De  weergave van een  krijttekening (in zwart-wit en sanguine) is vaak zelfs verfijnder dan met een echte krijtstift mogelijk is. Deze tekenvoorbeelden bezitten een grote mate van détaillering die alleen met scherpgepunte en hoogwaardige krijtstiften is te bereiken. Hiernaast is een kwart deel van een pagina uit zo'n boek weergegeven. Het fragment is opgeplakt op een wat dikker blad geschept papier om neergezet te kunnen worden. Mogelijk heeft het deel uitgemaakt van een serie kaarten.
(
Fragment uit IXe Cahier de principes de dessein d'après nature faits par Thomas Le Clerc et gravés par J.-F. Janinet. Dédié à Monsieur J.B.M. Pierre Ier Peintre du Roi Par son très humble Serviteur T. Le Clerc.
Paris, Le Père et Avaulez(?), s.d. ou 1773. In-4°, demi-vélin ivoire.)

Collectie Jaap den Hollander



reuselen
- Reuselen of reuzelen
is een gelijkmatige heen en weergaande opschuivende beweging van de krijtstift over een vel papier om de suggestie van een getint vlak op te roepen. (vgl. het vastleggen van trillingen bij een seismogram). De lijnen worden als het ware al schommelend aangebracht. Er kan ook over eerdere gereuselde partijen worden heen gereuseld. De krijtstift wordt per 'gereuseld pakket' niet van het papier opgetild.

- Dommelen is een term die we bij Gerard de Lairesse tegenkomen.  Op blz. 71 van zijn Grondlegginge ter Teekenkonst, zijnde .... , 2e druk, Amsterdam 1713: "Daar is geen beeter Manier om op wit Papier te teekenen, ( 't zy Beelden of Landfchap,  en die zulke goede Inleidinge geeft, tot de Graveer of Etskunde) als met Roodaard; 't geen lieffelyk in 't aanfchouwen, maar fmettelijk in 't handelen is, doch niet met fijne fstreepen, gelyk de jonge Graveerders gemeenlyk doen, of het zogenaamde Dommelen; maar met kloeke Artzeeringe, en nooit meer dan twee of drie maal over elkanderen geflaagen, door dewelke men verkrygt een vafte hand, en kenniffe van 't beloop der dinge die men voor heeft, naar haar hoedanigheid, rond, of kantig; ...."

- (Ver)doezelen (1)
in een krijttekening is vegen met een aan de uiteinden  tot een punt geslepen compact opgerold cilindervormig vilt- of vloeipapierblad.
Met dit gereedschap kan vanuit eerdere, luchtige,  arceringen een ingeveegd toonvlak ontstaan.

doezelen
- Doezelen (2) in een krijttekening is vegen met een aan de uiteinden  tot een punt geslepen compact opgerold cilindervormig vilt- of vloeipapierblad (een zog. doezelaar of estompe).
Met dit gereedschap kan met wat krijtpoeder een ingeveegd toonvlak ontstaan. Vaak wordt dan eerder opgevangen krijtpoeder (wel van dezelfde stift als waar mee getekend wordt!) ingeveegd om een toonvlak te doen ontstaan. 

Natuurlijk zijn ook combinaties van alle voorgaande droge hanteringswijzen  mogelijk.
Doezelaars worden in allerlei maten geleverd en worden in vakliteratuur (uit 1699) met penselen vergeleken. Men kan er sanguine krijtpoeder mee vervagen, verdoezelen,  inwrijven, vervegen, aanbrengen enz.

- Wassen
van een krijttekening is het 'vervegen, vervagen of uitvegen' van krijtpoeder (lijnen) met een in water of alcohol (verdampt sneller) gedoopte penseel of een sponsje om bepaalde (vlak)delen van een krijttekening een bepaalde toonwaarde te geven. 
Natuurkrijt uit Theley kan als aquarelverf gebruikt worden om kleine partijen mee te wassen (vgl. Watteau)  maar.......
Maak wat slijpsel aan door het uiteinde over een fijne rasp te halen en vang het slijpsel op in een mengbakje. Maak het slijpselpoeder aan met wat water .  Gom toevoegen is niet nodig. Test eerst hoe donker de verfkleur is. "Was" de betreffende partij.  Het met water aangemaakte krijtpoeder kan licht dekkend tot zeer transparant worden gebruikt. Probeer eerst e.e.a. uit op een vergelijkbaar velletje papier. Wacht tot de gewassen partij droog is alvorens er weer over en in te tekenen.
N.B. Maak in geen geval de krijtstiftpunt nat met een vochtige penseel om verf op te nemen en doop het stiftuiteinde ook niet in water om daarmee te wassen. Het bitumen of de fijnste deeltjes in de punt van de krijtstift treedt daar naar buiten, te zien aan een grijzige tint. De stevigte van het krijtuiteinde is definitief verdwenen.  Er kan zelfs spontaan een stukje krijt van de stiftpunt afbreken.  Zorg ervoor dat het , bij een wassing gebruikte, krijtje zo wordt opgeborgen dat het terug is te vinden voor een eventuele volgende sessie. Ieder krijtje laat zijn eigen unieke kleursporen na.

vrouwenfiguur
Behalve door arceren en doezelen kunnen er bij het tekenen met rood krijt ook door 'wassen'  verschillende toonwaarden worden aangebracht in een rood krijt tekening. Het slijpsel dat bij het aanpunten van een krijtje overblijft kan na vermenging met water met behulp van een penseel gebruikt worden om verschillen in toonwaarden of schaduwpartijen aan te geven. Ook gebruik van alcohol om een roodkrijt tekening te wassen is een optie. De gewassen partijen dogen sneller op waardoor hinderlijk golven van het papier wordt vermeden.


Studie naar Watteau
Nog een voorbeeld van een gewassen roodkrijt tekening. Kopie naar fragment van tekening van Watteau.



fleuron16


Philippe de la Hire (1640-1718),
"Traité de la pratique de la peinture"

Académie des sciences (France). Histoire de l'Académie royale des sciences ... avec les mémoires de mathématique, de physique... tirez des registres de cette Académie. 1702-1797.
"Traité de la pratique de la peinture" maakt deel uit van een grotere publicatie over diverse onderwerpen geschreven door  Philippe de la Hire.
Paris, Imprimerie de Jean-Baptiste Coignard fils, 1730, tome IX, pp.635-730.
In onderdelen is de tekst van deze publicatie mogelijk reeds in Parijs in druk verschenen in de periode 1666-1669 (zie: Sull'Educazione del Pittore storico odierno italiano. Pensieri di P. Selvatico, 1842). 


Tekstfragmenten van Philippe de la Hire (uitgezonderd over diverse kleuren van sanguinekrijt) waarin sanguinekrijt wordt genoemd en waarvoor het gebruikt kan worden:


p. 648
"On ne fait pas de calque à la sanguine, quand même on voudroit dessiner avec la sanguine, parceque la sanguine pourroit maculer le papier blanc, et comme elle est d’une nature grasse on ne peut l'effacer qu' imparfaitement avec la mie de pain. On se sert pourtant de calque avec la sanguine pour les planches de cuivre quand on veut graver, soit avec le vernix noirci, ce qui se doit entendre pour la gravure à l'eau forte, soit pour celle qu'on fait au burin; mais pour celle-cy, comme il n’y a point de vernix sur la planche, et que la sanguine n’y marqueroit pas ou ne s'y attacheroit  pas, on la frotte un peu avec de la cire blanche, après l'avoir fait chauffer médiocrement."



NIET CALQUEREN MET SANGUINE
Men maakt geen gecalqueerde tekening met sanguinekrijt omdat, hoewel men gewend is te tekenen met de sanguinestift, het sanguinekrijt vlekken kan veroorzaken op het witte papier en omdat het van zichzelf vet is, [vet] dat men slechts gedeeltelijk kan verwijderen met broodkruim. Men maakt wel gebruik van een krijtlaagje bestaande uit sanguinekrijt op koperplaten wanneer men wil graveren, hetzij met donkere vernis, die geschikt moet zijn voor de etstechniek, ofwel bij die [graveertechniek] waarbij men gebruik maakt van de burijn; maar wat betreft deze laatste, als  er helemaal geen vernis op de plaat zit, en omdat het sanguinekrijt er niet op zou afsteken of er zich niet aan zou hechten, smeert men deze [plaat] in met wat blanke was, na deze enigzins opgewarmd te hebben.
p. 651
"On peut encore contretirer un dessein par le moïen d'une glace ou d'un verre, en l'appliquant sur l'original, & traçant sur le verre tous les contours du dessein avec un craïon de sanguine tendre; mais comme la sanguine ne marqueroit pas sur le verre, il faut le froter auparavant avec de l'eau de gomme arabique, dans laquelle on aura mis un peu de vinaigre, & quand elle est bien seche on peut dessiner dessus, sans le vinaigre la sanguine ne marqueroit pas sur la gomme; mais si l’on 'frotte le verre avec un blanc d'oeuf au lieu de gomme, il n'est pas besoin de vinaigre. Quand ce dessein est tracé sur le verre on y applique assés fortement un papier moüillé & bien humecté, & l'aïant relevé aussi-tôt de peur qu'il ne se cole sur le verre, on y trouve tout le trait de la sanguine qui y est imprimé. On a par ce moïen le trait d'un dessein, ou même d'un tableau qu'on voudroit copien; mais pour les tableaux les bords de la glace & du verre pourroient les écorcher. Ce trait sur le papier est à contre sens de l'original, c'est pourquoi il faudra le recopier encore pour le mettre dans le même sens de l'original, ce qui est une double peine; & qui ne peut pas se faire sans corrompre les contours."

OVERTREKKEN EN AFDRUKKEN MET SANGUINE
Men kan ook een tekening overtrekken door middel van een spiegel of  van een glasplaat die over het origineel heen wordt gelegd, en waarbij op de glasplaat alle contouren van de tekening worden [over]getrokken met een zachte sanguinestift; maar als de sanguinestift geen spoor achterlaat op de glasplaat, dient men die[glasplaat] tevoren nat te maken met water met arabische gom, waaraan men een beetje azijn toevoegt, en als dat goed droog is kan men daar overheen tekenen, zonder de azijn hecht het sanguinekrijt niet aan de gom; maar als men de glasplaat met eiwit insmeert in plaats van gom, is azijn niet nodig.  Wanneer deze tekening is aangebracht op de glasplaat, houdt men een nat en gelijkmatig bevochtigd vel papier van voldoende stevigheid erboven, en als men dat laat zakken zonder dat het kleeft aan de glasplaat, treft men er iedere lijn op aan van de sanguinetekening die erop wordt afgedrukt.  Men verkrijgt op deze manier de afdruk van een tekening, of zelfs van een schilderij dat men zou willen kopiëren; maar wat de schilderijen  aangaat kunnen de randen van de spiegel of de glasplaat die[schilderijen] beschadigen.  Dit soort  afdruk op het papier is tegenovergesteld aan het origineel, daarom moet men het nogmaals kopiëren in dezelfde richting als het origineel, wat een dubbele straf is [veel moeite kost]; en wat zich niet laat uitvoeren zonder de randen te beschadigen.
(Recept moet nog worden getest!  JdH 28 april 2016)

p. 658
"Si l’on haches toutes les ombres avec le craïon sur le papier blanc, il faut être fort propre et bien menager le fond du papier qui doit servir pour les clairs bien plus en se servant de sanguine que de pierre noire; car on ne peut pas effacer la sanguine avec la mie de pain sans faire des taches. Ce n'est pas tout-a-fait de même si le papier est brun; car la couleur du papier doit servir de demi-teinte, et l’on rehausse tous les jours avec le craïon blanc, de craie ou de pastel blanc
."

BRUIN PAPIER EN SANGUINE
Als men alle schaduwen arceert met de krijtstift op wit papier, moet dat[papier] van zichzelf sterk zijn en [dient] men voorzichtig om [te] gaan met de achtergrond van het papier die geschikt moet zijn voor de hoogste lichten bij gebruik van zowel sanguinekrijt als de zwarte krijtstift; want men kan het sanguinekrijt niet verwijderen met broodkruim zonder vlekken te maken. Dit gaat niet helemaal op als het papier bruin is; want de kleur van het papier kan dan als tussentoon dienen, en men hoogt het gewoonlijk met een witte [gezaagde] krijtstift [Champagne, Tripoli], krijt [gips] of wit pastelkrijt [Espagne, Rouen].
p. 660
"Il y en a qui donnent de la force à leurs desseins faits à la sanguine avec un peu de pierre-noire, sur tout s'ils n'ont pas de sanguine brune. Il y en a aussi qui font les chairs à la sanguine , & les draperies avec la pierre noire, pour leur donner plus d'agrément par la diversité des deux couleurs."

VLEESPARTIJEN MET SANGUINEKRIJT
Er zijn er die hun tekeningen, gemaakt met sanguinekrijt, opwerken [versterken, diepen] met een beetje zwart krijt, vooral als ze geen [donker]bruin sanguinekrijt hebben. Er zijn er ook die de vleespartijen met sanguinekrijt doen, en de draperiën met zwart krijt, want dat geeft ze meer voldoening  door de diversiteit [afwisseling] van de twee kleuren.
Vertalingen JdH., 7 mei 2016
Opmerking JdH:  Voorbeelden van de afwisseling van zwart krijt en sanguinekrijt in een krijttekening treffen we aan bij Hendrik Goltzius en Antoine Watteau.




1755: Charles-Antoine Jombert, METHODE POUR APPRENDRE LE DESSEIN
p. 57.
Les bons crayons contribuent beaucoup à deffiner facilement, & avec plaifir, c'est pourquoi il faut avoir l'attention de les bien choifir. On fe fert ordinairement de trois fortes de pierre que l'on aiguife pour deffiner; ça voir, la fanguine ou crayon rouge, la pierre noire appellée crayon noir, & la mine de plomb. La bonté de ces crayons confifte à être tendres & doux, fans aucun grain
ni gravier. Pour les conferver tels, on les gardera dans un endroit qui ne foit point trop fec, ce qui les feroit durcir, ils fe conferveront mieux dans un lieu frais & humide ; mais il ne faut les en tirer qu'à mesure qu'on en aura befoin.
Vertaling JdH:
Goede krijtstiften dragen veel bij aan gemakkelijk en plezierig tekenen, het is het daarom van belang om tijd te besteden aan het maken van een goede [materiaal]keuze. Meestal bedient men zich om te tekenen van drie soorten stiften, die worden aangescherpt; dat betreft het sanguine of rode krijt, de zwarte steen die ook wel zwarte stift wordt genoemd en de grafietstift. De goede kwaliteit van deze stiften kenmerkt zich daardoor dat ze homogeen en zacht zijn, zonder korrels of harde delen. Om ze zo te houden, bewaart men ze op een plaats die niet al te droog is, daaardoor worden ze hard, ze kunnen het beste bewaard worden op een koele en vochtige plaats; maar men moet ze alleen te voorschijn halen als men besloten heeft dat men er gebruik van zal maken.

p. 64.
Quand on hache toutes les ombres avec le crayon fur le papier blanc, il faut être fort propre, & bien ménager le : du papier qui doit fervir pour les clairs, furtout en fe fervant de fanguine, car on ne peut l'effacer totalement avec de la mie de main, & elle laiffe toûjours des taches fur le papier : la pierre noire n'est pas fi fujette à falir le papier, & elle le graiffe moins que le crayon rouge.
vertaling JdH: Wanneer men alle schaduwen met de krijtstift op het witte papier aanbrengt, dan dient dat [papier] heel schoon [helder] & van een goede kwaliteit [samenstelling] zijn:  papier dat geschikt moet zijn voor de lichte delen, vooral als men sanguine [krijt] gebruikt, omdat men dat niet volledig kan wissen met het zachte binnenste van [vers] brood, en het [sanguinekrijt] altijd vlekken achterlaat op het papier:  het zwarte krijt bezit niet zo'n eigenschap om het papier te bevuilen, en het hecht minder dan het rode krijt. 
N.B. [avec de la mie de main=avec de la mie de pain, zetfout] of er moet (vertaald) iets staan als 'de muis van de hand.....'


p. 66-67
Les eftompes dont on fe fert pour deffiner fe font de plusieurs manieres ; mais les plus ordinaires font faites d'un morceau de papier demi brouillard affez épais, qu'on déchire de biais, & qu'on roule bien ferré entre les doigts, de la groffeur qu'on veut, pour en faire une espece de pinceau ; on le déchire, afin que le petit bout du rouleau dont on fe fert foit émouflé, & qu'il ait comme du poil : les estompes de chamois fe roulent de la même façon.
On fait quelquefois des estompes en fourant dans un tuyau de plume, un petit tampon de cotton ou de linge doux & fin, que l'on fait fortir un peu par le bout le plus menu de la plume, ou bien l'on fe fert d'un petit tampon de linge doux, roulé & ferré médiocrement, & alors on deffine ordinairement avec de la pierre noire, & rarement avec du crayon rouge. Mais ces fortes d'estompes de linge ou de cotton, ne font d'usage que lorsque l'on deffine des figures grandes comme le naturel, ou plus grandes encore.
On pourroit conjecturer que le mot d'estompe, vient de celui d'étoupes, le bout des eftompes étant : à peu près comme un petit paquet d'étoupes , dont on pourroit même fe fervir au défaut d'une eftompe: il est cependant plus vraisemblable qu'il vient de l'Italien stompare, ou ftoppare.
Il y a des personnes qui donnent de la force à leurs deffeins faits avec de la : en les retouchant avec un peu de pierre noire, fur tout quand ils n'ont pas de fanguine foncée en couleur : d'autres font les chairs au crayon rouge , & les draperies à la pierre noire , pour donner plus d'agrément à leurs deffeins, par la variété de ces couleurs.
Vertaling JdH: De doezelaars die men bij tekenen gebruikt zijn er in meerdere vormen; maar de meest gebruikte zijn gemaakt van een stuk voldoende dik vloeipapier, dat men schuin afscheurt, & dat men goed strak oprolt tussen de vingers, op een formaat naar wens, om er een soort penseel van te maken; men scheurt het, zodat het kleine uiteinde van de rol waarvan men het maakt, verborgen is, & dat het er uit ziet als fluweel: de doezelaars van chamois[leer] rolt men op dezelfde manier. 
Soms maakt men de doezelaars door ze over een laag met veren te rollen, een kleine prop watten of van zacht en fijn linnen, dat men aan het kleinste uiteinde iets laat uitsteken, of men bedient zich een kleine zachte tampon van zacht linnen, gerold en wat samengebonden, & in dat geval tekent men meestal met zwarte stift, en zelden met rood krijt. Maar deze soorten doezelaars van linnen of katoen worden alleen gebruikt als men figuren op ware grootte tekent, of zelfs groter. Men zou kunnen vermoeden dat het woord doezelaar, afgeleid is van bepaalde weefsels, het zachte uiteinde: bijna als een bundeltje van touwtjes, waar men zich zelfs van zou kunnen bedienen bij gebrek aan een doezelaar: het is toch waarschijnlijker dat het afkomstig is van het Italiaanse stompare of stoppare. Er zijn mensen die [als volgt] contrast geven aan hun zo gemaakte tekeningen: door ze te retoucheren met een beetje zwart krijt, vooral als ze geen donkergekleurd sanguine hebben: anderen maken de huidskleuren met rood krijt, en de draperieën met zwart krijt, om hun tekeningen aantrekkelijker te maken, door de verscheidenheid van deze kleuren.

p. 73.
D'autres enfin font les contours avec de la fanguine ou crayon rouge, puis ils ombrent avec du bi?tre, ou de la fanguine même délayée dans de l'eau. On pourroit encore après avoir lavé un deffein, le retoucher à la plume du côté de l'ombre, & y donner
quelques traits de hachures, ou au lieu de la plume, retoucher avec le crayon.
Vertaling JdH : "Anderen tenslotte maken contouren met sanguine of rood krijt, dan schaduwen ze die met bister, of hetzelfde sanguine verdund met water. Je zou nog, na een tekening te hebben gewassen, deze kunnen bijwerken met pen aan de schaduwzijde en er een paar arceerlijnen in aangeven, of in plaats van met pen, bijwerken met [rood] krijt."


Vaktermen bij tekenen met krijt en houtskool
in het Nederlands, Engels en Frans


arcering
kruis arcering
parallel arcering

handgeschept papier
het schepraam
lompen papier
lange vezels
vodden
linnen

een Hollander  (pulpmaalmachine)


handschrift
tekenhand (vaste, aarzelende, (on)rustige, (on)evenwichtige)


lijnvoering (krachtig, nerveus, gelijkmatig, fluctuerend, vlot, gebroken, vloeiend, zigzaggend, lineair, stuntelig)
druk
plasticiteit

doezelaar
kleyne vingher (CvdPasse) (paperetten)

wiek/vlerk/ veer

hooghen/ diepen


houtskool (twijgje)


venetiaanse houtskool
hatching (scratching?)
cross-hatching
parallel hatching

handmade paper
the (laid) mould
rag paper
long fibers
rags
linen

a Hollander beater


handwriting
drawing hand - firm, hesitant, (un) quiet, (un) balanced

line ((broken, fluid, zig-zagged, lineair)
pressure
plasticity



(French) stump

little finger (paperet)


wick/ float/ feather


the lights & the shadows

charcoal twig  / charcoal

venetian charcoal
hachure
hachures croisées
hachure parallèle

fabrication du papier à la main
la forme / le moule
papier chiffon
fibres longues
des chiffons
linge
une Hollandaise

écriture
dessin de la main - ferme, hésitante, (mal) calme, (mal) équilibrée

ligne (cassé, courant, faire des zigzags en avançant, lineair) zigzaguer,
pression
plasticité

estompe
petit doight (tortillon/petit rouleau de papier)
mèche/ aille/ plume

du blanc à rehausser, des jours & des ombres
fusain
brindille de charbon de bois/ charbon de bois
charbon employé pour le dessin.
fusain venetien




   


alinea
Reacties en aanvullingen op bovenstaande onderzoeksresultaten of tips voor verder onderzoek zijn van harte welkom. Stuur een e-mailberichtje naar: jcdh
fleuron48





Contains / containing: red chalk, rood krijttekening, krijttekening, Sanguina, Sanguinas, Sketches, Sketched, Schémas, Croquis, Zeichnungen, Skizzen, dessin, dessiner, Tekening, Schets, Sanguina sobre papel, rood krijt, sanguine chalk, Bergrot, Eisenrot, Rotocker, Rotstein, Rubrica, red chalk drawing, red drawing chalk, crayonnées avec de la sanguine, le crayon rouge, terre rouge, de la pierre d'Italie, sanguine d'Angleterre, la pierre de sanguine, craie rouge, lapis rosso, rode bolus, red bole, terra di Pozzuoli, disegnare, disegni , sanguigna, disegno a sanguigna, sanguine brûlée (reddish-brown chalk), tiza roja, red chalk, gis rojo, sanguine pencil, pierre sanguine, sanguinekrijt, sanguine chalk, sanguine crayon, crayon sanguine, chalk crayon, red crayon, red clay, red chalk sticks, red chalk drawings, sanguine drawings, Red Bole, Bolo Rosso, Terre Bolari, Bolo Color Brunus, Terra Sigillata, Bolo di Boemia, Terra di Lemnos, Bolo Orientale, Argilla Ocrosa, Bolo Armeno, Bolo Armeniacos, Gilders Clay (red bole), lápiz rojo, roodkrijttekening ;