The pigments above-named are native ferric oxide (or iron peroxide) associated with variable proportions of mineral impurities such as clay, chalk, and silica. They differ from the yellow and brown ochres described on page 157, by not containing combined water, in other words, the iron to which they owe their colour is ferric oxide, not ferric hydrate, except in the case of turgite, named on page 202. They occur in very many localities accompanying or even constituting some of the most important iron ores. Their colour varies with their physical state, and with their purity; some are iron grey, or even black, until they are finely ground, when they assume a cherry-red hue. Cappadocia yielded to the ancient Greeks some at least of their sinopis, or red ochre, but they were familiar with the process of calcining yellow ochre in order to redden its hue; and they thus prepared the pigment to which the name 'light red' is now assigned.
An unusually bright red variety of hæmatite from Cumberland gave me on analysis, in 100 parts, ferric oxide, 94.7; alumina, 2.0; silica, 2.2, and moisture, 1.1.But some almost equally rich red ochres contain much less iron oxide, a 'sinopis' from Anatolia, analysed by Klaproth, having been found to contain 21 per cent. only, and others, from other localities, not above 40. The paler varieties of a reddish brown or yellow brown hue often consist of mixtures of hæmatite and yellow ochre. A very fine red ochre from Tuscany, the Banat, Hungary, and from the Urals, contains about 5 per cent. of water, and is considered to belong to a distinct mineral species called turgite, as mentioned before under the heading 'Venetian Red.' 
When red chalk (from Hunstanton, Norfolk) is calcined at a high temperature it loses its red colour, and becomes of a dull olive green hue, a change due in this case to the production of calcium ferrite, a compound of lime and ferric oxide.
The terra rosa of Italy owes its pinkish red hue to ferric oxide, but it is probably often, if not always, an artificial product. All the pigments described under the title 'red ochre' are permanent, and without action on other pigments. For the substitution of artificially prepared ferric oxide, or colcothar, for red ochre, and for the method of detecting it, reference should be made to page 202, under 'Indian red.'



alinea

1900
De Zaanstreek in Nederland en import van pigmenten in ruwe vorm

De Zaanstreek was het verleden bekend om zijn bloeiende verfindustrie. Uit allerlei landen werden pigmenten in ruwe staat geïmporteerd en in de Zaanstreek gemalen tot poeder.
Wit krijt werd geïmporteerd uit landen waar het krijtmassief doorheen liep. Dit strekte zich uit van de Zwitserse en Belgisch-Franse grens, onderbroken door het Kanaal, tot aan  Engeland.  Gemalen wit krijt werd in stopverf, plamuur en grondverf verwerkt. Pijpaarde, een zuivere soort klei of leem afkomstig uit Beieren en Engeland werd ook wel vermalen voor plamuur. 
Bruine, gele en rode okers werden in de Zaanstreek al eeuwen verwerkt. Voor sterke, dekkende verf kwamen deze okers vooral uit Frankrijk, Engeland en Duitsland in brokken aan. In 1904 werd bijvoorbeeld 3000 kg. rötel (rode oker) door de firma Heyme & Zoonen in Zaandam geïmporteerd uit het Saarland.
Veel meubelen, die rond 1900 van goedkoop (grenen)hout waren gemaakt, werden "gehout" (met imitatie houtnerven beschilderd) om een uitstraling van eikenhout te geven. Daarvoor werden veel Sienna’s gebruikt die afkomstig waren uit Italië en wat later uit Cyprus. Men maalde ombers afkomstig van Cyprus en Kasselse aarde (een bruinkoolverbinding uit Duitsland)  en Van Dijckbruin om
diepe bruine kleuren te krijgen.  Kerkbanken werden met van Dijckbruin gebeitst  (deze kleur heet daarom ook wel ‘Kerkebeits’). Bekend is ook de eeuwenoude traditie in Nederland om marmer-decoratie op houten betimmeringen en interieurdelen aan te brengen. Bij gebrek aan vindplaatsen van marmer in eigen land moesten wij ons op deze manier maar behelpen. 
De diepste rode aardverf die er bestond, het Persiaans of Persisch rood werd uit
het Iraanse schiereiland Hormoez geïmporteerd. De kleur van goederenwagens van de NS is afkomstig uit Engeland uit Hull (Hullrood of Engels-rood)
Rode bolus uit Armenië maalde men niet fijn maar verhandelde men in brokken. Met de stukken werd  houtwerk ingewreven dat verguld moest worden. De rode ondergrond schijnt door onder het bladgoud en levert een warme goudglans op. Ook nu nog wordt hiervoor rode bolus gebruikt. Of deze tegenwoordig nog steeds uit Armenië komt is moeilijk te achterhalen.
Rode dodekop of Spaans rood was afkomstig uit Mallaga in Spanje. Paarse dodekop is een restprodukt uit de ijzerertsindustrie en leverde samen met loodwit de appelbloesemkleur op die  in de Zaanse koopmanshuizen werd toegepast.
Been- of ivoorzwart was afkomstig uit verkoold botafval. Roetzwart of driebrandzwart was oorspronkelijk afkomstig van  roet dat uit de schoorsteen werd geschraapt.
Al met al kan gezegd worden  dat de verfindustrie in de Zaanstreek van groot belang was voor de beschikbaarheid van o.a. tekenkrijt en verven voor kunstenaars in Nederland omdat men daar pigmenten in natuurlijke vorm importeerde en verwerkte.