waar kwam die Petrusschool nou vandaan?

 

de eerste scholen en haar meesters
De eerste onderwijzer, wiens schriftelijke aanstelling te Boxmeer bewaard is gebleven, heette Anselmus Huberts. Hij was uit Grave afkomstig. In 1605 werd hij door schout, schepenen en gezworenen van Boxmeer aangenomen om:

 

"mitt alle nerstigheid dye kynder in godes vresen und goode discipline nae syn beste vermeugen institueren, lehren und optrecken daervan ehr tot salaris soll hebben, soo van St. Petrus verdienst als lewspacht twintich mate rogge, Mercher maet, noch dry phil. gulden van St. Petrus verdienst und acht gulden van dye schemel nabuyren kinder" enz.

Anselmus Huberts had dus tot taak de Boxmeerse kinderen tot o.a. godvrezende en gedisciplineerde burgers op te voeden. Hij kreeg daarvoor uit de inkomsten van het St. Petrusaltaar in de kerk 20 maten rogge, 3 Philips-gulden en mocht aan de arme kinderen uit de buurt voor zijn onderwijs 8 gulden vragen. Dit alles op jaarbasis. Beha1ve schoolmeester was Anselmus ook koster en organist in de kerk. In 1615 bekleedde hij alleen nog de funktie van koster en organist. In 1635 stierf hij aan de pest.

De oudst bekende school stond op de weg naar de Weyer.
Er is geen afbeelding van. We kennen de namen van een aantal meesters:
-1615 Gerrit Leenen
-1616 Joachim Verheyden, ook organist
-1629 Jan Bysterveld, organist, koster en secretaris.
-1635 "Meester" Wynand Pors uit Huisen, bij wijze van uitzondering een bestudeerd man. Hij gaf ook les in oude talen. Hij was koster en organist. Wynand stierf in 1637 aan de pest.
-1638 Simon Vaeght, tevens organist
-1650 Reynier Michels, organist
-1658 Michiel Cox, tevens koster. Hij had een jaarinkomen van f50, -. Dit werd hem soms om de twee jaar uitbetaald, als de gemeente niet zo goed bij kas was.
-16..-1821 Het schoolmeesterschap is in handen van de familie van Beckum
-1727 Petrus van Beckum

De school op de markt

De markt te Boxmeer getekend door Jan de Beijer in 1741.
De school stond op de markt naast het gemeentehuis. Rond 1730 werd de school gebouwd. We zien links van de rechter boom twee ramen, met kleine glas-in- lood ruitjes.

Het onderste deel van de ramen werd afgeschermd door houten luiken. Dat waren de ramen van de school. In gevaarlijke tijden zat hier de wacht van het dorp ook.
Enkele meesters uit die tijd:
-1752 Bernardus van Beckum, vriend van de "dolle graaf. Op deze Bernardus wilde de graaf zijn pistool uit proberen, doch deze voorkwam erger door een handigheid.
-1807 Petrus A. van Beckum verdiende f80, - per jaar. De gemeentedienaar verdiende f90, -
-1821 F. v/d Heuvel, B. Stumpel

het schoolreglement van 1807
Aan het begin van de 19e eeuw kreeg de gemeente Boxmeer onenigheid met onderwijzer PA van Beckum over diens aanpak van het onderwijs. Hij spaarde de roede bepaald niet. Er werd in 1807 een reglement opgesteld zodat de onderwijzer en de commissie van toezicht houvast zouden hebben. In 18 artikelen geeft het aan wat de onderwijzer te doen en te laten heeft.

artikel 1
"De onderwijzer plaatst zich zoo, dat hij op de makkelijkste wijze de gehele school kan overzien. Hij zorgt dat vooraf de pennen zijn versneden en de voorschriften in gereedheid zijn. Hij opent het onderwijs met een kort gebed, na vooraf door den schoolopziener te zijn goedgekeurd. Geduurende den schooltijd houdt hij zig met niets dan met het Onderwijs bezig. Hij verwijderd zig niet buiten noodzakelijkheden uit de school. Hij zorgt dat de kinderen niet onnoodig naar buiten gaan of te lang vertoeven. Hij houdt een boek waarin hij iedere week het goed gedrag en vorderingen of wangedrag en luiheid der kinderen optekent, als mede een waarin aangetekend wordt, hoeveel en welke er van elke klasse iedere maand afzonderlijk ter school komen.
Het zijn deze boeken die hij bij elk voorkomend schoolbezoek aan den schoolopziener moet vertoonen, ten einde deze er het noodige gebruik van kan maken (ernstige bedaardheid en een wijs geduld moeten hem in zijne vermaningen en bestraffingen bijblijven). Alleen in zware misdrijven mag hij ligchamelijke straffen bezigen, en ook dan nog is hij tot narigt van den schoolopziener verpligt hiervan telken kere, zoo als ook van de soort van misdrijf aantekening te houden.
Plak, stok, het slaan aan het hoofd en soortgelijke kastijdingen zijn afgeschaft.

De geschiktste straffen zijn:
a. Het doen zitten op de onderste plaatsen
b. De aantekening in het boek van slegt gedrag
c. Het schrijven van den naam op het schandbord
d. Het afzonderlijk zitten op een schandplaats en eindelijk het verwijzen van de school met goedvinden van de gecommitteerden.

artikel 9
De leerlingen moeten in drie klassen verdeeld worden, doch elke klasse kan in meerdere afdeelingen verdeeld worden. Elke klasse moet afzonderlijk zitten. De eerste zitten op klijne bankjes, de andere aan geŽvenredigde tafels, van latten voorzien, waarop de voeten kunnen rusten. Zij worden op de volgende manier onderwezen:

De eerste klasse leert letters staande voor een zwart bord, waarop de letters getekend worden door de meester, zou als zij in de a b c - boeken en spelboeken worden gevonden. De leerlingen gaan niet over tot de zwaardere letters en moeilijke klanken, dan nadat zij alle de ligtste kennen.
Op dezelve wijze leerd deeze klasse ook op het bord de samenvoeging in der letters tot lettergrepen, gelijk mede het uitspreken der getallen.
De tweede klasse begint zittende in de boekjes te leezen en begint te schrijven en wordt in het rekenen door het leeren der tafels, addictie enz. tot dan regel van drieen opgeleid.
De derde klasse leerd ook zittend juist en met in achtneeming der zintekenen met eenen natuurlijken toonval te leezen. Zij vervolmaakt zich in het schrijven en rekenen, wordt geoefend in de gronden der nederduitse taal, gelijk mede in de geschied- en aardrijkskunde.

artikel l4
Het schoolvertrek zal door den onderwijzer zindelijk en rein gehouden worden. Het zal wekelijks tweemaal gezuiverd en eenmaal geschrobd, tusschen de schooltijden opengezet en gelucht en des winters behoorlijk verwarmd worden.

artikel 16
Ten einde het zedelijk gedrag der kinderen niet bedorven wordt, zal de onderwijzer nauwkeurige zorg dragen, dat de scholieren buiten de school zich aan geene 1osbandigheid of wanzedigheid pligtig maken. Dat zij op zon- en feestdagen onder de dienst niet speelen op het kerkhof of op andere plaatsen. Hij zal gehouden zijn zulks ten strengste te verbieden en de overtreders streng te straffen.

artikel 17
Hij zal op de Zon en heiligdagen 's morgens en 's middags bij de kinderen in de hooge kerkdiensten en ten tijde er Christelijke leezing geschiedt, moeten tegenwoordig zijn en op hun gedrag aldaar een wakend oog houden. Het zelve zal hij ook doen op de dagen in de vasten op welke er Christelijke leezing gehouden word."

De school op het kerkhof

Tot 1823 bleef het gebouwtje dienst doen. Overdag zaten hier de scholieren en 's avonds diende het als wachtlokaal voor de nachtwacht. In 1823 was het echter zo bouwvallig geworden dat men voor 80 gulden per jaar een ander gebouw moest huren.
In 1824 werd bij het kerkhof achter de kerk, een nieuwe school gebouwd. Het kerkhof verhuisde in 1849 naar de Valendries. De inspecteur en andere autoriteiten wilden de nieuwe school op de plaats van het oude gebouw hebben, maar het gemeentebestuur was wegens de engte van de straat (Burg. Verkuylstraat die toen Kreupelstraat heette) voor de bouw op het kerkhof.

Het gebouw bestond uit twee grote lokalen, die door een glaswand van elkaar gescheiden waren. Deze stelden de "kleine" en de "grote" klas voor. Deze twee klassen waren weer in tweeŽn gesplitst. Het gebouw deed tot 1882 dienst als school. Daarna was het een tijdlang kerk, clublokaal en muziekschool.

enkele leerkrachten die hier werkten:
-1824 G. Jansen bovenmeester, Karel Duljť hulponderwijzer (deze laatste had ook geschiedkundige interesses).
-1863 B. Stumpel bovenmeester, Diels en Coolen zijn hulponderwijzer

Tot 1857 werden de onderwijzers onderscheiden in vier rangen. Wie enige bedrevenheid had in lezen, schrijven en rekenen werd meester van de 4e rang.
Van de 3e rang werd bovendien vereist dat hij met breuken kon rekenen en enige kennis van de Nederlandse taal bezat. De onderwijzer van de 2e rang moest ook enige kennis van geschiedenis en aardrijkskunde bezitten en voor de klas in ieder opzicht voldoen. Van de onderwijzer van de 1e rang tenslotte werd verwacht dat hij bekend was met de grondbeginselen van natuur- en wiskunde en zeer beschaafd was in zijn optreden.
Onderwijzers van de le rang schijnen zeer zeldzaam te zijn geweest.
Bij de onderwijswet van 1857 werden de rangen opgeheven. Voortaan sprak men over bovenmeester, hulponderwijzer en kwekeling.

De onderwijswet van 1857 verbood de onderwijzer iets te leren, te doen of te laten, wat strijdig was met de eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden. Het geven van godsdienstonderwijs werd overgelaten aan de kerkgenootschappen. Buiten de schooluren konden de lokalen hiertoe beschikbaar worden gesteld. Dit gebeurde bij voorkeur 's woensdags- en 's zaterdagsmiddags. Onze vrije woensdagmiddag komt hier vandaan.

De school op de Varkensmarkt / Pastoorsbiest

Het volgende gebouw kwam aan de Pastoorsbiest. Op deze plaats lag vroeger een plas, waarvan de pastoor het visrecht bezat. Op het plein werden ook geregeld varkens verhandeld. De school werd in 1882 gebouwd voor f21.590, -. De openbare school vond er zijn behuizing in.

Enkele namen van leerkrachten:
1882 J.J. Klessens
1884 mej. P. Beuyel onderwijzeres in handwerken.

 

 

van neutraal naar bijzonder onderwijs

De onderwijswet van 1920 stelde de openbare scholen en de inmiddels toegestane bijzondere scholen ook in subsidie-opzicht gelijk. In 1921 werd het initiatief genomen om ook in Boxmeer een katholieke school te stichten. Aanvankelijk wilde men een nieuw gebouw optrekken, maar al snel kwam men met de gemeente tot overeenstemming om de openbare lagere school om te zetten in een bijzondere. Op 24 november 1921 bekrachtigde de gemeenteraad genoemde overeenkomst. In 1922 ging het gebouw over in handen van het kerkbestuur, die er een katholieke lagere school in vestigde: de St. Petrusschool.

Uit die tijd dateren ook de reinigingsvoorschriften (1923)
"
De gebouwen en terreinen worden behoorlijk schoongehouden op aanwijzing van het hoofd der school.
De banken en lessenaars worden eens per week met een vochtigen doek afgenomen en daarna afgedroogd.
Elk lokaal wordt minstens tweemaal per week, zoo nodig dagelijks, in de paden met nat zand of zaagsel geveegd en moet minstens eens per week meer grondig gereinigd worden.
De leuningen der trap wordt minstens eens per week met een natten doek afgenomen.
Trappen en gangen worden minstens tweemaal per week, zoo noodig dagelijks, met nat zand of zaagsel geveegd en eens per week meer grondig gereinigd.
De ruiten worden minstens eens per drie maanden nat afgenomen.
Het speelterrein wordt minstens eens per week gereinigd.
Het leeghalen en aanmaken der kachels geschiedt zoodanig dat deze minstens een uur voor den aanvang der lessen branden.
De privaten en urinoirs met de daarbij behoorende voorportalen moeten voortdurend in zindelijken toestand gehouden worden en in ieder geval tweemaal per week worden geschrobd of geboend, waarbij dan tevens de wanden en zittingen nat moeten worden afgenomen.
In de zomervacantie worden de muren, de vloeren en de plafonds, alsmede de schoolmeubelen flink gereinigd.
By besmettelijke ziekten worden de aanwijzingen van een medicus opgevolgd".

openbaar onderwijs

Aangezien niet alle inwoners van Boxmeer katholiek waren, informeerde de gemeente middels een advertentie naar de wenselijkheid van een openbare school. Dit had tot resultaat dat de openbare school niet werd opgeheven. In 1926 zaten op deze school 36 kinderen en in 1931 4l. In 1932 werd de prot. christelijke school opgericht. Deze stap  betekende (voorlopig) het einde van het openbaar onderwijs in Boxmeer.

bouwwerkzaamheden

In 1937 werd het gebouw uitgebreid met twee lokalen en een hal. Het aanzien van het gebouw onderging een verandering.
Enkele jaren later, in de oorlog, liep het gebouw voor ruim f36.000,- schade op door bom- en granaatinslag.
Na terugkeer van de evacuatie leverde dit behoorlijk wat moeilijkheden op voor de schoolbevolking. Een gedeelte van de B.L.O. (de latere MLK) werd ingeschakeld om de jongens toch onderwijs te laten volgen, een groep kreeg 's morgens les, de anderen kwamen 's middags aan de beurt.
Na de herstelwerkzaamheden bleef de school te klein voor het groeiende aantal leerlingen. Enkele klassen moesten hun toevlucht zoeken in de Volksbond aan de Veerstraat.

Toen de naoorlogse geboortegolf op haar hoogtepunt kwam, bouwde het schoolbestuur in 1959 een nieuw schoolgebouw aan de Bakelgeertstraat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot 1983 bleef hier de Petrusschool in gevestigd.

 

Het personeel van de St Petrusschool

Het personeel van de openbare school solliciteerde bij het kersverse schoolbestuur. Zij werden allen aangenomen aan de nieuw lagere school: de dames Anna en Dora Peters, de heren Linders, Verdijk en Wientjes. Dora Peters vertelde aan het einde van haar loopbaan dat zij alle (!) aan haar toevertrouwde kinderen rechts had leren schrijven.
Het kerkbestuur gaf in 1956 haar schoolbestuurstaken over in handen van een daartoe in het leven geroepen stichting: de Stichting St. Petrus.
In 1969 (er waren toen ruim 500 leerlingen ingeschreven) werd er een lagere school aan de andere kant van Boxmeer bij gebouwd. Dit werd "de Biest". Ruim 200 leerlingen en 6 onderwijzers van de Petrusschool gingen verkassen. L Vrenken werd hoofd op de Biest.
In 1973 werd in Bakelgeert-Noord een nieuwe school, "De Schelven", gebouwd. Weer verdwenen er kinderen en leerkrachten. Langzamerhand werden de Petrusschool samen met buurschool St. Bernadette noodlijdend. In 1983 fuseerden ze tot "de Bakelgeert". Zie www.debakelgeert.nl

Het personeel van de Petrusschool op een rijtje

AWHM Berendsen
AH Peters
Th Peters
JD Linders
PLJ Verdijk
FM Maas
BAG van Daal
CJM ter Ellen
AJ Oude Brunink
AJ Kuypers
GWJ Vrenken
P Grummels
F Martens
GWJ Verheyen
W Straatmans
J Straatman
LE Vrenken
AG van Bommel
Th Lamee
G van Haren
WH Janssen
G Rasker
J Janssen
Th Meulensteen
G Havekes
HJ Arts Kusters
PJ Nefkens
H Baltussen
Ch Jillissen
JP van den Bosch
GC Boumans
H Hendrix
CV Heesen
EH Albers
GWM van Haren
G Nefkens
CHM Bergholz
ACH van de Steeg
HJM van Lin
MHET Sweens
BGJ Nabbe
JHJ van Erp
JPCM van Bree
JM van Bakel
MJFM Breuer
MHM Boumans
CPMM Verdijk
WMG Duffhues
JGTh Rasker
L v/d Wijdeven
JA Cremers
JH van Rooy
MCM Bom
CAC Fest
WCH van Kempen
CAAM Thijssen
A Delleman (Zr)
MCA Vrenken
MAH Nillesen
JWHM Sieben
F Ronnes
C Reynen
A Willems v/d Burgt
H Creemers
H Elbers
H Coppus
GJ Vrenken
G v/d Elsen

1922-1924 hoofd
1922-1948
1922-1957
1922-1939
1922-1922
1922-1930
1922-1936-
1924-1950 hoofd
1930-1955
1937-194l
1938-1946
1939-1948
1940-1945
1940-1945
1946-1946
1946-1955
1946-1969, van 61 - 69 hoofd
1948-1954
1945-1952
1950-1961 hoofd
1953-1958
1954-1958
1955-1958
1955-1958
1955-1960
1956-1964
1956-1963
1957-1963
1958-1960
1958-1964
1958-1964
1958-1964
1958-1962
1958-1963
1960-1961
1961-1963
1961-1973
1962-1964
1963-1966
1963-1966
1963-1964 en 1968-1973
1963-1967
1963-1967
1964-1969
1964-1966, van 1969-1982 hoofd
1964-1969
1964-1969
1964-1966
1965-1973
1965-1969
1966-1973
1966-1972
1966-1970
1966-1969
1967-1969
1968-1969
1968-1969
1969-1979
1970-1983
1970-1983, vanaf 1982 wnd. hoofd
1972-1978
1973-1980
1973-1983
1973-1977
1978-1983
1978-1981
1980-1983
1982-1983


Wie in 1983 op de Petrusschool werkte, ging (net als de collega's van de Bernadetteschool) over naar basisschool de Bakelgeert.