|
|
|
Voorjaarsbloeiende bollen zoals tulpen, hyacinten,
irissen, alliums etc. worden vanaf begin oktober geplant. Voor die tijd dient u
ze op droge en bij voorkeur ook koele plaats te bewaren, zo goed mogelijk
geventileerd (dus niet in plastic).
Voor een goede beworteling, waardoor de bol ook beter
bestand is tegen vorst, dienen de bollen op z’n laatst begin december geplant
te worden. Indien onvermijdelijk kan echter nog wel tot februari geplant
worden. Dit komt de ontwikkeling echter niet ten goede: te laat geplante bollen
zijn meer vorstgevoelig en bloeien later dan gewoonlijk.
Bloembollen zijn niet zo kieskeurig. Men kiest bij
voorkeur een zonnige, goed vruchtbare en een iets wat beschutte standplaats,
vooral voor langstelige gewassen. Het belangrijkste punt is echter dat de bodem
goed gedraineerd is en overtollig water goed en snel weg kan. Bloembollen
hebben namelijk een hekel aan “natte voeten”, vooral in de winter als het
vriest. In de winter kan men de bollen afdekken met een laag turf compost of
stalmest om te beschutten tegen stevige vorst. Indien u planten in potten plant
is dit extra belangrijk en dient u bovendien maatregelen te nemen om de pot
tegen vorst te beschermen (beschutte plaats, afdekken of op een koele plaats
binnen in de schuur of de kelder).
Alleen water geven als de grond droog is.
Vuistregel is dat de bol op een diepte geplant wordt
van ongeveer 2-3 keer de hoogte van de bol. Voor grote tulpenbollen betekent
dit ongeveer
Door verschillende typen te kiezen kunt u vanaf begin
maart (Kaufmanniana tulpen) tot in juni (sommige late tulpen) of zelfs juli
(allium, ixia en iris) nog bloemen hebben. In het voorjaar kunt u wat extra
mest geven. Strooit u kunstmest laat dat dan niet op het blad blijven liggen,
dat geeft ‘verbranding’. Bemesting is echter niet noodzakelijk. Behalve water
bevat de bol bevat namelijk reeds alle voedingstoffen om tot bloei te komen.
Over het algemeen behoeven bloembollen dan ook geen verdere verzorging. Alleen
bij de later bloeiende soorten in mei en juni (late tulpen, alliums, irissen)
kan het nodig zijn extra water te geven als het erg droog is. Na de bloei kan
men de uitgebloeide bloemen verwijderen. De plant gaat nu langzaam afsterven.
Graag zouden we willen dat eenmaal geplant de
bloembollen eeuwig zouden bloeien, maar helaas gaat dat niet op voor een aantal
typen. Bij de botanische (wilde) typen zullen de bollen bij goede verzorging in
het algemeen goed terugkomen op dezelfde standplaats.
Andere typen, met name de sterk veredelde tulpen,
zullen echter snel degenereren en in de volgende jaren minder fraai terugkomen.
Wilt u deze bollen toch duurzaam in stand houden dan is het volgende van
belang. Na de bloei verwijdert u de uitgebloeide bloem zodat deze geen zaad kan
zetten. De bol verzamelt nu kracht voor het volgende seizoen. Het resultaat
wordt bepaald door de verzorging: voldoende mest, water en veel zon – dus het blad niet meteen na de bloei
afknippen!
Enige tijd na de bloei verwelkt het blad van nature.
Is het blad vergeeld dan kunt u de bollen uit de grond halen, schoon te maken
(‘tulpen pellen’ = oude huid, wortels en aangegroeide kleine bollen losmaken)
en op een koele goed geventileerde plaats te bewaren om ze vervolgens in het
najaar weer in de tuin te planten; bij voorkeur op een andere plaats zodat
ziekte minder kans krijgt. Een aantal boltypen kan daarentegen goed jaar in
jaar uit in de grond blijven. Dit betreffen met name narcissen, krokussen en
veel van de kleinere bolsoorten zoals scilla’s, anemonen, blauwe druifjes en
winterakonieten en ook de voor verwildering geschikte botanische tulpen. Het is
in dit geval wel aan te bevelen om in het voorjaar direct na de bloei wat extra
bemesting te geven. Sommige bolgewassen, zoals narcissen, vermeerderen zelfs
bij de juiste groeiomstandigheden. Hier moet men na enige jaren de in elkaar
gegroeide bollen oprooien, uit elkaar trekken en op een grotere oppervlakte
terugplanten.
Over planten in potten buiten heeft
u hiervoor al iets gelezen onder “standplaats”. Als echte bollenliefhebber kunt
echter ook binnenshuis proberen de bollen vervroegd in bloei te krijgen.
Broeien noemen we dat in vaktermen.
Men gebruikt veelal de kortere typen
en soorten, zoals hyacinten, Kaufmaniana of Greigii tulpen, en de enkele of
dubbele vroege tulpen. Voor een vroege bloei (soms al met kerst mogelijk) plant
u de bollen zo vroeg mogelijk. In de vakhandel kunt u soms ook geprepareerde
bollen krijgen die een extra temperatuurbehandeling hebben gekregen waardoor ze
nog vroeger bloeien. Plant de bollen in pot of schaal van tenminste
Zodra de spruiten goed zichtbaar
zijn, is de ‘koudebehandeling’ afgerond en kunnen de potten met bollen naar
binnen en in het daglicht. De spruiten zijn dan een paar cm lang en in met
midden iets dikker. Als u de pot op een goede lichte plek zet dan worden de
planten niet overdreven hoof en valt de bloem niet om. Desnoods kunt u de bloem
met een stokje of stukje ijzerdraad stutten. In het begin voldoende water
geven, vanaf de bloei matig water.
Voor hyacinten op glas geldt hetzelfde:
een donkere koele plaats totdat de spruit groot genoeg is. Let wel op dat het
water in het glas de bol niet raakt want dan gaat de bol rotten. Dus vol het
glas met water tot enkele millimeters onder de bol. De wortels zullen dan zelf
de weg naar het water vinden.