Utrecht,
vanouds een kerkelijk centrum en sinds 1636 universiteitsstad, met
zijn vele markten en jaarmarkten gelegen binnen stadswallen en omringd
door singels (buitengrachten) waarbuiten de tuinderijen en weilanden
liggen.
Dit is het Utrecht, dat rond 1825 de woon- en werkplek
wordt van de te Zeist geboren Johannes Dunnewijk, dan rond 24 jaar
oud en gehuwd met de uit Culemborg afkomstige Pieternella van Vuuren.
Johannes is metselaar en is dat, volgens gevonden akten, zijn hele
leven gebleven. Hij woont met zijn gezin in de Oranjestraat 311
in Wijk C.
De vader van Johannes is Jacobus Dunnewijk die op 5 juni
1786 in de Bilt in het huwelijk is getreden met Elsje (Elisabeth)
van Delft. Beiden overlijden in Zeist.
>> In het archief vond ik ook akten waaruit bleek dat een
Johannes Dunnewijk (metselaar) gehuwd was met Cornelia van Vuuren,
wonende in Wijk C Achterstraat 310. Hoe een en ander precies zat
heb ik niet kunnen uitpluizen, ik weet alleen dat deze Cornelia
van Vuuren op 14 januari 1870 is overleden in de ouderdom van 78
jaar (akte 79 d.d. 15 januari 1870) Was deze Johannes een en dezelfde?
Ik kon hierover geen duidelijkheid krijgen, het kan ook zo zijn
dat Johannes na de dood van Pieternella in het huwelijk trad met
haar zus (of nicht) Cornelia die de zorg van het gezin, na het overlijden
van de moeder op zich had genomen, iets dat in die tijd nogal eens
voorkwam. <<
Johannes en Pieternella krijgen vijf kinderen, waarvan
er volgens geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten vier in Utrecht
worden geboren. Belangrijk voor ons verhaal is Johannes Anthonius
(1829-1908) omdat de stamhouderlijn hem verbindt met Rinus (1917)
en Hans (1945).
Johannes Anthonius huwt op 23 juli 1851 met Dorothea
van Veenendaal (akte 278). Dorothea is van beroep breister en is
de dochter van Pieter van Veenendaal (huisschilder) en Susanna van
Vuren. Zij maken, kan men stellen, tijdens hun bijna 25 jarig huwelijk
zowel in gezinsverband als stedelijk het nodige mee. Hoewel het
gezin als meest ingrijpend zal zijn ervaren, start ik toch even
bij de stadsontwikkeling, omdat dit invloed had voor het gezinsleven.
Utrecht kent in die tijd vier burgerstanden, te weten de Adel, de
Notabelen, de kleine Middenstanders en tenslotte de Werklieden.
Tot deze laatste stand behoort Johannes. Zij verdienen weinig, maken
lange dagen en wonen vaak met meerdere gezinnen in hun kleine donkere
woninkjes in het Wijk C en de steegjes bij de Springweg en Oude
Gracht. Deze woonomstandigheden zijn desastreus voor de gezondheid
van de bewoners en verslechtert nog binnen 45 jaar vanwege de toename
van het inwoneraantal van Utrecht, van ± 50.000 in 1855 tot
± 100.000 in 1899, terwijl het woongebied (begrensd door
de stadswallen) hetzelfde bleef. De gevolgen laten niet op zich
wachten, twee grote epidemieën volgen elkaar binnen korte tijd
op. Eind 1865 breekt de Cholera uit en eist zo’n 1725 slachtoffers,
waarvan er in juni 1866, alleen al, 850 vallen. Terwijl de gemeente
pektonnen laat branden om de lucht te zuiveren, ligt de oorsprong
van deze epidemie in de slechte sanitaire voorzieningen en woonomstandigheden.
Utrecht heeft, als gevolg van de slechte kwaliteit van het drinkwater,
in die tijd tientallen bierbrouwerijen. De laagste stand heeft echter
geen geld om veel bier te kopen en is daarom aangewezen op de 60
stadspompen. Hiervan zijn er begin 1865 drieënveertig ondeugdelijk
vanwege het aanzuigen van besmet water vanwege de vele mestvaalten
en open riolen in hun nabijheid. Is de Cholera epidemie net bedwongen,
of de opgehoopte bevolking steekt elkaar aan tijdens de Roodvonkepidemie
van 1885.
In deze perioden begint het tot de stadsleiding door te dringen
dat men de bevolking niet binnen de wallen en singels kan blijven
huisvesten en men begint met de afbraak van de stadswallen en start
met bebouwing buiten de singel bij de Bemuurde Weerd, de Tolsteeg-poort
en aan de Maliebaan. Later start ook de bouw van kleine huisjes
(voor werklui) bij de Abstederdijk en de Notenbomen-laan. Hierdoor
begint rond 1875 het bevolkingsaantal binnen de singels iets terug
te lopen.
Met “slechts” 3 kinderen overleden tijdens
de Cholera-epidemie moeten voor Johannes en Dorothea de jaren toch
een verschrikking zijn geweest. Zij verliezen, binnen 6 maand tot
5 jaar na hun geboorte, negen van hun tien kinderen. 5 jaar na het
overlijden van haar jongste dochter Jansje, overlijdt Dorthea oud
46 jaar op 12 mei 1876.
Na een half jaar huwt Johannes met Johanna Lens, dochter van schoenmaker
Peter Lens en zijn vrouw Gijsbertha Krijtenberg. Johanna, van beroep
wasvrouw, is dan 32 jaar oud en weduwe van Johannes Huiskens zij
brengt in het huwelijk haar zoon Jan Huiskens mee. Samen krijgen
Johannes en Johanna nog 5 kinderen, waarover later meer.
Eerst,
wie is en wat doet deze Johannes Dunnewijk? Uit gevonden akten blijkt
dat hij geen of onvoldoende opleiding heeft gehad om te kunnen schrijven.
Als hij met Dorothea trouwt is hij Bezembinder en werkt waarschijnlijk
bij een van de bezembinderijen op de werf aan de Oude Gracht bij
de Stadhuisbrug. Hij is tot dan woonachtig in Wijk C respectievelijk
aan ’t zand 310, ’t zand 336 en aan de Achterstraat
310. Van 1857 tot rond 1861 geeft hij op Werkman te zijn, rond 1862-1863
Opperman en van 1864 tot 1867 is hij Mandenmaker. In 1868 wordt
op de geboorteakte van Cornelia als beroep vader Arbeider genoemd
en in 1870 geeft hij op “Koornkopersknecht” te zijn.
Rond 1869 verhuist hij naar de Kroonhof 328 waar zijn vader handel
drijft in mandjes, hier wordt Jansje geboren. Bij de geboorte van
Dorus (1e zoon uit z’n huwelijk met Johanna Lens) geeft hij
op Koopman te zijn, ik neem aan dat hij dan, met Johanna, bij zijn
vader in de zaak deelneemt en deze na 1881 voortzet.
Met de kinderen uit zijn huwelijk met Johanna Lens heeft
hij meer geluk. Dorus, de oudste, vertrekt als lijnwachter bij de
PTT naar Groningen. Jo blijft in Utrecht en zet in dit verhaal de
stamhouderlijn voort, Hansje trouwt met een Italiaanse schoorsteenveger
Invernizzi, zij nemen later een Italiaanse pleegzoon aan, Geertje
trouwt (akte 704) met een van der Wurff, bekende handelaren in groenten
en fruit in Utrecht en Jan wordt lijnwachter in Eindhoven.
Onze stamhouderlijn gaat verder met Jo (Johannes 1879-1961)
deze huwt op 15 juni 1905 (akte 359) , met Agatha Pordon. Maria
Agatha Pordon is geboren uit het huwelijk van Albertus Pordon en
Agatha de Wijs. Haar moeder overlijdt, als Agatha 2 jaar oud is,
op 38-jarige leeftijd. Haar vader overlijdt, oud 53 jaar, op 31
juli 1900. Op welke leeftijd zij precies bij haar oom en tante wordt
opgenomen, is ons niet bekend, wel dat zij met oom Frans en tante
Kee Vogt op de Oude of Nieuwe Daalsedijk 17 bis heeft gewoond.
Na
hun huwelijk wonen Jo en Agatha in de Kroonstraat 7 bis en verhuizen
later naar het Koekoeksplein. Jo heeft in zijn leven diverse betrekkingen
hij is o.a werkzaam als Kantoorbediende, Fotograaf, Boekhouder,
Vertaler en Reisleider. Na zuinig leven en goed sparen besluiten
ze om een huis te kopen en belanden zo in de van Musschenbroekstraat
55.
>> Waar we bij de aanleiding van dit verhaal zijn
aangekomen, toen wij deze foto uit 1930 in het historische hoekje
van het Stadsblad Utrecht ontdekten. <<
Jo en Agatha krijgen drie zoons, Frans (1906), eerst
elektricien later inspecteur bij het GEVU, Joop (1910) eerst Inspecteur
van Politie te Utrecht later Commissaris te ’s Hertogenbosch
en Rinus, (1917) elektricien, die deze stamhouderlijn voortzet.
Na het overlijden van Agatha komen zoon Frans en diens vrouw Wil
bij hem in huis. Een paar jaar later vertrekt hij naar een bejaardenstichting
aan de Maliesingel, waar hij het zeker niet naar de zin heeft. Rinus
en Leny nemen ‘m dan bij hen in huis en zorgen dat hij weer
wat van zijn oude spulletjes terugkrijgt. Hier heeft hij een rustig
geregeld leventje waarbij hij z’n kleinkinderen Hans, Henny
en Maria wel eens wat toestopt. Enkele weken na een trein/auto-ongeluk
tijdens een autotochtje naar zijn zus Geert overlijdt Jo op 28-05-1961.
Rinus
volgt de ambachtschool en wordt elektricien. Op 27-01-1944 (wet)
en 15-02-1944 (kerk) treedt in het huwelijk met Leny (Helena Maria)
Denters. Zij is de dochter van Henk (Hendrikus David Gerardus) Denters
brood- banketbakker en Riek (Hendrika Wilhelmina) van Dillen. Leny
verzorgt reeds op zeer jeugdige leeftijd, wegens de ziekelijkheid
van haar moeder, het gezin van haar ouders. Na hun huwelijk gaan
zij in de van Brakelstraat wonen waar zij zoon Hans en twee dochters,
Henny en Maria, krijgen.
Rinus is z’n hele loopbaan Elektricien gebleven. Na een vruchteloze
poging tot het, met z’n broer Frans, opzetten van een eigen
zaak in de Vinkenburgstraat, in een pand van z’n oom Invernizzi,
werkt hij vlak voor en in het begin van de oorlog bij de zaak van
een Joodse familie aan de Steenweg. Dit gezin voorziet hij tijdens
de oorlog o.a. met de hulp van z’n broer Joop regelmatig van
een nieuw verblijfsadres, voedsel en geld. Na de vlucht van deze
familie gaat hij bij Nicolaï & Lebret werken, tijdens deze
periode doet Technisch bureau Prins een beroep op Rinus om in z’n
schaarse vrije tijd intercominstallaties aan te leggen.
Naderhand treedt Rinus bij de Technische Dienst van ziekenhuis Berg
en Bosch in Bilthoven in dienst. Dit werk doet hij tot zijn pensionering.
Vanwege z’n beschikbaarheid bij Berg en Bosch verhuist hij
rond 1967 naar de Kometenlaan 116 in Bilthoven. Nadat Rinus een
paar hartaanvallenheeft overleefd verhuizen zij naar een aanleunflat
van het verzorgingshuis “de Bremhorst” in Bilthoven.
Hier voelt hij zich tot zijn overlijden in 1999 veilig en prima
op z’n plek.
De stamhouderlijn wordt dan voortgezet door Hans (Johannes)
1945. Hans is na z’n schoolopleiding bij de toenmalige PTT
in dienst getreden en is daar via interne opleidingen opgeklommen
tot Specialist Telecommunicatie Monteur. Op 30-12-1969 (wet) en
16-04-1970 (kerk) treedt hij in het huwelijk met Betty (Lambertha
Catharina Maria) Albers, dochter van Marinus Albers timmerman /
meubelmaker en Catharina Anna van Riet. Zij blijven in Bilthoven
wonen.
Uit hun huwelijk worden vier zoons geboren; Jeroen (16-07-1972),
Ernst (14-01-1975 / 15-06-1975), René (14-07-1978) en Eric
(03-08-1980).
Hoe, en door wie de stamhouderlijn zal worden voortgezet is toekomst,
gelukkig kunnen wij deze niet voorspellen.
Henny Maria Helena Dunnewijk 01-08-1946
Jos Franciscus Maria Grasso 19-05-1941
Met medewerking van Ingrid Grasso, René Elling en Marleen
Grasso
|