Gierzwaluwnesten

zoeken

Inhoud - Nieuwspagina's - Contact

 

Samenvatting voor snel succes

 

Nesten van gierzwaluwen zijn niet zichtbaar en de vogels vliegen razendsnel naar binnen. Wie er niet speciaal op let zal het niet zien gebeuren. De meeste mensen weten niet dat er gierzwaluwen in hun pand broeden. Filmpje van invliegende gierzwaluw achter pannendak (50% vertraagd).

 

Als je er nog weinig kijk op hebt kost het veel tijd om een gierzwaluwnest te vinden. Deze handleiding is vrij lang geworden en geeft ook verklaringen voor het vaak raadselachtige vlieggedrag. Daarom hier de belangrijkste tips voor snel succes en de kick van de eerste vondst die naar meer smaakt.

 

1. Van eind april tot eind mei: in deze periode komen de broedvogels aan, verreweg de meesten in de eerste twee weken van mei. Ze keren terug naar het nest waar ze het jaar ervoor hebben gebroed. ' s Avonds verzamelen ze zich soms in kleine groepjes boven de broedplaatsen. Bij mooi weer foerageren ze daar soms geruime tijd. Overdag zijn ze vaak ver weg naar het buitengebed. Maar voor donker gaan ze allemaal voor de nacht het nest in.  Je hoeft ze dus "alleen maar" te volgen om de nestplek te vinden. Er zijn nog geen giervluchten die aanwijzingen geven over broedplaatsen.

 

2. Vanaf eind mei komen de niet-broeders aan die de broedkolonies gaan inspecteren. Zoek ' s avonds (fietsend) van 20-23 u. naar groepjes gierzwaluwen die (hoog) boven een wijk vliegen en volg ze tot ze laag en snel rond huizenblokken vliegen. Blijf ze volgen tot ze in kleine groepjes snel, gierend ( srie, srie roepend) heel dicht langs daken, dakgoten en  gevels scheuren. Of fiets rond door stad of dorp tot je die laag vliegende groepen tegnkomt. Probeer de plaats te bepalen waar ze vooral hun schreeuw laten horen. Waar dat herhaaldelijk gebeurt is de kans op een nest (of meer) groot.

 

3. Blijf kijken naar giervluchten (van eind mei tot eind juli) en naar de plaatsen waar ze op de pannen landen, aan een muur of onder een dakgoot vasthaken en weer wegvliegen (dat zijn de nestzoekers). Al doende zie je vroeger of later ergens in de buurt van de activiteiten van de nestzoekers een broedvogel (die vaak met de groep zoekvogels meevliegen) naar binnen schieten. Als die  langer dan een minuut binnen blijft mag je aannemen dat het een broedvogel met een bezet nest is.

 

4. Controle van bekende nesten

Als je wilt controleren of een bekend nest uit eerder jaren in een bepaald jaar opnieuw bezet is kun je het beste 's avonds na zonsondergang kijken. Het broedpaar komt dan binnen 30-45 minuten binnen om de nacht door te brengen. Begin bij helder weer rond zonsondergang, bij bewolkt weer een half uur eerder. Het hoeft geen mooi weer te zijn, ook bij slecht weer komen ze binnen. Het is zelfs bij wat slechter weer (wind, na regen, fris) handiger want dan zijn de verwarring stichtende bangers er niet. Het is wel goed opletten want de broedvogels komen geheel onverwacht uit de hoogte en knallen vaak in een keer, of na hooguit een of twee keer langsvliegen, de kast in. Ze kennen de route !

 

 

De details

 

1. Globale verkenning

 

Als je nog geen idee hebt waar ze in een wijk, dorp of stad zitten, stap dan op de fiets en rij rond tot je groepjes gierzwaluwen wat hoger ziet rondvliegen. Volg deze en stap af als je ze lager, langs de dakranden in compacte groepjes (3 - 40 vogels) en schreeuwend ziet rondscheuren. Dat noemen we giervluchten, zie filmpje hieronder.

 

Giervluchten langs bezette nestkasten (links in beeld)

 

Die worden uitgevoerd rond de broedplaatsen en bestaan uit nestzoekers en broedvogels. De vluchten beslaan vaak meerdere woningen of woonblokken  en geven dus nog geen exacte aanwijzingen maar een globale aanduiding voor de locatie van nesten. Maar ze gaan (met een kleiner aantal vogels) zo nu en dan ook vlak langs ingangen van bezette nesten.

 

 

2. Bangers wijzen de weg

 

Gedetailleerde aanwijzingen voor nestplekken worden gegeven door de "bangers" (nestzoekende niet-broeders zoals dallozen volwassen vogels en 1e/2e jaars die voor het eerst een nest zoeken) die bij mooi weer bij de kolonies actief zijn. Dat gebeurt van eind mei tot half juli. Ze vliegen schreeuwend rond de broedpanden, haken aan bij een nestplaats of in de buurt ervan, laten zich vallen en vliegen weer door. Filmpje: Bangers haken aan bij gierzwaluwnesten in spreeuwenpotten in Leuven (B), Vaak gaat er ook een groepje van twee of drie vogels, vlak achter elkaar aan vliegend, op zo'n broedplaats af en scheert vlak langs de ingang. Na een paar keer langsvliegen gaat er eentje naar binnen en de rest vliegt door. "Giervluchten" noemen we deze vaak spectaculaire capriolen. Filmpje van giervluchten.

 

Soms ook daalt een enkele vogel plotseling uit een hoger vliegende groep naar beneden en gaat razendsnel richting nestingang. Als die naar binnen schiet en binnen blijft is het een broedvogel met een nest. Filmpje van invlieger onder nokvorst. (na 50 sec)

Kies in de buurt van giervluchten een strategische positie met uitzicht op zo veel mogelijk dakranden, dakgoten , nokken en gevels waar mogelijk nesten zitten. (straathoeken zijn kansrijk). Er komt een moment dat vogels aparte bewegingen maken en aanstalten maken om ergens in te vliegen.

 

Giervluchten verplaatsen zich. Als de deelnemers een bepaald woonblok of huis hebben bezocht zijn ze soms zomaar verdwenen. Je denkt dat ze weg zijn maar ze zijn dan naar een andere kolonie (huis, wijk of dorp) om daar hetzelfde te doen. Ook worden giervluchten afgewisseld met perioden van veel hoger in groepen boven de kolonie vliegen.

 

3. Invliegers spotten

 

Nu is het de kunst om broedvogels te vinden die het nest ingaan om jongen te voeren.

Ga bij mooi weer op pad, droog, liefst plus 20 graden, niet te veel wind, vanaf eind juni en na 21.00 u. Maar als het minder weer is en je vermoedt al nesten in een bepaalde buurt of woonblok, dan kun je het beste wat later gaan, drie kwartier / een half uur voor het echt donker is. Er zijn dan geen of heel weinig bangers die nieuwe nestplekken kunnen aanwijzen maar de broedvogels die er wel zijn gaan op enig moment naar binnen voor hetb doorbrengen van de nacht op het nest. En vlak voor donker gaan ze vaak nog even snel op en neer om een paar insecten bij de jongen af te leveren.

 

Nestingangen worden bijna altijd van onderen af aangevlogen. Dat is (omgekeerd) ook de baan van de uitvliegende jongen.  Die laten zich naar beneden vallen en winnen dan geleidelijk hoogte.

 

Vaak lukt het invliegen niet de eerste keer, vooral in het begin van het seizoen, ze moeten de routine nog krijgen, want de route is soms ingewikkeld door nabijheid van woningen of bomen. Soms zie je ze duiken maar vlak bij een gevel of dakrand weer omhoog gaan. Ren er heen om goed zicht te krijgen op de omgeving van de plek waar ze het laagst waren en dan is de kans groot dat je hem of haar bij de tweede of derde poging ergens naar binnen ziet schieten.

 

4. Uitvliegers

 

Uitvliegers zijn natuurlijk ook een tamelijk hard bewijs voor een broedplek, maar de trefkans daarvan is veel kleiner en je ziet het meestal alleen bij toeval als je een woonblok in de gaten houdt. Het gebeurt vrij stiekem, zonder begeleiding van soortgenoten. Vanaf de uitgang vliegen ze eerst wat lager en dan een eind laag, rechtuit, vaak op schouderhoogte en winnen dan langzaam hoogte. 

- Filmpje van het eerste, dalende deel van de vlucht.

Het uitvliegen gaat wat "waggelend", alsof ze iets moeten ontwijken. Zie je zo'n vliegpatroon, kijk dan niet waar de vogel heengaat maar waar ie vandaan kwam. Ga er later nog eens kijken, want voorlopig is daar niet zo veel kans op activiteit. (aflossing om de twee-drie uur tijdens broeden; met grotere jongen en ' s avonds wat vaker in- en uitvliegend). Of volg de bangers ter plaatse als die actief zijn.

 

5. Andere aanwijzingen

 

Katten

Let op katten in de dakgoot en langs dakranden of zelfs op het dak. Ze plukken in- en uitvliegende vogels uit de lucht en (uitvliegende) jongen uit het nest / de nestopening. Zie: http://waarneming.nl/waarneming/view/77388918 .

 

Buurtbewoners

Omwonenden hebben belangrijke informatie dus probeer daar contact mee te krijgen. Als je nestkasten ziet hangen, bel even aan en vraag naar de bezetting en bel ook aan als je een nest hebt gevonden. Als je ze informeert zijn velen gemotiveerd om ook op te letten en bij een volgende ronde kunnen ze je dan de plaats van andere nesten aanwijzen. Neem een folder mee (zie onderaan) om uit te delen. Spreek passanten eventueel aan met vragen of vertel gelijk wat je aan het doen bent als ze je vragend nakijken. Draag een ("gevaren")hesje, dan wordt je vaker aangesproken en is er meer begrip. Wordt met opschrift "Gierzwaluwbescherming" geleverd door GBN.

 

Als je van plan bent om alle broedplaatsen te vinden zul je hier en daar moeten aanbellen om de achterkant van panden te kunnen bekijken. In Noordwijk-binnen had men daar prima ervaringen mee, bijna iedereen laat je binnen.

 

Soorten broedplaats en kenmerken

Let vooral op daken en gevels die op noordelijke richtingen zijn gericht. Die hebben vanwege de temperatuur vaak de voorkeur maar op zuid kan ook als er beschutting is van overstekken of veel ventilatie ("slechte" daken).

De nesten/ingangen zitten meestal hoog langs nok en kepers van pannendaken, onder het lood van uitlaten en schoorstenen of bij de hoeken van dakramen, dakgoten en dakkapellen. Niet zo vaak midden op een dakvlak. Dat kan vaak alleen als er een pan scheef ligt of als er een hoekje uit is. Maar dat geeft lekkage en is meestal snel hersteld.

 

Ideaal pand voor giertjes, maar dit soort situaties duurt meestal niet lang.

 

Uiteraard heb je veel kans bij verwaarloosde daken (schuren) en pannen met veel openingen (holle, oud-hollandse).  Boeidelen en daklijsten langs platte daken zijn populair en verder kantpannen en nokpannen op kopgevels. In Maarssen zit 70% achter kantpannen, zie Gierzwaluwen Maarssen. Maar in Woudsend zit 95 % achter pannendaken langs nok, kepers en windveren.  Er zijn ook lokale specialisaties, zoals gaatjes naast de uitgang van regenpijpen, steigergaten in kerken en grote gebouwen, ventilatiegaten in muren of in dakgootbetimmeringen en voorts in allerlei andere vrij hoog gelegen gaten, spleten en kieren van gebouwen.

 

Achter dakgoot

Er wordt ook wel gebroed op een buitenmuur met de ingang door de spleet tussen dakgoot en muur die van onderen wordt aangevlogen. Dat kan dus alleen bij hoge muren met vrij hoog gelegen dakgoten.

 

In bomen alleen in buitenland

In ScandinaviŽ, TsjechiŽ en Schotland wordt wel  gebroed in boomholtes en in Spanje in palmbomen, zie filmpje van palmboomkolonie.

 

 

6. Nestbewijzen

 

Om een nestplaats als "bezet" aan te kunnen merken moet er minimaal een invliegende vogel gezien zijn die helemaal verdwijnt en minstens een minuut binnen blijft. Maar ook dan is er nog een kans dat het om een "banger" gaat die een potentiŽle / onbezette / nieuwe broedplek verkent.  Maar een banger kan een broedvogel worden dus houdt die plek in de gaten bij volgende rondgangen. Zogenaamde "aantikkende" vogels die alleen aanhaken en weer wegvliegen tellen niet als bezet nest. Dat zijn "verkennende beschietingen" van zoekende niet-broeders. Maar de kans is wel groot dat er een nest op de "aantikplek" of in de directe omgeving zit. In waarneming.nl kan het dan als "nestindicerend gedrag" worden gecodeerd. Maar als er geschreeuw  / gepiep (van bewakende ouders / jongen) uit de plaats van een aanhakende banger komt is het voldoende aanwijzing voor de code "bezet nest".

 

Als je de invlieger hebt zien binnengaan kun je de ingang nog een tijdje in de gaten houden want, als er nog gebroed wordt, zal binnen vijf minuten de afgeloste vogel naar buiten komen. Tot ca. een week na het uitkomen van de jongen zit er constant een vogel op het nest die om de 2-3 uur wordt afgelost. Dan weet je ook hoe het uitvliegen gaat en heb je wel een tamelijk hard bewijs van een bezet nest dat als broedgeval kan worden aangemerkt. Zoekvogels (jonge 1e en 2e jaars en daklozen) die in de loop van het seizoen een nestplek (en een maatje) vinden, bezetten het nest, bezetten het ' s nachts en broeden er vaak pas in het tweede jaar of proberen het alsnog elders. Invliegers zijn lang niet altijd bewijs voor een broedgeval en zelfs niet voor een bezet nest.

 

 

7. Broedgeval bewijzen

 

Uit het vlieggedrag kan vaak al aardig wat opgemaakt worden over het bezettingsstadium van broedplaatsen. Een broedgeval (minimaal een ei gelegd) bewijzen is lastiger.

 

1. Volle keelzak

Als er jongen zijn, zijn er ook ouders die voeren Dat doen ze met een  volle keelzak met voer, zie foto. Niet elke 5-10 minuten zoals de huis- en boerenzwaluwen maar om de 2-3 uur, ' s avonds wat vaker.  Soms met het blote oog te zien maar zeker als je ze in de kijker kunt krijgen. Met camera op telescoop gericht op de nestingang en op het juiste moment op de repeteerknop drukken levert bewijsfoto's voor "bezet nest met jongen" in waarneming.nl.

 

 

 

2. Jongen in de nest(kast)opening

Jongen in de kastopening (wat meer wit op keel en wit op voorhoofd) zijn keihard bewijs voor een succesvol broedgeval. Dat doen ze (bijna?) altijd in de laatste week voor het uitvliegen. Het kost soms alleen wat tijd om die laatste week te pakken te krijgen, vooral als het een laat broedsel is, maar in de weken 2 - 4 van juli vliegt de hoofdmacht uit. Filmpje met jong op punt van uitvliegen.

 

3. Aanhakende of langsvliegende 'bangers' en terugschreeuwende broedvogel(s)

 

4. Invliegende broedvogel en schreeuwende jongen

 

5. Reacties van broedvogels/jongen op afgespeeld gierzwaluwgeluid

 

6. Poepjes onder het nest, op straat of vlak onder de nestingang

 

Camerabewaking

Met camerabewaking zijn erg nauwkeurige gegevens te verzamelen. Zo blijkt b.v. de datum van eerste eileg een week vroeger te zijn dan volgens de Sovon-gegevens (welke deels door nestkastopening worden verkregen), zie - Datum 1e eileg volgens camerabewaking en Sovon. Hier meer over nestcontrole met camera.

 

Het nest en de poepjesmethode

Een goede methode om succesvolle broedgevallen vast te stellen is de 'poepjesmethode'. Als er jongen zijn uitgevlogen blijven er altijd poepjes achter, minimaal een paar en vaak heel veel. Na het seizoen, eind augustus, als er bijna zeker geen jongen meer zijn, de kast openen en kijken of er poepjes (zwart-witte pakketjes, soms plat) zijn achtergebleven. Als er ook een duidelijk gebouwd nest aanwezig is (rond, diameter ca. 8cm, stevige, harde rand gemetseld met kleurloos speeksel, meestal met veel veertjes, maar soms onduidelijker op een oud mussen- of spreeuwennest) is het bewijs nog wat harder. Maar er is niet altijd een goed herkenbaar typisch gierzwaluwnest aanwezig. Er wordt ook vaak genesteld op materiaal van huismus of spreeuw, maar een kuiltje is meestal wel herkenbaar.

Het aantal poepjes hangt o.a. af van het model (grootte) van de kast. Jongen poepen vaak uit het kastgat als dat dichtbij het nest zit, ouders eten meestal veel poepjes op. Gierzwaluwnesten bevatten meestal ook relatief veel kleine veertjes.

 

 

8. Zoekperioden

 

Overdag niet veel kans

Van ongeveer 10 tot 19 uur zijn in het hele seizoen bijna alle vogels buiten stad of dorp naar de foerageergebieden, soms erg ver weg. Alleen de broedende vogels komen om de 2-3 uur terug naar het nest om elkaar af te lossen. En later in het seizoen, na 15 juni, steeds regelmatiger om de jongen te voeren. De kans dat je die overdag treft is vrij klein, ook al omdat ze dan meestal solitair vliegen. Maar in grote kolonies zie je zo nu en dan ook overdag wel eens een groepje boven stad, wijk of dorp vliegen. Bij slecht weer, kou en/of regen, zoeken de nestzoekers ("bangers") betere oorden op en blijven soms dagen weg. Maar zodra het opknapt zijn ze terug. De broedvogels komen ook bij slecht weer in ieder geval elke nacht terug op het nest. Als het erg hard regent blijven ze ook overdag wel op het nest.

 

De beste tijden om nesten te zoeken zijn 's avonds van 20-23 u. (maar ook wel ' s morgens vroeg van 6-9) op dagen met mooi weer, na 15 juni. Dan is het boven de kolonie erg druk met broedvogels en nestzoekers.

 

Eind april - half mei

Eigenlijk kun je al vanaf eind april gaan zoeken. Rond 15 april arriveren namelijk de allereerste broedvogels maar de hoofdmacht komt in de 1e/2e week van mei. Van al deze vogels weet je zeker dat ze 's avonds voor donker "op stok" gaan op hun nest van vorig jaar (als dat er nog is). Ergens zullen ze dus 's avonds uiterlijk voor donker invliegen en je hoeft ze "alleen maar" te volgen. Beide broedvogels "slapen" altijd, iedere nacht op het nest, van aankomst tot vertrek eind juli. 's Avonds vliegen ze meestal enige tijd boven de wijk en zo nu en plotseling dijkt hij/zij naar beneden. Als je ze volgt kun je ze zien invliegen.

 

Eind mei - half juni

Vanaf half mei tot half juni wordt de kans op succes geleidelijk groter omdat dan ook de niet-broedvogels, de nestzoekers ("bangers" genoemd) aankomen. De broedvogels hebben dan eieren en worden om de 2-3 uur met broeden afgelost.

De nestzoekers geven belangrijke aanwijzingen voor de locatie van nesten. Ze vliegen 's morgens vroeg en vooral 's avonds rond in de buurt van de broedplaatsen. Ze kennen die allemaal (ze zien de oudervogels invliegen) en inspecteren de bezetting een voor een door er in de buurt rond te vliegen, langs dakranden en vlak langs de ingangen te scheuren, onder de nestingang aan te haken, naar binnen te kijken of zelfs naar binnen te gaan. Als een broedvogel op het nest zit (te broeden)  schreeuwt die terug dat de plek bezet is. Meestal druipen de bangers dan af, maar soms proberen ze een bestaande broedplaats in te pikken door in een gevecht een broedvogel te verjagen.

 

Bijzonder filmpje

Een gierzwaluw met geo-locator komt (vertraagd) terug op 22 mei 2016 en ziet dat zijn/haar echtgenoot een nieuwe partner heeft gevonden en al  twee eitjes heeft. Hij/zij verjaagt in een 3 uur durend gevecht de nieuwkomer.  Twintig minuten na einde gevecht worden de 2 eitjes gedumpt en wordt er opnieuw gebroed. 

Filmpje van binnenkomst vogel met geo-locator

(de geo-locator op de rug is na 45 sec te zien).

 

Soms zijn bangers "door het dolle heen" en klappen achter elkaar op verschillende plekken op een dakpan, tegen een muur of op een nestkast. Dat zijn dan niet allemaal bezette nesten.

 

Zoekvogels zonder nest vertrekken bij de schemer naar grote hoogte.  Je ziet ze soms, als je geluk hebt, in een geconcentreerde groep steeds hoger vliegen en in de richting van de zonsondergang verdwijnen. Ze verzamelen zich voor de nacht o.a. boven het IJsselmeer meer hierover bij nacht- en klimvliegen). Zolang ze geen nestplek hebben gevonden vliegen ze dus dag en nacht door. ' s Morgens rond 6 uur komen ze terug naar steeds dezelfde  kolonie waar ze  verder gaan met het zoeken naar een nestplek.

 

Half juni - half juli

Verreweg de meeste kans op succes is er 's avonds, op mooie zomerdagen tussen 15 juni en 15 juli. De meeste jongen zijn dan geboren, beide ouders zijn op pad voor voedsel en vliegen steeds regelmatiger in om de jongen te voeren. Vooral bij mooi weer blijven ze ' s avonds boven de broedkolonie omdat er dan voldoende voedsel dichtbij te vinden is. Zelfs vlak voor donker vliegen ze nog uit om in een minuut of 5 - 10 nog een paar nachtvlinders op te pikken. De jongen worden 42 dagen op het nest gevoerd. Invliegen gebeurt tot 22.30 - 23.00, afhankelijk van bewolking en maanstand (ze moeten wel de opening kunnen zien).

Nestzoekers vliegen ' s avonds ook langs de broedplaatsen en zijn druk met inspecties, paarvorming, giervluchten, aanhaken en schreeuwpartijen (Engels: "screaming partys")

 

Na 15 juli

Vanaf begin juli beginnen de (aller)eerste jongen uit te vliegen. Die vertrekken dan naar Zuid-Afrika en de ouders volgen direct of een paar dagen later. De laatste uitvliegers vertrekken half augustus en een enkele hele late aan het eind van de maand. De kans op het betrappen van invliegers wordt na 15 juli steeds wat kleiner. Ook de nestzoekers worden minder actief en vertrekken soms vrij plotseling (bij slecht weer). In de eerste week van augustus zijn de bangers ook bij goed weer vertrokken.

Controle van bekende nesten op bezetting is na 15 juli niet meer afdoende mogelijk want het kan zijn dat er wel gebroed is maar dat de vogels al vertrokken zijn.

 

 

9. Bekende nesten controleren

 

Als je wilt controleren of bekende nesten van eerder jaren opnieuw bezet zijn, kun je vijf methoden toepassen.

 

1. Wachten op invliegers

Meeste kans ' s avonds op mooie zomeravonden na eind juni, een uur voor donker tot 22.45 als ze invliegen om de nacht op het nest door te brengen. Als je er twee binnen ziet gaan en binnen blijven is er minimaal een bezettend, slapend paartje en mogelijk ook een broedgeval.

 

Luisteren naar schreeuwen van bewoners

Wachten op bangers die schreeuwend langs de nestingang vliegen en luisteren naar het terugschreeuwen van de "rechthebbende bewoners" . Na 15 juni als er jongen zijn het meest effectief, ook ' s morgens toe te passen. Van 6-10 uur zit er meestal een ouder op het nest om dat te bewaken tegen bangers.

 

Geluiden afspelen

Als de nestplek niet te ver weg is kun je vanaf het moment dat ze gaan broeden srie-srie-geluiden van soortgenoten afspelen. Als het nest bezet is en minstens een ouder aanwezig (tot een week na het uitkomen van de jongen en daarna ook 's morgens vroeg en 's avonds) zullen de oudervogels terugschreeuwen. Geluiden zijn bij GBN te downloaden.

 

Jonkies in de uitgang

Met een verrekijker kun je naar de uitgang kijken of er jonkies voor de opening zitten (herkenbaar aan meer wit op keel en voorhoofd).  Maar dat doen ze pas een week of twee voordat ze uitvliegen, vanaf eind juni.

 

Kliksteentje

Als de ingang van het nest makkelijk bereikbaar is en een handige "drempel" heeft (zoals b.v. een nestkast of een spleet in een muur) kun je een steentje in de opening leggen. Als die later verdwenen blijkt mag je aannemen dat een gierzwaluw het heeft weggeduwd (of een concurrerende spreeuw?).  Als het steentje langer dan twee dagen blijft liggen mag je aannemen dat het nest niet (meer) bezet is want broedvogels komen voor elke nacht terug op het nest. Ook toe te passen om te bepalen wanneer de jongen uitgevlogen zijn en je met een renovatie kunt beginnen. Maar niet beginnen met renoveren voor eind augustus is het beste, voor alle zekerheid.

 

10. Van zoeken en vinden naar beschermen

 

Als je een bijdrage wilt leveren aan het behoud van de nesten is de klus nog niet klaar. Noteer het adres van de nestplaats met een precieze aanduiding van de exacte plek (links of rechts van ...., 4e pan van boven etc.), altijd staande met het gezicht naar de voordeur. Meld de nestadressen bij de bewoners (want die weten het vaak niet), bezorg ze bij de gemeente (want die weet ook niet waar ze zitten) en voer ze in op http://waarneming.nl of www.telmee.nl  (voor beiden eerst even een account aanmaken als je dat nog niet hebt).

 

Codes bij "gedrag" voor waarneming.nl en telmee.nl

-- Invlieger die binnen blijft en uitvlieger: "nestindicerend gedrag" op waarneming.nl, "bezoek aan nestplaats" op telmee.nl .

--groepjes schreeuwend  vlak langs dakranden (giervluchten) en aanhakende "bangers": "nestindicerend gedrag".

-- groepjes (vrij) hoog boven een wijk cirkelend, maar in de buurt blijvend: "ter plaatse" of  "foeragerend".

-- groepjes in een duidelijke richting (vrij hoog) verder vliegend, ook als dat wat cirkelend gaat: "overvliegend", eventueel met richting in waarneming.nl

-- Witte voedselkrop zichtbaar op keel: "transport voedsel of ontlasting", idem invliegend: "bezet nest met jongen"

-- Jonkies in de uitgang: "bezet nest met jongen"

 

De gegevens komen in de nationale databank NDFF die ook gebruikt wordt door ecologen, vergunningverleners en bouwers. Dan is de kans dat de nesten behouden blijven weer wat groter. Alle waarnemingen op waarneming.nl zijn voor iedereen zichtbaar, zie b.v. Alle waarnemingen "bezet nest" in 2019 In waarneming.nl kun je ook makkelijk een kaartje maken met de locatie van de nesten, zie b.v. Kaart nestadressen Maarssen-dorp (inzoombaar).

 

Bewoners

Bedenk dat erg veel (zo niet de meeste) nesten verloren gaan door kleine ingrepen die niet vergunningplichtig zijn (reparaties, dak vernieuwen, isolatie, zonnepanelen). Informeren van de bewoners is dus erg belangrijk. Misschien kun je deze info-folder gebruiken om in de brievenbus te doen.

 

Bij GBN kun je een kleine gratis brochure bestellen om uit te delen aan belangstellenden, hier als .pdf te downloaden.

Bij GBN ( info@gierzwaluwbescherming.nl) kun je ook een gevarenhesje met opdruk bestellen zodat je herkenbaar bent ( Ä 5,- ). Je wordt dan vaker benaderd met vragen.

 

Succes en veel plezier met je speurtochten.

 

Broedplaatsonderzoek

 

- Ontwikkeling broedvogelbestand, Nederland en buitenland

 

- Lijst met 45+ landelijke, regionale en lokale tellingen

- "Zo tel je gierzwaluwen", Sovon-nieuws 2015-1 p. 10 (.pdf)

 

 

++++++++++

 

Jaap Langenbach

jaaplangenbach@ziggo.nl

06 - 3849 7474

Kemperstraat 8

3601 WK Maarssen

https://twitter.com/ApusNL

 

  Begin pagina