Gierzwaluw - Leefwijze

Inhoud - Nieuwspagina's - Contact

 

 

De vissen van de lucht

 

Gierzwaluwen vliegen in het Afrikaanse winterverblijf tien maanden achter elkaar door, dag en nacht. Onlangs werd dit bewezen bij Zweedse gierzwaluwen. Ze kunnen zo de regengebieden volgen waar de insecten zijn. Dat gebied verschuift in de loop van onze winter geleidelijk naar het noorden. Als begin april de Sahara wordt bereikt vliegen ze door naar het noorden om in Europa en tot in China te broeden.

 

Zie nieuwsbericht 18-10-2016. En een filmpje van De Volkskrant. Bekijk hier hoe die regengebieden  in de loop van het jaar, parallel aan de trekroute van de gierzwaluwen, verschuiven: wereldverschuiving drukgebieden en neerslagKies 'precipitation' en 'lagedrukgebieden' (ITCZ en pressure)

 

In een onderzoek van 2018 werd met geolocators bij 21 vogels aangetoond dat de vale gierzwaluw inderdaad de regengebieden vrij nauwkeurig volgt tijdens het winterverblijf in Afrika. Ze arriveren in regengebieden twee weken nadat de regen heeft opgehouden en vertrekken 14 dagen nadat in een gebied de droogte is aangebroken. Maar de relatie is niet helemaal exact 1 : 1 hetgeen doet vermoeden dat ook andere factoren een rol spelen bij migraties binnen het winterverblijf. Zie: Migratie tijdens winterverblijf van Vale gierzwaluw.

Hier alles over de trekroutes gierzwaluw.

 

Mannetje en vrouwtje vliegen in Afrika gescheiden maar komen na negen maand weer samen op hetzelfde nest als het jaar daarvoor. Dan blijven ze ' s nachts op het nest. De niet- broeders (daklozen en 1e/2e jaars vogels) zonder nest vliegen ook hier in de broedgebieden dag en nacht door, ' s nachts veelal in grote concentraties boven het IJsselmeer. Omdat ze pas in het 2e of 3e jaar tot broeden komen vliegen jonge vogels na het uitvliegen dus vaak 2-3 jaar onafgebroken, dag en nacht door.

Een gierzwaluw zit nooit op een tak in een boom of op het dak en krijgt alleen op het nest vaste grond onder de voeten.

 

Heel lang was het een raadsel waar ze ' s nachts waren. Pas in 1947 werd in Nederland aangetoond dat niet broedende Gierzwaluwen de nacht in de lucht doorbrengen.  Vroege Vogels, 29 juni 2009 maakte een rapportage over het gebruik van radar voor het onderzoek naar nachtvliegen (10 min.). We weten uit het laatste onderzoek inmiddels dat ze zowel 's avonds als 's morgens in de schemering opstijgen naar 1-3 km hoogte, mogelijk om de regio en/of het (toekomstige) weer te verkennen.  Zie bericht en link naar de publicatie bij Universiteit van Amsterdam. Maar misschien is het ook een vorm van sociaal gedrag, zie nieuwsbericht over onderzoek nachtvliegen van 34 alpengierzwaluwen.

 

Nachtelijk "klimvliegen" wordt ook in de Afrikaanse overwinteringsgebieden gedaan, zo bleek o.a. al uit Zweeds onderzoek in 2016.

 

  Zie voor het nachtelijke "klimvliegen" een apart artikel: ontdekking en verklaring van nachtvliegen .

 

De (bij mij) oudst bekende gierzwaluwtekening

 

Op www.commonswift.org staat een erg oude tekening van de gierzwaluw door Gessner  in 1555.

 

 

Foutjes: de 4e teen wijst naar achteren maar bij de gierzwaluw wijzen ze alle vier naar voren. De staart is te lang. De vleugel steken bij volwassen vogels ca. 3 cm voorbij het staarteinde.

 

Gemiddeld 200.000 km per jaar

Emil Weitnauer ringde bij zijn Zwitserse kolonie in 1939 een jonge gierzwaluw die daarop t/m 1960 terugkwam om steeds in dezelfde kast te broeden. Hij werd dus 21 jaar oud, waarschijnlijk de oudste ooit gedocumenteerd. Deze vogel vloog dus twintig keer op en neer naar Afrika, dat is alleen al 270.000 km. In Zwitserland vliegt hij per jaar 90 dagen van 600 km per dag en in Afrika 240 dagen van 600 kilometer. Het totaal voor 21 jaar komt dus op 4,2 miljoen kilometer. Dat is 105 keer rond de Aarde of vijf keer op en neer naar de Maan, zonder motorpech, APK in eigen beheer. De gemiddelde leeftijd van een Gierzwaluw is ca. 7 jaar. Zie Engels artikel: leeftijden van Gierzwaluwen .

 

De nestplek

Ze hebben het nest meestal achter een opening tussen de dakpannen op het dakbeschot en hoog op een bij voorkeur vrij steil dak op het noorden of noordoosten. De gemiddelde helling van de 64 nestadressen in Woudsend is 53 graden; bij slechts 3 daken is de helling kleiner dan 45 graden. Het dakvlak is bij 45% van de invliegopeningen op het noorden gericht, 23 % op het oosten en de overigen evenveel op zuid als west.

De nestingang zit bij de schoorsteen, de nok, langs de vorsten en kepers, onder de daklijst van een plat dak of tussen muur en dakgoot (met het nest op de spouwmuur).

In Schotland en Noorwegen wordt wel in boomholtes genesteld en in Spanje hier en daar in palmbomen, zie fimpje palmboomkolonie Spanje.

 

De hoogte en steilte is nodig voor het uitvliegen, in een boog naar beneden vallend en dan langzaam hoogte winnend. Vooral de ouders vliegen graag laag, op schouderhoogte weg en winnen daarna langzaam hoogte. De nestingang wordt van onderen af aangevlogen. Ze vliegen bijna evenwijdig aan de dakhelling, pal onder de opening op de dakpan of in de muurspleet en vangen de klap op met lichaam en staartveren, zoals een specht aan een boom.

 

 

Invliegende of aanklampende gierzwaluw bij neststeen, klik voor vergroting, foto van Henk Haans.

 

 

Het nest

 

Het nest is een rond gemetseld vrij glad kommetje van ca. 7 cm diameter, gemaakt van pluisjes, veertjes, strootjes die al vliegend uit de lucht worden opgevist dat met speeksel aan elkaar wordt gekit. Vroeger werd dit gedrag door Grieken o.a. gebruikt om de vogels te vangen met een veertje aan een hengel. In Nederlansche Vogelen van D. Nozemann (1770) staat dit beschreven:

"P. Belon heeft waergenomen, dat de jongens van ít Grieksche Eiland Zacinthus uit de Toren vensteren van het hoog op eene rots verheeven kasteel lange draaden met een vischhaekje aen ít einde voorzien laeten waeijen, waer aen zy tot aes een klein vedertje geslagen hebben, waer op de Gier-Zwaluwen greetig afkoomen en, in de vlugt het vedertje vattende, aen den haek, gelyk vischen uit het water, gevangen worden. Meermaelen, zegt hy, vangt zulk een vogelaer op eenen dag vyf of zes dozynen deezer Zwaluwen, die, vet en teder zynde, zeer goed zyn om gegeeten te worden." Zie de volledige gierzwaluwtekst met een fraaie tekening op de Koninklijke Bibliotheek ( p. 47-48).

 

Nest op dakbeschot en eruit gerold eitje (2,3 cm)

 

Er wordt weinig materiaal gebruikt. Het nest is stevig vastgeplakt op het dakbeschot, vaak in de hoek van panlat en tengel. Soms wordt het op een mussen- of spreeuwennest gebouwd.

 

Het nest wordt ieder jaar opnieuw gebruikt door hetzelfde paartje en mag daarom ook buiten het broedseizoen niet verwijderd worden. In Noordwijk-Binnen is een nest bekend dat al minstens vanaf 1946 elk jaar wordt gebruikt. Voor verstorend werk moet ontheffing worden aangevraagd van de betreffende bepalingen in de Wet natuurbescherming en er moet voor vervangende nestgelegenheid worden gezorgd. (meer daarover bij Wetgeving)

 

Het zijn echte koloniebroeders, die vroeger vooral in rotsspleten broedden en nu voornamelijk in gebouwen. In ScandinaviŽ, TsjechiŽ en het noorden van Schotland (Abernethy woud) zijn nog broedplaatsen in boomholtes bekend. In Noord-Ierland en Engeland zijn nog een paar kolonies in rotswanden.

Er zijn wereldwijd bijna 100 soorten gierzwaluw, zie gegevens alle soorten.  De grootst bekende kolonie telt 200.000 paartjes witstuitgierzwaluw in een grot in China.

 

 

De broed- en jongenperiode

Vereniging Gierzwaluwbescherming Nederland (GBN) is in 2003 gestart met een project camerabewaking in nestkasten. Elk jaar worden de gegevens van ca. 40 broedgevallen gerapporteerd. Daardoor is al veel bekend geworden over het verloop van de broedcyclus. Hieronder de gemiddelde data (mediaan) op basis van 376 legsels in de periode 2003-2012; de spreiding is tamelijk groot.

 

Aankomst 1e ouder: 3 mei

1e ei: 19 mei

Gemiddeld aantal eieren per legsel: 2,5

1e jong uit ei: 10 juni

Gemiddeld aantal jongen per legsel: 2,0

1e jong uitgevlogen: 21 juli

Gemiddeld aantal uitgevlogen per legsel: 1,8

Vertrek laatste ouder: 28 juli

 

De jongen komen dus na 21 dagen uit het ei en zitten gemiddeld 42 dagen op het nest.

Van de legsels is 80% succesvol (1 of meer uitgevlogen) en zelfs 90% van de nesten is (door vervolglegsels) succesvol.

 

Uit Zwitsers ringonderzoek (Genton) blijkt dat er 30% kans is dat uitgevlogen jongen terugkeren naar de kolonie van geboorte om daar een  nestplek te zoeken. Anderen melden een lager percentage van 10-20%.

 

 

Meer data broedbiologie in artikel over 10 jaar cameraonderzoek, in: Gierzwaluwbulletin, 2013 nr. 1. p. 4-6

- Verloop datum eerste eileg

- Groeistadia - foto's van jongen

- Kenmerken-verenkleed, Adult-Juveniel (Engels)

- Komt de Gierzwaluw steeds eerder in het land ?

- Gedetailleerde gierzwaluwkalender.pdf

 

Voedsel

Gierzwaluwen zijn de vissen van de lucht en leven van "luchtplankton": vliegen, spinnen, kevertjes, muggen en vlindertjes. Per dag consumeert een gezin met drie al wat grotere jongen 20.000 insecten. Ze vliegen soms uren om een keelzak vol bij elkaar te "harken". Bij erg slecht weer (aanhoudende regen, veel wind) zitten beide ouders op het nest. Ze komen elke avond rond 22.30 u. terug voor de nacht. De niet-broeders, nest-zoekers en daklozen lijken bij slecht weer ver weg te trekken en de depressies te vermijden, maar waar ze precies zijn is niet bekend. Ze zijn ook snel weer terug als het beter weer wordt. Ze blijven in dezelfde kolonie / plaats naar een nestplek zoeken, omdat daar veel tijd in gaat zitten. Ze onthouden de bezette en potentiŽle nestplekken van de kolonie en controleren die het hele seizoen. Luid schreeuwend "gieren" ze vlak langs de nestingangen, landen er een paar keer onder of er op en vliegen weer verder.

 

Anatomie

Bekijk hier in 3 D het skelet van een gierzwaluw (Common swift, Apus apus)

 

 

Verspreiding

 

Rood = Broedgebied Gierzwaluw,  Apus Apus

In China gaat het om de ondersoort Apus apus pekinensis

Blauw = overwinteringsgebied  (Bron: Wikipedia)

Gedetailleerder kaart op: IUCN.org

 

Het aantal gierzwaluwen (alleen Apus apus) wordt geschat op 7 tot 17 miljoen in Europa en 40 tot 200 miljoen in de hele wereld, dus inclusief AziŽ. Kolonieonderzoeker Erich Kaiser stelt dat het enorme leefgebied mogelijk is door het grote voedselvoordeel dat de vogels 's winters in Afrika hebben ten opzichte van andere gierzwaluwsoorten, zoals de vale gierzwaluw die wel vaste slaapplaatsen aan de grond heeft.

 

 

Erich Kaiser: Gedanken zur LuftŁbernachtung des Mauerseglers" in Ornithologische Jahresberichten 2001 nr. 19.pdf

 

Geluiden van Gierzwaluw op: Xeno-Canto.org

 

Veel meer kenmerken bij GBN

(kies ook items bovenaan in het menu bij "De Gierzwaluw").

 

   Tweet of the Day, de Gierzwaluw

    door David Attenborough

 

 

Artikelen - brochures

 

 

Jaap Langenbach

jaaplangenbach@ziggo.nl

06 - 3849 7474

Kemperstraat 8

3601 WK Maarssen

https://twitter.com/ApusNL