Gierzwaluw steeds vroeger in het land ?

Inhoud - Nieuwspagina's - Contact

 

 

 

 

Er wordt wel verondersteld dat de gierzwaluw, net als een aantal andere trekvogels, steeds vroeger in het jaar in het land aankomt. Opwarming van het klimaat zou een oorzaak kunnen zijn. De wijziging van Koninginnedagvogel op 30 april naar Koningsdagvogel op 27 april zou er mooi bij passen.

 

Maar een eventuele vervroeging is erg lastig te constateren. De datumbepaling is o.a. afhankelijk van de  waarneming van in sterk wisselende aantallen vliegende vogels. De datum wisselt ook door jaarlijks en plaatselijk variŽrende weersomstandigheden in zowel het winterverblijf, op de trekroute als op de broedlocatie. En hoe intensiever je zoekt hoe eerder je de eerste vindt. En hoe meer mensen er zoeken hoe eerder de eerste gezien wordt. Voor een trendbepaling zijn erg lange reeksen en diverse correcties nodig.

Objectieve vaststelling aan de hand van b.v. de legdatum van het eerste ei is onmogelijk omdat de nesten niet zichtbaar / bereikbaar zijn. Camerabewaking in nestkasten is een oplossing maar gebeurt nog niet zo lang en met nog maar een gering aantal broedsels.

In dit artikel bespreken we een aantal tijdreeksen van de eerste waarneming, de eerste eileg en twee andere factoren dan klimaatopwarming als oorzaak van een eventuele vervroeging van de aankomst.

 

Knip, Nuyen en waarneming.nl

 

De Amsterdamse journalist Karel Knip publiceerde in 2007 zijn eigen waarnemingen van de aankomst in Amsterdam sinds 1973 en die van Dhr. Nuijen in Hilversum sinds 1942 (Nuyen is nu 90!). Sinds begin jaren '70 is in beide steden een vervroeging van ca. 14 dagen te zien. Nuijen doet verreweg de meeste waarnemingen (98%) vanuit zijn tuin, maar deze reeks is gestopt want hij is verhuisd naar Amsterdam. Bij de overige waarnemingen is de datumtrend niet afwijkend. Knip zoekt in een vaste route van de Amsterdamse binnenstad, zie ook zijn laatste bericht hierover in AW-wetenschap NRC van 31 mei 2019.

In onderstaande grafiek hebben we ook de eerste datum uit het bestand van www.waarneming.nl toegevoegd en van de eerste waarneming op een trektelpost (meestal Breskens). Van alle vier is ook een trendlijn toegevoegd.

 

Aankomstdata  Gierzwaluw 1973-2019

 

  

De drie trendlijnen dalen sinds 1973 stevig maar waarneming.nl ligt gemiddeld 14 dagen vroeger en daalt het snelst. Dat komt natuurlijk door het grote aantal actieve waarnemers en de gestage toename daarvan, van 2.500 in 2005 naar 17.000 in 2017. Ook het aantal waarnemingen per waarnemer neemt toe.

 

 

De eerste waarnemingsdatum volgens waarneming.nl ligt daardoor niet alleen vroeger dan bij Nuijen/Knip maar daalt ook sneller. En de trend van Knip daalt iets sneller dan die van Nuijen. Knip beaamt dat in het begin van de waarnemingen een leereffect optreedt door meer kennis wat zorgt voor eerdere waarneming. Dat effect zal bij de meeste waarnemers meespelen.

 

 

Aankomstdata Nuijen, Hilversum, 1942-2017

 

 

De data van Nuijen in de jaren  '42-'71 liggen regelmatig vroeger dan na '86. Met de polynome trendlijn is er zelfs sprake van een steeds latere aankomst in de jaren '50-'60. Uit het begin van de eeuw hebben we nog data uit Ardea van 1902 t/m 1922. Deze betreffen waarnemingen verspreid over het land van verschillende waarnemers. Hieruit blijkt geen verloop en de aankomsttijd ligt nagenoeg gelijk aan die van Nuijen in de jaren '40 en '50.

 

Lees hier de beschouwingen van Karel Knip in de NRC van 3 mei 2014 over de statistieken van Hilversum en Amsterdam en tellen in het algemeen.

 

 

Eerste aankomst Arnhem e.o.

 

De vogelwerkgroep in Arnhem organiseert sinds 1980 jacht op de eerste aankomst van vele soorten waaronder de gierzwaluw. Er doen steeds rond de 15 mensen aan mee.

 

 

De gemiddelde eerste datum van Vogelwerkgroep Arnhem over 1980-2005 ligt op 3 april. Dat is een week eerder dan volgens waarneming.nl en drie weken eerder dan Nuijen/Knip. Hier blijkt dus nogmaals het vermoeden bevestigd dat hoe beter je zoekt hoe eerder je ze vindt ! De trend is slechts zeer licht vervroegend, ca. 5 dagen in 26 jaar. Nuijen/Knip daalt in diezelfde periode 8-10 dagen en waarneming.nl 14 dagen.

 

De Vogelwerkgroep analyseert de lijntjes als volgt:

 

 

 

De laatste jaren (het project loopt nog steeds, al 40 jaar!), lijkt de aankomstdatum weer wat later te liggen, zie het verslag 2018 met gierzwaluwgrafiek bij Vogelwerkgroep Arnhem, p. 29 .

 

GBN constateerde geen vervroeging van aankomst

 

In de analyse van broedgegevens over 10 jaar camerabewaking van gierzwaluwnesten constateert GBN geen vervroeging van de datum van aankomst van de eerste oudervogel, maar wel zeer uiteenlopende data per jaar met een maximaal verschil tussen vroegste en laatste van bijna twee weken.

GBN maakte over 10 jaar camerabewaking een mooi verslag maar heeft sinds 2013 de verzameling van gegevens en publicatie van resultaten overgedragen aan Sovon. Zie broedbiologie volgens cameraproject GBN in: Gierzwaluwbulletin, 2013 nr. 1. p. 4-6.

 

Datum eerste eileg

 

De grafiek komt uit het project Nestkaart van Sovon (zie Gierzwaluw-seizoensvoorkomen). De grafiek is gebaseerd op totaal  ruim 1.700 nesten die door visuele inspectie of door middel van camerabewaking in de gaten worden gehouden. Het aantal neemt helaas wel wat af; van 112 in 2012 via 96 in 2014 naar 69 in 2018. Zie kaart en tabel met locaties en aantallen nesten per jaar. Klik in de tabel op de kolommen voor de locaties op de kaart per jaar.

 

 

Sovon vermeldt niet welk deel van de nestkaarten door middel van visuele controle werden verkregen maar een aantal is met de gegevens van de Sovon-website wel te achterhalen. Van alle nestkaarten was dat minstens de helft (projecten in Enschede, Losser, Bennekom, Deurne) en in 2013 zelfs 70%. Het aantal legsels in het cameraproject van GBN steeg van ca. 10 in 2004 naar 45 in 2007 en 70 in 2012.

Omdat bekend is dat visuele inspectie het broedproces kan verstoren (zie verstoring door visuele inspecties van nestkasten gierzwaluw) en met camerabewaking veel nauwkeuriger gegevens zijn te verkrijgen moeten we de Sovontrend met de nodige scepsis bekijken. Opvallend is dat de datum volgens projecten met camerabewaking (GBN-onderzoek, zie Gierzwaluwbulletin, 2013 nr. 1. p. 4-6.) ruim een week vroeger ligt dan volgens de totaalcijfers van Sovon. De trend bij Sovon wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het toenemend aandeel met camerabewaking, hetgeen bevestigd wordt met een erg late datum in 2013 en relatief erg weinig cameranesten.

 

Volgens de Sovon-trend lijkt de datum in 17 jaar 4 dagen vervroegd te zijn van 27 naar 23 mei, maar dit kan dus mogelijk (deels) verklaard worden door een relatief groter aandeel cameranesten.

 

  We roepen voor meer betrouwbare en nauwkeuriger gegevens een ieder met camerabewaking op om mee te doen aan het nestkaartproject, zie: https://www.sovon.nl/nl/nestkaartlight

Als men de broedgegevens inlevert bij Sovon kan men bij GBN een gratis camera in bruikleen krijgen, zie: GBN-Camerabewaking .

 

 

Conclusies

 

De sterk dalende tendens moet vooral, zo niet volledig, verklaard worden met het toenemende aantal waarnemers en de leer- en inspanningseffecten van individuele waarnemers. De cijfers van waarneming.nl en de praktijk in Arnhem geven alle aanleiding tot deze veronderstelling. Echt bewijs voor reŽle vervroeging ontbreekt vooralsnog maar de data uit Arnhem en het verloop van de datum eerste eileg wijzen beide op een mogelijke vervroeging van de aankomst van enkele dagen sinds 1997, maar of dit statistisch significant is weet ik niet.

 

Invloed van daglengte en voedsel

 

Er is nog een ander aspect dat twijfel zaait over de mogelijke oorzaak van de vervroegde aankomst (voor zover die al aan de orde is). De idee is namelijk dat de migratiesnelheid van de Gierzwaluw bepaald wordt door de aanwezigheid van voedsel en dus vooral door de daglengte want de Gierzwaluw moet nagenoeg de hele dag fourageren om aan voldoende insecten te komen. Dat blijkt uit gegevens uit onderzoek in Duitsland, in vergelijking met de Alpengierzwaluw. Die laatste verblijft veel langer in het broedgebied maar fourageert veel korter per dag. De aankomstdatum van Apus apus blijkt nagenoeg 1:1 te correleren met de daglengte.

Maar het een sluit het ander niet uit: de kortere daglengte door vroegere aankomst zou gecompenseerd kunnen worden door meer insecten als gevolg van de gemiddeld hogere temperatuur.


Tigges (2007) concludeert dat er geen reactie is op klimaatverandering. De vogel reageert vooral sterk op beschikbaarheid van voedsel (hier en onderweg), dus op het weer en de temperatuur zoals dat in de loop van het seizoen kan variŽren. 


O. Gordo (2007) bekeek zestien onderzoeken naar de aankomstdata. Slechts vijf daarvan laten een (enigszins) vervroegde aankomstdatum zien. Die vijf trends kunnen (ook) worden verklaard door bijzondere weersomstandigheden in Afrika of Spanje. De diverse studies zijn lastig vergelijkbaar door uiteenlopende methodologie. Hij concludeert dat het niet duidelijk is of er een gewijzigd migratiegedrag als gevolg van klimaatverandering plaatsvindt.

 

 

Aankomstdata van andere vogels

 

- De eerste eileg van de Pimpelmees is sinds 1986 met 10 dagen vervroegd.

- De insecten etende Bonte Vliegenvanger komt niet eerder terug uit West-Afrika maar het vrouwtje begint sinds 1986 wel zes dagen eerder met de eileg.

- In Friesland wordt het eerste Kievitsei sinds ongeveer 1970, toen de vinddatum versneld vervroegde,  ongeveer 10 dagen eerder gevonden.

- De broedvogelstand van trekvogels naar Afrika vertoont een wisselend beeld. Sommigen gaan vooruit, anderen achteruit en een duidelijke link met het klimaat is er (nog?) niet.

- De aankomst van de eerste 10% huiszwaluwen vervroegde van 4 mei naar 24 april maar de hoofdmacht arriveert nog steeds rond half mei. Aankomst- en vertrekpatronen van huiszwaluw in relatie tot klimaatopwarming (het Vogeljaar 2013 nr 4-5)

 

Literatuur

 

Karel Knip in NRC 28-4-2007.pdf

 

Rick Wortelboer: Aankomstdata. Gierzwaluwbulletin 2012-1, p.7-8 .

 

C. Ritsema, aankomstdata 1902-1911.pdf Ardea 1912-1.

 

Ulrich Tigges, fenologie EuraziŽ.pdf, in Podoces 2007-2

 

Aankomst, vertrek en verblijfsduur in EuraziŽ, Tigges 2007

 

Oscar Gordo, Climate Change and Phenology Common Swift

 

Aankomstdata UK 2006-2018 (wijzig jaartal in link voor andere jaren)

 

Vogelwerkgroep Arnhem, fenologie 2006 p. 52

 

Sovon: gierzwaluw-seizoensvoorkomen 

 

Late aankomst in 2014, Nature Today

 

 

+++++++++++++++

 

Jaap Langenbach

jaaplangenbach@ziggo.nl

Kemperstraat 8 3601 WK Maarssen

06 -3849 7474

https://twitter.com/ApusNL

  Begin pagina