| ||||||||||||
![]() | ||
Op 25 april 1686. 's Avonds om 9 uur vond de aalmoezenier van het vondelinghuis een baby in de Onze Lieve Vrouwestraat, tegenover de herberg "Te Gulick" in Antwerpen. Het kindje was gewikkeld in een groen dekentje en een witte doek. Het droeg een gestreepte luier, een half hemdje en een wit mutsje. Het was de feestdag van de heilige Marcus, dus zijn voornaam werd Marcus. De naam van de herberg werd zijn achternaam: Gulickx. Het kindje werd gedoopt in de St. Joriskerk. | ||
![]() | ||
![]() | ||||||
![]() | ||||||
De eerste levensjaren van Marcus kunnen we goed volgen. Al snel werd het kind uitbesteed bij Jan en Maeyke Smeyers uit Veerle bij Westerlo. Dit was in die tijd gebruikelijk. De pleeggezinnen kregen hiervoor ook een vergoeding. De meeste Antwerpse vondelingen werden ondergebracht bij gezinnen in de Kempen, aanvankelijk vooral in het gebied tussen Eindhoven en Turnhout (Reusel telde op een gegeven moment zelfs 80 Antwerpse vondelingen), in de tijd van Marcus meer in de Zuiderkempen. Eenmaal per twee jaar bracht een aalmoezenier vanuit het Antwerpse een bezoek aan elk uitbesteed kind. Hij sprak dan met de pleegouders, de vondeling zelf, de buren en de dorpspastoor. Sommige pleegouders maakten misbruik van de bij hen geplaatste kinderen: ze gaven het kind meer slaag dan eten en lieten het uit bedelen gaan. Maar heel vaak vonden de kinderen ook een echt thuis bij hun pleeggezin. Als het kind dan terug moest naar Antwerpen, namen de pleegouders "met weenende ooghen" afscheid. In 1694 werd Marcus uitbesteed aan Comelis van Reedt met zijn vrouw Anneke de Greef uit Hemiksem. In 1698 kwam hij weer terug in het vondelingenhuis. En daarna zijn de omzwervingen van Marcus onbekend. Toch maar even raden? Het waren roerige tijden waarin huurlegers door Brabant trokken. De mannen die dienst namen in deze legers deden dat niet omdat zij voor hun vaderland of een andere goede zaak wilden vechten. maar alleen vanwege de verdiensten. Ze wisselden van partij als zij daartoe de kans hadden en als het meer opbracht. Was Marcus een ex-soldaat uit zo'n legereenheid? Tussen 1706 en 1708 werd de baronie van Breda onveilig gemaakt door het optreden van een roversbende genaamd 'de Moskovieters'. De schout van Breda zei over hun activiteiten: "..de soogenaemde Moskovieters die alomme op de wegen ende in huijsen de menschen haere goederen hebben ontweldight ende afgestoolen.." De bendeleden leefden, zowel sociaal als geografisch, aan de rand van de Brabantse dorpsgemeenschappen. Ze waren merendeels afgedankte of gedeserteerde soldaten. Was Marcus een bendelid? In ieder geval ontmoet hij PetronelIa van Helderen. Zij was de dochter van Geert van Helderen en Cataleyn, Jan Dirken en had al een (onwettig) kind, Gerardina gedoopt 10 juli 1712. 26 Januari 1715 gaat het paar in ondertrouw en 17 februari 1715 wordt het huwelijk voltrokken in de kerk van Alphen door kapelaar Timotheu Gybkens. Een paar maanden later, 17 april 1715, lenen Petronella en haar moeder van Jan Michiel Stoops "...eene somme van eenendartigh gulden capitae! stuck tot veertigh grooten..." met als onderpand een weiland op Quaalburg. 7 Januari 1717 krijgt het stel een borgbrief van de schepenen van Alphen voor de schepenen van Weelde. Zo'n borgbrief had je nodig als je je wilde vestigen in een andere plaats. De schepenen van Alphen stelden zich garant voor de zorg aan Petronella en de helft van haar kinderen als dat in Weelde nodig zou zijn. En in de winter trekken Marcus, Petronella en Anna naar Weelde. In 1722 als Petrus gedoopt wordt, is het paar weer terug in Alphen. | ||