fototentoonstelling
Standaardrex
Start2gelacht
Start

Fokken & show

Startpagina

Als konijnen liefhebber krijg je na verloop van tijd de wens om jonge konijntjes te fokken. Niets is zo leuk als ouderdieren met hun opgroeiende jongen dagelijks te volgen. Toch is er wel enige kennis voor nodig.
Wil je konijnen fokken die zoveel mogelijk aan de raskenmerken voldoen dan vraagt dat ook weer extra kennis. Je moet voldoende ruimte hebben voor de jonge en niet alleen voor als ze nog klein zijn, maar ook later als ze hun volwassen gewicht en grote hebben bereikt. Heb je deze ruimte niet, dan heb je al snel hokken vol met alle problemen van dien. Denk er eerst goed over na en zorg voor voldoende hokken.

Keuze van de fokdieren
Lang niet alle konijnen zijn geschikt voor de fok. Voor het fokken worden alleen konijnen gekozen die gezond zijn en altijd gezond zijn geweest. Wat ik ook erg belangrijk vind is een goed karakter.
Fok nooit met konijnen die een ziekte hebben gehad of geboren zijn uit ouders die ziektes hebben gehad. Heb je eindelijk goede fok konijnen gevonden dan moeten ze ook de eigenschappen bezitten die bij het ras horen.Al deze raseigenschappen zijn in de standaard beschreven. Deze eigenschappen moeten we ook weer bij de jonge konijnen terug zien komen of eigenlijk nog beter worden. Op deze uiterlijke raseigenschappen worden de konijnen later op tentoonstellingen beoordeeld. Maar ook als je fokt om een paar jonge konijntjes erbij te hebben is het nodig deze zware selectie te gebruiken, anders verliezen ze in de loop van de tijd hun raseigenschappen.

Bevruchting
Konijnen zijn, afhankelijk van de grootte van het ras, geslachtsrijp op een leeftijd van zeven tot tien maanden. De voedster (vrouwelijk konijn) is gemiddeld elke drie weken bronstig en bereid tot een paring. Als je voedster gedekt moet worden, wordt zij altijd in het hok van de ram (mannelijk konijn) geplaatst en nooit andersom. In het laatste geval zal de voedster meestal  de ram aanvallen.
Als de dekking niet snel gebeurt, is het beter je voedster weer uit het hok van de ram te halen. Enkele uren later kan je het dan nog eens proberen.

Drachtig
Als de bevruchting heeft plaats gevonden zien je ruim vier weken later dat de voedster haar uit haar vacht (vooral van de buik) gaat plukken. Hierdoor maakt ze de tepels vrij voor het zogen en het haar wordt samen het stro gebruikt om een nest te maken. Bij dwergrassen is het raadzaam om een nestkastje te gebruiken. Dit nestkastje zet je een week voor het werpen in het hok. De dracht van je voedster duurt ongeveer 31 dagen.
In deze periode laat je je voedster een beetje met rust.. Wel is het goed de drachtige voedster wat extra krachtvoer te geven.

Als de jonge konijnen geboren zijn is het belangrijk ze met rust te laten. Wel moet je controleren of er doodgeboren jongen zijn, deze haal je uit het nest. De jongen worden volledig hulpeloos, onbehaard en met gesloten ogen geboren. Pas na negen dagen gaan de oogjes open. Dwergkonijnen krijgen meestal niet meer drie of vier jongen, maar ook kleinere nestjes komen vaak voor. Voedsters hebben acht tepels. Zijn er meer jongen geboren               dan moet je het aantal terug brengen naar acht of nog beter… naar zes.  Mocht je nog een nest hebben bij een andere voedster met jongen in ongeveer de zelfde leeftijd kan je ook proberen de jongen daarbij te leggen.

Als je jongen tien dagen oud zijn moet je even controleren of de ogen open zijn. Is dit niet zo, dan moeten de ogen uiterlijk op een leeftijd van elf of twaalf dagen voorzichtig open gemaakt worden met een vochtig watje die je zachtjes over het oogje wrijft. Als je dit niet doet blijft het oogje dicht en blijft het jong blind. Een voedster met jongen mag de hele dag een volle bak met voer hebben. Ze moet ruim zes weken genoeg melk produceren om de jonge konijnen goed te laten opgroeien. Na een week of zes kun je de jongen bij je voedster weg halen, dit noem je spenen. Het weghalen van de jongen moet je niet ineens allemaal tegelijk doen, maar verspreid over een paar dagen. Eerst haal je de twee grootste jongen weg en een dag of twee later weer enkele jongen. Het stoppen van de melkproductie bij je voedster heeft dan een geleidelijker verloop. Het is niet aan te raden om je voedster in 1 jaar meer dan drie nesten met jongen te laten krijgen, ik doe meestal één keer per voedster,  hooguit twee keer.

Opfokken van jonge konijnen
De eerste weken na het spenen kun je twee of drie jonge dieren bij elkaar in één hok plaatsen. Toch is het beter al vrij snel de jonge dieren apart in een hok te plaatsen. Voor de ontwikkeling en de groei van het dier is dit het beste.  En je kan dan onmiddellijk zien als één van de dieren wat slechter eet.

Tatoeëeren
Vanaf zes weken worden de jonge konijnen voorzien van een nummer in het oor. ( Bij dwerg rassen is dit meestal later vanwege de kleine oortjes.) Dit is het tatoeëernummer. Het tatoeëren wordt gedaan door een persoon van de plaatselijke kleindieren vereniging.  In ons geval het GPKV te Hilversum.  In het rechteroor worden twee verenigingsletters en het laatste cijfer van het jaartal getatoeëerd. Bijvoorbeeld HL3 ,  HL is de vereniging en 3 is van 2013.  In het linkeroor is het eerste cijfer het cijfer van de geboorte maand en de andere cijfers zijn volgnummers.  Staat er 245  in het oor , het nummer begint met 2 dan is het konijn dus van de maand februari en 45 is het volgnummer.  In dit voorbeeld  is het konijn van februari 2013.  Aan de tatoeage is dus altijd de leeftijd van het dier te zien, en bij welke vereniging de fokker is aangesloten en met dit nummer kan je altijd achterhalen wie de fokker van je konijn is.

Selecteren tijdens opfok
Fokken betekent ook selecteren. Dieren die jong al niet voldoen aan de standaard worden nooit goede vertegenwoordigers van je ras. Deze dieren moeten niet aangehouden worden om er verder mee te fokken. Door alleen met de beste dieren te fokken blijft het ras zuiver en vitaal en met de juiste raskenmerken. Het is dus belangrijk om al vroeg te selecteren bij de jonge dieren. Meestal kunnen we met de leeftijd van een week of vier al aardig de mooiste jonge dieren selecteren.  Bij tekeningdieren kan dit al vanaf de geboorte. De dieren die je niet kunt gebruiken kunnen het beste zo snel mogelijk naar een andere eigenaar gaan, want voor de knuffel zijn ze natuurlijk prima!Op deze manier kan je hokruimte en voer besparen.

Show dieren
Een showdier is een dier dat het standaard zo dicht mogelijk benadert en alle kenmerken toont van een vitaal dier. De inzender moet dus op de hoogte zijn van de eisen die aan zijn ras in de betreffende kleurslag worden gesteld. Deze eisen zijn beschreven in de konijnenstandaard van KLN.  De dieren worden goed nagekeken op uiterlijke fouten om teleurstellingen op een tentoonstelling te voorkomen. Bijvoorbeeld een witte nagel bij gekleurde dieren is een grote fout en deze dieren horen niet op een tentoonstelling thuis. Een hangend oor bij een konijn die staande oren moet hebben is ook een zware fout. Een ander onderdeel is het gewicht van het dier. Ook hiervoor zijn per ras minimum en maximum gewichten vastgesteld.  Er zijn per ras ook bepaalde punten die zwaarder wegen bij een keuring dan bij andere rassen. Dat zijn bijvoorbeeld konijnen met een bijzondere vacht: het Angorakonijn en de Rexen.  Van te voren goed selecteren op de gewenste tekening bij tekeningrassen, want wijkt de tekening af van de in de standaard beschreven tekening dan is het niet erg zinvol met je dier naar een tentoonstelling te gaan.

Conditioneren
De eerste selectie zit er dan op. De konijnen die naar een show gaan moeten natuurlijk extra verzorgd worden. Op een tentoonstelling is het belangrijk, dat je konijn er keurig verzorgd bij zit.  De nagels moet je zo nodig nog even knippen. De pels wordt eventueel nog wat schoongemaakt en geborsteld. Bij gekleurde konijnen mag een enkel wit haartje met een pincet worden weggehaald.  Dit conditioneren moet je niet overdrijven, doe je dit wel dan hou je jezelf voor de gek.  Een konijn dat heel erg  “bijgewerkt” moet worden voldoet niet aan de standaardbeschrijving.

Inschrijven show
Inschrijven voor een show loopt volgens de procedure die beschreven is in het vraagprogramma van de betreffende show. De plaatselijke kleindiervereniging stuurt  leden het vraagprogramma ruim van te voren toe. Vraagprogramma’s van andere shows kunnen bij de betreffende tentoonstelling secretaris aangevraagd worden. In het vraagprogramma is alle informatie te vinden over de show.  Heb je bij het invullen van het inschrijfformulier hulp nodig, ga dan naar een ervaren fokker van je kleindier vereniging.  De tentoonstellingsorganisatie stuurt de inzender kort voor de show de inschrijfbevestiging en de etiketten voor elk dier met het kooinummer en oor nummer.

Transport
Als het tijd is om je konijnen naar de tentoonstelling te brengen, worden ze in een transportkist geplaatst. Je kan het beste elk konijn apart in een verzendkist te plaatsen.
Plak op je kist een etiket van de tentoonstellingsorganisatie waar je dieren zijn ingeschreven. Op dit etiket worden ook vaak de oornummers geschreven, zodat je bij het in/uitkooien kan controleren of het juiste dier in de juiste kooi wordt geplaatst. Het is belangrijk dat de kisten schoon zijn en dat er vers en schoon kort strooisel in zit. Je konijnen blijven dan tijdens de reis ook mooi schoon.

Dieren inkooien
Inkooien is het brengen van de ingeschreven konijnen naar de tentoonstelling en het plaatsen van de dieren in de aangewezen kooien. De meeste fokkers brengen zelf of samen met andere personen samen de dieren naar de tentoonstelling.  Je plaatst je konijnen in de kooien. Gelijktijdig wordt eventueel vuil aan de poten of de pels verwijderd. De lege transportkist wordt onder de kooien geplaatst en de inbrengers van de dieren verlaten de tentoonstellingshal om bij het inkooien niet in de weg te lopen.

Keuring en resultaten
Meestal zijn alleen tentoonstelling medewerkers, keurmeesters, helpers en schrijvers tijdens de keuring aanwezig. In het vraagprogramma staat welke keurmeester je dieren keurt. De keurmeester keurt je dieren volgens vaste regels en volgens de vastgestelde standaardbeschrijving. De beoordelingskaart wordt aan de kooi gehangen, zodat iedereen de beoordeling van elk dier kan lezen. De inzender kan de beoordelingskaarten opvragen om mee te nemen.
De keurmeester gebruikt de onderstaande predikaten bij de beoordeling met daarbij genoemd de te behalen punten per predicaat:

DIS = Diskwalificatie en 0 punten; het dier is uitgesloten door een fout van de fokker.
O = Onvoldoende en 82 of minder punten; de laagste beoordeling voor een dier met een ernstige fout.
V = Voldoende en 86 - 88 punten; het dier beantwoordt nog net aan de standaardbeschrijving.
G = Goed en 89 - 91 punten; het dier is een matige tot goede vertegenwoordiger van het ras.
ZG = Zeer Goed en 92 - 94 punten; de punten geven aan dat het om een krappe, een gemiddelde en een royale ZG gaat, waarbij de laatste een hele mooie vertegenwoordiger van het ras is.
F = Fraai en 95 - 97 punten; het dier en vooral ook het type (vorm) is beoordeeld als fraai, dus in totaal een fraai exemplaar.
U = Uitmuntend en 98 - 100; dit dier benadert op alle onderdelen het ideaalbeeld.

Prijzen
Het toekennen van de verschillende prijzen, zoals beschreven in het vraagprogramma, volgt als alle dieren gekeurd zijn. De gewonnen prijzen worden in op een lijst in de catalogus opgenomen in volgorde van prijsnummer. De nummers van de prijzen zijn ook in het vraagprogramma opgenomen. De inzender ontvangt de gewonnen prijzen meestal op de tentoonstelling. Geldprijzen worden soms overgemaakt via de bankrekening. Fokkers vinden naast het winnen van prijzen het belangrijk dat ze goede fokresultaten hebben behaald.  Eigenlijk is dat voor ons wel de belangrijkste prijs.

Uitkooien
Als de tentoonstelling afgelopen is haal je je dieren rustig uit de kooien. Omdat het nummer van de kooi en de oor nummers op het etiket van je verzendkist staan is het makkelijk na te kijken of je het juiste konijn meeneemt.

Weer thuis
Eenmaal thuis kun je je konijnen weer in hun eigen hokken plaatsen. Zijn er geen grote temperatuurverschillen tussen de tentoonstellingshal en je eigen hok en is er nog daglicht, dan kan je je konijnen direct terug zetten. Is er teveel verschil, dan blijven je dieren een nacht in de transportkist, deze wordt in een tochtvrije schuur of garage geplaatst. De ventilatie openingen niet bedekken!. De volgende ochtend zijn ze goed gewend en kunnen dan weer terug naar hun eigen hok. Het is verstanding om eerst een klein beetje te voeren. Je konijnen zijn een aantal dagen weggeweest en hebben vaak ander voer gehad en moet je weer voorzichtig laten wennen.
Zorg voor goed hooi in je hokken en schoon water.

  

Zowel tekst als foto's berust copyright by Branne.