Het beest.
In het zuiden van Alkmaar is een bekend bedrijf gevestigd. Bij dit bedrijf
werken onder meer een door het zakenleven geharde eigenaar, een manager, een groep gemotiveerde verkoopmedewerkers, een groep technici, een uitgebreide ploeg
productiemedewerkers, onderhoudsmedewerkers en een kantinejuffrouw. Het bedrijf boekt winsten en verliezen, koopt en verkoopt, als het resultaat aan het eind van het jaar positief is zijn de investeerders blij, als het negatief is zijn de investeerders niet blij. Tot dusver lijkt dit een bedrijf als elk ander.
Een van de opvallende dingen aan dit bedrijf is de grote groep mensen die het een warm hart toedraagt. Duizenden mensen die zich schijnbaar overdreven interesseren voor de resultaten van het bedrijf, zonder daar een direct belang bij te hebben. Op gezette tijden gaat een aantal van hen zelfs bij het bedrijf langs om de medewerkers tijdens het vaak spectaculair ogende
productieproces op de vingers te kijken. Als de medewerkers op die momenten een foutje maken worden ze boos, als de werkzaamheden naar behoren verlopen worden ze blij. Dit maakt het bedrijf al iets bijzonderder dan menig ander.
Binnen de hierboven beschreven groep bevindt zich echter een klein groepje mensen dat pas echt verbazing wekt. Zij verliezen bij het aanschouwen van het
productieproces soms volledig hun grip op de realiteit. Ze identificeren zichzelf met het bedrijf. Winst van het bedrijf is hun persoonlijke winst en, erger nog, verlies van het bedrijf is hun persoonlijk verlies. En eens in de zoveel tijd gaat
dat mis. Dan worden alle normaal geldende normen en waarden voor, tijdens en na hun bezoekjes aan het bedrijf opzij gezet, grenzen worden overschreden, regels worden overtreden, en geheel uit vrije wil smelt deze groep mensen samen tot een levensgevaarlijk en onberekenbaar beest. Een beest dat geen grenzen meer kent, nergens respect voor heeft, zich totaal niet bewust is van zijn eigen krachten en 'bad to the bone' is. Een van de momenten waarop dit proces zich voltrok was op een
zaterdagavond halverwege 1998, toen het bedrijf een van de grootste winsten van de laatste jaren boekte.
Een paar kilometer verderop, op een uitgaansplein in het centrum van de stad, zitten op de diverse
terrasjes groepjes mensen van laatste stukje mooie weer van de dag te genieten. Vaders en moeders
zitten aan de wijn, opa's en oma's aan de koffie, late kleine kinderen lopen
rond met flesjes cola en de vroege stapper bestelt voorzichtig z'n eerste biertje. Er heerst een gemoedelijk sfeertje en niemand is zich bewust van het beest, dat met rasse schreden nadert.
Opeens doet zich op een hoek van het plein een klein opstootje voor. Mensen kijken verschrikt om en zien hoe het beest een gezinnetje van een terras wegjaagt. Zonder al te veel tegenstand te leveren vertrekt het gezinnetje en het beest neemt plaat
aan het vrijgekomen tafeltje. Het kijkt uit over het plein en merkt dat het oog in oog staat met de geschrokken menigte. Even is het muisstil. Dan slaat de vlam in de pan.
Het beest staat op en loopt op de menigte af. Opa helpt oma uit haar stoel en ze
schuifelen zo snel ze kunnen bij het beest vandaan. Kinderen rennen in paniek weg, iedereen wil tegelijkertijd afrekenen en de vroege stapper slaat snel z'n biertje achterover. Aangewakkerd door de massale reactie begint het beest meubilair, glazen en flesjes over het plein te gooien. Een
overmoedig deel van de menigte probeert het beest tegen te houden en een grote vechtpartij breekt uit. Het beest slaat, schopt, steekt en gooit met alles dat binnen handbereik ligt naar de menigte. Bij het geluid van de eerste politiesirenes schijnt het beest echter te beseffen wat de gevolgen van zijn daden kunnen zijn en vertrekt even snel als het gekomen is, een flinke groep gewonden en een volledig verwoest plein achterlatend.
In het geluid dat het beest bij zijn aftocht maakt valt een kinderlijk liedje te herkennen over het bedrijf waar het beest zijn bestaansrecht aan denkt te ontlenen.
AZ is okÈ olÈ olÈ
AZ is okÈ olÈ olÈ
AZ is okÈ
AZ is okÈ
AZ is okÈ olÈ olÈ