- Scheprad -

animatie scheprad
Bij de poldermolens werd het scheprad het eerst als wateropvoerwerktuig gebruikt. Bij wipmolens zit het scheprad meestal aan een zijkant van het onderhuis en kan het voorzien zijn van een schepradkast. Bij achtkante molens zit het scheprad binnen het molenlijf.
Schepradmolens hebben meestal een overbreningsverhouding van ongeveer 1:0,5 (1 omwenteling van het wiekenkruis geeft een halve omwenteling van het scheprad) en de opvoercapaciteit is ongeveer 60 m3 water per minuut.
(Annimatie scheprad: Eric Zwijnenberg)



- Molengang -

driegang
Door de maximale opvoerhoogte van 1,50 meter per rad, was het bij diepere polders noodzakelijk dat het water in 'trappen' omhoog werd gebracht.
Deze zogenaamde 'molengangen' konden bestaan uit twee trappen (tweegang) of drie trappen (driegang). Op de tekening staat een driegang afgebeeld.



open scheprad wipmolen
Een open scheprad kan een flink waterballet veroorzaken.















Vorige pagina met algemene moleninfornatie.

Terug begin homepage.

Laatste wijziging: