Amsterdam > Home (alleen gebruiken als menu niet verschijnt)
Op 17 December 1880 passeerde de akte van oprichting de notaris H.C. Boelhouwer te Watergraafsmeer en daarmee was de Naamloze Vennootschap Gooische Stoomtram, gevestigd te Watergraafsmeer een feit. Amper een maand later ging de schop al de grond in voor de aanleg van het baanvak Amsterdam-Diemerbrug. Al op 17 mei 1881 kon dit baanvak van 4,7 km feestelijk in gebruik worden genomen.
Aan de Middenweg in Watergraafsmeer verrees het hoofdkantoor met daarachter een ruime remise met emplacementen en houten werkplaatsen.
In 1881 werden er 8 tramlocomotieven
geleverd door de firma Henschel
und Sohn uit Kassel, 32 personenrijtuigen en 6 goederenwagons van de firma
Beynes uit Haarlem.
In 1882 volgden nog eens 8 tramlocomotieven, 7 personenrijtuigen en 11 goederenwagons.
Hiermee maakte de oprichter-directeur Ir. C. Bok eigenlijk een te voortvarende
start want op 1 januari 1883 vond er al een directiewisseling plaats. Tot
de nieuwe directeur werd jonkheer J.H. van Reigersberg Versluijs benoemd.
Na hem waren er nog enkele directiewisselingen met uiteindelijk de heer F.M.
Augustijn die vanaf 1898 het bedrijf 40 jaar lang op energieke en moderne
manier in stand wist te houden.

|
1. Loc 7 in de remise achter het hoofdkantoor aan de middenweg. Deze loc kwam in 1904 in bedrijf en werd geleverd door de fa. Henschel (bron 1) |
2. Het plaatskaartenloket in 1902 (bron j.) |
2a.
Amsterdam Weesperpoort (WP) in ca 1902 met linksboven de toegang tot het emplacement van de Gooise Stoomtram (bron ZA) |
2b. Amsterdam Weesperpoort (WP) in 1920 met linksboven het nieuwe stationsgebouw van de Gooise Stoomtram dat in 1909 werd geopend (bron ZA) |
2c. Straatzijde (Mauritskade) van het stationsgebouw van de Gooische bij Amsterdam Weesperpoort (WP) in ca 1931 (bron j.) |
2d. Dezelfde plek, maar iets verder ingezoomd. Bovenop het dak staat de tekst 'Gooische Stoomtram' (bron j.) |
|
3. Loc 15 met o.a. open zomerwagon voor WP. De serie 13-18 werd tussen 1913 en 1921 geleverd door de fa. Henschel waarvan 6 met oververhitters wat een brandstofbesparing van bijna 30% opleverde. De 15-18 waren de zwaarste met een dienstgewicht van 17 ton. Loc 15 kwam in bedrijf in 1920. |
4. Loc uit de serie 13-18 bij WP 1924. Loc 18 is gespaard gebleven en rijdt thans op de museumlijn Hoorn-Medemblik (bron 1) |
|
5. Middenweg (bron j.) |
6. Ook hier de middenweg (bron i.) |
6a. De middenweg in 1915 (bron j.) |
7. Station WP in 1922 (bron j) |
|
7a. Station WP in de achtergrond met links een staatsspoortrein en rechts de Gooise met lok 11 onderweg naar de Vrolikstraat, ongeveer ter hoogte van de Blasiusstraat. Op ditzelfde stuk ligt nu de Wibautstraat (bron j) |
8. Stoomrijtuig 1 'de Zus' stamde uit 1908 en werd in 1924 omgebouwd tot benzinemotorrijtuig. De eerste proefrit resulteerde in een ontsporing doordat de stuitnokken van het draaistel niet zuiver waren afgesteld (bron 1) |
|
9. Hier kruist 'de Zus' de staatssporen bij de Linnaeusstraat 1925 (bron 1) |
9a. Loc 14 passeert daar vlakbij met rijtuig 21 de Oostergasfabriek bij de Linnaeusstraat (bron j.) |
9b. Loc 4 op de Vrolikstraat. Links wordt er druk gewerkt aan de staatssporen (bron j.) |
9c. Ongeveer dezelfde combinatie even verderop bij de Linnaeusstraat (bron j.) |
19. Kruising SS bij de Linnaeusstraat richting WP in 1937 (bron 1)
|
9d. In 1939 wordt het staatsspoor omhooggebracht om de Linnaeusstraat met een stalen brug te kruisen. Het lange wachten voor de spoorbomen is dan voorbij (bron j.) |
10. De Middenweg was eind 19e eeuw een lange open weg zoals in de meeste polders (bron j.) |
10b. Tolbrug over ringvaart Watergraafsmeer(polder) ca. 1925. Hier lag een dubbel spoor t.b.v. kruisende trams. Om de klim van vier en een halve meter te kunnen overwinnen moest er soms opnieuw een aanloop worden genomen of werd een reserveloc vanuit de remise opgeroepen die de te zware tram kon opduwen (bron 1) |
|
11. Gezellige drukte in 1927 op WP. De linkse tram staat klaar voor vertrek naar Laren. Aan de rechter zijde staat de extra tram richting Muiderberg gereed met als laatste rijtuig 24 van WüMAG Görlitz. De 22 rijdt nog op Hoorn Medemblik (bron 1) |
12. In 1929 gaat de Gooise rijden met motorrijtuigen. Deze werden geleverd door Nordwaggon uit Bremen en kregen de nummers 10-19. Vanaf die tijd hebben de motorwagens en gesloten rijtuigen de bruine en beige kleuren. Vanaf dan heeft de maatschappij de naam Gooische Tramweg Maatschappij, kortweg GTM wat ook terug te vinden is in het logo (bron 1) |
13. Moterwagen met rijtuig voor WP (links) ca 1930 (bron d) |
13a. Nagenoeg dezelfde plek, iets dichterbij (rechts) het stationsgebouw van de Gooise in 1934 (bron ZA) |
|
13b. In 1939 wordt Amsterdam Weesperpoort afgebroken. Rechts het stationsgebouw van de Gooise (bron ZA) |
14. Moterwagen 10 voor hoofdkantoor, middenweg 65 ca 1930 (bron 1) |
|
15. Aanhangrijtuig 50 had twee afdelingen: roken en niet roken. Ze boden ruimte aan 32 zitplaatsen en 26 staanplaatsen en hadden goede rijeigenschappen. De serie 50-55 werd in 1930 geleverd door de fa. MAN (bron 1) |
16. Vanaf 1924 onderhield de 'Zus' ofwel moterwagen 1 een regelmatige dienst tussen Amsterdam WP en Diemerbrug. Later reed de 'Zus' ook een kwartierdienst tussen Hiversum en Laren. Hier een foto uit 1932 op de Linnaeusstraat (bron 1) |
17. Het hoofdkantoor aan de Middenweg met de korte bocht naar achteren waar de remise lag. Jaartal onbekend (bron j.) |
17a. Nog een foto van het hoofdkantoor rechts aan de Middenweg kijkend in de richting Linaeusstraat net voorbij Huize Frankendael in 1905 (bron j.) |
|
18. Vanaf begin dertiger jaren werd de concurentie van de autobus steeds groter. Toch gaf menigeen de voorkeur aan de motortrams die veel comfortabeler waren. Voor een enkele conducteur deed de 'Gooise moordenaar' zijn naam weer eer aan als hij ondanks de kopwanddeur toch tussen de moterwagen en de aanhangwagen kwam te vallen en werd vermorzeld door de wielen. Hier een gereedstaande tram op WP in 1932 (bron 1) |
18a. In 1940 wordt ook het stationsgebouw van de Gooische gesloopt (bron j.) |
|
17b. Nog een foto van de Middenweg ongeveer ter hoogte van Huize Frankendael (bron j.)
|
20. De laatste tram van de GTM rijdt in 1939 richting Amsterdam op de Hartveldseweg (Diemen) met van links naar rechts het klooster en het zogenaame Witte Blok (bron j.)
|
20a. In 1940 gaat lijn 9 van de Amsterdamse GVB vanaf de Mauritskade via de Linnaeusstraat rijden, maar werd nu verlengd naar de Middenweg in de Watergraafsmeer. Hierbij werd gedeeltelijk gebruikgemaakt van de kort tevoren door de Gooische Stoomtram verlaten sporen op de Middenweg. In 1948 werd de keerlus bij Betondorp in gebruik genomen en in 1990 kwam de verlenging via de Hartveldseweg naar Diemen (Sniep) tot stand. Hiermee kreeg Diemen een halve eeuw na opheffing van de Gooise tram weer een tramverbinding met de Watergraafsmeer en verder. (foto bron j. en tekst is afkomstig van wikipedia) |