|
|
Uiterlijk
Het uiterlijk van een degoe is niet altijd makkelijk te beschrijven voor mensen die niet weten wat degoes zijn. Als je kijkt naar het uiterlijk van de degoe, dan kan je zeggen dat deze wel een beetje lijkt op de rat-achtigen, maar hij is eigenlijk een cavia-achtige. De degoe is qua lichaamsbouw wat plomper dan een rat. Daarnaast heeft het hoofdje van een degoe veel weg van een cavia en zijn pluimstaartje ook. De staart van een degoe heeft echter schubben. Deze schubben hebben ratten ook. De degoevacht is bruingrijs van kleur en aan het uiteinde van de haren een beetje zwart. Hun buikje is wat beige van kleur. Hoe dik de vacht is hangt af van de omgevingstemperatuur waarin de degoe leeft. Hoe kouder de temperatuur is, hoe dikker de vacht zal worden. Alle degoes hebben inprincipe deze wildkleur, met hooguit wat nuanceringen tussen wat lichtere of donkerdere vacht. Tegenwoordiger zie je echter al wat meer degoes met typische domesticatieverschijnselen. Domesticatatie betekent dat een wild dier meer een huisdier aan het worden is. Zo zie je dat degoes soms in hun vacht witte vlekjes of zelfs bont hebben. De degoe heeft daarnaast vier vingers aan zijn handen en voeten. Het valt op dat de degoe geen echt duimpje heeft. Vroeger heeft de degoe mogelijk wel een duim gehad. Doordat deze niet werd gebruikt en onnodig bleek te zijn is deze in de loop van het bestaan van de degoe heeft dit duimpje een andere vorm gekregen. je ziet nu alleen dus de aanzet van een duimpje. De degoe heeft aan zijn vingers scherpe nageltjes. Deze gebruikt hij om zijn zaadjes vast te kunnen houden en voor stevigheid bij bijvoorbeeld het klimmen. De ogen van de degoe zijn donkerbruin tot zwart. De tanden zijn erg opvallend. Ze zijn oranje-achtig van kleur. Deze kleur is normaal bij degoes. Dit geeft aan dat de tanden sterk zijn. De oren van een degoe zijn redelijk groot en lijken op een schelpje. De degoes hebben in de natuur veel vijanden. Hun geluid is dusdanig dat zij heel goed kunnen horen wat er gaande is. Je ziet ook dat hun oortjes heen en weer gaan als zij (onbekende) geluiden horen. Ze zijn eigenlijk altijd op hun hoede.
|