Start
Omhoog
Nacht/dag dieren
Degoeproblemen

 

 

 

 

 

Degoeproblemen

Auteur: Rob Dekker

Al in een van mijn oudere boeken 'De cavia en cavia-achtigen als gezelschapsdier' welke ik samen met Anneke Vermeulen- Slik heb geschreven heb ik een hoofdstuk aan degoe's gewijd. Omdat ik daarna zelf geen degoe's meer gehouden heb zijn deze leuke beestjes een beetje aan mijn aandacht ontsnapt. Sinds medio 1999 werk ik echter aan een nieuwe boekenserie onder de naam Over Dieren waarin al enige VEZ-achtige dieren zoals de boeroendoek en de dwerghamsters zijn verschenen. Intussen zijn er al meer dan 40 titels in de Over Dieren- serie verschenen en vond ik het tijd voor een boek alleen over degoe's. Toen ik mij echter weer meer met deze beestjes ging bemoeien bleken er ondertussen veel gezondheidsproblemen aan de oppervlakte zijn gekomen. Deze problemen laat ik in het boek 'De degoe' uitgebreidt aan de orde komen maar echte antwoorden heb ik helaas niet altijd. Om u echter op de hoogte te houden zal ik de belangrijkste informatie over de problemen uit het boek hier nog eens publiceren.

De degoe stelt bijzondere eisen aan zijn voedsel. Veel ziektes en aandoeningen zijn dan ook het gevolg van een foutieve voedingswijze.

Voeding in de natuur

Degoes leven van oorsprong in een omgeving die hoofdzakelijk dor, droog en ruw is. Er groeien veel struiken, dorre grassen en kruiden, maar nauwelijks sappig fruit, olierijke granen en zaden en zeker geen chips en snoepgoed! De spijsvertering van de degoe is helemaal toegesneden op het voedsel dat hij gewend was in zijn eigenlijke leefgebied:
dorre plantendelen met veel ruwvezel, gras zo dor als hooi en vrijwel zeker af en toe een insect. Degoes staan erom bekend dat zij vaak aan de bast van struiken en bomen knagen en daarmee schade toebrengen aan het landschap. De enige vruchten die ze zo af en toe eten, zijn die van de stekelige peercactus.

Voeding in gevangenschap

Degoes zijn in gevangenschap echte alleseters. Er is vrijwel niets dat ze niet lusten en daarin schuilt nu juist het grote gevaar! Het is heel belangrijk om degoes, net als chinchilla's in iets mindere mate, geen vette of zoete voedingsstoffen te geven.

Problemen met suiker

Degoes hebben om de een of andere, tot op heden onduidelijke, reden een probleem met het verteren van bepaalde soorten suiker. Er bestaan verschillende suikers, die ruwweg onderverdeeld kunnen worden in korte en lange suikers. Korte suikers verbranden veel sneller dan lange. Het zijn juist de korte suikers die bij degoes voor problemen zorgen. Ze zijn vooral te vinden in fruit, maar ook (veel minder herkenbaar) in andere voedingsstoffen. Wanneer degoes via hun voedsel korte suikers binnenkrijgen, ontstaat er na verloop van tijd een soort diabetes (suikerziekte). Degoes die suikerziekte hebben, drinken veel meer dan normaal en urineren ook meer. Constateert u dat bij uw dieren, schrap suiker (fruit) dan compleet uit het menu en geef steeds genoeg vers drinkwater. Is een dier erg ziek, bezoek dan een dierenarts. Degoes die aan suikerziekte lijden, ontwikkelen vaak een vorm van grauwe staar die uiteindelijk tot blindheid kan leiden.

Problemen met vet en olie

In de oorspronkelijke leefomgeving van degoes komen evenmin vette of oliehoudende granen en noten voor. De zaden die ze eten bevatten vaak wel wat vet, maar in zeer beperkte mate. Het vet dat de degoes niet verbruiken, slaan ze op in hun lever. Bij overmatige vetopname leidt dat (vooral bij vrouwtjes) tot leveraandoeningen, waarbij de lever giftige stoffen gaat produceren en afgeven.

Veel vet en oliŽn zijn te vinden in noten, pinda's, zonnebloem- en pompoenpitten, granen en sommige zaden zoals lijnzaad. Noten en pinda's bevatten zelfs zo veel olie en vet dat degoes ze helemaal niet mogen eten! Een enkele zonnebloempit als traktatie is geen probleem. Zorg dat het voer maar een beperkte hoeveelheid granen bevat.

Vooral volwassen vrouwtjes hebben last van leververvetting. Aandoeningen aan de lever gaan vaak gepaard met grote schommelingen in gewicht en zijn gemakkelijker te voorkomen dan te genezen. Geef het dier uitsluitend vezelrijk en schraal voedsel. Lijkt het erg ziek te zijn, bezoek dan uw dierenarts

Ondanks bovenstaande problemen blijft het zaak voor uw degoes een veelzijdige voeding samen te stellen. Als basismenu kunt u het best vijftig procent caviavoer en vijftig procent chinchillavoer nemen. Dit bevat veel ruwvezel en weinig vet. Degoes zijn weliswaar nauw verwant aan cavia's, maar hebben geen problemen met vitamine C. In tegenstelling tot een cavia kan de degoe deze vitamine uit zijn gewone, dagelijkse voedsel halen en hoeft hij het dus niet extra toegediend te krijgen.

Naast het basismenu moet er altijd vers hooi in het verblijf aanwezig zijn. Hooi is een uitstekend voedingsmiddel voor degoes en bovendien prima nestmateriaal. Ook alfalfa (een dorre zuidamerikaanse grassoort) is een droge, vezelrijke voedingsstof, maar helaas nog vrij moeilijk los verkrijgbaar. Veel voedselfabrikanten hebben daarom alfalfa aan hun voer toegevoegd.

U moet het basismenu aanvullen met een aantal zaken om een juiste, veelzijdige voeding te verkrijgen. Degoes eten graag groente. Pas ervoor op dat u niet te veel vochtrijk groenvoer ineens geeft (bijvoorbeeld sla of andijvie). Dat kan namelijk diarree veroorzaken. Omdat wortel ook suiker bevat, mag u daarvan alleen maar een paar kleine blokjes geven. Koolsoorten kunnen gas in de maag veroorzaken en mogen dan ook niet in grote hoeveelheden worden gegeven. Als u bovenstaande beperkingen in acht neemt, kunt u uw degoes elke dag een klein stukje groenvoer ter aanvulling geven.

Cataract

Een zeer bekend probleem bij oudere degoes is cataract of grauwe staar. Er verschijnt dan een grauwblauwe vlek op het netvlies van de degoe. Het dier lijkt er geen of weinig last van te hebben, maar het gezichtsvermogen gaat snel achteruit en op den duur kunt u merken dat de degoe geen afstand meer kan schatten bij het springen en minder actief wordt. Omdat deze aandoening vaak optreedt op oudere leeftijd, wanneer het dier toch al wat minder actief is, wordt cataract soms niet meteen onderkend. De aandoening is niet dodelijk, maar kan uiteindelijk wel tot volledige blindheid leiden. Er bestaat wel een behandelmethode, maar daarmee kan het proces alleen maar gestopt dan wel vertraagd worden. Volledige genezing is niet mogelijk. Er is een aanwijsbaar verband tussen het voorkomen van grauwe staar in combinatie met suikerziekte.

Witte tanden

Degoes hebben normaal gesproken (net als chinchilla's) sterk oranje gekleurde tanden. Dat is een teken dat het gebit gezond is. De oranje kleur wordt veroorzaakt door de stof chlorophyl, die aanwezig is in groenvoer. Chlorophyl gaat een reactie aan met de enzymen in het lichaam. Deze reactie produceert een oranjegekleurde organische stof, die in het speeksel van het dier aanwezig is. Het speeksel maakt dus de tanden oranje.

Degoes die onvolledige voeding krijgen, waarin te weinig mineralen zitten, lopen gevaar dat hun tanden verzwakken, wit worden en/of afbreken. De tanden kunnen ook verzwakt raken door kleine mondinfecties. Dan worden ze eveneens wit. Laat een degoe met witte tanden onderzoeken door de dierenarts.

Wanneer u ziet dat bij uw degoe een tand is afgebroken, controleer dan of de voeding goed is uitgebalanceerd. Uw dierenarts kan gistocal tabletten voorschrijven die het kalktekort opheffen. Een gebroken voortand zal vanzelf weer aangroeien. Controleer wel regelmatig of dit proces goed verloopt.

Staartverlies

Degoes hebben vaak maar een halve, een kwart of driekwart staart. Dit verschijnsel is heel kenmerkend voor deze diersoort. De degoe heeft namelijk een zogeheten tweede leven in zijn staart. Als hij door een roofdier (of een onhandige verzorger) bij zijn staart wordt gegrepen, stroopt de huid daarvan af en kan het dier zich snel in veiligheid brengen. Het stuk staart zonder vel bloedt weliswaar, maar niet hevig. De degoe zal het huidloze stuk van zijn staart afknagen, zodat een stompje overblijft.

Het verdwenen stuk staart zal niet weer aangroeien, zoals bij een hagedis bijvoorbeeld wel gebeurt. Degoes lijken geen nadelige gevolgen te ondervinden van dit staartverlies, hoewel ze hun staart wel gebruiken als evenwichtsorgaan bij het klimmen. Omdat de huid van de staart zo loszit, mag u een degoe dus nooit aan zijn staart vastpakken (zoals dat bij tamme ratten en gerbils vaak wel gebruikelijk is).

Bovenstaande informatie is afkomstig uit het boek 'De degoe' uit de Over Dieren-serie. Deze boeken zijn te koop in boekhandel, dierenspeciaalzaak of bij de dierenarts.

Bron: VEZ