Geen schijn van kans…

Nederlands Nieuw-Guinea was onze laatste Aziatische kolonie, die in 1950 resteerde van wat ooit Nederlands-Indië was. Indonesië had zijn zinnen gezet op Nederlands Nieuw-Guinea en dat leidde in 1960 tot grote spanningen. Indonesië had het leger klaarstaan om binnen te vallen, de marine stoomde geregeld op en achter de Nederlandse linies werden parachutisten gedropt. In 1960 stuurde Nederland troepenversterkingen, voornamelijk dienstplichtige militairen, maar zij werden een speelbal in de internationale verhoudingen. De wereld wilde af van kolonialisme en Nederland had na het verlies van ’Indië’ geen schijn van kans. Een complete oorlog werd vermeden doordat de Amerikanen als bemiddelaars in 1962 Nederland dwongen Nieuw-Guinea over te dragen aan Indonesië. De westelijke helft van het eiland werd, na Australisch bestuur, onafhankelijk.

@@@@@@@@@@@@@@@@@

Nieuw Guinea : http://nieuw-guinea.startkabel.nl/

@@@@@@@@@@@@@@@@@

- www.legermuseum.nl  Tot 4 Januari 2004 expositie : "afscheid van    Nieuw Guinea".

- http://peterbrouwers.tripod.com/  Site van brouwers en Peperkamp.

- http://www.biak.info Biak site

- www.kluvetnng58-62.nl   Website online van de KluVetNNG 1958-1962:

-http://www.biak.info/foto/fotosite/indexfoto.html   Foto-site Nw.Guinea

    @@@@@@@@@@@@@@@@@@    

VIJFTIG JAAR TRAUMA

(Telegraaf 23-10-2010)

Voor oorlogsveteranen Andreas Schelfhout en Kees Maaswinkel was er geen nazorg toen zij vijftig jaar geleden te­rugkeerden van de vergeefse verdedi­ging van Nederlands Nieuw-Guinea. Jour­nalist Schelfhout en documentairemaker Maaswinkel behan­delden zichzelf: de een schreef er on­langs een boek over, de, ander maakte een film. „Van mij mogen al die soldaten uit Af­ghanistan alle lof en hulp krijgen, zij ver­dienen het, maar wij stonden gewoon in de kou.”

 

OUDWOUDE/ZALTBOMMEL, zaterdag

Andreas Schelfhout (70) kan er nog boos over worden: „Toen wij terugkeerden, stonden er geen ministers, hoge officieren, psychologen of familie te wachten, geen militaire kapel die vrolijke marsen speelde, maar douane en marehaussee die ons visiteerden om smokkelwaar op te sporen. Als dieven in de nacht hadden ze ons teruggebracht."

Schelfhout- was beroepssergeant, verliet na de inzet in Nieuw-Guinea (1960-1962) gedemotiveerd het leger. Stoottroeper-sergeant Anton-Jan van de Wetering (74) bleef wel de dienst trouw, maar voelde altijd een dedain omdat hij tot de troepen behoorde die Nieuw-Guinea hadden 'verloren'. Latere lintjes waren geen pleister op de wonde.

„Tegenwoordig krijg j e hulp na een uitzending, in onze tijd was dat er niet bij", zegt Van de Wetering. „Zeker niet voor een be-roepsmilitair. Wie hulp vroeg, was een watje."

Luchtaanval

De Nederlandse inzet in Nieuw-Guinea heeft Schelfhout nooit losgelaten. Er waren perioden dat hij wegdook in de tuin of onder zijn bed omdat hij dacht dat er een luchtaanval was. Hij heeft zijn tijd als sergeant-vuurregelaar voor een mortierpeloton op de vliegstrip van Kaimana van zich afgeschreven in 'De zomer van 1962'.

Een andere veteraan, die zich niet wil identificeren, typeert de terugkeer van het Nederlandse

leger van de laatste koloniale missie  mismoedig: „Aan ons werd geen woord vuilgemaakt, alsof wij niet ons stinkende best hadden gedaan. Van mij mogen al die soldaten uit Afghanistan alle lof en hulp, krijgen, zij verdienen het, maar wij stonden gewoon in de kou."

Nazorg was er niet. Al die ruim 10.000 soldaten, en dat waren grotendeels 'vrijwillig' aangewezen dienstplichtigen, hebben hun dramatische verblijf in NieuwGuinea een halve eeuw stilzwijgend bij zich gedragen. Nu de Oeroezgan-missie voor Nederland is afgelopen, komen hun tongen toch los. Het boek van Schelfhout en de film 'Geen dag zonder Fak Fak' van Kees Maas-winkel (68) dienen als katalysatoren.

De met veel geheimzinnigheid omklede missie in Nieuw-Guinea, die begon met een mobilisatie in 1960, droeg het merkteken van het tijdsgewricht. Er was geen ruimte voor teleurstelling, onvrede, laat staan oorlogstrauma's. 'Niet lullen maar poetsen', was het devies, al heette dat toen nog 'de armen uit de mouwen steken'. Nederland was doende op te krabbelen uit de puinhopen van de 'Tweede Wereldbrand als er al oog was voor trauma’s dan werden die gespiegeld aan de  verschrikkingen van de nazitijd. Aan autoriteiten werd niet getwijfeld, de overheid was bepaald niet scheutig met informatie, God had nog geen concurrentie te duchten van Allah, verzuiling en de macht van de kerken beheersten het maatschappelijk leven.

Filmacademie

Die dienstplichtige jongens hadden bovendien hun werk gedaan, Nieuw-Guinea was opgegeven,

 er werd in de kroeg over geschamperd. Andreas Schelfhout trok een burgerkloffie aan en werd journalist. Kees Maaswinkel ging naar de filmacademie, ook de anderen pakten de draad weer op. Nu, vijftig jaar nadat de Nieuw-Guinea-crisis• in 1960 begon en zij inmiddels allemaal 'van Drees trekken', begint het oude militaire kistje toch te wringen. Nieuw-Guinea-veteranen voelen zich gebruskeerd, hun trauma's zijn niet minder dan die van andere 'helden' uit onze militaire geschiedenis, alleen werden zij bij wijze van therapie verguisd.

Welke veteraan uit die tijd je ook spreekt, ze worden allemaal getypeerd door een vreemdsoortige berusting waar trots en verontwaardiging met elkaar wedijveren. Trots omdat zij, ver weg weliswaar, ons land hebben verdedigd, verontwaardiging omdat zij na terugkeer in het vaderland werden weggezet als verliezers. Pas heel veel later moesten ze bovendien tot hun verbijstering

ontdekken dat ons land onmachtig was geweest om een vuist te maken tegen de Amerikaanse president John F. Kennedy. Die koos de kant van Indonesië en verdreef in een behendig diplomatiek spel Nederland met de staart tussen de benen uit het 'rijksdeel' Nieuw-Guinea. Schelfhout wordt daar nog steeds boos over: „De rest van de wereld verfoeide ons om ons avontuur in Nieuw-Guinea. Indonesië wilde het eiland hebben, de Papoea's hadden niets te vertellen."

Die laatste verdediging van het Nederlands grondgebied was eigenlijk niet eens een oorlog, maar een schimmenspel. Indonesië had zich zwaar bewapend en dropte para's achter de Nederlandse linies, daar werd jacht op gemaakt. Nederland wilde het enorme eiland behouden om de inheemse bevolking, de Papoea's,hadden niets  te vertellen.”

De laatste verdediging van Nederlands grondgebied wasniet eens  een  oorlog, maar een schimmenspel.Indonesie had zich zwaar bewapend en dropte para’s achter de Nederlandse linies, daar werd jacht op gemaakt.

Nedewrland wilde het enorme eiland behouden om de inheemse bevolking, de Papoea’s te ontwikkelen. Nieuw Guinea veteranen zamelen nog steeds fervent geld in voor deze kleine maar originele bevolkingdie in hun beleving door Nederland in de steek werd gelaten. In zekere zin was de  inzet in Nieuw Guinea onze eerste opbouwmissie  die ontaarde in een vechtmissie. Aan de onderhandelingstafel in New York deed Nederland voor spek en bonen mee.Ondertussen wisten onze jongens ter plekke van niets.

Van de laatste patrouille voor er op 15 augustus 1962  een wapenstilstand werd afgekondigd

maakte Maaswinkel deel uit. Zij n onfortuinlijke maar plichtsgetrouwe commandant, luitenant Charles Moreu, spookt  nog steeds door de levens van de mannen van het tweede peloton van de Charlie Compagnie van het 6e infanteriebataljon Oranje Gelderland. Moreu overleed op 17 augustus 1962 aan verwondingen die hij opliep bij die laatste jacht op Indonesische soldaten. Zijn manschappen, ook Maaswinkel, zijn hem nooit vergeten. Zijn zinloze dood is symbool ge-worden voor het trauma dat zij opliepen bij de „nutteloze verdediging" van het laatste stukje van de gordel van smaragd.

rieven

Als velen stopte ook Maaswinkel het weg. „Ik had wel in brieven naar mijn ouders geschreven. Mijn moeder overleed in 1998, toen vond ik die brieven, maar ik ben ze pas gaan lezen na een tentoonstelling over Indonesië in het Legermuseum in Delft. Daar lag het allemaal, geweertjes, etensblikjes... Toen besprong het me. Ik ontmoette daarna kameraden uit mijn peloton waar ook mensen tussen zitten met het posttraumatische stresssyndroom (PTSS). Schelfhout schampert: „De voorbereiding was gebrekkig, we wisten weinig van het eiland, de keuring was een lachertje en de bewapening armzalig. En spotgoedkoop, de dienstplichtige kreeg 1,25 gulden per dag, 1,75 als hij op patrouille was. Van hun toelages kunnen soldaten nu een auto kopen."

Na een reunie onlangs van de Nieuw-Guinea-gangers in Bronbeek is Schelfhout tevreden, hij heeft met de verkoop van zijn boek voor de Stichting Papoea Steunfonds 150 euro opgehaald. Het lot van de Papoea's is misschien het belangrijkste bindmiddel voor al die soldaten van weleer, ook een stukje verwerking wellicht. Ze zijn zo ongeveer de laatsten in Nederland die dit originele oervolk nog steun verlenen. „We hebben misschien meer voor hen gevochten dan voor Nederland."

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Vlootbezoek Hr.Ms. schepen Karel Doorman, Limburg en Groningen aan Freemantle.
door: Ton Priemus -
Willagee, West Australia.
Maandag 11 Juli 1960
In deze periode was ik bus chauffeur in Fremantle en kwam zodoende nogal dikwijls in gesprek met passagiers. Zo kwam ik ook in gesprek met een paar haven arbeiders op weg naar hun werk. Die vertelde me,"morgen komen er Nederlandse oorlogschepen aan. Die willen hier in Fremantle aanleggen .Het zal echter niet doorgaan, want we laten ze niet binnen omdat ze onderweg zijn naar Dutch New Guinea en daar hebben ze niets te maken".
De Unions zouden daar wel een stokje voor steken.
En zo begonnen er zes interessante dagen voor Fremantle.
Volgende morgen Dinsdag 12 Juli stond in de krant:
Nederlandse "Carrier" kan waarschijnlijk niet aanleggen.
Het Nederlandse Vliegtuigmoederschip de "Karel Doorman" zal vandaag waarschijnlijk niet aan kunnen leggen in Fremantle omdat de Australian Seaman's Union (bond) een "ban" heeft opgelegd. De union heeft besloten om geen personeel beschikbaar te stellen om de sleepboten en de loods boot te bemannen die de Carrier en de Jagers " Limburg" en "Groningen" moeten assisteren.
De schepen arriveren deze morgen in Gage Road en zullen naar verwachting afmeren aan de Noord Kade tussen negen en tien uur.
De sterke rukwinden die vandaag verwacht worden zullen het afmeren van de grote Carrier bemoeilijken zonder de hulp van sleepboten. De twee Jagers zullen daar geen last van ondervinden.
Verblijf van zes dagen.
De drie oorlogschepen zijn op weg naar Nederlands Nieuw Guinea en zijn van plan om zes dagen in Fremantle te blijven. Een afgevaardigde van de Seamans Union in Fremantle zei gisteren dat geen assistentie zal worden verleend voor de drie oorlogschepen. De Union is van mening dat het conflict tussen Indonesia en Holland op vreedzame manier opgelost moet worden.
Op dezelfde pagina stond ook een stukje over een protest in Holland. Vertaald is het als volgt:
Protest in Holland.
Den Haag, Maandag.
Ongeveer 150 leden van de "Nederlandse Pacifistische Socialistische Partij" hielden een drie uur sit-down actie. Ze zaten voor het Ministerie van Defensie als protest tegen het zenden van Nederlandse troepen naar NNG.
In Augustus en September zijn ongeveer 800 Nederlandse millitairen naar dit gebied gestuurd en ongeveer 1000 Nederlandse matrozen zijn er al als waarborg tegen eventuele Indonesische infiltratie pogingen....
Het leek wel oorlog
Dinsdagmorgen 12 Juli had ik een werkpauze tussen 8 uur en 10.30 uur . Het was niet de moeite waard om naar huis te gaan dus bleef ik in de Cantine van de Bus Co. waar ik werkte. Ik zat met anderen te praten terwijl we een kop koffie dronken. Plotseling hoorde we het geraas van vliegtuigmotoren. Het leek wel of er een hele zwerm vliegtuigen net over de daken zou komen scheren. Ook hoorden we kanonschoten. Het leek erop alsof er een oorlog was uitgebroken en we er middenin zaten. Iedereen rende de cantine uit naar buiten om te kijken wat er gaande was.
Onze cantine was niet meer dan een kilometer van de haven af, want dat leek de richting te zijn waar al die geluiden vandaan kwamen.
In de lucht was echter niets te zien. Het geweld van de vliegtuigmotoren werd steeds sterker maar we zagen geen vliegtuigen overkomen. De kanonschoten kwamen uit de richting van Fremantle, het waren flinke knallen van zwaar kaliber geschut. Niemand begreep wat er allemaal aan de hand was. Met de sterke wind vanaf zee was het geraas oorverdovend, maar er viel niets te zien in de lucht...
De kanonschoten stopte en na verloop van een bepaalde tijd (ik weet niet meer hoe lang) hield het geraas van vliegtuigen ook op. Het was werkelijk een raadsel, niemand wist wat er gebeurd was en we gingen maar terug naar binnen.
Ik had geen moment aan de Nederlandse oorlogschepen gedacht. Later in de middag toen ik naar huis ging en de kranten onder ogen kreeg, werd het me duidelijk.

Een bericht in de Daily News was als volgt:
12 Juli 1960.
Het 15000 ton metende vliegtuigmoederschip de "Karel Doorman" van de Nederlandse Marine, meerde vandaag af in Fremantle, zonder hulp van loods of sleepboten.
In winderige natte weerscondities , werd het schip rondgedraaid in de haven en naar de kade getuwd door vier vliegtuigen die op het vliegdek waren vastgezet, met hun draaiende motoren. Dit was noodzakelijk omdat er een stakingsactie werd gevoerd door de Australische Seamens Union.. Woordvoerders van de Union beweren dat de voorgenomen reis van deze schepen een kritische situatie zou veroorzaken tussen de Indonesische en Nederlandse Regering .
De Karel Doorman en de Jagers Limburg en Groningen zijn in Fremantle voor een zes dagen durend bezoek . Ze voeren door de 'heads' van de Fremantle Haven' om ongeveer 8.30 uur onder het welkom van een 21 saluutschoten van het 3rd Field Regiment.
De Karel Doorman liep de haven binnen waar ze een anker liet vallen.
Door gebruik te maken van de windkracht van de propellers van de Avengers, die op het dek vast gemaakt stonden, werd het schip rondgedraaid met de boeg naar de open zee.
Dit verklaarde het geluid van vliegtuig motoren en kanonschoten dat Fremantle in opschudding had gebracht...
15 Juli 1960
De havenstad Fremantle biedt een verontschuldiging aan tegenover haar gasten.
De burgermeester bood zijn verontschuldiging aan, aan de officieren van de drie oorlogschepen in de haven, voor de acties die verleden Dinsdag het afmeren hadden bemoeilijkt.
Burgermeester Dhr Samson wensten, Commodore A P Ferwerda, Captain A J Marcus en de officieren van de Karel Doorman en de Jagers Groningen en Limburg, een hartelijk welkom, op een receptie, gegeven door het gemeente bestuur.
Toen het paard op hol was deden ze de stal dicht.
Om de eer een beetje te redden besloot de Union 'middags om de ban op de Nederlandse schepen op te heffen. Ze waren nu toch al binnen...
Vertaling van het krantenartikel gedateerd 13 Juli was als volgt:
Union heft de ban voor de Nederlandse schepen op !
De "black ban" die Maandag opgelegd was aan drie Nederlandse oorlogschepen in Fremantle bij de Seamans Union werd gisteren middag opgeheven. De Seamans Union secretaris D K Dans stemde hierin toe op een verplichte conferentie samengeroepen bij de President van de Arbitration Court, de rechter Mr Nevill .De conferentie was aangevraagd bij de Stevedoring Companies, en werd ook bijgewoond bij de Fremantle Haven Autoriteiten, en de Painters en Dockers Union secretaris Paddy Troy.
Zeeman Ontslagen.
De "ban" had tot resultaat gehad dat een zeeman, die weigerde de loodsboot naar de Carrier KD te bemannen, was ontslagen gisteren. Deze man, de enige die lid van de Union was op die boot, was al 35 in dienst van de Fremantle Haven Authorities. Een afgevaardigde van de Haven Authorities zei dat nu, na het opheffen van de ban, haast wel zeker zou zijn dat deze zeeman zijn baan terug zou krijgen.
De Jagers "Limburg" en " Groningen" legde gisteren aan op de Noord Kade kort na de "Karel Doorman"
De kade stond vol met Nederlandse emigranten die de schepen verwelkomden. Er stonden ook afgevaardigden van de "linkse" Politieke partijen met wat spandoeken. De pers deed het beste wat ze kon doen en maakte er gewoon geen melding van......
@@@@@@@@@@@@@@@@@

Moeizame strijd tegen para's bij Kaimana en Fak-Fak  (Bewerkt door Teus Meijer)

Opschrift van de Legerkoerier 1962. De auteur is de kap J.H.Buising

Ongeveer 4 maanden heeft de strijd tegen de ruim 1000 boven Nieuw Guinea afgesprongen parachutisten geduurd. Op 30 april (1962) viel de eerste in handen van de Nederlanders. De op de meeste plaatsen ingevaren of ingevlogen eenheden mariniers,de langs de west- en zuidkust gestationeerde onderdelen van 6 Infanteriebataljon,pelotons van het Papoeavrijwilligerskorps,toegevoegde manschappen van de Algemene Politie en de bevolking zelf  hebben in die tijd ruim 400 para's gevangen genomen. Minstens een even groot aantal is gesneuveld of omgekomen. De rest zwierf rond in het vochtige,halfduistere oerwoud,dat hun alleen een bondgenoot was op de ogenblikken dat zij in de dichte begroeiing wisten te ontkomen,hoewel de gevangenschap hun redding zou zijn geweest,want meestal wachtte hun in de natuur een afschuwelijk lot.

Alleen voor het vlakke gebied van Merauke met z'n grote rijkdom aan herten en wilde zwijnen en de hun welgezinde autochtone Keiëzen was de situatie wat gunstiger.

Naarmate meer nieuws over de landingen en de gevechten Nederland bereikte,heeft men intens meegeleefd met de dikwijls bovenmenselijke inspanningen van het merendeel jonge dienstplichtigen. De ondoordringbaarheid  van het land,de geestelijke spanningen en de lichamelijke ontberingen in de dagen- en wekenlange speurtochten en in het besef onverhoeds in de rug te zijn besprongen,maakten het optreden vaak fel en hard. Vergelijkingen met de Indonesië-tijd gaan hier niet op.

Het moreel van de Nederlandse soldaat- veelal voor het eerst in gevecht- is al die tijd verwonderlijk hoog geweest. Hij heeft,hoewel hij in alle nuchterheid wist voor een labiele zaak te strijden,meer gedaan dan van hem verwacht mocht worden. In al die zware patrouilles en wachten zijn weinig soldaten onder de zware psychichische druk bezweken. Dat het aantal gesneuvelden en gewonden zo beperkt bleef,is vooral te danken aan de met overleg uitgevoerde overvallen op de para-bivaks en aan de weinige vechtlust,die de Indonesiërs over het algemeen toonden. Hierbij speelt ook de hulp van Papoea's en de gidsende politie en PVK-ers een grote rol. Het taaie doorzettingsvermogen van onze militairen onder bevel van jonge officieren of onderofficieren is steeds van doorslggevende betekenis geweest.

Overval bij Argoenibaai

In het bergterrein zuidoost van Sorong is de daar gelande troep opgeruimd door Kl-onderdelen. Het snelle succes van mariniers en KL bij Taminaboean is bekend. Ook op het schiereiland Onin,tussen Fak-Fak en Kokas en rond Kaimana,zijn het gemengde of samenwerkende pelotons van de mariniers,PVK en KL geweest,die de para's hebben bestreden,hetgeen ook in het moeras gebied bij Merauke het geval was.

In de weinig aanlokkelijke en zeer dun bevolkte bergen op Onin en boven Kaimana waren de berichten over de bewegingen van de infiltranten zo schaars,dat men soms weken lang niet wist,waar de groepen zaten. Kwam er dan zo'n melding dan was het biojna altijd omdat de indringers zich genesteld hadden in de primitieve voedseltuinen of in zo'n kleine bergkampong zelf en dat werd niet gewaardeeerd.

Een van de grootste successen boekte een gemengde mariniers-landmachtpatrouille onder cammando van elnt A.J.van der Heijden( toen 3 weken in NNG) bij Kaimana.

In het basisbivak, de kampong Moyana aan de Argoenibaai,west van het plaatsje,kreeg deze een melding van een grote groep gehelmde parachutisten,die een voedseltuin leeg aten.Om Moyana te bevoorraden was een "scheepje"van de Kon Marine 8 uur onderweg. De tocht naar de aangeduide plek werd ondernomen met prauwen 7 uur varen,waarna nog 3 uur zwaar klauteren volgde. De overval op de groep,die 26 man sterk bleek, was een volkomen verrassing. Vijftien man sneuvelden, de rest ontkwam in het oerwoud,vrijwel alle wapens en uitrusting achterlatend. Later hebben zich hiervan nog enkelen overgegeven.

Veel moeizamer verliep de actie tegen de inmiddels vaak genoemde groep van de fanatieke Javaanse lnt Hiru Sisnoto die rondtrok in het gebied  rond de Bitsjarabaai oost van het eveneens aan een baai gelegen Kaimana,waar landmacht,mariniers en PVK in de kustkampong Sisir ,  (drie uur varen voor de LCPR) een basisbivak had. Hoewel de troep van Sisnoto langzaam afbrokkelde,bleef hij met z'n para's ongrijpbaar. Tegen deze groep sneuvelden 2 jonge landmachtmilitairen. Later hebben zich hier een flink aantal uitgeputte para's gemeld.

Dwars over Onin-schiereiland

In het ieder voorstelling tartende terrein bij Fak-Fak was de opsporing vaak onbegonnen werk. Hier zijn ook de eerste droppings uitgevoerd;al op 26 april bij Kokas ( een oud infiltratie gebied) uit 1955 en 1956),waar in de nabijheid  van de bergkampong, een para-peloton van 42 man was geland ( incl. bestuursfunctionaris).

In een bijzonder zware tocht zijn toen een KL- en een PVK peloton onder bevel van elnt A.M.Groenewegen via het enige pad dat van Aer Besar ( bij Fak-Fak) naar Memboektep leidde,dwars over het schiereiland getrokken. Van Kokas uit voer een mariniers pelotonde rivier op naar Pasarpendek om de para's vanuit het noorden aan te vallen. Deze "opdrijfactie"in het door slechts enkele bevolkingspaden ( en wat voor) doorkruiste gebied leverde niet het succes dat men ervan  verwachtte,want de groep bleef het "ongebaande" verkiezen boven de paden en de tuinen,dus werd het zoeken naar de speld in de beruchte hooiberg...

Wel werd op 2 mei een eerste resultaat bereikt door een marinierspatrouille van ... 5 man sterk,met als commandant kpl van Loon,die met een Papoeagids een tuin beslopen  bij Nemboektep waar 11 para's zouden zitten. Bij de overval op het "tuinhutje"bleken het er maar 2  te zijn. Eén, een Indonesische lnt,sneuvelde direct;de 2e ,zwaar gewond,stierf toen hij in z'n eigen chute gewikkeld naar de kampong werd gedragen. Omstreeks half mei kreeg ook de zuidelijke kolonne toevallig kontakt met de para's. twee ongewenst meelopende honden trokken door hun geblaf de aandacht van zich blijkbaar vlak bij de patrouille ophoudende para's,want een hunner vertoonde zich plotseling aan de verkenners. Hij werd neergeschoten.Men hoorde anderen nog "madjoe","madjoe"(aanvallen) roepen,hoorde schieten,maar zag niemand. Wel zag men later op de heuveltop  aan de overzijde van het dal nog een paar Indonesiërs die,onder vuur genomen,maakten dat ze weg kwamen. Uit de overigens goed ingerichte bivakken van de Indonesiërs,die nu noordwaarts uitweken,concludeerde mendat het marstempo de helft van dat van de KL-troep was,want men vond er iedere dag twee,waarin weggeworpen uitrusting en munitie. Men was ze op het spoor en nadere steeds dichter... Inmiddels raakten de mannen onder  lnt Groenewegen echter zonder voedsel. Via de "angry nine"kon nog een verzoek worden verzonden,daarna raakte de zender defect. De ontvanger bleef werken,waardoor men de toenemende ongerustheid kon beluisteren in Fak-Fak. Dank zij een briefje,meegegeven aan een bewoner van de kampong Mamoer (bij Nemboektep) bereikte het nieuws van de kapotte zender Fak-Fak en na 2 1/2 dag vrijwel zonder eten te hebben getrokken- "levend van het land"- vond de Klu Dak zowaar de opgegeven plaats en dropte noodrantsoenen. De para's waren inmiddels verdwenen.

Op de 16e mei volgde bij kampong Wajati vlakbij Fak-Fak de 2e dropping 's-morgens om 7 uur. Ze kon van de "platjes" in het stadje worden gevolgd. Een dag later landde weer zo'n groep bij Mamboeniboeni (Kokas)

Kort daarop is lnt Groenewegen van het oerwoud uit gaan "répatten" (thuisvaren).

Hij werd opgevolgd door lnt C.H.L.M. Moreu,die al enige tijd was meegetrokken.In kruispatrouilles heeft deze nog goed werk verricht en daarbij steeds weer enkele para's met z'n troep buiten gevecht gesteld of gevangen genomen.Dit peloton keerde terug naar Fak-Fak en werd afgelost door een detachement onder commando van elnt H.H.Dijcks. Met handhaving van een strakke dicipline wist hij gedurende  de 6 weken dat z'n peloton patrouille liep ,al z'n manschappen in uitstekende conditie te houden. Hij deed zonder enig eigen verlies de para's voortdurend afbreuk. Helaas is vlak voor "het staakt het vuren" lnt Moreu in Kaimana overleden aan tijdens een gevecht bij  Kampong Samoer ( Fak-Fak) opgelopen verwonding.

De natte moesson aan de zuidkust maakte in die maanden de patrouillegang vaak tot een hel en bemoeilijkte het zoeken nog meer,doordat de sporen van de tegenstanders snel werden uitgewist. Nietemin werden de parachutisten voortdurend opgejaagd en vielen zij in steeds kleinere troepjes,tot uitgeputte en verhongerde enkelingen uiteen. Ook de marinierspatrouilles schakelden hen steeds verder uit.

Ook gemakkelijk succes

Het grootste succes op Onin-schiereiland werd echter niet bereikt in het gevecht,maar in een staaltje eenvoudige "psychologische oorlogsvoering". In zelf en door de Papoeabevolking verspreide eigengemaakte stencils werden de Indonesiërs opgeroepen zich over te gevn. Daaraan heeft begin juni en groep van 28 man onder commando van kapt Kartawi gevolg gegeven.Hij was het enkele weken na de landing nabij Fak-Fak beu om op een dergelijke manier gedropt en in de steek gelaten te zijn in dit prehistorische land en het te moeten bolwerken tegen honger,vocht,vermoeidheid, de Nederlanders ,de Papoea's en ... de muskieten.

In nohg nimmer betreden valleien,aan alle kanten omsloten door hoge bergen,in het westelijk deel van dit schiereiland,zijn zelfs naar men vermoedt para's gedaald,die hieruit nimmer meer te voorschijn zullen komen ....

Was de angst om zich over te gevn echter niet zo groot geweest,dan waren onder hen veel minder slachtoffers gevallen. Toch is nog verbazingwekkend dat de landing in zulk terrein- door experts inderdaad voor onmogelijk gehouden- zonder meer met goed gevolg is uitgevoerd. Al bleven er para's in de hoge bomen hangen,gewurgd  in de koorden van hun valscherm,al liepen er een aantal verwondingen op bij het neerkomen in de takken, of verdronken ze in rivieren of moerassen, het overgrote deel  kwam behouden aan op de grond en hield het,de morele klap en ontberingen en tegenslagen ten spijt,vaak maanden vol voor zij,zich gewonnen gaven of eenzaam omkwamen op onbekende plaatsen.

                                                                                                              Bewerkt door Teus Meijer.Veteranengroep "SOBATS"
Sumatra - Nw Guinea - Java
1949 - 1951

@@@@@@@@@@@@@@@

THUISKOMST (door Pieter van Merrienboer

De meeste van hen,mijn broers en andere beminden,

heb ik in hun doodskist zien liggen,
zo toch niet mijn vader,
wiens gestorven zijn slechts een mededeling was
van een legeraalmoezenier aan een dienstplichtig soldaat
in de lichtjaren verwijderde tropen.
 
Een dood,die pas vele maanden later,vele angsten later
bij mijn terugkeer dieper toegang kreeg tot mijn verwilderde denken;
komende uit het vliegtuig,huiverend in de bittere kou van de naderende winter,
met m'n in de war geschopte onbenul,voelde ik mij na alle eerste opwinding als een drenkeling op een onbekende kust geworpen,
omringt door vriendelijk ogende vreemdelingen
wiens taalgebruik vage herinneringen opriep.
 
Ik heb ze allemaal in hun doodskisten zien liggen,
zo toch niet m'n slapie,mijn vriend die sneuvelde in de grauwgrijze modder van Nederlands-Nieuw-Guinea,
waar zijn jonge bloed het gebladerte rood kleurde in die verstikkende groene hel,
vol loze beloften en machteloos verraad,
verraad dat voortwoekert als een onuitroeibare klimplant
die het uitzicht steeds opnieuw weer belemmerd en verstikt.
 
Thuiskomst;een mengeling van fluisterend drijfzand,
onbekende klanken in een moeras van verlatenheid.
Mistflarden van een omsingelende eenzaamheid;
een heelal zonder lichtende sterrenbeelden om je positie te bepalen.
 
Pieter van Merrienboer
Nieuw Guinea

@@@@@@@@@@@@@@@@