@@@@@@@@@@@@@@@@@@

 -website VOKS :  www.voxvoks.nl

- http://korea.pagina.nl/

- http://www.cubra.nl/elievanschilt/welcome.htm Verhalen van Korea-veteraan  Elie van Schilt.

@@@@@@@@@@@@@@@@@@

25 JUNI 1950: BEGIN OORLOG KOREA,  : NOG STEEDS GEEN VREDE!  

Nadat de Japanners in 1945 verslagen waren besloten de Amerikanen en Russen Korea te verdelen in een Noord- en een Zuid-Korea. De grens liep op de 38ste breedtegraad. Pogingen om via vrije verkiezingen weer te komen tot één Korea mislukten en in 1948 werd de Volksrepubliek Korea in het Noorden en de Republiek van Korea in het Zuiden opgericht. In 1949 trokken de Amerikanen en de Russen zich uit beide landen terug. Noord-Korea beschikte in die tijd over een goed getraind en uitgerust leger terwijl Zuid-Korea een klein en slecht uitgerust leger had. Toen de troepen van Noord-Korea op 25 juni 1950 in de aanval gingen, kregen ze dan ook weinig weerstand en binnen enkele maanden was maar liefst 90% van Zuid-Korea in noordelijke handen. Deze communistische agressie leidde uiteindelijk tot een gezamenlijk optreden van de Verenigde Naties, waaraan ook Nederland schoorvoetend deelnam. Veel Nederlandse para-commando's en commando's namen op individuele basis deel aan het Nederlands optreden. In totaal werden er 3418 Nederlandse vrijwilligers uitgezonden met het Nederlands Detachement Verenigde Naties, waarvan er 120 omkwamen en 3 als vermist zijn opgegeven

HEVIGE STRIJD
Omdat de Sovjet-Unie in die periode de VN boycotte kon de volkerenorganisatie al één dag na de invasie een resolutie aannemen waarin de inzet van VN-troepen werd goedgekeurd. De operatie werd geleid
door de Verenigde Staten die reeds een grote troepenmacht in de regio had gestationeerd. Op 15 september 1950 werd de tegenaanval ingezet. Nadat de VN-troepen na de landing bij Inchen zeer verrassend een bruggenhoofd hadden gevormd konden de troepen aan een succesvolle opmars beginnen. De Noord-Koreaanse weerstand werd gebroken en de geallieerden rukten razendsnel op tot vlak bij de Yalu rivier, die de grens tussen Noord-Korea en China vormt. Het communistische China kwam in actie en op 28 november 1950 vielen de Chinezen massaal aan. De VN-troepen moesten terugtrekken en na hevige strijd stabiliseerde het front zich rond de al eerder genoemde 38ste breedtegraad.

GROTE TOELOOP
Hoewel Nederland achter de resolutie stond en zich ook verplicht voelde om aan het verzoek om troepen te leveren mee te werken, stond men niet echt te trappelen. De strijd in Nederlands-Indië was net achter de rug en de toestand van het Nederlandse leger was niet erg rooskleurig. In eerste instantie besloot de regering de Nederlandse steun te beperken tot het sturen van een torpedojager, Hr. Ms. Evertsen. De druk op Nederland werd opgevoerd en al snel werd besloten een eenheid bestaande uit vrijwilligers uit te zenden. De toeloop van vrijwilligers was zo groot, dat uiteindelijk een bataljon, bestaande uit een Staf en Stafcompagnie, 2 infanteriecompagnieën en een ondersteuningscompagnie, uitgezonden kon worden. Op 26 oktober 1950 vertrok het bataljon, bestaande uit 631 militairen onder leiding van luitenant-kolonel M.P.A. den Ouden met de "Zuiderkruis", vanuit Rotterdam. Onder hen veel vrijwilligers afkomstig van het Regiment Speciale Troepen en het Korps Commandotroepen. Hoewel voor vertrek nog twijfel bestond over het nut van deze inspanning was die twijfel bij aankomst volledig verdwenen. Inmiddels was het Chinese tegenoffensief begonnen en elke man was keihard nodig om de Chinese opmars tot staan te brengen. De Nederlanders werden ingedeeld bij het 2nd US Infantry Division. Eind december 1950 vertrokken ze naar het front en werden ingezet bij het dekken van de Amerikaanse terugtocht. 31 December kwam het bevel om zich op 2 januari 1951 te verplaatsen naar de omgeving van Hoengsong.

HOENGSONG
De verschrikkelijke "nacht van Hoengsong", de nacht van 12 februari 1951 is het beste te omschrijven d.m.v. enkele citaten uit een verslag van iemand die het van nabij beleefde, onze aalmoezenier Louis van der Vrande (= 1971).
"Ik heb onderdak gevonden in een kerkje waar niets meer aan een kerk doet denken dan de klok en het torentje. We liggen hier met een twintig man, uitrusting, wapens, en slaapzakken liggen verspreid over de vloer, een rommelige boel. Het is oorlog en men heeft alleen maar aandacht nu voor het wapen, de rest kan ons niks meer schelen. In de middag ga ik met overste den Ouden de stellingen langs. Tot mijn lichte verbazing zie ik op de berghellingen voor ons honderden en honderden soldaten lopen. Dat is daar vijandelijk terrein en niemand schijnt precies te weten wat voor volk dat is. Later vernam ik dat de verbindingen uitgevallen waren. Met donkere ogen kijkt overste Den Ouden in de verte en ik merk aan zijn bezorgd gezicht dat hij er niet erg gerust op is".
"Achter me hoorde ik fluisteren……. Verdomme, Chinezen….. Dat zei kapitein van Marion, commandant Stafcompagnie. Meteen schiet hij zijn karabijn leeg op het groepje. Ik zei nog: kapitein niet te laag, anders raak je mij……… Twee Chinezen springen naar voren. De bajonetten glinsteren in het licht van de brandende auto, de rest stuift uiteen. Ze naderen mij tot een meter of tien, schreeuwend en brullend als dieren komen ze aanstormen. Nooit zal ik die twee vertrokken en brullende koppen vergeten. Ze maken steekbewegingen met de bajonet terwijl ze naar voren rennen. Ik houd me doodstil en denk eigenlijk nergens meer aan. Handgranaten worden met tientallen gesmeten. Overste den Ouden komt naar buiten en wordt aanstonds dodelijk getroffen door een granaatscherf in de slaap. Overal om me heen sluipen mensen, af en toe duidelijk te zien tegen de vlammen van de brandende auto's en lichtmunitie. Iedereen schiet op iedereen. De B-cie bereiken is uitgesloten. Bij elke beweging wordt er gericht vuur gegeven. Ik ben doodmoe. Jan Linzel is zwaar gewond en heeft het onwaarschijnlijke geluk dat hij nog afgevoerd kan worden door een groepje van de B-compagnie".
"Het is een hels lawaai, mortieren, handgranaten, mitrailleurs en karabijnen knetteren. Ik hoor schreeuwen. Het kerkje is platgebrand. Lnt Tober, onze betaalmeester, die er eigenlijk niet mee te maken had, sneuvelde aanstonds op de plaats waar hij zat; het torentje. Veldprediker Timens rent van links naar rechts. Sgt Peter roept hem toe: 'Blijf zitten, zo ga je er aan..'. Hij sneuvelde helaas, vlak bij mij in de buurt. Ik heb het me erg aangetrokken dat hij sneuvelde".
"Het is ongeveer drie uur in de nacht als ik verzeild raak tussen vluchtende Amerikanen, Nederlanders, tanks en auto's. Het is een volkomen chaos. Plotseling overvalt me een haast dodelijke vermoeidheid en apathie. Bijna automatisch sjok ik maar voort tussen afgetobde mannen. We trekken naar het vliegveld Wonjoe. Rond half vijf in de morgen ben ik er en sta meteen tussen honderden gewonden en vele gesneuvelden die buiten langs de tenten neergelegd zijn. Ik zoek aanstonds Jan Linzel en gelukkig ligt hij binnen, dus hij leeft nog. Hij kwam erdoor op het nippertje". Tijdens die verschrikkelijke nacht van Hoengsong sneuvelden zeventien Nederlanders, onder wie de commandant NDVN, lkol M.P.A den Ouden en legerpredikant Ds. H.J. Timens, beiden afkomstig van het Regiment Speciale Troepen. Voor zijn moedig en beleidvol optreden werd lkol den Ouden postuum onderscheiden met de Militaire Willems Orde.

WAPENSTILSTAND
Zware gevechten volgden, tijd om de wonden te likken was er niet! Tussen 13 en 16 februari 1951 werd gestreden om Wonjoe, een stad van vitaal belang, in handen te houden. Het NVDN werd ingezet bij de verdediging van Heuvel 325. Na hevige gevechten waarin de Nederlanders zich onderscheiden, bleef de belangrijke heuvel in geallieerde handen. Volkomen verdiend werd dan ook aan het NDVN de "Distinguisted Unit Citation" toegekend voor Hoengsong en Wonjoe. De Nederlanders kregen daarna enkele maanden om op adem te komen tot de Chinezen op 22 april 1951 aan het eerste lenteoffensief begonnen. In die periode (29 mei-8 juni 1951) werd het NDVN ingezet in de buurt van Inje. Een doorbraak werd verijdeld en eindelijk konden medio 1951 de bestandsbesprekingen beginnen. Tijdens de besprekingen gingen de gevechten in wisselende hevigheid gewoon door! Kort voor het tekenen van het bestand sneuvelde, de van het Korps Commandotroepen afkomstige, luitenant Douna tijdens de laatste patrouilles voor de wapenstilstand van kracht werd. Dat die besprekingen zouden duren tot 27 juli 1953, toen de wapenstilstand door beide partijen te Panmoenjon werd ondertekend, kon niemand bevroeden. Ook kon niemand bevroeden dat tot op heden nog steeds de vrede niet is getekend en dat de wapenstilstand nog steeds van kracht is.

Kapitein b.d. Michiel van Vredendaal was dienstplichtig commando in de tijd dat het Korea conflict uitbrak. Hij zag dat op de Engelbrecht van Nassaukazerne de "Koreanen" werden opgeleid en dat het een hechte club was. Hij moest echter eerst zijn kaderopleiding afmaken. In januari 1953 gaf hij zich opnieuw op en werd "op voet van dienstplichtige" als vrijwilliger uitgezonden. Met een Franse boot, de Felix Roussel, vertrok hij vanaf de haven van Marseille en kwam in juni 1953 in Korea aan. Van Vredendaal was de plaatsvervanger van luitenant H. Douna, die tijdens één van de vele incidenten sneuvelde. Dat voorval heeft hem diep aangegrepen. Hij nam het bevel van het peloton over tot in januari 1954 het verzoek kwam van het Hoofdkwartier van het 8ste Amerikaanse leger om een Nederlandse commandant te leveren voor het VN-peloton. In eerste instantie ging Van Vredendaal voor 1 maand op proef. Dat werden er uiteindelijk 6, tot hij in juni 1954 een hepatitis-B besmetting kreeg. Dat leverde drie maanden hospitaal in Japan op! In oktober keerde hij terug bij het bataljon waarmee hij eind november 1954 terugkeerde naar Nederland. Die anderhalf jaar was voor hem een zeer positieve ervaring. Hoewel ook "avontuur" een belangrijke beweegreden was om zich op te geven, was toch het opdoen van militaire ervaring in een oorlogsgebied zijn belangrijkste drijfveer. Hoewel dienstplichtig, had hij toen reeds het idee om beroeps te worden. Hij vond dat een beroeps meer recht van spreken had als hij bepaalde (oorlogs)ervaringen zelf had ondergaan. Hij heeft dat tijdens zijn verdere carrière ook zo ondervonden. Jaarlijks is hij een trouw bezoeker van de Korea-herdenking bij het Koreamonument op de kazerne.

ZWARE OFFERS
in totaal waren aan het eind van de oorlog 3418
 man daadwerkelijk uitgezonden (waarvan 516 man tweemaal en 38 man driemaal dienden). Hiervan hebben er 2980 man deelgenomen aan de gevechten. In totaal sneuvelden er 120 man, terwijl er 3 man vermist werden. Naast deze mannen, die niet terugkeerden, vielen er 463 gewonden. Naast de Nederlandse gesneuvelden, sneuvelden er ook 40 Koreanen die bij het NDVN waren ingedeeld. Het NDVN werd viermaal onderscheiden met een Presidential Unit Citation. Verder zijn de militairen, die in Korea gediend hebben, onderscheiden met:
- Het Kruis voor Recht en Vrijheid, namens de Nederlandse Regering
- De United Nations Service Medal, namens de Verenigde Naties
- De Korean War Medal, namens de Republiek Korea, speciaal voor NDVN.
De Militaire Willemsorde, de hoogste Nederlandse dapperheidonderscheiding werd driemaal uitgereikt. Postuum werd de Willemsorde verleend aan lkol M.P.A. den Ouden en soldaat Ketting Olivier. De laatste Militaire Willemsorde die tot op heden werd uitgereikt werd verleend aan kapitein J. Anemaet, oud-officier van het Regiment Speciale Troepen. Daarnaast werd de Bronzen Leeuw vijf keer uitgereikt, waaronder aan de toenmalige onderofficier van het Korps Commandotroepen, sergeant Henk Kok, die dezelfde hoge onderscheiding ook al verdiend had in Nederlands-Indië. Het Bronzen Kruis werd 19 keer uitgereikt en het Kruis van Verdienste vier maal. Daarnaast kreeg men in totaal nog 120 Amerikaanse onderscheidingen en 43 Koreaanse onderscheidingen. De meeste militairen die aan de gevechten hebben deelgenomen, zijn gerechtigd tot het dragen van de "Combat Infantry" badge.

Dat de Nederlandse bijdrage ook nu nog hogelijk wordt gewaardeerd blijkt jaarlijks o.a. uit de toespraak van de Ambassadeur van de Republiek Korea tijdens de herdenking van de slag bij Hoengsong. Deze plechtigheid vindt jaarlijks plaats op 12 februari bij het Koreamonument op de commandokazerne. Daarbij wordt ook regelmatig de rol die het Korps heeft gespeeld bij de opleiding van de Korea detachementen genoemd. De offers die het Nederlands Detachement Verenigde Naties gebracht heeft zijn niet voor niets geweest. De Zuid-Koreanen zijn de Nederlandse inbreng nog steeds niet vergeten!

@@@@@@@@@@@@@@@

Shit. Korea medio Maart 1953.
=========================
We lagen sedert onze aankomst 14 Februari nog steeds in de frontline. Het was bitterkoud, de dagen net als iedere dag, op ongeregelde tijden inkomend vijandelijk granaatvuur en bijna iedere nacht opnieuw waren er troepen in het voorterrein, als luisterpost of als patrouille.

Zo ook die nacht. Ik was gedetacheerd bij de S2, mijn compies commandant Kapitein Kamevaar was nog niet gesneuveld.

Die nacht zou er een patrouille uitgaan van Amerikanen, daar deze patrouillegang zou plaats vinden in het voorterrein van het Nederlands Bataljon, moest er een Nederlander mee. Die eer viel mij te beurt, maar liever had ik die een ander gegund.

Rond 23 uur waren we verzameld, na de gebruikelijke check, geen blinkende of rammelende voorwerpen, wapens met een patroon in de kamer, handgranaten voor op je borst, dus klaar voor het grijpen gingen we van start. Het was door de schrale wind echt bitter koud, niet echt donker daar de vallei door het maanlicht redelijk zichtbaar was.

Wat ik altijd als commentaar had op de Amerikanen gebeurde ook nu weer, als een kudden schapen drongen ze op elkaar, één mortier granaat of een strot vuur uit een hinderlaag was voldoende geweest om het grootste deel van de ploeg uit te schakelen.

Het was gelukkig een rustige patrouille, heel even hadden we vuurcontact met een paar Chinezen, maar die trokken zich snel terug richting eigen stellingen, dus beslist geen gevechtspatrouille, vermoedelijk een paar verkenners van de andere kant.

Zo nu en dan het gefluit of gehuil van overvliegend inkomend en uitghaand granaatvuur, afgewisseld door het geratel van een punt 50 mitrailleur, die storingsvuur afgeeft op de Chineese stellingen.

Nadat we ons op drie van de vier checkpoints met de handradio hadden gemeld, trokken we weer verder naar het vierde en laatste checkpoint

Toen gebeurde het, voor mij waren het zeer benauwde ogenblikken, ik moest plotseling hevig kakken, iedere stap moest ik krampachtig pogen om alles binnen te houden, totdat……. het echt niet langer ging.

Ik liep naar voren en melde de Amerikaanse luitenant, commandant van deze patrouille dat ik echt meteen even aan de kant moest.

Maar, dat kon niet etc. Ik zeg, voor mijn part lopen jullie alleen door, maar ik ga nu meteen kakken.

De patrouille met een sterkte van 25 man hield halt, ging rondom mij in dekking en nog nooit daarvoor en ook nooit nadien heb ik nog ooit kunnen kakken met als bewaking 25 Amerikanen met hun wapen in aanslag om mij heen.

De operatie liep verder goed af. Een echt doelwit was ik niet vanwege het groene ondergoed, dat had ik nog overgehouden uit mijn Nederlandse plunjebaal.

Closetpapier was er ook niet aanwezig, maar wij droegen allemaal een pakje met verbandmiddelen, wat ook zeer geschikt bleek om die bruine wond te reinigen.

Nadat ik mijn boodschap had gedaan, trokken wij ongestoord verder naar het laatste checkpoint en daarna terug naar de commandopost en er waren verder geen bijzonderheden.

Nadien heb ik echt gedacht " dat was een van mijn benauwdste momenten tijdens mijn verblijf ik Korea, het idee, om temidden van 25 Amerikanen in je broek te scheiten, dat heb ik door cordaat optreden voorkomen, blik zegt mij niet zoveel, maar ik vind dat ik daar toch wel een decoratie voor had mogen krijgen. Shitmedaille misschien ??

Elie.
@@@@@@@@@@@@@@@@

Korea, na de wapenstilstand die inging op 27 Juli 1953 om 22 uur.

Het wapenstilstandsverdrag was al eerder getekend, namelijk om 10 uur in de morgen.

Na " Het staakt het vuren " komen wij plotseling terecht in een voor ons onwerkelijke situatie. Het was plotseling stil. Geen gehuil meer van overvliegende in en uitgaande granaten, ook niet meer de doffe knallen van het elders opgestelde geschut.

Plotseling kon je weer gewoon lopen zonder bedacht te zijn op een inkomer, we waren plotseling geen frontsoldaten meer, maar geworden tot een leger ten velde.

Ik was toen geplaatst bij de B Cie, inderdaad met als commandant  de toenmalige Kapitein Schüssler.

Reeds de volgende dag laten de Chinezen zich zien op heuvel 528 op de landkaart aangegeven als Sagnosil maar door ons genoemd " Bloody Hill "

Wij moeten ons volgens de regels van het wapenstilstandsverdrag, verder naar achteren verplaatsen, onze nieuwe lokatie wordt de zg. " Kansas Line "

Eerst worden echte in de oude line alle versterkingen afgebroken, loopgraven zoveel mogelijk dicht gegooid en allerlei verbindingslijnen opgeruimd.  Dit werk moet in een tijdsbestek van  twee en een halve dag worden voltooid.

Nadien sluiten de Amerikanen de toegangswegen naar dit voormalig frontgebied af met rollen prikkeldraad en borden waarop de tekst "Caution! You are approaching a demilitarized zone"

Het wordt nu nieuwe stellingen bouwen, loopgraven aanleggen, ook weer prikkeldraad versperringen en ook bunkerbouw. Tijdens deze werkzaamheden, waarbij vaak gebruik werd gemaakt van explosieven, gezien de rotsachtige ondergrond van het terrein.  Hierbij gebeurde helaas ook nog ongelukken.  Willem Middelkamp ( De vader van de bekende maar inmiddels ook omgekomen Motorcoureur Middelkamp ) raakte hierbij zijn hand kwijt en naar ik meen ook nog blind aan één oog.  Ook kapitein Schüssler raakte gewond en moest later ook een oog missen.

We hoefden gezien de wapenstilstand niet meer in bunkers te slapen, hiervoor werden tenten opgezet.  Maar het opzetten van een tent tegen een heuvel is een hels karwei.

Eerst zochten we een plek met niet teveel stenen in de grond.  Het is een samengaan van omstandigheden, Koreanen begraven hun doden ook op de helling van een heuvel ( Ik praat nu over die tijd ) Op de helling zoeken ze dan ook een plek met niet teveel stenen in de grond en daar wordt de overledene dan begraven, naar ik meen met zijn hoofd gericht naar het Oosten.   Dus het is eigelijk een logisch verschijnsel als je zo'n berg af gaat graven om een platvorm te creëren waar de tent moet komen te staan dat je dan soms op graven stuit, die pas worden opgemerkt tijdens het graven.  Je kunt dan geen andere plek gaan zoeken voor je tent, want ook daar zijn misschien oude graven aanwezig.

Dus de botten en botjes worden netjes vergaard en elders in een kuil weer opnieuw begraven.

Tijdens deze werkzaamheden bleek dat bepaalde mensen soms gek in elkaar zitten.

Bij ons was een sobat, het was een grote vent, tijdens de gevechts situatie had hij nog nooit verschijnselen van angst vertoont, was zelfs verschillende keren het voorterrein ingegaan na een aanval of een hinderlaag om gewonden en gesneuvelden op te halen.

Deze knaap stond een paar meter bij mij vandaan, toen ik bij het graven geconfronteerd werd met een oud graf,  eerst kwamen de kootjes van het voetgewricht te voorschijn en toen ik verder groef kwamen de ondereinden van de scheenbenen te voorschijn.

Net toen ik een van die scheenbenen uit het zand trok, keek hij mijn kant uit.  Wat voorheen nog nooit was gebeurd, hij ging door het lint en wilde kreten slakend trok hij aan z'n stutten.

Stom verbaasd keek ik hem na, ik wist eigelijk niet goed wat er aan de hand was., stond daar met een scheenbeen, heb het bij de kootjes van het voetgewricht gelegt en ben maar weer verder gaan graven, nadat ik gezien had dat de kreten slakende maat een eind verder is hij opgevangen door zijn maten en die wisten ook niets beter te doen als hem naar de hospik brengen, nadien is hij afgevoerd naar de Staf Cie en onder behandeling gesteld van de Bataljons-arts.  Die hem liet afvoeren naar Tokio, weet niet hoe het verder met hem is gegaan.

Maar ik heb een vermoeden dat het bij hem toch ook een trauma is geweest, dat tot uiting is gekomen toen hij mij dat bot uit de grond zag trekken.

Nadat ik mijn graafwerk had voltooid en ook de rest van het skelet te voorschijn was gekomen, heb ik de schedel nog wat schoongemaakt, maar toen ik hem 's avonds in een tent plaatste met een stompje kaars erachter, nee de schemerlamp werd niet door iedereen op prijs gesteld, dus heb ik hem de volgende dag bij de rest van zijn/haar botten gelegt en met een flinke laag zand afgedekt.    Wel nog even een foto gemaakt.

Voor de goede orde.  Dit gebeuren is niet beschreven in mijn verhaal over het oorlogs-gebeuren in Korea.

Het zijn gebeurtenissen die later weer terugkomen in je geheugen, nadat je weer eens een foto tegenkomt in je album.


Elie van Schilt.

@@@@@@@@@@@@@@@@@

.  Korea medio Maart 1953 " Luisterpost " Door Elie van Schilt


's Middags kreeg ik van mijn peletons commandant Lt. Ardennen te horen dat ik net als reeds meerdere keren daarvoor die nacht weer mee moest op luisterpost.

Rond 22 uur was het verzamelen bij de Commandobunker van Kapitein Kamevaar, drie mensen uit de verschillende infanteriepeletons en ondergetekende normaal dienstdoende als ordenans bij het Ostpeleton van de A.Cie. Een korporaal was de groepsleider van de vier man sterke ploeg, de enigste naam die ik mij herinner is de rooie van Keulen, dit alleen omdat hij net als ik ook uit Tilburg afkomstig was.

Een man moest al meteen worden gewisseld, die had namelijk een schorre hoest bij zich die wij op de luisterpost in het voorterrein niet konden gebruiken

Buiten vroor het 18 graden en er stond een koude schrale wind, wij waren er echter op gekleed, combat boots, parka gevoerd met bont, zal maar niet vertellen wat we nog meer aanhadden dan wordt het verhaal te lang.

Bewapening, jungle karabijn, iedereen een paar handgranaten, kruislings over je parka 2 linnen slengs gevuld met karabijn munitie, de groepsleider had ook nog een lichtpistool om bij uitval van de zijn radio zo nodig lichtsignalen te kunnen geven.

Even elkaar controleren of alles op zijn plaats zat, een paar keer springen om er zeker van te zijn dat er niets zou rammelen en nadat bij de rooie van Keulen nog een deken aan de achterkant van zijn koppelriem was bevestigd waren wij vertreksklaar.

De deken werd meegenomen als brancard, mocht er iemand gewond raken, dan was het door middel van die deken makkelijker hem te vervoeren.

Rond kwart over tien vertrokken wij uit de bunker van Kapitein Kamevaar, na ontvangst van de nodige instructies. Buiten was het aardedonker, door de sneeuwlucht die er hing stond er geen ster of maan in de lucht.

Middels de loopgraaf die liep van de verdedigingslinie A Cie. naar de voorpost Nudea kwamen wij bij het uitpad naar het voorterrein, dit wel na enig zacht gevloek omdat wij door de duisternis diverse obstakels niet wisten te ontwijken.

Het uitpad gemarkeerd met een wit lint was de enigste uitgang om mijnenvrij het de voorpost Nudea te kunnen verlaten en het voorterrein te kunnen betreden.

Na een honderd vijftig meter te hebben gelopen waren wij aangeland op de locatie die ons was aangewezen, hoe de korporaal deze in de diepe duisternis heeft kunnen vinden is mij nu nog een raadsel.

Waaiervormig instaleerde we ons op de luisterplaats, ondergetekende lag op de linkerflank, telkens vijf meter naar rechts lagen de volgende. Door de harde wind hadden we onze helmen niet meegenomen, die zouden een beletsel zijn om de geluiden in je omgeving te horen. Mijn linkeroor had ik vrij gemaakt van wollen sjaal en bontcap om niets van eventuele geluiden te missen.

Ondanks onze kleding hadden we het toch bitter koud en regelmatig moest het blote oor gewreven worden om bevriezing te voorkomen.

We lagen ongeveer één uur toen de wind wat ging liggen, maar toen begon het te sneeuwen, langzaam werden wij één wit geheel met de omgeving, verplaatsen was niet meer mogelijk daar dit meteen zichtbaar zou zijn, door het witte sneeuwdek werd het inmiddels ook lichter en was de omgeving vaag te onderscheiden.

Over ons heen ging het gefluit van de artilleriegranaten die van beide kanten werden afgevuurd, ook klonk soms het geratel van een punt 50 die zorgde voor storingsvuur, zichtbaar doordat elke vijfde patroon lichtspoor munitie was.

Iets verder weg werd het voorterrein verlicht door lichtgranaten en langzaam zag je de parachutes met daaraan de lichtflair naar de grond afdalen.

Het werd weer stil, ook werden er geen lichtgranaten meer afgeschoten, vermoedelijk had ergens een patrouille contact gemaakt met onze tegenstanders de Chinezen.

Weer een poos later hoorde ik links achter mij de sneeuw knisperen, ik druk mijn hoofd weg in de sneeuw maar zo dat ik nog net over mijn linkerarm van mij af kan kijken, dan zie ik ongeveer 10 á 15 meter bij mij vandaan een donkere gestalte te voorschijn komen, de sneeuw dwarrelt intussen gestaag door, de gestalte door zijn donker uniform inmiddels herkenbaar als zijnde een Chinees loopt in de richting van eigen linie, maar het bleek niet één Chinees te zijn, steeds meer figuren zag ik uit de sneeuw te voorschijn komen en even verder weer in de dwarrelende sneeuw verdwijnen. Ik telde een patrouille van 15 man.

Toen de laatste man was gepasseerd ben ik naar de groepsleider gekropen, die mijn bevindingen middels zijn radio doorgaf aan de commandopost.

Nog geen vijf minuten later klonken schuin links voor ons de knallen van exploderende mortiergranaten, of deze inderdaad de Chineese patrouille hebben getroffen was voor ons niet te constateren.

Even later kregen we bericht om terug te keren naar de stelling, wel meer oplettend als toen we vertrokken daar wij nu ook als donkere figuren zichtbaar waren in de sneeuw.

Het terugkeren naar de stelling ging met een grote boog om eventuele hinderlagen te vermijden, de Chinezen hadden namelijk de nare gewoonte patrouilles ongestoord uit te laten gaan, maar dan bij terugkeer in een hinderlaag laten lopen, vaak gebeurde dit vrij dicht bij eigen linie.

Aangekomen bij het uitpad moest eerst even bericht worden gegeven dat wij terug waren van luisterpost dit om te voorkomen door eigen maten onder vuur te worden genomen.

Na ons te hebben teruggemeld in de Commandobunker van Kapitein Kamevaar konden wij naar onze eigen slaapbunkers vertrekken, met als beloning de komende dag geen loopgraafcorvee of andere diensten. ( Kapitein Kamevaar is in de nacht van 18/19 Maart 1953 tijdens een nachtelijke aanval gesneuveld. )

Later bleek toch dat het randje van mijn linkeroor die nacht niet goed had doorstaan, het bleek bevroren te zijn geweest, wat zelfs nu vele jaren later nog merkbaar is.


Dit was zomaar één verhaal, de hele Koreaoorlog heeft bij ieder bataljon, bijna iedere infanterie Cie. dit soort belevenissen meegemaakt en ieder Koreaveteraan die daadwerkelijk aan de strijd heeft deelgenomen heeft zo ook zijn eigen verhalen.


Maar dit was dus mijn verhaal.

(dit verhaal van Elie van Schilt won een prijs in de "Grote verhalen-wedstrijd 2002" georganiseerd door "CheckPoint)

@@@@@@@@@@@@@@@@@