Welkom op de "SOBATS"website van Frans Berings

                                   ( SOBATS is het Indonesische woord voor: vriend)

           "SOBATS  WEBSITE"

              "DIEN JE SOBAT ZOALS JE JEZELF ZOU DIENEN". 

Ik heb deze website speciaal samengesteld voor mijn kleinkinderen, voor de oorlogsveteranen verenigd in de mailgroep "Sobats" en voor iedereen die geïnteresseerd is in de acties in Ned.Indie. en WO2.speciaal in Deventer.

                                                                  

                                                                   Sgt. Frans J.J. Berings                

                                                  Oprichter van “SOBATS” (Indie-veteraan)

                                                  Drager van ere teken voor orde en vrede (Ned.Indie)

                                                  Ere Lid van Bluehelmets.

                                                  Ere Lid van Sobats.

@@@@@@@@@@@@@@@@@

WIJSHEID
De wijsheid komt met de jaren
ze komt van lieverlee
ze neemt je wilde haren
en je eigenwijsheid mee.

Toon Hermans
@@@@@@@@@@@@@@@@@
De nederlandse strijdkrachten in ned.Indie 1945-1962 :

"Het vergeten leger ". http://www.hetdepot.com/

http://www.wahrweb.org/_songs/windisch1/mp3menunl.html?nl  

(Indische liedjes)

@@@@@@@@@@@@@@@@@

v.a. 16-08-2120 in "tentoonstelling Het verhaal van Indie" in Bronbeek:

http://indonesie.actieforum.com/uit-agenda-f6/vanaf-16-augusutus-2010-on-bronbeek-tentoonstelling-het-verhaal-van-indie-t3132.htm

mailadres: info@indischherinneringscentrum.nl

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

WEBPORTAAL INDIE IN OORLOG : http://www.indieinoorlog.nl

VERTEL HET UW KLEINKINDEREN: http://vertelhetjekleinkinderen.web-log.nl/

 STARTPAGINA VETERANEN: http://www.katanadesign.nl/vets/

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Dit zongen wij in Indie :

 

 ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen

 zie ik ons huis weer voor me staan

 dan zie ik weer jouw beelt'nis tot mij komen

 dan welt er in mijn oog een traan

 dan kijk ik even naar die kleine foto

 die jij mij gaf, door weemoed overmand

 ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen

 dan denk ik aan m’n vaderland.

 

(liedje van Lou Bandy)

@@@@@@@@@@@@@@@@@

Kostbaar is de wijsheid door ervaring gekregen.

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Veteranenbeleid

Defensie beschrijft zorg en toekomstvisie veteranenbeleid

7 juni 2010, 15.50 uur

De komende 5 jaar ligt de nadruk bij het veteranenbeleid op het verder inrichten van zorg voor militairen, veteranen, militaire oorlog- en dienstslachtoffers en hun thuisfront. Dat blijkt uit de Veteranennota die Minister Eimert van Middelkoop vandaag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer. Ook voorziet de nota in een evaluatie van 5 jaar veteranenbeleid.

Zorg, erkenning en waardering voor militairen, veteranen en oorlog- en dienstslachtoffers vormden altijd al de speerpunten van het veteranenbeleid. Nieuw is dat deze erkenning en waardering naar verwachting wettelijk worden vastgelegd. Ook de jonge veteraan krijgt in de komende periode meer aandacht. Deze doelgroep wordt steeds groter, maar blijkt met de huidige initiatieven lastig te bereiken.

De afgelopen 5 jaar werden veel initiatieven ontplooid op het gebied van erkenning, waardering en zorg voor veteranen. Zo wordt op 26 juni de zesde Veteranendag georganiseerd. Ook het de veteranenpas, het veteraneninsigne en het handboek Veteraan zijn tekenen van erkenning en waardering. Dit geldt ook voor het Veteranen Registratie Systeem waarmee veteranen op de hoogte worden gehouden van voor hen belangrijke informatie.

Persoonlijke begeleiding

Op het gebied van zorg hebben er veel ontwikkelingen plaatsgevonden. Zo is er sinds juli 2007 een zorgloket voor militaire oorlog- en dienstslachtoffers, dat voorziet in de individuele begeleiding en ondersteuning. Voor postactieve veteranen met psychische problemen is een gestructureerd civiel-militair zorgsysteem ingericht, het Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV). Vanuit dit systeem wordt ook zorg verleend aan het thuisfront. In juli 2007 is de Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO) opgericht. De RZO houdt toezicht op de kwaliteit van het LZV, geeft gevraagd en ongevraagd advies en doet wetenschappelijk onderzoek.

De voorbeelden zijn slechts een greep uit de in de nota genoemde zorginitiatieven.   Dat zorg voor veteranen hoog op de agenda stond en blijft staan, blijkt ook uit de voorgenomen regeling voor een schadeloosstelling voor militaire oorlog- en dienstslachtoffers. Nog dit jaar zal het kabinet, na overleg met de bonden, komen met een regeling.

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

dd. 02-04-2010 in overleden in Australie, mijn Tjimahi-sobat Ton Priemus.  Doordat  Ton, onterecht werd geschorst bij een andere veteranen-mailgroep, ben ik er toe gekomen om in 2002 de veteranen-mailgroep "Sobats"op te richten. De naam "Sobats" is de naam die Ton had bedacht voor onze groep.

Ton was een wijs man.

Dat hij moge rusten in vrede.

Ons medeleven gaat uit naar zijn vrouw Riet en de kinderen en kleinkinderen.

Frans Berings.

@@@@@@@@@@@@@@@@

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Oud Strijders Legioen opgeheven

Update: vrijdag 26 mrt 2010, 14:55

Het Oud Strijders Legioen (OSL) houdt op te bestaan. Na 58 jaar wordt de roemruchte conservatieve club opgeheven, meldt de 83-jarige oprichter en voorman Prosper Ego.

Het blad van de OSL, Sta-Vast, bestond al langer niet meer. Het kantoor in Rotterdam is gesloten en de dossiers zijn naar het Nationaal Archief gegaan.

In de beginjaren bestond de club vooral uit oud-militairen die hadden gevochten in Nederlands-Indië en Korea. Later trok de groep geharnaste tegenstanders van het communisme en de vredesbeweging.

Het OSL steunde ook het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. De achterban van het OSL bestaat nog uit 2400 mensen.

@@@@@@@@@@@@@@@   

De laatste Zaterdag in Juni veteranendag.Commitee Nederlandse veteranendag : http://www.veteranendag.nl/ Mailadres: info@veteranendag.nl

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Herdenking Indiemonument 2011 op 3 sept. a.s.

 KERSTFEEST IN DE VOORSTE LINIE

Bekassi zelf, nauwelijks een gehucht, werd doodstil in de tropenavond. De spanten van de drie bruggen over de rivier van die naam werden zwart in de schemer, scherper omlijnd, tot ze snel vervaagden en men een licht nodig had om aan de overkant de voorste eenheid te bereiken. Het electrisch licht van de eigen krachtinstallatie, die de gehele nacht met een onafgebroken hoog gierend geluid de  tropenstilte doorsneed, was daar nog niet aangelegd en de soldaten pakten daar hun NIWIN kerstpakketten uitbij wapperende, roet en hitte verspreidende petroleumpitjes, die ze zelf van een leeg conservenblikje hadden gemaakt.Zij lazen aandachtig wat minister Beel op het pakket geschreven had, dat het geen aalmoes was, maar een vriendenhand, die hun vanuit Nederland werd toegestoken,  en een  Drent peinsde lang, waar ie toch die naam Beel  meer gehoord had, "Minister van Oorlog, wat?"
"Nee, zei  een ander,   Beel  is van financiën ….”  Over onze eigen politieke geschooldheid hoeven we ook nog niet zo hoog van de toren te blazen.

Maar ze vonden het enorm aardig
KERSTFEEST  IN DE  VOORSTE LINIE

Tegen vijf uur  zag ik hen terugkomen van patrouille, een lange rij van stoffige soldaten  in uniformen  die bemodderd waren en donker van zweet. Zit hadden iets ondefinieerbaars op hun Vermoeide gezichten waaruit men raden kon dat ze onder vuur gelegen hadden, een vreemde vermoeidheid, die niet alleen lichamelijk was; veeleer het verlost zijn uit een spanning, die hen leeg en slap had achtergelaten. Misschien had niemand toen nog over Kerstmis gepraat, hoewel het Kerstavond was, misschien hadden ze er alleen aan gedacht, zonder het woord te durven uitspreken, Het zou waarschijnlijk de vreemdste Kerstavond uit hun leven zijn ….                        

Een lange rij van soldaten, zo kwamen zij uit het voorterrein; het waren grotendeels jongens uit het Noorden,  uit  Friesland en Groningen en Drenthe en zij hadden tevoren  weinig anders gezien dan boerderijen  en weiden en vee en hun kleine dor­pen, terwijl ze nauwelijks gesproken hadden met andere mensen dan de mensen uit die dorpen. Dit alles was bovendien nog slechts drie maanden geleden. De oudsten onder hen wa­ren amper 21 jaar. Een van hen liep op de Rode Kruis auto toe en vroeg of de jongens hun Kerstpakketten meekregen naar het hospitaal. De patrouille had ons n.l. drie gewonden gekost, maar geen van hen gelukkig ernstig. In de kale schemerige ruimte van de ambulanceauto waren ze zelfs geforceerd vrolijk. Ze voelden zich, zo in het middelpunt der belangstelling. De jongen met het schampschot aan zijn slaap zwaaide nog naar ons en toen  klapten de deuren dicht. Zij vierden Kersteest in het hospitaal.

Ik bleef met de anderen achter in Bekassi, de voorste stelling aan het Batavia-front.             Men bereikt het via vier of vijf strenge militaire controleposten, die met enkele kilometers tussenruimte staan opgesteld aan de afschuwelijk slechte weg. Wanneer men erheen rijdt passeert men tientallen huizen, die niet veel anders meer zijn dan een hoop roodbruin gebarsten en verschervelde dakpannen op een betonnen vloer. Engelsen en Nederlanders hebben hier zwaar gevochten, maar de soldaten die er nu zaten, maakten bezwaar wanneer het Republikeinse Nieuwsbureau Antara van "zware strijd" sprak en de bladen in Nederland dit overnamen zonder enig commentaar. Ze hadden krantenuitknipsels toegestuurd gekregen met commentaar van thuis: Zie je nou wel dat het in Bekassi niet rustig is, zoals jij schrijft ….               In de krant staat …..                                                                                                                Inderdaad, meer dan schermutselingen waren het niet geweest de laatste tijd.. Ze bekeken de foto van Hare Majesteit en bladerden in het boek en aten Goudse stroopwafels en in de kale armoedige ruimten van hun kwartieren -  in Nederland noemen ze zoiets crepeergevallen -omringden ze zich met de zes flesjes Hollands bier. Er waren ogenblikken dat ze even stil werden.

Buiten snerpten honderden krekels langs de rivieroever, kik­kers hielden eentonige zeer eigenwijze gesprekken, die nooit wilden eindigen en in de drukkende tropennacht flakkerde ver weg nerveus het weerlicht, dat plotseling de zwarte waaiers der palmbomen scherp naar voren deed springen.           Een mondharmonica speelde "Stille Nacht" en "Nu sijt wellekome" en, toen ik op het geluid afging, vond ik Piet Hofland uit Rotterdam, helemaal op z'n eentje bij de telefooncentrale. Hij hield, verzonken zoals alleen een jongen met een mondharmonica kan zijn, pas op met spelen, toen er post kwam.
Er waren veel brieven. "Kaik es effetjes, jongens! Weer acht stuks eh! " riep hij. "En ansichtkaarte! "

We keken allemaal met een zekere eerbied naar een paar dennen, doorgebogen onder een vracht van sneeuw verloren aan een ondergesneeuwd Hollands kronkelweggetje, met verderop een huisje, eveneens weggedoken in die witte wereld. "Zalig Kerstfeest" stond eronder.  Waarschijnlijk had niemand ooit in zijn leven zoo aandachtig naar een gewone Hollandse Kerstkaart gekeken als wij.        Maar hij ontdekte een brief van z'n meisje en een van z'n moeder. Toen ie de laatste openmaakte, kwam er een foto van z'n moeder uit, met een kat op haar schoot. "Kaik es effetjes, jongens!" was het weer. "Wat een kat éh! Wat se kaikt éh!" En toen legde hij me uit dat ie speciaal om die foto had gevraagd met die kat, want het was de regimentskat en hij had ze helemaal uit Assen meegebracht naar Rotterdam bij zijn inschepingsverlof en ze heette "Reisinellie," wat een combinatie was van Reisiment en Nellie, de naam van z'n meisje.                                                                                                                     En daar was Adam Krotje uit Tessel: "Mijn moeder schrijft, dat morgen bij ons de ijsbaan geopend wordt, zeg! Zestien graden onder nul! Ze vraagt of ik niet kom kijken. Ik zal d'r een blikkie zweet oversturen …."             
Benes uit Dokkum zat ondertussen z' n ogen te bederven bij een pitje en probeerde de brief van de burgemeester te lezen die alle Dokkummers in den vreemde persoonlijk in 't Fries een Kerstgroet had gestuurd. Hoewel zelf Dokkummer, kon Benes er weinig van maken …. maar er waren anderen die het voor hem vertaalden ….

En dan was er die jongen, die bij het afroepen van de namen, maar steeds moest wachten op zijn eigen naam.. Zijn gezicht werd zichtbaar langer naarmate het stapeltje in de handen van de postuitdeler kleiner werd. Tot hij helemaal op het laatst zijn naam hoorde en met een  “ha” de brief bijna naar zich toe rukte.  Hij  scheurde  haastig de envelop open en haalde er ….. de wekelijkse brief van zijn Hervormde Kerkgemeente uit. Hij zei toen een woord, dat niet in die brief stond.

De kok kwam met het menu voor Kerstdag. Het was een best menu en hij had er "Menu" boven gezet met grote krulletjes versierd met hulstblaren. Om zeven uur zou er brood en spek en koffie zijn, om tien uur kregen ze koffie en speculaas (seculaas, stond er), om half een bier en soep, gebakken aardappels met vlees, doperwten en wortels, en pruimen met "van vanillievla” waarna peren op sap (koud) had hij erachter gezet.  Om vijf uur  brood met gebakken  ham en om negen uur krentenbrood met chocolademelk. Het was inderdaad een Menu om plechtig je naam onder te zetten en dat had hij dan  ook gedaan: C. van Asma, Kok, had bij eronder gezet.

Tegen tien uur die avond, reden de katholieken, het waren er niet zo erg veel - op een truck naar Krandji, een kilometer of drie terug. leder moest zijn wapens meenemen. Zo reden ze naar de Nachtmis. Aalmoezenier van Donk uit het Albertinum van Nijmegen had n.l. de plechtigheden op enkele plaatsen moeten  concentreren. .”Vanmiddag ….",  zei iemand, toen we op de truck klommen. " Vanmiddag lagen we nog op die kerels te schieten en nou gaan we naar de Nachtmis...."  "Maar ze beschoten ons toch binnen onze perimeter. Als zij zich niet aan het Bestand houden, moeten ze …. "                 
"Och man," zei de eerste stem weer, "Jij snapt er niks van!" Onder een overweldigend diepe hemel, bezaaid met grote klare sterren -  ze schenen zo dichtbij en klaar, dat men soms  meende ze te horen branden - hotsten we naar Krandji.

Er was daar een altaar opgeslagen in een bamboeschuurtje; van stut naar stut hingen rode en groene en  blauwe papieren guirlandes en er waren kaarsen en vers gesneden palmgroen. Om twaalf uur bogen we, zoals in alle jaren onzer jeugd, opnieuw het hoofd onder de boodschap van  “Vrede op aarde aan de mensen van goede wil …." We zongen van de Heilige Nacht en van wij komen te samen en van de Herdertjes, en de aalmoezenier zei ons in zijn preek dat dit Kerstkind in plaats van alles wat we ontberen moesten, ons de Liefde brengen wilde.

Na de Nachtmis dronken we koffie, die nu eens niet naar ontsmettingsloog smaakte, we aten brood met kaas en vlees en iedereen wenste je Zalig Kerstfeest en zei, zo maar iets   vriendelijks tegen je. Ik geloof dat we op dat moment ons allen zeer ver van huis voelden, maar er was niemand die erover sprak. In de nacht reden we naar een ander kampement in Kebalen, zwaar met brencarriers en geweerschutters beschermd. We trokken ons in een soort veerboot, die elk ogenblik dreigde om te slaan aan een staalkabel, die daar boven de snelstromende Bekassi was gespannen, naar de overkant. De week tevoren was er iemand verdronken. De aalmoezenier gleed uit aan de wal en moest zich verkleden voor hij de Dageraadsmis kon opdragen.

Naast me zat tijdens deze Mis een jongen zo doodstil te staren, dat ik hem later op zocht. Hij zat helemaal alleen naar de laatste sterren te kijken, die verbleekten voor de nieuwe dag. Ik wenste hem Zalig Kerstfeest en vroeg hoe het in Kebalen ging, "Het zit hier vol beesten," zei hij, "en ik heb last van m'n voeten en die infanterie is niks.  Altijd maar patrouille lopen en zo nou en dan schieten en dan weer op wacht, Ik word het hier nooit gewoon.”  Het waren natuurlijk de muskieten niet en de kakkerlakken, noch de infanterie, maar hij durfde me niet vertellen, dat ie dit Kerstfeest liever in Erica gevierd had. We hebben toen samen de dag aan de lucht zien komen en de ochtendmist melkig wit voorbij de klapperbomen zien drijven, en op het laatst lachte hij en liet me alle foto's zien van z'n hele familie, tot ’n foto van het dienstmeisje toe. Ik beloofde zijn Kerstgroeten te zullen overbrengen aan de familie Kamper in Erica. Hij was ongelooflijk blij.  Misschien zou hij het nog wel gewoon worden ook, zei hij toen ik wegging.

J.W. Hofwijk

@@@@@@@@@@@@@@@@                                                     

 Nationaal Indiemonument                               
 ( in het nieuwe venster openen): Video: http://www.youtube.com/watch?v=7uvst_6HhRU

In het Stadspark Hattem te Roermond staat sedert 1988 het Nationaal Indië-monument; een bijzonder monument voor de ruim 6000 !! "vergeten" gevallenen in Nederlands-Oost-Indië en Nieuw Guinea (1945-1962). Bij het park is een informatie-centrum ingericht. Meer info: 0475-310497. Jaarlijks vindt op 7 september de herdenking van de gevallenen plaats.

7 September 1986 : In de roermondse Ernst Casimir Kazerne was het Hans Cremers met een "werkgroep" die de initiatieven nam tot oprichting van het "Indie monument". De zuilengang werd in 1990 gebouwd en tijdens de 7 September-herdenking door minister Ter Beek onthuld. Pierre Huyskens doopte de zuilen tot : "De wachters bij hun naam". In het door hem onder die titel geschreven geschreven stuk poëtisch-proza droeg hij dit voor :

                       Vanaf vandaag
                 Is hij geen nummer meer
                 of optelcijfer in het getal
                               van al
      dat sneuvelen moest in een vergeefse strijd
      Die men het liefst verbant naar de vergetelheid
 
                       Vanaf vandaag
              staan wachters bij zijn naam
                 De zuilen in dit park
           die duizenden van namen dragen
             zoals die mogelijk zijn van
                           A tot Z
        Tussen Van Aalderen en Van Zwieten

http://www.lrc-kontakt.com/eenheden/Indie%20monument.htm

Toespraak Verhagen tijdens herdenkingsbijeenkomst bij het Nationaal Indië-Monument

Dames en heren,

Dat ik vandaag namens het kabinet het woord tot u mag richten, is voor mij een grote eer. We herdenken vandaag, net als voorgaande jaren, meer dan zesduizend militairen die in de Oost zijn gesneuveld. Meer dan zesduizend levens in de kiem gesmoord. Mannen en jongens in de bloei van hun leven, vol plannen en verwachtingen voor de toekomst. Zij lieten het leven in een land ver van huis. Hun vaders en moeders zouden hen niet ouder zien worden. Hun vrouwen zouden hen niet terugzien. Hun kinderen zouden hen niet kennen. Dat hoogste offer verdient onze volle aandacht en ons diepe respect.

Aandacht en respect die in het verleden maar al te vaak ontbraken. Dat kunnen we ons vandaag de dag nauwelijks voorstellen. Nu is er meer waardering voor het werk van uitgezonden militairen. Er is meer begrip voor wat er van hen gevraagd wordt. Ook de aandacht voor het werk en de offers van veteranen groeit. Zo is er sinds vijf jaar een jaarlijkse Veteranendag, op 29 juni, die bedoeld is als eerbetoon en blijk van waardering voor alle Nederlandse veteranen. Daar ben ik blij om. Die aandacht is terecht. Het is goed dat we onze militairen en veteranen laten weten dat we trots zijn op hun inzet, dat zij een onmisbare bijdrage leveren aan het tot stand brengen van een veiligere en welvarendere wereld. Als minister weet ik: wij kunnen het besluiten, maar zij voeren het uit. Dat vraagt heel wat van hen, van hun familieleden, en van hun omgeving. Daarvoor mag Nederland dankbaar zijn.

Voor u was er destijds weinig aandacht. Het respect dat u toekwam, kreeg u niet. Er wachtte u na de oorlog geen warm welkom, althans, vaak was dat niet het geval. In Nederland was iedereen bezig met de wederopbouw en de verwerking van zijn eigen oorlogservaringen. Er was geen begrip of belangstelling voor wat u had meegemaakt, in dat opgegeven land daar zo ver weg. Woorden als nazorg en traumaverwerking bestonden toen nog niet. Er was nauwelijks een luisterend oor. Van u werd verwacht dat u zich schikte. Naar uw gezin, naar de samenleving, naar de eisen die die tijd stelde. U moest vooral weer snel overgaan tot de orde van de dag: er wachtten belangrijkere zaken. Als het al over Indië ging, dan was het vaak in een negatief daglicht. U werd bij wijze van spreken met de nek aangekeken – voor een keuze die de Nederlandse regering had gemaakt, maar waarvoor u zich moest verdedigen. De verantwoordelijkheid werd op het verkeerde bordje gelegd: op uw bordje.

Vandaag eren we de nagedachtenis van de meer dan zesduizend soldaten die naar Nederlands-Indië, en later Nieuw-Guinea, gingen en niet terugkeerden. Hun namen mogen niet worden vergeten. Uw inspanningen en offers mogen niet worden vergeten. Daarom sta ik hier vandaag. Om dat te onderstrepen.

En daarom is het ook zo belangrijk dat er herdenkingen zijn als deze, hier, op de plek waar voor velen de reis naar Indië begon. U heeft enorm veel meegemaakt, onder omstandigheden waar de meeste mensen vandaag de dag zich geen voorstelling van kunnen maken. Het doorgeven van die verhalen is van onschatbare waarde. Alleen als u het ons vertelt, kunnen wij het weten. Kunnen wij het begrijpen. Kunnen wij er lering uit trekken. Dat zeg ik niet alleen als minister en als historicus, maar ook als vader. Als ik kijk naar wat mijn kinderen op school hebben geleerd over het Nederlandse verleden in Indië, dan vind ik dat eigenlijk te weinig, te summier. Een paar koude feiten uit de geschiedenisboeken. Verhalen zonder gezicht. Eigenlijk zou iedereen verplicht een deeltje uit de reeks van Anton P. de Graaff moeten lezen. Hij tekende heel veel persoonlijke geschiedenissen van Indië-gangers op. Als je zijn boeken leest, begrijp je wel waarom soldaat Bob zegt: “Het staat als met een stalen pin in mijn ziel gegrift.”   En zo, concludeert de Graaff, is het voor velen van u: u bent levenslang op patrouille.

Indië zit voor altijd in u. Daar kunnen ook positieve kanten aan zitten. Velen van u zullen, ondanks de verschrikkingen die u er heeft meegemaakt, ook mooie herinneringen koesteren aan het land. Misschien bent u er nog eens teruggeweest. Nam u uw partner en kinderen mee, om hen de plaatsen van uw herinnering te laten zien en hen kennis te laten maken met het land dat uw leven gekleurd heeft. Een land van grote schoonheid, met typische geuren en kleuren, en een gastvrije bevolking. Mijn vrouw, die haar vroege jeugd doorbracht in Indonesië en ik, die het land inmiddels redelijk vaak bezocht, hebben het tenminste altijd zo ervaren. En zelfs in dagboeken van soldaten kom je fragmenten tegen over het hartelijke contact met de Indonesiërs. Hetgeen uw missie waarschijnlijk nog moeilijker maakte.

Dames en heren,
In 2005 hebben Nederland en Indonesië gezamenlijk een streep gezet onder de geschiedenis. De Nederlandse regering heeft toen spijt betuigd voor de gewelddadigheden die van Nederlandse kant zijn begaan. Die spijtbetuiging aan Indonesië en het respect voor u, veteranen, zijn niet strijdig met elkaar. Ze gaan hand in hand. U deed uw plicht in naam van het vaderland en werd meegesleurd op de golven van de geschiedenis. Het was een heel andere tijd. Een tijd waarin Nederland verwikkeld was in een grimmige strijd. Een tijd waarin Nederland en Indonesië op een pijnlijke en gewelddadige manier uit elkaar gingen. Daarbij zijn ook ontoelaatbare dingen gebeurd. En dat hebben we erkend. Dit was een cruciale stap, die nodig was zodat Nederland en Indonesië samen de blik konden richten op de toekomst.

Tegenwoordig hebben onze landen een brede relatie. Maar een speciale band zal er altijd blijven. Tijdens mijn laatste bezoek aan Indonesië afgelopen januari sprak ik met drie weduwen uit Rawagedeh. Drie stokoude, breekbare mensjes, die alleen Soendanees spraken. Via een tolk hoorde ik aan hoe zij de gebeurtenissen destijds beleefd hadden. Ze vertelden over de verschrikkingen die zij hebben doorgemaakt, over het verlies van hun dierbaren, over hun pijn. Ik vond het een moeilijk gesprek. Veel moeilijker dan om tafel zitten met een buitenlandse minister en een lastige boodschap brengen. Deze vrouwen antwoorden, hen op een bepaalde manier troost bieden, dat vond ik van een andere orde. Het gesprek raakte me dan ook diep. Ik besefte: de geschiedenis heeft ons bij elkaar gebracht, en de manier waarop dat is gelopen, zorgt dat er een eeuwige band is. Die verwevenheid is óók een consequentie van het verleden dat we delen, van de strijd die geleverd is. Nu die achter ons ligt, kunnen we uit die verwevenheid het positieve putten. Samenwerken met Indonesië om de wereld van vandaag een betere plaats te maken. Ik kan u zeggen dat de relatie tussen onze twee landen zo goed is, dat we dat ook doen. Als vrienden, op voet van gelijkheid en met respect voor elkaars achtergrond.

Dames en heren,
H.J. Leebeek schreef een aangrijpend gedicht over het gevoel dat veel Indië-gangers hebben overgehouden aan hun uitzending. Het heet De nevel doorbroken en ik zou er graag een aantal passages uit citeren:
 
Aan ons geen keus. Het was een plicht
die je volvoerde als een vent,
hoezeer je jeugd ook werd ontwricht.

Men rangschikt onze Indiëtijd
als een naoorlogs tafereel,
met af en toe wat narigheid
door wisselingen van toneel.
‘Het is geen oorlog’, werd gezegd,
‘die is toch immers al voorbij?’

Doch die ten grave zijn gelegd:
meer dan zesduizend?.... Zeg: weet jij
hun namen nog? Noem mij ze dan
en luid! Opdat de politiek
het nog eens duidlijk horen kan.
Na zestig jaar en en public!

Ieder trekt uit het gebeurde zijn eigen lessen. Het belangrijkste dat ik geleerd heb, uit de gebeurtenissen rondom het ‘loslaten’ van Nederlands-Indië, is dat mensen het kostbaarste materieel zijn dat we bezitten. Daar moeten we zuinig mee omspringen. Veel zuiniger dan bij u is gebeurd. In dat opzicht kan ik de soldaat en de dichter Leebeek naar eer en geweten antwoorden: de politiek heeft uw oproep gehoord. Het mag niet weer zo gebeuren.

Dank u wel.
@@@@@@@@@@@@@@@@@@

                   6041 SC,                                                       Wie mag zich veteraan noemen.

De Tweede Wereldoorlog, voormalig Nederlands Indië en Nieuw Guinea, Korea, maar ook bijvoorbeeld Libanon, Cambodja, Irak, Ethiopië, Angola, Haïti, voormalig Joegoslavië. en Afghanistan. Het zijn brandhaarden waarbij de Nederlandse krijgsmacht de afgelopen decennia operationeel is ingezet. Vaak met gevaar voor eigen leven heeft menig (ex-)militair het dienen van het vaderland heel letterlijk moeten nemen. Daarbij hebben deze veteranen onuitwisbare ervaringen opgedaan. De Nederlandse staat is hen veel dank verschuldigd. In dit opzicht heeft defensie een extra verantwoordelijkheid. Vanuit die verantwoordelijkheid is een beleid ontwikkeld dat stoelt op zorg en erkenning.

Wie is Veteraan?
Het ministerie van Defensie verstaat onder veteraan: alle gewezen militairen met de Nederlandse nationaliteit die het Koninkrijk hebben gediend in oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties, inclusief vredesmissies in internationaal verband. Met nadruk wordt hierbij inbegrepen het personeel van het voormalig Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) en het vaarplichtig koopvaardijpersoneel uit de Tweede Wereldoorlog.

Erkenning en respect
Het beleid van Defensie is erop gericht dat militairen die zich voor Nederland hebben ingezet, recht hebben op erkenning en respect. Ook geeft Defensie hen, indien gewenst, hulp bij de verwerking van de nadelige gevolgen van hun dienstvervulling onder oorlogsomstandigheden, zowel fysiek als psychisch.
Daarnaast is een aantal financiële maatregelen getroffen, zoals het uitbetalen van achterstallig soldij voor Nederlandse militairen die in de jaren 1943 tot 1945 in Duitse krijgsgevangenschap hebben geleefd; en een pensioenvervangende uitkering voor dienstplichtigen die in de periode van 1936 tot 1962 vijf jaar of langer werkelijke dienst hebben vervuld en daar nooit een pensioen voor hebben ontvangen.
Ook kunnen dienst- en reserveplichtigen en oorlogsvrijwilligers, die hun militaire dienst gedurende meer dan twee jaar, doch minder dan vijf jaar hebben vervuld, waarvan een gedeelte tijdens de Tweede Wereldoorlog, in voormalig Nederlands-Indië, Korea of Nieuw-Guinea, aanspraak maken op een eenmalige erkenningsuitkering van 454 euro. De uitkering geldt ook voor weduwen. Verdere informatie hierover kunt u aanvragen bij: Ministerie van Defensie, Uitkering Veteranen 2 - 5 jaar, Postbus 7000, 6460 NC Kerkrade. (telefoon 045-5469997).

Veteranenpas
Nederlandse veteranen kunnen aanspraak maken op een zogenaamde veteranenpas. Deze pas geeft recht op tal van faciliteiten, zoals een gratis abonnement op Checkpoint, een tijdschrift voor oude en jonge veteranen, een gratis abonnement op één van de defensiemaandbladen en twee keer gratis reizen met het openbaar vervoer om naar keuze herdenkingen en Open Dagen van de krijgsmacht te kunnen bijwonen. De veteranenpas kan worden aangevraagd bij het Veteraneninstituut.

Veteraneninsigne
In 2003 is ten behoeve van veteranen het nieuwe veteraneninsigne ingevoerd. De eerste exemplaren werden op 20 januari uitgereikt door staatssecretaris Van der Knaap. Het insigne (zie foto) symboliseert een algemene waardering voor het belangrijke en risicovolle werk dat de veteranen in het verleden hebben verricht. Daarnaast heeft het een belangrijke functie voor de herkenning van veteranen onderling. De insignes komen ter beschikking van iedereen die bij het Veteraneninstituut staat ingeschreven als veteraan met een Veteranenpas. Voor het insigne hoeven geen aparte aanvragen te worden ingediend, het wordt automatisch toegezonden aan iedereen die er recht op heeft.

Belangrijke telefoonnummers en adressen

Defensievoorlichtings- en Veteranencentrum
Kalvermarkt 38
2511 CB Den Haag
Tel: 070-3188802

www.veteraneninstituut.nl
Postbus 125
3940 AC Doorn
Bezoekadres:
Willem van Lanschotplein 2, Doorn
Tel. 0343-474147
Fax. 0343-474114
e-mail:

info@veteraneninstituut.nl

http://www.veteranenplatform.nl/8/Vragen.html
Audrey Hepburnlaan 4
Postbus 125
3940 AC Doorn
tel; 0343 474101
fax; 0343 474104

ABP/Militaire Pensioenen
Oude Lindenstraat 70
Postbus 4476
6401 CZ Heerlen
045-5796255

UWV/USZO/Defensie
Oude Lindestraat 70
Postbus 4490
6401 CZ Heerlen
045-5799111