Welkom op de
"SOBATS"website van
Frans Berings
( SOBATS is het
Indonesische woord voor: vriend)
"SOBATS WEBSITE"
"DIEN JE
SOBAT ZOALS JE JEZELF ZOU DIENEN".
Ik heb deze website
speciaal samengesteld voor mijn kleinkinderen, voor de oorlogsveteranen
verenigd in de mailgroep "Sobats" en voor iedereen die geïnteresseerd is
in de acties in Ned.Indie. en WO2.speciaal in Deventer.

Sgt. Frans J.J.
Berings
Oprichter van “SOBATS” (Indie-veteraan)
Drager van ere teken voor orde en vrede (Ned.Indie)
Ere Lid van Bluehelmets.
Ere Lid van Sobats.
@@@@@@@@@@@@@@@@@
WIJSHEID
De wijsheid komt met de jaren
ze komt van lieverlee
ze neemt je wilde haren
en je eigenwijsheid mee.
Toon Hermans
@@@@@@@@@@@@@@@@@
De nederlandse strijdkrachten in ned.Indie
1945-1962 :
"Het vergeten leger ". http://www.hetdepot.com/
http://www.wahrweb.org/_songs/windisch1/mp3menunl.html?nl
(Indische liedjes)
@@@@@@@@@@@@@@@@@
v.a. 16-08-2120 in "tentoonstelling
Het verhaal van Indie" in Bronbeek:
http://indonesie.actieforum.com/uit-agenda-f6/vanaf-16-augusutus-2010-on-bronbeek-tentoonstelling-het-verhaal-van-indie-t3132.htm
mailadres:
info@indischherinneringscentrum.nl
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
WEBPORTAAL INDIE IN OORLOG :
http://www.indieinoorlog.nl
VERTEL HET UW KLEINKINDEREN:
http://vertelhetjekleinkinderen.web-log.nl/
STARTPAGINA VETERANEN:
http://www.katanadesign.nl/vets/
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
Dit zongen wij in Indie :
ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen
zie ik ons huis weer voor me staan
dan zie ik weer jouw beelt'nis tot mij komen
dan welt er in mijn oog een traan
dan kijk ik even naar die kleine foto
die jij mij gaf, door weemoed overmand
ja, als ik in mijn klamboe lig te dromen
dan denk ik aan m’n vaderland.
(liedje van Lou Bandy)
@@@@@@@@@@@@@@@@@
Kostbaar is de wijsheid door ervaring
gekregen.
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
|
Veteranenbeleid
Defensie beschrijft zorg en
toekomstvisie
veteranenbeleid
7 juni 2010, 15.50 uur
De komende 5 jaar ligt de
nadruk bij het
veteranenbeleid op het
verder inrichten van zorg
voor militairen, veteranen,
militaire oorlog- en
dienstslachtoffers en hun
thuisfront. Dat blijkt uit
de Veteranennota die
Minister Eimert van
Middelkoop vandaag heeft
aangeboden aan de Tweede
Kamer. Ook voorziet de nota
in een evaluatie van 5 jaar
veteranenbeleid.
Zorg, erkenning en
waardering voor militairen,
veteranen en oorlog- en
dienstslachtoffers vormden
altijd al de speerpunten van
het veteranenbeleid. Nieuw
is dat deze erkenning en
waardering naar verwachting
wettelijk worden
vastgelegd. Ook de jonge
veteraan krijgt in de
komende periode meer
aandacht. Deze doelgroep
wordt steeds groter, maar
blijkt met de huidige
initiatieven lastig te
bereiken.
De afgelopen 5 jaar werden
veel initiatieven ontplooid
op het gebied van erkenning,
waardering en zorg voor
veteranen. Zo wordt op 26
juni de zesde Veteranendag
georganiseerd. Ook het de
veteranenpas, het
veteraneninsigne en het
handboek Veteraan zijn
tekenen van erkenning en
waardering. Dit geldt ook
voor het Veteranen
Registratie Systeem waarmee
veteranen op de hoogte
worden gehouden van voor hen
belangrijke informatie.
Persoonlijke begeleiding
Op het gebied van zorg
hebben er veel
ontwikkelingen
plaatsgevonden. Zo is er
sinds juli 2007 een
zorgloket voor militaire
oorlog- en
dienstslachtoffers, dat
voorziet in de individuele
begeleiding en
ondersteuning. Voor
postactieve veteranen met
psychische problemen is een
gestructureerd
civiel-militair zorgsysteem
ingericht, het Landelijk
Zorgsysteem Veteranen (LZV).
Vanuit dit systeem wordt ook
zorg verleend aan het
thuisfront. In juli 2007 is
de Raad voor
civiel-militaire Zorg en
Onderzoek (RZO) opgericht.
De RZO houdt toezicht op de
kwaliteit van het LZV, geeft
gevraagd en ongevraagd
advies en doet
wetenschappelijk onderzoek.
De voorbeelden zijn slechts
een greep uit de in de nota
genoemde zorginitiatieven.
Dat zorg voor veteranen hoog
op de agenda stond en blijft
staan, blijkt ook uit de
voorgenomen regeling voor
een schadeloosstelling voor
militaire oorlog- en
dienstslachtoffers. Nog dit
jaar zal het kabinet, na
overleg met de bonden, komen
met een regeling.
|
|
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
dd. 02-04-2010 in overleden in Australie, mijn Tjimahi-sobat
Ton Priemus. Doordat Ton, onterecht werd geschorst bij een
andere veteranen-mailgroep, ben ik er toe gekomen om in 2002 de veteranen-mailgroep
"Sobats"op te richten. De naam "Sobats" is de naam die Ton had bedacht voor
onze groep.
Ton was een wijs man.
Dat hij moge rusten in vrede.
Ons medeleven gaat uit naar zijn vrouw Riet en de kinderen en
kleinkinderen.
Frans Berings.
@@@@@@@@@@@@@@@@
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
Oud Strijders Legioen opgeheven
Update: vrijdag 26 mrt 2010, 14:55
Het
Oud Strijders Legioen (OSL) houdt op te bestaan. Na 58 jaar wordt de
roemruchte conservatieve club opgeheven, meldt de 83-jarige oprichter en
voorman
Prosper Ego.
Het
blad van de OSL, Sta-Vast, bestond al langer niet meer. Het kantoor in
Rotterdam is gesloten en de dossiers zijn naar het Nationaal Archief
gegaan.
In
de beginjaren bestond de club vooral uit oud-militairen die hadden
gevochten in Nederlands-Indië en Korea. Later trok de groep geharnaste
tegenstanders van het communisme en de vredesbeweging.
Het
OSL steunde ook het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. De achterban van
het OSL bestaat nog uit 2400 mensen.
@@@@@@@@@@@@@@@
De
laatste Zaterdag in Juni veteranendag.Commitee Nederlandse
veteranendag :
http://www.veteranendag.nl/ Mailadres:
info@veteranendag.nl
@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@
Herdenking Indiemonument
2011 op 3 sept. a.s.
KERSTFEEST IN DE VOORSTE LINIE
Bekassi
zelf, nauwelijks een gehucht, werd doodstil in de tropenavond. De
spanten van de drie bruggen over de rivier van die naam werden zwart in
de schemer, scherper omlijnd, tot ze snel vervaagden en men een licht
nodig had om aan de overkant de voorste eenheid te bereiken. Het
electrisch licht van de eigen krachtinstallatie, die de gehele nacht met
een onafgebroken hoog gierend geluid de tropenstilte doorsneed, was
daar nog niet aangelegd en de soldaten pakten daar hun NIWIN
kerstpakketten uitbij wapperende, roet en hitte verspreidende
petroleumpitjes, die ze zelf van een leeg conservenblikje hadden
gemaakt.Zij lazen aandachtig wat minister Beel op het pakket geschreven
had, dat het geen aalmoes was, maar een vriendenhand, die hun vanuit
Nederland werd toegestoken, en een Drent peinsde lang, waar ie toch
die naam Beel meer gehoord had, "Minister van Oorlog, wat?"
"Nee, zei een ander, Beel is van financiën ….” Over onze eigen
politieke geschooldheid hoeven we ook nog niet zo hoog van de toren te
blazen.
Maar ze vonden het enorm aardig
KERSTFEEST IN DE VOORSTE LINIE
Tegen
vijf uur zag ik hen terugkomen van patrouille, een lange rij van
stoffige soldaten in uniformen die bemodderd waren en donker van
zweet. Zit hadden iets ondefinieerbaars op hun Vermoeide gezichten
waaruit men raden kon dat ze onder vuur gelegen hadden, een vreemde
vermoeidheid, die niet alleen lichamelijk was; veeleer het verlost zijn
uit een spanning, die hen leeg en slap had achtergelaten. Misschien had
niemand toen nog over Kerstmis gepraat, hoewel het Kerstavond was,
misschien hadden ze er alleen aan gedacht, zonder het woord te durven
uitspreken, Het zou waarschijnlijk de vreemdste Kerstavond uit hun leven
zijn ….
Een
lange rij van soldaten, zo kwamen zij uit het voorterrein; het waren
grotendeels jongens uit het Noorden, uit Friesland en Groningen en
Drenthe en zij hadden tevoren weinig anders gezien dan boerderijen en
weiden en vee en hun kleine dorpen, terwijl ze nauwelijks gesproken
hadden met andere mensen dan de mensen uit die dorpen. Dit alles was
bovendien nog slechts drie maanden geleden. De oudsten onder hen waren
amper 21 jaar. Een van hen liep op de Rode Kruis auto toe en vroeg of de
jongens hun Kerstpakketten meekregen naar het hospitaal. De patrouille
had ons n.l. drie gewonden gekost, maar geen van hen gelukkig ernstig.
In de kale schemerige ruimte van de ambulanceauto waren ze zelfs
geforceerd vrolijk. Ze voelden zich, zo in het middelpunt der
belangstelling. De jongen met het schampschot aan zijn slaap zwaaide nog
naar ons en toen klapten de deuren dicht. Zij vierden Kersteest in het
hospitaal.
Ik
bleef met de anderen achter in Bekassi, de voorste stelling aan het
Batavia-front. Men bereikt het via vier of vijf strenge
militaire controleposten, die met enkele kilometers tussenruimte staan
opgesteld aan de afschuwelijk slechte weg. Wanneer men erheen rijdt
passeert men tientallen huizen, die niet veel anders meer zijn dan een
hoop roodbruin gebarsten en verschervelde dakpannen op een betonnen
vloer. Engelsen en Nederlanders hebben hier zwaar gevochten, maar de
soldaten die er nu zaten, maakten bezwaar wanneer het Republikeinse
Nieuwsbureau Antara van "zware strijd" sprak en de bladen in Nederland
dit overnamen zonder enig commentaar. Ze hadden krantenuitknipsels
toegestuurd gekregen met commentaar van thuis: Zie je nou wel dat het in
Bekassi niet rustig is, zoals jij schrijft …. In de krant
staat …..
Inderdaad,
meer dan schermutselingen waren het niet geweest de laatste tijd.. Ze
bekeken de foto van Hare Majesteit en bladerden in het boek en aten
Goudse stroopwafels en in de kale armoedige ruimten van hun kwartieren
- in Nederland noemen ze zoiets crepeergevallen -omringden ze zich met
de zes flesjes Hollands bier. Er waren ogenblikken dat ze even stil
werden.
Buiten
snerpten honderden krekels langs de rivieroever, kikkers hielden
eentonige zeer eigenwijze gesprekken, die nooit wilden eindigen en in de
drukkende tropennacht flakkerde ver weg nerveus het weerlicht, dat
plotseling de zwarte waaiers der palmbomen scherp naar voren deed
springen. Een mondharmonica speelde "Stille Nacht" en "Nu sijt
wellekome" en, toen ik op het geluid afging, vond ik Piet Hofland uit
Rotterdam, helemaal op z'n eentje bij de telefooncentrale. Hij hield,
verzonken zoals alleen een jongen met een mondharmonica kan zijn, pas op
met spelen, toen er post kwam.
Er waren veel brieven. "Kaik es effetjes, jongens! Weer acht stuks eh! "
riep hij. "En ansichtkaarte! "
We
keken allemaal met een zekere eerbied naar een paar dennen, doorgebogen
onder een vracht van sneeuw verloren aan een ondergesneeuwd Hollands
kronkelweggetje, met verderop een huisje, eveneens weggedoken in die
witte wereld. "Zalig Kerstfeest" stond eronder. Waarschijnlijk had
niemand ooit in zijn leven zoo aandachtig naar een gewone Hollandse
Kerstkaart gekeken als wij. Maar hij ontdekte een brief van z'n
meisje en een van z'n moeder. Toen ie de laatste openmaakte, kwam er een
foto van z'n moeder uit, met een kat op haar schoot. "Kaik es effetjes,
jongens!" was het weer. "Wat een kat éh! Wat se kaikt éh!" En toen legde
hij me uit dat ie speciaal om die foto had gevraagd met die kat, want
het was de regimentskat en hij had ze helemaal uit Assen meegebracht
naar Rotterdam bij zijn inschepingsverlof en ze heette "Reisinellie,"
wat een combinatie was van Reisiment en Nellie, de naam van z'n
meisje.
En daar was Adam Krotje uit Tessel: "Mijn moeder schrijft, dat morgen
bij ons de ijsbaan geopend wordt, zeg! Zestien graden onder nul! Ze
vraagt of ik niet kom kijken. Ik zal d'r een blikkie zweet oversturen
…."
Benes uit Dokkum zat ondertussen z' n ogen te bederven bij een pitje en
probeerde de brief van de burgemeester te lezen die alle Dokkummers in
den vreemde persoonlijk in 't Fries een Kerstgroet had gestuurd. Hoewel
zelf Dokkummer, kon Benes er weinig van maken …. maar er waren anderen
die het voor hem vertaalden ….
En dan
was er die jongen, die bij het afroepen van de namen, maar steeds moest
wachten op zijn eigen naam.. Zijn gezicht werd zichtbaar langer naarmate
het stapeltje in de handen van de postuitdeler kleiner werd. Tot hij
helemaal op het laatst zijn naam hoorde en met een “ha” de brief bijna
naar zich toe rukte. Hij scheurde haastig de envelop open en haalde
er ….. de wekelijkse brief van zijn Hervormde Kerkgemeente uit. Hij zei
toen een woord, dat niet in die brief stond.
De kok
kwam met het menu voor Kerstdag. Het was een best menu en hij had er
"Menu" boven gezet met grote krulletjes versierd met hulstblaren. Om
zeven uur zou er brood en spek en koffie zijn, om tien uur kregen ze
koffie en speculaas (seculaas, stond er), om half een bier en soep,
gebakken aardappels met vlees, doperwten en wortels, en pruimen met "van
vanillievla” waarna peren op sap (koud) had hij erachter gezet. Om vijf
uur brood met gebakken ham en om negen uur krentenbrood met
chocolademelk. Het was inderdaad een Menu om plechtig je naam onder te
zetten en dat had hij dan ook gedaan: C. van Asma, Kok, had bij eronder
gezet.
Tegen
tien uur die avond, reden de katholieken, het waren er niet zo erg veel
- op een truck naar Krandji, een kilometer of drie terug. leder moest
zijn wapens meenemen. Zo reden ze naar de Nachtmis. Aalmoezenier van
Donk uit het Albertinum van Nijmegen had n.l. de plechtigheden op enkele
plaatsen moeten concentreren. .”Vanmiddag ….", zei iemand, toen we op
de truck klommen. " Vanmiddag lagen we nog op die kerels te schieten en
nou gaan we naar de Nachtmis...." "Maar ze beschoten ons toch binnen
onze perimeter. Als zij zich niet aan het Bestand houden, moeten ze ….
"
"Och man," zei de eerste stem weer, "Jij snapt er niks van!" Onder een
overweldigend diepe hemel, bezaaid met grote klare sterren - ze schenen
zo dichtbij en klaar, dat men soms meende ze te horen branden - hotsten
we naar Krandji.
Er was
daar een altaar opgeslagen in een bamboeschuurtje; van stut naar stut
hingen rode en groene en blauwe papieren guirlandes en er waren kaarsen
en vers gesneden palmgroen. Om twaalf uur bogen we, zoals in alle jaren
onzer jeugd, opnieuw het hoofd onder de boodschap van “Vrede op aarde
aan de mensen van goede wil …." We zongen van de Heilige Nacht en van
wij komen te samen en van de Herdertjes, en de aalmoezenier zei ons in
zijn preek dat dit Kerstkind in plaats van alles wat we ontberen
moesten, ons de Liefde brengen wilde.
Na de
Nachtmis dronken we koffie, die nu eens niet naar ontsmettingsloog
smaakte, we aten brood met kaas en vlees en iedereen wenste je Zalig
Kerstfeest en zei, zo maar iets vriendelijks tegen je. Ik geloof dat
we op dat moment ons allen zeer ver van huis voelden, maar er was
niemand die erover sprak. In de nacht reden we naar een ander kampement
in Kebalen, zwaar met brencarriers en geweerschutters beschermd. We
trokken ons in een soort veerboot, die elk ogenblik dreigde om te slaan
aan een staalkabel, die daar boven de snelstromende Bekassi was
gespannen, naar de overkant. De week tevoren was er iemand verdronken.
De aalmoezenier gleed uit aan de wal en moest zich verkleden voor hij de
Dageraadsmis kon opdragen.
Naast
me zat tijdens deze Mis een jongen zo doodstil te staren, dat ik hem
later op zocht. Hij zat helemaal alleen naar de laatste sterren te
kijken, die verbleekten voor de nieuwe dag. Ik wenste hem Zalig
Kerstfeest en vroeg hoe het in Kebalen ging, "Het zit hier vol beesten,"
zei hij, "en ik heb last van m'n voeten en die infanterie is niks.
Altijd maar patrouille lopen en zo nou en dan schieten en dan weer op
wacht, Ik word het hier nooit gewoon.” Het waren natuurlijk de
muskieten niet en de kakkerlakken, noch de infanterie, maar hij durfde
me niet vertellen, dat ie dit Kerstfeest liever in Erica gevierd had. We
hebben toen samen de dag aan de lucht zien komen en de ochtendmist
melkig wit voorbij de klapperbomen zien drijven, en op het laatst lachte
hij en liet me alle foto's zien van z'n hele familie, tot ’n foto van
het dienstmeisje toe. Ik beloofde zijn Kerstgroeten te zullen
overbrengen aan de familie Kamper in Erica. Hij was ongelooflijk blij.
Misschien zou hij het nog wel gewoon worden ook, zei hij toen ik
wegging.
J.W. Hofwijk
@@@@@@@@@@@@@@@@
7 September 1986 : In de roermondse Ernst Casimir Kazerne was het Hans Cremers met een
"werkgroep" die de initiatieven nam tot oprichting van het "Indie monument". De zuilengang werd in 1990 gebouwd en tijdens de 7 September-herdenking
door minister Ter Beek onthuld. Pierre Huyskens doopte de zuilen tot : "De wachters bij hun naam". In het door hem onder die titel geschreven geschreven stuk poëtisch-proza
droeg hij dit voor :