http://www.strijdbewijs.nl/   Site van Pieter Jutte.

NOSTALGIE : Vera Lynn

http://www.youtube.com/watch?v=cHcunREYzNY

Oorlogswinter 1942 poygoon: 

Henkie Ruyper.pps PPS OVER ONS GEWAARDEERDE LID HENK RUYPER.  ( Samengesteld door Wim Baljon)

Radio Oranje   Toespraken van H.M.Koningin Wilhelmina tijdens WO2.

http://www.archievenwo2.nl/  OVERKOEPELENDE WEBSITE. WO2 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Slachtoffers_Kamp_Amersfoort   Lijst slachtoffers kamp Amersfoort

http://blondepiet.come2me.nl/923657   Verzetsman  "Blond Piet" Pieter AlbertsVerzetsman.

http://blondepiet.come2me.nl

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

Speciaal bestemd voor mijn kleinkinderen, Suzanne, Sara en Willem Berings en Thom en Lotte Evers.

Beknopt overzicht van mijn bevindingen tijdens WO2     (1940-1945)

en gedurende mijn militaire diensttijd in Ned. en in Ned.Indie.   (1947-1952).

A.

Mijn oorlogstijd in Deventer. ( met een overzicht van de bombardementen op Deventer na Januari 1944)

De periode 1940-1945.

Toen de WO2 uitbrak op 10 Mei 1940, woonde ik met mijn vader en moeder, Jan Berings (geb. 7 July 1893 in Helmond, overleden 3 Juni 1964 in Utrecht) en Truus Berings-v.d.Vaart (geb. 31 Maart 1904 in Utrecht en overleden op 28 Februari 1991 in Groenekan.) en mijn broertje Jan Berings, in Deventer aan het Emmaplein, de tegenwoordige Emmastraat, op nr.21.

Deventer was toen nog een betrekkelijk kleine provinciestad met ca. 40.000 inwoners.

Een jaar voor het begin van de oorlog was men begonnen met de bouw van de z.g.n.  nieuwe IJselbrug, waarvan de op-/afrit aan de Deventer-stads-kant gesitueerd was precies midden over het Emmaplein.

Deze brug werd uiteindelijk tijdens de oorlog in 1943 in gebruik genomen en is nu nog steeds in gebruik. (De koningin Wilhelminabrug).

Ik vertel dit, omdat het feit dat wij aan deze brug woonden tijdens de oorlog, er o.a. toe

zou bijdragen, dat ik op zeer jeugdige leeftijd o.a. als koerrier in het ondergrondse werk zou terecht komen.Tevens werd het feit, dat wij aan de op/afrit deze brug woonden, de directe oorzaak van onze latere evacuatie in 1944.

De aanzegging voor eventuele evacuatie ontvingen wij reeds in 1939 van de toenmalige burgemeester van Deventer, de Heer Wittewaall.

De bouw van de brug was toen net pas begonnen.

Later, vooral in 1944 zou de brug het doelwit worden van vele geallieerde luchtaanvallen, waardoor ons huis midden in de gevarenzone kwam te liggen en ten gevolge van een aantal bombardementen, onbewoonbaar werd.

Een andere reden, waardoor ik op zeer jeugdige leeftijd ( in 1942, 14 jaren jong)  in het ondergrondse-werk terecht kwam, was het contact met onze overbuurman Jan Berghuis  (Verzetsnaam:”Ome Jan”), de landelijk zo bekende Deventer verzetsheld en lid van de CPN.(Communistische Partij Nederland).

Dit contact was mede ontstaan via zijn zoon Niek Berghuis, (leeftijd genoot van mij), die ik later nog eens ontmoet heb in Ned.Indie, toen ik daar als sergeant dienst deed en gelegerd was in Tjimahi, nabij Bandung op West-Java.

Ook het contact met een andere overbuurman, d.w.z. hij had zijn rijwiel-herstel-werkplaats bij ons aan de overkant, de later gearresteerde CPNer en toen zeer bekende wielrenner Be Gerritsen, heeft daartoe bijgedragen.

Ik hielp Gerritsen af en toe in zijn werkplaats.

Be Gerritsen’s vader, het CPN-raadslid A.J.Gerritsen, zou later op 16 october 1942 te Austerlitz door de duitsers worden geliquideerd.

Of Be Gerritsen de oorlog overleefd heeft is mij niet bekend.

De reden dat ik dat ik  koeriersdiensten voor een verzets-groep ging verrichten, was mijn vriendschap met Hans Gijswijt.

Zijn vader was kleermaker/verkoper bij de exclusieve herenmode zaak “Hoetink” in de Korte Bisschopstraat in Deventer.

Deze zeer vriendelijke man, was o.a. de spil in het laten onderduiken op veilige adressen, van joodse kinderen.

Via hem ging ik berichten vanuit Engelend, bestemd  voor het verzet, bonkaarten en illegale kranten rondbrengen bij onderduikadressen van verzetsstrijders, joodse mensen en geallieerde piloten, wiens vliegtuigen door de duitsers waren neergeschoten.

 

 

Op 10 mei 1940 trekken de duitse troepen vanaf de Snipperlingsdijk  Deventer binnen.  Al vroeg in de morgen werden we wakker door zwaar motorgeronk van overvliegende duitse vliegtuigen en door de explosies die werden veroorzaakt door het opblazen van o.a. de IJssel-bruggen.

Onze naaste buren, de joodse familie Jacobs (vader, moeder en 3 jonge zonen), werden gek van angst en mede door hun panische angst en hun verhalen over de jodenvervolgingen in Duitsland, begon ik te beseffen hoe vreselijk deze oorlog voor veel mensen zou gaan verlopen en was mijn haat tegen de Duitsers op jonge leeftijd reeds geboren.

In Deventer waren in 1940 twee IJsselbruggen, de z.g.n. “Schipbrug”, in het centrum van Deventer en de “Spoorbrug.” Ca. 1.5 km ten noorden van de Schipbrug. 

De bouw van de derde brug, de  “Wilhelminabrug” , die de schipbrug zou gaan vervangen, werd in 1939 gestart.

Aangezien deze bruggen van essentieel militair belang waren voor de oprukkende duitse troepen, werd in de vroege morgen van de 10e mei 1940 als eerste de schipbrug opgeblazen en na een aantal vergeefse pogingen als tweede de spoorbrug.  Toen de duitsers eenmaal binnen waren, ging ik meteen naar de IJssel om te kijken hoe de bruggen er bij lagen.

Toen ik daar aankwam waren er reeds een aantal kijkers aanwezig.  Wat ik zag, waren natuurlijk de vernielde bruggen, maar ook een aantal vernielde militaire voertuigen die in het water lagen, aan de stadskant, in het gedeelte tussen wat eens de spoorbrug was en wat eens de schipbrug was.

Aan de stadskant van de schipbrug , in de doorgang naar het Grote Kerkhof, zag ik op straat en tegen de muren veel bloed en menselijke resten liggen.  Op deze plaats waren kennelijk een aantal duitse militairen, door nederlands mitrailleur-vuur vanaf de andere kant (west kant) van de IJssel, gedood.

Dit was hetgeen ik persoonlijk ondervond van het binnentrekken van de zo gehaatte duitse troepenmacht.

Dit ging uiteraard wel gepaard met veel angsten, vooral mijn vader, stond 1000 angsten uit en zou deze angst de hele oorlogstijd met zich meedragen.

Ik heb niet de behoefte om de gehele oorlogstijd te beschrijven, misschien komt dat later (?)  nog eens aan de orde.

Ik maak nu een sprongtje naar 2 jaar later.

In 1942, pas 14 jaar oud, maar wel 1.75 mtr. lang, kwam ik in het verzetswerk werk terecht, zonder dat ik feitelijk goed besefte waar ik mee bezig was.

Samen met een paar jongens, onder regie van ome Jan Berghuis, verrichte ik mijn eerste verzets/sabotage daden, nl. het in brand steken van een aantal opslagplaatsen, die dienst deden als bewaarplaats van voorraden, die bestemd waren voor het duitse bezettingsleger. 

Mijn vader heeft bij mijn weten nooit enig idee gehad van hetgeen ik deed, mijn moeder daarentegen wel, maar er werd nooit over gesproken.

Zo leerde ik al op mijn 14e jaar goed geheimen bewaren en te zwijgen als het moest.  Het stichten van genoemde branden zou mede oorzaak worden van het nemen van harde maatregelen door de duitse bezetters.

Als represaille-maatregel voor deze sabotage daden, waarvan de duitse bezetter zonder meer aannam dat deze daden op initiatief van het verzet waren gepleegd, zijn op 25 october 1942  15 politieke gevangenen, waaronder 5 Deventenaren, bij Austerlitz door de duitsers gefusilleerd.

Een van hen was de vader van mijn ex overbuurman Be Gerritsen.  Deze moordpartij heeft heel erg veel indruk op mij gemaakt , omdat wij ons min of meer mede verantwoordelijk voelden !

Als kleine bijzonderheid kan ik nog vertellen, dat wij de atributen om de branden te stichten kochten in een klein drogisterijtje gelegen in het bergkwartier.  Dit winkeltje was gevestigd in de Menstraat of in de Bergstraat, als men deze straat inloopt vanaf de Brink, meteen vooraan links na ca. 20 mtr. , de naam ben ik kwijt.

Gedurende deze periode was ik leerling aan de Rijks H.B.S. in Deventer en was een van de opjecten die in brand moesten, een door de duitsers gevorderde villa gelegen achter de Rijks H.B.S. in het Nieuwe Plantsoen, omdat daar archief materiaal lag opgeslagen.  Terwijl ik bezig was brand te stichten, samen met mijn vriend Koen Roel, werden wij op heterdaad betrapt door een duitse patrouille.

Na ondervraging door de Duitsers, werden wij, waarschijnlijk gezien onze jeugdige leeftijd, overgedragen aan de N.S.B. directeur van de H.B.S. ene “heer” v.d.Werf.  Deze man was voordien hoofd van een lagere school geweest ergens in Zeeland en vanwege zijn nationalistische ideeen en zijn lidmaatschap van de N.S.B. tot directeur van de Rijks H.B.S.  in Deventer benoemd.

Van de Werf ondervroeg ons op zeer hardhandige wijze en onder voortdurend bedreiging.  Toen hij, ondanks zijn hardhandige optreden, niets wijzer werd, nam hij kontakt op met de (foute) gemeente politie van Deventer.

Wij werden terplaatse op de H.B.S., voor het aangezicht van alle leerlingen, gearresteerd en ingesloten in twee apparte cellen, gesitueerd aan de achterzijde van een verdieping van het politieburo in Deventer, gelegen aan het Grote Kerkhof.  Na een aantal dagen werden wij, waarschijnlijk omdat men gelukkig toch dacht aan kwajongensstreken, vrij gelaten.

Wij werden echter wel voor goed verwijderd van de Rijks H.B.S.  Tot onze grote geruststelling, werd er nooit enig verband gelegd met de andere branden in de opslagplaatsen van de wehrmachts-goederen en het onklaar maken van de remmen van treinen die gebruikt werden voor het vervoeren van Duits oorlogsmateriaal.

Na de oorlog ontving ik een schrijven van de nieuwe directie van de rijks HBS, met de mededeling, dat indien ik nog interesse had, ik kon terug komen als leerling van deH.B.S. Ik was weer vanharte welkom. Mijn verwijdering van de H.B.S. tijdens de oorlog werd hiermee te niet gedaan, een rehabilitatie dus.

Ik was intussen echter leerling geworden van de MULO en had op dat moment nog geen interesse om terug te keren naar de Rijks H.B.S.

(Als aardigheid kan ik nog vermelden, dat hier mijn engelse leraar werd de heer Dagelet, de vader van de bekende acteur Hans Dagelet en de Opa van Tatum Dagelet.)

Met het brandstichten was het na deze arrestatie natuurlijk afgelopen en er was ook geen kontakt meer mogelijk met ome Jan Berghuis.

Be Gerritsen was (in mijn herinnering althans) al lang geinterneerd in een concentratie-kamp ergens in Duitsland.

Omstreeks November 1943 werd getracht ome Jan Berghuis te arresteren, nadat de duitse Sicherheitsdienst zijn huis aan het Emmaplein, tegenover ons huis, had omsingeld, maar de vogel was al lang gevlogen en ondergedoken, ik meen me te herinneren in Laren.  Zijn ondergrondse werk heeft hij toen voortgezet als K.P.er (K.P.= Knok Ploeg)buiten Deventer, hij nam o.a. deel aan overvallen op distributie kantoren, de daarbij buitgemaakte bonkaarten waren bestemd voor het kopen van voedsel voor onderduikers en geallieerde piloten die hun crash overleefd hadden.

Zelf ging ik me toen bezig houden met het rondbrengen van deze buitgemaakte bonkaarten, illegale kranten en berichten uit het verzet en vanuit Engeland.  Dit alles gebeurde in samenwerking met Mijnheer Gijswijt en ene mijnheer Visser.  Ik weet niet of Visser zijn echte naam was en ik heb ook nooit geweten waar hij woonde, ik vermoed echter dat hij uit het westen van Nederland kwam.  Na de bevrijding heb ik ook nooit meer iets van hem gehoord of gezien.

Omdat ik aan de oprit van de Wilhemmina-brug woonde en de duitse bewakers iedere dag zag, was ik voor hun vanzelfsprekend geen onbekend gezicht.  Zodoende was het voor mij niet zo moeilijk, om met mijn vishengeltje en andere visatributen, waarin bonkaarten, krantjes en brieven verstopt zaten, over de brug te gaan zonder gecontroleerd te worden.

Op deze manier heb ik ook etenswaren tijdens de hongerwinter over de brug kunnen brengen, hetgeen toen verboden was.

In de herfst van 1944 werd ik echter tijdens een razia door de Grune Polizei uit huis gehaald en tewerk gesteld aan de bouw van de “IJssel-linie” in de plaats Olst, gelegen aan de IJssel, tussen Deventer en Zwolle.

Wij werden gehuisvest in een oude barak, die dienst had gedaan als veiling-gebouw.  Om deze barak een beetje bewoonbaar te maken, werden balen stro gevorderd bij boeren in de omgeving t.b.v. de slaapplaatsen en groeven wij buiten een paar greppels, die aan een zijde werden voorzien van een soort zit-balk,  op deze wijze hadden wij een prachtig “open-lucht toilet” gefabriceerd.  Het was erg koud en het werk was erg zwaar, voor een toen pas 16-jarige jongen.  De meeste werkzaamheden heb ik verricht in het gehucht “De Nul”, gelegen tussen de plaatsen Olst en Wijhe.

Aangezien de duitsers grote angst hadden voor besmettelijke ziekten en ik alles in het werk stelde om zo gauw mogelijk weg te komen, kreeg ik via een bevriende ondergrondse relatie van de plaatselijke huisarts in Olst, waarvan in normale tijden verwacht kon worden dat hij mensen genas, een flesje met een mij onbekende vloeistof en een stukje schuurpapier.

Met dat schuurpapier moest ik mijn huid op een paar plaatsen open-schuren en vervolgens de vloeistof op de ontstane wondjes smeren.

Na een betrekkelijk korte tijd zat ik onder de schurft !

Enige dagen later werd ik ontslagen uit het werkkamp en overgeplaatst  naar Deventer.

Na genezing moest ik mij direct melden bij de cooperatieve-bakkerij aan de 1e Weerdsweg aldaar, alwaar ik tewerk werd gesteld als………….. bakker.

Deze bakkerij bakte in die tijd brood voor nederlandse burgers, voor duitse militairen en voor de Organsation Todt, kortweg de O.T.

Onder toezicht van deze duitse organisatie de O.T,  werd de IJssellinie gebouwd, o.a. bij Olst. 

Intussen waren mijn ouders en mijn broer Jan geevacueerd naar de Stromarkt in Deventer tenhuize van de familie Van Klaveren, omdat ons huis aan het Emmaplein, onbewoonbaar was geworden vanwege de hevige bombardementen.

Deze familie van Klaveren woonde boven Hotel De Keizerskroon aan de Stromarkt,op nummer 12a.

De heer van H.Klaveren was n.l. ober-kelner in dit hotel.

 

Na het bombardement van 15 december 1944 op de binnenstad van Deventer, waarbij onze onderdak-verschaffer de heer Harry van Klaveren het leven liet werd ik opgehaald om zijn lichaam te identificeren, omdat niemand anders het aandurfde.

Omdat mijn ouders en broertje Jan niet langer aan de Stromarkt konden blijven wonen, kregen zij een kamertje in het huis van de chef van de Cooperatieve bakkerij aan de 1e Weerdsweg Deventer, dit was de familie Zwarte.

Ik sliep, nadat ik was vrijgekomen vanuit het duitse werkkamp in Olst, in het kantoortje van deze bakkerij.

Dit kantoortje bevond zich op de eerste etage, tenhuize van de Chef, de heer Zwarte.

In dit kantoortje bevond zich ook het stempel-apparaat van de bakkerij.  Dit was een belangrijk atribuut, want als mensen rogge of roggemeel inleverden bij de bakkerij, ontvingen ze voor iedere ingeleverde kilogram roggemeel 1 stempel.  Deze stempels werden afgedrukt op lege opplak-vellen voor broodbonnen.  De volgende dag kon men aan de bakkerij, tegen inlevering van de stempels, brood in ontvangst nemen.

Omdat ik zelf stempelbonnen fabriceerde, kon ik veel oudere mensen, die uit het westen kwamen, waar op dat moment de hongerwinter heerste en men niets meer te eten had, stempels verschaffen, waardoor men in het bezit kon komen van heerlijk vers roggebrood, zonder daar roggemeel voor te hoeven inleveren.

Ons huis aan het Emmaplein was door de bombardementen reeds onbewoonbaar geworden.  Een deel van de huizen aan het plein was helemaal verwoest , waarbij drie van onze buren werden gedood en een groot aantal buurtbewoners gewond werd.  Ook de rest van de stad en vooral de binnenstad had veel te lijden door de geallieerde bombardementen.

De laatste nachten, voordat de bevrijding van Deventer in April 1945 een feit werd, sliepen wij uit veiligheidsoverwegingen, met een aantal andere families samen, in een uigegraven ruimte, onder de houten vloeren van de huiskamers aan de 1e Weerdsweg, in een soort kruip-ruimte.

We sliepen dus in het zand, het was erg benauwd en wij konden niet rechtop zitten, bovendien overheerste de angst, doordat wij regelmatig werden gebombardeerd en het geluid van laag overvliegende vliegtuigen, van luchtgevechten en ontploffingen, tot ons doordrong.

Op 10 April 1945 werden wij eindelijk, na 5 jaar duitse bezetting en ellende, bevrijd door Canadese troepen, die onderbevel stonden van de Brigade-generaal T.Graeme Gibson.  Gibson was commandant van de 7e brigade welke werd gevormd door eenheden van The Queen Own Rifles of Canada, het Canadian Scottish Regiment en het regiment Royal Winnipeg Rifles.

http://www.youtube.com/watch?v=KCVAG6RKF0Q&NR=1  Bevrijding Deventer, Canadeze opnamen.OPENEN IN NIEUW VENSTER !

Zelf zag ik de laatste duitse militairen (een tiental) op 10 April 1945 via de Zwolseweg de Noorderstraat ingaan richting de IJssel, nauwelijks een paar minuten later kwamen de eerste Canadese militairen aan bij de Noorderstraat.

Wij stuurden deze mannen achter de duitsers aan en deze werden voor een deel gevangen genomen en een paar van hen werden neergeschoten toen zij probeerden via de IJssel te vluchten per bootje.

Het “Twentoldrama”.

In de nacht van 9 op 10 April, een paar uur voor de bevrijding van Deventerl kwamen nog 7 deventer-verzetsstrijders om het leven. Aan het verzet in Deventer namen veel studeneten van de tropische landbouwschool deel. Een groep van acht personen hielden zich schuil in het magazijn van Twente Smeerolie Industrie, met het doel de nabij gelegen brug over de IJssel te verdedigen. Dit was een belangrijke brug voor de Canadezen om te gebruken voor de bevrijding van Deventer. In de nacht van 9 op 10 april brak er een vuurgevecht uit tussen deze groep en een groep duitsers. Hierdoor ontstand een brand en een sterke rookontwikkeling in het magazijn waar de groep zich bevond, waarbij 2 mannen de dood vonden en er 1 wist te vluchten, 5 werden er in de morgen door de duitse soldaten afgevoerd. Op deze zelfde dag, een half uur voor de bevrijding van Deventer, zijn deze op de Snippeling gefusillerd.  Onder hen was Corry Bosch, slechts 19 jaar jong, een goede bekende van mij en haar man Jos van Baalen, waarmee ze pas was getrouwd.
 

Een dag later, op 11 April moest ik me melden in de Boreel-kazerne . Ik kreeg aldaar een blauwe overall, een geweer, kreeg een paar schietlessen, werd voorzien van armband met  het opschrift N.S.G. (Het Niet Strijdend Gedeelte v.h.verzet) en werd ingezet in genoemde kazerne als bewaker van gearresteerde oorlogsmisdadigers en  gearresteerde leden van de N.S.B. de Nationaal Socialistische Beweging.

Bovendien waren hier een groot aantal, kaalgeschoren vrouwen geinterneerd, die met de duitse bezetters hadden geheuld.

Op dat moment was West-Nederland nog niet bevrijd en heerste daar hongersnood, vooral in de grote steden.

Ca. 4 Weken later was de duitse kapitulatie een feit en was geheel Nederland bevrijd.  Boven de grote steden in het westen werd, vanuit vliegtuigen, zweeds witte brood gedropt om de ergste honger te stillen.

Een aantal ervaringen, opgedaan in de periode 1940-1945, die ik nooit heb kunnen vergeten, zijn:

a.      De angst die mijn joodse buren, de familie Jacobs had, toen de oorlog uitbrak.

De angsten die ik zelf uitstond tijdens de bombardementen en de luchtgevechten boven Deventer.

b.     De angsten die ik had tijdens mijn twee arrestaties. In het bijzonder de angst toen ik gesnapt werd door de duitse patrouille tijdens de brandstichting in het Nieuwe Plantsoen.

c.      De zinloze moorden die gepleegd werden door de duitse bezetter.

d.     De verdwijning van de joodse medeburgers, waaronder onze buren.

e.      De blijdschap die ik heb ervaren met de bevrijding van Deventer dd.10-04-45

f.        De saamhorigheid tussen de burgers onderling, maar ook de passiviteit van velen…

De belangrijkste dingen die ik geleerd hen:

Het waarderen van alles wat wij nu hebben en tijdens de oorlog moesten ontberen.

Zoveel mogelijk tevreden zijn met hetgeen je hebt en er van kunnen genieten.

Dat oorlog voeren zinloos is.

Respect voor mensen hebben en de verplichting op je nemen om mensen, die hun eigen land moeten ontvluchten uit lijfsbehoud, te helpen.

Geheimen bewaren (zwijgen) als dat nodig is, maar tevens je mond opendoen     als dat WEL nodig is.

Dat dit NOOIT weer mag gebeuren.

Het waarderen van vrijheid en vrije meningsuiting.

Overzicht van de bombardementen op Deventer na Januari 1944 :

 

1.   10-09-1944, Emmaplein, 2 doden.(Dit is bij de gemeente Deventer niet bekend, maar ik heb het zelf meegmaakt en een door mij genomen foto is nog steeds in mijn bezit)

2   25-09-1944, Tabakswal, Diepenveense weg,Boxbergerweg. Geen doden.

3.   05-10-1944, Spoorbrug en Lange Zandstraat.Geen doden.

4.   05-10-1944, Boxbergerweg,Rijstenborgerweg, 2 doden.

5.   05-10-1944, Venenstr.,Okkenbroekstr. 1 dode.

6.   07-10-1944, Spoorbrug en Appelstr. Geen doden.

7.   15-10-1944, Langezanstr. Langestr. 6 veldjes. Geen doden.

8.   21-10-1944, Noorderbergplein, geen doden.

9.   28-10-1944, Kapjeswelle, 11 doden, Zwolseweg-Schoolstr. 35 doden.

10. 11-11-1944, Handelskade-Gedemptegracht, 2 doden.

11. 26-11-1944, De Hoven,Raambuurt,Knutteldorp,Pothoof. Mr.deBoerlaan, Ossenweert, 9 doden.

 

12  29-11-1944, Uitenwaarden, geen doden.

13. 10-12-1944, De Worp, De Hoven,De Boerlaan, 10 doden.

14. 15-12-1944, Sroomarkt, Nw.Markt,Graven,Hofstr.,Twelloseweg, HogeHondstr,Oudegoedstr, Christinestr,HogeBelt, Diepenveenseweg, PresidentSteijnstr,  33 doden.

 

15. 06-02-1945, Langestr,Welle, Polstr,Bursesteeg,Emmaplein,

Rijkmanstr,Menstr,Achter de Muren,Brink,Bagijnenstr,Bergsingel,

Parkweg,Twelloseweg,Bolwerksweg, 51 doden.

Tot zover 1940-1945.

 

B.

De periode 1947 - 1952.

Militaire dienst.

In 1947, toen de nasleep van WO2 nog volop aan de gang was, werd ik opgeroepen om mijn militaire diensplicht te vervullen.

De eerste opleiding, de z.g.n. primary-training kreeg ik in het toenmalige kamp : “Teuge”, gelegen tussen Deventer en Apeldoorn, bij het vliegveld Teuge.  Dit kamp was gebouwd door de duitse bezetters als militair kamp en zou veel later ook nog dienst gaan doen als opvang en huisvestingsplaats voor Ambonese families die uit Indonesienaar Nederland kwamen.

Na deze primary-training werd ik geplaatst bij de kaderopleiding op de kaderschool van de A.A.T. in de Ripperda kazerne te Haarlem.

Na deze opleiding met sukses te hebben afgesloten, werd ik bevorderd tot sergeant en geplaatst in Eefde als instructeur aan de daar gevstigde militaire-kokschool.  In Eefde heb ik mij vrijwillig aangemeld, via de toemalige luitenant (de latere kolonel) Jan v.d.Water, voor uitzending naar Ned.Indie. In Ned.Indie zou ik een “speciale opdracht” krijgen.

Ik werd overgeplaatst naar Grave en vertrok vanuit Rotterdam met de “Zuiderkruis”, een libertyschip dat was omgebouwd als troepentransportschip, naar Ned.Indie.

Bij aankomst in Tandjong Priok, werd ik meteen doorgestuurd naar Tjimahi, het tegenwoordige Cimahi, gelegen zuidwestelijk van Bandung op het eiland Java.  Hier werd ik tijdelijk ingedeeld bij 4-1-A.A.T.  en belast met speciale opdrachten.  Bij dit onderdeel ontmoette ik ook een goede vriend van mij uit Utrecht: ”Geert Vis.” uit de Willemstraat in Wijk C.

Na het vertrek van 4-1-AAT( december 1949) naar Nederland werd ik ingedeeld bij 43 AAT, met speciale opdrachten van het ministerie van defensie.

Gedurende deze periode, n.b. na de beëindiging van de politionele acties en na de souvereinitietsoverdracht (27-12-1949), heb ik een aantal ervaringen opgedaan, die diepe indruk op mij gemaakt hebben, ervaringen die ik tot op heden nog steeds niet los kan laten.

De belangrijkste daarvan zijn:

a.      De z.g.n. Westerling-aktie (APRA-aktie) op 23-01-1950.

Achteraf gezien een zinloze actie, waarbij in anderhalve dag zeer veel doden zijn gevallen, hoofdzakelijk Indonesiche TNI militairen.  Zelf ben ik, i.v.m. speciale opdracht, voor een groot gedeelte ooggetuige geweest van deze APRA-actie (Angkan Perang Ratu Adil = Het leger van de rechtvaardige vorst) Ik kon in het hele gebied n.l. vrij rondrijden zonder door een van de partijen te worden aangevallen.

Hiervoor had ik volgens afspraak, grote oranje driehoeken laten aanbrengen op mijn jeep en op de drie-tonners van 43-AAT, ten teken van neutraliteit, in feite een absoluut idiote situatie.

Ik heb de strijd op de voet gevolgd, deels omdat ik  dat moest i.v.m. speciale opdrachten, deels omdat ik in de veronderstelling leefde iets ‘nuttigs” te kunnen bijdragen in deze strijd, maar dat was uit den boze en achteraf gezien heb ik met mijn leven gespeeld, want de situatie ter plaatse was, zij het zeer kort, levens gevaarlijk.

De oorzaak dat het levensgevaarlijk was, was gelegen in het feit, dat er grote angst heerste onder de in Bandung en omgeving gelegerde T.N.I. militairen (T.N.I.= Tantara Nasional Indonesia+ Het nationale Indonesische leger.) en zij, vanwege deze angst, in paniek meteen gingen schieten op alles wat bewoog.

      b.  De dood van mijn vriend Cas Leeuwis op 13-07-1950

Cas werd dood geschoten door een scherpschutter, terwijl hij op de buitentrap opliep om de O.O.cantine in Tjimahi binnen te gaan. De avond daarvoor haden wij nog samen doorgebracht. (n.b. Op het kruis van zijn graf, op het ereveld in Bandung staat een foutieve overlijdens-datum vermeld. !)

c.    De dood van drie vrienden op 17-12-1950 tijdens een voetbalwedstrijd van “Jong Ambon” tegen een militair team in het stadion van Bandung.

Dit afschuwelijke bloedbad, waarbij een aantal opgewonden T.N.I. militairen al schietend het stadion binnenkwamen, terwijl wij ongewapend waren, was een nachtmerrie.

Hierbij werden gedood mijn sobats : Theo v.d.Loos, Sjef de Bie en H.Laisina.  Wij hebben hen alle drie, naast elkaar begraven op het ere-kerkhof “Pandu” in Bandung.

d. Mijn kidnapping, terwijl ik in mijn jeep even buiten Bandung reed in de richting van de fourageplaats (Aanvullingsplaats). Dit angstige voorval vond plaats in maart 1951. Ik werd nietsvermoedend aangehouden door 4 gewapende indonesische militairen, gekleed in camouflage pakken.  Zij waren onherkenbaar, omdat zij doeken droegen die hun neus en mond bedekten.  Ik werd met gebaren en onder bedreiging van vuurwapens gedwongen uit mijn jeep te stappen en het naast de weg gelegen open veld in te lopen.  Na ca. 100 mtr., bij de rand van een bamboe-bos, moest ik gaan zitten.  3 Indonesiers, die hun geweren op mij gericht hielden, bleven staan, terwijl de 4e man weg liep het bamboebos in.

Aangezien de bamboe-begroeing terplaatse niet zo erg dicht was, kon ik zien dat deze man ongeveer een 100 tal meters verderop, met waarschijnlijk twee of drie anderen, ook in camouflage gekleedde mannen, aan het overleggen was.  Na een tijdje liepen zij allen weg uit mijn gezichtsveld.

Ca. 2 uur later kwam de vierde man alleen terug.

Ik moest opstaan en richting mijn jeep lopen met de handen in mijn nek.  Toen ik ging lopen, was ik er vast van overtuigd, dat ik in mijn rug geschoten zou worden.

Deze paar honderd 100 mtr. terug waren een martelgang en ik was doods bang.  Nadat ik weer bij de jeep was aangekomen , zag ik dat de mannen verdwenen waren en kon ik ongehinderd wegrijden.

Tijdens deze hele ca. 2 uur durende actie, werd er in mijn nabijheid geen woord gesproken.

e. Het grote geluk dat mij is overkomen achterafgezien :  Ik had mij n.l. in 1950 opgegeven, samen met mijn vrienden Koos Los en Koos van Drunen , voor het eerste detachement Korea vrijwilligers, er gingen n.l. 50  vrijwilligers vanuit Indie, via Nederland ( 1 week !) rechtstreeks, onder commando van Overste den Oude, naar Korea.   Van Drunen en Los gingen mee, zelf stond ik op de reservelijst. Omdat er van degenen die op deze reservelijst stonden geen gebruik gemaakt hoefde te worden, viel ik, achteraf gezien tot mijn grote geluk, buiten de boot .......... Koos Los heeft  de slachtpartij op het hoofdkwartier meegemaakt, waarbij in het totaal 17 militairen sneuvelden, waaronder Den Ouden.....het enige wat mij rest is de afscheidsfoto die wij gedrie-en hebben laten maken in Bandung.

Tot zover deze bevindingen.

Hierna vond nog een incident plaats  in Bandung dat mede oorzaak werd van ons latere plotselinge vertrek uit deze mooie, maar wel onveilig geworden stad Bandung

Toen het detachement van 43 AAT naar Holland vertrok, dat was begin 1951, bleef ik achter en werd ingedeeld bij de z.g.n. Ned.Militaire Missie, de afd. waar ik bij was ingedeeld had de naam:”Het afwikkelings Commando Indonesie.”, onderdeel Sub Kader Bandung, Verzamelkamp 5, commandant de Kapitein G. Hendrikse.  Deze eenheid werd belast met de overdracht van nederlandse militaire goederen aan de T.N.I., het Indonesische leger.1)

Ik was toen gelegerd in Bandung stad.

=========================

MISSIE MILITER BELANDA :

De "Missie Militer Belanda" of "Nederlandse Militaire Missie" is een instituut dat opgericht is
eind 1949 in de periode waarin Nederland onderhandelde met Indonesie over de overdracht van de
souvereiniteit. Om diverse redenen wilde Nederland na de souvereiniteitsoverdracht nog enig gezag
in Indonesie uitoefenen (bescherming landgenoten, bescherming Nederlandse ondernemingen maar ook
ondersteuning van de Nederlandse bijdrage in de Unie met de VSI (Verenigde Staten van Indonesie).
Men hoopte op die wijze enige invloed te kunnen blijven uitoefenen.Indonesie wees alle verzoeken daartoe af behalve een laatste aanbod van Nederland om dmv een Nederlandse Militaire Missie de oprichting van de Indonesische strijdkrachten te ondersteunen met adviezen, training, materiaal en documentatie. Een soort "adviseursburo" zoals de Amerikanen later in Vietnam hadden.Deze missie zou helpen met het opzetten van o.a. de Indonesische Marine en het Leger (uiteraard hoopte Nederland dan daar aan te kunnen verkopen en er zijn dan ook toen marineschepen en 30 jaar later tanks overgedragen).De missie ontstond in december 1949 en had in een aantal plaatsen zoals Djakarta (hoofdkwartier),Bandung (opbouw leger), Soerabaja (opbouw marine), Semarang enz onderafdelingen die als plaatselijke liason werkte met de Indonesische Defensie. Na het verbreken van de Unie op 10
augustus 1954 werd de missie opgeheven. Na het herstel van de diplomatieke betrekkingen eind 70`er
jaren wordt de functie uitgevoerd door de militair attache. Bijgaand een Nederlandse legerorder over het bestaan van de missie getoond met het uniform-embleem.

===========================

In April/Mei 1951 werd ik op de Alun-Alun, het centrale plein in Bandung, plotseling omsingeld door een groep van ca. 15 Indonesische militairen.  Deze militairen begonnen tegen mij te schreeuwen, tegen mij aan te duwen, op mij in te slaan met geweerkolven en ze begonnen mij te schoppen.

Achteraf gezien, was het mijn geluk, dat deze molestatie midden in Bandung plaats vond, zodoende kon een passerende patrouille van de P.M. (Polisi Miltair, de militaire politie van het Indonesische leger) nog net op tijd ingrijpen om mij het leven te redden. Een aantal van deze politie mensen kende in vanuit Tjimahi, waar zij voorheen dienst hadden gedaan als M.P.-er (militaire Politie) bij het K.N.I.L.(kon.ned.indische leger)

Deze goed getrainde mannen hadden de overgestapt gemaakt naar de P.M. Deze mannen hebben mij eerste hulp geboden, mij begeleid naar mijn jeep en hebben bovendien een boobytrap, die onder de motorkap geplaatst was , verwijderd. Daarna werd eerste hulp verleend in het plaatselijke hospitaal.

Deze mannen hebben mij dus echt het leven gered en daar zal ik ze altijd dankbaar voor blijven.

Gezien de grote onveiligheid die er toen in Bandung heerste, er hadden zich nog meer incidenten voorgedaan, werd ik met ca. 50 overgebleven collega’s op transport gesteld naar Batavia.

Wij waren de laatste groep nederlandse militairen die Bandung verlieten.

In Batavia bleek het echter ook niet veilig te zijn.

Het kampement waar ik gelegerd werd, was regelmatig doelwit van , vooral nachtelijke beschietingen, zomaar in het wilde weg. Daarom werd besloten om ons, na enige weken hier verbleven te hebben, per vliegtuig naar Nederland te laten repatrieeren.

Wij kregen hiertoe tijdelijk de burger-status, omdat wij als nederlandse Militairen geen tussenlandingen mochten maken in Bangkok en Kahrachi.

Deze repatrieering ging zo snel in zijn werk, dat men vergeten was mijn familie in Holland in te lichten over mijn terugkomst, zodoende moest ik n.b. ZELF op Schiphol opbellen, om mijn ouders in te lichten dat ik weer terug was in Holland !!!.  Om hen niet teveel te laten schrikken, heb ik mijn oom Frans (de broer van mijn moeder in Utrecht)  opgebeld, die op zijn beurt voorzichtig mijn ouders, doe toen in Deventer woonden, ingelichtte over het feit dat hun zoon weer veilig en wel was teruggekeerd in Nederland.  Toen ik een aantal uren later per taxi voor mijn huis aan het Deventer Emmaplein werd afgezet, hingen overal de vlaggen uit en heerste er tot mijn grote verrassing een complete feeststemming.

Om even te schetsen, hoe mijn gemoedstoestand toen was, veroorzaakt door de doorstane emoties en angsten in Indonesie, het volgende : Toen mijn moeder , God hebbe haar ziel, mij de eerste morgen een ontbijtje op bed wilde brengen en mij voorzichtig wakker maakte, sloeg ik, omdat ik waarschijnlijk nog steeds de angsten uit indie bij mij had en ik niet wist wat er gebeurde, van mij af, zodat zij met ontbijt en al naast het bed lag……………heel , heel erg…..

Na een verlof van ca. 4 weken zat mijn diesttijd er op………….tenminste……dat dacht ik !

In de maand Augustus 1952 werd ik weer opgeroepen in militaire dienst, ditmaal om deel te nemen aan de allereerste Europese Geallieerde legeroefening, die werd gehouden in Duitsland. Deze grote leger-oefening kreeg de codenaam : ”Hold Fast.”

Deze oefening duurde voor mij, omdat ik bij zowel de opbouw als de afbouw hiervan betrokken was,  ca.2 maanden !

Toen zat mijn diensttijd er ECHT op………….alleen…………moest ik nog wel dienst gaan doen bij de B.B .(bescherming bevolking).

Hiervoor moest ik mij iedere week 1 avond melden voor het doen van reddingsoefeningen, voor het geval er weer een oorlog zou uitbreken…………………… Na ca. 1 jaar kwam dan eindelijk het verlossende woord van de politiek:

“Indie-veteranen werden in het vervolg vrijgesteld van diensten t.b.v. de Bescherming Bevolking.”

Toen was het ECHT afgelopen en voorbij…………..maar niet geestelijk………..dat is altijd gebleven.

De zinloze strijd in Indonesie, waarvoor de toenmalige politieke figuren in Nederland, verantwoordelijk waren, heeft het leven gekost aan RUIM 6000  !!!  Hollandse jonge mensen die in de bloei van hun leven waren en voordien ook nog eens 5 jaar Duitse bezetting in Nederland hadden meegemaakt.

Wij Indie-veteranen zijn later door de politiek altijd met de nek aangekeken en behandeld op een wijze die wij zeker niet verdiend hebben.

Ca. 50 jaar na dato werden wij afgescheept met een fooi van zegge en schrijve :

Fl. 1000,00. (ca. € 450,00 ).

De weduwen van onze gesneuvelde collega’s kregen in eerste instantie helemaal NIETS !! , maar dat werd later, na vele protesten, gecorrigeerd.

Na al die jaren slaap ik ’s nachts nooit langer dan ca. 1.5 uur aan een stuk en als ik slaap komen er nog steeds beelden terug uit deze periode.(1940-1951)

Ik hoop dat mijn kleinkinderen dit t.z.t. zullen lezen er goed nota van nemen en misschien hier nog meer over gaan lezen.

Tevens hoop ik dan, dat ze er lering uit zullen trekken, de lering dat zoiets nooit meer mag gebeuren.

Er zijn een groot aantal nederlandse militairen die het veel slechter hebben gehad in Ned.Indie dan ik zelf, jongens die soms jaren op buitenposten hebben gezeten en niet tevergeten het grote aantal oorlogsinvaliden en mijn ruim 6000 kamaraden die hun leven hebben gegeven in Indie.

De grote vraag is :”Waarom !”

Wat mijn generatie gedurende een periode van ruim 10 jaar heeft meegemaakt, mogen onze kinderen en klein-kinderen nooit meemaken.

Vleuten 2002.

Sergeant / Indieveteraan,  F.J.J.Berings

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

-http://www.go2war2.nl/artikel/1323/1 Ned. tolken 1944-1955. Mijn jongste oom Frans Berings, was in 1944 betrokken bij de oprichting en aanmelding van tolken in Eindhoven.

- http://nl.wikipedia.org/wiki/Dodenherdenking

-  http://www.kampamersfoort.nl

-Op 4 mei worden behalve de gevallenen in WO.2 , ook de gevallenen tijdens andere millitaire conflicten (zoals de politionele acties in Nederlands-Indië) en vredesoperaties (zoals in Libanon of Bosnië) herdacht.

- http://www.soldatenvanoranje.com   Opdat wij niet zullen vergeten.

- http://www.docentenplein.nl/Geschiedwo2.htm#15  GESCHIEDENIS W.O.2.

- http://www.landmacht.nl/400-terugblik/420/00-start.html   Instituut Militaire geschiedenis

- http://www.marine.nl/historie/nimh/   Nederlands Instituut voor militaire historie

- http://www.marechausseenostalgie.nl/index.php?id=2&mid=49   Marechaussee Nostalgie

- http://www.vpro.nl/geschiedenis   Dossier Tweede Wereldoorlog.    

- http://www.netherlandsnavy.nl/Kannegieter.htm   Website Adrie Kannegieter.

-  http://d-day.pagina.nl/   D-Day pagina, alles over D day.

- www.grebbeberg.nl      MARGRATEN:    http://www.digitalefotosite-corenjoke.com/margraten.htm

- www.go2war2.nl    NASLAGWERK ONLINE WO2. stichting informatie WO twee
- www.tweedewereldoorlog.pagina.nl/ uitgebreide zoeksite WO2 i.s.m.Startpagina.
- www.mei1940.org Site over WO2.
- Het koninlijk gezin in de vreemde, ingezonden door Jochem van Schuppen.
- De Lange Reis, beschrijving jodendeportatie naar Dachau. Bewerkt door Elie van Schilt.
-
Herinneringen aan een rode kruisman, Arnhem 1944 door Joop van Tuil.
- Hongerwinter,  ingezonden door Elie van Schilt.
- Kamp Amersfoort:   www.kampamersfoort.nl 
-
www.engelfriet.net/Alie/gastenboek.htm#reaktie3  o.a. verhalen WO2 uit Rotterdam.
- Alles over WW II 
- Dropping Para's Drenthe,
- Mijn oorlogsbeleving in Deventer 1940-1945  , F.J.J.Berings.
- Bevrijding van Nijmegen, door Gerard Jansen.(overleden op 4 July 2003)
- De achttien doden.
- http://tweede-wereldoorlog.klup.nl/ De tweede wereldoorlog klup
-
www.mei1940.org W.O.2.,site over WO2
-
http://www.Marketgarden.com   operatie "Market Garden."

- http://www.documentatiegroep40-45.nl/index.php  Documentatie 1940-1945.

- http://www.netcetera.nl/print/F22.html  Het ineractieve geschiedenisboek..

http://www.kinderpleinen.nl/5mei.html
http://www.oorlogsmusea.nl/   Oorlogsmusea nederland.

Bevrijding
Bevrijding van Nederland
Bevrijdingsdag
Bevrijding van Zuid-Limburg
Bevrijding van kamp Dachau
Bevrijding van Valkenburg
http://www.monument.apeldoorn-onderwijs.nl/index.htm 
Bevrijding van Apeldoorn      

http://www.overijssel.nl/cultuur/erfgoed/bevrijding   

Bevrijding van Overijssel                    

http://www.bevrijdingskinderen.nl/bevrijd/inhoud.htm

Bevrijdings foto's

http://www.normandy1944.info/  Verhalen van veteranen WO2

@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@

                                               In Memoriam  

                                     SOBAT JOOP VAN TUIL

                                   1924 - 2011

 

                Herinneringen van een Rode Kruisman

                                             Joop van Tuil - Almere, 19 maart 1995.

In 1942 was hij 18 jaar en gedwongen door de zogenaamde "Arbeids - inzet" om in Duitsland te gaan werken. Als lid van de Transportcolonne Arnhem van het Nederlandsche Rode Kruis werd hem de kans geboden zich hieraan te onttrekken door - in feite als onderduiker - deel uit te maken van het Chirurgisch Team Nederland - Oost van het N.R.K.. Daartoe werd hij in het Elisabeth's Gasthuis in Arnhem opgeleid als - wat men tegenwoordig noemt - operatiehelper. Gedurende de oorlog werd dit team ingezet op plaatsen waar door bombardementen veel slachtoffers vielen, zoals Enschede Eindhoven, Nijmegen en meerdere plaatsen. Het was dus een mobiel chirurgisch team o.l.v. Jhr.Dr.J.N. van der Does en P.van Dijk, chirurgen.

EERSTE BEVRIJDING

Het verhaal rond "Bevrijdingen" begint in feite op 17 september 1944. Vroeg in de ochtend van deze dag werd hij gewekt door het loeien van de sirenes. Nu was het zo dat, bij luchtalarm, hij zich onmiddellijk naar zijn post in de stad moest begeven, die op 4 km van zijn huis gelegen was. Hij trok zijn "uniform" aan: een groene overall met Rode Kruis-armband; zijn witte helm voorzien van Rode Kruis-tekens zowel van boven als voor- achter- en zijkanten alsmede het "pantservest": rug- en borstlappen met het Rode Kruis-teken.

Met zijn veldchirurgische tas omgehangen begaf hij zich op de fiets naar het Nieuwe Wees- huis aan het Roermondsplein (Arnhem). Onderweg kletterden de scherven van het afweergeschut van de Duitsers om hem heen. Kort nadat hij de post had bereikt (het zal ca. 06.30 zijn geweest) moest zijn ploeg uitrukken naar de wijk Klarendal waar een flink bombardement had plaatsgevonden. Dit uitrukken vond plaats met auto's die hetzij op gas of op houtskoolgeneratoren reden en waarmee uitrusting en slachtoffers werden vervoerd. Rond 10 uur was zijn ploeg daar klaar en ging terug naar het weeshuis.

Ternauwernood daar aangekomen kreeg de ploeg opdracht naar Wolfheze te gaan, alwaar de psychiatrische inrichting en het blinden- instituut gebombardeerd waren. Toen de slachtoffers goed en wel waren afgevoerd vond de EERSTE BEVRIJDING plaats, plotseling - onder motorgeronk van vliegtuigen- vielen rondom de parachutisten van de 1e Britse Airborndivisie om hen heen. Toen de vliegtuigen verdwenen waren was het doodstil, behoudens de geluiden van het hergroeperen van de parachutisten en de begroetingskreten van de Rode Kruisploeg. Alras rookten zij de eerste Players en Bond Streets. Maar het werk moest doorgaan, dus met gezwinde spoed terug naar Arnhem, na een aantal malen gestopt en dekking gezocht te hebben voor mitraillerende geallieerde jachtvliegtuigen. De Rode Kruistekens op de auto's werden gerespecteerd. Zij werden niet beschoten.

Terug in het Nieuwe Weeshuis, waar men nog niets wist van de luchtlandingen, werd de "bevrijding" enthousiast ontvangen, niet bevroedend wat hen nog te wachten stond. Voor alle duidelijkheid, het weeshuis lag aan het Roermondsplein dat grenst aan de Rijnkade, de weg die de Airbornes af moesten leggen op weg naar de Rijnbrug, die nu de John Frostbrug heet. De Airbornes bereikten tegen zonsondergang via Onderlangs en Bovenover (Utrechtseweg) de Rijnkade en de Rijnbrug zonder veel tegenstand, de Duitsers waren compleet verrast. Dat betekende dat Oosterbeek "bevrijd" was, de bevolking vierde feest, ondanks een aantal slachtoffers, die door de Rode Kruis-ploegen werden verzorgd en opgehaald.

's Avonds waren de Duitsers hun verrassing te boven gekomen, een allegaartje van diverse onderdelen bond de strijd aan met de Airbornes en weldra vonden die avond en nacht straatgevechten plaats. Ook rondom het weeshuis waarbij bijna het gehele Roermondsplein in lichterlaaie kwam te staan; de bewoners van het weeshuis bevonden zich in de kelder.
De ploeg waar hij deel van uitmaakte rukte uit in de omgeving en verzamelde gewonden, zowel Britten, Duitsers en Nederlandse burgers, en brachten die over naar het weeshuis. Waarschijnlijk is dat de oorzaak geweest, mede ook door de Rode Kruistekens en - vlag, dat het weeshuis gespaard is gebleven.

TWEEDE BEVRIJDING

De volgende morgen, het was 18 september, een maandag, kreeg onze Rode Kruisman opdracht om naar het Elisabeth's Gasthuis (E.G.) te gaan. Hij deed dit via de Utrechtse weg (Bovenover), een van de opmarsroutes van de Airbornes. Hier vonden hevige huis aan huis gevechten plaats. Het is hem nog steeds een raadsel hoe hij het E.G. levend heeft weten te bereiken. Rondom het ziekenhuis en het Gemeentelijk Museum werd stevig gevochten en het ziekenhuis was wisselend dan weer in Britse en dan weer in Duitse handen. Er vielen veel slachtoffers. Hij kreeg daarom opdracht om in deze gevechtszone de gewonde soldaten hulp te verlenen, temeer omdat van georganiseerde hulpverlening door de strijdende troepen zelf geen sprake was. Bij deze hulpverlening werd hij ter hoogte van het huidige Rijnhotel gevangen genomen door 2 Nederlandse SS-ers, die hem verweten Duitse stellingen aan de Britten te hebben verraden en gaven te kennen hem ter plaatse te zullen fusilleren en hij werd tegen een muur gezet.

Toen kwam de TWEEDE BEVRIJDING. Een Duitse officier die dit had waargenomen, gelaste de SS-ers hem vrij te laten, met de opmerking dat hun leven misschien ook afhankelijk zou kunnen zijn van de hulp van de deze Rode Kruisman. Donderdag 21 september kreeg hij opdracht om zich naar Angeren achter Huissen te begeven. Daar waren door artilleriebombardementen van zowel Duitse als Britse zijde veel gewonden gevallen onder de burgerbevolking. Er was geen enkele hulp en mogelijkheid tot afvoer aanwezig. Het was een toer om er te komen; hij heeft daar tot zaterdagmiddag gewerkt, toen hij werd afgelost door een aantal mensen uit Huissen.

Op zondag 24 september, de strijd om de brug was door de Airbornes verloren, gelastten de Duitsers de evacuatie van de bevolking van Arnhem en Oosterbeek. Een grote volksverhuizing kwam op gang. Ook de ziekenhuizen moesten evacueren. Zo kreeg onze Rode Kruis-man opdracht een transport zieken en gewonden uit het Diaconessenhuis, dat plaats vond op zo'n 15 platte sleperskarren, te begeleiden naar Otterlo, waar het Kroller - Muller Museum zou worden ingericht als noodziekenhuis. Op elke sleperskar, die voorzien was van een Rode Kruis-vlag, werden zo'n 8 tot 10 gewonden met een aantal verplegenden geplaatst.

Omdat men wist dat langs de Amsterdamseweg en de Koningsweg nog steeds schermutse- lingen plaats vonden, kreeg onze Rode Kruisman opdracht zo'n 50 meter voor de colonne te lopen "gewapend" met een Rode Kruisvlag. Er werd inderdaad nog verspreid gevochten, maar het lukte onbeschadigd erlangs te komen. Zowel de Duitsers als de Britten reageerden op het roepen van "Nicht schiessen" en "Don't fire" en het zien van de door hem gedragen Rode Kruisvlag. Ze staakten het vuren. Helaas, op de Otterloseweg, net nadat de colonne het beschermende bladerdak verlaten had en even voorbij de boerderij "Oud Reemst" op de open weg naast de wildbaan van "De Hoge Veluwe", werd de colonne beschoten door een paar Spitfires, geallieerde jachtvliegtuigen. Dit had twee doden en acht gewonden tot gevolg. De ontreddering was groot.

Hij was dan ook blij dat na deze ruim 6 uur durende tocht het noodziekenhuis bereikt werd. Hij was afwisselend werkzaam in het ziekenhuis en voerde opdrachten uit voor transporten zoals het halen van materiaal uit de Arnhemse ziekenhuizen. Toen kwam een volgende niet ongevaarlijke opdracht. In het niemandsland over de Rijn, tussen Wageningen en Zetten/ Andelst, vonden regelmatig commando - acties plaats tussen Canadese / Britse eenheden versus de Duitsers. Het gebied wisselde dan ook steeds van bezetter. Er woonden bijna geen burgers. De bevolking was weggetrokken, maar er vielen gewonden, waarvoor geen verzorging aanwezig was. Vanaf half november tot half maart, met korte onderbrekingen voor rustpauzes in Otterlo, was hij in dit gebied werkzaam, met veel waardering van beide strijdende partijen, die hem alle hulp gaven in de vorm van voeding, sigaretten, enz.

DERDE BEVRIJDING

Op 17 april 1945 naderden Canadese tanks via de Hoenderlose weg Otterlo. Er waren Duitsers in het dorp, dus van een glorieuze ontvangst van de bevrijders was geen sprake, er werd een stevig robbertje gevochten. In de Dorpsstraat en op de Arnhemseweg werden een paar tanks middels Pantservuisten door de Duitsers buiten gevecht gesteld, d.w.z. de tanks vlogen in brand en het gros van de bemanning kwam om. In de loop van de middag keerde de rust weer en nu werd het tijd om de bevrijders te verwelkomen, de vlaggen gingen uit en zonder de tonelen die zich in de grote steden afspeelden, vonden bewoners en bevrijders elkaar. Onze Rode Kruisman had nog geen tijd om zich met de Canadezen te onderhouden: er waren gewonden die verzorgd en afgevoerd moesten worden. Pas laat in de middag ontmoette hij Canadezen van een bataljonsstaf die in de school, vlak bij de kerk, hun hoofdkwartier gevestigd hadden.

De tanks zijn dan allang uit het dorp verdwenen op weg naar Ede. Zo maakte hij kennis met Capt. H.L. Overholt uit Omemee, Staff-Sgt. Stanley Ford uit Ontario, Major J.J. Donnelly uit Ottawa en nog een aantal anderen, van wie de namen op een hakenkruis-armband staan, afgenomen van een NSKK-man (Nat.Soc.Kraftfahr Korps), die krijgsgevangen gemaakt was. Deze armband is een van zijn dierbaarste souvenirs. Na een gezellige avond met de nodige beers en malts dachten we te gaan slapen. Maar wat een misrekening. Uit, wat de Duitsers toen noemden het "Waldlager" in de Harskamp, waren grote aantallen Duitse SS-ers, die de Canadezen kennelijk over het hoofd hadden gezien, in het dorp geïnfiltreerd en trachtten de in de school ondergebrachte bataljonsstaf gevangen te nemen. Het gevolg was dat er hevige gevechten uitbraken. Dit resulteerde er in dat de Duitsers weer heer en meester werden in het met Nederlandse vlaggen getooide dorp. Uiteraard vielen er weer veel gewonden, zowel onder de militairen alswel onder de burgers, dat gaf weer handen vol werk, afvoer naar het nood- ziekenhuis werd door de Duitsers niet toegestaan, zodat het Hotel "Jagerslust" ingericht werd als noodverbandplaats.

VIERDE BEVRIJDING

In de vroege ochtend van de 18e keerden Canadese tanks, vergezeld van infanterieeenheden terug naar Otterlo om de Duitsers te verdrijven en de bataljonsstaf te bevrijden. Dit ging met hevige gevechten gepaard, er moest letterlijk om elk huis gestreden worden en menig huis werd dan ook een prooi der vlammen. Uiteindelijk kregen de Canadezen weer de overhand, de Duitsers verzamelden zich in een bosrijk terrein in de buurt van het dorpskerkhof, groeven zich in om de Hoenderlose weg met hun vuur te bestrijken en het dorp met hun mortieren te belagen. Daar maakten de Canadezen abrupt een einde aan door hun vlammenwerpers in te zetten, een afschuwelijk wapen, honderden SS-ers kwamen in de vlammen om, overgave was niet mogelijk. Pas 's avonds keerde de rust weer. Nu stond het hele dorp vol met tanks, maar van enige feestvreugde was geen sprake. De tol die betaald werd onder bevolking en bevrijders was groot, zo sneuvelde o.a. Staff-Sgt. Stanley Ford. Laten we door HIER zijn naam te noemen, alle BEVRIJDERS eren die hun leven voor onze VRIJHEID gaven.

Rest nog te vermelden dat onze Rode Kruis-man werd onderscheiden met de "PRO MERITE" MEDAILLE van het NEDERLANDSCHE ROODE KRUIS. Op zichzelf geen verdienste, hij meent niet meer dan zijn plicht te hebben gedaan, zoals elk van ons zou doen, wanneer we daartoe geroepen worden.

Indië

Beste Sobats,

Wat is dat nu weer: Hpva.

Organiek past het in het rijtje van de hulp aan gewonden en zieken.

Bij de Infantrie-bataljons had je de BHP's of te wel de bataljons hulp posten.

Hierop bevonden zich verspreid o.a. een bataljonsarts, bataljonsverpleger en

uiteraard gewondenverzorgers.Vanuit deze BHP's werden de gewonden doorgestuurd naar een Hulp Verbandplaats Afdeling (Hpva).Die ving de gwonden op, daar werden ze behandeld en eventueel doorgestuurd naar een basishospitaal.

Maar dat er veel meer gedaan werd zal ik kenschetsen in het voorbeeld van mijn

Hpva. Ik zelf werd na mijn werkzaamheden in het Mil. Hospitaal in Brussel en Nijmegen geplaatst in Utrecht (seypesteinkazerne) om deel te nemen aan de opleidng van gewondenhelpers van de 31 -32 en 33 Hpva.

Op mijn verzoek werd ik in eind 1946 ingedeeld bij de 31e Hpva waar ik mee naar Indie ging.

In Batavia aangekomen heb ik nog even in het MH1 gewerkt op de OK.

Met een schip van de KPN werden we overgeplaatst naar Midden Java en ingedeeld bij de T-brigade.en daar werden we geheel zelfstandig,

Nu bestaat de Hpva uit behalve het medisch personeel ook uit een wachtpeloton en uiteraard veel gewonden verzorgers.

Bij de OVW-bataljons was een groot tekort aan gewondenverzorgers dus van de aanvang af werden veel van onze mensen bij deze bataljons gedetacheerd.

In Semarang werd ik geplaatst in het Elisabethziekenhuis op de OK.

Bij de 1e pol.actie ging ik met de 31 e naar Salatiga alwaar we in een bestaand complex een hospitaal inrichtten, bij ons werd een mobiel chirurgisch team gedetacheerd zo dat ook operaties konden plaats vinden.

Ik zelf werd hoofd van de chirurgisch afdeling,omdat er veel acties plaats vonden en er tal van gewonden vielen hadde we er de handen vol aan .

Omdat het basishospitaal zich in Semarang bevond en het vervoer daar naar toe nogal problematisch was,er moest in konvooien gereden worden, kwam de het verblijf van de geBij de 2e pol/actiewonden en de zorg er voor totaal voor onze rekening.

Bij de 2 e pol. actie zat ik in het eerste vliegtuig dat op Maguwo in Djocja landde en werd met een jeep vergezeld van KST-ers de stad ingestuurd om beslag te leggen op het Dr Yap ooglijdersziekenuis om als hosptaal voor de T-Brigade te dienen.

Daar zijn we dan ook tot de ontruiming in dec. 1949 gebleven.

Wij van de 31 e Hpva zijn er trots op dat we tot de T-Brigade behoorden en dat we als zelfstadige eenheid hebben kunnen optreden.

Heel wat anders dan de organieke opsomming,

Zo dat was de 31 e Hpva.

Groeten van een ouwe hospik.

Joop.

                                                                                                     

                                                                                                  Hij ruste in vrede

 @@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@@