Boerderij De PLOEG Rotterdamseweg 213-215 zie onder Cornelis van der Spek
Deze boerderij is in oorsprong georiënteerd op het oosten,en ligt op een geulafzetting (Duinkerke 1)
En stamt waarschijnlijk uit het einde van de 16 de eeuw.Op de kadastrale minuutkaart is reeds sprake
van een uitbouw van de kelder aan de achterzijde,en een aanbouw van een zomerhuis.
Het voorhuis heeft nog alle oorspronkelijke kenmerken zoals een vrijwel ongedeelde ruimte met grote
schouwpartij,een tochtportaal en een plafond van moer en kinderbinten.
De moerbinten zijn afgeschoord tegen en ondersteund door muurstijlen.Onder de binten zitten
sleutelstukken met renaissance profilering.Dezelfde constructie wordt in de opkamer aangetroffen.
De melkkelder heeft naast de ingang een waterput.Het ooit aangebouwde keldergedeelte is later weer
dichtgestort.tussen het voorhuis en de kelder heeft men ooit een kleine ruimte gemaakt die,blijkens de
troggewelfjes en het getraliede raam,als koele bewaarplaats diende.
De stal,die uit de vorige eeuw stamt,draagt door een flink hoogte verschil in de vloer (70 cm 13 meter
achter de brandmuur) nog duidelijk sporen van een veel oudere stal.
Deze lijkt dan haaks op de huidige gestaan te hebben,doch dit is slechts een voorzichtige veronderstelling,nader onderzoek
lijkt noodzakelijk.Het gebouw raakt door een gesplitste bewoning wat vertimmerd. Doch het geheel heeft een unieke bouwhistorische waarde.
Zorgvuldig behoud zou zeker op zijn plaats
zijn.

De boerenwoning is op 28 Februari 2011 afgebrand en verloren beschouwd
noot 1 Cornelis van der Spek was koopman aan het Lagereind, Dorpsstraat 25. Zegwaartseweg 37 (1858), Dorpsstraat 5Oa. 53a en 190b te Zegwaart.
Hoewel Cornelis in 1854 "tot het volle bewustzijn was gekomen dat Jezus ook zijn Zaligmaker was", had hij vrij spoedig daarna "de tegenwoordige wereld lief gekregen". In juni 1866 wilde hij toch eens een afgescheiden dominee gaan horen. Deze preekte over Amos 4: 12b "Schik U, 0 IsraëI, om Uw God te ontmoeten". Na deze dienst beleed hij schuld voor de Here en vroeg nog diezelfde week om als lid van de afgescheiden gemeente te worden toegelaten. Al op 1 januari 1867 werd hij gekozen tot ouderling. Hij is dat tot aan zijn dood gebleven. Bij afwezigheid van de predikant was Cornelis preeklezer. In 1872 verbond hij zich tot een jaarlijkse kerkelijke bijdragen van f 15,-. Gemiddeld was deze bijdrage toen f 18,- per jaar.
Tussen 1870 en 1880 begon hij een bodedienst op Delft met een span honden, die spoedig vervangen werd door een muilezel, gespannen voor een tweewielige wagen. In 1880 kwam zijn toen twaalfjarige zoon Pieter Jacobus bij hem in de zaak. In 1889 kwam ook zijn zoon Arie hem helpen.
Cornelis heeft een maagkwaal gehad. In "Herinneringen uit ons kerkelijk leven van 1854 tot 1932" schrijft zijn zoon Arie: "Met vreselijke pijn stond hij in de kerk dikwijls voor de lessenaar. Eens was het zo erg dat hij thuis kwam en zei: 'Nu kan ik niet meer. Kinderen, ga Veldhuijzen even roepen". Toen deze kwam, zei hij: 'Veldhuijzen, ik kan niet meer. Jij moet vanavond lezen'. 'Dat nooit!' was het antwoord, 'want ik heb het nog nooit gedaan'. 'Dan sluit je de kerk maar, doch het is voorjouw verantwoording'. Veldhuijzen ging bezwaard naar huis, maar 's avonds las hij toch en alles verliep in goede orde."
Cornelis trouwt op vrijdag 12 augustus 1859 te Berkel en in de kerk op zondag 14 augustus 1859 te Berkel met Jannetje van Velzen, dochter van Petrus Arijens van Velzen en Neeltje Verboeff. Getuigen Pleun Batenburg (bakker, 60 jaar), Arie van Brenkelen (schoenmaker. 32 jaar), Jacobus van der Spek (wagenmaker, 33 jaar) en Reinier van Eyk (veldwachter, 47 jaar). Jannetje is geboren op zondag 23 november 1834 te Berkel om 10.00 uur.
noot 2 Cornelis van der SPEK, geboren te Zegwaart op 12-07-1873. Christelijk Gereformeerd afgescheiden gedoopt te Zegwaart. Faillissement op 04-12-1897. Cornelis is naar Duitsland vertrokken nadat hij had gefraudeerd met de ‘melange’ - het mengsel van margarine en roomboter. Hij had er teveel margarine in gedaan. En is daarvoor veroordeeld tot f 1000,- boete en een jaar gevangenisstraf. Na zijn vertrek heeft de familie niets meer van hem vernomen