Om onze reisbelevenissen enigszins te ordenen hebben we van elk land de Highlights (samenvatting), Belevenissen (reisverhaal met foto's) en Route (kaart met daarbij waypoints van bijzonderheden) beschreven. Hieronder volgen onze reisbelevenissen van (de tweede entree in) Senegal.
'Stop'bord gemist, oeps!...
Lekker veilig, camperen bij de Gendarmerie...
Pas op voor overstekende (wilde) paarden...
'Camp du Lion': Kom maar op met die leeuwen...
Over het 'pad' verder naar het zuiden, welk pad?!...
Genieten, zelfs met beestjes in bed...
'Chez Marie', het is eerder 'Avec' Marie...
Klas op stelte, dat was niet de bedoeling...
Op weg naar Tambacounda
Nog wel even de grens Gambia-Senegal passeren. Inderdaad even. Het lijkt wel
of de grensovergangen telkens makkelijker worden. Of worden wij makkelijker? In
ieder geval ging het soepel. Overigens begon het wat onstuimig aangezien we de
bewuste douanier uit zijn Siesta wakker maakte. Dat is vaak geen goed begin.
Echter met wat sigaren van Arnold en Jacob sloeg de sfeer snel om! Mooi, we zijn
weer in Senegal!
Zo soepel als de grensovergang ging, zo lastig ging het
oprijden van een voorrangsweg
Althans we dachten dat het een voorrangsweg was... De dirt-road bij de grens
ging enige kilometers later over in een prima asfaltweg. Goed het gas erop,
potholes links en rechts ontwijkend (net alsof we dan in een hele grote kart
rijden, challenging!) en rap naar Tambacounda. We rijden op een kruising aan.
Zien rechts van de weg wat hutjes staan. En een voorrangsweg-stopbord. Paul en
Judith rijden voorop, daarachter Ronald en Margriet en achterop Arnold en Jacob.
We remmen af, kijken links, rechts, links en rijden met een kilometertje of 30
linksaf de 'voorrangsweg' op. Ronald en Margriet volgen echter op enige afstand.
Wij doen het wat rustiger aan om weer met de drie auto's bij elkaar te komen.
Stom! Een helskabaal uit een scheidsrechtersfluit penetreerd onze oren. Shit,
dat klinkt bekend. Een official fluitje. Ik kijk in de spiegel en zie Ronald en
Margriet vlak na de kruising stoppen, Arnold en Jacob erachter. Damn, this is no
good. We wachten. En wachten. 'Juut, ik denk dat ik even ga kijken wat er loos
is. Oke, ik blijf wel zitten.'
Enigszins balend loop ik de 50-100 meter terug. Een Gendarmerie official komt op
mij afgelopen. Vlak bij de auto van Ronald en Margriet tref ik hem en begin de
Standard Operating Procedure (SOP) 'Hoe een official te paaien'. 'Bonjour, ca
va?' De official reageert met een koel 'hmmm'. Oeps, no good. Toch duw ik mijn
hand naar voren. Dit kan hij toch echt niet afslaan. En inderdaad we schudden
elkaars hand. Nou ja, schudden. De handjes zijn hier nogal klef. Het lijkt meer
op elkaar 'de hand aaien'. Maar goed, ik vraag de meneer of alles bon is. 'Neen,
het is niet bon. Ohh, hoezo niet dan?' Een uitleg in het 'Frans' volgt. Tja, dat
gaat toch echt te snel. Den official raakt enigszins verhit, logisch, hoort bij
het 'spelletje'. Hij vraagt om mijn rijbewijs. 'Ogenblikje, loop ik even naar de
auto om het op te halen.' Tergend langzaam (hoort ook bij het spelletje) loop ik
naar de auto, pak de papieren en weer terug.
Ondertussen heeft 'onze vriend' ook de rijbewijzen van de andere chauffeurs te
pakken. Hmm, no good. 'S'il vous plait' en overhandig mijn internationaal
rijbewijs (het Nederlandse rijbewijs ligt goed opgeborgen in de kluis!). Weer
volgt een uitleg over mijn enorme stommiteit. Ik begin langzaamaan een vermoeden
te krijgen. Het stopbord! We zijn niet helemaal stil gaan staan bij het
Stop-bord, een verkeersovertreding dus! Shit, dat gaat geld kosten. Ik moet met
de man meelopen naar zijn 'office'. Oftewel één van de hutjes aan de
rechterkant van de weg. Alsof hij erop heeft zitten wachten, de f.... Hij toont
het Stop-bord en maakt nogmaals duidelijk dat we hadden moeten stoppen: 'dit is
een Police-checkpoint! Stoppen dus!'
Het kwartje valt, het Stopbord dient duidelijk te maken dat dit een
politiecontrolepunt is. Stoppen dus. Tja, hoe had ik dit kunnen vergeten...
'Voetbalt u ook? Ja, ik voetbal graag' zegt de douanier. Kent u Gullit, Van
Basten, Davids etc. Tuurlijk!' Bla bla bla en we praten nog een paar minuten
over voetbal. Niet dat ik zo'n voetbal liefhebber ben, maar het werkt wel. 'O by
the way, kan ik de rijbewijzen weer meenemen? Neen, zo makkelijk komt u er niet
vanaf. '6000 cfa graag. 6000?' En ik begin te lachen. 'Dat lijkt me een beetje
veel. Ik heb er echt heeeel erg veel spijt van, zal het nooit meer doen, maar
6000 cfa (is ongeveer fl. 20,-) ga je echt niet krijgen. Weet je wat, ik heb
hier twee fantastische stylo's (pennen), het zijn cadeaux maar omdat ik er
zoveel spijt van heb wil ik deze wel aan je geven.' Ik pak de pennen (waar we er
nog 400 van hebben) toon ze, kijk er nog een keer heel erg verdrietig bij (tja,
het is wel een cadeau wat ik ga weggeven hoor) en overhandig ze. De politieagent
bekijkt de pen (met name het Land Rover logotje) test de pennen en zegt oke. Hij
zegt oke! Hoe is het mogelijk, wat een corrupte hufter. Maar dit is wel een
goedkopere oplossing. Niet zeuren, wegwezen. Ik pak de rijbewijzen zo snel als
ik kan van de tafel en bam! zijn hand ligt erop. Wat nu weer. 'Deze pennen zijn
maar voor één rijbewijs.' Ik verschiet, voel dat ik ietwat boos begin te
worden. Maak de meneer duidelijk dat ik nu de drie rijbewijzen mee ga nemen, en
zoniet dat we dan echt samen een probleem gaan krijgen. 'Oke, aurevoir' zegt hij
met lacherige stem. Etterbak, denk ik bij mezelf.
We starten de motoren, op naar
Tambacounda!
Tambacounda is een redelijk stadje. 70.000 inwoners, 'goede' infrastructuur,
een markt en zelfs een station. Een redelijk stadje dus. We gaan op zoek naar
een campement waar Ronald en Margriet in '98 ook gecampeerd hebben. Links en
rechts van ons zien we lemen gebouwen. Redelijk afgewerkt, redelijk in de verf.
Niet al te veel mensen op straat (tijdens de ramadan is het overdag behoorlijk
rustig; dat is 's avonds heel anders...), wel veel auto's en ezelskarren. Ronald
en Margriet en de jongens stoppen bij een bank om de nodige liquide middelen aan
te vullen. Judith en ik gaan vast brood inkopen, 15 stuks wel te verstaan.
Schuin tegenover de bank staan een aantal kraampjes met brood, fruit en zelfs
wat groente. De voorkant van het stalletje is niet helemaal op mijn lengte
(1.86) voorbereid. Licht gebogen maak ik het oude vrouwtje achter de plank, die
de balie vormt, duidelijk dat we graag 15 broden willen. Ze kijkt ons aan. Geen
reactie. Nogmaals, maar nu met handen en voeten. Een onbegrijpelijke blik
in haar ogen. Nogmaals, nogmaals en nogmaals. Dit is lastig. Een jonge jongen,
pakweg 15 jaar, voegt zich ook onder het kleine afdakje van het stalletje.
Lekker knus, redelijk warm. De onbegrijpelijke blik in de ogen van het oude
vrouwtje verandert in een hoopvolle blik. De jongeman werpt zich op als
bemiddelaar in dit 'lastige' koopconflict: koper en verkoper begrijpen elkaar
niet. Hulp is nodig. Na pakweg tien minuten, en enkele vermenigvuldigingen op
papier verder, lopen we met 15 broden onder de arm terug naar Shaggy. Poeh,
lastig hoor brood kopen.
Ondertussen zijn de andere koppels voorzien van cash
Op naar de campsite. Door een gezellig drukke hoofdstraat, op de rotonde
links, straatje in, kuil ontwijken, zandpad. Links en rechts huizen en andere
gebouwen. Het volgende straatje links, asfalt op. Kuil(en) ontwijken, straatje
in links. Links en rechts huizen en andere gebouwen. Zo rijden we enige minuten
in rondjes rond. Vragen her en der de weg. 'Hmm, het moet hier echt in de buurt
zijn.' En inderdaad, enige straten verderop vinden we het bewuste campement,
gesloten! Verdorie, das bale. En nou? Lonely Planet erbij. Rough Guide erbij.
Nog een Lonely Planet erbij. 'Er zijn diverse hotels in het stadje, misschien
kunnen we bij een van de hotels camperen. Eerst de dichtsbijzijnde maar
proberen. We hebben geen zin om in het donker nog een campeerplek in te richten
en het loopt ondertussen tegen vijfen.
Het eerste hotel/campement blijkt niet geheel te passen bij onze behoefte.
'Volgens mij zijn dit animeerdames o.i.d.' hoor ik Jacob zeggen. Nee he, niet
weer.
We besluiten terug te rijden naar het gesloten campement en
daar voor de deur te camperen
'Dan maar geen douche, gewoon wassen kan toch ook.' Op nog onduidelijke
wijze staan we ineens met drie LR's op de 'kazerne' (een vierkant stuk zandgrond
van 100x100 meter met daarop 1 kantoorgebouw, twee huizen, een waterpomp en twee
autowrakken) van de lokale Gendarmerie. 'Wat gaan we hier doen Ronald? Kijken of
we kunnen overnachten. Maar we gingen toch nog dat gesloten campement? Ja, maar
dit lijkt een stuk veiliger. Tja, dat is waar.' Op de kazerne overnachten, dat
is lang geleden!
Margriet doet de eerste onderhandelingen. De chef van de chef wordt erbij
gehaald. En zijn chef ook maar, voor de zekerheid he. Praten, praten, lopen,
praten, lopen, kijken. Een klein half uur later, met versterking van Ronald,
krijgen we toestemming om te camperen op de kazerne van de Gendarmerie van
Tambacounda. We geloven onze oren niet. 'Niet kletsen, kamp maken en rap. Als we
eenmaal staan zullen ze zich niet zo snel bedenken.' In een paar tellen staan
onze tenten netjes uitgevouwen, de stoelen en tafels tussen de auto's in en
genieten we van zojuist ingekochte zoutjes. Een knappe Gendarmerie die ons nog
wegkrijgt.
Na een heerlijke, veilige, nachtrust een
gezamenlijk ontbijt
Wassen, alles inpakken, en klaar voor vertrek. Niet meer dan een uurtje,
hooguit anderhalf werk. De kinderen die in de 2 huizen wonen hebben ons
ondertussen ook ontdekt. Ons? Nou, eigenlijk meer de bon-bon's (snoepjes) en
balonnen die we bij ons hebben. Judith speelt met een paar van de kinderen. De
kleinste van het stel krijgt de ballon niet opgeblazen. Judith helpt. Terwijl
Judith blaast knijpt het kleine kereltje in de ballon. Dat is een leuk
spelletje. Harder blazen, harder knijpen, harder nog, knal!! Jammer, next.
We zwaaien nog even naar de kinderen
Gooien de diesel en watertanken vol. Op weg naar Niokolo Koba, hét
natuurpark van Senegal. Tot aan het park is het asfalt. Sterker nog, de
asfaltweg loopt dwars door het park heen. Van Tambacounda tot aan Kedougou,
bijna tegen de grens met Guinee en Mali aan. Arnold en Jacob voorop, wij
erachter, Ronald en Margriet sluiten vandaag de gelederen. Links en rechts van
de weg is het vrij vlak. Geen huizen, geen hutjes, wel heide en bomen. Veel
heide, weinig bomen. Verbrande stukken heide komen we ook regelmatig tegen.
Gecontroleerd verbrand wel te verstaan. Veelal vierkanten stukken
zwartgeblakerde grond. Stinkt stevig, ziet er niet mooi uit. Voor de lokale
bevolking wel functioneel.
De heide aanschouwend, en uiteraard op 'al' het verkeer lettend (ik krijg
regelmatig van Judith op mijn donder dat ik op de weg moet letten en niet om me
heen moet zitten kijken), zien we schuin links voor ons (pakweg 300 meter) een
tweetal paarden rennen. Rechts van de weg zien we een groepje paarden staan.
'Volgens mij gaan die twee paarden de weg over rennen, ik hoop maar dat Arnold
en Jacob ze ook zien. Dat zal toch wel.' Dat zal toch niet! Arnold en Jacob
rijden met dezelfde gang, een kilometer of 80 per uur, verder. Een tegenligger
nadert met ongeveer dezelfde snelheid. De paarden zullen geen 80 kilometer per
uur lopen, maar wel hard. Volle galop. Ik begin langzaam het gas los te laten.
Zie de beide auto's elkaar naderen en de paarden van links in volle vaart op de
twee auto's afstormen. 'Shit Paul, dit gaat niet goed hoor. Damn nee.' Het
geheel nadert elkaar en als een godswonder krijgen beide paarden het voor elkaar
om nog net tussen de twee elkaar kruisende auto's door te rennen. Opgelucht
halen we adem.
Niokolo Koba is groot. Erg groot zelfs:
9000 vierkante kilometer
Wij denken 3 a 4 dagen in het park te blijven, hoeveel vierkante kilometer
zouden we kunnen zien? Weinig. Heel erg weinig blijkt achteraf.
De ingang van het park is duidelijk aangegeven. Een slagboom verspert de weg, de
scheiding van asfalt en zandpad. Binnen no-time staat er een Gendarmerie (zij
bewaken het park tegen stropers) bij de auto's. 'Parkeren, ja daar, nee daar, ja
daar ja.' Moeilijk zeg, een plaatsje aanwijzen. En dat terwijl er geen hond te
bekennen is, laat staan een auto. We kopen een kaartje voor drie dagen. Een
boekje erbij. Alleen de nootjes voor de aapjes nog en ons uitstapje is compleet.
Nee, toch niet. Bij de ingang van het park staan namelijk 2 Franse lifters te
wachten. Of ze mee kunnen rijden tot aan het campement, Sengeti o.i.d. In
beginsel zijn we wat terughoudend. In de auto's is echt geen plaats. Met enig
aandringen van de Gendarmerie die de kaartjes verkoopt besluiten we dat ze op
het dak mee kunnen. Als we ze op de plaats van bestemming afzetten, een klein
uurtje verder, ziet het Franse stel er heel anders uit: van top tot teen onder
het rode stof. Sorry. Zij zijn gelukkig erg blij met de lift, geen
schuldgevoelens dus.
Wij vervolgen onze weg naar de eerste overnachtingsplaats in
het park: Camp du Lion
Een prachtplek! Net als de route er naar toe overigens. Afwisselend bos,
heide, tropische beplanting, her en der een watertje en zelfs een klein stukje
savanne. Prachtig. Camp du Lion heeft diverse bamboe hutjes, enorme palmbomen,
er omheen dichte begroeing met daarachter de Senegal rivier. Dit zijn toch de
stekjes waarvoor we op dit moment als 'nomaden' leven. Bijna dagelijks ons hele
hebben en houwen opbreken om te kijken wat voor moois er verderop nog te
ontdekken valt (inderdaad ik heb zojuist het boek Onder Nomaden gelezen; mooi
boek, een aanrader).
Een mooie plek dus. Rust, genieten
We wassen ons, ietwat spichtig, in de rivier. Dit is wel een wildpark hoor.
Tegen het eind van de middag lopen we naar een open plek, 300 meter verderop,
aan het water. Weer zo'n prachtplaatje. De rivier is hier best breed, een meter
of zestig à tachtig. Aan weerszijde enorme hoge bomen, voor ons een kunstmatige
dam. Van hout, wat gaas en stenen. Vanaf deze plek kunnen we zeker een paar
honderd meter ver kijken. Als er beesten aan zouden komen om hier te drinken,
dan zouden we ze op tijd moeten kunnen zien. Jacob en Arnold waren al eerder
naar deze plek gelopen. Ze wijzen ons, met verrekijker, op de hippo's
(nijlpaard) die enige honderden meters verderop in het water aan het spelen
zijn. Dit is waarvoor we hier zijn, wilde beesten! 'Nog meer wilde beesten,
baboons (bavianen)! Waar dan? Daar links, boven in de bomen. Ja joh, dat is
gaaf. Wat een kabaal maken ze he.' Oh maar dat kan nog veel gekker moet Judith
hebben gedacht. Het volgende ogenblik begint Juutje haar stembanden te schrapen.
Enige ogenblikken later hoor ik naast me een oorverdovend lawaai. Judith is in
gesprek met de bavianen... Hemelsbreed 200 meter verderop!
En het werkt, Juutje kan echt met apen kletsen!
Oeoeahah aangevuld met wat getimmer van de handen op haar borst. Diverse
bavianen zien in Judith een wel heel bijzondere aap(mens) en reageren door de
takken waarop zij zich bevinden hevig heen en weer te schudden. Juutje is in
haar element. De juiste techniek heeft Judith overigens in Gambia afgekeken
tijdens onze boottocht op de Gambia rivier. Eén van de begeleiders kon de
apengeluiden echt goed nabootsen, met als resultaat wild springende apen in de
boomtoppen. Judith lijkt dus aanleg te hebben.
Wat ze precies heeft gezegd weten we nu nog niet. 's Avonds hoorden we echter
wel hele vreemde geluiden vlakbij ons campement. Scary! Hevig gebrom en gegrom.
Brrrrr. Judith en Margriet, echte helden, gingen wel even kijken. Pikkedonker,
de lamp van Arnold en Jacob mee. Stapje voor stapje. Bijna bij het pad naar
beneden, richting rivier, aangekomen (15 meter verderop) horen ze weer gebrom.
Pfieuw en terug waren ze. Toch maar niet kijken!
De volgende ochtend, nog voor zonsopgang, staan we weer
paraat
Dezelfde open plek aan het water. Wachtend op al het moois dat nu toch zeker
voorbij gaat komen. De avond ervoor hadden we namelijk, buiten de hippo's en
baboons, geen andere dieren kunnen spotten. Niets, helemaal niets. Kom ik daar
zo vroeg mijn bed voor uit. Leeuwen, tijgers, olifanten, kamelen voor mijn part
wil ik zien. En veul. Niets dus. Ronald brengt uitkomst. Met de LR van Ronald en
Margriet gaan we op pad. 2 Voorin, 4 op het dak. Gaat prima. Alleen die
stekelstruiken zijn wat lastig he Jacob. Net iets te laat weggedoken, jammer
drie gaten in zijn blouse. Dit mocht de pret niet drukken. Wij gingen beesten
zien, en veul. Niets, helemaal niets.
Wel mooie uitzichten, prachtig zelfs. Door de bomen, over de rivier. Over smalle
paadjes, langs/door stekelstruiken. Hoge palmen, allemaal top. Maar geen wilde
(liefst grote) dieren. Balen.
'Eerst koffie en rustig ontbijten, dan
zien we wel weer verder.' Helemaal mee eens mop
We besluiten om verder naar het zuiden te rijden. Volgens de kaart, uit het
bij de ingang gekochte boekje, komen we dan door diverse gebieden met hippo's,
baboons, elephants en zelfs lion's. O yes, wij gaan wilde dieren zien. Goed
gemutst wordt het kamp opgebroken. Arnold en Jacob voorop, Ronald en Margriet
erachter en wij als hekkesluiters. De eerste 10-15 kilometer gaan voorspoedig.
Smalle paadjes, her en der zelfs iets te smal. Shaggy wordt regelmatig voorzien
van een 'aandenken'. Een litteken in zijn nog (redelijk) gave lak. En niet zo
eentje waar nog een pleister op kan, nee van die lange krassen die echt gehecht
moeten worden. Damn! We laten het maar over ons heen komen. We wisten dat Shaggy
niet als Shaggy terug zou komen. Nee ook Shaggy zou een ervaring rijker terug
gaan komen van deze reis. Maar zo vroeg al vol met diepe krassen, damn!
De eerste vijftien kilometer zijn dus nog goed te doen. Daarna wordt het toch
echt lastiger. Dikke struikgewassen, drie vier meter hoog. Geen pad te zien,
hooguit een karrespoor van lange tijd geleden. 'Maar de kaart geeft echt aan dat
het pad hier moet lopen. Dat kan wel wezen, maar zie jij een pad dan?'
Regelmatig overleg moet ervoor zorgen dat we de juiste richting op blijven gaan.
Met z'n zessen wel te verstaan. Dit valt niet altijd mee. Twee mensen om een
kaart (ter grote van 2 A4) is al lastig. Drie mensen wordt een uitdaging. Vier
of meer is niet te doen. Het is dus regelmatig 'omhangen en volgen'. Na verloop
van tijd, de tijd gaat sneller dan het aantal kilometers, wisselen de twee
voorste auto's. Ronald en Margriet voorop, Arnold en Jacob en dan wij. Het
terrein blijft slecht, overigens wel spannend om te rijden. Een beetje Camel
Trophy gevoel maakt zich dan ook van ons meester. In ieder geval voor het
moment. Zeker als we ook nog kleine rivercrossings erbij krijgen. Sommige zelfs
stijl omhoog of stijl naar beneden. Bomen op de weg, diepe kuilen. Uitdagingen!
Yes! Bijna alles blijft heel. Helaas zien Ronald en Margriet een boomstam te
laat liggen, krakkerdekrak. De rechter voordeur loopt een behoorlijke deuk op.
Ook het spatbord is beschadigd. Shit, niet leuk.
Op een gegeven moment is de begroeiing te hoog
'Dit kan toch niet de goede richting zijn' zegt Ronald. Het pijltje op de
GPS geeft nog altijd de 'goede' richting aan... Overleg. De meningen zijn
verdeeld. We besluiten om terug te gaan naar het punt waar we zeker nog op de
goede route zaten. Paul en Judith voorop. Het spoor is nu gemaakt; in plaats van
5-7 kilometer per uur kunnen we nu met 20-25 kilometer per uur terug. Oeps, wel
op blijven letten. Kuilen en hobbels zijn onder het platte struikgewas
natuurlijk niet verdwenen. Judith grijpt regelmatig in, maakt me duidelijk dat
het 'best iets rustiger mag'.
Op het bewuste, bekende, punt volgt wederom overleg. Met enig toeval ontdekken
we achter het hoge struikgewas een perfecte kampeerplek. Aan het water,
verscholen, onderaan een klein heuveltje. Een joekel van een boom in het midden.
We rijden de LR's naar beneden, rondom de boom. Tafels eruit, stoelen eruit,
drinken op tafel, herstellen. Persoonlijk herstellen. Het is een lange, zware
dag geweest. We trachten 's ochtends vroeg te vertrekken en 's middags vroeg
kamp te maken. Dan blijft er voldoende tijd over voor 'lopende' klusjes. En
ontspanning natuurlijk.
's Avonds nogmaals overleg
Waar zitten we nu, waar willen we heen. 'Iedereen mee eens?' Eigenlijk niet.
Arnold en Jacob en Ronald en Margriet willen over drie dagen ten zuid-oosten het
park uit. Judith en ik ten zuid-westen. Lastig. Maar één toegangsbewijs. De
route is ook niet eenvoudig. 'Juut het lijkt toch het verstandigst om bij elkaar
te blijven. Ondanks dat we dan via een andere, veel moeilijkere route Guinee in
moeten. Weinig keus lijkt me. Helaas ja.' We passen ons aan. De routeplanning
ook.
Jacob en Arnold hebben een computerprogramma waarmee we op (ietwat gedateerde)
Russische kaarten routes uit kunnen zetten. Uitzetten in die zin, dat met
'klikken en klakken' op de digitale kaart -waarop zelfs de meeste zandpaden
zichtbaar zijn!- een hele reeks waypoints (coördinaten) worden gecreëerd. Deze
vervolgens uploaden naar de diverse GPS-en et voila. Zo gezegd, zo gedaan. Wat
blijkt, de route die we tot op heden hebben gereden klopt precies! 's Avonds
genieten we van een overheerlijke douche. Een echte douche, aan de zijkant van
de LR van Jacob en Arnold. Ingenieus mannen!
Vroeg op pad; nog altijd geen leeuw,
olifant of neushoorn gezien
Kilometers struikgewas, bos, savanne, 'tropisch regenwoud', langs
riviertjes, door riviertjes. Bomen kappen, slepen, trekken, duwen. We trotseren
enorme hoeveelheden dazen (je weet wel, van die grote, stekende! vliegen). En
genieten! 's Ochtends meer dan 's middags, maar we genieten. We eten goed:
ontbijten aan een prachtig veld, lunchen midden op de savanne en dineren met een
wijntje erbij. We douchen midden in de bush, wassen in rivieren,
zien antilopen, groepen apen, zelfs een slang. 's Avonds de
verhalen, we genieten met volle teugen!! Zelfs als we helemaal lek worden
gestoken door enorme mieren, ja echt hele grote mieren, nou zelfs dan...(oke,
dan is het ff minder). En als blijkt dat we ook beestjes in bed hebben, dan is
het zeker minder. Maar het is kicken, wij zijn in
Afrika! Wij zijn in Niokolo Koba, hét park van Senegal. Wij maken 'het pad der
paden' in Niokolo Koba. Shit zeg, wat is reizen toch mooi. En dat wij dat mogen
doen. Dat wij onze droom mogen waarmaken. De droom waar we zolang naar toe
hebben geleefd!
Uiteindelijk hebben we vijf dagen in Niokolo Koba rondgereden
Een ervaring. Ook voor Shaggy. Als we de bebossing achter ons laten en het
asfalt opdraaien brengt het een dubbel gevoel. Blij dat we eindelijk iets harder
dan vijf kilometer per uur kunnen, maar ook 'en nu is het weer gedaan met de
rust'. Met name dat laatste wordt erg duidelijk als we enige kilometers verder
de eerste mensen langs de weg zien lopen. Het eerste dorpje inrijden. Ons eerste
biertje drinken met Bob Marley op tien. Ja, het is weer gedaan met de rust.
Kedougou is de laatste 'grote' plaats
voor de grens met Guinee en Mali
Een groot gedeelte van het dorp is voorzien van asfalt. Uiteraard is het
campement wat wij uitzoeken niet gelegen aan een geasfalteerde weg... Zand. Dat
hadden we gelukkig in de afgelopen dagen nog niet gezien. In plaats van kamperen
gaan we onszelf verwennen: een cabana. Zo'n typisch Afrikaans hutje. Gebouwd van
leem, rond met rieten dak. Voorzien van airco (die we niet gebruiken) en
ventilator (die we wel gebruiken). Maar ook douche met wasbak en toilet. Mooi
blauw geschilderd, zowel van buiten als van binnen. Erg knus kan ik wel zeggen.
Voor het eerst in twee-en-een-halve maand slapen we in een gewoon bed.
Twee-en-halve maand! Als een roosjes slaap ik, Judith mist haar tentje.
De volgende dagen staan in het teken van wassen, wassen en
nog eens wassen
Daarnaast schoonmaken, schoonmaken en nog eens schoonmaken. Fuckerdefuck wat
een klus zeg. Shaggy is van voor naar achter, van top tot teen voorzien van
stof. Heel veel stof. Alles zit onder. Wat we ook vastpakken, stof. 'Gelukkig,
in de boxen en kisten geen stof, jippie!' Anders hadden we die ook nog moeten
uitmesten.
Na hard werken altijd hard ontspannen. We gaan lekker uiteten. Chez Marie.
Oftewel bij Marie. Chez Marie is een kleine openlucht bistro. Lekkere reggae
muziek, soms wat hard, maar lekker. Gezellige zitjes, rieten schutting, open bar
en prettig ogende bediening. We bestellen 5 maal kip met friet en 1 maal (voor
mij) kip met rijst. 'Hoe lang gaat het ongeveer duren? Is zo klaar, half uurtje?
Prima hoor.' We vervolgen ons gesprek. Om de sfeer nog wat extra te verhogen
loop ik naar de auto om een paar waxinelichtjes te pakken. Het is de laatste
avond met z'n zessen, dat willen we natuurlijk wel mooi afsluiten. Terwijl ik
terug loop naar mijn plek spreekt een jonge vrouw mij aan (balen natuurlijk, ik
wilde graag met de waxinelichtjes terug...). Wat blijkt het is Marie. Van Chez
Marie. Zij vraagt of dit (wijzend op Shaggy) mijn auto is. 'Dat klopt. Is het
dan misschien mogelijk dat wij samen even naar de markt rijden om ingredienten
voor jullie maaltijd te kopen?' Que? Of wij samen... Natuurlijk, hoe kan ik dat
nou weigeren, het is ook voor mijn maaltijd. En ik lust wel wat!
'Geef me twee tellen om deze kaarsjes af te geven'
Ik loop naar het zitje terug en leg uit wat de plannen zijn. Ietwat
glimlachend. Stom! Zij die Judith kennen... Marie en ik stappen in de LR, naar
het marktje. Alsof de kippen nog geslacht moesten worden, dat duurde en duurde
maar. Daarna nog ff naar een ander winkeltje. Al met al zeker 20-30 minuten
alleen met Marie op stap. In het donker he. Ik probeer nog uit te leggen dat het
allemaal wel erg lang duurde. Jammer, vijf man die allemaal rotgeintjes maken.
Rotzakken. Het is ook jullie avondeten hoor. Het was echt niet makkelijk om daar
helemaal alleen, in het donker bij de markt te wachten. Dus.
Gezelligheid kent geen tijd. Tegen één uur verlaten we, licht beschonken 'Avec'
Marie. Het was errug gezellig. Mooi afscheid!
Er is een tijd van komen en een tijd van
gaan
Helaas, het is maar al te waar. We hebben een gezellige tijd met Jacob en
Arnold mogen beleven. We zullen het missen, de stemmetjes van Arnold, het
Nigeriaanse 'go go now' van Jacob. We hopen dat we jullie nog eens tegenkomen,
waar dat dan ook moge zijn!
Arnold en Jacob vertrekken naar Mali, wij naar Guinee. Met het computerprogramma
(Touratech QV: www.ttqv.de) van Jacob hebben we
de route uitgezet. Naar de GPS ge-upload, de kaart bestudeerd, wat kan er nog
misgaan. Veel! Stel namelijk dat de afslag niet die weg is die we hadden
verwacht, maar het pad dat we niet hebben gezien, dan heb je/we een probleem.
Niet echt groot hoor, nemen we gewoon de volgende afslag. Ja ja. Het volgende
pad ja. En dan? Een beetje links, een beetje weer naar rechts, euhhhh...
Daar staan we dan, in the middle of nowhere
Naast een rieten, vierkante gebouwtje. Een meter of vijftien lang, pakweg
vijf meter breed. 'Zal ik even vragen waar de route naar Mali (het plaatsje Mali
ligt in Guinee) is? Doe maar.' Ik stap uit de auto, loop naar het rieten
gebouwtje, kijk naar binnen en kijk recht in de ogen van veertig kinderen in de
leeftijd van vijf tot tien jaar. Oeps. Gelukkig staat de meester voor de klas,
dicht bij mij. 'Bonjour monsieur, comment allez-vous? Ca va bien, merci. Ca va?
Ca va merci.' Dit was het makkelijke stuk, nu nog de weg vragen. 'La route du
Mali, ou et -il?' Een heel verhaal volgt. Tuurlijk, 'doucement s'il vous plait. Je
parle un peu Francais.' De meester legt het nogmaals uit. Judith vindt dat het
allemaal wel erg lang gaat duren en komt polshoogte nemen. Zij kijkt om het
hoekje de klas in, terwijl ik met de meester aan het praten ben. Het toezicht op
de kinderen is weg, de strenge blik van de meester is afwezig. Keten dus. Eén
van de kinderen steekt de hand op naar Judith. Juutje loopt naar het meisje toe
en geeft haar een handje. Dat had je beter niet kunnen doen. Echt veertig
kinderen springen op, rennen gillend richting Judith en gaan niet eerder zitten
dan dat ze allemaal een handje hebben gehad. Sorry, 'k zal het nooit meer doen.
De meester moet er met zijn stenge blik en het nodige stemverhef aan te pas
komen om de kinderen weer tot bedaren te brengen. Gezellig, klas op stelten!!
'Rechtdoor en daar in het dorpje nogmaals vragen'
De meester was pas twee weken in het dorpje. De weg naar Mali kon hij niet
vertellen. De weg naar het dorpje gelukkig wel. Druk gebarend komt er in het
dorpje een man op ons af gelopen. 'Mali? Links, rechts, links, rechtdoor, links,
rechts, rechts, rechtdoor en dan zit je op het juiste pad.' Maar natuurlijk.
'Vriend, stap in, leidt ons de weg.' Over diverse wandelpaadjes, dwars door het
dorpje (van acht huizen) over erfjes heen, komen we vijf minuten later aan bij
een autobreed pad. Hét pad! Yes, we zijn op de goede weg. De weg naar Mali, in
Guinee!
1:
Tambacounda (geen waypoint) Camperen bij de Gendarmerie; lekker veilig, weinig
comfort.
2: Camp du Lion (helaas vergeten het waypoint te noteren) Mooi plekje,
dicht bij het water. Wel 3000 cfa per auto betalen!
3: Bush camp 1 (N12° 55' 04.6"; W013° 08' 48.7") Mooie,
rustige plek aan het water. Met enorme boom, die herken je wel.
4: Bush camp 2 (N12° 49' 57.8"; W012° 54' 45.3") Midden
op een kruising. Gelukkig komt er in dit gedeelte van het park nauwelijks een
auto voorbij.
5: Bush camp 3 (N12° 47' 10.6"; W012° 54' 01.1") Prachtig mooi
uitzicht over de rivier. Pas op: hier zitten enorme, bijtende mieren!
6: Kedougou (N12° 32' 46.1"; W012° 10' 18.7") Een bed, wat
lekker. Leuke hutjes, netjes schoon. Spreek wel goed af wat het eten en drinken
kost...
Periode: 26 november - 4 december 2001