To the mainpage

Fietstocht door de binnenlanden van IJsland

door Maarten Smit



"Do you have everything?". Ik kijk om me heen, tel vijf tassen en een fiets."Yes, I think so" antwoord ik aarzelend. "OK, have a good trip". De buschauffeur geeft me een stevige hand en laat me achter in een zwarte wolk stof.

Daar sta ik helemaal alleen op de ringweg van IJsland. Waar de F208 de binnenlanden in gaat. Zo'n twee dagen fietsen met 76 kilometer zware steenslagweg en 30 rivierdoorsteken liggen tussen mij en Landmannalaugar, mijn eerste doel op deze doorsteek naar het noorden. Landmannalaugar is een prachtig jong vulkanisch gebied, met pikzwarte as- en lavavelden bekleed met gifgroene vegetatie. Modder en lavastromen hebben er door de tijd heen voor gezorgd dat de kust hier vrij vlak is. Nog niet al te zwaar dus. De weg is echter net opnieuw "geschaafd" en daardoor erg rul. In de verte zie ik de machine rijden, die hiervoor verantwoordelijk is. De gevolgde route Hmmm, lastige keuze. Of de komende kilometers in losse stenen en zand blijven rijden, of de reus in proberen te halen. Het wordt een hectische inhaalrace. Na een paar kilometer stoot ik in een korte steile afdaling mijn voorband lek. Door het rulle zand durf ik niet op volle vaart te hard te remmen. Resultaat? Na vijf gaatjes plakken is mijn band nog steeds lek. Grrr! Bang om door mijn plakkertjes heen te raken leg ik er maar een reserve band op. Een kwartiertje fietsen verder zie ik de machine weer. Hij staat stil! Joepie. Maar als ik tot op 200 meter genaderd ben, geeft ie gas en zet zijn vernietigende werk voort. Speelt dit monster een spelletje met me? Gelukkig wordt het terrein steiler en dat werkt in mijn voordeel. Als ik hem dan tenslotte inhaal valt mijn mond open van verbazing. Er zit een jongen op de bok van nog geen veertien jaar. Lachend zwaait ie naar me. Ik voel me een boer met kiespijn. Eindelijk tijd voor het landschap. Om me heen zie ik overal grazende schapen en de typische IJslanders. Deze paarden zijn, na vis en electriciteit het meest succesvolle exportproduct en worden meestal ingezet als trekking paarden. De zwarte as-heuvels om me heen zijn begroeit met katoengras. De omgeving doet me erg denken aan een Hollands duinengebied maar dan met zwart zand.

Langzaam wordt het terrein ruwer en komen de eerste bergen in zicht. Dit moeten ooit vulkaantoppen zijn geweest maar daar is door erosie van wind en zand niet veel meer van te zien. Na 30 kilometer sta ik voor mijn eerste rivierdoorsteek. Zenuwachtig loop ik langs de oever om een geschikte doorwaadplaats te vinden. Maar de rivier is zo'n 25 meter breed, niet veel te zien van af de kant. Ik besluit een stukje het water in te lopen. Net als ik mijn sportsandalen en neopreen sokken heb aangetrokken komt er een auto aan. De derde sinds de ringweg en allemaal 4x4 aangedreven. Verplicht in de binnenlanden. Ik laat de auto netjes door en kijk waar hij de rivier doorsteekt. Prima, niet verder dan zijn assen in het water. Voorzichtig loop ik met mijn fiets aan de hand naar de overkant. De broekspijpen, opgerold tot boven de knieŰn, worden net niet nat, mijn voortassen wel. Eenmaal aan de overkant voel ik me een held. Mijn eerste rivier, nog maar 29 te gaan tot aan Landmannalaugar. 't Is genoeg geweest voor deze dag en iets verder op langs de rivier zet ik mijn tent op. IJsland is ÚÚn groot kampeerterrein. Tevreden rol ik mij 's avonds in mijn slaapzak, heerlijk op het zachte gras met het geruis van de rivier op de achtergrond.

De volgende dag word ik gewekt door het geblaat van schapen. Als ik de tent openrits zie ik dat het weer is omgeslagen. Regen en een stevige wind uit het westen. En daar moet ik nu juist heen. Het terrein past bij het weer. Ruig en grauw. Heel anders dan gisteren. Steile korte klimmen van zo'n 20%. Ik merk dat mijn achterband af en toe doorslipt. Het landschap bestaat uit kleine zwarte vulkaantoppen, soms geel uitgeslagen, met daartussen lavavlaktes met stukken lichtgroen gras. Absoluut buitenaards hier. Inmiddels ben ik redelijk ervaren geraakt in rivierdoorsteken. Mijn schoeisel houdt mijn voeten niet droog maar wel heerlijk warm. En hoewel de voortassen regelmatig kopje-onder gaan blijft het daarbinnen ook droog. Alleen die wind en regen. Maar ja, dat is IJsland. Veel mensen zie ik niet. Zo af en toe een auto, een groep ruiters met IJslanders op trektocht en zelfs een paar fietsers. Altijd leuk voor een praatje. "Only 37 river crossings to go till Landmannalaugar!" gillen ze boven de wind uit en zijn weer verdwenen. Mmhh, wie moet ik nou geloven, de VVV in Reykjavik of deze fietsers. Zelf ben ik inmiddels ook de tel kwijt.

Om vijf uur 's middags sta ik voor de afslag naar de camping van Landmannalaugar. Na zo'n 50 kilometer en negen uur "fietsen". Moe en hongerig. Door het weer en ontbreken van schuilplaatsen is er van eten weinig gekomen. Zelf de aanmoedigingen van een paar automobilisten onderweg hielpen uiteindelijk niet meer. Maar het vooruitzicht van een warm zwavelbad en bord zelf ge´mporteerde nasi maken de laatste meters makkelijk. De camping ligt erg mooi aan de voet van een lavaveld. Het lijkt net of de 15 meter hoge lavamuur precies voor het campinggebouw is gestopt. Toeval? Het veld is meer dan 100 jaar oud. Maar van binnen nog warm genoeg voor een heerlijk warm bad. Het regenwater dat door het veld heen zakt komt als een warm stroompje bij de camping uit (ook toeval?) en biedt een heerlijke ontspanning voor de vermoeide spieren. Zelfs de rotte eieren lucht kan dit niet verpesten. Dit maakt Landmannalaugar een attractie die op geen enkele georganiseerde reis ontbreekt en massa's toeristen aantrekt. De camping is afgeladen met de typische blauwe en rode noktentjes, die de meeste reisorganisaties gebruiken.

Twee weken na mijn vetrek uit Landmannalaugar zou zich hier een kleine tragedie voltrekken. Terwijl ik me vier dagen lang tegen een storm windkracht negen via de Kjolur binnenlandroute terugwerkte naar Reykjavik, joeg diezelfde storm het ene na de andere noktentje met spullen en al de lucht in om bijna een kilometer verderop terug gevonden te worden. Bij hoge uitzondering mocht men daarom schuilen in het campinggebouw. Maar de storm kostte ook levens. Een Amerikaanse toerist verdwaalde in een lavaveld en overleed ten slotte aan onderkoeling terwijl een Duits vliegtuigje tegen een bergwand aanvloog, waarbij alle drie inzittenden omkwamen. IJsland laat niet met zich spotten.

's Ochtends ben ik vroeg weg. Voor me ligt een 30 km. lange vlakte van zwarte as. Een weg is het eigenlijk niet, meer een spoor met wasborden. Ik heb maar een klein randje waar ik kan fietsen. Links wasbord, rechts de zachte as laag. En dan heb ik nog geluk. In de regen is de ondergrond harder. Gisteren sprak ik een fietser die 10 km. had moeten duwen omdat het droog was. Soms kan regen heerlijk zijn. Nu ik naar het noorden ga heb ik de wind schuin van achteren. Niet dat ik er veel aan heb! Om mijn fiets te sparen op de wasborden moet ik constant in de remmen knijpen en kom niet boven de 10 km/uur uit. Na de asvlaktes draai ik de F26/28 richting de Sprengisandur op en wordt het terrein heuvelachtiger, egaal grijs. Zo moet het er op de maan ook uitzien, denk ik. Op wat vetplantjes na is er geen begroeiing. Hier valt minder regen dan in Nederland. Boven op een heuveltop kun je tientallen kilometer verderop de weg al zien lopen. Om stil van te worden.

Maar de hele dag zie ik al sporen van fietsbanden voor me in het zand. Zo te tellen waarschijnlijk drie fietsers. Ik voel me Clint Eastwood. Op het spoor van drie desperado's. Behoorlijk doortrappen, de rotte eierenlucht van zwavelbad van gisteren komt uit mijn poriŰn zetten. Uiteindelijk haal ik ze in. Het zijn er vier! Twee met hetzelfde soort profiel. Grrr. Allen uit Lausanne. We fietsen een stuk met elkaar op. Maar hun rijstijl is iets anders. Vanaf de heuveltoppen laten ze zich over de wasborden naar beneden denderen om vervolgens weer tergend langzaam omhoog te kruipen. Ik laat ze gaan. We zien elkaar vanavond in Versalir, een ge´soleerde hut maar welkom onderkomen voor fietsers in de binnenlanden.

De meeste automobilisten laten de hut van Versalir links liggen. Zo'n 60 km. verder ligt het meer toeristische Nyadalur, vlak onder de gletscher van de Vatnajökull. Een enkele "toeristenbus", 4x4 aangedreven, dumpt hier af en toe zijn lading. Gelukkig is dat vanavond niet zo. In alle rust genieten de Zwitsers en ik van onze hamburgers. Onbetaalbaar maar onverslaanbaar. De hut wordt geleid door drie vrouwen waaronder een Nederlandse. Jaren geleden verliefd geworden op een IJslander en nooit meer teruggekeerd. De andere twee zijn vrijgezel, in stille afwachting op wat de volgende bus aan geluk brengt. Ik slaap die nacht heerlijk.

Als ik de volgende dag mijn tassen oplaad, vragen de Zwitsers of ik mijn tent en slaapzak ook niet met een passerende auto naar Nyadalur vooruit had willen sturen. "Nee, je kunt hier plotseling in een zand en sneeuwstorm vast komen te zitten", antwoord ik. Dit ontlokt een onderlinge Franse woordenwisseling, heftig en onnavolgbaar. Hierna springen ze op hun fiets, hun spullen achterna. Ik zeg de dames gedag, de Sprengisandur wacht. Letterlijk betekent dit zoiets als "vliegend zand", een prachtige kale vlakte tussen twee gletschers door, de Hofsjökull en de Vatnajökull. De weg zelf ligt op zo'n 600 meter, de sneeuwtoppen op 1800 tot 2000 meter. Naast Landmannalaugar een absoluut hoogtepunt. Ik maak dia na dia. Ondanks dat dit het drukste stuk van mijn binnenlandroute is, is de weg erg slecht. Bezaaid met keien maar soms ook hele stukken los zand, dus lopen. Ook kom ik weer rivieren tegen, weer lopen. Maar dat mag allemaal de pret niet drukken. Vandaag is het T-shirt en korte broekenweer. 20░C, droog en een windje in de rug. Heel wat anders dan de normale 5░C en regen van de afgelopen dagen. En dan de omgeving. Overal gletschers, vulkaantoppen en meren om me heen. Hier wil je geen mens tegenkomen. Maar ja, regelmatig wordt ik door motoren en 4X4 drives ingehaald, bezig met hun Parijs-Dakar van het Hoge Noorden. De stenen vliegen me om de oren.

Om 18.00 ben ik bij de hut van Nyadalur. De wind is ondertussen weer aangewakkerd tot zeven. Als mijn tent staat mag ik in de keuken van de hut koken. Langzaam stroomt de camping vol met touroperator busjes. Mijn tent is in no time omsingeld door de bekende noktentjes. Zeg maar dag tegen je nachtrust. Gelukkig kom ik ook mijn Zwitserse vrienden weer tegen, die blij dat ze hun spullen weer terug hebben. Je kunt goed merken dat je hier veel noordelijker zit. Om middernacht schemert het alleen nog maar. Het wordt een gezellige en luidruchtige avond. De volgende dag is het miezerig weer met lage bewolking. Dan maar geen rustdag. De vier dagen tot zover zijn me eigenlijk wel meegevallen, nog twee te gaan en eten voor vier. Direct na mijn vertrek kom ik twee forse gletscher rivieren tegen, afkomstig van de Vatnajökull. Dit is andere koek. Het water is heupdiep, snelstromend, zo'n 0░C en zit vol met lava gruis. Dus draag ik gekleed in zwembroek mijn spulletjes in etappes over. Mijn neopreen sokken zitten vol scherp gruis. Eenmaal aan de overkant moet ik een paar sprintjes trekken om weer warm te worden. Brrr!

De rest van de binnenland doorsteek voorloopt voorspoedig. Ik passeer de afslag van de F910 naar de Askja. Hier begint de beruchte Askja Zuid Route. Een 120 km lang spoor door as en lava woestijn waar nauwelijks te fietsen is. Een begrip onder Iceland Die Hards. Ik bewaar hem voor de volgende keer. Met een stevige wind in de rug leg ik mijn laatste 120 km in twee dagen af. Voortdurend knijpend in de remmen vanwege de wasborden, niet harder dan 10 km/uur. Trappen hoef ik in deze lange afdaling naar de noordkant van de Ringweg nauwelijks te doen. Met nog maar 30 km te gaan kampeer ik de laatste nacht in het wild naast de Svartarkot waterval, minder bekend maar met prachtige, hoekige basalt formaties. Na zes dagen sta ik bij Fosshol weer op de Ringweg. Met een geweldig gevoel. Vooral ook omdat hier na bijna 400 km droge nasi en pasta weer een supermarkt is. Ik wil koekjes, cola, chips en tenslotte bier. De prijzen doen er even niet toe. Om 20.00 hang ik mijn fiets achterop de avondbus naar Myvatn. Het is me te druk op de Ringweg.


  • Vliegen: bijna dagelijks met Iceland Air op Keflavik; fiets kan mee
  • Boot: vanuit Rotterdam vertrek een vrachtschip naar de oostkust van IJsland
  • Bus: IJsland heeft een zeer goed busnetwerk, ook door de binnenlanden, de fiets kan altijd mee. Vaak rijden er ook nog avondbussen op de belangrijkste routes.
  • Temperatuur: die ligt in de zomer rond de 6 tot 10░C, 's nachts kan het soms licht vriezen maar door het zeeklimaat kent IJsland geen extreme temperaturen. Ook niet in de winter, in tegenstelling tot andere Scandinavische landen.
  • Wind: Er is geen overheersende wind; meestal waait het vanuit het Zuidwesten of Noordoosten en dat heft elkaar dan op; in de binnenlanden waait de wind vaak tussen de bergenwanden door; ook daar heb je hem dus mee of tegen.
  • Regen: valt voornamelijk langs de kust, vooral bij de gletschers langs de zuidkust; sneeuw is geen uitzondering in de zomer; het noordoosten is iets drogen; de binnenlanden zijn droger dan Nederland.
    Veel fietsers beginnen vanuit Reykjavik langs de zuidkust; maar omdat dit een van de natste en meest winderige kuststukken van IJsland kan zijn, leidt dit vaak direct al tot demotivatie en soms opgave; de zuidkust lijkt om deze reden niet de meest logische plek om te beginnen, of neem gewoon een stuk de bus.
  • Water: behalve uit gletscher rivieren en zwavel bronnen kun je het rivierwater overal drinken; ondiepe meren kunnen door de wind in modderpoelen veranderen; hierdoor kan water in de binnenlanden een probleem zijn; zorg altijd dat je een paar liter bij je hebt.
  • Eten: al ons westers voedsel in te krijgen; tenminste als er een supermarkt is; stukken van 200 km zonder winkels zijn geen uitzondering; hutten in de binnenlanden hebben soms wat te koop maar reken daar niet op.
  • Prijzen: hoog, 2 tot 4 maar ons prijspeil
  • Overnachten: Reykjavik en Akureyri hebben moderne campings; sommige campings hebben geen warm water maar wel een warme bron; jeugdherbergen; kampeerboerderijen en hutten zijn ook goede plaatsen voor overnachting en volop aanwezig; door de afstanden is wildkamperen vaak de enige optie.
  • Fiets(enmakers): 28" kan prima op de ringweg, 26" is beter in de binnenlanden; alleen Reykjavik en Akureyri hebben een echte fietsenmaker, maar ATB verhuurbedrijven kun je overal vinden op IJsland voor de nodige onderdelen.
  • Kampeeruitrusting: minimaal een 3 seizoenentent en slaapzak; extra grondzeil tegen scherp lava stenen; waterdichte tassen zijn handig maar plastic zakken houden alles ook droog (zie elders in dit blad); sportsandalen met eventueel neopreen sokken zijn handig bij rivierdoorsteken.
  • Wegen: Ringweg is goed te fietsen; daar buiten wisselvallig van los zand tot grote keien; binnenland kan tot eind juni afgesloten zijn vanwege sneeuw; IJsland heeft internetsite met weer en wegcondities.
  • Kaarten: de 1:500.000 van de Landmaelingar serie is het meest geschikt; er is ook een 1:250.000 serie van 9 delen voor echte off-road freak.
  • Gidsen: "Island per Rad" van Cyclos is een zeer gedetailleerde gids met belangrijke informatie over supermarkten en overnachtingplaatsen.


© Maarten Smit      Oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift Wereldfietser logo