This is not the original article. The original was once on the web, but for some reason taken off. Because I believe that any article about cycling in Iceland is worthwhile, I saved a copy and publish a slightly edited version here. If you are the owner and don't want this, then please contact me. I will remove it right away.
  • Author : Hohannes Bucher
  • Original URL : unknown
  • Available at www.archive.org : unknown


Het Nieuwsblad 2 juli 1996

Groots in zijn leegheid

Fietsen door IJsland, een droomplek voor fin de siècle-reizigers

door Johannes BUCHER

Stel: je bekijkt in het vliegtuig het lifestyle-magazine dat de verkoop van alcoholische dranken moet stimuleren. Je blik valt op de volgende delicatessen: hakarl, een smeuïge schotel gerot haaienvlees dat drie tot zes maanden onder de grond werd bewaard om voldoende ontbinding te verzekeren, en hrutspungur, in wei gepekelde ramtestikels. Als je svith bestelt, staart een glazig oog je aan vanuit een doorgezaagde schapenkop. Van het opgevangen schapenbloed brouw je een lekkere pudding, blothmör, verpakt in niervet. Je waant je veeleer in een filmbespreking van Indiana Jones and the temple of doom dan in een lovend artikel van Icelandair over de IJslandse keuken. Wie vervolgens een biertje bij de maaltijd bestelt en daarvoor omgerekend tachtig frank moet opdiepen, weet het wel zeker: dit is Icelandair.

Niet dat de luchtvaartmaatschappij veel te verwijten valt: de duizelingwekkende prijzen voor alcoholische dranken zijn een onderdeel van de overheidsstrategie om het overdadig gebruik aan banden te leggen. Later zullen we aan het aantal zatlappen en lege whiskyflessen merken dat die accijnsheffing weinigen afschrikt. Voor het overige niets dan lof: we mochten onze fietsen, waarmee we dit woeste land hopen te doorkruisen, gratis meenemen in het vliegtuig.
Tot voor kort werd dit boomloze eiland enkel bezocht als stop-over tussen Europa en Amerika. In de zomer schommelt de temperatuur er rond de tien graden, drie zonnige dagen maken van juli een ,,goede maand''.
Toen Mikhail Gorbatsjov en Ronald Reagan in 1986 werden klaargestoomd voor een zoveelste ontwapeningstop, viel de keuze op Reykjavík ter wille van het delicate evenwicht. Journalisten uit alle werelddelen brachten het eiland voor het internationale voetlicht, maar de regering moest de bevolking wel smeken weg te blijven, want de restaurants en hotels van het stadje hadden de plotselinge overrompeling nooit kunnen opvangen. Daarna verdween IJsland opnieuw in de anonimiteit.
De steile opgang van het ,,avontuurlijke reizen'' heeft het onbekende land in de brochures gebracht. Met de toename van de vulkanische activiteit komen steeds meer toeristen met gevoel voor fin de siècle naar deze stip aan de rand van de Europese kaart.
IJsland ligt vlak op de midden-Atlantische rug en is opgestuwd door de geleidelijke drift van de twee grote oceaanplaten. Een brede zone van vulkanische activiteit maakt driekwart van het land onbewoonbaar. De autoweg rond het eiland, de ringroad, is niet eens voor de helft geasfalteerd en vormt nog maar sinds 1974 een gesloten circuit.

Vruchtbaar

Wie de onherbergzaamheid van het land leert kennen, kan zich gewoon niet voorstellen dat IJsland ooit uitgestrekte wouden en graslanden had die goed gedijden op de vruchtbare lavabodem. Houtkap en de invoer van schapen hebben er in vijfhonderd jaar voor gezorgd dat alle bomen van het eiland verdwenen, en daarmee ook de vruchtbare bodem. Die werd door de onophoudelijke wind weggeërodeerd. Wat overblijft, is een kil maanlandschap vol smeulende kratermonden, zwarte lavawoestijnen en uitgestrekte gletsjervelden. De oost- en westkust zijn door diepe fjorden uitgesleten. Gletsjers vinden enkel hier en daar door smalle valleien hun weg naar zee. Zonder de rijke visgronden die IJsland omringen, zou leven hier niet mogelijk zijn.
Achthonderd jaar houden ze het nu al vol, het kwartmiljoen IJslanders in hun barre land van vulkanen, aardbevingen en gletsjers. Maar ze hebben meer geleerd dan overleven alleen. De laatste vijftig jaar hebben ze zelfs een welvarende staat gecreëerd in een natuur die lange tijd als onleefbaar werd beschouwd. Vlak onder de noordpoolcirkel genieten de IJslanders van hun overwinning op de ondergrondse krachten - maar in de atmosfeer van een voortdurend uitgestelde Apocalyps.
Vandaag regent het in Reykjavík, zoals meestal, en het uitzicht wordt belemmerd door laaghangende wolken. De inwoners van Reykjavík zijn het gewoon: het slechte weer en de rugzaktoeristen die erover klagen. ,,All over the world, strangers talk only about the wheather'', kreunt Tom Waits, en dat zie je hen ook denken. Zelden hebben we mensen ontmoet die de invasie van toeristen zo onverschillig gadeslaan. In het begin, als je ze niet goed kent, moet je ze onvermijdelijk nors en afstandelijk vinden. Later lijkt die terughoudendheid uit te monden in een soort sarcastische humor, waarachter niet zelden hun gevoelens schuilgaan.

Vulkanen

Op een regenachtige avond trekken we naar de Volcano show van Osvaldur Knudsen, die al twintig jaar alle vulkanische activiteit op het eiland registreert. Wat de man boeiend maakt, is zijn originele vertelstijl. ,,Ladies and gentlemen... We zijn opnieuw zeer verheugd dat u uw vijftien dollar in onze tent hebt gestopt. Voor we kijken naar de film, eerst enkele woorden over ons volk. We stammen af van de vikingen en de Kelten en hebben nog maar net negenhonderd jaar van buitenlandse overheersing achter de rug.''
Knudsen probeert ons te wijzen op een van de gevaren die het welvarende IJsland bedreigen. Toeristen zijn welkom, maar niet met te velen, en zolang ze respect tonen voor de Icelandic way of life.
Knudsen: ,,IJsland heeft nooit een oorlog uitgevochten, het heeft niet eens een leger. Al eeuwenlang vechten we tegen de natuur, en daarom hebben we zo weinig geduld met conflicten waar ook ter wereld. We hebben onze eigen taal en literatuur en willen andere invloeden, vooral de Amerikaanse, zoveel mogelijk buitenhouden.''
Knudsen schakelt snel over op het onderwerp van de avond: overleven op de rand van een vulkaan. ,,Een derde van alle lava die de wereld de laatste vijfhonderd jaar heeft uitgespuwd, ligt op IJsland. Om de vijf jaar hebben we een uitbarsting van betekenis. Het binnenland, waar we nu zo trots op zijn, heeft ons de donkerste periode uit onze geschiedenis bezorgd. Uitbarstingen, hongersnood, pest en cholera-epidemieën hebben onze bevolking tot een tiende gereduceerd.''
Het publiek hangt aan zijn lippen. ,,Pas de laatste vijftig jaar zijn we erin geslaagd die vervloeking tot een weldaad om te buigen. Vandaag worden de meeste van onze huizen door geothermische energie verwarmd. Maar er zijn nog meer toepassingen: zo leiden we het hete grondwater naar hotpots en bakken we in schachten hverabrauth, een pompernikkelachtig brood dat lang zijn versheid bewaart en vooral bij jullie toeristen erg in trek is.''

Barsten

Osvaldur Knudsen blaakt van het zelfvertrouwen dat elke IJslander eigen is als hij het over zijn land heeft. ,,Tot vorig jaar hadden we het gevoel dat we de natuur onder controle hadden, maar nu... (kijkt met onheilspellende blik de zaal in) nu ziet het ernaar uit dat de ondergrondse krachten de strijd aangaan met het vernuft van de mens. De afgelopen zes maanden hebben we vier aardbevingen gehad binnen een straal van vijftig kilometer, en er gaat geen dag voorbij of de overheid citeert geologen als reactie op de bange voorgevoelens van de man in de straat.''
Staat IJsland op barsten? Veertig procent van de hoofdstedelingen denkt dat het ditmaal menens is. In de grootste ijskap van Europa, de Vatnajökull, is een kilometerslange sleuf weggesmolten, waardoor Grimsvötn, een meertje bovenop de ijsmassa, onbevroren blijft. Nabij Mývatn (het ,,Muggenmeer'') is het dorpje Reykhalid 75 centimeter omhooggestuwd door ondergrondse magmastromen.
In welk ander land ook zouden deze onheilsberichten paniek veroorzaken, hier beroeren ze de bevolking slechts in lichte mate. ,,Het is een paradox waarmee we hebben leren leven'', legt de campinguitbater uit. ,,We beseffen dat we zonder de natuurelementen niet dezelfde welvaart zouden hebben.''
Na drie dagen Reykjavík zijn we klaar om de mythe te toetsen aan de werkelijkheid. De weilanden, die als een hoefijzer om Reykjavík gekneld liggen, strekken zich maar vijftig kilometer landinwaarts uit. Daarachter ligt het ontoegankelijke en onbewoonde binnenland, de laatste lap ongetemde natuur die Europa nog rijk is. Voor fietsers een ultieme uitdaging. Er lopen amper twee routes door het gebied. De Kjölur en de Sprengisandur. Hoewel de Kjölur de kortste en de makkelijkst toegankelijke is, kiezen we voor de lange, de lavaroute die de midden-Atlantische breuklijn volgt.
De Sprengisandur begint even ten noorden van de Hekla, een vulkaan die vier jaar geleden voor het laatst actief was. De middeleeuwers zagen de Hekla als toegangspoort tot de hel. Uit de kronieken weten we dat de top zwart zag door de raven en vleermuizen. Wie in die tijd tegen de schenen van de goegemeente schopte, kreeg een enkele reis naar Hekla toegewenst. In 1947 spuwde de berg, totaal onverwacht, een 27 kilometer hoge aspaddestoel de lucht in. De uitbarsting duurde dertien maanden, de asregen reikte tot Siberië en de top groeide met veertig meter.
In dit gebied vind je ook door mossen en steengruis aan het oog onttrokken ruïnes, die nog niet zo lang geleden de mythes van de desperado's (of utilegumenn) springlevend hielden. In IJsland heet de nationale held Fjalla-Eyvindar, een schapendief die minstens een paar keer aan de strop had moeten bengelen. Hij wist echter telkens uit de handen van het gerecht te blijven en trok zich terug in het onherbergzame binnenland. Zo werd zijn naam mythe.
Tussen twee gigantische ijskappen ploeteren we door het zand en over de rotsblokken. De gletsjers behouden een koele afstandelijkheid, niet meer dan een fijne lijn aan de einder. De zon schijnt en maakt het doorwaden van de talloze riviertjes op blote voeten net niet tot de ultieme kwelling. Dit land wordt pas groots in zijn leegheid. De natuur is een kunstenares. Basaltkolommen zijn gestold in perfecte zeshoeken en waaien uit in concentrische patronen. De sculpturen in de lava verbeelden gebundelde aanmeertouwen, briesende paarden en poserende naakten.
De kleuren die we dachten voor een tijdje te moeten missen, vinden we terug in het palet van Landmannalaugar. Een paradijs van veelkleurige stollingsgesteenten, temidden van een troosteloze aswoestijn. Voor de reiziger die zijn eigen vervoermiddel heeft meegebracht, is het wikken en wegen hoe de ongemakken met de minste moeite te ontwijken. Kou, regen en storm zijn er voor iedereen, de slechte pistes ook, bruggen zijn er voor niemand.
Dat beseffen wij tweewielers pas als we koers zetten naar Askja, de absolute parel van de IJslandse woestijn: 4.500 vierkante kilometer zand en rotsblokken vormen de enorme barrière voor het verboden Odathahraun, de grootste lavawoestijn ter wereld. Hier heeft het landschap zo veel weg van de maan, dat de Apollo-astronauten deze plek uitkozen om zich voor te bereiden op de eerste maanlanding. In deze rauwe natuur overheersen de oerelementen, raakt water vuur, is de grond te heet om op te lopen terwijl de dagtemperatuur rond het vriespunt schommelt.

Odyssee

Met de fiets is de tocht een Odyssee. Twaalf dagen vechten tegen de natuurelementen, terugvallen op de meest primaire basisbehoeften: slapen en eten. Voedsel voor het hele traject meenemen op een fiets die door het gewicht wegzinkt in het mulle zand: het blijft een beproeving waarvan je pas kunt genieten als alles achter de rug is.
In Mývatn heb je IJsland in zakformaat en draait het toerisme op volle toeren. Het betekent voor ons het eindpunt van de woestenij. De Icelandsafaribus moet ons terug naar de hoofdstad brengen. Zo ervaren we ook eens de avontuurlijke sfeer waarmee elke touroperator zo graag uitpakt. Op weg van de ene hot spot (letterlijk dan) naar de andere worden de ongemakken van de slechte weg verzacht met jodelende folklore uit het hedendaagse IJslandse cd-aanbod. De gids, die tijdens het doorkruisen van de eindeloze lava ook niets zinnigs meer weet aan te wijzen, probeert de populariteit van de karaoke uit op zijn indommelend publiek.
De avonturenfilm speelt zich weer af: de abstracte creatie die ons twee weken lang heel erg klein en kwetsbaar maakte, trekt nu zo onschuldig aan ons raampje voorbij. Reykjavík, dit keer bij helder weer, ligt er nog altijd onbeschadigd bij. Aardbevingen hebben niet toegeslagen. In de kranten weerleggen geologen nog altijd dezelfde mening van de man in de straat. De inwoners timmeren aan hun stad. Hydraulische hamers, klopboren en slijpschijven teisteren het oor. Meer dan ooit zal Reykjavík het leven op dit eiland beheersen. Tenzij de aarde daar anders over beslist.