Menu

Delfts blauwe dood: de cholera-epidemieŽn van 1849 en 1866

Peter Ekamper

In de 19de eeuw kende Nederland nog zeer hoge sterftecijfers. Met enige regelmaat waren er bovendien enorme uitschieters in de sterfte als gevolg van diverse epidemieŽn van besmettelijke ziekten zoals pokken, tyfus en cholera. Dit gold ook voor Delft.

In het eerste kwart van de 19de eeuw overleden er jaarlijks gemiddeld 35 van iedere duizend inwoners in Delft. In de loop van de 19de eeuw zijn er verscheidene forse pieken in de sterfte te zien (figuur 1) als gevolg van bijvoorbeeld een pokkenepidemie in 1819 en diverse cholera-epidemieŽn (in 1832, 1849, 1853, 1855, 1866 en 1871). Pas vanaf het einde van de 19de eeuw begon de sterfte sterk te dalen. In de 20ste eeuw springen de Spaanse griepepidemie in 1918 en de Tweede Wereldoorlog er uit.

Figuur 1. Het aantal overlijdens en het aantal overlijdens per 1000 inwoners in de gemeente Delft in de periode 1812-2014

Het aantal overlijdens en het aantal overlijdens per 1000 inwoners in de gemeente Delft in de periode 1812-2014
Bron: Hofstee-archief, HED en CBS.

Vooral de cholera heeft in de loop der jaren veel slachtoffers gemaakt. In 1832 brak voor het eerst in Nederland een cholera-epidemie uit. Ook in latere jaren, met name 1849 en 1866, volgenden grote cholera-epidemieŽn. Deze laatste twee epidemieŽn eisten ieder in totaal rond de 22.000 doden in Nederland. Met name in het westen van het land werden vele gemeenten zwaar getroffen (figuur 2). Ook Delft werd die jaren geconfronteerd met de dodelijke gevolgen van de cholera. In beide jaren waren ruim 400 sterfgevallen in de stad te wijten aan deze ziekte.

Figuur 2. Het percentage cholerasterfgevallen per gemeente in 1866

Het percentage cholerasterfgevallen per gemeente in 1866
Bron: Departement van Binnenlandsche Zaken (1872).

De Aziatische braakloop

De Cholera Asiatica of ĎAziatische braakloopí zoals deze ziekte in de 19de eeuw ook werd genoemd is een zeer besmettelijke bacteriŽle infectieziekte met een incubatietijd van slechts enkele dagen. De ziekte verspreidde zich vooral via het drinkwater. Symptomen van de cholera waren hevig braken, heftige diarree, uitdroging, uitpuilende ogen en een vreemde blauwe huidskleur. Dat laatste gaf de ziekte ook de bijnaam de Ďblauwe doodí. De werkelijke oorzaak van de ziekte, de door Robert Koch in 1883 ontdekte cholerabacil, en de manier van verspreiding waren lang in de 19de eeuw echter niet bekend.

Aanvankelijk zocht men de oorzaak in de zogenoemde miasmata, giftige dampen die opstijgen uit de verontreinigde grachten en sloten en het opgehoopte straatvuil, die de ziekte via de lucht zouden verspreiden. Dat het drinkwater een belangrijke rol speelde werd in de loop van de eeuw wel steeds duidelijker. Het duurde echter nog lang voordat er daadwerkelijk fundamentele maatregelen werden genomen om de stadshygiŽne, riolering en watervoorziening te verbeteren om de verspreiding van ziektes als cholera tegen te gaan. In Delft werd, mede naar aanleiding van de cholera-epidemie in 1849, in de jaren 50 van de 19de eeuw begonnen met het systematisch inzamelen en afvoeren van het stadsvuil. Ook werden eisen gesteld aan de kwaliteit van woningen. Pas toen Delft in 1866 opnieuw werd getroffen door een cholera-epidemie kwam de verbetering van de kwaliteit van het drinkwater nadrukkelijk op de agenda te staan. Een jaar later werd begonnen met aanvoer van duinwater per schip. Het duurde echter nog tot 1887 voordat Delft op de duinwaterleiding werd aangesloten. Voor de cholera-uitbraak van 1866 kwam dit alles te laat. Niet eerder sinds de invoering van de burgerlijke stand waren er in Delft meer sterfgevallen in ťťn jaar geregistreerd.

Archiefbronnen

In de collectie van Archief Delft is veel informatie te vinden over de sterfte in de jaren 1849 en 1866. Ten eerste zijn er de overlijdensakten van die jaren (Archief Delft, toegang 15, register 583). In de overlijdensakten werden behalve de naam en overlijdensdatum van de overledene ook bijvoorbeeld opgenomen het geslacht, de leeftijd, de burgerlijke staat, het beroep (of, in geval van kinderen, het beroep van de ouders) en de plaats (adres) van overlijden. In de overlijdensakten stond echter niet de doodsoorzaak vermeld. In 1849 zijn er in Delft 1032 overlijdensakten opgemaakt waarvan 29 kopieŽn van akten uit andere gemeenten met betrekking tot aldaar overledenen en er is ťťn akte opgemaakt in 1850 van een overlijden op 31 december 1849. In 1866 zijn 1202 overlijdensakten opgemaakt waarvan drie met betrekking tot overlijdens op 31 december 1865 en 13 (kopieŽn) van akten van buiten de gemeente Delft overleden Delftenaren.

In de collectie van Archief Delft is daarnaast nog specifieke informatie te vinden over de cholera-epidemie van 1866. De ĎStaat van personen door de Cholera aangetast, 1866í bevat een overzicht van 685 choleragevallen (Archief Delft, toegang 99, register 9). In de lijst staan vermeld een datum, de naam van de persoon en of de persoon is overleden of hersteld. Daarnaast werden vaak, maar lang niet altijd, ook gegevens als de leeftijd, de burgerlijke staat, het beroep, het woonadres en de behandelde arts vermeld. Volgens deze staat zijn 409 personen overleden, 267 hersteld en bij 9 personen staat daarover niets vermeld.

Door de overlijdensakten en lijst met choleragevallen te combineren krijgen we een completere bron over de cholerasterfte in 1866. Met behulp van de adressen kunnen we de informatie bovendien koppelen aan het Historisch GIS Delft, de digitale plattegrond van Delft in de 19de eeuw. De koppeling van de gegevens uit de overlijdensakten van 1866 aan die uit de lijst van choleragevallen resulteert in 421 geregistreerde sterfgevallen in Delft ten gevolge van de cholera op een totaal van 1186 sterfgevallen. Hierbij zijn ook enkele personen die in de lijst als hersteld waren vermeld, maar later alsnog bleken te zijn overleden Daarnaast waren er opvallende verschillen in de overlijdensdata. In slechts de helft van de gevallen was de overlijdensdatum in de overlijdensakte identiek aan de datum op de lijst van choleragevallen. In 14 procent van de gevallen was het verschil meer dan 2 dagen, in tweederde van de gevallen eerder en een derde van de gevallen later volgens de choleralijst dan volgens de overlijdensakte.

Het verloop van de cholera-epidemieŽn

Het verloop van de sterfte in de tijd vertoonde in de jaren 1849 en 1866 vrijwel hetzelfde patroon (figuur 3a). In beide jaren is er duidelijk een enorme piek in de sterfte als gevolg van de cholera-epidemie zichtbaar. Voor 1866 is er door de beschikbaarheid van de choleraregistratie ook een onderscheid mogelijk naar cholera en overige sterfte (figuur 3b). Vanaf eind mei (rond week 21/22) begint de sterfte door de cholera snel te stijgen. De sterfte bereikt een piek in de eerste twee weken van juni (week 23 en 24). Er zijn op het hoogtepunt van de epidemie ruim 10 keer zoveel sterfgevallen als normaal. Daarna neemt de sterfte sterk af, maar blijft wel hoger dan normaal. Pas vanaf eind augustus lijken de desastreuze gevolgen van de epidemie min of meer uitgedoofd.

Figuur 3a. Het aantal sterfgevallen in de gemeente Delft per week in 1849 en 1866

Het aantal sterfgevallen in de gemeente Delft per week in 1849 en 1866

Figuur 3b. Het aantal cholera- en overige sterfgevallen in de gemeente Delft per week in 1866

Het aantal cholera- en overige sterfgevallen in de gemeente Delft per week in 1866

Door de koppeling van de gegevens uit de choleraregistratie met de overlijdensakten kan het verloop van de cholera-epidemie van 1866 ook zeer nauwkeurig ruimtelijk in kaart worden gebracht (figuur 4). Het eerste in Delft te betreuren dodelijke slachtoffer van de cholera-epidemie in 1866 was op 30 april de 48-jarige arbeider Arie Groen, woonachtig in de Broerhuissteeg nummer 235 (een inmiddels verdwenen pand aan de Broerhuisstraat). Pas vanaf half mei vielen de volgende choleraslachtoffers. Daarna ging het echter steeds sneller. In de eerste week vanaf half mei waren er 12 choleradoden, vooral rond de Geerweg en het Rietveld. De week erna 25, nu ook rond de Gasthuislaan. De week daarna nam het aantal slachtoffers verder toe tot 46 en breidde het getroffen gebied zich uit tot de Doelstraat, het Raam, de Oosterstraat, en de Eerste, Tweede en Derde Nieuwe Steeg (inmiddels verdwenen stegen gelegen tussen de Kruisstraat en de Doorniksteeg). In de week van 4 juni liep het aantal slachtoffers op tot 95. Ook de gebieden rond het Achterom, de Ham, de Molenstraat en het Bagijnhof werden nu getroffen. In de daaropvolgende week vanaf 11 juni volgde de piek van de cholera-epidemie met totaal 109 sterfgevallen. Alleen al op woensdag 13 juni 1866 overleden er 23 mensen aan cholera, het hoogste aantal op ťťn dag. Inmiddels had de epidemie zich ook uitgebreid tot buiten de stadsgrachten richting de Buitenwatersloot, de Houttuinen en het Zuideinde. Onder andere het gezin van de 36-jarige geweermaker Willem Frederik van de Siepkamp woonachtig aan de Houttuinen, werd bijzonder zwaar getroffen door de cholera. Op 11 juni, kort na middernacht overleed de oudste zoon Theodorus op 12-jarige leeftijd. Diezelfde ochtend overleed de bij hen wonende moeder van zijn vrouw, de 80-jarige Elisabeth Susanna Davids. De dertiende juni overleed ook een buurman. Op de vijftiende juni werd Willem Frederik zelf hersteld verklaard, maar stierven nog eens twee zoons (Henri van bijna 2 jaar en Willem van bijna 10 jaar). Op 19 juni ten slotte overleed ook zijn vrouw Madelaine Elisabeth Susanna Bouije op 36-jarige leeftijd. Willem Frederik bleef achter met drie kinderen, Madelaine (8 jaar), Johannes (6) en Anna (4). Hij hertrouwde vrij snel daarna, wat overigens in die tijd zeker voor weduwnaars niet ongebruikelijk was. Op 5 september 1866 huwde hij met de 31-jarige Gerritje Ploos van Amstel.

Na die piekweek van de cholera-epidemie nam de sterfte sterk af. Tot eind juli waren er nog ongeveer 10 gevallen per week en daarna nog enkele per week. Het laatste slachtoffer was Johanna Hijdra, een meisje van 7 jaar oud woonachtig aan het Zuideinde. Zij overleed op 18 november.

Figuur 4. Het aantal cholerasterfgevallen in de gemeente Delft per huisadres in 1866

Het aantal cholerasterfgevallen in de gemeente Delft per huisadres in 1866

Sociale klasse en leeftijd

De cholera-epidemieŽn manifesteerde zich in ruimtelijk opzicht nogal selectief. Langs de Oude Delft waren bijvoorbeeld nauwelijks cholerasterfgevallen, terwijl vele choleradoden vielen te betreuren in de armere buurten en zoals het in het in 1868 opgestelde Rapport aan de Koning werd geformuleerd ďHet oostelijk gedeelte der stad, waar de grachten de minste doorstrooming hebben en het water het slechtst isĒ. Toch was het in Delft niet zo dat de lagere sociale klassen onder de choleradoden duidelijk oververtegenwoordigd waren. De cholera maakte onder alle lagen van de bevolking slachtoffers en dat patroon week nauwelijks af van de niet-choleragerelateerde sterfte. Slachtoffers uit de hogere lagen waren in 1866 bijvoorbeeld de 34-jarige koopman in granen Arnoldus van Veen en de 11 jarige Campegius Hermannus Ramaer, zoon van Johannes Nicolaas Ramaer, de geneesheer-directeur van krankzinnigengesticht (Sint Joris). Opvallende sterfgevallen tijdens de cholera-epidemie in 1849 waren Adrianus Buijteweg en Gerritje Rodenburg, respectievelijk binnenvader en binnenmoeder in het Oude en Nieuwe Gasthuis, en de Weledele heer Christiaan Ninaber van Eijben, Stads Apothecar in het Oude en Nieuwe Gasthuis.

Grote verschillen waren er wel per leeftijdsgroep. Waar de sterfte normaal gesproken vooral hoog was onder zuigelingen, jonge kinderen (tot 5 jaar) en ouderen, maakte de cholera juist veel slachtoffers in de leeftijdsgroepen 5 tot 15 jaar en 20 tot 45 jaar, groepen waarin de sterfte normaal relatief laag was. Onder ouderen waren juist relatief weinig choleraslachtoffers. Van de 421 choleradoden in 1866 vielen er maar liefst 91 in de leeftijdsgroep 5 tot 15 jaar, terwijl onder de overige 765 sterfgevallen 35 in die leeftijdsgroep vielen. Al met al mogen de jaren 1849 en 1866 met hun uitzonderlijk hoge aantallen sterfgevallen ten gevolge van de cholera met recht rampjaren voor Delft worden genoemd.

Literatuur

Archief Delft,
Registers van overlijdensakten 1812-1990. Archiefnummer 15, inventarisnummers 565 en 582.
Archief Delft,
Opgaven van gevallen van Cholera en andere stukken hierop betrekking hebbend, 1859-1867. Archiefnummer 99, registernummer 9.
Beyerinck, J.A., J.F. Boogaard, H. Cappelle, L.J. Egeling, A.W.M. van Hasselt, J.G. Jšger, L.C. Levoir en W.C.H. Staring (1868),
Rapport aan den Koning, van de commissie tot onderzoek van drinkwater in verband met de verspreiding van cholera en tot aanwijzing der middelen ter voorziening in zuiver drinkwater. ís-Gravenhage: Van Weelden en Mingelen.
Departement van Binnenlandsche Zaken (1872),
De choleraepidemie in Nederland in 1866 en 1867. 's-Gravenhage: Van Weelden en Mingelen.
Ekamper, P. & G. Buzing (2013),
Delfts blauwe dood; de gevolgen van de cholera in de negentiende eeuw. Demos, bulletin over bevolking en samenleving 29 (6): 4-7.
Geneeskundig Staatstoezigt (1867),
Verslag aan den Koning van de bevindingen en handelingen van het Geneeskundig Staatstoezigt in het jaar 1866. 's-Gravenhage: Van Weelden en Mingelen.
Hart, P.D. Ďt (1990),
Utrecht en de cholera, 1832-1910. Stichtse Historische Reeks 15. Zutphen: De Walburg Pers.
Walsum, H. van (2010),
De cholera als aanjager van de volksgezondheid. In: Jaarboek Delfia Batavorum 19 Ė 2009. Delft: Historische Vereniging Delfia Batavorum, p. 75-92.

© 2015, Peter Ekamper - Ekamper.net

Links

Archief Delft

Noot

Dit artikel is een aangepaste versie van: Peter Ekamper en George Buzing (2013), Delfts blauwe dood; de gevolgen van de cholera in de negentiende eeuw. Demos, bulletin over bevolking en samenleving 29 (6): 4-7.

Versie

20 oktober 2015