Regels ontleend aan de officiële regels van de KNBB

Biljarten
is een spel waarbij door middel van een lange, dunne houten stok, de keu, ballen in een rechthoekige bak met lage randen, het biljart (de tafel), kunnen worden bespeeld. Daarbij mag met de punt van de keu (pommerans) alleen de speelbal worden gestoten, die op zijn beurt de beide andere ballen moet raken.
Het libre is een spelsoort van het carambolebiljart waarbij niet de extra regels van de andere spelsoorten gelden.

Op clubavonden van biljartclubs is libre de meest gebruikelijk spelsoort. Er bestaan daar diverse wedstrijdvormen om de partijen te spelen. Er worden bijvoorbeeld 20, 25 of 30 beurten gespeeld. Er wordt gespeeld, met maximaal van tevoren bepaalde beurten, totdat één van de spelers zijn van tevoren bepaalde aantal heeft gehaald. Daarbij is er wel een nabeurt voor de speler die niet van acquit is gegaan (begonnen is). Een partij kan in een gelijkspel eindigen (remise).

Een partij wordt gespeeld met 2 spelers, een arbiter/teller/scheidsrechter en een schrijver.

Voor het uitvoeren van de keuzetrekstoot wordt de rode bal op het bovenacquit en de beide andere ballen op de afstootlijn geplaatst. Het plaatsen van de beide ballen op de afstootlijn dient te geschieden op een afstand van ongeveer de helft van die tussen het linkeracquit en de linkerband voor de gemerkte bal en van die tussen het rechteracquit en de rechterband voor de andere bal.
* 5. De keuzetrekstoot dient door beide spelers gelijktijdig en rechtstreeks van de bovenband te geschieden, zodanig dat de spelers met de hun toegewezen bal die band eenmaal raken. De speler wiens bal het dichtst bij de benedenband tot stilstand komt, ongeacht of deze band is geraakt, mag bepalen aan wie de beginstoot wordt toegekend.
Rechtstreeks naar de bovenband stoten houdt in dat vóór het raken van die bovenband geen andere band mag worden geraakt. Na het raken van die bovenband mogen andere banden wel worden geraakt. Uiteraard is het onmogelijk dat beide spelers op een onderdeel van een seconde af precies op hetzelfde moment afstoten. Stoot de tweede speler af voordat de bal van de eerste speler de bovenband raakt, dan is aan de verplichting van gelijktijdig afstoten voldaan, ten minste als beide spelers geacht kunnen worden te hebben aangelegd voor de keuzetrekstoot.
Komen beide ballen ogenschijnlijk op dezelfde afstand van de benedenband tot stilstand, dan dient de arbiter naar een andere zijde van het biljart te gaan, om opnieuw te bekijken welke bal het dichtst bij de benedenband ligt. Vaak kan dan wel een verschil in afstand worden vastgesteld.
Nimmer mag met hulpmiddelen (meten met een keu, meetlint e.d.) worden vastgesteld, welke bal het dichtst bij die band ligt.
Komen de ballen naar het oordeel van de arbiter op gelijke afstand van de benedenband tot stilstand dan dient de keuzetrekstoot opnieuw te worden uitgevoerd.
* 6. Raakt een van de spelers tijdens het uitvoeren van de keuzetrekstoot met de hem toegewezen bal een andere bal, meer dan één keer de bovenband of geen enkele keer de bovenband, dan bepaalt de andere speler aan wie de beginstoot wordt toegekend.
* 7. Raken de ballen elkaar tijdens de keuzetrekstoot zonder dat duidelijk kan worden bepaald wie van de spelers daaraan schuld heeft; raken beide ballen de bovenband meer dan één keer of geen van beide die bovenband, dan moet het bepaalde in lid 5 opnieuw worden toegepast.

1. Direct nadat de keuzetrekstoot is uitgevoerd en aangegeven is wie de beginstoot wordt toegekend, plaatst de arbiter de ballen als volgt in de beginpositie:
a. de rode bal op het bovenacquit. b. de aanspeelbal op het benedenacquit. c. de speelbal op het rechteracquit, tenzij de speler vanaf het linkeracquit wenst af te stoten. Tegenwoordig is internationaal vastgelegd dat de acquitstoot moet worden gespeeld met de volledig witte bal als speelbal.
2. Vanuit de beginpositie moet direct vanaf de rode bal worden gespeeld.

De speler mag de arbiter niet behulpzaam zijn bij het plaatsen van de ballen in de beginpositie.
Doet de speler dit wel dan geeft de arbiter de desbetreffende speler een officiële waarschuwing,
immers aftellen wegens touché zou alleen in dit geval bij de beginnende speler kunnen vandaar
dat we in dit geval ongeacht of het de beginnende of niet beginnende speler betreft, die behulpzaam is, een officiële waarschuwing geven om ongelijkheid te voorkomen.
Als tijdens een partij de ballen opnieuw in de beginpositie moeten worden geplaatst, dan mag een speler de arbiter bij het herplaatsen van de ballen niet behulpzaam zijn.
Dit mag dus ook niet, als dat herplaatsen in de beginpositie nodig is omdat de speler nog recht heeft op de gelijkmakende beurt. Leeft een speler deze bepaling niet na, dan moet hij wegens touché worden afgeteld, ook al is hij nog niet met zijn beurt begonnen.