Regels ontleend aan de officiŽle regels van de KNBB

O.a. van http://www.knbbcarambole.nl/upl/fls/Arbitrage/HA%202016.pdf

en http://www.bommeltje.nl/website/biljarten/arbitrage/

Wat we als arbiter/scheidsrechter/teller bij biljarten dus NIET moeten doen:

Als er sprake is van “zuinig caramboleren” en de arbiter gaat aan de verkeerde kant van het biljart staan dan waar de carambole tot stand komt.
Dus wél: Stel je zelf goed op. Ook de speler zelf kan hieraan meewerken door de arbiter de gelegenheid te geven om eventueel om te lopen.

Met betrekking tot de opstelling moet elke arbiter er om denken dat hij de aan-de- beurt-zijnde speler absoluut niet en de niet-aan-de-beurt-zijnde speler zo weinig mogelijk hindert.

Als arbiter jezelf opstellen tussen het biljart en de niet aan de beurt zijnde (op de stoel zittende) speler, de schrijver of het publiek.
Dus wél: Stel jezelf goed op (of het moet niet anders kunnen). Bedenk hoe het is als je zelf op de stoel zit en niets kan waarnemen van wat er op het biljart gebeurt.

Het niet communiceren met de schrijver/bordenist op het moment van het doorgeven van het aantal gemaakte caramboles.
Dus wél: Kijk dan de schrijver/bordenist aan, dan weet je gelijk of hij of zij nog wakker is. Ook een schrijver/bordenist hoort bij de partij. Begin daarom ook altijd met een duidelijk hoorbaar: “Noteren, …” Dit is het signaal aan de speler dat zijn beurt is afgelopen en een signaal aan de schrijver/bordenist om attent te zijn.

Als je denkt dat een speler van plan is de keu omhoog te zetten voor een massé of piqué, direct al de lamp pakken om opzij te houden. Dus wél: Afwachten of de speler er (netjes) om vraagt.
Hoe behulpzaam dit ook over komt, de speler moet, (ook in zijn eigen belang) het initiatief nemen. Want als een arbiter staat te zwaaien met een lamp, en de speler beslist anders, dan brengt dat de concentratie in gevaar.

Om de concentratie niet te verstoren, heel zacht de telling en de annonces doen.
Dus wél: Hoorbaar en verstaanbaar annonceren. Hoe goed ook bedoeld, maar de aan de beurt zijnde speler wil duidelijk horen hoeveel en wat er is en óók de zittende speler (en eventueel publiek) wil op de hoogte zijn.

 
– Telt een arbiter te hard, dan worden de spelers op een ander biljart gehinderd. Niettemin moet de arbiter wel zo hardop tellen dat het publiek hem kan verstaan. Doet hij dit niet, dan kan er geroezemoes ontstaan, omdat toeschouwers aan elkaar gaan vragen hoeveel caramboles de speler al heeft gemaakt.

– Ga niet "leunen" op het biljart. Sta op gepaste afstand.

    De fouten

Een carambole is pas geldig wanneer deze gemaakt wordt volgens de voorschriften van het reglement. In dit overzicht worden een aantal voorkomende fouten besproken.

De gemiste carambole:
Deze fout heeft weinig commentaar nodig. Als u als arbiter zeker van uw zaak bent, gaat u geen discussie aan met de speler, wanneer deze verhaal haalt. U telt de beurt af. Is er twijfel? Dan kunt u als arbiter de schrijver raadplegen, maar als deze het niet gezien heeft of ook niet zeker is, dan telt u de beurt alsnog af.

Uitspringende ballen:
Een uitspringende bal is een bal die buiten het speelvlak van het biljart terechtkomt. De begrenzing van dit speelvlak begint bij de houten omlijsting waarin de banden gevat zijn. Raakt een bal het hout en rolt hij terug op het biljart, dan is hij toch uit geweest en zegt de arbiter “Noteren…”. Wanneer er een bal uit het biljart springt, worden bij libre de drie ballen op hun respectievelijke acquits geplaatst en zal de tegenpartij de beginstoot spelen.
Als een bal op de band komt en het hout raakt en vervolgens weer terug rolt op het biljart, dan is dat zonder tussenkomst van mensenhanden gebeurd. Dan is de beurt over en kan de volgende speler dus gewoon doorgaan met de situatie zoals die er ligt.

Als een bal op de band komt en het hout niet raakt en vervolgens op de band blijft liggen (wat op zich zeer uitzonderlijk is omdat de band meestal iets schuin naar binnen loopt) dan is de acquit stoot de oplossing om het spel te hervatten, de speler kan gewoon verder spelen.

Bij driebanden echter alleen de bal die op de band ligt op zijn acquit plaats leggen.

Bewegende bal

De scheidsrechter laat de tegenpartij alleen dan aan de beurt wanneer de ballen in stilstand zijn. Speelt de speler toch, terwijl een bal nog in beweging is, dan keurt de arbiter dit punt af.
Bij het maken van een reeks moet de speler wachten tot alle ballen stilliggen alvorens een nieuwe carambole te scoren. De scheidsrechter zou in feite het punt pas moeten toekennen wanneer de ballen stilliggen. Dat wordt echter omwille van het speltempo vaak niet gedaan. Heeft de arbiter een punt geteld en de speler stoot vervolgens voordat alle ballen stilliggen, dan wordt het vorige punt dus niet geteld.

Het aanraken van de bal (touché)
Om een carambole op geldige wijze te spelen, moet de speler dit met de pomerans doen. De speelbal raken met, hetzij welk ander deel van de keu dan ook, is een fout. Hetzelfde is waar wanneer de speler een bal raakt met de hand, een kledingstuk of met welk ander ding dan ook.
Wanneer de speler merkt dat er een vuiltje (bijv. een haar) op een bal kleeft, dan verzoekt hij de arbiter om dit vuiltje te verwijderen. Hij mag dat dus nooit zelf doen, want anders wordt hij met een fout bestraft: touché.

Een voet moet de grond raken
Bij het uitvoeren van een stoot, moet de speler steeds in contact zijn met de grond. Het is voldoende dat één voet licht de grond raakt. Is de afstoot uitgevoerd en de speler verliest zijn evenwicht, dan is er geen fout gemaakt.

Ketsstoot
Deze fout is minder bekend: de ketsstoot.
Wat is een ketsstoot? Het is een afstoot waarbij de pomerans van de keu afketst op de speelbal. Is de afstoot krachtig gebeurd, dan wordt bij de ketsstoot de speelbal weggeduwd met het bovenstuk van de keu. Maakt de speler desondanks de carambole, dan moet in dat geval het punt afgekeurd als ware het een touché.
Het kan gebeuren dat de speler traag afstoot en heel zacht. Dan schampt de keu op de bal af en raakt de zijkant van de pomerans de speelbal. In dat geval is er géén fout.
Hoe kan de scheidsrechter dit onderscheid maken? Het gehoor zal hem hierbij helpen. Indien de keu gewoon afschampt, hoort men naast het normale geluid niets. Bij de ketsstoot hoort men duidelijk dat de speelbal door de plastic tussenring of zelfs door het hout geraakt wordt. Dit is dan onmiskenbaar fout. Ook bij de trekstoot is het ketsen mogelijk. Hier ontstaat het ketsen door te diep in de speelbal af te stoten, waardoor de bal zelfs opgeschept kan worden. Deze “steeple-chase”-afstoot is ook fout. Ook hier hoort men duidelijk dat de speelbal door het bovenstuk van de keu wordt aangeraakt.

Constateert de arbiter dat een speler geen geldige carambole heeft gemaakt, dan moet de speler de beurt beŽindigen.
Is een carambole ten onrechte geteld, dan dient de arbiter zijn beslissing te herroepen, mits de speler zijn beurt nog niet heeft vervolgd.

Biljarderen (spelen van een Staphorster of soms Dokkumer genoemd)
Men biljartdeert wanneer de pomerans van de keu nog in contact is met de speelbal op het ogenblik dat deze laatste de aanspeelbal raakt.

Men kan ook op de band biljarderen, wanneer de pomerans van de keu nog met de speelbal in contact is op het moment dat deze laatste de band raakt. Het biljarderen vraagt bijzondere aandacht, omdat het een heel belangrijk onderdeel is van het biljartspel.
Het is eveneens de meest aangevochten fout, omdat tal van spelers zich niet met de gedachte kunnen verzoenen dat zij gebiljardeerd hebben.
De scheidsrechter beoordeelt het biljarderen in twee fasen:
De eerste beoordeling wordt gedaan op het moment dat de ligging van dien aard is dat het biljarderen mogelijk geacht wordt. Bij het beoordelen van zo’n positie houdt de scheidsrechter voornamelijk rekening met de afstand die de speelbal van de aanspeelbal scheidt. Hoe kleiner de afstand is, des te groter de mogelijkheid om door te stoten (en dus te biljarderen). Dit weet de speler ook en hij kan zijn afstoot zo regelen dat de carambole zuiver gespeeld wordt. Dit zuiver afstoten gebeurt dan vaak ten koste van de positie van de ballen, omdat hij de ideale positie zal moeten opofferen. Dit zet de speler aan om dit toch maar niet te doen en dan wordt er gebiljardeerd. De arbiter zal dus ervaring moeten opdoen. Is hij een goed biljarter en heeft hij het arbitreren geleerd, dan zal hij een voordeel hebben om uit te maken of het punt correct uitgevoerd werd. De scheidsrechter anticipeert dus in de eerste fase.
Het tweede deel van de beoordeling is de uitvoering van de carambole. Dit is uiteraard de belangrijkste fase. Hier zal hij nagaan hoe de speler zich plaatst om de carambole te spelen en zien hoe hij de stoot speelt. De arbiter volgt dus het spel van dichtbij.