Algemeen beeld.
Een vrolijke actieve hond van middelmatige grootte, met een intelligente uitdrukking, die kracht toont zonder grofheid en snelheid uitdrukt zonder iel te zijn.
Typerende kenmerken.
In ruime mate bedeeld met een natuurlijke aanleg tot jachthond, waarbij aan optimisme en vriendelijkheid uiting wordt gegeven door enthousiaste staartactie.
Temperament.
Vol zelfvertrouwen en vriendelijk.
Hoofd en schedel.
Het hoofd moet lang en mooi gevormd zijn. De schedel plat en gematigd breed met een lichte inzinking of stop tussen de ogen, op geen enkele wijze geaccentueerd, zodat zowel de indruk van een sterk dalende neuslijn als van een wipneus wordt vermeden. De neus is van flinke maat, met wijde neusgaten. De kaken moeten lang zijn en sterk, in staat om een haas of fazant te dragen.
Ogen.
Moeten van middelmatige grootte zijn, donkerbruin of hazelnootkleurig, met een zeer intelligente uitdrukking (een rond bol oog is zeer ongewenst). Zij mogen niet schuin geplaatst zijn.
Oren.
Klein en goed aangezet, dicht tegen de zijkant van het hoofd.
Gebit.
Sterke kaken met een volstrekt, regelmatig en compleet scharend gebit, dat wil zeggen, dat de boventanden net over de ondertanden heen vallen en rechtop in de kaak staan. De tanden moeten gezond en sterk zijn.