| Paraglider veiligheid vergeleken met zweefvliegen. | |
| "Ervaring krijg je pas nadat je het nodig hebt." | |
| R. Schierbeek - 1998 | |
|
|
|
|
|
Paragliden kan iedereen |
![]()
Een Paraglider lijkt een gemakkelijke machine om te vliegen als je een ervaren piloot ziet wegzweven, bijna moeiteloos opstijgend vanaf een grazige berghelling. Geen instrumenten, geen rolroeren, richtingsroer of remkleppen; alles wat je nodig hebt is twee remlijnen voor links en rechtsaf. Als je daarentegen naar de cockpit van een zweefvliegtuig kijkt is het direct duidelijk dat je instructie nodig hebt om de instrumenten en bedienings organen te leren gebruiken. Een paraglider vliegen kun je echter zonder veel kennis, moeilijke cursussen of langdurige opleiding, toch? Niet dus!
Een paraglider piloot heeft misschien minder kennis nodig dan een zweefvlieger, maar zeker evenveel vaardigheid. Toen ik in de zomer van 1994 begon aan een cursus paragliden (schermvliegen) in Frankrijk was me al snel duidelijk dat je andere vaardigheden nodig hebt dan voor zweefvliegen, hoewel mijn vliegervaring en metereologische kennis me wel van pas kwamen. Het opdoen van ervaring is voor paragliders lastiger dan voor zweefvliegers. Tweezits zweefvliegtuigen hebben altijd dubbele besturing, dit maakt het lesgeven veel makkelijker. Voor ze solo vliegen krijgen zweefvliegers een twee-weekse cursus van minimaal 40 vluchten met een instructeur achterin die fouten korrigeert, het zogenaamde Dubbel Besturings Onderricht of DBO. DBO vluchten zijn bijvoorbeeld essentieeel voor het leren landen van een zweefvliegtuig. Om op de goede plaats te landen leer je door coordinatie van stuurknuppel en remkleppen de juiste daalhoek te vinden.Bij mijn eerste paraglider cursus lukte het voorwaarts starten na een dag grondtraining al aardig. Later zou ik merken dat het nog niet zo makkelijk is om een paraglider achterwaarts te starten met drie meter achter je een afgrond van struiken en rotsblokken. De kunst van het goed achterwaarts starten beheerste ik pas veel later.
Ik was de eerste jaren behoorlijk onder de indruk van de koelbloedige paraglider piloten die overliepen van sterke verhalen. Wat echter het meest indruk op me maakte was toen ik eens naast een instructeur op de helling zal te wachten en hij naar beneden wees waar ergens een stuikje even bewoog en zei: "daar komt een thermiekbel aan". In een zweefvliegtuig is alles globaler, meer "macro"; een thermiekbel zie je aan de variometer, niet aan takken of struikjes. Je vliegt zo hoog dat je zelfs bomen niet kunt zien bewegen.Hoewel de controle over een paraglider gemakkelijker is, omdat je bijvoorbeeld geen hand-voet coordinatie nodig hebt in de bochten, is het vliegen zelf even moeilijk. Een zweefvlieg piloot hoeft zich bijvoorbeeld geen zorgen te maken over zijn scherm; de vleugels blijven immers wel aan het vliegtuig zitten Een paraglider echter heeft een scherm dat kan "inklappen" (collapse): een klein of groot deel van het scherm kan dichtklappen. Ik zal het maar een "floppy" scherm noemen, naast de "fixed-wing" vliegtuigen (motor- en zweefvliegtuigen) en "flex-wing" vliegtuigen (FAI categorienaam voor zeilvliegers FAI HG/PG World records ). Paragliden een relatief nieuwe sport die nog maar een tiental jaren bestaat. Zeilvliegen werd in de zeventiger jaren populair, zweefvliegen werd al gedaan voor de oorlog en daarom is er veel veiligheids bewustzijn over de sport. Artikels, boeken, een verplichte aangifte van ongevallen en een anonieme bespreking van alle ongevallen in het blad "Thermiek" maken zweefvliegen een veilige sport.
Het vouwbare scherm is het grootste voordeel van de paraglider. Het is in feite een rugzak vliegtuig. Hetzelfde "floppy" eigenschap van het scherm is een nadeel in de lucht, zoals de ongeval statistieken laten zien.
|
|
Ongeval statistieken van schermvliegers |
|
Uit een rapport van de DHV over 1996 blijkt dat grote inklappers de belangrijkste oorzaak zijn voor ongelukken. De meeste ongelukken gebeuren tussen 13:00 en 15:00 uur dus als de thermiek maximaal is. Landingsindeling fouten staan op de tweede plaats. Stall en/of negatief komt niet als aparte categorie voor, maar moet volgens mij ook serieuze ongevallen veroorzaken.
Uit de ongeval rapporten op Big Air paragliding (http://www.web-partners.com/paragliding ) blijkt dat inklappers vaak de oorzaak zijn van ongelukken. Van de 19 rapporten uit 1998 op "Big Air" zijn de oorzaken:![]()
- inklappers 6
- Start fouten 3
- inklappers gevolgd door een stall 2
- stalls 2
- Slechte landingsindeling 2
- Andere oorzaken 4
Ook hier zijn inklappers (8) dus in bijna de helft van de gevallen de oorzaak. Deze statistieken duiden aan dat het voordeel op de grond van een vouwbaar flexibel scherm een nadeel is in de lucht.
Op de paraglider stall wil ik wat dieper ingaan omdat het illustreert hoeveel een paraglider in vliegstijl en gedrag verschilt van een zweefvliegtuig, en stall is een situatie die begrepen en vermeden moet worden. Een zweefvlieg stall is een tamme maneuvre, daarentegen is een paraglider stall een spectaculaire figuur die meer op stuntvliegen lijkt.Wat paragliders meestal een full-stall of stall noemen, wordt door zweefvliegers een overtrek genoemd. De naam komt waarschijnlijk van "over trekken" oftwel de stuurknuppel teveel naar je toe trekken. Dit maakt dat de neus van het vliegtuig naar boven gaat, de invalshoek van de vleugel te groot wordt, de luchtstroom loslaat en een stall volgt. Voor de duidelijkheid zal ik verder overal het woord "stall" gebruiken. Een stall in een zweefvliegtuig is indrukwekkend; het herstellen ervan is gemakkelijk - het zweefvliegtuig valt, duikt snelheid aan en 50 meter lager vlieg je weer normaal. Het grote verschil met paragliden is dat een paraglider scherm niet alleen stopt met vliegen maar ook zijn vorm verliest, het veranderd van een vleugelvorm in een klapperende hoefijzervorm wat je val nog maar weinig afremt. Pats en weg is de vleugelvorm; boven je klappert en schokt iets heftigs wat zelfs niet meer lijkt op een vleugel.
Als het scherm weer vult schiet het met grote snelheid naar voren, een performance scherm kan zo krachtig naar voren schieten dat het zelfs onder je kan duiken waardoor je in het scherm valt. Een ervaren piloot zal om dit te voorkomen de remlijnen enkele malen om zijn handen winden en zijn handen volledig naar beneden duwen onder zijn harnas. Een stall is een spectaculaire maneuvre om van de grond te bekijken - en als je het zelf doet nog veel indrukwekkender. Een paraglider voor beginners is overigens ontworpen om niet heftig te reageren en zal minder ver naar voren schieten dan een geavanceerd scherm. Na het herstel van de stall kan een paraglider - doordat het scherm niet rigide is - negatief gaan, of lijnen en scherm kunnen verward raken, dus dit alles maakt dat het goed herstellen van een paraglider stall minder zeker is dan een zweefvliegtuig stall.Een paraglider kan door zijn "floppy" eigenschappen ook een frontstall krijgen waarbij de voorste rand volledig naar beneden klapt en het scherm abrupt afremt. Dit gebeurt meestal bij een hoge snelheid of bij een sterke verticale windsnelheid, bijvoorbeeld bij het wegvliegen uit een stevige thermiekbel. Mijn eerste keer was toen ik onder mijn Apco Supra een mooie thermiekbel boven Oludeniz uitvloog omdat ik tegen wolkenbasis zat ergens boven de 2000 meter. Door de sterke verandering van opstijgende naar dalende lucht klapte het scherm dicht en schoot naar achteren voordat ik wist wat er gebeurde. Een seconde later was ik nog meer verrast toen het performance scherm naar voren schoot en zich op de horizon voor me bevond, daarna kon ik het netjes dempen en doorvliegen. Op 2000 meter hoogte hoef je je nog niet veel zorgen te maken, maar hier was ik toch wel even van geschrokken. Een scherm kan door turbulentie ook kleine en grote inklappers krijgen, dit is iets wat frequent gebeurt in de bergen bij turbulentie en sterke thermiek. Een grote inklapper (collapse) is wanneer de helft of meer van je scherm weg is, wat ongelegen kan zijn als je dicht langs een rotswand vliegt - en hier gebeurt het meestal vanwege de turbulentie.
|
|
De kick en de risico's |
|
Mijn eerste ervaring met een paraglider stall maakte behoorlijk indruk. Ik had er nog nooit een gezien, om de eenvoudige reden dat een ervaren piloot er geen zal doen tenzij hij behoorlijk hoog vliegt. Tijdens het zweefvliegen had ik echter honderden stalls gemaakt dus geheel onbezonnen en niet gehinderd door enige ervaring dacht ik dat dit niet zo moeilijk kon zijn. Ik zou nog verrast worden; waar ik niet op rekende was dat een scherm, in tegenstelling tot een vliegtuig vleugel, leeg kan lopen.
![]()
Ik vloog een beginners scherm (een ITV Rubis) en was op ongeveer 100 meter boven de Indische Oceaan, dichtbij het strand toen ik mijn eerste full-stall probeerde. Langzaam trok ik aan de remlijnen, tot ik erg langzaam vloog en ik kon voelen dat het scherm dicht bij stall snelheid kwam. Een zweefvliegtuig begint op dit moment te schudden: een laatste waarschuwing dat de laminaire luchtstroom de vleugel loslaat en turbulent wordt. Een paraglider geeft minder waarschuwing, maar voelt zacht aan als de luchtdruk in de vleugel verdwijnt. Vlak voor de stall beginnen de vleugeltips naar achter te bewegen omdat die eerst stoppen met vliegen.
Toen trok ik de remlijnen ferm naar beneden en ging in een full-stall. Het scherm schoot naar achteren en ik zag hoe het volledig leegliep. Alles ging plotseling heel erg langzaam ... 100 meter is niet erg hoog en het scherm leek een lange tijd nodig te hebben om weer te vullen. In retrospect duurde het waarschijnlijk niet langer dan 4 of 5 seconden, maar 5 seconden vallen is een lange tijd. Als ik mijn armen hoog had gehouden was alles misschien nog goedgegaan, maar tijdens het herstel moet ik een arm lager hebben gehouden of iets anders hebben gedaan wat het scherm beinvloedde, want toen het naar voren schoot en volledig vulde ging het direct negatief. Na een ongewilde draai van 90 graden vloog ik richting de bergrug waar ik vandaan gestart was. Geen tijd om te draaien, met de wind in de rug vloog ik regelrecht op een boom af, wist een van mijn schoenen tegen een grote tak ze zetten om de klap op te vangen en daar hing ik in de boom. Een paar schrammen was alles wat ik had en met veel moeite en gevloek kregen we de paraglider zonder beschadigingen uit de boom. Een "floppy-wing" stall is dus totaal verschillend van een "fixed-wing" stall, je kunt dit maar beter niet zomaar proberen en zeker niet onder de 300 meter hoogte of boven land.Er zijn twee redenen om de stall manoeuvre serieus te nemen. De eerste: het is beter een stall te vermijden, daarom is het nodig te begrijpen wanneer een stall optreedt en het dus te oefenen in een veilige situatie. De tweede reden: in bepaalde situaties, bijvoorbeeld als het scherm of de lijnen van een paraglider verward zijn of in een zakvlucht situatie kan een stall de enige wijze zijn om het scherm te herstellen.
Ik ben nu een recreatief paraglider met ongeveer 70 bergvluchten; en ik ben heel tevreden met mijn eigen intermediate, een APCO-Sentra. De bergvluchten heb ik voor een groot deel gemaakt boven heuvels aan zee waar door de stabiele zeebries de kans op inklappers minimaal is. Paragliden geeft me altijd een geweldige kick, ik kan de wind voelen, de thermiek, de kleinste verandering in de luchtstroom. Op een kilometer boven de zee (Oludeniz) kijk ik tussen mijn benen naar beneden en er is helemaal niets tussen mij en het azuurblauwe water. Duizend meter lege lucht.
![]()
In een zweefvliegtuig op 4 km hoogte is er ook een heleboel lege lucht onder je, maar daar ben je je niet van bewust. In een cockpit ben je afgeschermd van de luchtstroom en de elementen, het maakt het veiliger en afstandelijker tegelijk. Zweefvliegen geeft andere kicks dan paragliden - het is een heel ander gevoel. In een zweefvliegtuig kun je met 100 km/uur 10 meter van de rotswand vliegen. In een paraglider kun je met 30 km/uur op enkele meters van de rotsen vliegen - in stabiele condities natuurlijk, zoals een gladde stabiele zeebries. Die lage snelheid heeft voordelen, je kunt precieser vliegen, je kunt op een grasveld landen, je kunt ook op kleine thermiekbellen (microlift) omhoogkomen.
Een Schleicher Ka-8 is een ouderwets, klein en licht houten zweefvliegtuigje dat langzamer kan vliegen dan de moderne glasvezel toestellen. Doordat je in thermiek 65 km/uur kan vliegen waar glasvezel toestellen 80 km/uur moeten vliegen kun je kleiner draaien en beter centreren. Thermiekend in een Ka-8 heb ik vaak glasvezel toestellen eruitgevlogen doordat ik beter in de kern van de bel kon draaien waar de stijgsnelheid het best is. Mijn indruk is dat paragliders veel beter kunnen thermieken doordat ze ongeveer met roofvogelsnelheid vliegen.Maar er zijn ook risico's aan paragliden; mijn ervaring is dat de kans op verstuikingen en botbreuken groot is. Ik heb zelf een voet verstuikt: het duurde een half jaar om te genezen. Een vriend maakte na een slechte landingsindeling een landing op droog en hard poldergras en vergat zijn knie te buigen: beenbreuk, na 6 weken genezen. Een Engelse vriend van me probeerde een nieuw performance scherm uit met iets teveel wind, ging in een vlaag negatief, smakte tegen de heuvel en voelde hoe achtereenvolgens zijn enkel, onderbeen en heup braken. Hij loopt nu weer prima maar dat heeft lang geduurd.
Een zekerheidstraining deed ik natuurlijk pas nadat ik de eerste verrassingen had meegemaakt. Het is leuk om te doen, het is bijna 100 % veilig want hoog en boven water en het is zeer leerzaam. Bijvoorbeeld: zorg dat de rechterkant van het scherm 60% dichtklapt, als je nu iets naar links leunt in het harnas vlieg je gewoon rechtdoor. Leun echter iets naar rechts en binnen enkele seconden ga je in een steilspiraal naar beneden.
|
|
Veiligheids suggesties |
|
Is paragliden minder veilig dan zweefvliegen? Nee, veiligheid is meer in de handen van de piloot dan in het materiaal. Paragliden is de ultieme vrijheid maar tegelijkertijd een minimum aan bescherming; als de piloot zich van zijn beperkingen bewust is dan zal hij respect hebben voor wind, wolken en de elementen. Een inschattingsfout van de condities heeft voor een paraglider serieuze consequenties. Een paraglider is nu eenmaal kwetsbaar; waar een zweefvlieg piloot bij 100 km/uur slechts een hobbel voelt kan een paraglider piloot een inklapper krijgen en tegen een berg geplakt worden. Vliegen is in het algemeen gesproken minder vergevingsgezind dan andere sporten; als het om parachutespringen gaat zijn de gevaren voor leken duidelijk, maar mensen die beginnen met paragliden realiseren zich dit meestal niet.
Nederland is de beste plek om te beginnen vanwege de vriendelijke grote thermiekbellen en vrijwel nooit sterke turbulentie. In 23 jaar zweefvliegen kan ik me maar enkele zeer turbulente vluchten herinneren en dat was bij windsnelheden van 5 of 6 Beaufort.
Last but not least een paar veiligheids suggesties:
- Start paragliden met een introductiecursus door een goede instructeur.
- Leer vliegen met een beginners scherm.
- Vindt een goed landingsgestel: stevige bergschoenen of speciale PG boots.
- Zorg voor een goede landingstechniek (gebogen knieen) of beter:
- Leer de Parachute Landing Fall (PLF) om een harde landing op te vangen.
- Doe een zekerheidstraining voor je in hoge bergen gaat vliegen.
- Probeer te anticiperen waar turbulentie en rotor is, vraag de experts.
- "It's better to be on the ground wishing you were in the air; than in the air wishing you were on the ground!"
|
|
|
|