Ik ben het zat hier. Meer dan. Dus vanaf NU ga ik mijn praatjes houden op krismagalles.NL. Het doet het daar allemaal nog niet, maar het minimale is aanwezig: een nieuwe lay-out en tekst.
Het was een gezellig avondje uit geweest, dat kon je zo aan hun gezichten aflezen. En natuurlijk aan de bulderende alcoholische lachsalvo’s horen. Oh,oh,oh, wat jammer: één van het achttal dames moest in Rijswijk de coupé al uit. Er werd op zeer overtuigende wijze afscheid genomen. Dikke doei en het was gezellig. Ze moest even bellen als ze thuis aangekomen was. In verband met al die nare mannen die zich in Rijswijk posteren rond het middernachtelijke uur. Ze werd uitgezwaaid. Het gesprek ging voort. De dames waren op dreef. “Ze moet wel even bellen hoor, want je weet het nooit, zo ’s nachts en alles” “Inderdaad, dat ze kan bellen als ze aangerand wordt” “Ja nou, dat soort dingen hoor je nogal eens hè..” “Nee joh, die belt niet als ze gepakt wordt, die vind het héérlijk als ze lekker aangerand wordt. Niks erg. Ze smeekt erom! Rand me aan, rand me aan!” De vrouw die de opmerking maakte lachte het hardst, en de rest deed vrolijk mee. Haha.
Onappetijtelijke vrouwen van middelbare leeftijd. Die aanrandgrappen grappen maken. Het moet niet gekker worden.
Op de eerste plaats in de wachtrij: Everything is illuminated van Jonathan Safran Foer. Nu jij: Wat lees je? En dan natuurlijk ook even vertellen of het de moeite waard is...
Zomaar gevonden in mijn FTP. Van toen. Toen alles nog gewoon in orde was. (wat klinkt dat dramatisch, maar toch voelt het goed om het zo te zeggen)
(want toen was mijn buik nog zo plat als een dubbeltje)(en hoefde ik daar helemaal geen moeite voor te doen) (en toen zat ik gewoon nog op school, zonder enige last te ondervinden van de grote-boze-mensenwereld)
Wie de documentaire "Prettig weekend ondanks alles" van Katja Schuurman op BNN niet heeft gezien krijgt zo nog een herkansing. Ik zou zeggen: Doen. Om 00.30 en 01.25 op Nederland 2.
Nb: Nu blijkt dat mijn datalimiet volgens wanadoo is overschreden. Dus ik ga gewoon duimen dat jullie allemaal zullen kijken. Check ook even de reacties op de BNNsite. Reacties die overwegend positief zijn, maar moet eerlijk toegeven dat de negatieve reacties inhoudelijk sterker zijn. Ook ik heb aldaar een reactie achtergelaten:
De vergelijking met Michael Moore was ook voor mij niet te omzeilen, maar dan wel in positieve zin. Ja, er wordt vanuit een bepaald (gekleurd)perspectief een benadering gezocht, maar dat lijkt me wel eens verfrissend tegenover de bagatelliserende en leugenachtige benadering die onze politiek wenst te beoefenen. Een statement maak je gebruikelijk niet door middel van nuance…
Vanuit de patatzaak fietste ik naar huis. Lekker patatje eten, daar komt een mens van bij, daar wordt een mens vrolijk van. Zoiets pompt gewoon direct mijn algehele gevoel van vrolijkheid op tot ongekend niveau. Ik straalde. Wat een vrouw, wat een uitstraling. Op de fiets passeerde ik twee jongens. Zo van die jongens dat je denkt : die gaan wat tegen me zeggen. In de trend van: ‘Hee schatje’, ‘Lekkerrrrr’ of misschien zelfs een ouderwetse ‘Dag schoonheid!’. Maar nee. Zelfs simpele geneugten bestaan bij de gratie van de verdoemenis. Want toen onze blikken elkaar kruisten, zei de rechter enkel ‘Zozo.’.
Daar moest ik het mee doen! Met een ‘Zozo!’. Hoe freaking denigrerend is dat! ‘Zozo’, dat is om en nabij een 7! Dat is een ‘je hebt zojuist een nette voldoende gescoord’! Ik ben geen nette voldoende, kom nou zeg, ik ben top of de bill, queen of beauty! Nou ja, u snapt, ik overdrijf, maar toch….’Zozo’….
Godzijdank bestaat er bij de gratie van ellende en verdoemenis altijd meer ellende om je op te vrolijken... (via meisjemeisje)
Haastig lopen we samen door de druilregen. De kleine moslima naast de lange blonde Hollandse. Ze duwt de buggy voort, die ze gebruikt om haar boodschappen in te doen. Onze tijd is bijna om. We hebben een goede dag gehad samen, en dat hadden we hard nodig. Gesprekken over haar geloof, en dat ze zo graag wil dat ik ook in Allah zou geloven. Ze gunt me best een plekje in de hemel. Ze lacht lief als ze dat zegt. En nu, in de regen, met mij, begint ze ineens ongedwongen een kinderliedje te zingen. ‘We zijn er bij-na, we zijn er-bijna’. Ik zet in. ‘Maar nog niet helemaal, koppie krauw’. Maar zij zingt iets anders dan ik doe. De laatste woorden komen me vreemd voor. Stug zingen we door. ‘We zijn er bij-na, we zijn er bij-na, maar nog niet helemaal…. Kontje Blauw!’. Ze giechelt en prevelt de laatste twee woordjes nog een paar keer, als ware het een stiekeme toverspreuk. ‘Kontje blauw, hihi, kontje blauw’. Een kind in Allah’s grote doe-het-goed-snoepwinkel, die zichzelf voor één keer toe staat een vies grapje te maken. Ge-wel-dig.
’T Was als de eerste keer - het lukte zomaar weer -
Met bonkend hart en ijskoude klamme handen stond ik voor de deur. ‘Oscar’ stond er naast de zoemer. Daar moest ik wezen. ‘Hou je rustig, rustig, rustg, hou je rustig kalm, stil’, zongen Bassie en Adriaan bezwerend in mijn hoofd. Ik ademde diep in en drukte op de bel. Een jongen van mijn leeftijd deed de deur open. Hij zag er ook wat nerveus uit. Misschien wel nerveuzer dan ik. ‘Oscar, toch?’ vroeg ik. ‘Klopt…Kris?’. Dat antwoord wist ik gelukkig, godzijdank, praise the lord: ‘Ja’. ‘Kom binnen, let niet op de rommel.’. En zo trad ik de woning binnen, liep via een half verrotte trap naar boven en stapte over een stapel oud papier de kamer binnen. ‘Ga zitten’. Ik schoof mijn billen op de bank en ontspande. Dit was best een aardige kerel, het zou wel meevallen allemaal. Oscar ging naast me zitten en pakte de spullen erbij, ik graaide in mijn tas naar die van mij en stalde het uit op de bank. ‘Zullen we maar beginnen dan?’, vroeg Oscar. Ik zag dat zijn handen trilden.
Mijn auditie begon. De aller-aller-allereerste auditie die ik deed na het stoppen met de toneelacademie Maastricht. Een half jaar niet geacteerd. Maar we gingen beginnen, zoveel was duidelijk, en ik kon niet meer terug. Oscar vertelde me de strekking van het script, en gaf aan welke rol hij voor mij zag weggelegd. Of we even een paar scènes door konden nemen. Tuurlijk kan dat Oscar, geen enkel probleem Oscar, zei ik, uiterlijk onbewogen (innerlijk een enorme hoeveelheid nuances angst uitpoepend en mezelf ratelbandiaans tot de orde manend: ‘Je kan het! Je bent leuk! Je bent een topper!). Maar vanaf het moment dat hij begon de regieaanwijzingen voor te lezen, was ik er en ging ik ervoor. Vanaf het moment dat de eerste tekst mijn lippen overstroomde was er geen toneelacademie meer. Geen afgang meer, geen angst. Er was alleen nog maar ik die deed wat ik weet dat ik kan. Ik deed wat ik leuk vind. En dat was ik vergeten. En Oscar kende mijn geschiedenis niet. En Oscar vond me hartstikke leuk, en goed, en gepassioneerd. En Oscar pakte gelijk het script voor zijn andere film. En vroeg of ik daar toevallig ook een leuke rol in zag weggelegd voor mezelf. En hij was enthousiast. En hij zou snel wat van zich laten horen en ik maakte een goede kans, zei hij.
En ik zweefde over de stapel oud papier, vloog van de trap af, greep mijn fiets en danste op mijn zadel. Ik was weer begonnen.
Met dank aan Boy van Bleu-Rivage heb ik weer een werkende computer. Op sterven na dood heb ik haar aan hem overhandigd en hij is lief voor haar geweest. Hij heeft haar de behandeling gegeven die ze verdiende en zo hard nodig had. Liefde en toewijding in de vorm van een nieuwe voeding, een vervangen stekker en een nieuwe D-schijf van 80 giga. Ze is weer prachtig en zoemt tevreden. Dus, even met z’n allen, luidkeels en in koor: Boy…Bedankt!!