Aan de jongen die ten onrechte zo hard werd aangepakt bij Het Paard in Den Haag op donderdagavond 29 september 2005
Ik had je willen zoeken. Om je te zeggen dat het me speet. Dat ze je zo hard hadden aangepakt. En om te regelen dat ik je bonnetje had kunnen inruilen. Voor je jas die nog binnen lag. Maar ik moest wegwezen. Ik moest me er niet mee bemoeien. Het spijt me. Uit naam van alle eikels in de wereld. Spijt het me. Ik zat bij de portiers. Want daar mag ik zitten om te wachten op iemand. Omdat ik voldoe aan "bepaalde" eisen. Ik zag dat je niet tegenwerkte. Maar hij kneep je strot alleen maar harder dicht. Ik hoop dat jij oké bent. Ik ken je niet. Maar als je dit toch, onverhoopts, mocht lezen, ik heb je gezien, en ik heb aan je gedacht.
Even een Nb'tje: ik heb wel eens de neiging om buitengewoon pathetisch te worden als ik wat heb gedronken. Dus. Het voorgaande is wél oprecht, maar ook wel best heftig en in het moment geschreven met een flinke kegel en dat soort zaken meer.
Superhip. Dat zou mij in één woord kunnen omschrijven. Want ik ga naar Robodock in Amsterdam. Technology and Art festival. Ik zeg het u: hipper kan gewoon niet. Lekker hupsen langs gefreakte kunst, gefreakt theater, krakers en futuristische onzin. De anti-beweging. Nieuwe Kunst. Ik zie het wel zitten. Wie gaat er mee?
Updeet: Sta ik op het punt om weg te gaan, wil ik mijn ook zo vreselijk hippe camera meenemen in zijn oh zo hippe cameratas. Hebben mijn katten over de cameratas heengepist. Mijn hipheidschickgraadmeter zakt dramatisch. Helaas...Terug naar niveau Blundervrouw.
Gewapend met kind en hoofddoek zit ze daar. In een landschap vol met hoofddoeken. Mooi te wezen. Geen haren, wel lipgloss. Flarden van zinnen steel ik uit de volle tram. “Hij houd van mij, ik zeg je dat hij dat tegen mij zegt.”. “Wat hij zorgt niet? Hij heb niet om dat kind gevraagd…”. Het kind dreint onophoudelijk. Om aandacht te krijgen van zijn moeder slaat hij haar. Ze lijkt er geen erg in te hebben. “Ik zeg je hij gaat me trouwen.”.
Ondanks dat ik het hele verhaal niet ken, oordeel ik hard dat hij vast niet met haar zal trouwen. Dat ze alleen blijft met een steeds onhandelbaarder wordend kind. Als mama van bijna 18. En daar word ik dus best een beetje treurig van.
Ik ben kris en ik laat niet met me sollen. Het is maar dat je het weet. Na een gezellig avondje bieren bij een vriendin stapte ik op mijn superstoere leenfiets. Een hele mooie groen-blauwe met een grote grijze plastic bak aan de voorkant geknutseld. Zoals je met een vriend die heel lekker is een beetje rond kan lopen alsof hij bij jou hoort, zo fietste ik op deze fiets alsof ik hem zelf gepimpt had. That’s my bike, man, you better believe it. Het stuk naar huis was eigenlijk te kort en daarom reed ik een extra rondje om voordat ik mijn stalen ros in de gang parkeerde. Het was laat. Ik moest maar eens naar bedje gaan. Nadat ik de vuilniszakken buiten had gezet was het tijd om onder de wol te duiken. Maar mijn bijna comateuze toestand werd ruw verstoord door onrustopwekkende straatgeluiden. Na een grondige inspectie (stiekem door de ramen gluren) kwam ik tot de ontdekking dat er een aantal manmensen bezig was een teringzooitje te trappen. De ene na de andere vuilniszak werd van zijn fijne rustplaats weggeslingerd de weg op. Zover ik de straat die zij achter zich lieten in kon kijken was hij bezaaid met grijze, half opengebarsten vuilniszakken. En toen dacht ik dus: “Dat pik ik niet”. Als een wilde trok ik mijn kleren aan, spurtte van de trap, sprong op mijn stoere stalen ros en racete de manmensen achterna. Een noodstop redde hen van een complete ondergang. “Hee!”, riep ik, “stelletje mongolen!”. Ik hou van een subtiele aanpak. “Waar zijn jullie in jezusnaam mee bezig, vuilniszakken gooien, een beetje een kankerzooitje maken van mijn straat!”. Één van de drie mannetjes besloot dat hij in de stemming was voor een gezellige discussie. “Jij zegt kanker, weet je wel wat dat is joh, kanker?”, vraagt het manneke betweterig. “Ja, ik weet prima wat dat is, en het is niet mijn gewoonte dat woord te gebruiken, maar ik ben momenteel redelijk pissig”, snauw ik hem toe. “Maar je kan dat niet zomaar zeggen, zo’n woord.”. “Ik zal je vertellen dat ik dat woord wél kan zeggen en wel precies wanneer ik daar zin in heb. En weet je waarom, bijdehandje? Omdat jullie geen enkel respect hebben voor mijn omgeving heb ik geen enkel respect voor jou aversie tegen mijn woordgebruik. Daar heb ik namelijk geen klote mee te maken. Oké. Wat ik je vertel is dat je moet kappen met vuilniszakken gooien. Als jij respect hebt voor mijn omgeving zal ik er eens over nadenken of ik respect voor jou op wil brengen”. “Whooooo…”, blazen zijn twee medestanders, “whoooo…”. “Zegge..”, begint de bijdehandste van de drie een wending, “ga je anders mee iets drinken? En dat wij dan met jou in dat bakkie meegaan, passen we precies in.”. “Weet je wat er precies in dat bakkie past? Al die vuilniszakken die in de straat liggen! Weet je dat ik een fucking boete kan krijgen voor de bende die jullie maken? Jezus..”, bries ik. “Nee, ja, weetje, maar, ga anders even met ons mee joh. Hee, we waren gewoon in een gezellige stemming.”. Wat er in vredesnaam gezellig is aan een flink robbertje vuilniszakken smijten mag iemand mij nog uitleggen, maargoed. Het was tijd om af te sluiten. “Goed, ik heb gezegd wat ik zeggen wil, ik wens jullie een ultiem fijne avond toe.”. Sarcasme is mijn sterkste vak. “Hee joh, laat ons nou even met je meerijden joh, dat toch gezellig?”. Can’t blame’em for trying. “M’n reet”, zei ik. “Wel een mooie”, zei hij. En de reet fietste weg. Parmantig heen en weer wiegend op de stalen ros. Ze versmolten tot een eenheid. Een aërodynamische eenheid van coolness.
Natuurlijk werd ik voor gek verklaard. Dat ik zomaar de straat op ben gegaan om verhaal te halen. In één van de kloterigste straten van Den Haag. Dat ik in plaats van 'De dolle drieling is minderjarig en halflam' ook 'De dolle drieling op rooftocht' had kunnen treffen. Maar zoiets, echt, daar kun je niets aan doen. Dat zit in je. Er zijn maar twee ingrediënten voor nodig: Óf je hebt ballen, óf je bent gek.
Wat plezierig om over een fonkelnieuwe versie van Word op de tekstverwerker te beschikken, want nu is mijn synoniemenlijst omvangrijker geworden. Daarmee kan ik jullie eens iets anders offreren dan de stereotiep krismagalles-taal. Wij verlenen u nu iets monters en extraordinair(s?)! De diensten van kris magalles zijn waarachtig onuitputtelijk!
Even gadeslaan wat ik van een welbekend rijmpje kan maken met behulp van dit fantastische medium. Aan u natuurlijk de opgave: Wat is de originele titel van dit versje???!!?? (de kleine lettertjes: waar u *piep* leest had een woord moeten staan dat het u veel comfortabeler had gemaakt tot een oplossing te komen.)
Modern Pijnboom Heg ginder resideert een *PIEP* En existeren knaap gloeiend *PIEP*. Net als je verzoekt: Feitelijk is je paps gevestigd? Dan herinnert hij met gebeuren knuistje.
Want als het onderzoek naar de ramp in New Orleans en omgeving wordt geleid door Bush, dan wordt het zeker een zeer gedegen en waarachtig onderzoek. En niet te vergeten onafhankelijk.
(vertel me alsjeblieft dat iemand anders ook kapot zit te gaan van complete ergernis)
Altijd fijn als je computer opnieuw is geformatteerd en bijgewerkt. Als een kind zo blij ben ik. Jammer alleen dat de ventilator het niet doet, en dat terwijl het zo’n ubernieuw ding is. Staat hartstikke stil.
Wat is het lang geleden dat ik iets van me heb laten horen. Dus, even recapituleren, waar is het allemaal mee begonnen? Het is begonnen met de rare gewaarwording dat het niet goed met me ging. En toen met de volgende shock: dat het niet beter met me ging, alleen maar slechter. Tot het punt dat de dokter, na een gesprek van 10 minuten, besloot dat ik een depressie te pakken had en dat ik me toch maar eens moest gaan volproppen met antidepressiva. Natuurlijk heb ik de onbeholpen man verteld dat hij kon vergeten dat ik die troep ging slikken. Dat ik het zelf wel eens even op ging lossen. Aldus: kris ging in retraite. Ik probeerde zo min mogelijk afspraken te maken, voerde ook thuis niks uit, lag op bed, voelde me compleet klote en nutteloos, deed mijn best om dat dan maar te accepteren en probeerde mezelf stukje bij beetje bij elkaar te pakken. Na veel gesprekken, een ontmoeting met een helderhorende, bakken ijs van vriendinnen en een weekje vakantie (4 dagen gent en lowlands) voelde ik me beter, en dat is gebleven. Ik ben er nog niet helemaal, maar hè, wat wil je. Zo gek, geen idee wat me overkwam toen ik wegzakte. Angstaanvallen (niet gelogen: een paar keer per dag zweetaanvallen als een vrouw in de overgang. Respect vrouwen, serieus.), geen enkele energie om ook maar iets te doen, negatieve gedachten (en dat voor een geboren en getogen positivo), twee weken onafgebroken nachtmerries….and so on. Maastricht heeft zich dan eindelijk gewroken. Kris Magalles mocht vanalles, maar kon helemaal niks. Treurig, treurig. Ohoh, wat een triestigheid.
Cliché: na regen komt zonneschijn. Cliché: iets met een maaiveld. Cliché: op ieder potje past een… Dus nu ben ik hard op zoek naar een nieuw deksel. Het theaterdeksel heeft (in elk geval tijdelijk) afgedaan, dus nu zoeken naar een ander pronkstuk om op dat zorgelijke koppie te zetten. Ik weet nog niet wat voor model het gaat worden, maar prachtig zal het uiteindelijk zeker zijn!
Dus, aldus, desalwelteplus: ik heb mijn computer terug na drie weken bezoek aan de pcdokter. Ik was bijna klaar met het maken van een nieuw ontwerp. Sudesh heeft beloofd me te gaan helpen het online te krijgen. Ik ga proberen weer eens een comeback te maken. Zucht u allen even mee?