Bijgewerkt op

14 januari 2014

 

 

Stadsgeschiedenis

Deel IV

 

 

Geschiedenis van de Titulus in Rome

 

 

Inleiding

Wanneer men in Rome een bezoek brengt aan de uit de Middeleeuwen daterende kerken, zal in de gehanteerde reisgids vermeld staan dat de huidige kerk een voortzetting is van een oudere. Dikwijls wordt daarbij het (Latijnse) woord titulus gebruikt gevolgd door een naam, bijvoorbeeld: bij de San Clemente: Titulus Clementis, bij de San Marco: Titulus Marci of bij de Santi Quattro Coronati: Titulus Aemilianae. Zo zijn er nog vele andere voorbeelden; zie het overzicht hieronder.

 

 

Titulus / Tituli

Volgens het woordenboek Latijns/Nederlands van prof. dr H. Pinkster heeft het Latijnse woord titulus verschillende betekenissen; de eerste luidt: plakkaat, bord, uithangbord, etiket, label en de tweede: opschrift of inscriptie op een graf, tempel of standbeeld. Vervolgens ondergaat het woord allerlei uitbreidingen, die in dit kader niet zo relevant zijn.

In dit woordenboek wordt niet vermeld dat het woord titulus al sinds de 3de eeuw gebruikt wordt in kerkelijke teksten, waarbij dan wordt verwezen naar een ruimte binnen de muren van Rome, waar de eerste christenen samen kwamen.

 Het meervoud van titulus is tituli.

 

Het plaatje boven een kruisbeeld (met de tekst INRI) wordt ook een titulus genoemd.

 

 

Geschiedenis van de titulus

De eerste christenen hadden niet de beschikking over speciale ruimten om gemeenschappelijk de liturgie te kunnen vieren. Zij kwamen wel bij elkaar en deden dat in hun woonhuizen. De apostel Paulus spreekt hier al over. In zijn Brief aan de Romeinen (16,3) (De Heilige Schrift,  Uitgeverij Het Spectrum (1955)) staat onderstaande tekst: "Groet Priska en Aquila, mijn medehelpers in Christus Jezus, die voor mijn leven hun eigen hals hebben gewaagd, en wie niet alleen ik dank ben verschuldigd, maar ook alle gemeenten der heidenen; groet ook de gemeente bij hen aan huis."

Deze tekst bevat een zeer duidelijke verwijzing naar een liturgische ruimte in Rome ten huize van een van deze dames. Algemeen wordt aangenomen dat het hier gaat om het woonhuis dat opgegraven is onder de Santa Prisca op de Aventijn.

Volgens de Handelingen der Apostelen had Paulus zelf ook zo'n ruimte aan huis; zie hoofdstuk 28, vers 30.

Dergelijke (woon)huizen worden in de vaktaal aangeduid als ecclesiae domesticae, kerk-aan-huis, huiskerk dus. In deze huizen zal men zich hebben moeten aanpassen aan de ruimte en aan het meubilair om de liturgie te vieren.

 

Naar mate het christendom meer aanhangers kreeg, ontstond de behoefte aan een eigen, tevens grotere ruimte. Tegelijkertijd kreeg de eredienst een vaste vorm en ging plaatsvinden op geregelde tijden. Bemiddelde christenen en sympathisanten stelden panden respectievelijk hun eigen huizen ter beschikking. Deze particuliere gebouwen gingen dienst doen als kerk: domus ecclesia, kerkhuis. Hierin werden langzamerhand alle functies van de steeds groeiende kerk ondergebracht; daarmee werd de domus ecclesia feitelijk het laagste organisatorisch niveau van de jonge Kerk. Ook de toegevoegde geestelijken woonden er. Later ging het eigendom over naar de Kerk. Het laat zich een beetje vergelijken met de schuilkerken in de Nederlanden van de 17de eeuw.

 

Omdat het naambordje (titulus) van de eigenaar niet werd verwijderd, werd het gebouw aangeduid met titulus, gevolgd door de naam van de eigenaar en later, in de 5de eeuw, door de naam van een martelaar of heilige.

Dit leidde ook wel eens tot legendevorming: de eigenaar werd een heilige.

 

In het Liber Pontificalis (Boek der Pausen) (LP) wordt vermeld dat paus Evaristus (97-105) presbyteri (meervoud) (presbyter=ouderling/priester) toewees aan tituli.

Tijdens het pontificaat van paus Marcellus (308-309), aldus het LP, worden aan vijfentwintig tituli even zovele presbyteri toegewezen. Deze paus wijst de tituli tevens aan als administratief bestuurscentrum van de Kerk.

Het synode-verslag uit 499, tijdens het pontificaat van paus Symmachus (498-514), geeft een opsomming van de deelnemende presbyteri met de tituli, waarvan afkomstig. Er worden er achtentwintig vermeld.

 

Het Liber Pontificalis is een verzameling van biografieŽn van de eerste pausen tot einde 9de eeuw en is geschreven in de 6de eeuw. Hoewel de informatie (met name over de eerste pausen) niet altijd even betrouwbaar is, worden de meeste feiten via andere bronnen bevestigd geworden.

 

De volgende stap in dit groeiproces is de uitbreiding van de bestaande tituli naar een grote zaal. Het lag voor de hand dat men voor het ontwerp en de bouw ervan het oog liet vallen op bestaande profane gebouwen in Rome: de basilica. Dit type gebouw, door de Romeinen gebruikt als gerechtszaal en markthal, leende zich uitstekend voor het onderbrengen van grote groepen mensen.††††

Omdat na het Edict van Milaan (212) de kerkenbouw door keizer Constantijn voortvarend ter hand werd genomen, lag het voor de hand dat de bouwmeesters van de keizer voortborduurden op hun kennis en dus het type gebouw basilica hanteerden.

 

De keizer had de zorg voor het neerzetten van cultusgebouwen; hij deed dat natuurlijk ter onderstreping van zijn macht. De keizer bouwde tempels, herbouwde deze wanneer dat nodig was van vanwege brand of bouwvalligheid. De bouw en de aankleding van dat betreffende gebouw was feitelijk een link naar de waardigheid van die keizer en naar diens pracht en praal. De keizers deden dat al eeuwen lang; de bekendste voorbeelden hiervan zijn de keizerfora, het Colosseum, dat eigenlijk Teatrum Flavium heette.

Dus het neerzetten van kerken na het Edict van Milaan in 313, waarbij het christendom staatsgodsdienst werd, volgde voort uit wat iedere keizer altijd al deed.

 

In moderne termen uitgedrukt:

de keizer was projectontwikkelaar en hij bleef dat; of anders gezegd: hij was bouwheer voor heidense tempels en hij werd bouwpastoor voor kerken.

 

Het nieuwe kerkgebouw wordt op de fundamenten van de titulus gebouwd.

In de betreffende Middeleeuwse kerkgebouwen is de basilica-vorm, ondanks allerlei verbouwingen en toevoegingen uit later tijd goed te herkennen. Ook is vaak bij deze kerken de oude titulus, niet te verwarren met de onder het altaar liggende crypte, uitgegraven en toegankelijk gemaakt.

Voorbeelden hiervan zijn de San Clemente, San Crisogono, Santi Giovanni e Paolo, Santa Pudenziana, Santa Prisca, Santa Cecilia, San Martino ai Monti.

 

 

De geestelijkheid

Ook de ambten in de jonge Kerk ondergingen een wijziging: van een collectieve naar een hiŽrarchische structuur. Het Nieuwe Testament noemt als kerkelijke functionarissen: episcopus (eerst toezichthouder, later bisschop), presbyter (eerst een oudere/aanzienlijke, later priester) en diaken (helper van de episcopus en/of presbyter).
Na verloop van tijd stelde de episcopus zich boven de presbyter, die priester en leider van een titulus werd. Door de uitbreiding kwamen er ook meer presbyteri binnen een titulus. De voornaamste onder de presbyteri van een titulus kreeg de naam presbyter cardinalis. In 250 telde Rome ťťn bisschop, zesenveertig presbyteri en vijfentwintig tituli.

 

Er waren overigens nog meer assistenten: acolieten (altaardienst), lectores (voorlezers) en exorcisten (duiveluitdrijvers).

De presbyteri cardinalis en de bisschoppen van de voorsteden van Rome vormden ooit het college van adviseurs van de paus: de voorloper van het College van kardinalen.

 

 

In het woord cardinalis zit het Latijnse woord cardo. Volgens Wolters betekent cardo spil, verticale deurpen en in overdrachtelijke zin: datgene waarom de zaak draait.

 

Overzicht tituli

Onderstaand een overzicht van door mij gevonden tituli met vermelding van de huidige kerk.

 

Naam als titulus

Huidige naam

Titulus Aemilianae

Santi Ouattro Coronati

Titulus Anastasiae

Sant' Anastasia

Titulus Apostolorum en/of Titulus Eudoxiae

San Pietro in Vincoli

Titulus Byzantis en/of Titulus Pammachii

Santi Giovanni e Paolo

Titulus Caeciliae

Santa Cecilia

Titulus Clementis

San Clemente

Titulus Crescentianae

San Sisto Vecchio

Titulus Crysogoni

San Crisogono

Titulus Cyriaci

Locatie Via XX Settembre?

Titulus Damasi

San Lorenzo in Damaso

Titulus Equitii en/of Titulus Silvestri

San Martino ai Monti

Titulus Eusebii

Sant' Eusebio

Titulus Fasciolae

Santi Nereo e Achilleo

Titulus Gai(i) en/of Titulus Susannae

Santa Susanna

Titulus luli(i) et Callixti

Santa Maria in Trastevere

Titulus Lucinae

San Lorenzo in Lucina

Titulus Marcelli

San Marcello al Corso

Titulus Marci

San Marco

Titulus Matthaei

Locatie aan de Via Merulana; afgebroken

Titulus Nicomedis

Santi Marcellino e Pietro (?)

Titulus Praxedis

Santa Prassede

Titulus Priscae

Santa Prisca

Titulus Pudentis en/of Titulus Pudentiana

Santa Pudenziana

Titulus Sabinae

Santa Sabina

Titulus Tigridae

Santa Balbina

Titulus Vestinae

San Vitale

 

 

Titelkerk

Later werden de titelkerken verbonden met de leden van het College van kardinalen. Hiermee werd nadrukkelijk een historische verbinding gelegd met de oorspronkelijke kerkvorm. De kardinalen worden daarmee priester van het oudste bisdom: Rome.

De paus wijst een titelkerk als titel toe aan een pasbenoemde kardinaal. Het is nu een eretitel: de betreffende kardinaal kan daar de plechtigheden leiden en bepaalde functies uitoefenen. Ook mag hij zijn wapenschild aan de gevel van de kerk bevestigen. Vaak ook wordt hij ingeschakeld voor de verwerving van fondsen voor herstel- en restauratiewerkzaamheden.

 

Omdat er meer dan honderd kardinalen zijn, zijn er evenzoveel titelkerken, meer dan het oorspronkelijke aantal van achtentwintig. Verschillende oude tituli behoren tot het huidige bestand aan titelkerken.

Zo heeft bijvoorbeeld kardinaal Simonis de San Clemente als titelkerk en had kardinaal Ratzinger aanvankelijk de Santa Maria Consolatrice als titelkerk. Kardinaal Willebrands had de Santi Cosma e Damiano, later de San Sebastiano fuori le mura en had kardinaal Alfrink de San Gioacchino ai Prati di Castello (de kerk met een door Nederland gefinancierde zij-kapel) als titelkerk. De Kardinaal Eijk kreeg de San Callisto (in de wijk Trastevere) toegewezen. De huidige paus had als kardinaal Bergoglio SJ de kerk van San Roberto Bellarmino als titelkerk toegewezen gekregen.

In het verre verleden is aan kardinaal Adriaan Floriszoon Boeyens (de latere paus Adrianus VI) en aan kardinaal Willem van Enckenvoirt (de enige door Adrianus VI gecreŽerde kardinaal) de kerk Santi Giovanni e Paolo als titel toegewezen.

 

 

Besluit

1.    De wijzigingen van huiskamer tot een apart gebouw markeert in feite een verandering in het denken en doen binnen de steeds maar groeiende Kerk. Het werd allemaal grootschaliger en ging een straffere, meer hiŽrarchische organisatie vereisen, waaraan de geestelijke ambten werden aangepast.

2.    Feitelijk is het woord titulus een pars pro toto: naamschild wordt kerkgebouw.

 

Pars pro toto (deel voor het geheel) is een stijlfiguur waarin een gedeelte van het object de aanduiding is voor het gehele object.

 

Bronnen

 

Esser, B.H.W.

Langs kerken en catacomben (1993)

Wegman, H.A.J.

Riten en Mythen (1995, 2de druk)

Wellen, Gerard

De Verbeelding van het Woord I (1999)

 

Liber Pontificalis

 

Diverse websites

 

 

Elektronisch adres: zoveelsteromesite@gmail.com

 

 

Inhoudsopgave

Volgende pagina

Vorige pagina