|
nederlands
english
de johannieter orde
De basis voor de Johannieter Ridderorde werd zo'n 900 jaar geleden gelegd in
Jeruzalem. In die tijd werd de handel met het Midden-Oosten beheerst door
Italiaanse kooplieden. De kooplieden van het Italiaanse stadje Amalfi kregen
toestemming om in Jeruzalem een kapel en een hospitaal te bouwen, gewijd aan
Johannes de Doper en bestemd voor de geestelijke en lichamelijke verzorging van
handelaren en pelgrims. Toen de Kruistochten op gang kwamen, konden ook de
kruisridders voor hun verzorging aankloppen bij de Johannieters en in ruil
daarvoor ontvingen de Johannieters pas veroverd land. Dit land moest worden
verdedigd en zo ontwikkelde zich de militaire taak van de Johannieter Orde. In
1113 ontving de Orde pauselijke goedkeuring en werd het een echte militaire
kloosterorde.
De Johannieter Orde werd eerst door de Arabieren en later door de Turken steeds
verder in de richting van Europa gedreven. In 1187 weken ze uit naar Akko, in
1291 werden ze verdreven naar Cyprus en van daaruit in 1306 naar Rhodos. Ook
Rhodos viel in handen van de Turken; dat gebeurde in 1522. Acht jaar later bood
Karel V ze Malta, Gozo en Tripoli aan, in ruil voor één valk per jaar. De Orde
had zich inmiddels ontwikkeld tot een
adellijke
kloosterorde, vandaar dat men vaak spreekt van de Johannieter
Ridders
.
het grote beleg
Het oude stadje Mdina was tot aan de komst van de Ridders de hoofdstad van
Malta. Mdina ligt in het binnenland en omdat de Ridders de beschikking hadden
over een vloot was het voor hen dus niet geschikt als hoofdstad. Daarom
vestigden ze zich aan één van de natuurlijke havens van Malta, de Grand
Harbour, in het stadje Birgu. Al snel werd dat te klein en in 1554 werd de stad
Senglea aangelegd, tegenover Birgu aan dezelfde baai. Confrontaties met de
Turken bleven niet uit. Al in 1551 viel Tripoli in handen van de Turken en werd
Gozo zwaar geplunderd. En in 1565 volgde een zware belegering van Birgu en
Senglea. Deze gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan als
het grote beleg
en het scheelde maar weinig of Malta zou zijn ingenomen door de Turken. Het
feit dat de Ridders het grote beleg hadden doorstaan, gaf ze nieuwe moed. Een
jaar later al werd begonnen met de bouw van een nieuwe vestingstad, de stad
Valletta, genoemd naar de Grootmeester van die tijd, Jean Parisot de la
Valette, de leider van de Ridderorde.
valletta
De stad Valletta werd gebouwd als een militaire, goed te verdedigen stad,
strategisch gelegen op een landtong tussen de Grand Harbour en de Marsamxett
Harbour. De straten van de stad zijn aangelegd volgens een bijna perfect
rechthoekig stratenpatroon, destijds een nieuw concept in Europa. De architect
van de stad was de Italiaan Francesco Laparelli, terwijl zijn assistent de
Maltees Gerolimo Cassar was. In de 17e en 18e eeuw werden veel gebouwen in de
stad verbouwd in de Barokstijl.
De Johannieter Ridderorde was verdeeld in een achttal verschillende groepen, de
zogenaamde langues, naar de streek in Europa waar de ridders vandaan kwamen. De Franse ridders hadden
drie langues (Frankrijk, Provence en Auvergne) en de Spaanse en Portugese
ridders hadden er twee (Castilië en Aragon). Verder was er een Italiaanse
langue, een Duitse en een Engels-Beierse. De langues hadden elk hun eigen
auberge, waar de ridders woonden en samenkwamen. Overigens hadden sommige ridders ook
hun privéwoningen. Bij elke auberge hoorde een kapel en in de St. Jan, de
kloosterkerk van de Orde (nu St. John's Co-Cathedral) had elke langue ook een
eigen kapel.
Veel van de gebouwen van de Ridders staan nog overeind in Valletta, onder
andere ook het majestueuze Grootmeesterspaleis, vanwaaruit de Orde werd
bestuurd en waar buitenlandse delegaties werden ontvangen. Opvallend is de
pracht en praal van veel van deze gebouwen, bijna niet te rijmen met het feit
dat de Ridders - kloosterlingen tenslotte - de gelofte van armoede hadden
afgelegd. Dat was misschien wel de belangrijkste reden dat de Ridders hun
populariteit onder de Maltese bevolking verloren in de loop van de 18e eeuw.
Toen Napoleon in 1798 met een vloot voor de haven van Valletta lag, zag de
Maltese bevolking de Fransen aanvankelijk als bevrijders. Ook al omdat een
groot deel van de Ridders van Franse afkomst was en niet wilde vechten tegen
landgenoten, konden de troepen van Napoleon Malta zonder slag of stoot innemen.
Vestingwerken uit de tijd van de Johannieter Ridders zijn nog overal in Malta
te zien. Valletta heeft de meest uitgebreide, maar een goede indruk van de
stadsverdediging in de 16e eeuw kunt u ook krijgen in Birgu, één van de
Drie Steden. Deze drie steden zijn Birgu (of Vittoriosa), L-Isla (of Senglea) en Bormla (of
Cospicua) en worden samen ook Cottonera genoemd. Het gebied is nog nauwelijks
door toeristen ontdekt.
In
Birgu
kunt u behalve de vestingwerken ook het
Inquisiteurspaleis
bezoeken en
Fort St. Angelo.
In
Senglea
loont het de moeite om op de punt van het schiereiland, Senglea Point, de
Gardjola
(uitkijkpost) te gaan zien. Vandaar heeft u een prachtig zicht over de Grand
Harbour en de vestingwerken van Valletta en Floriana.
Ook vanuit
Valletta
heeft u op veel plaatsen een schitterend uitzicht over de Grand Harbour, het
mooist vanaf
Upper Baracca Gardens.
In het
Grootmeesterspaleis
kunt u de Armoury (het Arsenaal) bezoeken, met een
uitgebreide collectie harnassen en wapens, en de staatsiezalen, waar prachtige gobelins te zien zijn, een geschenk van Grootmeester Ramon Perellos aan de Ridderorde. Valletta heeft 24 kerken en
kapellen.
De
St. John's Co-Cathedral, de kloosterkerk van de ridders, mag u niet missen. De marmeren grafplaten,
de schilderingen van Mattia Preti en het rijke kerkinterieur maken deze kerk
tot één van de mooiste van Europa. In het museum bij de kerk kunt u het
bekendste schilderij van Malta zien, De Onthoofding van St. Johannes de Doper,
van de Italiaanse schilder Caravaggio. Ook de kerk van
St. Paul's Shipwreck
is overigens de moeite van een bezoek waard.
Kunst kunt u verder zien in het
Museum van Schone Kunsten
(National Museum of Fine Arts). Er bevindt zich een rijke collectie
schilderijen uit de tijd van de Ridders, maar ook van voor en na die tijd.
Er zijn diverse audio-visuele shows in Valletta, waarvan de
Malta Experience
de oudste en bekendste is. De show geeft u een goed overzicht van de
geschiedenis van Malta en bevindt zich in het oude ziekenhuis van de
Johannieters, de Sacra Infermeria.
|
|
Ook buiten Valletta en de drie steden zijn heel wat sporen van de Ridders te
vinden. In het dorpje Attard is bijvoorbeeld het San Anton Paleis, tegenwoordig
het paleis van de president van Malta. Het paleis zelf is niet te bezichtigen,
maar de tuinen, de
San Anton Gardens, zijn opengesteld voor het publiek.
Ook de citadel van Victoria, de hoofdstad van Gozo, is een mooi voorbeeld van een versterkte stad. De stad binnen de muren is sinds de aardbeving van 1693 een ruïne, maar de kathedraal en de gebouwen eromheen zijn herbouwd.
Home -
Introductie
-
Prehistorie
-
Romeinen
-
Middeleeuwen
-
Ridders
-
Engelsen
-
Foto's
-
Quiz
|
|
|