|
|
|
Ziekte van Leigh:Synoniemen voor deze ziekte zijn:
Leigh, D. Engels zenuwarts: Toen Denis Leigh in 1951 deze ziekte voor het eerst beschreef was hij arts-assistent bij The Department of Neuropathology , Intitute of Psychiatry, Maudsley Hospital, London.
Algemeen:De symptomen van de ziekte van Leigh beginnen
tussen de leeftijd van drie maanden en de leeftijd van twee jaar
en kan zowel bij jongens als bij meisjes voorkomen.
Klinische kenmerken:Een bilaterale ( beide hersenhelften) doorschijning van de basale ganglia (ontdekt d.m.v. een CT scan). (basale ganglia = benaming voor enkele strukturen van grijze stof in de hersenen). Optische atrofie, Ophtalmoplegia ( verlamming van de oogspieren), Nystagmus (onwillekeurige heen en weer gaande bewegingen van de oogbollen) , Luchtweg complicaties, Ataxia ( coördinatiestoornissen voornamelijk bij het lopen), Hypothonie ( spierslapte), Spasticiteit en psychomotore retardatie. ( stilstaan of achteruitgaan van de ontwikkeling). De myopathie ( Ziekte der spieren) laat geen specifieke afwijkingen zien zoals vezel grootte afwijkingen met verhoogd vetgehalte. Soms komt RRF voor. ( Ragged Red Fibers = onregelmatige rode vezels). Soms komt een hypertrofische cardiomyopathie voor. ( Een sterke ontwikkeling van de hartspieren zonder dat er een toename van het aantal cellen is). Een algemeen kenmerk van het klinische verloop in de Ziekte van Leigh is een abrupte verergering van de klinische en metabole status van de patiënten door infecties. Dit kan veroorzaakt worden door het directe effect van bepaalde bacteriële endotoxinen ( vergif dat zich in sommige bacteriën bevindt) en virussen in het onderliggende OXPHOS defect.
Pathologische kenmerken:Leukodystrofie ( demyelinisatie = afbraak van de witte stof), Gliosis ( verdichting van het gliaweefsel), Necrose ( plaatselijk afsterven van weefsel), Relatief weinig ganglioncellen en een capillaire proliferatie in bepaalde gebieden van het brein ( een woekering van haarvaten). Het meest aangedaan zijn de basale ganglia; vervolgens de hersenstam ; dan de kleine hersenen en als laatste in de rij de hersenschors.
Enzymdefecten:Patiënten met Leigh encephalopathie hebben verschillende enzymdefecten in de mitochondriële ademhalingsketen. Cytochroom c oxidase deficiëntie ( complex IV ) is het meest gerapporteerd; gevolgd door NADH Dehydrogenase deficiëntie ( complex I). Gevolgd door Pyruvate Dehydrogenase deficiëntie en Pyruvate Carboxylase deficiëntie.
Overerving:De volgende patronen van erfelijkheid zijn waargenomen: Maternale overerving ( van de moeder); Autosomaal recessief erfelijk ( van de vader; van de moeder; of van beide) ; Een X-gebonden overerving ( autosomaal dominant). Spontaan opgetreden gen mutaties
Prognose:De prognose voor patiënten met de ziekte van Leigh is slecht. De patiënten overlijden op de gemiddelde leeftijd van 5 jaar. Soms kunnen ze 6 of 7 jaar oud worden. Bij hoge uitzondering worden patiënten 15 jaar oud.
Links:
Review of S. Rahman et al:Review of S. Rahman, et. al.; Leigh Syndrome: Clinical Features and Biochemical and DNA Abnormalities; Ann Neurol 1996; 39:343-351: Dr. Rahman and her colleagues studied 67 Australian cases of confirmed or suspected Leigh’s Syndrome (LS) and report some interesting results. Symptoms: The symptoms found in the confirmed LS patients which were part of this study (with the percentage of patients with the symptom):
Causes: LS was confirmed in 35 patients and specific biochemical or DNA defects were identified in 80% of these patients. LS was suspected in the remaining 32 patients and specific biochemical or DNA defects were identified in 41% of them. Specific point mutations in the mitochondrial DNA were found in 11 of the cases at positions 8993 (T to G [NARP] and T to C) and 8344 (A to G). One case had a large mitochondrial DNA deletion (4-kb). Enzyme defects were found in 29 of the patients: 13 in complex I of the respiratory chain; 9 in complex IV (COX) of the respiratory chain; and 7 in the pyruvate dehydrogenase complex. Inheritance: Less than half of the patients were thought to have an autosomal type of inheritance. Mitochondrial DNA point mutations (11 cases) and deletions (1 case) are maternally inherited or occur randomly. X-linked inheritance was found in 6 of the cases (PDHC E1alpha). The enzyme defects were thought to be divided among maternal and autosomal recessive. Gender specificity: They found male patients outnumbered females, three to two. (This has also been observed in other studies.) They attribute part of this difference to the X-linked nature of some cases, but note that this is also true for non-X-linked cases. Prognosis: The article includes a chart with survival plotted against age (through 21 years). For Leigh’s patients, it shows a 50% survival rate to 3 years of age, decreasing to less than 20% by mid-teens. The survival rate for Leigh’s-like patients never falls below 60%. Other Observations: The researchers were surprised at the high numbers of complex I related cases (more than one third of those with enzyme defects). They attribute this to improved techniques used to analyze this complex. They recommend testing for complex defects I and mitochondrial DNA mutations in cases older than 3 years. They found that the intensity of symptoms appears more dependent upon the area of brain involvement than a specific genetic mutation. In comparing their patients’ defects and symptoms with other published studies they found some differences, but they didn’t feel their study included enough cases to warrant any conclusions based on this.
|