|
11-2-2012 Ons Genoegen - 020 2 10-10
Met het vijfde gelijkspel wist Ons Genoegen, enigszins moeizaam, klassebehou veilig te stellen. eer zat er dit seizoen niet in. De wedstrijd begon met een nederlaag van Arne van Mourik, onze sterkste speler. Hij nam iets te veel risico, en raakte verstrikt in een aantal combinatieve dreigingen. Wim Vlosswijk zat aan bord 1 tegen de sterkste speler van de tegenpartij, Wiebo Drost. Wim zette een flankaanval op, en nadat Drost zag dat de aanval op de voorpost op 24 mislukt was, werd tot remise besloten. Cock van Wijk trof in Erik Brunsman een gelijkwaardige tegenstander. In een spannende hekstelling dacht Cock aan te moeten sturen op een afwikkeling met een (door de tegenstander niet geziene) dure dam, hoewel bij analyse ook 'gewoon' doorspelen mogelijk was geweest. De dam bood bij nader inzien de meeste kansen aan Brunsman, maar na een achterloop kon Cock plakken naar nog een dam en werd tot remise besloten. Auke Zijlstra maakte de stand weer gelijk. Vanuit de opening kwam Auke makkelijk te staan, en zonder al te gekke dingen te doen kon hij in een 9 om 9 via een achterloop met diverse dreigingen de parij beslissen. Hierna kregen we twee onverwachte nederlagen te verwerken. Lex van Amerongen stond goed tegen Tymen Stobbe, maar overzag een eenvoudige combinatie. Hetzelfde overkwam Dick de Boer, die na een goede partij op het eind toch nog in een truc van Paul Lohuis trapte. Arie Schwartz deedi ets terug, na een hekstelling waarin hij tussendoor erg zwak had gestaan, maar die door tegenstander Rende Bolhuis uiteindelijk op het bord bleef staan, waarna deze helemaal vastliep. Ook Johan Strous won, na een flankspelpartij waarbij uiteindelijk de voorpost van zijn tegnstander werd gewonnen. Met 8-8 waren er nog twee partijen bezig, en aangezien de tijdnood voorbij was , was er in de analyseruimte volop ruimte om over de uitslag te speculeren. Gerard Morsink leek analystisch verloren te staan (hoewel Cock manmoedig bleef proberen remise te maken), terwijl in de partij van Lex den Doop weinig aan de hand leek te zijn. Lex kreeg na een offer met doorbraak een eindspel met een schijf meer, maar hier bleek inderdaad niet veel te halen. De tegenstander van Gerard Morsink, John Stins, miste een aantal malen de beste voortzetting, en Gerard (hoewel ook niet steeds de beste variant kiezend) kon ontsnappen naar een eindspel met wederzijds twee dammen. Stins had weliswaar drie schijven, maar de stand was uiteraard niet meer te winnen.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||