In de zeer vroege ochtend van zondag 1 februari 1953 voltrok zich ten gevolge van de zware aanhoudende storm en springvloed de watersnoodramp van 1953.
Op veel plaatsen liepen de dijken van de Eendracht over, waardoor binnen korte tijd gaten van soms wel 100 meter in de dijk sloegen. Ook in de binnendijk van de Boerengorspolder in de Paardenhoek viel zelfs een gat. De bewoners van het dorp waren 's nachts met de sirene gewaarschuwd voor het dreigende onheil, maar niemand had dit in de verdere omgeving van het dorp ten gevolge van de loeiende storm gehoord. Vanuit de Paardenhoek waren de mensen in de rampnacht al op eigen gelegenheid naar het dorp op de Hoogte gevlucht. Doordat op de Nieuw-Vossemeersedijk in de Paardenhoek het elektriciteitshuis door het geweld van het water werd weggeslagen verkeerde het dorp in een mum van tijd in een volledig isolement want alle verbindingen waren hierdoor vernield.
Ook in de omliggende polders, met name bij de Pelsendijk, voltrok zich het onheil. Het gehele dorp en zijn polders kwamen onder water te staan en veel mensen, 50 in totaal, zijn er verdronken. Ruim twee dagen lang zat de bevolking in het rampgebied opgesloten voordat de redding en evacuatie op gang kwamen.
Op 1 februari 1953 voltrok zich een ramp, die Nieuw-Vossemeer zeer zwaar trof.
Watersnoodramp 1953

Watersnoodramp 1953
In het A.M. de Jongmuseum is een permanente afdeling over de watersnoodramp 1953 ingericht.