24 Stundenlauf WolfenbŁttel

24 uur WolfenbŁttel 2009

Plaats: WolfenbŁttel, Duitsland
Datum: zaterdag 29 augustus en zondag 30 augustus 2009
Tijd: 24 uur
Deelnemers: 108 mannen, vrouwen en kinderen
Websites:  Aankondiging
Uitslagen
Foto's:  Van mij: Prijsuitreiking.

Ik kan het nog (een beetje)

Wat een klotesport, ik ga naar huis. Het is leuk voor wie het kan, maar ik kan het niet meer!

Aldus mijn gedachten, wanneer ik na een uur of acht met een klein dipje te maken krijg. Het blijkt slechts een opstartprobleem te zijn, na mijn yoghurt-pauze die ik elke twee uur heb. Zwaar tegenvallende prestaties bij eerdere wedstrijden dit jaar hebben behoorlijk geknaagd aan mijn zelfvertrouwen.

De 12 uur in Den Haag ging eindelijk weer redelijk normaal. Daarna had ik helaas erg last van beide knieŽn en om ze te ontzien heb ik sindsdien nauwelijks meer getraind. Alleen eens in de twee a drie weken een wedstrijd en daartussen hooguit ťťn of twee keer een duurloopje van een kilometer of tien. Dat programma leidt dus niet tot een vertrouwenswekkend weekgemiddelde. En helaas ook niet tot een verbetering van die knieŽn: zowel in Hallsberg als bij de Dodentocht kwam na een uur of twee de pijn alweer opzetten.

Een belangrijk doel van deze wedstrijd is dus, naast het maken van weer wat kilometers, het opkrikken van mijn zelfvertrouwen voor de Spartathlon. Om mijn vertrek naar Athene niet helemaal zinloos te laten lijken, is het noodzakelijk om hier minimaal 180 kilometer af te leggen. Die afstand op een 24 uur wordt namelijk door velen beschouwd als een maatstaf voor een kans om Sparta te halen binnen 36 uur. Als extra opdracht heb ik dan natuurlijk nog: mijn knieŽn heelhouden.

Lopen op baan wordt door sommigen als erg saai beschouwd, maar dat valt mee. Net als elk parcours bestaat een baan uit bochten en rechte stukken. Hier zijn dat er toevallig van elk twee, maar ook bij andere aantallen ben je na ťťn of twee uur lopen wel gestopt met je te verbazen over de fantastisch mooie omgeving. Verder geeft het wisselen van de looprichting na elke zes uur wat structuur aan de tijd. Dit neemt niet weg dat het parcours in Breitscheit me leuker lijkt, maar in verband met mijn knieŽn - had ik het daar al over gehad? - leek de keuze voor de baan toch beter.

De rondentelling gaat met elastiekjes. Elke ronde krijg je er ťťn aangereikt en als je er een flink aantal hebt, kun je ze inleveren bij de administratie, waar ze worden geteld en bij je startnummer in de computer worden gezet. Het is een beetje wennen om elke ronde iets te moeten aanpakken, maar je kunt met EUR 10,- per deelnemer nu eenmaal geen chip-systeem bekostigen. Alleen jammer dat ťťn van de aangevers te dom is om te snappen dat hij de lopers dwingt extra meters te maken, wanneer hij op de binnenste baan staat.

In het begin richt ik me op een gemiddelde van 8 km per uur, dus 3 minuten per ronde. Eigenlijk iets te hard, maar dat heeft met mijn gedeukte zelfvertrouwen te maken. Ik loop iets meer op mijn voorvoet dan normaal, hopelijk hebben mijn knieŽn dan minder te verduren. Voor mijn achillespezen, waar ik ook veel ellende mee heb gehad, is dat weer minder leuk, maar je moet nu eenmaal keuzes maken. Na een uur of tien loop ik ergens op de tiende plaats. Er zijn vier koplopers die al rond de 100 kilometer hebben afgelegd, ik heb iets meer dan 80. Maar een tussenstand heeft in dit stadium helemaal niets te betekenen, na de nacht zal toch alles anders zijn. Als het weer licht wordt, zijn twee van de vier snelle starters uit de top verdwenen en staat er een Hollšnder op de derde plaats. Beide koplopers ken ik niet, maar dat ligt aan mezelf, want na afloop vertelt winnaar Olivier Leu me, dat hij de RUN in 2006 won.

Nog altijd geen pijn, hoe is het mogelijk. Mijn tempo zakt echter wel steeds verder en de laatste uren ben ik voortdurend aan het rekenen om te controleren of de 180 km nog steeds binnen bereik ligt. Mijn wandelpauzes worden langer en ik neem me voor om, Šls ik de 180 haal, vanaf dat moment alleen nog te wandelen. Precies 180 km is me echter net iets te mager en daarom leg ik toch nog twee rondjes gedeeltelijk hardlopend af. Nůg een ronde gaat niet lukken, dus wacht ik zittend op mijn stoel op het eindschot en het meten van de restmeters.

Ik ben uiterst tevreden met het behalen van het geplande resultaat en met het feit dat ik ook nog een beker mee naar huis krijg, dat overkomt me ook niet zo vaak. Ik twijfel echter nog steeds of mijn huidige conditie voldoende zal zijn voor de Spartathlon: die is niet op een baan en de weersomstandigheden zullen naar alle waarschijnlijkheid ook minder perfect zijn dan hier.

Dan tenslotte nog iets over mijn knieŽn: op miraculeuze wijze is de pijn vrijwel volledig verdwenen. Ik zal ze tot de RUN echter blijven ontzien, want ik vertrouw het voor geen cent. Bovendien begint nu, een paar dagen later, de pijn alweer wat terug te komen. De sportarts die me keurde voor de Spartathlon, noemde het "beginnende slijtage", wat ik voor mezelf maar gewoon vertaal als "slijtage". Dus voorlopig alleen nog wandelen en fietsen als training, voorzover nog zinvol.