Welkom op de homepage van Adri Gerritsen   -   sterbedekkingen, eclipsen en overige bedekkingsverschijnselen




Zonsverduisteringen

Van alle mogelijke soorten sterbedekkingen, spreekt er één in het bijzonder tot onze verbeelding: de totale zonsverduistering. Voor menigeen is het aanschouwen van een dergelijk spektakel een dermate emotionele gebeurtenis, dat tranen de vrije loop krijgen. Even voelen wij ons weer verbonden met de kosmos, een ervaring die door velen wordt gekoesterd.
Gemiddeld is eens per 1½ jaar ergens ter wereld een totale zonsverduistering te zien. Het gaat daarbij niet zelden om de meest onbereikbare uithoeken van onze planeet. Toegewijde eclipsjagers laten zich hierdoor echter niet ontmoedigen, maar nemen deel aan een expeditie teneinde één van de meest fraaie hemelverschijnselen met eigen ogen te kunnen aanschouwen.
Dat de aarde wordt vergezeld door een maan, die bij benadering vrijwel dezelfde schijnbare diameter heeft als de zon, is puur toeval. Eigenlijk is deze situatie dermate uniek, dat je een soortgelijk fenomeen bij de andere planeten niet aantreft, zelfs niet bij Jupiter en Saturnus, twee planeten die beide bekend staan om hun grote aantal manen. Er is in feite maar één combinatie die enigszins in de buurt komt: Saturnus en de maan Janus. De overeenkomst is dat vanaf Saturnus gezien de maan Janus bij benadering dezelfde schijnbare diameter heeft als de zon. Toch houdt elke gelijkenis hiermee meteen op, aangezien de lange as van het maantje zo'n 50 kilometer groter is dan de korte as. Het gevolg hiervan is dat tijdens een totale eclips het maantje tevens een deel van de corona zal bedekken, hetgeen de schoonheid van de eclips bepaald niet ten goede komt. Daarnaast bedraagt de schijnbare diameter van de zon, gezien vanaf Saturnus, slechts 3 boogminuten. Al met al dus geen omstandigheden die de Aardse eclipsen naar de kroon kunnen steken.


Soorten eclipsen - waarnemingsplaats

Gezien vanuit een bepaalde plaats op aarde, kan een zonsverduistering tijdens het maximum van de eclips één van de vier onderstaande gedaanten aannemen.

   • gedeeltelijk
   • ringvormig
   • totaal
   • parelsnoer


Gedeeltelijke zonsverduisteringen
De gedeeltelijke zonsverduisteringen zijn het grootst in aantal, omdat het zichtbaarheidsgebied op aarde een groter oppervlak beslaat dan de ringvormigheids- of totaliteitszone. De kans om zo'n eclips waar te nemen, wordt hiermee dus groter.
Ringvormige zonsverduisteringen
Een ringvormige eclips treedt op zodra de maan een schijnbare diameter heeft die kleiner is dan die van de zon. Omdat de maan in dergelijke gevallen niet in staat is om de zonneschijf volledig af te dekken, blijft er tijdens het maximum een ring van licht rondom de maan zichtbaar. De grootte van deze ring wordt bepaald door het verschil in schijnbare diameter tussen zon en maan.

Totale zonsverduisteringen
Bij een totale zonsverduistering is de schijnbare diameter van de maan dusdanig groot, dat deze de gehele zonneschijf bedekt. Het zijn eclipsen van dit type waarbij de corona in al haar pracht kan worden bewonderd.
Totale zonsverduisteringen zijn zó indrukwekkend, dat veelal complete volksverhuizingen plaatsvinden naar de gebieden van waaruit zo'n eclips te zien is. Niet zelden leidt dit tot hektische taferelen waarbij de meeste hotels al lang van te voren zijn volgeboekt en de lokale prijzen tot astronomische hoogte stijgen. Iedereen die ooit een totale zonsverduistering heeft mogen waarnemen, zal dit niet snel meer vergeten.
 
De ringvormige eclips van 3 oktober 2005 was ondermeer te zien vanuit een deel van Spanje. De opname, die is gemaakt door Peter Bus, toont ons het maximum van de verduistering nabij de plaats Almodóvar Del Pinar.
Er werd 1/1000 seconde belicht (film: 100 ASA) met behulp van een Canon EOS 10D camera.
Parelsnoerverduisteringen
Parelsnoerverduisteringen treden op zodra de schijnbare diameter van de maan (vrijwel) gelijk is aan die van de zon. Ze vormen hiermee een overgang tussen de ringvormige- en totale eclipsen.
In theorie zou een verduistering waarbij de middelpunten van zon en maan samenvallen, ringvormig dan wel totaal moeten zijn. Omdat de maan echter niet volmaakt glad is, gaat dit gegeven in dit soort grensgevallen in de regel niet op. Zo is het gebruikelijk dat tijdens een parelsnoerverduistering sommige bergen van de maan de rand van de zon bedekken, terwijl een ander deel van de maanrand een diep dal bevat waardoor het licht van de zon nog nét kan doordringen. Afhankelijk van de verdeling van de bergen en dalen langs de maanrand, ontstaat een spectaculair patroon van lichtpunten waarvan de ligging van moment tot moment verschilt.


Soorten eclipsen - globaal

Gezien vanuit het perspectief van een waarneemplaats, kan een eclips één van de vier karakteristieke vormen aannemen: gedeeltelijk, ringvormig, totaal, of parelsnoer. In zijn algemeenheid wordt een zonsverduistering echter geclassificeerd volgens een type dat de eclips op meer algemeen niveau beschrijft (wereldschaal). Hierbij worden onderstaande typen onderscheiden.

   • gedeeltelijk
   • ringvormig
   • ringvormig, geen centrale lijn
   • ringvormig - totaal
   • totaal
   • totaal, geen centrale lijn


Gedeeltelijke zonsverduisteringen
Bij eclipsen van dit soort, mist de kernschaduw van de maan de aarde volledig. Slechts vanuit een bepaald gebied kan een gedeeltelijke zonsverduistering worden waargenomen.
In dit soort gevallen is er altijd één locatie van waaruit gezien de eclips maximaal is. Voor dit punt geldt per definitie dat de verduistering zich op de horizon afspeelt (dit punt op aarde zal de kernschaduw die door de ruimte beweegt immers het dichtst naderen).
Gedeeltelijke zonsverduisteringen lenen zich goed voor het maken van fraaie foto's. Ze maken voor 35% deel uit van het totaal aantal zonsverduisteringen.

Ringvormige zonsverduisteringen
Gezien vanuit een smalle strook, valt het middelpunt van de maan samen met dat van de zon. Omdat de schijnbare diameter van de maan echter te klein is om de zonneschijf volledig af te dekken, blijft tijdens het maximum van de eclips een ring van zonlicht rondom de maan zichtbaar.
De maximale duur van een ringvormige zonsverduistering bedraagt 12 minuten en 30 seconden. Van alle zonsverduisteringen, behoort 33% tot deze soort.

Ringvormige zonsverduisteringen, geen centrale lijn
Indien een ringvormige zonsverduistering nabij de polen optreedt, kan het gebeuren dat de verbindingslijn tussen zon- en maanmiddelpunt de aarde rakelings mist. In dat geval is er weliswaar een zone van waaruit de eclips als ringvormig wordt ervaren, maar er is in dat geval géén centrale lijn.
Eclipsen van deze soort zijn vrij zeldzaam. In slechts 0.6% van alle gevallen is er sprake van een eclips die tot dit type behoort.

Ringvormig - totale zonsverduisteringen
Dit soort zonsverduisteringen, dat ook wel wordt geclassificeerd als hybride, treedt op zodra het verschil in schijnbare diameter tussen zon en maan érg klein is. In de praktijk komt het er veelal op neer dat aan het begin van de centrale lijn de eclips ringvormig is.
 
Naarmate de tijd vordert, trekt de centrale lijn over een gebied dat nét iets dichter bij de maan staat (de invloed van de aardstraal wordt hier merkbaar), zodat de schijnbare diameter van de maan enigszins toeneemt (de toename in de schijnbare diameter van de zon is in dit verband te verwaarlozen). Als gevolg hiervan gaat de eclips op enig moment over van het type ringvormig in het type totaal. Na verloop van tijd gebeurt het omgekeerde en wordt de eclips weer ringvormig.
De overgang tussen ringvormigheid en totaliteit is een puur theoretische aangelegenheid. In de praktijk ontstaat namelijk een situatie waarbij bepaalde delen van de zonneschijf door de maan bedekt worden en anderen nét niet (een direct gevolg van het maanprofiel). Er is in dergelijke gevallen in feite dus sprake van een parelsnoerverduistering.
Alhoewel in deze gevallen van een zichtbare corona nauwelijks enige sprake is, blijven het toch buitengewoon interessante eclipsen, omdat het voor ons zichtbare patroon van lichtpunten zéér snel verandert.
Ringvormig-totale zonsverduisteringen treden sporadisch op. Ze maken voor slechts 5% deel uit van alle zonsverduisteringen.
Op 30 mei 1984 kon men vanuit een deel van de Verenigde Staten getuige zijn van een zogeheten parelsnoerverduistering.
De donkere patronen langs de zonsrand worden veroorzaakt door bergtoppen van de maan die nét hoog genoeg zijn om het zonlicht te blokkeren (Greensboro, North Carolina).
Totale zonsverduisteringen
Het is dit soort eclipsen dat menigeen in vervoering brengt. Omdat de schijnbare diameter van de maan groot genoeg is om de gehele zonneschijf af te dekken, is tijdens dergelijke eclipsen de corona in al haar pracht te bewonderen.
De maximale duur van een totale zonsverduistering bedraagt 7 minuten en 31 seconden. Deze duur kan echter alleen worden bereikt in de nabijheid van de evenaar, omdat de relatieve snelheid van een punt op het aardoppervlak hier het grootst is en zodoende de kernschaduw van de maan zo lang mogelijk kan worden gevolgd. Van alle eclipsen is 27% totaal.

Totale zonsverduisteringen, geen centrale lijn
Indien een totale zonsverduistering nabij de polen optreedt, kan het gebeuren dat de verbindingslijn tussen zon- en maanmiddelpunt de aarde rakelings mist. In dat geval is er weliswaar een zone van waaruit de eclips als totaal wordt ervaren, maar er is in dat geval géén centrale lijn.
Eclipsen van deze soort zijn erg zeldzaam. In minder dan 0.3% van alle gevallen is er sprake van een eclips die tot dit type behoort.



Zonsverduisteringen zichtbaar vanuit Nederland

De kans dat je vanuit één bepaalde locatie een totale zonsverduistering kunt zien, is erg klein. Gemiddeld moet je daar zo'n 400 jaar op wachten. Het is daarom niet verwonderlijk dat de meeste zonsverduisteringen die zich vandaag de dag in Nederland voltrekken gedeeltelijke zonsverduisteringen zijn. Ofschoon een gedeeltelijke zonsverduistering bij lange na niet zo imponerend is als een totale eclips, is het toch alleszins de moeite waard om een dergelijk natuurverschijnsel op het waarneemprogramma te zetten.
Een gedeeltelijke zonsverduistering leent zich vooral voor het maken van fraaie foto's, zeker als er ook nog de nodige zonnevlekken aanwezig zijn die het aanzien van de zonneschijf verfraaien. Een andere activiteit die men aan de dag kan leggen, betreft het registreren van temperatuurveranderingen tijdens de eclips. Het zal duidelijk zijn dat dergelijke variaties sterk afhangen van de grootte van de verduistering.

In de periode 1950 - 2050 zijn er vanuit Nederland in totaal 43 gedeeltelijke zonsverduisteringen zichtbaar. Van 37 eclipsen speelt het maximum zich boven de horizon af. Deze eclipsen, waarvan de gegevens betrekking hebben op Utrecht, zijn in onderstaand overzicht opgenomen. Naast de datum en het tijdstip van het maximum, wordt tevens de grootte (G) van de eclips én hoogte (h) en azimuth (az) van de zon vermeld.
01 - 09 - 1951    12:13 UT
G = 0.091, h = 46°, az = 192°
25 - 02 - 1952    09:22 UT
G = 0.139, h = 20°, az = 140°
30 - 06 - 1954    12:41 UT
G = 0.813, h = 59°, az = 207°
02 - 10 - 1959    12:05 UT
G = 0.275, h = 34°, az = 191°
15 - 02 - 1961    07:46 UT
G = 0.911, h = 6°, az = 120°
20 - 05 - 1966    09:29 UT
G = 0.469, h = 50°, az = 131°
22 - 09 - 1968    10:28 UT
G = 0.359, h = 36°, az = 160°
25 - 02 - 1971    09:46 UT
G = 0.625, h = 23°, az = 146°
11 - 05 - 1975    06:20 UT
G = 0.523, h = 21°, az = 87°
29 - 04 - 1976    10:21 UT
G = 0.442, h = 50°, az = 151°
20 - 07 - 1982    19:34 UT
G = 0.248, h = 1°, az = 304°
15 - 12 - 1982    08:29 UT
G = 0.421, h = 4°, az = 138°
04 - 12 - 1983    12:14 UT
G = 0.003, h = 15°, az = 191°
30 - 05 - 1984    18:08 UT
G = 0.431, h = 13°, az = 290°
10 - 05 - 1994    18:34 UT
G = 0.497, h = 5°, az = 292°
12 - 10 - 1996    14:22 UT
G = 0.632, h = 19°, az = 227°
11 - 08 - 1999    10:28 UT
G = 0.938, h = 50°, az = 150°
31 - 05 - 2003    03:33 UT
G = 0.893, h = 0°, az = 53°
03 - 10 - 2005    09:06 UT
G = 0.599, h = 26°, az = 140°
29 - 03 - 2006    10:40 UT
G = 0.334, h = 39°, az = 159°
01 - 08 - 2008    09:26 UT
G = 0.250, h = 46°, az = 128°
04 - 01 - 2011    08:17 UT
G = 0.777, h = 3°, az = 134°
20 - 03 - 2015    09:37 UT
G = 0.844, h = 31°, az = 141°
10 - 06 - 2021    10:23 UT
G = 0.288, h = 57°, az = 146°
25 - 10 - 2022    10:05 UT
G = 0.329, h = 24°, az = 159°
29 - 03 - 2025    11:10 UT
G = 0.361, h = 41°, az = 169°
12 - 08 - 2026    18:11 UT
G = 0.902, h = 8°, az = 284°
02 - 08 - 2027    09:05 UT
G = 0.491, h = 43°, az = 122°
01 - 06 - 2030    05:22 UT
G = 0.611, h = 15°, az = 73°
20 - 03 - 2034    10:28 UT
G = 0.017, h = 35°, az = 155°
21 - 08 - 2036    18:06 UT
G = 0.699, h = 6°, az = 282°
16 - 01 - 2037    09:14 UT
G = 0.602, h = 10°, az = 144°
05 - 01 - 2038    14:41 UT
G = 0.144, h = 6°, az = 220°
02 - 07 - 2038    14:09 UT
G = 0.119, h = 50°, az = 238°
21 - 06 - 2039    18:33 UT
G = 0.764, h = 11°, az = 294°
11 - 06 - 2048    13:31 UT
G = 0.747, h = 54°, az = 227°
In bovenstaand overzicht ontbreekt een zestal zonsverduisteringen, omdat het maximum van deze eclipsen zich ónder de horizon afspeelt. Het gaat hierbij om de volgende gevallen (tussen haakjes is telkens de grootte van de eclips vermeld):

• 02-12-1956  06:54 UT  (0.436), eclips begint vóór zonsopkomst
• 10-07-1972  20:14 UT  (0.503), eclips eindigt ná zonsondergang
• 24-12-1973  16:28 UT  (0.448), eclips eindigt ná zonsondergang
• 21-08-2017  19:02 UT  (0.088), eclips eindigt ná zonsondergang
• 26-01-2028  16:49 UT  (0.693), eclips eindigt ná zonsondergang
• 12-06-2029  03:03 UT  (0.212), eclips begint vóór zonsopkomst
14 - 11 - 2050    13:56 UT
G = 0.804, h = 12°, az = 217°
Baily's Beads

Op 15 mei 1836 ondekte de Engelse astronoom Francis Baily (1774-1844) iets opmerkelijks tijdens een ringvormige zonsverduistering, die onder andere zichtbaar was vanuit Noord-Engeland en Schotland. Nabij het 2e en 3e contact van de eclips ondekte hij namelijk dat het zonlicht langs de maanrand een patroon van lichtpunten vormde, dat het gevolg was van de gekartelde maanrand. Zijn getuigenissen van die dag werden zodanig enthousiast verwoord, dat we tegenwoordig spreken van de parels van Baily, ofwel Baily's Beads.
De Baily's Beads zijn doorgaans slechts enkele seconden zichtbaar. In bijzondere gevallen kan de duur van dit verschijnsel echter één tot twee minuten bedragen. Dit soort omstandigheden doet zich met name voor zodra de schijnbare diameter van de maan vrijwel gelijk is aan die van de zon (parelsnoerverduistering). De Baily's Beads zijn ook gedurende langere tijd waarneembaar indien de eclips wordt waargenomen aan de rand van de totaliteits- of ringvormigheidszone.
De duur van een totale zonsverduistering is doorgaans enkele seconden korter dan op grond van traditionele voorspellingen kan worden afgeleid. Omdat het werkelijke moment van het 2e en 3e contanct wordt bepaald door het diepste dal dat ter hoogte van het contactpunt aanwezig is, zal de totaliteit in de regel later beginnen en eerder eindigen. De Baily's Beads hebben echter nog een ander effect tot gevolg dat slechts weiningen bekend is. Algemeen wordt namelijk aangenomen dat de duur van een eclips het grootst is voor een punt óp de cetrale lijn. In de praktijk blijkt echter dat als gevolg van de Baily's Beads (in feite dus de karteling van de maanrand) de maximale duur veelal op enige afstand van de centrale lijn optreedt. Afstanden van 10 kilometer of méér zijn in dit verband geen uitzondering.  
Het voorspellen c.q. reduceren van de Baily's Beads is een zéér complexe aangelegenheid. Om deze reden is er dan ook vrijwel niemand die hier zijn handen aan wil branden. Juist daarom leek het mij een grote uitdaging om eens te onderzoeken of dit tóch mogelijk is. In feite zijn er twee belangrijke uitgangspunten waaraan moet zijn voldaan om dit probleem het hoofd te bieden. Op de eerste plaats moet je de beschikking hebben over een database waarin het profiel van de maanrand op enigerlei wijze is vastgelegd. En, last but not least, moet je een algoritme ontwikkelen dat in staat is om deze gegevens te vertalen naar Baily's Beads zoals die voor een waarnemer zichtbaar zouden moeten zijn. Het spreekt vanzelf dat het beeld zo natuurgetrouw mogelijk moet zijn.

De karteling van de maanrand is ooit vastgelegd door C.B. Watts op basis van de vele fotografische opnamen die in de loop der jaren van de maanrand onder de meest uiteenlopende omstandigheden zijn gemaakt (in feite gaat het hier om een grote combinatie van verschillende libratiewaarden). De maanrandprofielen die aldus werden verkregen, zijn nadien nog gecorrigeerd voor systematische fouten. Hierbij werd dankbaar gebruik gemaakt van vele duizenden waargenomen sterbedekkingen. Op deze wijze onstond uiteindelijk een database op grond waarvan voor verreweg de meeste libraties een nauwkeurig maanprofiel kan worden afgeleid. Het is deze database die lange tijd heeft gediend als uitgangspunt voor het voorspellen en reduceren van (rakende) sterbedekkingen. Tegenwoordig wordt in dit verband gebruikt gemaakt van de Kaguya data.

De grootste uitdaging bleek echter het schrijven van een algorime dat niet alleen in staat was de Baily's Beads te voorspellen, maar deze bovendien ook nog eens natuurgetrouw kon afbeelden op het scherm. Indien dit namelijk mogelijk was, dan werd hiermee tevens de weg geopend tot het maken van animaties met betrekking tot de Baily's Beads ...
Om tot een betrouwbare voorspelling van de Baily's Beads te komen, is het allereerst zaak dat de positie van zon en maan met zéér hoge nauwkeurigheid kunnen worden bepaald. Om dit doel te kunnen bereiken, werd voor de zon gebruik gemaakt van de theorie VSOP87 (Bretagnon, Francou). Voor de maan werden de storingstermen uit de bewegingstheorie ELP2000-82B (Chapront, Chapront-Touzé) gebruikt. Zodoende kon voor zowel zon als maan een nauwkeurigheid van 0.01 boogseconden worden gehaald.
Omdat de positie van de waarnemer in dit verband centraal staat, is het zaak om bij dit alles rekening te houden met het tijdstip en de locatie waarvoor de berekeningen worden uitgevoerd.

De volgende stap bestaat eruit de maanrand op te delen in een groot aantal punten, waarbij elk afzonderlijk punt informatie oplevert met betrekking tot de hoogte van de maanrand ter plaatse. Aangezien het zonlicht zéér fel is, zal de dichtheid van deze punten voldoende groot moeten worden gekozen. De kleinste verschillen in reliéf langs de maanrand kunnen immers aanleiding zijn tot het optreden van waarneembare Baily's Beads. Om aan dit doel tegemoet te komen, werd de maanrand opgedeeld in niet minder dan 57.600 punten. Uitgaande van een schijnbare diameter van de maan ter grootte van 30 boogminuten, betekent dit dat van de aarde uit gezien de diverse punten zo'n 0.1 boogseconden uit elkaar liggen. Door nu vervolgens voor elk punt de positie te berekenen ten opzichte van de zonsrand, ontstaat uiteindelijk een basis die gebruikt kan worden voor het afbeelden van de Baily's Beads op het beeldscherm.

Een natuurgetrouwe afbeelding van de Baily's Beads is alleen dán mogelijk, indien voor ieder afzonderlijke pixel van het beeldscherm precies wordt bepaald hoeveel zonlicht er aanwezig is. Het komt er in feite dus op neer dat de lichtintensiteit -per pixel- zal worden vertaald in een grijswaarde die ligt tussen 0 en 255. Op deze wijze wordt bereikt dat de Baily's Beads langzaam tevoorschijn komen en uitdoven, net zoals dat in werkelijkheid óók gebeurt.

Om de ligging van de punten langs de maanrand te kunnen bepalen, ontwikkelde ik een programma dat is geschreven in Visual C++ en deel uitmaakt van het project GEOS (General Eclipse and Occultation System). De taal C++ wordt met name ingezet in toepassingen waarbij snelheid een cruciaal uitgangspunt is. Dit gegeven speelt in ons geval een grote rol, aangezien per berekening van bijna 60 duizend punten de coördinaten moeten worden bepaald. Het programma levert per berekening een soort van ruwe datafile, die als input dient voor een grafisch programma dat de gegevens uiteindelijk op het scherm zal afbeelden.

Het programma dat voor de grafische verwerking zorgdraagt, is thans geschreven in Visual Basic. Op enig moment zal ook dit programma worden omgezet naar Visual C++. Zoals reeds eerder opgemerkt, bestaat de meest belangrijke taak van dit programma uit het interpreteren van de ruwe datafile op een zódanige manier, dat per pixel een grijswaarde tussen 0 en 255 wordt verkregen.

Het maken van berekeningen is één. Maar hoe kom je er nu achter of die berekeningen in overeenstemming zijn met de werkelijkheid? Het probleem dat je in dit verband vaak tegenkomt is veelzijdig: ofwel zijn er foto's op het internet beschikbaar waarvan het exacte tijdstip ontbreekt, ofwel is het tijdstip bekend, maar ontbreken de gegevens met betrekking tot de juiste locatie. Daarnaast komt het ook vaak voor dat de foto's van onvoldoende kwaliteit zijn. Een bijkomend gegeven is bovendien dat zonsverduisteringen niet vaak voorkomen, zodat je veel geduld moet hebben vooraleer er beter materiaal beschikbaar komt ...
  Tijdens de ochtend van 3 oktober 2005, vond er een ringvormige zonsverduistering plaats die ondermeer zichtbaar was vanuit Spanje. Deze eclips, die door velen werd waargenomen, leverde interessant beeldmateriaal op. Zo maakten zowel Peter Bus als Henk Bril, die respectievelijk hun waarnemingen verrichten vanuit Almodóvar Del Pinar en Madrid, gedetailleerde opnamen van het 2e en 3e contact, het moment waarop de Baily's Beads zichtbaar worden. En, zeker geen onbelangrijk gegeven, zij noteerden tot op één seconde nauwkeurig het tijdstip waarop de opnamen werden gemaakt.
Op grond van de opnamen die door Peter Bus en Henk Bril van de ringvormige eclips werden gemaakt, werd het mogelijk de voorspellingen van de Baily's Beads op hun waarde te toetsen. Omdat beiden op enige afstand van elkaar waarnamen, lag het voor de hand dat ook de Baily's Beads onderling enige verschillen zouden vertonen.

Peter Bus maakte diverse opnamen rondom het 3e contact. Op één bepaalde foto, die was genomen om 09h 02m 01s UTC, waren duidelijk meerdere Baily's Beads te herkennen. Het werd al snel duidelijk dat deze foto uitermate geschikt was om te dienen als referentiemateriaal voor het programma dat de precieze ligging van de Baily's Beads zou moeten gaan voorspellen.
Teneinde een optimale vergelijking mogelijk te maken, werd de grootte van het zonsbeeld van de animatie ingesteld op dat van de oorspronkelijke foto. Dit gold ook voor de richting waarin de Baily's Beads georiënteerd waren.

De vergelijking tussen de foto en het beeld volgens GEOS is ronduit treffend te noemen: zonder enige moeite zijn de kleinste details zoals die op de foto zichtbaar zijn, terug te vinden op de animatie. Zelfs de verhoudingen van de lichtintensiteit blijkt in zeer goede overeenstemming te zijn met de werkelijkheid!
Op 3 oktober 2005 vond een ringvormige zonsverduistering plaats die ondermeer zichtbaar was vanuit Spanje. De bovenste helft van de foto toont een fotografische opname die op 09h 02m 01s UTC werd gemaakt door Peter Bus vanuit Almodóvar del Pinar. Peter maakte de opname met behulp van een Canon EOS 10D camera in combinatie met een Canon EF 200mm lens (f / 2.8) bij een belichtingstijd van 1 / 1000 seconde.
Het onderste deel van de foto laat het beeld zien van de Baily's Beads zoals die volgens GEOS, een verzameling zelfgeschreven programma's (Visual C++), op dát moment op dié plaats zichtbaar zouden moeten zijn. Duidelijk is te zien dat de voorspellingen in zeer goede overeenstemming zijn met hetgeen in werkelijkheid kon worden waargenomen.
De andere foto die als referentie kon worden gebruikt, was afkomstig van Henk Bril. In dit geval werden de waarnemingen verricht vanuit Madrid.
Henk, die deel uitmaakte van een groepje waarnemers, bevond zich op 9 kilometer afstand van de centrale lijn. Het weer werkte die dag voor 100% mee, zodat ook vanuit de Spaanse hoofdstad een aantal zeer bijzondere opnamen werd verkregen.

De foto die door Henk Bril werd gemaakt, hiernaast aan de linkerzijde afgebeeld, werd vereeuwigd om 08h 59m 59s UTC. Ook in dit geval werd de grootte van de zonneschijf, zoals die in de animatie wordt getoond, afgestemd op die van de oorspronkelijke foto. De oriëntatie van de zonneschijf is in beide gevallen eveneens hetzelfde.
De gelijkenis van de Baily's Beads is ook in dit geval onmiskenbaar, zodat mag worden geconcludeerd dat het doel, het voorspellen van de Baily's Beads, is gerealiseerd.

De voorspellingen kunnen op een tweetal manieren worden gepresenteerd. Eén van de mogelijkheden betreft de weergave in de vorm van een statisch plaatje, zodat je het goed kunt bestuderen. Het nadeel is echter dat de Baily's Beads van seconde tot seconde veranderen. Dit impliceert direct al de noodzaak om veel plaatjes te genereren, ten einde een goed beeld te krijgen van de wijze waarop de Baily's Beads in de tijd gezien wijzigen.
Er is echter nóg een mogelijkheid, die dynamisch van karakter is: produceer een groot aantal plaatjes en plak deze aan elkaar, zodat een vloeiend beeld ontstaat in de vorm van een film ...
De 'merkwaardige' zonsverduistering van 17 april 1912

Het is inmiddels algemeen bekend dat de laatste totale zonsverduistering die zichtbaar was vanuit Nederland, dateert van 3 mei 1715. Niet dat iemand er ook maar iets van heeft gezien. Om te beginnen bevond de totaliteitszone zich over een deel van de Waddeneilanden, een gebied dat nu niet bepaald bekend staat om zijn hoge bevolkingsdichtheid. De werkelijke reden waarom er geen ooggetuigeverslagen van deze eclips zijn, is echter veel trivialer: het was bewolkt.

Veel minder bekend is dat de laatste keer dat de centrale lijn over Nederland liep van meer recente datum is: 17 april 1912. Het toeval wilde dat een aantal dagen eerder, in de nacht van 14 op 15 april 1912, de Titanic was vergaan. Het was dan ook op het moment waarop de eclips zijn opwachting zou maken dat deze scheepsramp in zijn volle omvang tot de wereld doordrong. Desondanks kon de bijzondere zonsverduistering in de media wedijveren met alle aandacht die naar de Titanic uitging ...
Een boertje uit Amstelveen had gelezen dat de eclips werd veroorzaakt door het feit dat de maan vóór de zon langsschoof, maar weigerde dat te geloven, aldus het Handelsblad: "De mensen waren wel knap, maar niet knap genoeg om een boer álles wijs te maken".
Maar, wat maakte deze eclips nu eigenlijk wérkelijk zo bijzonder? Op de eerste plaats had dat te maken met de route die door de centrale lijn werd gevolgd. Deze liep namelijk over een klein deel van Nederland. Of, om preciezer te zijn, langs de steden Maastricht en Geleen. Een ander aspect dat deze eclips bepaald niet alledaags maakte, hield verband met de schijnbare grootte van zon en maan, die nagenoeg aan elkaar gelijk waren. Zo had men berekend dat de eclips ter hoogte van Spanje gedurende 6 seconden totaal zou moeten zijn. De totaliteitsduur zou dan vervolgens afnemen om ter hoogte van Parijs een waarde van 2 seconden te bereiken. Eenmaal aangekomen in België, zou de eclips dan overgaan van een totale in een ringvormige zonsverduistering. Op de centrale lijn in Zuid-Limburg zou de ringvormigheidsduur een waarde van 3 seconden hebben bereikt. Het meest frappante aan deze eclips is evenwel dat deze verwachtingen een geheel eigen leven zijn gaan leiden, ondanks de uitgebreide verslagen die naar aanleiding van deze zonsverduistering zijn gemaakt. Zelfs vandaag de dag wordt er door diverse bronnen nog steeds vanuit gegaan dat men op de centrale lijn in Zuid-Limburg gedurende 3 seconden een ringvormige eclips heeft gezien, waarbij geheel voorbij wordt gegaan aan één specifiek aspect dat alles bepalend zou zijn voor deze bijzondere verduistering: de Baily's Beads ...  
Op 17 april 1912 zou er vanuit het zuiden van Nederland een ringvormige zonsverduistering te zien zijn geweest. Volgens de berekeningen uit die tijd, bedroeg de duur van de ringvormigheid slechts 3 seconden. Deze eclips is daarmee tot op de dag van vandaag de meest recente waarbij de centrale lijn over Nederland heeft gelopen.
Het is opmerkelijk dat in onze tijd er nog altijd veel onduidelijkheid bestaat met betrekking tot datgene wat men destijds werkelijk heeft gezien ...
Uit de bronnen van weleer valt op te maken dat men zich daadwerkelijk had ingesteld op een ringvormige eclips, ofschoon er nog wel druk werd gespeculeerd over mogelijke fouten in de schijnbare diameter van zon en maan. Afhankelijk van hun werkelijk waarde, zou tijdens het maximum van de eclips een ring van zonlicht moeten overblijven ter grootte van 0.2 tot 1.0 boogseconden.
Ook het weer vormde een dankbare bron van discussie. Men schatte de kansen niet hoog in: minder dan 20%. Toch weerhield dit een gecombineerde expeditie uit Utrecht en Leiden niet de nodige voorbereidingen te treffen. Men had zich namelijk voorgenomen een eclipskamp in te richten nabij Caberg, tegenwoordig een buitenwijk van Maastricht. Het voornaamste doel van de expeditie bestond eruit metingen te verrichten aan de hoeveelheid energie die door de zon wordt uitgestraald en de wijze waarop deze over het zonsoppervlak is verdeeld. Het geometrisch aspect van de eclips was in feite van ondergeschikt belang. Om uiteindelijk toch iets te kunnen zeggen met betrekking tot de correcties op de positie van de maan en de maandiameter, werd besloten een aantal studenten loodrecht op de grenslijn te positioneren. Op basis van visuele en fotografische waarnemingen, konden eerder genoemde correcties dan namelijk aan het licht komen, omdat iedere waarnemer als gevolg van de parallax de maan anders ten opzichte van de zon zou zien bewegen.

Geheel tegen de verwachting in werd het een stralende voorjaarsdag en kon men met volle teugen van de eclips genieten. Op bladzijde 188 van Hemel en Damkring (jaargang 9, 1912), wordt het treffend verwoord door J. Kater: "Ze is er geweest, en dat onder omstandigheden, die voor dezen tijd van het jaar en ons klimaat de verwachting zeer zeker verre hebben overtroffen. Het wetenschappelijk resultaat is daarmee evenredig, voor zoover ik dat althans in het eclipskamp heb kunnen gewaar worden, de expeditie heeft een groot succes behaald, en haar doel, dunkt me, volkomen bereikt. Of de verduistering zelve echter van dien aard was, dat zij ook de talrijk opgekomen belangstellenden voldaan heeft, en er waren er heel wat opgetogen naar de centrale lijn, ik meen het te mogen betwijfelen; wie verwacht heeft, een imposant, prachtig natuurverschijnsel te zullen zien, is geloof ik, eenigszins bedrogen uitgekomen; het mooie was te kort en eer men goed besef ervan had, was het ook al voor goed voorbij".

Om voortaan alle indianenverhalen naar het rijk der fabelen te verwijzen, besloot ik van deze eclips een animatie te maken, gebaseerd op de berekeningen van GEOS. Alleen op deze wijze zou een beeld ontstaan van wat men wérkelijk op de centrale lijn zou hebben gezien.
Alleereerst werden de coördinaten van een punt op de centrale lijn nabij de plaats Caberg in het programma ingevoerd. Vervolgens werd het maximum van de eclips bepaald. Daarna volgden de meest rekenintensieve berekeningen: het bepalen van de ligging van niet minder dan zestig duizend punten langs de maanrand ten opzichte van de zonneschijf. Zodra de berekeningen waren voltooid, werd het resultaat grafisch afgebeeld in de vorm van een gif-plaatje. Dit proces werd uitgevoerd voor het interval dat loopt van 45 seconden vóór tot 45 seconden ná het maximum van de verduistering met stappen van 0.1 seconden.
De in totaal 900 beelden die aldus verkregen werden, dienden als input voor een programma dat er één zogeheten animated-gif van maakte. Op deze wijze onstond een eerste indruk met betrekking tot het verloop van de eclips. Tenslotte werd de animated-gif omgezet in een avi-file, die met elke zichzelf respecterende mediaplayer valt af te spelen.

Het resultaat is weergegeven in onderstaande animatie. Houd bij het afspelen van de beelden nog eens de woorden van J. Kater in gedachte: "... het mooie was te kort en eer men goed besef ervan had, was het ook al voor goed voorbij".
Op 17 april 1912 kon men in het zuiden van Nederland getuige zijn van een bepaald niet alledaagse eclips. Voor waarnemers die zich namelijk direct op de centrale lijn bevonden, zou de zon gedurende slechts luttele seconden ringvormig verduisterd worden. Dat wil zeggen, in theorie.

Ook vandaag de dag bestaat er nog altijd de nodige verwarring als het gaat om het beeld dat men destijds in het zuiden van Limburg daadwerkelijk te zien heeft gekregen.
Op basis van de meest nauwkeurige gegevens, en een zelfgeschreven programma (C++), heb ik deze eclips kunnen reconstrueren.

Met de knoppen onder in beeld kunt u de opname respectievelijk:

• starten
• stoppen
• pauzeren
• terug spoelen
• vooruit spoelen
Na het zien van de beelden, zal het duidelijk zijn dat er in het geheel géén sprake was van een ringvormige zonsverduistering, maar van een zogeheten parelsnoerverduistering. De waarnemingen die destijds aan de eclips werden verricht, geven dat trouwens al aan. Het blijft dan ook een mysterie waarom deze eclips de geschiedenis is ingegaan als een ringvormige zonsverduistering ...



De totale zonsverduistering van 11 augustus 1999

Het zal voor velen een beladen datum zijn die nog altijd gemengde gevoelens oproept. Maar één ding is zeker: nooit eerder werd er in de landelijke pers zó veel aandacht besteed aan een totale zonsverduistering als in de weken voorafgaand aan deze gedenkwaardige eclips.

Omdat ikzelf nog niet eerder een totale zonsverduistering had gezien, nam ik mij voor om vooral van het verschijnsel te genieten. Dus: geen frustratie met falende fototoestellen en meer van dat soort ongerief, maar er wérkelijk deel van uitmaken.
De weerstatistieken gaven op voorhand een wisselend beeld te zien: het kon vriezen, of dooien. Als je werkelijk een beetje op zeker wilde spelen, dan moest je daarvoor afreizen naar Oost-Europa. Ik heb dit aanvankelijk nog wel overwogen, maar koos uiteindelijk voor een andere optie: een aantal dagen vóór de eclips vertrekken richting Duitsland, om vervolgens daar mijn kansen af te wachten. Aldus geschiedde.

Op zondag 8 augustus zette ik koers in de richting het dorpje Schillingen, dat zo'n 55 kilometer ten noorden van de stad Saarbrücken ligt. Omdat bekend was dat het aantal beschikbare kamers in de eclipszone erg schaars was, had ik vooraf geïnformeerd waar er nog overnachtingsmogelijkheden waren. Het eerste adres was meteen raak: geen probleem. Van een 'eclipsgekte' in dit dorp dus in ieder geval niets te merken.
Schillingen is een typisch dorpje waar je normaal gesproken niet zo gauw zult komen. Niet alleen omdat het op enige afstand van de snelweg ligt, maar ook omdat er niet veel te beleven valt. Naast een bescheiden buurtsuper, een restaurant en een aantal tractoren heb je het hier wel gehad. Persoonlijk zag ik dit niet als een probleem, omdat Schillingen voornamelijk als springplank moest dienen naar de definitieve locatie van waaruit de totale zonsverduistering zou worden waargenomen. Welke plaats het uiteindelijk zou worden? Geen idee. De factor weer zou in dit verband het lot bepalen. Het was overwegend bewolkt met hier en daar een paar spaarzame opklaringen. De weersverwachtingen gaven niet veel aanknopingspunten, zodat ik besloot om ook de volgende dag maar in Schillingen te blijven.  
Het panorama van het dorpje Schillingen toont een beeld dat typerend is voor dit deel van Duitsland. Glooiende heuvels met daarop uitgestrekte akkerlanden afgewisseld met bossen.
Een aantal dagen vóór de totale zonsverduistering is het weerbeeld in deze regio nog redelijk gunstig te noemen. Afgezien van wat stapelwolken, zijn de opklaringen in de meerderheid. De weersvooruitzichten zijn echter een stuk minder positief, zodat het allerminst zeker is dat er ook maar iets van de eclips valt te zien.
Na 's avonds een stevige wandeling te hebben gemaakt, besloot ik ter geestelijke voorbereiding de landkaart er nog maar eens bij te pakken en een aantal potentiële locaties uit te zoeken in zowel Frankrijk als Duitsland.

Het is maandag 9 augustus. Het weerbeeld is redelijk, tussen de wolken schijnt immers de zon, maar de trend is dat het binnen een straal van 1000 kilometer zal gaan verslechteren. Op zoek gaan naar een andere stad heeft dus niet veel zin. Afwachten maar.
Omdat er in Schillingen niets wijst in de richting van een op hande zijnde eclips, probeer ik mijn heil te zoeken in Saarbrücken, een stad van enige allure. Afgezien van een aantal posters die her en der het straatbeeld opsieren, is ook hier niet veel te merken van de 'eclips van de eeuw'. Hoezo, nuchtere Hollanders?
Eenmaal teruggekomen in Schillingen, wordt het schema al snel weer redelijk voorspelbaar: eten, wandelen en de landkaart inspecteren. De televisie, die staat opgesteld in de gemeenschappelijke ruimte van het pension, weigert dienst. Normaal gesproken zou ik me hier bij hebben neergelegd. Maar omdat er een totale zonsverduistering op het spel staat, neem ik snel afstand van alle etiquette en deel het apparaat een aantal ferme klappen uit. Zo, die doet het voorlopig weer.
Het journaal houdt een grote slag om de arm als het gaat om dé plek waar je de 11e zou moeten staan. Langzamerhand bekruipt met het gevoel dat ik deel uitmaak van een soort van loterij waar weinig te winnen valt. We houden echter de moed erin.
  De laatste dag vóór de eclips breekt aan: dinsdag 10 augustus. Om de spanning te breken, besluit ik nog maar eens naar Saarbrücken te rijden. Niet dat je daar ook maar iets wijzer van wordt, maar het geeft in ieder geval de nodige afleiding. Na een paar uur in deze stad te hebben rondgeslenterd, krijg ik er genoeg van. Om te voorkomen dat ik de nacht die aan de eclips vooraf gaat te veel 's nachts moet rijden, probeer ik een kamer te bemachtigen in Dorf im Warndt, gelegen ten zuid-westen van Saarbrücken in de buurt van de Franse grens. Waar deze streek om bekend staat is mij niet duidelijk, maar het is in ieder geval niet de gastvrijheid. Men houdt een soort van siësta en is dan ook niet bereid om zelfs maar antwoord te geven op de meest simpele vragen.
In de stad Saarbrücken is van een echte 'eclipsgekte' niets te merken. Wél prominent aanwezig zijn de borden waarop de zonsverduistering wordt aangekondigd. De stad viert in 1999 bovendien haar 1000 jarig bestaan, dus een geslaagde eclips zou een mooi cadeau zijn. De donkere wolken op de achtergrond voorspellen echter weinig goeds ...
Omdat tijd in dit stadium een kostbaar goed is, besluit ik direct een punt te zetten achter deze poging. De dag van morgen wordt immers al lang genoeg ...

Ik rijd weer terug naar Schillingen. Het is nu kiezen of delen; blijven of vertrekken. De weersverwachting van het avondjournaal mag de doorslag geven. Al snel wordt duidelijk dat Duitsland niet bepaald de hoogste ogen zal gaan gooien. Het westen komt er duidelijk beter vanaf, relatief gezien tenminste. Mijn besluit staat vast: vannacht vetrekken en koers zetten richting Frankrijk.
Na de uitbaatster te hebben ingelicht over mijn plannen, betaal ik de rekening en laat om 2 uur 's nachts de sleutel achter in het slot van de deur. Ik maak mij op voor wat voor mij op dat moment de langste nachtelijke tocht ooit zal worden ...

Het is donker en stil: de ophande zijnde spanning is merkbaar aanwezig. In de richting van het westen liggen geen grote wegen. Noodgedwongen baan ik me daarom een weg door de bossen. Overdag moet dit een geweldig stuk natuurschoon zijn. Nu valt daar echter weinig van te merken.
Om niet op de verkeerde plaats uit te komen, besluit ik een beetje om te rijden en op zeker te spelen. Je zou het kunnen vergelijken met het zogeheten starhoppen, maar dan nu op basis van steden. Het eerstvolgende mikpunt is Luxemburg.
Eenmaal aangekomen in dit groothertogdom, het is inmiddels tegen zessen, wordt ik getuige van een niet alledaags fenomeen, dat op voorhand al was aangekondigd: grote aantallen vrachtwagens die aan de kant staan, omdat ze voor de komende uren, uit veiligheidsoverwegingen, een rijverbod hebben opgelegd gekregen.

Vanuit Luxemburg rijd ik vervolgens door naar Noord-Frankrijk en vind daar aansluiting op de snelweg. Na de nodige kilometers te hebben verslonden, neem ik op enig moment de afslag die ik reeds eerder op de kaart had omcirkeld. De secundaire wegen moeten nu de rest doen.
Veel borden kom je hier niet tegen, dus dat wordt regelmatig stoppen met de zaklantaarn in de aanslag. Na herhaaldelijk verkeerd te zijn gereden, bereik ik dan eindelijk de eindbestemming op een steenworp afstand gelegen van de centrale lijn: Senon. Wie Schillingen al niets vindt, moet hier zeker niet komen.

Het is acht uur als ik een smal weggetje oprijd en een auto in de berm zie staan met, jawel, hoe kan het ook anders, een Nederlands kenteken. Ik wil de eclips hoe dan ook in mijn eentje beleven. Doorrijden dus ...
Een paar honderd meter verderop zet ik mijn auto in de berm en probeer nog wat te rusten. De voorspellingen, met de regelmaat van de klok uitgezonden door de wereldradio, bieden nog altijd geen houvast. In theorie zou ik hier een kans moeten maken, maar het weerbeeld stemt allerminst optimistisch: een lichte druilregen daalt neer op het troosteloze Franse landschap.
Na verloop van tijd hoor ik het geluid van een brommer. Het blijkt een plaatselijke boer te zijn die de schapen voer komt geven. Hij kijkt niet op of om. Kennelijk is hij al op de hoogte van hetgeen staat te gebeuren.
De klokt tikt verder. In de achterbak van de auto ligt een 10 cm Maksutov kijker gereed om er, als het er nog van mocht komen, de eclips mee waar te nemen. Vanuit het westen trekt een grijze lucht langzaam mijn kant op. Het enige goede nieuws dat ik mijzelf probeer wijs te maken is dat de bewolking hier en daar bestaat uit minder dichte stukken. Niet dat de zon er doorheen schijnt. Nee, dat niet.

Het is inmiddels droog geworden. Nog een half uur te gaan tot het 1e contact. Tegen beter weten in zet ik de Maksutov in het gras en schroef het zonnefilter erop. Ik schat de kans om ook maar iets van het spectakel te zien in op minder dan 5%. Een periode van lijdzaam toezien breekt aan.
 
Het eindpunt van een lange reis: het Franse dorpje Senon, een uur vóór het begin van de totaliteit. In dit stadium is het niet meer mogelijk een andere locatie te zoeken.
Soms lijkt het vanuit het westen iets lichter te worden. Het blijkt echter een illusie. Alle kansen op een totale zonsverduistering lijken in dit stadium te zijn verkeken.
Volgens de berekeningen is de gedeeltelijke fase nu begonnen. Fijn om te weten, want in de praktijk is daar nog helemaal niets van de zien. Een paar honderd meter verderop beginnen de inzittenden van de auto, die ik een paar uur geleden nog was gepasseerd, zenuwachtig door het gras te lopen. Kennelijk houden zij het ook niet meer ...
Plotseling doemt er een gaatje op in de bewolking. Gelaten richt ik de kijker op de zon. Waarachtig, de maan heeft een deel van de zonneschijf afgedekt! Lang mag de pret echter niet duren. Het doek valt. Met nog een half uur te gaan tot de totale fase, loopt de spanning snel op. Een gedeeltelijke zonsverduistering zien is natuurlijk prachtig, maar daar was het natuurlijk allemaal niet écht om te doen.

Het is nog altijd bewolkt als de laatste minuten wegtikken. Alle kansen lijken verkeken. Hier en daar zijn weliswaar wat lichte plekken in het wolkendek aanwezig, maar deze lijken niet in staat om met de benodigde snelheid in de richting van de zon te koersen.
Ik open de kofferbak van de auto en pak het fototoestel. Om toch niet met lege handen naar huis te gaan, besluit ik opnamen te gaan maken van het landschap gedurende de totaliteit en de periode erna. En dan, zeer plotseling, dooft het licht. Het lampje van de kofferbak lijkt welhaast een soort zaklantaarn, zó fel.

Met tegenzin richt ik mijn blik in de richting van de zon. Niets. Het is een vreemde gewaarwording je te moeten realiseren dat achter dat pak wolken een totaal verduisterde zon staat. En dan, zo'n 20 seconden na het begin van de totaliteit, voltrekt zich een wonder: een brede opklaring maakt zich op voor een confrontatie met de zon. En dan, als bij toverslag, gebeurt het onwaarschijnlijke: de totaal verduisterde zon komt achter de wolken tevoorschijn. Mijn adem stokt. De corona is in al haar pracht zichtbaar. Snel pak ik mijn verrekijker en ontwaar langs de zonsrand een aantal zeer fraaie protuberansen.

Tegelijkertijd hoor ik een soort van wave over het wijdse landschap trekken als de overige toeschouwers, het waren er veel meer dan ik had gedacht, hun emoties de vrije loop laten en het uitschreeuwen van extase. Alle spanning en onzekerheid die de voorbereiding met zich meebracht, vindt op dit moment zijn ontlading. Het is onwezenlijk. Met de verrekijker geniet ik van elke seconde die de totaliteit duurt.
Dan valt me plotseling iets vreemds op: het asgrauw schijnsel. Hier er daar is duidelijk te zien dat de maan niet zwart is, maar duidelijke grijstinten vertoont. Zelfs de ligging van de maria is goed zichtbaar.

Na 2 minuten wordt de droom wreed verstoord als de diamanten ring het einde van de totaliteit inluidt: het licht keert terug. Ik schroef het zonnefilter er weer op en werp nog een blik op de gedeeltelijk verduisterde zon. Na deze buitenaardse ervaring te hebben ondergaan, roept dit deel van de eclips meer gevoelens op van een anti-climax. Mijn energie is op. Ik besluit de Maksutov in te pakken en naar huis te rijden. Hopelijk ben ik dan de gevreesde files voor die onvermijdelijk gaan komen.
Er zijn kennelijk meer mensen op dat idee gekomen. Ik schuif aan in een eindeloze rij auto's die zich langzaam in de richting van de Belgische grens beweegt. Eenmaal aangekomen in Luik gaat het zo mogelijk nóg trager. Iedereen laat het gelaten over zich heenkomen en eigenlijk maakt het ook niets meer uit: deze ervaring pakt niemand mij meer af.

Eenmaal thuis gekomen zie ik 's avonds de beelden van de eclips op de televisie. Duidelijk wordt dat in het oosten van Europa de omstandigheden aanzienlijk beter waren. Merkwaardig genoeg blijkt ook dat het westen van Frankrijk, langs de kust, een goed zicht op de eclips heeft gehad. En dat terwijl de wereldradio daar op voorhand geen melding van had gemaakt. Voor mij maakt het eigenlijk geen verschil: op 20 seconden na heb ik de gehele eclips gezien! Eén ding staat vast: zo veel geluk krijg je nooit, nóóit meer ...
Laatst bijgewerkt op 1 juni 2011