![]() |
Sterbedekkingen door planetoïden Van alle bedekkingsverschijnselen behoort het waarnemen van sterbedekkingen door planetoïden ongetwijfeld tot één van de meest uitdagende. Niet alleen door hoge eisen die aan het concentratievermogen van de waarnemer worden gesteld, maar ook vanwege de onzekerheid die aan de voorspellingen kleeft. De kans op een mislukking is relatief gezien groot, zodat alles uiteindelijk draait om volharding. Desalniettemin heeft een groot aantal amateursterrenkundigen dit soort bedekkingsverschijnselen op het waarneemprogramma gezet. Dit heeft er mede toe geleid dat er de afgelopen jaren diverse successen op het conto van Nederlandse amateurs konden worden bijgeschreven. |
De laatste jaren heeft het waarnemen van sterbedekkingen door planetoïden een grote vlucht genomen. De belangrijkste oorzaak van deze trend is gelegen in het feit dat de nauwkeurigheid van de voorspellingen steeds beter wordt. Eén van de factoren die hiertoe heeft bijgedragen, betreft de posities van de sterren. Ooit waren de berekeningen namelijk gebaseerd op stercatalogi zoals de SAO, die bekend stond om zijn vele fouten. Tegenwoordig wordt vooral gebruik gemaakt van andere bronnen, zoals de Tycho-2 en UCAC2. De posities van de sterren in beide catalogi hebben een nauwkeurigheid van enkele milliboogseconden of beter.
Een andere factor die meespeelt, is uiteraard de nauwkeurigheid waarmee de positie van de planetoïde in kwestie bekend is. Ook op dit terrein is de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt. Niet alleen omdat de baanelementen vandaag de dag beter bekend zijn, maar vooral vanwege de mogelijkheden die geavanceerde technieken ons te bieden hebben. Zo kan de positie van de planetoïde worden geverifieerd aan de hand van astrometrie. Op deze wijze wordt het mogelijk eventuele fouten in de positie tijdig op te sporen en de voorspellingen zonodig bij te stellen. De voorspellingen Het is geen eenvoudige opgave om een sterbedekking door een planetoïde precies te voorspellen, omdat de baanelementen van de planetoïden maar een beperkte nauwkeurigheid hebben. Het zou in dit verband vrijwel ondoenlijk zijn om voor deze vele duizenden kleine objecten de baanelementen te herzien, temeer daar de planeten er ook nog eens een storende invloed op uitoefenen. Het gevolg is dat de baanelementen dus voortdurend wijzigen en maar voor een relatief korte tijd als constant kunnen worden aangemerkt (we spreken dan ook van zogeheten oscillerende baanelementen). Uitgaande van de gegevens zoals die voor de meeste planetoïden bekend zijn, zullen er aan de voorspelde posities al gauw fouten kleven in de ordegrootte van enkele tienden van boogseconden. Op het eerste gezicht lijkt dat wellicht weinig, maar dat is het zeker niet. We moeten ons namelijk realiseren dat planetoïden verhoudingsgewijs ver van de aarde staan, zodat een kleine fout in de positie al snel tot een grote verschuiving van het bedekkingspad op aarde zal leiden. Daar komt nog eens bij dat het bedekkingspad zélf veelal niet breder is dan een paar honderd kilometer. Al deze factoren bij elkaar zorgen ervoor dat de afwijking van het bedekkingspad aanzienlijk groter kan zijn dan de breedte van het bedekkingspad zelf. In de praktijk betekent dit dat het maar de vraag is óf je een bedekking te zien krijgt, zelfs als die voor je waarnemingsplaats is voorspeld. Dit probleem wordt tegenwoordig echter steeds meer ondervangen door gebruik te maken van last-minute astrometry waarbij kort vóór de bedekking de positie van zowel ster als planetoïde opnieuw wordt bepaald om zodoende tot een nauwkeuriger voorspelling te komen. |
| Ieder jaar worden op voorhand voorspellingen gemaakt op grond waarvan een eerste beeld ontstaat met betrekking tot de bedekkingen die zich gedurende dat jaar zullen voordoen en van waaruit deze zichtbaar zullen zijn. Het is met name de Belgische amateurastronoom Edwin Goffin die zich hiermee bezighoudt. Europese waarnemers treffen de voorspellingen voor 2011, die beschikbaar zijn als PostScript file én als gif-plaatje, op de website van onze Tsjechische zusterorganisatie aan. Omdat de meeste sterren die bedekt zullen worden relatief zwak zijn, is het van belang dat het bewuste deel van de hemel eenduidig gelocaliseerd kan worden. Iedere voorspelling bevat daarom tevens een aantal zoekkaartjes dat het mogelijk maakt de betreffende ster op te zoeken. Uitgaande van een sterpatroon dat vrij gemakkelijk herkenbaar is, kunt u vervolgens uw weg vinden door gebruik te maken van een gedetailleerder kaartje. Door nu achtereenvolgens van sterpatroon naar sterpatroon te springen (de Engelsen noemen dat star-hopping), krijgt u uiteindelijk de ster in beeld. Zeker voor beginnende waarnemers is dit vaak geen eenvoudige opgave. Het verdient dan ook aanbeveling om de ster reeds een aantal dagen van tevoren op te zoeken. Heeft u echter de beschikking over een telescoop waar u de stercoördinaten direct in kan voeren, dan is deze klus natuurlijk wel érg eenvoudig ... |
![]() |
|
|
Jaarlijks worden de voorspellingen van Edwin Goffin gepubliceerd op de website van onze Tsjechische zusterorganisatie.
Naast de ligging van de bedekkingszone (zie afbeelding), bevat iedere voorspelling tevens een overzicht met algemene gegevens en een aantal gedetailleerde zoekkaartjes aan de hand waarvan de ster eenvoudig kan worden gelocaliseerd. |
Zoals reeds eerder opgemerkt, hebben de voorspellingen een beperkte nauwkeurigheid. Indien u zich serieus wilt gaan toeleggen op het waarnemen van de sterbedekkingen door planetoïden, dan doet u er goed aan zich te abonneren op de mailinglist PLANOCCULT, die wordt onderhouden door Jan van Gestel (België). U kunt zich op PLANOCCULT abonneren door: - een email te sturen naar de Planoccult mailinglist - het onderwerpveld leeg te laten - de volgende bodytekst op te nemen (zonder blokhaken): subscribe planoccult [Uw naam], [Uw land] Het grote voordeel van deze mailinglist bestaat eruit dat u de beschikking krijgt over zogeheten last-minute predictions. Deze voorspellingen zijn beduidend nauwkeuriger dan die welke aan het begin van het jaar worden uitgevoerd. Indien een last-minute prediction aangeeft dat er vanuit uw waarnemingsplaats een bedekking optreedt, dan heeft u een goede kans er ook daadwerkelijk een te zien. Hoe zal de bedekking zich voltrekken? Sterbedekkingen door planetoïden en sterbedekkingen door de maan lijken in het geheel niet op elkaar. Zo duren sterbedekkingen door planetoïden relatief gezien erg kort; veelal niet langer dan 10 seconden. Daar komt nog eens bij dat de planetoïde, het object dat de ster bedekt, in de meeste gevallen erg zwak is. Soms zelfs zó zwak, dat deze niet of nauwelijks te zien is. De wijze waarop de bedekking zich zal voltrekken, wordt echter in belangrijke mate bepaald door de magnitude van de ster en die van de planetoïde. Om dit te illustreren, zal een drietal scenario's worden geschetst. Heldere ster, zwakke planetoïde
Dit is de meest ideale situatie. Helaas is het aantal heldere sterren dat wordt bedekt vrij gering, zodat we het in de praktijk veelal met minder gunstige omstandigheden moeten doen. |
| De heldere ster, die aanvankelijk nog zichtbaar is, wordt door de zwakke planetoïde bedekt en zal daarmee uitdoven. Het verschil in helderheid vlak vóór en tijdens de bedekking is groot, aangezien het licht dat tijdens de bedekking rest, afkomstig is van de zwakke planetoïde.
De geringe helderheid van de planetoïde zorgt voor een zeker verrassingseffect, omdat op voorhand niet valt te anticiperen op de bedekking. In feite zien we in dit geval steeds één object, namelijk de ster, waarvan de helderheid plotseling afneemt. Zodra de bedekking ten einde is, neemt de helderheid van de ster weer toe tot zijn oorspronkelijke waarde. Vanwege de relatief grote afname in helderheid, is dit soort bedekkingen bij uitstek geschikt voor beginnende waarnemers. Maar, zoals reeds eerder opgemerkt, het aantal bedekkingen van deze soort is vrij klein. |
![]() |
|
Indien de helderheid van de ster merkbaar groter is dan die van de planetoïde, dan is de helderheidsafname tijdens de duur van de bedekking (gele lijn) gemakkelijk waar te nemen.
|
Ster en planetoïde zijn vrijwel even helder
Dit gegeven heeft direct gevolgen voor het verloop van de bedekking. Vlak vóór de bedekking zien we namelijk niet één, maar twéé objecten: de ster én de planetoïde. Naarmate de bedekking nadert, zal het steeds moeilijker worden om beide objecten nog van elkaar te scheiden. Op een gegeven moment wordt dat zelfs onmogelijk en zullen beide versmelten tot één object waarvan de helderheid gelijk is aan de (logaritmische) optelsom van beide objecten afzonderlijk. Zouden de ster en de planetoïde bijvoorbeeld beide een magnitude van 7.5 hebben, dan zou de gezamenlijke helderheid ongeveer magnitude 6.8 bedragen. |
| Zodra de ster bedekt wordt, zien we alleen nog maar het licht dat afkomstig is van de planetoïde. In ons rekenvoorbeeld zou dat betekenen dat de helderheid van het (gecombineerde) object afneemt van magnitude 6.8 naar 7.5, de helderheid van de planetoïde. Op het moment dat de bedekking voorbij is, voltrekt het scenario zich in omgekeerde volgorde: de helderheid loopt weer op tot magnitude 6.8 totdat de ster en de planetoïde weer als twee afzonderlijke objecten van elk magnitude 7.5 waargenomen kunnen worden. Zolang ster en planetoïde een gelijke helderheid hebben, zal de gecomineerde helderheid te allen tijde 0.75 magnitude groter zijn, dus ook indien beide objecten een magnitude van 11.0 hebben. |
![]() |
|
Indien de helderheid van beide objecten vrijwel gelijk is, dan zullen deze vlak vóór de bedekking zichtbaar zijn als één object met een gecombineerde helderheid.
|
Zwakke ster, heldere planetoïde
Bedekkingen die tot deze categorie behoren, zijn visueel gezien nauwelijks of in het geheel niét waarneembaar. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de gecombineerde helderheid van beide objecten vlak vóór de bedekking, vrijwel geheel voor rekening komt van de planetoïde. Aangezien het licht dat tijdens de bedekking rest van dezelfde planetoïde afkomstig is, zal het uiteindelijke verschil in helderheidsafname zó klein zijn, dat er nauwelijks nog iets van te merken valt.Dit soort bedekkingen kan -binnen zekere grenzen- alleen met behulp van videotechnieken worden waargenomen. Aangezien dit vaak gepaard gaat met de nodige investeringen, ligt deze tak van waarnemen vaak buiten het bereik van de beginnende amateur. Wie echter wél over de benodigde middelen beschikt, kan het op zijn minst eens proberen. |
![]() |
|
|
Bedekkingen waarbij de planetoïde aanzienlijk helderder is dan de ster, zijn niet of nauwelijks waarneembaar. De afname in helderheid tijdens de bedekking is immers té gering.
|
Of een bepaalde bedekking ook daadwerkelijk interessant is voor een waarnemer, wordt in hoge bepaald door de helderheidsafname van de ster (al dan niet in combinatie met de planetoïde) op het moment dat de bedekking een feit is. Deze helderheidsafname (magnitude drop) is zó bepalend voor het welslagen van de waarneming, dat deze altijd in de voorspellingen is terug te vinden.
Om de waarnemer in dit verband enig houvast te geven, worden voor een visuele waarneming veelal onderstaande uitgangspunten gehanteerd: |
|
- eenvoudig - moeilijk - onmogelijk |
: helderheidsafname bedraagt meer dan 1.0 magnituden : helderheidsafname ligt tussen de 0.5 en 1.0 magnituden : helderheidsafname bedraagt minder dan 0.5 magnituden |
Het waarnemen
In tegenstelling tot het waarnemen van een sterbedekking door de maan, zult u zich bij een sterbedekking door een planetoïde extra goed moeten voorbereiden. Het gebied aan de hemel waar de bedekking zich gaat voltrekken, zal voor de meeste waarnemers namelijk onbekend terrein zijn. Aangezien zowel de ster als de planetoïde in verreweg de meeste gevallen ook nog eens lichtzwak zijn, komt het er dus op aan dat u in staat bent de ster tijdig te indentificeren. Ga daarom nooit op de bewuste dag op verkenningstocht, maar probeer ten minste een aantal dagen vóór de bedekking de ster aan de hand van de zoekkaartjes te vinden. Dit voorkomt veel stress op het moment dat het er daadwerkelijk om gaat spannen. De meeste sterren die u in de lijst met voorspellingen aantreft, zijn van magnitude 10.0 of zwakker. Dit impliceert al direct dat u dit soort bedekkingen met een niet al te kleine telescoop zult moeten waarnemen. Omdat momenten van slechte seeing het sterbeeldje nog eens extra kunnen afzwakken, moet er bovendien sprake zijn van een extra marge om te voorkomen dat u slachtoffer wordt van zogeheten spookbedekkingen. Het is daarom raadzaam om een telescoop te gebruiken met een minimale diameter van 15 cm. Aan de hand van de voorspellingen kan worden vastgesteld op welk moment een eventuele bedekking voor Nederland zal plaatsvinden. Hierbij dient tevens rekening te worden gehouden met afwijkingen in de voorspellingen én de eventuele aanwezigheid van begeleiders nabij de planetoïde. Afhankelijk van de snelheid waarmee de planetoïde beweegt, komt dit gemiddeld neer op een tijdvenster van ongeveer 20 minuten. De waarneming wordt 10 minuten vóór het voorspelde tijdstip gestart en 10 minuten erna weer beëindigd. Het verdient aanbeveling om altijd waar te nemen, zelfs als een last-minute prediction aangeeft dat de bedekkingszone niét over Nederland loopt: u heeft immers altijd een kans dat een (onbekende) begeleider van de planetoïde vanuit uw waarneemplaats de betreffende ster bedekt! |
![]() |
Voor het vastleggen van de in- en uittrede, kunt u volstaan met een stopwatch, vooropgesteld dat deze is geijkt aan een betrouwbaar tijdsein. De nauwkeurigheid van een visuele waarneming zal in de regel ergens rond de 0.5 seconden liggen. In tegenstelling tot sterbedekkingen door de maan, zijn het bij dit soort bedekkingen de uittredes die met hogere nauwkeurigheid kunnen worden getimed. De verklaring hiervoor is simpel. De intrede komt namelijk vrij onverwacht, omdat de voorspellingen maar een beperkte nauwkeurigheid hebben. Dit heeft een relatief grote reactietijd tot gevolg. Is de bedekking daarentegen eenmaal een feit, dan kunnen we beter anticiperen op de uittrede, omdat die meestal niet lang op zich zal laten wachten. Wie echter de beschikking heeft over een videocamera voorzien van een zogeheten time-inserter, is het beste af. Niet alleen omdat hiermee de reactietijd wordt geëlimineerd, maar ook vanwege de mogelijkheid om het geheel achteraf nog eens te kritisch te bekijken. Deze werkwijze maakt het mogelijk eventuele spookbedekkingen uit te sluiten. |
|
|
Een visuele waarneming wordt veelal met behulp van een stopwatch uitgevoerd.
De nauwkeurigheid die wordt gehaald bij bedekkingen door planetoïden, bedraagt in de regel 0.5 seconden. |
Nadat de waarneming is verricht, kan deze worden gerapporteerd op een speciaal daarvoor bestemd waarnemingsformulier. U dient zich te realiseren dat ook waarnemingen waarbij de ster niét werd bedekt waardevolle informatie bevatten voor degenen die zich met de reductie van dit soort bedekking bezighouden. Het verdient daarom aanbeveling om ook in dergelijke gevallen te rapporteren. |
De resultaten Het waarnemingen van een sterbedekking door een planetoïde is een uitermate spannende gebeurtenis, al is het alleen maar omdat je van tevoren nooit helemaal zeker bent van hetgeen je te zien krijgt. Daar staat echter tegenover dat de kans op een succesvolle bedekking relatief klein is. Hiervoor is een aantal oorzaken aan te wijzen. Op de eerste plaats worden er per jaar vrij weinig sterren helderder dan magnitude 10 á 11 door een planetoïde bedekt. En als er al een bedekking plaatsvindt, dan nog is het maar afwachten of de weergoden ons gunstig zijn gezind. En tenslotte hebben we ook nog eens te maken met de voorspelling. Deze kan in eerste instantie aanleiding geven tot optimisme, maar niet zelden blijkt achteraf de bewuste bedekkingszone niét over Nederland te hebben gelopen (het omgekeerde kan natuurlijk óók voorkomen). Het is dus van belang dat we ons niet uit het veld laten slaan na een paar mislukkingen, maar vol goede moed doorgaan. En áls we dan een keer succes hebben geboekt, dan smaakt de overwinning extra zoet. Eberhard Bredner, een zeer actief waarnemer, heeft dit soort bedekkingen ooit eens treffend verwoord door op te merken dat "hij zich gelukkig zou prijzen als hij gedurende zijn actieve loopbaan in totaal een halve minuut in de schaduw van een planetoïde zou kunnen staan". Tsja, je hebt relativeren én relativeren ... |
| Uit de waarnemingen kan niet alleen de vorm van de planetoïde worden afgeleid, maar kunnen we bovendien méér te weten komen over eventuele begeleiders die de planetoïde vergezellen. Zodra de waarnemingen zijn verzameld, worden deze verwerkt. Dit proces wordt reduceren genoemd en het resultaat, hoe kan het ook anders, de reductie. De reductie van sterbedekkingen door planetoïden richt zich in eerste instantie op het bepalen van het silhouet van de planetoïde. Om dit laatste mogelijk te maken, wordt de positie van de planetoïde ten tijde van de bedekking (in- of uittrede) berekend en, rekening houdend met de coördinaten van de waarnemer, in een referentievlak geprojecteerd. Het patroon aan lijnen dat aldus ontstaat, is een afspiegeling van de vorm die de planetoïde heeft, gezien vanuit ons perspectief. Eén van de meest succesvolle waarnemingen van de afgelopen jaren werd verricht op 17 september 2002, toen 345 Tercidina, een planetoïde van magnitude 12.8, de ster 43 Tau bedekte. De helderheid van de ster, magnitude 5.5, bracht in totaal niet minder dan 105 waarnemers uit 17 verschillende landen op de been. Er werden bedekkingen gemeld vanuit Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Slowakije. In Nederland was er van de bedekking helaas niets te zien, omdat de 102 kilometer brede bedekkingszone daarvoor te zuidelijk liep. Desondans werd door Wim Nobel een Nederlands succes geboekt, aangezien hij vanuit Frankrijk (Langres) de ster gedurende 10.2 seconde bedekt zag worden. Op basis van de vele positieve waarnemingen, kon de afmeting van de planetoïde worden vastgesteld op 92 x 106 km. |
![]() |
|
Op 17 september 2002 werd 43 Tau, een ster van magnitude 5.5, bedekt door planetoïde 345 Tercidina (mag. 12.8).
De rechte lijnen corresponderen telkens met één waarnemer, die de ster ziet uitdoven (rode stip) dan wel terugkeren (groene stip). De waarnemingen die overeenkomen met respectievelijk de bovenste en onderste lijn, betreffen locaties van waaruit de planetoïde net niét bedekt werd. Ze markeren daarmee de noordelijke- en zuidelijke grenslijn van de bedekking. De grootte van de planetoïde, zoals die vanuit dit betreffende perspectief kon worden waargenomen, werd uiteindelijk vastgesteld op 92 x 106 km. Dankzij de inspanning van meer dan honderd amateurs, werd deze bedekking uiteindelijk een groot succes. |
Successen van Nederlandse bodem
De afgelopen jaren hebben diverse amateurs vanuit Nederland een sterbedekking door een planetoïde waargenomen. In de meeste gevallen betekende dat een persoonlijke overwinning, omdat het aantal mislukkingen bij dit soort bedekkingen nu eenmaal vele malen groter is dan het aantal successen, getuige onderstaande tabel. Het komt er dus vooral op aan de moed nooit op te geven! |
Waargenomen sterbedekkingen door planetoïden vanuit Nederland 1997 - 2011
(onderstaande gegevens zijn ontleend aan de rapportages die zijn ingediend bij euraster.net) |
|||
| datum | planetoïde | waarnemer(s) | opmerking |
|
18 - 02 - 1997
|
445 Edna
|
Wim Nobel
|
bedekking van 7.7 seconden
|
|
02 - 07 - 1999 |
41 Daphne |
Ingeborg Blommers Lex Blommers Reinder Bouma Georg Comello Jan-Maarten Winkel |
bedekking van 34.3 seconden bedekking van 34.5 seconden (bedekkingsduur onbekend)
(bedekkingsduur onbekend)
bedekking van 24.8 seconden
|
|
18 - 09 - 1999 |
110 Lydia |
Lex Blommers |
bedekking van 1.7 seconden
|
|
14 - 02 - 2001
|
399 Persephone
|
Jan-Maarten Winkel
|
bedekking van 2.3 seconden
|
|
07 - 12 - 2001
|
419 Aurelia
|
Ingeborg Blommers Lex Blommers Reinder Bouma Edwin van Dijk Henk Bulder |
bedekking van 12.8 seconden bedekking van 12.7 seconden bedekking van 12 seconden bedekking van 8 seconden bedekking van 13.4 seconden |
|
18 - 02 - 2004
|
284 Amalia
|
Lex Blommers
|
bedekking van 5.8 seconden
|
|
25 - 12 - 2004
|
1736 Floirac
|
Henk Bulder
|
bedekking van 0.3 seconden
|
|
10 - 04 - 2005
|
8 Flora
|
Harrie Rutten
|
bedekking van 2.3 seconden
|
|
10 - 04 - 2006
|
712 Boliviana
|
Lex Blommers
|
bedekking van 3.1 seconden
|
|
21 - 06 - 2006
|
558 Carmen
|
Henk Bulder
|
bedekkingen variërend van 1.6 tot 3.8 seconden
|
|
10 - 12 - 2006
|
4790 Petrpravec
|
Henk Bulder
|
bedekking van 1.6 seconden
|
|
05 - 04 - 2007
|
488 Kreusa
|
Henk Bulder
|
bedekking van 2.0 seconden
|
|
21 - 04 - 2007
|
17 Thetis
|
Lex Blommers Henk de Groot Detlef Koschny Wim Nobel |
bedekking van 6.5 seconden bedekking van 7.3 seconden bedekking van 7.1 seconden bedekking van 6.4 seconden |
|
01 - 05 - 2008
|
747 Winchester
|
Detlef Koschny Henk de Groot Alex Scholten Harrie Rutten |
bedekking van 12.2 seconden bedekking van 12.2 seconden bedekking van 11.3 seconden bedekking van 11.8 seconden |
|
03 - 09 - 2008
|
1165 Imprinetta
|
Alex Scholten Jan-Maarten Winkel Henk Bulder |
bedekking van 4.0 seconden bedekking van 3.4 seconden bedekking van 0.8 seconden |
|
29 - 12 - 2008
|
9 Metis
|
Henk de Groot
|
bedekking van 28.5 seconden |
|
15 - 02 - 2009
|
4925 1981 XH2
|
Henk de Groot
|
bedekking van 1.7 seconden |
|
27 - 09 - 2009
|
405 Thia
|
Henk de Groot
|
bedekking van 5.0 seconden |
|
19 - 12 - 2009
|
539 Pamina
|
Henk de Groot
|
bedekking van 0.6 seconden |
|
29 - 12 - 2009
|
599 Luisa
|
Henk de Groot Harrie Rutten |
bedekking van 5.0 seconden bedekking van 4.7 seconden |
|
08 - 07 - 2010
|
472 Roma
|
Norbert Schmidt Gilbert Peeters René Dohmen |
bedekking van 2.8 seconden bedekking van 4.9 seconden bedekking van 3 seconden |
|
12 - 10 - 2010
|
523 Ada
|
Henk de Groot
|
bedekking van 2.4 seconden
|
|
08 - 12 - 2010
|
348 May
|
Henk de Groot
|
bedekking van 3.5 seconden
|
In dit verband mag één bedekking zeker niet onvermeld blijven: de bedekking van de ster Regulus door planetoïde 166 Rhodope. Op 19 oktober 2005 zag Wim Nobel deze heldere ster (magnitude 1.4) gedurende 1.9 seconden achter de planetoïde schuilgaan. De waarneming, die met behulp van video is vastgelegd, werd verricht vanuit Spanje.
Van alle waarnemingen die worden gerapporteerd, is slechts 17% positief. De overige 83% betreft pogingen die uiteindelijk niet tot een bedekking hebben geleid. De kans op succes zal in werkelijkheid nóg iets kleiner zijn, aangezien niet alle waarnemers de moeite zullen nemen te rapporteren op het moment dat zij het geluk niet aan hun zijde hadden. Toch wordt aangeraden om zo veel mogelijk waar te nemen, al is het alleen maar omdat u op deze manier mogelijk een begeleider van een planetoïde op het spoor kunt komen. Wie meer wil lezen over het onderwerp sterbedekkingen door planetoïden, moet zeker eens een kijkje gaan nemen op de website van Eric Frappa. Op deze site treft men tevens een volledig overzicht aan van de rapportages die de afgelopen jaren zijn ingezonden. Een andere site, die u in dit verband zeker niet mag missen, is die van Steve Preston. Aan de lijst met sterbedekkingen door planetoïden, die voor de komende weken op het programma staan, lijkt bijna geen einde te komen. Houdt u er echter wel rekening mee dat slechts een enkele bedekking vanuit Nederland zichtbaar zal zijn. Of het in dergelijke gevallen ook daadwerkelijk tot een bedekking komt, kan niemand u op voorhand garanderen; dat blijft deels een kwestie van geluk ... |







