![]() |
Rakende sterbedekkingen Een sterbedekking door de maan duurt korter naarmate ster en maanmiddelpunt elkaar op grotere afstand zullen passeren. Wordt deze afstand té groot, dan is in het geheel geen sprake meer van een bedekking, maar zien we in plaats daarvan een fraaie samenstand tussen beide hemellichamen. Gevoelsmatig zou je verwachten dat in de overgangszone, daar waar een bedekking overgaat in een samenstand, de duur geleidelijk afneemt totdat deze nog maar een fractie van een seconde bedraagt. Ten minste, als de maan een volmaakt gladde bol zou zijn. In werkelijkheid is de maan echter bezaaid met kraters, bergen, dalen en valleien. Dit gegeven heeft voor dit soort bedekkingen grote gevolgen ... |
Indien we ons de maan zouden voorstellen als een bol met een diameter van 1 meter, dan steken de hoogste bergtoppen ongeveer 1½ millimeter boven het oppervlak uit. Het is dan ook aan de gekartelde maanrand te danken dat zich op de grens van een bedekking verschijnselen afspelen waar je normaal gesproken nooit bij stil zou staan. Omdat in dit soort situaties de ster namelijk vrijwel evenwijdig aan het maanoppervlak beweegt, kan het sterlicht meerdere keren -door verschillende bergtoppen- aan ons oog onttrokken worden: we spreken dan van een rakende sterbedekking. Het aantal bedekkingen dat in zo'n geval zal plaatsvinden, is sterk afhankelijk van de vorm van het maanprofiel ter plaatse. Onder zeer gunstige omstandigheden, kan een ster tot wel 20 keer verdwijnen en weer tevoorschijn komen.
In het algemeen geldt dat de kans op meerdere bedekkingen groter is zodra de ster de zuidelijke maanrand raakt. De verklaring hiervoor is vrij simpel: het zuidelijk halfrond van de maan bevat hogere bergtoppen, die veelal ook nog eens snel worden afgewisseld door diepe dalen. Als gevolg hiervan ontstaat een veel grilliger reliëf in vergelijking tot de noordelijke helft van de maanbol. Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat rakende bedekkingen aan de noordelijke maanrand niet interessant zouden zijn, in tegendeel. Omdat het maanprofiel langs de noordelijke maanrand namelijk veel meer is afgevlakt, loopt het vaker evenwijdig aan de bewegingsrichting van de ster. De kans op een groot aantal in- en uittredes neemt hiermee dus toe. Het is moeilijk om op voorhand te voorspellen waar je precies moet gaan staan om zoiets te zien: de bandbreedte (evenwijdig aan het maanoppervlak) is namelijk érg klein (minder dan 0.1 boogseconde). |
![]() |
De noordelijke- en zuidelijke maanrand (respectievelijk boven en onder in nvenstaand plaatje afgebeeld) hebben een geheel eigen karakter. Daar waar de noordelijke rand vrij vlak is, vertoont het maanprofiel nabij de zuidpool veel meer reliëf. Aan de noordelijke rand kunnen bijgevolg véél in- en uittredes optreden, indien de ster langs het maanoppervlak scheert. De kans op meerdere bedekkingen is voor de zuidelijke rand echter groter, ofschoon het maximaal haalbare in- en uittredes hier relatief beperkt blijft. |
![]() |
Parallax en grenslijn
Iedereen kent het verschijnsel wel: je kijkt afwisselend met één oog en ziet een voorwerp dat zich dichtbij bevindt verspringen tegen een verderweg gelegen achtergrond. Dit effect is staat bekend onder de naam parallax. Naarmate een object verder weg staat, moet de basislijn waarlangs gekeken wordt steeds groter zijn om een bepaalde verplaatsing op te kunnen merken. De parallax heeft óók gevolgen voor rakende sterbedekkingen, aangezien dit effect er voor zorgt dat de maan zal verschuiven ten opzichte van de hemelachtergrond (de sterren). In de praktijk blijkt dat de maan zich gemiddeld 0.5 boogseconden verplaatst voor iedere kilometer die je op het aardoppervlak aflegt. De precieze waarde hangt nauw samen met de hoogte van de maan boven de horizon. De parallax geeft aan rakende sterbedekkingen een extra dimensie. Indien je namelijk met meerdere personen vanuit verschillende locaties naar zo'n bedekking kijkt, dan zal iedereen de bedekking op een geheel eigen wijze ervaren. Zo kan het gebeuren dat iemand vier in- en uittredes te zien krijgt, terwijl een ander (op een paar honderd meter afstand) het moet doen met slechts één in- en uittrede. |
![]() |
Dit gegeven biedt ons de mogelijkheid om het reliëf van de maan met een hoge nauwkeurigheid in kaart te brengen. Door de waarnemers op een bepaalde onderlinge afstand te plaatsen, verkrijgen we als het ware, laag voor laag, een dwarsdoorsnede van het maanprofiel. Iedere laag is in dit verband het resultaat van één waarnemer. De nauwkeurigheid waarmee de vorm van het maanprofiel bepaald kan worden, is vele malen hoger dan langs fotografische weg mogelijk zou zijn geweest. De ster, die in feite fungeert als een soort zaklantaarn, verraadt door afwisselend uit en aan te knipperen de aanwezigheid van bergen en dalen op de maan. Het waarnemen van rakende bedekkingen wordt veelal in groepsverband onder leiding van een expeditieleider uitgevoerd. In Nederland is de Nederlandse Vereniging van Waarnemers van Sterbedekkingen op dit terrein actief. |
Als gevolg van de parallax, zien twee waarnemers, die op enige afstand van elkaar geplaatst zijn, de ster een andere route afleggen ten opzichte van de maanrand. Het gevolg is dat beide een ander patroon van in- en uittredes te zien krijgen. Dankzij dit gegeven is het mogelijk de precieze vorm van het maanprofiel uit de waarnemingen af te leiden.
Uit de figuur valt af te leiden dat waarnemer 1 géén bedekking te zien krijgt. De andere waarnemer, die zich een paar honderd meter verderop bevindt, krijgt een kortstondige bedekking te zien. Over de hele wereld worden in expeditieverband dit soort waarnemingen verricht. De resultaten van rakende sterbedekkingen hebben ertoe bijgedragen dat men meer over de vorm van het maanprofiel, en daarmee over de interpretatie van zonsverduisteringen, te weten is gekomen. |
Waarom rakende sterbedekkingen waarnemen?
Nu we weten wat een rakende sterbedekking inhoudt, zou je je kunnen afvragen wat de toegevoegde waarde is van dit soort waarnemingen. Laten we vooropstellen dat de meesten het ervaren als een spannende belevenis, omdat je immers nooit precies van te voren weet wat je te zien krijgt. Daarnaast biedt het waarnemen van een rakende bedekking een uitgelezen kans om met collega amateurastronomen in contact te komen. Iedereen die ooit heeft deelgenomen aan een expeditie, zal kunnen bevestigen dat het een ervaring is die voor altijd in je geheugen staat gegrift. Zo valt er tijdens elke expeditie wel iéts voor dat jaren later nog de nodige gespreksstof oplevert. Gezien vanuit wetenschappelijk perspectief, is het waarnemen van rakende sterbedekkingen eveneens een zinvolle vrijetijdsbesteding. Van de kennis die men langs deze weg over het maanprofiel vergaart, wordt namelijk dankbaar gebruik gemaakt bij het analyseren van zonsverduisteringen. De achterliggende gedachte is dat de duur van de totale fase én de ligging van de noordelijke- en zuidelijke begrenzing van de totaliteitszone (bepaalt door van de vorm van het maanprofiel) belangrijke informatie oplevert met betrekking tot de diameter van de zon. Door op deze wijze een groot aantal zonsverduisteringen te bestuderen, kan uiteindelijk iets gezegd worden over het al dan niet variabel zijn van de zonsdiameter: hiermee is de link gelegd met het onderwerp sterevolutie. Het nauwgezet fotograferen van de maanrand, zoals dat bijvoorbeeld aan het begin van de vorige eeuw werd gedaan, levert in vergelijking tot rakende bedekkingen een minder nauwkeurig beeld op van het maanprofiel. Daarnaast speelt nog een ander gegeven een rol: niet ieder deel van de maanrand kán gefotografeerd worden. Zo blijken er gebieden te zijn die altijd in het donker zijn gehuld, omdat ze verstoken blijven van zonlicht. Deze plaatsen op de maanrand, die worden aangeduidt met de term Cassini-regio, zijn volledig afhankelijk van de informatie die op basis van rakende sterbedekkingen ter beschikking komt. |
|
De ingrediënten van een rakende sterbedekking Bij de berekeningen van rakende sterbedekkingen, iets waar ik me al sinds 1985 mee bezighoudt, worden allereerst de coördinaten (geografische lengte en -breedte) bepaald van de zogeheten grenslijn. Deze lijn verbindt de punten van waaruit een waarnemer de ster precies zou zien raken aan wat we de gemiddelde maanrand noemen (je zou dit enigszins kunnen vergelijken met het zeeniveau op aarde). Zodra de ligging van de grenslijn bekend is, kan deze op een topografische kaart worden ingetekend. Omdat dit voor de Nederlandse kaarten geen eenvoudige klus is, worden de coördinaten eerst omgezet naar hun X- en Y-waarden. Het intekenen gaat dan namelijk veel eenvoudiger, omdat het raster dat voor de topografische kaarten wordt gebruikt nu eenmaal op X- en Y-waarden gebaseerd is. Het berekenen van zo'n grenslijn is overigens een zéér complex proces waar vele miljoenen berekeningen aan ten grondslag liggen. Zo worden alleen al voor het bepalen van de positie van de maan vele tienduizenden zogeheten storingstermen gebruikt zoals die zijn opgenomen in de maantheorie ELP2000-82B (Chapront, Chapront-Touzé). Hiermee wordt het mogelijk de positie van de maan tot op 0.01 boogseconden te bepalen. |
![]() |
|
Zodra de precieze ligging van de grenslijn bekend is, kan deze op een topografische kaart worden ingetekend. Hiermee is tevens de eerste stap gezet voor de inrichting van een expeditie. |
Invloed van het maanprofiel
De grenslijn is niet per definitie de plaats waar het allemaal gebeurt; dat hangt namelijk af van de vorm van het maanprofiel en de plaats die je als waarnemer t.o.v. deze grenslijn inneemt. Als tweede stap wordt dan ook altijd gekeken naar de vorm van het maanprofiel. Op deze manier wordt het mogelijk een boven- en ondergrens af te leiden. Tussen deze twee lijnen, die meestal een paar kilometer t.o.v. de grenslijn verschoven zijn, zal de bedekking als rakend worden ervaren. Daarbuiten ziet men ofwel een langdurige bedekking, of een samenstand tussen ster en maan. Met name laatstgenoemd fenomeen is erg berucht. Zo kwam het in het verleden nogal eens voor dat waarnemers, die vaak honderden kilometers in de nachtelijke uren hadden gereisd, de ster letterlijk langs de maanrand zagen scheren. Dit verschijnsel, ook wel miss genoemd, was vaak aanleiding tot verhitte discussies. Door de sterk verbeterde nauwkeurigheid van de maanpositie, sterpositie én de correcties die in de loop der jaren op het maanprofiel zijn aangebracht, komt dit soort teleurstellingen nauwelijks nog voor. |
![]() |
Voor iedere rakende bedekking wordt op grond van het maanprofiel een boven- en ondergrens vastgesteld. Onder de groene lijn is een langdurige bedekking zichtbaar. Boven de rode lijn wordt de ster in het geheel niet bedekt. |
Met het beschikbaar komen van beide lijnen, in bovenstaande figuur weergegeven in rood en groen, hoeft alleen nog maar een vertaalslag gemaakt te worden waarbij de afstand tot de reeds eerder ingetekende gemiddelde grenslijn van boogseconden op het maanoppervlak wordt omgezet naar kilometers op het aardoppervlak. Op deze wijze kunnen de aldus verkregen lijnen eveneens aan de topografische kaart worden toegevoegd. |
| Uiteindelijk ontstaat er een zone waarvoor geldt dat de bedekking van daar uit gezien rakend zal zijn. Het zal duidelijk zijn dat de breedte van deze band voornamelijk wordt bepaald door de extremen in het maanprofiel. Het is daarom dat voor rakende bedekkingen aan de zuidelijke maanrand deze zone doorgaans groter is dan voor rakende bedekkingen die aan de noordelijke maanrand optreden. De breedte van een rakende bedekkingszone blijft veelal beperkt tot zo'n 5 kilometer. Dat impliceert meteen al dat de kans dat u er ooit een vanuit uw achtertuin kunt waarnemen niet echt groot is: u zult er hoe dan ook voor moeten reizen. Gelukkig hoeft u niet zelf uit te pluizen welke locatie in voorkomende gevallen geschikt is voor het doen van dergelijke waarnemingen. In plaats daarvan kunt u zich namelijk aansluiten bij één van de expedities die jaarlijks door leden van de Nederlandse Vereniging van Waarnemers van Sterbedekkingen worden georganiseerd. Iedereen is van harte welkom, dus ook niet-leden. Zodra alle waarnemingen zijn ingeleverd, kan de verwerking ervan beginnen. Uit de resultaten valt vervolgens af te leiden in hoeverre de waarnemingen overeenstemmen met de berekeningen. Soms blijkt niet alleen dat het maanprofiel enigszins verschoven is (shift), maar ook dat bepaalde bergtoppen een andere afmeting hebben dan aanvankelijk werd gedacht. |
![]() |
|
|
Door rekening te houden met de vorm van het maanprofiel, kan voor de rakende bedekking een boven- en ondergrens worden vastgesteld.
Tussen de groene en rode lijn wordt de bedekking als rakend ervaren. Ten zuiden van de rode lijn is er géén bedekking zichtbaar (conjunctie). Ten noorden van de groene lijn zien we een normale bedekking (weliswaar van korte duur). |
De posten
Zodra duidelijk is tussen welke boven- en ondergrens de rakende bedekking zich afspeelt, kan worden begonnen met het intekenen van de diverse posten die door de waarnemers zullen worden ingenomen. Dit lijkt een routineklus, maar dat is het zeker niet. Er zal namelijk gelet moeten worden op een evenredige verdeling van de posten tussen de twee lijnen én op het feit dat je niet iedereen zomaar ergens neer kunt zetten. In de praktijk worden daarom alle posten, nadat ze op de topografische kaart zijn ingetekend, ter plekke verkend. Vaak zal blijken dat een post minder geschikt is vanwege hinderlijke obstakels of het aanwezig zijn van een gevaarlijke verkeerssituatie. In dergelijke gevallen rest niet anders dan het uitzoeken van een nieuwe post. Daarbij moet er natuurlijk wel op gelet worden dat zo'n alternatieve post bij benadering dezelfde afstand tot de grenslijn heeft als zijn voorganger. In de praktijk worden gemiddeld 5 á 10 posten per rakende bedekking ingericht. Indien de omstandigheden zéér gunstig zijn (een heldere ster raakt onder optimale condities de donkere maanrand), dan is dat aantal veelal groter. De kans bestaat immers dat er meer waarnemers op het spektakel afkomen. |
![]() |
Het bepalen van de coördinaten van een waarneempost was vroeger vaak een moeizame aangelegenheid. Zo moest van iedere locatie, die op een topografische kaart niet of nauwelijks herkenbaar was, eerst ter plaatse de afstand worden opgemeten tot een wegsplitsing, kruising of andere opvallende markering. Deze afstand kon dan vervolgens weer gebruikt worden om de precieze locatie van de post op de topografische kaart vast te stellen. Tegenwoordig worden de coördinaten van dit soort posten bepaald door gebruik te maken van GPS (Global Positioning System). Zodra de synchronisatie met de satellieten is voltooid, kunnen de coördinaten van een display worden afgelezen. Dit nauwkeurigheid die hierbij kan worden bereikt, ligt in de ordegrootte van 10 á 20 meter. |
|
Een doodlopend landweggetje vormt hét ideale decor voor het plaatsen van een waarneempost. Het vinden van dit soort plekjes vereist echter het nodige zoekwerk.
|
Google Earth De laatste jaren is Google Earth een belangrijk hulpmiddel geworden als het gaat om de voorbereiding van expedities naar rakende sterbedekkingen. Om van de mogelijkheden die Google Earth ons biedt optimaal gebruik te kunnen maken, heb ik in 2008 een Excel spreadsheet ontwikkeld waarmee het mogelijk is de grenslijn en bijbehorende posten eenvoudig in te kunnen tekenen. Alle nadelen die zijn verbonden aan het gebruik van een topografische kaart behoren hiermee tot het verleden. De werking is als volgt. Nadat een expeditieleider te kennen heeft gegeven welke rakende sterbedekkingen er gedurende een bepaald jaar in aanmerking komen voor het inrichten van een expeditie, ga ik aan de slag. Op basis van berekeningen, wordt het spreadsheet voorzien met de nodige gegevens die betrekking hebben op de ligging van de grenslijn. Daarna wordt het spreadsheet naar de expeditieleider gemailed. Deze kan vervolgens, gebruik makend van het maanprofiel, de waarnemers op een strategische wijze ten opzichte van deze grenslijn positioneren. De keuze die hierbij gemaakt wordt, kan in het spreadsheet worden aangegeven middels een afstand tot de grenslijn in combinatie met een door de expeditieleider te kiezen kleur. Nadat op deze wijze alle posten ten opzichte van de grenslijn zijn gedefinieerd, rest nog slechts het klikken op een knop waarmee een zogeheten kml-bestand gegenereerd wordt. Door nu vervolgens dit bestand aan te klikken, wordt Google Earth gestart en de grenslijn ingetekend. Tevens wordt een aantal daaraan parallel lopende lijnen zichtbaar in de kleur die de expeditieleider reeds eerder had opgegeven in het spreadsheet. Vervolgens kan, door gebruik te maken van de functionaliteiten die Google Earth biedt, een geografisch geschikte locatie worden gezocht voor het plaatsen van de diverse posten. Het inrichten van een expeditie: wat komt daar zoal bij kijken? Hoe gaat het inrichten van een expeditie nu eigenlijk precies in zijn werk? Om een duidelijk beeld te krijgen, zal hier stap voor stap beschreven worden wat daar allemaal bij komt kijken. • Stap 1 : een eerste selectie
Om te beginnen moet je natuurlijk weten wélke rakende bedekkingen gedurende een bepaald jaar in aanmerking komen voor het inrichten van een expeditie. Veel rakende bedekkingen vallen namelijk al op voorhand af, omdat de condities waaronder deze plaatsvinden niet gunstig zijn. In dit verband spelen meerdere factoren een rol, die gezamenlijk een antwoord geven op de vraag of een bepaalde rakende bedekking zichtbaar is of niet. De eerste vijf factoren hebben betrekking op de sterbedekking. De laatste vijf zeggen in feite iets over de middelen van de waarnemer en diens voorkeuren. |
| factor | uitgangspunt | De waarneembaarheid van een rakende sterbedekking hangt van veel factoren af.
Naast de magnitude van de ster, speelt ook de maanfase een grote rol. Indien deze namelijk te klein is, dan zal het asgrauw schijnsel de zwakste sterren al snel overstralen. Dit geldt evenzo voor een te grote maanfase: de meeste sterren zijn als gevolg van de hoeveelheid licht, die de maan zelf rijkelijk uitstraalt, niet of nauwelijks meer te zien. In de praktijk zal blijken dat het erg moeilijk is om aan ál deze factoren gelijktijdig te voldoen: we zullen ons dus vaak met minder tevreden moeten stellen. |
|
| magnitude van de ster | zo helder mogelijk | ||
| maanfase | tussen 20% en 70% | ||
| hoogte van de maan | ten minste 30º boven de horizon | ||
| hoogte van de zon | ten minste 15º onder de horizon | ||
| cusp angle | donkere maanrand, ten minste 5º | ||
| grootte van de telescoop | hoe groter, hoe beter | ||
| ervaring van de waarnemer | zo veel mogelijk | ||
| weersomstandigheden | onbewolkt, transparante lucht, windstil | ||
| tijdstip | in de avonduren of het weekend | ||
| reisafstand | minder dan 20 kilometer |
Het moge duidelijk zijn dat het niet realistisch is om als voorwaarde te stellen dat aan álle uitgangspunten moet zijn voldaan, omdat hiermee vrijwel elke rakende bedekking meteen zou afvallen. We zullen dus een afweging moeten maken of het, gezien de omstandigheden, loont om de bedekking waar te nemen. Om op deze vraag een antwoord te krijgen, is destijds door Bradley E. Schaefer, verbonden aan het NASA-Goddard Space Flight Center, een algoritme ontwikkeld dat op basis van de meest belangrijke factoren een indicatie geeft met betrekking tot de zichtbaarheid. Alhoewel het algoritme in beginsel is toegesneden op doorsnee bedekkingen, geeft het toch voldoende houvast om in de praktijk als selectiecriterium te kunnen worden gebruikt.
|
![]() |
Ieder jaar wordt door de Nederlandse Vereniging van Waarnemers van Sterbedekkingen berekend welke grenslijnen er over Nederland lopen (inclusief de grensstreek aan Belgische- en Duitse zijde). Het overzicht dat aldus ontstaat, wordt vervolgens gefilterd op basis van het eerder genoemde algoritme. Omdat de grootte van de telescoop, de ervaring van de waarnemer en de weersomstandigheden géén parameters zijn van de rakende sterbedekking zelf, worden hiervoor altijd gemiddelde waarden gehanteerd. Het tijdstip en de reisafstand zijn factoren die géén deel uitmaken van het algoritme: hierover moet ieder voor zich beslissen. Uiteindelijk zal een lijst overblijven met rakende bedekkingen die geschikt zijn om te kunnen worden waargenomen. Dit overzicht wordt vervolgens onder de expeditieleiders verspreid. Ten behoeve van andere bronnen, zoals bijvoorbeeld De Sterrengids, worden aangepaste lijsten gemaakt waarin alleen de meest gunstige gevallen zijn opgenomen. |
|
Jaarlijks wordt door de Nederlandse Vereniging van Waarnemers van Sterbedekkingen een lijst gepubliceerd waarop de rakende sterbedekkingen staan vermeld die gedurende dát jaar vanuit Nederland waarneembaar zijn. De voorspellingen bevatten tevens een indicatie met betrekking tot de minimale kijkerdiameter die vereist is om de rakende bedekking te kunnen zien. Daarnaast bevat het overzicht, per rakende sterbedekking, een opsomming van de expedities die zullen worden ingericht. Op het moment dat de uitnodigingen voor een expeditie klaar zijn, worden deze middels een downloadbaar bestand als deel van het overzicht ter beschikking gesteld. |
• Stap 2 : selectie door de expeditieleider
Op basis van de voorspellingen gaan de expeditieleiders vervolgens verder aan de slag. Doel is te komen tot een definitieve keuze met betrekking tot de rakenden waarvoor zij een expeditie willen gaan inrichten. Hierbij wordt nog eens kritisch gekeken naar de diverse factoren die van invloed zijn op de waarneembaarheid. Zo worden veelal géén expedities op touw gezet naar marginaal waarneembare rakende bedekkingen die op een doordeweekse dag in de vroege ochtenduren plaatsvinden. Zeker niet als daar ook nog eens een grote reisafstand voor moet worden afgelegd.In onderling overleg vindt verdere afstemming plaats, zodat eventuele doublures kunnen worden voorkomen. Het zou namelijk weining zinvol zijn om binnen een straal van 10 kilometer meerdere expedities in te richten. Ook met onze zusterwerkgroepen in België en Duitsland worden in dit verband jaarlijks afspraken gemaakt. • Stap 3 : grenslijn + maanprofiel
Tot zover staat er nog maar één lijn ingetekend op de topgrafische kaart: de lijn waar de ster zal raken aan de gemiddelde maanrand. Op grond van de vorm van het maanprofiel wordt hier nog een tweetal lijnen aan toegevoegd. Deze lijnen, die de noordelijke- en zuidelijke begrenzing van de rakende bedekking aangeven, worden afgeleid uit de vorm van het maanprofiel. Allereerst wordt gekeken naar de ligging van de hoogste bergtop. Deze markeert namelijk de overgangszone tussen bedekking en conjunctie. Afhankelijk van de plaats waar de ster de maan zal raken, wordt dit de noordelijke- óf zuidelijke begrenzing. De ligging van de andere lijn wordt bepaald door het diepste dal; daar waar de rakende bedekking overgaat in een aaneengesloten bedekking. Door gebruik te maken van de schaalverdeling die op het maanprofiel is aangebracht, kunnen de hoogteverschillen van het maanprofiel, uitgedrukt in boogseconden, worden herleid tot kilometers op het aardoppervlak. De noordelijke- en zuidelijke begrenzing kunnen nu eveneens op de topografische kaart worden ingetekend. Als alternatief voor de topografische kaart, zal een expeditieleider in de regel gebruik maken van het speciaal voor dit doel ontwikkelde spreadsheet. Deze werkwijze is niet alleen sneller, maar ook minder foutgevoelig. Bovendien wordt het proces als geheel, door gebruik te maken van het spreadsheet, als prettiger ervaren. • Stap 4 : intekenen van de posten
Bij de inrichting van de posten wordt tevens rekening gehouden met onderstaande punten: |
– |
Waarnemers worden nooit in de onmiddellijke nabijheid van de lijn geplaatst waar mogelijkerwijs een miss verwacht kan worden: als veilige marge wordt een afstand van een paar honderd meter gehanteerd. |
|
– |
Er worden 5 á 10 posten geselecteerd, afhankelijk van de toeloop die verwacht kan worden op grond van de omstandigheden. |
|
– |
De posten worden niet te dicht op elkaar geplaatst, maar op een minimale onderlinge afstand van zo'n 500 meter. |
|
– |
Posten worden zo veel mogelijk op plaatsen gezet die het mogelijk maken een eventuele verschuiving van het maanprofiel (shift) op te sporen. |
• Stap 5 : verkennen van de posten
Op papier kan een post er schitterend uitzien, maar in de praktijk kan dat nogal tegenvallen: verkeersdrukte, lawaai, veel bekijks, een modderig grasland, té weinig ruimte om de auto te parkeren. Het zijn allemaal factoren die ervoor zorgen dat er naar een andere locatie moet worden uitgekeken. Posten worden daarom altijd, nadat ze op een topografische kaart zijn ingetekend, ter plekke verkend.Als een post bij nader inzien niet zo geschikt lijkt, dan is het zaak een nieuwe te zoeken. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de nieuwe post ongeveer een gelijke afstand tot de grenslijn van de gemiddelde maanrand heeft als de vorige, omdat er anders een bepaalde mate van overlap met andere posten gaat ontstaan. |
![]() |
Tot het inrichten van de posten behoort óók het vinden van een verzamelpunt (headquarters), aangezien de deelnemers straks van daaruit door de expeditieleider naar hun posten worden gebracht. Het spreekt vanzelf dat dit een plek moet zijn die in het donker goed herkenbaar is én bovendien voldoende parkeergelegenheid biedt om de auto's van de deelnemers tijdelijk te kunnen herbergen. Favoriete verzamenpunten zijn veelal restaurants en café's. De laatsten hebben als voordeel dat ze niet zo gauw sluiten, zodat de deelnemers zich ook in de vroege uurtjes nog kunnen opwarmen met een kop koffie. | |
|
Bij de meeste waarnemers is een wegrestaurant als verzamelpunt erg geliefd. Het is gemakkelijk bereikbaar en biedt ruime parkeergelegenheid.
|
Het is aan te bevelen de directe omwonenden, of instanties zoals de politie, op voorhand in te lichten over hetgeen te gebeuren staat. Wat voor ons heel normaal is, kan voor een ander namelijk ogen als de voorbereiding van een terroristische aanslag. Dit gegeven is met name van belang indien wordt waargenomen in de onmiddellijke nabijheid van grote industriële complexen zoals olieraffinaderijen. • Stap 6 : het maken van een uitnodiging
Iedere uitnodiging bevat tevens een indicatie van de minimaal benodigde kijkerdiameter. De reden hiervoor is simpel: het zou jammer zijn als u in het holst van de nacht tot de ontdekking zou moeten komen dat uw kijker onder deze omstandigheden nét een paar maatjes te klein is. Verreweg de meeste expedities die worden ingericht, zijn toegankelijk voor telescopen met een kijkerdiameter van 15 cm of minder. • Stap 7 : laatste verkenning van de posten
De uitgangspunten van een rakende sterbedekking Het waarnemen van een rakende sterbedekking heeft, wetenschappelijk gezien, een tweetal concrete doelen voor ogen: • het bepalen van de vorm van het maanprofiel • het bepalen van de shiftgrootte
De vorm van het maanprofiel
Uit de waarnemingen kan de vorm van het maanprofiel worden afgeleid. Dit is uiteraard alleen met voldoende nauwkeurigheid te realiseren, indien er ook voldoende waarnemingen beschikbaar zijn.Door de in- en uittredes van elke waarnemer afzonderlijk grafisch weer te geven, ontstaat er uiteindelijk een patroon dat de vorm van de maanrand verraadt. Het gaat in dit geval om het krijgen van antwoord op de vraag of er -relatief gezien- afwijkingen zitten in het maanprofiel zoals wij dat menen te kennen. Zo kan bijvoorbeeld blijken dat bepaalde bergpieken in werkelijkheid niet blijken te bestaan, terwijl er voor het overige deel van het reliëf wél overeenstemming bestaat tussen voorspellingen en werkelijkheid. De shiftgrootte
Naast de eerder genoemde relatieve afwijkingen, kunnen op basis van de waarnemingen ook eventuele absolute verschillen aan het licht komen. In dergelijke gevallen klopt de vorm van het maanprofiel weliswaar vrij goed met hetgeen we zouden verwachten, maar moet het profiel als geheel worden verschoven om het op de waarnemingen aan te laten sluiten. We spreken in zo'n geval van een shift. Afhankelijk van de richting waarin het maanprofiel moet worden verschoven, wordt daar nog de aanduiding noord of zuid aan toegevoegd.Ofschoon de shiftgrootte per rakende bedekking kan variëren, blijft deze in het algemeen beperkt tot slechts 0.1 á 0.2 boogseconden. Uitschieters naar boven zijn evenwel nooit uit te sluiten. Berucht in dit verband zijn de rakenden die plaatsvinden in de zogeheten Cassini-regio. Dit gebied kan fotografisch gezien niet in kaart worden gebracht, omdat het verstoken blijft van zonlicht. Het gevolg hiervan is dat op voorhand weinig bekend is over de vorm van het betreffende maanprofiel. De enige informatie waarover we beschikken, is vaak afkomstig van, hoe kan het ook anders, rakende sterbedekkingen ... |
![]() |
Uit de waarnemingen (hier als witte lijnen afgebeeld) kan een eventuele verschuiving (shift) van het maanprofiel worden afgeleid.
Zodra het maanprofiel naar het noorden moet worden bijgesteld, zoals in dit voorbeeld, spreken we van een noord-shift. Shifts blijven doorgaans beperkt tot 0.2 á 0.3 boogseconden. |
Aan het begin van de vorige eeuw is de maanrand op uitgebreide schaal gefotografeerd. Deze klus, die vanuit diverse observatoria ter wereld werd uitgevoerd, heeft vele jaren in beslag genomen. Dat het zolang heeft moeten duren, komt door het feit dat we telkens tegen een 'andere' maanrand aankijken. Niet alleen omdat het perspectief van een waarnemer op aarde als gevolg van de parallax steeds wijzigt, maar ook door het heen en weer schommelen van de maan zelf. Dit effect, beter bekend als libratie, zorgt er voor dat de vorm van de maanrand, zoals wij die vanaf de aarde ervaren, voortdurend wisselt. Het duurt dus enige tijd voordat je een representatieve set met maanranden op de fotografische plaat hebt staan die vervolgens ook nog eens stuk voor stuk moeten worden geijkt. Met de publicatie van het standaardwerk The Marginal Zone Of The Moon door C.B. Watts (1963), werd deze omvangrijke operatie afgesloten. Het boek bevat in totaal 1800 kaarten, voor iedere hoek van 0.2 graden langs de maanrand één. Iedere kaart bevat een raster waarop de libratie in lengte en -breedte is uitgezet. Op basis van hoogtelijnen, die op het raster zijn aangebracht, wordt het mogelijk, gebruik makend van interpolatie, de vorm van de maanrand af te leiden. In vroeger tijden was dit een zeer tijdrovende bezigheid die bovendien ook nog eens erg foutgevoelig was. Tegenwoordig hebben we echter de beschikking over een database waarin alle kaarten gedigitaliseerd zijn opgeslagen. Het opvragen van een maanprofiel kost nu nog slechts een fractie van een seconde. In tegenstelling tot de positie van maan en sterren, staan deze kaarten nou niet bepaald bekend om hun hoge nauwkeurigheid, integendeel. Daar waar de overige fouten niet meer dan 0.01 boogseconden bedragen, moeten we voor wat betreft het maanprofiel tevreden zijn met een marge van 0.2 á 0.3 boogseconden. Om aan dit probleem enigszins het hoofd te bieden, is door IOTA•ES het project Moonlimb gestart. Dit project stelt zich ten doel de (systematische) fouten zoals die in de kaarten van C.B. Watts aanwezig zijn, te corrigeren. Vele tienduizenden reeds waargenomen sterbedekkingen dienen hierbij als referentiemateriaal. Kaguya Na jaren van uitstel, werd op 14 september 2009 het Japanse ruimtevaartuig Selene gelanceerd. De naam is afgeleid van Selenological and Engineering Explorer. De Japanse bijnaam: Kaguya. De missie had zich meerdere doelen gesteld: - bestudering van de oorsprong van de maan en de geologische evolutie - het verzamelen van informatie met betrekking tot het maanoppervlak - het verrichten van metingen aan het gravitatieveld van de maan Op het eerste gezicht lijkt er geen direct verband te zijn met rakende sterbedekkingen. Toch blijkt dat bij nadere bestudering wel degelijk het geval te zijn. De Kaguya-missie, die op 10 juni 2010 ten einde kwam, heeft namelijk voor vele miljoenen punten op het maanoppervlak zéér nauwkeurige hoogtemetingen verricht. Het zijn met name de punten op het maanoppervlak die van de aarde uit gezien langs de maanrand kunnen liggen, die voor ons erg interessant zijn. In feite kan hiermee een nieuwe database gecreëerd worden die de versie van Watts op alle fronten overtreft. Zo kenmerkt de dataset van Kaguya zich niet alleen door een hogere dichtheid van de meetpunten, maar is de nauwkeurigheid ook nog eens aanzienlijk beter. Daar waar de Watts database gemiddeld een nauwkeurigheid heeft van 0.3 boogeseconden, haalt Kaguya met gemak 0.05 boogseconden. De Kaguya data heeft echter nog een ander groot voordeel: de Cassini-regio bestaat niet meer. Immers, daar waar de Watts database werd geteisterd door gebieden die van de aarde uit gezien nooit verlicht waren, en waarvan dus ook geen fotografische opnamen gemaakt konden worden, heeft Kaguya ongestoord zijn werk kunnen doen. Voor de laserstraal van het ruimtevaartuig maakte het namelijk niet uit of een punt op het maanoppervlak verlicht is of niet. Al met al kan gesteld worden dat Kaguya een revolutie teweeg gebracht heeft voor iedereen die zich met rakende sterbedekkingen bezighoudt. Mitsuru Soma heeft voor een aantal rakende bedekkingen uit het verleden de resultaten naast elkaar gezet. De vergelijking tussen de reducties van rakende sterbedekkingen, die zijn gebaseerd op het maanprofiel van Watts en die van Kaguya, spreekt boekdelen. Het waarnemen van een rakende sterbedekking Nu u op de hoogte bent van het fenomeen rakende bedekking, wilt u natuurlijk ook graag weten hoé een rakende bedekking in de praktijk wordt waargenomen. Voordat we deze vraag beantwoorden, zullen we eerst eens een blik werpen op de telescoop die hiervoor nodig is. De telescoop
De grootte van de benodigde telescoop varieert al naar gelang de omstandigheden waaronder de rakende bedekking plaatsvindt. De lijst met voorspellingen, zoals die door de Nederlandse Vereniging van Waarnemers van Sterbedekkingen wordt gepubliceerd, gaat uit van een maximale kijkerdiameter van 15 á 20 cm. Dit is een praktische overweging, omdat deze lijst anders véél te groot zou worden. Het zou bovendien niet erg zinvol zijn de lat voor wat betreft de kijkerdiameter hoger te leggen, aangezien het aantal deelnemers dat dan nog op een expeditie af zou komen vrijwel nihil zou zijn. |
| De minimaal aanbevolen kijkerdiameter, die op zowel een voorspelling als een uitnodiging staat vermeld, hanteert als uitgangspunt dat de waarnemer redelijk ervaren is. Het is van belang dat hierover duidelijkheid bestaat, omdat een minder ervaren waarnemer nu eenmaal een grotere telescoop nodig heeft om onder identieke omstandigheden dezelfde waarneming te kunnen verrichten. Aan het contrast van de telescoop worden in het algemeen geen hoge eisen gesteld. Dat neemt echter niet weg dat een contrastrijk beeld de nodige voordelen biedt: zo zijn de zwakkere sterren gemakkelijker te onderscheiden van de donkere maanrand (asgrauw schijnsel) en kunnen bedekkingen van (heldere) sterren aan de verlichte maanrand eenvoudiger worden waargenomen. |
![]() |
|
|
Een rakende bedekking van een heldere ster is reeds met een kleine telescoop waarneembaar.
|
Het tijdvenster
Rakende sterbedekkingen vereisen een geheel eigen manier van waarnemen. Daar waar het moment van in- of uittrede van een doorsnee bedekking met hoge nauwkeurig te voorspellen valt, zien we ons bij rakende sterbedekkingen geconfronteerd met een ster die een zéér lage relatieve snelheid heeft ten opzichte van het maanoppervlak. Dit betekent dat de kleinst mogelijke fout in het verwachte maanprofiel al grote gevolgen kan hebben voor het moment waarop de ster daadwerkelijk verdwijnt of weer tevoorschijn komt. Het kan zelfs voorkomen dat er bedekkingen optreden, terwijl we dat op grond van de voorspellingen niet eens zouden hebben verwacht. De omgekeerde situatie is uiteraard ook mogelijk. Dit alles maakt rakende sterbedekkingen tot een uitdagende én spannende bezigheid.Het zal duidelijk zijn dat we voor wat betreft het tijdvenster van de waarneming een zekere marge moeten inbouwen. Een handige vuistregel is de volgende: begin een waarneming 5 minuten vóór het centrale bedekkingstijdstip en beëindig deze 5 minuten erná. De waarneming duurt in totaal dus 10 minuten. Het centrale bedekkingstijdstip is in deze context het moment waarop de ster de gemiddelde maanrand het dichtst is genaderd. Merk op dat er op zo'n moment dus geen bedekking gaande hoeft te zijn; dat hangt immers af van het maanprofiel en de positionering van de waarnemer. Het centrale bedekkingstijdstip wordt eveneens op de voorspelling en de uitnodiging vermeld. De verschijnselen
Bij een rakende sterbedekking wordt onderscheid gemaakt tussen een aantal verschijnselen, die vaak in een bepaalde combinatie voorkomen. |
| verschijnsel | omschrijving |
| miss | de ster blijft gedurende de hele waarneemsessie zichtbaar |
| intrede | de ster verdwijnt achter de maanrand |
| uittrede | de ster komt achter de maanrand tevoorschijn |
| blink | kortdurende verdwijning (één seconde of minder) |
| flash | kortdurende wederverschijning (één seconde of minder) |
| helderheidsvariatie | de helderheid van de ster is aan veranderingen onderhevig |
• miss
Laten we maar eens beginnen met de minst aantrekkelijke uit het rijtje: de miss. Zoals de naam al doet vermoeden, gaat het hier niét om een bedekking, maar om een (nauwe) samenstand waarbij de ster gedurende de hele waarneemsessie zichtbaar blijft. Met name in het verleden, toen er nog géén rekening werd gehouden met het maanprofiel, was dit soort uitglijders eerder regel dan uitzondering. Dat tijdperk ligt inmiddels ver achter ons, zodat we ons tegenwoordig een stuk minder ongerust hoeven te maken.Ondanks het negatieve imago, heeft een miss zeker toegevoegde waarde, omdat hieruit een bovengrens voor het maanprofiel kan worden afgeleid. • intrede
Tijdens een intrede verdwijnt de ster achter de maanrand. In tegenstelling tot de meeste bedekkingen, vinden intredes tijdens een rakende bedekking vrijwel altijd plaats in de nabijheid van een verlicht detail, hetgeen de waarneming kan bemoeilijken. De meest gunstige omstandigheden doen zich in de regel echter voor op het moment dat maanfase gering is: vóór eerste kwartier, of ná laatste kwartier.Soms blijkt dat een intrede niet plotseling, maar stapsgewijs plaatsvindt. Dit verschijnsel, dat met name optreedt bij dubbelsterren, verloopt typisch in stappen van een paar tienden van een seconde. • uittrede
Is een ster eenmaal verdwenen, dan zal deze vroeg of laat ook weer tevoorschijn moeten komen. De overwegingen die van toepassing zijn op een intrede, gelden in feite ook voor een uittrede. • blink
Een blink is een kortdurende verdwijning van de ster. Strikt genomen gaat het hier om een intrede, die vrijwel direct gevolgd wordt door een uittrede. Wordt de intrede binnen één seconde gevolgd door de uittrede, dan spreken we van een blink.• flash
Een flash is een kortdurende wederverschijning van de ster. Strikt genomen gaat het hier om een uittrede, die vrijwel direct gevolgd wordt door een intrede. Wordt de uittrede binnen een seconde gevolgd door een intrede, dan spreken we van een flash.Bekend in dit verband is de zogeheten central flash, die op kan treden tijdens een sterbedekking door een planeet, of de satelliet van een planeet. • helderheidsvariatie
Onder bepaalde omstandigheden kan het gebeuren dat de helderheid van de ster fluctueert. We kunnen in zo'n geval te maken hebben met de bedekking van een dubbelster, die uit één of meerdere componenten bestaat. Het effect van een helderheidsafname is met name goed te zien in situaties waarbij de verbindingslijn tussen de componenten (vrijwel) loodrecht staat op het maanoppervlak: de ene component wordt door de maan bedekt, terwijl de andere nét langs de maanrand scheert.Dit soort verschijnselen hoeft echter niet altijd te duiden op een dubbelster. Het kan bijvoorbeeld ook gebeuren dat we te maken hebben met zogeheten diffractieverschijnselen. Het registreren van de verschijnselen
Het aantal verschijnselen dat tijdens een rakende sterbedekking optreedt, kan sterk variëren. Zo is niet alleen de vorm van het maanprofiel van invloed, maar ook de positie die een waarnemer ten opzichte van de grenslijn inneemt. Omdat zelfs de geringste afwijking van het maanprofiel gevolgen kan hebben voor hetgeen men uiteindelijk te zien krijgt, valt erg moeilijk te voorspellen wélke verschijnselen er precies optreden en wanéér.Voor het vastleggen van de diverse gebeurtenissen in de tijd, wordt in de praktijk vaak gebruik gemaakt van één van onderstaande methoden. |
| methode | omschrijving |
| stopwatch | iedere gebeurtenis wordt in het geheugen vastgeled |
| cassetterecorder + tijdseinontvanger | gebeurtenissen en secondepulsen worden op band vastgelegd |
| webcam + tijdseinontvanger | de waarneemsessie wordt op een laptop vastgelegd |
| videocamera | de waarneemsessie wordt gefilmd |
• stopwatch
Dit is de meest eenvoudige én goedkope oplossing. Als randvoorwaarde geldt dat de stopwatch over voldoende geheugen moet beschikken. Het idee is simpel: telkens wanneer één van de reeds eerder genoemde verschijnselen optreedt, wordt de laptime van de stopwatch ingedrukt.Aan het begin en einde van de waarneemsessie dient de stopwatch aan een betrouwbaar tijdsein geijkt te worden. Eventuele afwijkingen kunnen hiermee worden gecorrigeerd. Deze methode heeft zijn beperkingen: zo kan achteraf op basis van de tijdstippen niet meer worden achterhaald met wélk verschijnsel we te maken hebben. We zullen dit dus goed moeten onthouden. Aan dit probleem kan echter tegemoet gekomen worden door op een cassetterecorder het soort verschijnsel in te spreken op het moment dat we de laptime van de stopwatch indrukken. • cassetterecorder + tijdseinontvanger
Een ervaren waarnemer zal doorgaans de voorkeur geven aan deze methode, waarbij de gebeurtenissen op een cassetterecorder worden ingesproken. Gelijktijdig worden de akoestische signalen van een tijdseinzender opgenomen. Hierbij wordt veelal gebruik gemaakt van een DFC77 klokje, dat iedere seconde een duidelijk hoorbare secondepuls afgeeft. Op deze manier kunnen de gebeurtenissen achteraf aan een tijdstip worden gerelateerd.• webcam + tijdseinontvanger
Deze manier van waarnemen houdt het midden tussen de meer traditionele technieken, die gebruik maken van een tijdseinontvanger, en de geavanceerde methoden die zeer lichtgevoelige camera's vereisen.De webcam heeft als voordeel dat een lage aanschafprijs kan worden gecombineerd met de luxe van een camera. In dit geval wordt het beeld van de webcam vastgelegd op de harddisk van een laptop (een PC is in dit verband minder gebruikelijk, omdat rakende bedekkingen veelal ver van huis plaatsvinden). Tegelijk met de opname worden de akoestische signalen van een tijdseinzender vastgelegd, door gebruik te maken van de microfoon van de webcam. Het uitmeten van de bedekkingstijdstippen is normaal gesproken geen eenvoudig klusje. Om aan dit probleem tegemoet te komen, kunt u gebruik maken van het programma WOTAP. Met behulp van deze software, die ik in 2005 heb geschreven, wordt het allemaal een stuk eenvoudiger. U moet er echter wél rekening mee houden dat met behulp van deze techniek alleen rakende bedekkingen van relatief heldere sterren kunnen worden vastgelegd: de optische prestaties van een webcam zijn nu eenmaal niet te vergelijken met die van een lichtgevoelige camera en/of het menselijk oog. • videocamera
Deze methode is veruit het meest te prefereren, aangezien hiermee de hoogst mogelijke nauwkeurigheid kan worden behaald (~0.01 seconde). Bovendien kunnen we op deze wijze een rakende bedekking thuis op ons gemak nog eens analyseren. Nadeel is echter wel dat het een vrij kostbare aangelegenheid is. Afhankelijk van de kwaliteit die u wenst, moet u namelijk rekenen op een investering van € 1000,- á € 2000,- |
|
In hoofdzaak bestaat de opstelling uit een drietal componenten. Op de eerste plaats is dat een (zeer) lichtgevoelige camera waarmee het beeld wordt geregistreerd (Watec, Mintron). Vervolgens dient de exacte tijd aan het videosignaal te worden toegevoegd. Om dit te kunnen realiseren, wordt veelal gebruik gemaakt van een zogeheten time-inserter. Deze hardware zet de DFC77- en/of GPS-signalen om in een tijdstip, dat in de vorm van leesbare tekst aan ieder afzonderlijk frame wordt toegevoegd. Tenslotte moet het beeld nog worden vastgelegd met behulp van een videorecorder of camcorder. In tegenstelling tot het buitenland, waar deze werkwijze al enkele jaren met succes wordt toegepast, is deze ontwikkeling in ons land relatief gezien nog nieuw. Het is echter een veelbelovende techniek, die op termijn zeker dé standaard zal gaan worden als het gaat om het vastleggen van bedekkingsverschijnselen. |
|
|
De WAT-120N videocamera is, mede door zijn extreem hoge lichtgevoeligheid, uitermate geschikt voor het registreren van rakende sterbedekkingen.
Om de beelden te kunnen relateren aan de juiste tijd, wordt aan het videosignaal -per frame- een timestamp toegevoegd. De beelden worden vervolgens middels een videorecorder of camcorder vastgelegd. |
Een praktijkvoorbeeld
We hebben al gezien dat er voor het organiseren van een expeditie naar een rakende sterbedekking het nodige komt kijken. Niet alleen op het gebied van de berekeningen, maar ook bij de voorbereidingen die door de expeditieleider getroffen moeten worden. Maar wat betekent het deelnemen aan een expeditie nu eigenlijk voor een waarnemer? Om u hiervan een beeld te geven, zal een mogelijk scenario worden geschetst.
Het maken van een keuze
Als vertrekpunt hanteren we het overzicht waarop de grijnslijnen van de rakende bedekkingen voor een bepaald jaar staan vermeld. Voor iedere rakende bedekking is tevens aangegeven óf, en zo ja, wáár er een expeditie zal worden ingericht. Niet voor iedere rakende bedekking wordt immers een expeditie op touw gezet. Het kan echter ook gebeuren dat er meerdere expedities voor dezelfde rakende bedekking worden georganiseerd.Het is van belang dat u rekening houdt met de (on)mogelijkheden van uw telescoop. Zo heeft het bijvoorbeeld weinig zin om met een 6 cm refractor een rakende bedekking te lijf te gaan waarvoor minimaal een 15 cm telescoop vereist is. U zult tevens een afweging moeten maken of u, rekening houdend met het tijdstip en de reistijd, in de gelegenheid bent om aan de expeditie deel te nemen. Heeft u echter besloten om van de partij te zijn, dan verdient het aanbeveling de expeditieleider hiervan vooraf in kennis te stellen. De betreffende contactgegevens treft u op de uitnodiging aan. Vermeld in zo'n geval tevens bijzonderheden met betrekking tot de kijkergrootte en de wijze waarop u wilt gaan waarnemen (stopwatch, cassetterecorder, videocamera). Deze gegevens zijn voor de expeditieleider namelijk van belang bij het inrichten van de waarneemposten. De voorbereiding
De ervaring leert dat de meeste fouten die tijdens een rakende sterbedekking worden gemaakt, vaak het gevolg zijn van een gebrekkige voorbereiding. Ofschoon het aantal voorbeelden legio is, zullen we ons hier beperken tot de meest voorkomende punten waar u zeker op moet letten. |
|
• opgeladen batterijen • warme kleding (ook buiten de winterperiode)
• voldoende drinken (tegen uitdroging, ook 's nachts)
• afdekplastic (regenbui)
• isolatiemateriaal (bescherming apparatuur)
• tissue (vetvrij) voor beslagen oculairen
• potlood en papier
• zaklantaarn
• horloge en/of stopwatch gelijkzetten
• microfoon op stand 'aan'
• gegevens van de rakende bedekking
• vertrektijd, verkeersinformatie (files) |
![]() |
|
|
De meest simpele dingen zorgen in de praktijk vaak voor de grootst mogelijke problemen. Zorg daarom altijd dat u goed beslagen ten ijs komt.
|
Het vertrek
Omdat het weer in ons land vaak roet in het eten kan gooien, zal de expeditieleider op de dag van de rakende bedekking een laatste inschatting maken voor wat betreft de kans van slagen van de expeditie. Indien deze doorgang mocht vinden, dan verdient het aanbeveling om vóór het vertrek nog even alles te controleren op aanwezigheid. Dit werkt het meest praktisch indien u een checklist heeft gemaakt waarop alle voor ú belangrijke zaken staan vermeld.Het is verstandig om een alternatieve route achter de hand te houden, omdat ongevallen langs de oorspronkelijke route er voor zouden kunnen zorgen dat u niet meer op tijd kunt arriveren. Hoe dan ook: vertrek op tijd. Niet alleen vanwege mogelijk oponthoud, maar ook omdat er nu eenmaal tijd nodig is om de opstelling op te bouwen en de kijker te laten acclimatiseren aan de buitentemperatuur.
De breefing
Zo'n 1½ uur vóór de bedekking volgt een breefing door de expeditieleider. In deze breefing worden nog eens de omstandigheden opgesomd waaronder de rakende bedekking zal plaatsvinden. Daarnaast kunnen ook nog eventuele bijzonderheden ter sprake komen. Dit is tevens het moment waarop de deelnemers een waarneempost krijgen toebedeeld. In beginsel beslist de expeditieleider over de bezetting van de posten. Alleen in bijzondere gevallen kan daar, in onderling overleg, van worden afgeweken. We mogen namelijk niet uit het oog verliezen dat het gezamenlijke resultaat voorop staat.Inrichten van de waarneempost
Het maken van een inschatting met betrekking tot de verkeersveiligheid, is één van de eerste activiteiten die u zult moeten uitvoeren zodra u bij uw waarneempost bent gearriveerd. Niet alleen omwille van uzelf, maar ook voor de veiligheid van het overige verkeer. Houd daarbij rekening met het gegeven dat lang niet iedereen even alert is als het gaat om een telescoop die in het holst van de nacht in de berm van een weg staat opgesteld. Houd daarom altijd minimaal 10 meter afstand tussen uw telescoop en de berm van de weg (tenzij het een doodlopende weg betreft waar in het geheel geen sprake is van enig verkeer van betekenis).Indien het noodzakelijk mocht zijn om méér dan 10 meter af te wijken van uw oorspronkelijke post, meld dit dan na afloop aan de expeditieleider. Deze kan dan namelijk rekening houden met de gewijzigde omstandigheden door de coördinaten van uw waarneemplaats hiervoor te corrigeren. Opstellen van de apparatuur
Het opbouwen van de apparatuur neemt de nodige tijd in beslag, zeker als u het een en ander heeft meegenomen. Neem daarom ruimschoots de gelegenheid om de opstelling gebruiksklaar te maken én te testen. Het zou namelijk erg frustrerend zijn als u vlák voor de waarneming tot de ontdekking zou moeten komen dat de cassetterecorder nog in de kofferbak ligt.Afhankelijk van de situatie, dient u er rekening mee te houden dat de meeste telescopen ongeveer één uur nodig hebben om te acclimatiseren aan de buitentemperatuur. Gaat u aan dit feit voorbij, dan leidt dit onherroepelijk tot een slechtere seeing, hetgeen met name voor de zwakkere sterren wel eens zou kunnen opbreken. Het waarnemen
Zodra alles in gereedheid is gebracht, kan het aftellen beginnen. De vraag is echter wannéér u precies moet beginnen. Omdat het waarnemen op zich een bezigheid is die veel concentratie vergt, is het zaak de sessie niet langer te laten duren dan strikt noodzakelijk is. Aan de andere kant moet u er natuurlijk ook op letten dat deze niet té kort wordt, omdat u daarmee wellicht een aantal interessante waarnemingen op het spel zou zetten. Ervaren waarnemers hanteren als uitgangspunt dat een sessie 5 minuten vóór het centrale bedekkingstijdstip wordt gestart (dit tijdstip is ondermeer op de uitnodiging terug te vinden) en 5 minuten erná weer eindigt. Dit impliceert dat we in totaal dus gedurende 10 minuten de ster nauwlettend in het oog moeten houden.Aan het begin van de waarneemsessie wordt de cassetterecorder gestart (voor zover u van deze methode gebruik maakt) en spreekt u op de band in welke minuut de eerstvolgende is. U kunt dit doen op basis van een tijdseinontvanger of een stopwatch die de correcte tijd aangeeft. Het is van belang dat u er rekening mee houdt dat de ster tijdens wassende maan nadert vanaf de donkere maanrand. Is de maanfase daarentegen afnemend, dan is dat de verlichte maanrand. Dit betekent dat u ná volle maan met name de zwakkere sterren extra goed in de gaten moet houden, omdat u anders het risico loopt de ster pas in een (te) laat stadium op te merken. Ook andere verschijnselen zoals blinks, flashes en helderheidsvariaties kunnen op deze wijze worden ingesproken. Welke termen u hiervoor wilt hanteren, is niet zo belangrijk: zolang maar duidelijk is wat wordt bedoeld. |
![]() |
Om het achteraf zo eenvoudig mogelijk te maken de diverse gebeurtenissen te herleiden tot een tijdstip, is het zaak elk verschijnsel zo kort en bondig mogelijk op de band in te spreken. Zo wordt voor een intrede veelal het woord "IN" gebruikt en voor een uittrede, hoe kan het ook anders het woord "UIT". Ondanks dat het allemaal erg logisch lijkt, is het voor minder ervaren waarnemers soms nogal verwarrend, aangezien zij het verdwijnen van een ster vaak associëren met het verschijnsel van uitdoven of uitgaan. | |
|
Wanneer u gebruik maakt van de mogelijkheid om de verschijnselen met behulp van een cassetterecorder vast te leggen, is het van belang dat u een verschijnsel kort en bondig inspreekt. Dit maakt het mogelijk de waarnemingen achteraf met de vereiste nauwkeurig aan een tijdstip te kunnen relateren.
Intredes, uittredes, blinks, flashes en helderheidsvariaties kunnen op deze wijze eenvoudig worden vastgelegd. |
U kunt de pech hebben dat nét tijdens de waarneming een wolkenveld overtrekt waardoor de waarneming als het ware wordt onderbroken. Het is van belang dat ook dit soort gebeurtenissen op de band wordt ingesproken, omdat anders achteraf bijvoorbeeld ten onrechte wordt geconcludeerd dat de ster gedurende de gehele tijd zichtbaar is geweest. In dit verband wordt gesproken van het onderbreken en hervatten van de waarneming. Er wordt vaak gedacht dat de nauwkeurigheid, die bij een doorsnee sterbedekking wordt nagestreefd, ook van toepassing is op een rakende bedekking. Dat is echter een misvatting. Bij een rakende bedekking is de relatieve snelheid van de ster ten opzichte van het maanoppervlak namelijk zó klein, dat een geringe fout in de tijd nauwelijks doorwerkt in de afstand tussen ster en maanoppervlak. Daar waar voor de overige sterbedekkingen door de maan een nauwkeurigheid van 0.1 á 0.2 seconden vereist is, kunnen we hier volstaan met 0.5 á 1.0 seconden. Je zou kunnen zeggen dat het er bij rakende ster bedekkingen meer om gaat dat je kunt vertellen wát je hebt gezien, en in mindere mate wannéér je het hebt gezien. De afsluiting
Nadat u de waarneming heeft beëindigd, is het van belang uitvoerig te controleren of u alles weer heeft ingepakt. De kans dat u spullen die zijn achtergebleven ooit nog terug zult vinden, is namelijk erg klein. Voorkomen is in dit verband dus beter dan genezen.Het is gebruikelijk dat waarnemers na afloop van de waarneming weer terugkeren naar het verzamelpunt. Niet alleen om de eerste ervaringen uit te wisselen, maar ook om de expeditieleider de zekerheid te geven dat niemand met (auto)pech op een verlaten plek is achtergebleven. Mocht u er tegenop zien om de waarnemingen zelf uit te werken, dan is dit tevens een goede gelegenheid om uw gegevens aan de expeditieleider te overhandigen. Houd er echter rekening mee dat de gegevens van uw waarneming ook door een ander geïnterpreteerd moeten kunnen worden. Zadel iemand daarom nooit op met onbegrijpelijke aantekeningen en/of andere vormen van verslaglegging die de nodige uitleg nodig hebben om begrepen te kunnen worden. In zo'n geval kunt u beter eerst zelf thuis aan de slag gaan en de uitgewerkte tijdstippen op een later stadium aan de expeditieleider overhandigen (via email bijvoorbeeld). De resultaten
Als op enig moment alle waarnemingen door de expeditieleider zijn verzameld, dan kan het reduceren beginnen. Tijdens deze analyse wordt gekeken in hoeverre de waarnemingen aansluiting vinden bij de reeds eerder gemaakte voorspellingen. Zoals reeds eerder ter sprake is gekomen, richt de reductie zich met name op het vaststellen van een eventuele shift. Daarnaast komen op deze wijze ook relatieve verschillen in de vorm van het maanprofiel aan het licht. De reducties van rakende sterbedekkingen treft u ondermeer op deze site aan.Over rakende bedekkingen valt natuurlijk nog meer te vertellen, véél meer. Niets kan echter in de schaduw staan bij het gevoel dat zich van u meester maakt op het moment dat uzelf een rakende bedekking waarneemt: slechts weinig astronomische observaties benaderen de spanning en het saamhorigheidsgevoel van een groep waarnemers die na afloop van een expeditie de nodige ervaringen met elkaar delen. Wellicht dat wij ook ú in de nabije toekomst mogen begroeten tijdens één van onze expedities. Voorspellingen van rakende sterbedekkingen Voorspellingen van rakende bedekkingen die gedurende een bepaald jaar vanuit Nederland zichtbaar zijn, treft u aan door onderstaande links te volgen. Hierbij is tevens aangegeven of er voor een bepaalde rakende bedekking een expeditie zal worden ingericht. Een aantal weken vóór de expeditie kunt u hier tevens de uitnodiging downloaden. Voorspellingen en expedities naar rakende sterbedekkingen 2011 Voorspellingen en expedities naar rakende sterbedekkingen 2012 Aanmelden voor een expeditie Aanmeldingen voor een rakende bedekking dienen altijd gericht te zijn aan de betreffende expeditieleider. De contactgegevens die u in dit verband nodig heeft, treft u aan op het overzicht van de voorspellingen. Hier is tevens aangegeven óf, en zo ja wáár, er expedities op touw gezet worden. Houd u er rekening mee dat niet voor iedere rakende sterbedekking automatisch een expeditie zal worden uitgerust. In een aantal gevallen kan het echter ook voorkomen dat er meerdere expedities gepland staan voor dezelfde rakende bedekking. Deze expedities zullen dan op verschillende locaties in het land plaatsvinden. Uitnodigingen treft u doorgaans één tot twee weken vóór de rakende bedekking op deze site aan (zie hiervoor eveneens het overzicht met de voorspellingen). Reducties van rakende sterbedekkingen Is een rakende bedekking eenmaal succesvol verlopen, dan wordt een zogeheten reductie uitgevoerd. Deze reductie richt zich voornamelijk op de vraag in hoeverre de voorspelling met de waarnemingen overeenkomt. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar absolute verschillen, uitgedrukt in de vorm van een shift, maar ook naar relatieve afwijkingen in het maanprofiel. Op grond van de uitkomsten kan ons beeld van het maanprofiel vervolgens worden bijgesteld, hetgeen toekomstige voorspellingen ten goede komt. Met ingang van 2010 zal dit soort reducties gebaseerd zijn op maanprofielen die op basis van de Kaguya data zijn verkregen. De meest interessante reducties zullen tevens op deze pagina vermeld worden. Reductie rakende REGULUS bedekking 07-10-2007: expeditie Nieuwlande |















