![]() |
Overige bedekkingen Indien we het hebben over een sterbedekking, dan bedoelen we in de meeste gevallen sterbedekkingen door de maan. Er zijn echter ook andere soorten bedekkingen waarbij een ster voor korte of langere tijd aan ons oog onttrokken wordt. Het gaat in dergelijke gevallen niet om de maan, maar om een planeet, een satelliet van een planeet, of een planetoïde die een ster bedekt. Daarnaast kan de maan ook planeten bedekken. En, alhoewel dergelijke verschijnselen erg zeldzaam zijn, kunnen planeten elkaar ook nog eens onderling bedekken. Er is echter één soort sterbedekking dat iedereen kent, maar waarvan de meesten zich niet bewust zijn dat het ook inderdaad een sterbedekking is: een totale zonsverduistering ... |
Sterbedekkingen zijn niet alleen interessant om naar te kijken, maar kunnen ons bovendien het een en ander leren over verre werelden. Zo werden de ringen rond de planeet Uranus op 10 maart 1977 ontdekt toen de planeet de ster SAO 158687 bedekte. Geheel tegen de verwachting in, werd het sterlicht diverse malen onderschept nog vóór de eigenlijke bedekking door Uranus had plaatsgevonden. En, net bekomen van de eerste verbazing, gebeurde ná de bedekking door Uranus vrijwel hetzelfde, zij het in omgekeerde volgorde. In diverse circulaires heeft de IAU deze ontdekking, die was te danken aan een sterbedekking, wereldkundig gemaakt.
Nadien zijn diverse artikelen verschenen die inhoudelijk dieper ingaan op de resultaten die op grond van de bewuste sterbedekking zijn verkregen. The Astrophysical Journal, 236 (1026-1030, 15 maart 1980) The Astronomical Journal, Volume 86, Nr. 3 (maart 1981) De gedenkwaardige sterbedekking door Titan: 3 juli 1989 Zo nu en dan kan je als amateurastronoom zélf deel uitmaken van een stukje sterbedekkersgeschiedenis. Dat het lang niet altijd gaat om historische gebeurtenissen die je lang van te voren ziet aankomen, bleek maar weer eens in 1989. |
![]() |
De voorspellingen maakten in eerste instantie melding van de bedekking van de ster 28 Sgr op 3 juli 1989 door de planeet Saturnus. Maar zoals dat wel vaker het geval is, was hiervan vanuit West-Europa niets te zien. Vele zagen het dan ook als een gemiste kans, temeer daar de ster met zijn magnitude 5.4 relatief gezien behoorlijk helder was en gedurende een paar uur tevens achter het ringensysteem van Saturnus zou schuilgaan. Omdat de dichtheidsverdeling van de ringen niet constant is, zou dit impliceren dat de ster vele tientallen, zo niet honderden keren bedekt zou kunnen worden door de afzonderlijke ringen die vanaf de aarde onder normale omstandigheden onmogelijk als zodanig te herkennen zijn. Maar goed, ons restte niets anders dan achteraf kennis te nemen van de verslagen die ons vanuit Amerika in de daaropvolgende weken zouden gaan bereiken. | |
De bedekking van 28 Sgr (mag. 5.4) op 3 juli 1989 door Saturnus.
De lijn geeft de route aan die door de ster werd gevolgd door het ringensysteem gedurende de 3½ uur durende bedekking. Als gevolg van de dichtheidsverdelingen van het ringsysteem, zouden vele tientallen afzonderlijke bedekkingen geregistreerd kunnen worden. |
Het verhaal krijgt echter een merkwaardige wending zodra aanvullende berekeningen duidelijk maken dat niet alleen Saturnus, maar ook de maan Titan de ster zal gaan bedekken. De teleurstelling van een aantal weken eerder slaat plotsklaps om in euforie, als blijkt dat de bedekking door Titan wél vanuit West-Europa te zien is!
In de periode voorafgaand aan de bedekking, wordt druk gespeculeerd over hetgeen zich die bewuste avond voor onze ogen zal afspelen. Omdat Titan een atmosfeer heeft, staat op voorhand eigenlijk al vast dat het geen doorsnee bedekking zal gaan worden. Daar komt nog eens bij dat een kleine fout in de positie van Titan, en/of die van de ster, grote gevolgen kan hebben voor de duur van de bedekking. Al met al is het zaak de voorspellingen dus met de nodige voorzichtigheid te betrachten. En, we zouden het bijna vergeten, is daar nog die andere factor: het weer ... Het is maandagavond 3 juli 1989 en de (nieuwe) maan schittert door afwezigheid. In plaats daarvan zijn alle blikken gericht op de planeet Saturnus en, in het bijzonder, op de maan Titan. Op grond van de meest recente voorspellingen, die zijn gebaseerd op astrometrische platen van beide hemellichamen, is duidelijk geworden dat de bedekking het langst zal duren voor waarnemers in Noord-Afrika, alwaar men een bedekking van 4m 25s tegemoet kan zien. Op de centrale lijn is tevens een ander spectaculair verschijnsel zichtbaar: de zogeheten central flash. Het gaat hier om het sterlicht dat tijdens het maximum van de bedekking in de atmosfeer van Titan wordt gebroken (refractie) en, als ware het één lichtbundel, richting aarde wordt gestuurd. Het is een zeldzaam verschijnsel, dat hooguit gedurende enkele seconden is waar te nemen. Vele tientallen amateursterrenkundigen zijn getuige hoe de ster langzaam in de richting van de grootste Saturnusmaan beweegt. Titan is met zijn magnitude 8.4 duidelijk zwakker dan de ster, zodat de afname in helderheid tijdens de bedekking goed te zien is. We moeten ons namelijk bedenken dat de ster weliswaar bedekt wordt, maar dat Titan natuurlijk gewoon zichtbaar blijft. Het maximum van de bedekking is voor Nederland berekend op 22h 41m UT1. De blikken zijn omhoog gericht en iedereen staat op scherp. Cassetterecorders lopen, stopwatches in de hand: uiterste concentratie ... Rond 22h 39m UT1 wordt de spanning gebroken als het sterlicht plotseling blijkt af te zwakken. En dan voltrekt zich een fraai schouwspel waarbij het sterlicht afwisselend afzwakt om daarna weer enigszins in helderheid toe te nemen. Na een halve minuut keert de rust terug: 28 Sgr is bedekt door Titan! De minuten tikken langzaam weg. Als het 22h 42m UT1 is geworden, vertoond de ster een plotselinge toename in helderheid: de bedekking, waarvan de duur voor Nederland werd ingeschat op zo'n 2½ minuut, is ten einde. Althans, zo lijkt het. Onder de waarnemers ontstaat dan ook grote verwarring als blijkt dat de ster ineens weer is verdwenen ... Omdat de ster niet terugkomt, lijkt iedere seconde een eeuwigheid te duren. En dan, het is inmiddels 22h 44m UT1, volgt opnieuw een aaneenschakeling van helderheidsfluctuaties, die elkaar in rap tempo opvolgen. Om 22h 45m UT1 breekt het moment aan waarop de bedekking écht ten einde is. In de weken volgend op de 3e juli, worden door vele tientallen amateursterrenkundigen verslagen ingestuurd. Al snel wordt duidelijk dat de centrale lijn niet over Noord-Afrika liep, maar over Luxemburg. Dit beeld wordt niet alleen bevestigd door de lange bedekkingsduur zoals die vanuit Nederland werd waargenomen, maar ook door de plotselinge helderheidstoename tijdens het midden van de bedekking: de central flash! Opmerkelijk is overigens dat niet iedereen de central flash gezien heeft, ikzelf behoor daar ook toe. Wellicht heeft dat iets te maken met het feit dat de mate waarin de central flash zichtbaar is, afhangt van de golflengte waarin wordt waargenomen. Met name in het rode deel van het spectrum was de central flash goed te zien. Kennelijk is niet iedereen in het donker daar even gevoelig voor. |
| En dan is daar nog de vraag waarom er van de vreemde helderheidsfluctuaties optraden aan het begin en einde van de bedekking. Wat is de reden dat gedurende een ½ minuut het sterlicht zo snel van helderheid veranderde? Waarom werd de ster niet steeds zwakker, maar bleek deze tijdens de intrede regelmatig ook weer in helderheid toe te nemen? Voor het antwoord op deze vraag moeten we ons realiseren dat een ster, hoe klein deze ook voor ons moge lijken, nooit helemaal puntvormig is. Zo had men grond van veronderstellingen vóór de bedekking aangenomen dat de ster een schijnbare diameter zou moeten hebben van slechts 0.0034 boogseconden. Gebruikmakend van de waarnemingen, kon men echter een bovenlimiet voor de ster afleiden: een schijnbare grootte van 0.00055 boogseconden. Laatstgenoemde waarde correspondeert op de afstand van Titan met een lichtbundel ter grootte van 3½ kilometer. Je zou dus kunnen zeggen dat een zaklantaarn met een diameter van maximaal 3½ kilometer laag voor laag de Titan atmosfeer heeft gescand. | ![]() |
|
|
Registratie van de sterbedekking door Titan op 3 juli 1989, zoals waargenomen vanuit Hannover.
De waarde 1.0, uitgezet langs de verticale as, geeft de hoeveelheid licht aan die door Titan en 28 Sgr gezamenlijk wordt uitgezonden. Op het moment dat de bedekking begint, is duidelijk te merken dat de lichtcurve inzakt. Gedurende de daaropvolgende 40 seconden wisselen momenten waarop de ster afzwakt en weer in helderheid toeneemt elkaar snel af. Het zijn met name deze verschijnselen geweest die visueel erg moeilijk waren vast te leggen. Tijdens het maximum van de bedekking is een duidelijke toename in helderheid waar te nemen: de zogeheten central flash. Op grond van deze bedekking is men meer te weten gekomen over de opbouw van de atmosfeer van Titan, hetgeen zeer bruikbaar is gebleken voor de Cassini-Huygens missie van 2005. Daarnaast kon tevens een bovengrens worden afgeleid voor de schijnbare diameter van 28 Sgr. |
De atmosfeer van Titan heeft een gelaagde opbouw, waarbij iedere laag een eigen specifieke brekingsindex heeft. Zo kan het gebeuren dat het sterlicht op een bepaald moment, als gevolg van verschillende brekingsindices over een hoogte van 3½ kilometer, wordt uitgesmeerd (de ster lijkt zwakker), terwijl op een ander moment het sterlicht juist wordt samengeperst (de ster lijkt helderder).
De sterbedekking door Titan heeft veel interessante gegevens opgeleverd die ondermeer gebruikt zijn om de Cassini-Huygens missie voor te bereiden. Deze bedekking toont maar weer eens aan dat sterbedekkingen niet alleen spannend zijn om naar te kijken, maar dat ze wel degelijk ook een wetenschappelijke waarde hebben. Onderlinge planeetbedekkingen Een heel enkele keer staan planeten zó dicht bijelkaar aan de hemel, dat ze elkaar ook daadwerkelijk onderling bedekken. De laatste keer dat zoiets gebeurde, was op 3 januari 1818, toen Venus vóór Jupiter langstrok. In feite ging het dus niet om een bedekking, maar om een overgang: Venus had immers een kleinere schijnbare diameter dan Jupiter. Helaas leven wij in een tijd waarin dit soort bedekkingen en overgangen érg zeldzaam is. Zo treden er tussen 1700 en 2200 in totaal 18 gevallen op, hetgeen neerkomt op een gemiddelde van één per 28 jaar. De eerstvolgende gelegenheid doet zich echter pas op 22 november 2065 voor als Venus opnieuw vóór Jupiter langstrekt. Omdat dit verschijnsel zich op slechts 8 graden afstand van de zon afspeelt, zal er nauwelijks iets van te zien zijn. Is er wellicht iemand die ooit een dergelijke onderlinge planeetbedekking of planeetovergang heeft gezien? Het antwoord is: ja. Zo is bekend dat John Bevis, beroemd geworden door de ontdekking van de Krabnevel, getuige is geweest van een bedekking van Mercurius door Venus op 28 mei 1737. Het is overigens de enige waarneming waarvan een gedetailleerd verslag bestaat. De overgang van Mars over de planeet Jupiter, op 12 september 1170, is zowel waargenomen door Gervase, een monnik uit Canterbury, als door Chinese astronomen. De bedekking van Mars door Venus, die plaatsvond op 3 oktober 1590, is gezien door M. Möstlin vanuit Heidelberg. John Bevis had het geluk dat ten tijde van zijn waarneming de telescoop al was uitgevonden. Voor de overige waarnemers geldt dat uiteraard niet. Of zij zich ook wérkelijk bewust waren van hetgeen zich boven hun hoofden afspeelden, is allerminst zeker. Sterbedekkingen door planeten Het probleem dat zich hier voordoet, houdt direct verband met de helderheid van de planeten. De meesten zijn namelijk zó helder, dat vrijwel iedere ster verbleekt zodra deze ook maar enigszins in de nabijheid van een planeet komt. Het waarnemen van sterbedekkingen door planeten beperkt zich in de praktijk dan ook noodgedwongen tot sterren die helderder zijn dan magnitude 4.0. Incidenteel kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, bedekkingen van zwakkere sterren worden waargenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van sterren die helderder zijn dan magnitude 4.0 en gedurende de periode 1800 - 2100 door een planeet zullen worden bedekt. Uit de tabel blijkt tevens dat dit soort bedekkingen momenteel wel érg dun gezaaid is. |
| Sterbedekkingen door planeten 1800 - 2100 (sterren helderder dan magnitude 4.0) | |||
| Datum | Tijd (UT1) | Planeet | Ster |
| 09 - 12 - 1802 | 07h 36m | Mercurius | Beta Scorpii (2.6) |
| 22 - 12 - 1810 | 06h 32m | Venus | Ksi-2 Sagittarii (3.5) |
| 11 - 07 - 1825 | 09h 10m | Venus | Delta-1 Tauri (3.8) |
| 11 - 07 - 1837 | 12h 50m | Mercurius | Eta Geminorum (variabel 3.2 - 4.0) |
| 09 - 05 - 1841 | 19h 35m | Venus | 17 Tauri (3.7) |
| 27 - 09 - 1843 | 18h 00m | Venus | Eta Virginis (3.9) |
| 16 - 12 - 1850 | 11h 28m | Mercurius | Lambda Sagittarii (2.8) |
| 22 - 05 - 1855 | 05h 04m | Venus | Epsilon Geminorum (3.2) |
| 30 - 06 - 1857 | 00h 25m | Saturnus | Delta Geminorum (2.4) |
| 05 - 12 - 1865 | 14h 20m | Mercurius | Lambda Sagittarii (2.8) |
| 28 - 02 - 1876 | 05h 13m | Jupiter | Beta Scorpii (2.6) |
| 07 - 06 - 1881 | 20h 54m | Mercurius | Epsilon Geminorum (3.2) |
| 09 - 12 - 1906 | 17h 40m | Venus | Beta Scorpii (2.6) |
| 27 - 07 - 1910 | 02h 53m | Venus | Eta Geminorum (variabel 3.2 - 4.0) |
| 10 - 06 - 1940 | 02h 21m | Mercurius | Epsilon Geminorum (3.2) |
| 25 - 10 - 1947 | 01h 45m | Venus | Alpha Lib (2.8) |
| 07 - 07 - 1959 | 14h 30m | Venus | Alpha Leo (1.4) - Regulus |
| 27 - 09 - 1965 | 15h 31m | Mercurius | Eta Virginis (3.9) |
| 13 - 05 - 1971 | 20h 00m | Jupiter | Beta Scorpii (2.6) |
| 08 - 04 - 1976 | 01h 00m | Mars | Epsilon Geminorum (3.2) |
| 17 - 11 - 1981 | 14h 27m | Venus | Sigma Sagittarii (2.1) |
| 19 - 11 - 1984 | 01h 32m | Venus | Lambda Sagittarii (2.8) |
| 17 - 02 - 2035 | 15h 19m | Venus | Pi Sagittarii (2.9) |
| 01 - 10 - 2044 | 22h 00m | Venus | Alpha Leo (1.4) - Regulus |
| 23 - 02 - 2046 | 19h 24m | Venus | Rho-1 Sagittarii (3.9) |
| 10 - 11 - 2052 | 07h 20m | Mercurius | Alpha Librae (2.8) |
| 03 - 10 - 2078 | 22h 00m | Mars | Theta Ophiuchi (3.3) |
De meest recente sterbedekking door een planeet die uitgebreid vanuit Nederland werd waargenomen, dateert van 11 mei 1988, toen Venus de ster 136 Tauri (magnitude 4.5) bedekte. Dit bijzondere verschijnsel, dat rondom zonsondergang plaatsvond, bracht vele enthousiaste waarnemers op de been. Zij ware getuige hoe de ster langzaam maar zeker op de donkere rand van Venus afstevende om tenslotte binnen luttele seconden te worden verzwolgen door het helse wolkendek. Bedekkingen die tot de categorie overig gerekend kunnen worden, zijn vrij zeldzaam. Mocht u daarom ooit nog eens in de gelegenheid zijn om een dergelijke exotische bedekking te aanschouwen, dan geldt maar één devies: pakken die kans ... |



