Biografie van de muzikanten
van het
Lower48 quintet:
Huug Hermann
speelt vanaf 1990 in diverse jazz, blues, big band en pop ensembles. Zijn
grootste wens, een vast jazz combo, nu onder de naam 'Lower48 quintet',
kwam langzaam tot stand na een klein berichtje in de Oegstgeester Courant
waarin gitarist Rob medeplichtigen zocht. Naast de liefde voor de bebop
drumset met droge bekkens, neemt hij ook graag de (contra)bas onder handen. In
de zomer reist de drummer/bassist graag door Alaska en IJsland.
Lenny Fleer
speelt vanaf zijn 12e jaar gitaar. Eerst klassiek (Bach, Villa Lobos, Brouwer) maar later ook flamenco. Lenny deed de
vooropleiding van het Amsterdams conservatorium voor klassiek gitaar bij Wim
Pfister. Hij koos daarna voor een opleiding tot muziektherapeut. Hij speelde
als gitarist in de operette 'Die schöne Helena' van Offenbach in samenwerking met de theaterschool in Utrecht. Daarna heeft hij een aantal
jaar Tenorsax gespeeld. Hij speelde als saxofonist in het open combo van de
Engelenbak in Amsterdam. In 2003 begon hij met contrabas spelen. Hij heeft
nu les van Tom Kwakernaat en speelt veel op jamsessies. Hij speelde bas in de
workshop van Loet van der Lee bij Pier K te Hoofddorp. Daarnaast speelt hij
in de Jazzbands 'Leo’s Drugstore', 'Feel', het 'Dutch Cool Jazz Combo' en het
'Lower48 quintet'. Zijn voorkeur gaat uit naar een mooie, rustige open
klank waarbij het accent van de muziek meer ligt op sfeer dan op de
virtuositeit van het spelen. In het samenspel met anderen neemt hij als
bassist en dragende rol op zich waarbij hij ook het soleren niet uit de weg
gaat.
André van
Willigenburg
is een all-round sax blazer (sopraan,
alt, tenor, bariton en EWI) en heeft ruime ervaring in diverse
muziekstijlen. Hij leest bladmuziek als een professional en is derhalve
een regelmatig gevraagd invaller bij diverse ensembles. André speelt sinds 1975 klarinet en saxofoons, eerst privé les,
maar al snel gevolgd door verschillende Harmonie- en Fanfare orkesten, Saxofoonkwartet en Bigbands.
Vanaf de middelbare school speelt hij ook in diverse popbands in
Rijswijk en het Westland ('Anouschka Big Sessie Band', 'Just a Party'). Tijdens
zijn diensplicht (1988) heeft hij 12 maanden full-time in de militaire fanfare
'Artillerie Trompetter Korps' mogen meespelen. In 1997 heeft hij zijn
conservatorium diploma HaFaBra Directie via staatsexamens gehaald. Na
die opleiding geeft André een aantal jaren saxofoonles op een
muziekschool en heeft hij zelf 3 jaar jazz-pianoles genomen. Na 15 jaar in het begeleidingscombo van Popkoor Timeless
uit Wateringen gespeeld te hebben, speelt hij sinds
2006 voornamelijk in Jazz combo's. Voor alle genoemde
ensembles schrijft / schreef André arrangementen.
In 2009 heeft hij een benefietoptreden met het Lower48 Quintet en Bob Rigter
en in 2010 met Phil Harper en Frits Landesbergen
verzorgd. In 2010 heeft André deelgenomen aan een workshop met het Yuri
Honing Quartet.
Hans Koster
begon op zijn achtste met klarinet spelen. Na dat acht jaar gedaan te hebben
was het tijd voor een nieuwe muzikale impuls en hij besloot de Tenorsax ter
hand te nemen. Het was meteen ook de overstap van klassieke muziek naar
lichte muziek. In de afgelopen jaren heeft hij in meerdere bezettingen
gespeeld: Harmonieorkesten, Saxofoonkwartetten en Bigbands. Op dit
moment speelt hij in het 'Lower48 quintet', 'Impressions Combo' en maakt hij zich muzikaal verdienstelijk in zijn kerkelijke gemeentes in
Rotterdam en Houten.
Paul van den Belt
begon op zijn tiende met
pianospelen. Eerst klassiek, later pop en weer later jazz. Hij had les van
o.a. Bert van den Brink, Albert van Veenendaal en Tjitze Vogel en volgde
diverse workshops bij de SJU te Utrecht. Paul maakt deel uit van het 'Lower48 quintet', het
'Pastel Jazz Trio' en het 'Sjarapova Kwintet'. Voor
laatstgenoemde ensemble schrijft hij composities en arrangementen.
Inspiratie krijgt Paul van pianisten als Wynton Kelly, Bill Evans, Duke
Ellington, Thelonious Monk en Hampton Hawes.
Harry
Steenvoorden ontdekte als kleuter al de schoonheid van trommels en bekkens.
Zijn vader, zelf accordeonist en organist, adviseerde hem echter met klem een blaasinstrument te leren bespelen.
De althoorn was dan ook het instrument waarmee hij zijn muzikale loopbaan in de lokale harmonie begon.
Totdat hij op zijn 14e tegen de vaderlijke adviezen in een drumstel kocht om zich vanaf dat moment aan zijn grote passie te kunnen wijden.
Aanvankelijk speelde hij in pop- en bluesbands, maar al snel werd hij gegrepen door de jazz. Inmiddels heeft hij
in diverse jazzensembles gespeeld, van pianotrio's tot bigbands. Hij kreeg o.a. les van Eric Ineke, maar is grotendeels
autodidact. Naast het drummen houdt hij zich ook op andere manieren met jazz bezig: hij schrijft over jazz en geeft
muziekhistorische cursussen over jazz. |
 |